Procedure : 2011/2555(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0122/2011

Ingediende teksten :

B7-0122/2011

Debatten :

OJ 16/02/2011 - 108

Stemmingen :

PV 17/02/2011 - 6.4

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0064

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 118kDOC 64k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0120/2011
10.2.2011
PE459.654v01-00
 
B7-0122/2011

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de huidige crisis in Egypte


Charles Tannock, Jacek Olgierd Kurski, Ryszard Antoni Legutko, Peter van Dalen, Adam Bielan, Michał Tomasz Kamiński, Tomasz Piotr Poręba namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de huidige crisis in Egypte  
B7‑0122/2011

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over het Europees-mediterrane partnerschap,

–   gezien de verklaring van Barcelona van november 1995,

–   gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement "Een nieuwe impuls voor EU-maatregelen inzake mensenrechten en democratisering met mediterrane partners - strategische richtsnoeren",

–   gezien de eerste conferentie van het Euromediterrane mensenrechtennetwerk in Caïro op 26 en 27 januari 2006,

–   gezien de EU-richtsnoeren inzake mensenrechten,

–   gezien artikel 19 van het Internationaal Verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten van de VN, door Egypte geratificeerd in 1982,

–   gezien het werkprogramma dat op de Top van Barcelona in november 2005 is vastgesteld door de staatshoofden en regeringsleiders,

–   gezien de resoluties aangenomen door de Euromediterrane Parlementaire Vergadering (EMPA) op 27 maart 2006, alsmede de verklaring van haar voorzitter,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 19 januari 2006 over het Europees nabuurschapsbeleid,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Europese Unie en Egypte in maart 2007 een gemeenschappelijk actieplan in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid hebben ondertekend, met als prioriteiten onder meer speciale aandacht voor het verbeteren van de doeltreffendheid van de instellingen die bevoegd zijn voor versterking van de democratie, de rechtsstaat en de bevordering van de mensenrechten in al hun aspecten,

B.  overwegende dat het groot belang hecht aan de betrekkingen met Egypte en eerlijke en transparante verkiezingen als de enige manier beschouwt om voortgang te boeken naar een democratischer samenleving en het belang onderstrepend van Egypte en de betrekkingen tussen de EU en Egypte voor de stabiliteit en ontwikkeling van de EU-Mediterrane regio,

C. overwegende dat de bevordering van de eerbiediging van de democratie, de mensenrechten en de burgerlijke vrijheden fundamentele beginselen en doelstellingen van de Europese Unie zijn, en een gemeenschappelijke basis vormen voor de ontwikkeling van de Euromediterrane regio,

D. overwegende dat de demonstranten in Caïro hebben verklaard alleen te zullen vertrekken indien president Hosni Mubarak aftreedt; overwegende dat president Mubarak tot nu toe heeft geweigerd af te treden, naar eigen zeggen omdat dit zou resulteren in chaos; overwegende dat hij in plaats daarvan heeft verklaard zich niet verkiesbaar te zullen stellen voor de verkiezingen in september,

E.  overwegende dat Egypte sinds 1956 een republiek is,

F.  overwegende dat een religieuze radicalisatie van de Egyptische politiek een ramp zou zijn voor het land en voor het buurland Israël, en ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor het beheer van het Suezkanaal,

G. overwegende dat Koptische christenen nog altijd het doelwit zijn van extremisten en dat op 30 januari elf Kopten op brute wijze zijn vermoord in Sharona in de Egyptische provincie Minya,

1.  roept president Hosni Mubarak op af te treden als president van Egypte, om een eind te maken aan de politieke impasse en een economische herstart mogelijk te maken, alsmede serieuze onderhandelingen over democratische verkiezingen en het starten van economische hervormingen te kunnen beginnen, stelt voor om te overwegen de president en zijn familie immuniteit te verlenen voor onjuist gedrag of machtsmisbruik, als stimulans om snel af te treden en verder geweld en openbare onrust te voorkomen;

2.  roept ertoe op de diplomatieke inspanningen van de EU in Egypte vooral te richten op het waarborgen van stabiliteit en orde, en degenen die geweld en angst willen verspreiden tegen te werken;

3.  roept de nieuw te vormen Egyptische regering op zich volledig in te zetten voor democratisch pluralisme en vrije en eerlijke verkiezingen;

4.  is van mening dat het Egyptische volk in staat moet zijn tot vrije uitoefening van hun recht op vreedzame vergadering, en de volledige bescherming verdient van de veiligheidskrachten; is van mening dat aanvallen gericht tegen journalisten volstrekt onaanvaardbaar zijn, evenals het zich onder de demonstranten mengen van huurlingen of politieagenten in burger en deze zich te laten voordoen als spontane tegendemonstranten; is van mening dat het vrijlaten van gevangenen met ditzelfde doel eveneens onaanvaardbaar is;

5.  roept de huidige Egyptische autoriteiten op het recht van vrijheid, vergadering en meningsuiting te eerbiedigen;

6.  roept de Egyptische autoriteiten ertoe op het niet toe te staan dat de Koptische christelijke gemeenschappen het slachtoffer worden van het huidige veiligheidsvacuüm en verzoekt de Egyptische autoriteiten te waarborgen dat deze gemeenschappen in vrede kunnen leven en hun geloof in het hele land kunnen belijden;

7.  verzoekt de Hoge vertegenwoordiger aandacht te blijven vragen voor het lot van de Koptische christelijke gemeenschappen bij het overleg met haar Egyptische tegenhangers;

8.  verzoekt de Hoge vertegenwoordiger en de Raad Buitenlandse Zaken om in de conclusies van de Raad over de situatie van Christenen in het Midden-Oosten te vermelden dat in het bijzonder Christelijke gemeenschappen vaak met opzet het doelwit zijn van extremisten;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Egyptische regering en het Egyptische parlement, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de landen rond de Middellandse Zee die de Verklaring van Barcelona hebben ondertekend, alsmede aan de voorzitter van de Euromediterrane Parlementaire Vergadering.

Laatst bijgewerkt op: 14 februari 2011Juridische mededeling