Procedure : 2011/2555(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0124/2011

Ingediende teksten :

B7-0124/2011

Debatten :

OJ 16/02/2011 - 108

Stemmingen :

PV 17/02/2011 - 6.4

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0064

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 126kDOC 69k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0120/2011
10.2.2011
PE459.656v01-00
 
B7-0124/2011

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Egypte


Adrian Severin, Hannes Swoboda, Kader Arif, Harlem Désir, Saïd El Khadraoui, Richard Howitt, Maria Eleni Koppa, Wolfgang Kreissl-Dörfler, María Muñiz De Urquiza, Vincent Peillon, Carmen Romero López, Boris Zala, Raimon Obiols, Pier Antonio Panzeri, Ana Gomes namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Egypte  
B7‑0124/2011

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Egypte,

–   gezien het debat over de toestand in het Middellandse-Zeegebied, met name in Tunesië en Egypte, dat plaatsvond op de plenaire vergadering van het Europees Parlement van 2 februari 2011,

–   gezien de verklaring van de Europese Raad van 4 februari 2011 over Egypte en de regio,

–   gezien de conclusies van de Raad van 31 januari 2011 over Egypte,

–   gezien de verklaring van 29 januari 2011 van de voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, over de situatie in Egypte,

–   gezien de verklaringen van Catherine Ashton, vice-voorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, van 3 februari, 28 januari en 27 januari 2011 over de situatie in Egypte, alsmede haar verklaring over de verkiezingen voor de Volksvergadering van Egypte van 6 december 2010,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Egypte een centrale partner voor de Europese Unie in het Midden-Oosten is; overwegende dat de Europese Unie een bijdrage moet leveren aan de opkomst van een democratisch, welvarend en stabiel Egypte, door de vernieuwing van het land te stimuleren en te ondersteunen,

B.  overwegende dat de betogingen in Egypte en in andere Arabische landen, waarbij werd opgeroepen tot het onverwijld doorvoeren van politieke, economische en sociale veranderingen, de uiting waren van een sterk verlangen van het volk naar daadwerkelijke democratie en betere sociale omstandigheden,

C. overwegende dat bij de demonstraties in Egypte honderden doden zijn gevallen en een groot aantal mensen gewond is geraakt en gearresteerd,

D. overwegende dat het leger op verantwoordelijke wijze is opgetreden en heeft nagelaten geweld te gebruiken tegen de demonstranten en niet heeft ingegrepen in de huidige politieke ontwikkelingen; overwegende dat het eerst vreedzame protest almaar gewelddadiger is geworden na de aanval van gewapende individuen en de politie die met traangas, rubber kogels en waterkanonnen de betogers te lijf zijn gegaan,

E.  overwegende dat de veranderingen in Egypte een onmiddellijke, serieuze en open dialoog vereisen met deelname van alle democratische politieke en maatschappelijke krachten, alsmede het maatschappelijk middenveld, wat moet leiden tot spoedeisende, concrete en doortastende maatregelen om reële en omvangrijke democratische hervormingen door te voeren,

F.  overwegende dat de vreedzame betogingen in Egypte en in andere Arabische landen aantonen dat autoritaire regimes en fundamentalistisch extremisme niet de enige politieke alternatieven zijn in de Arabische wereld,

G. overwegende dat het streven naar stabiliteit de afgelopen jaren vaak de waarden van democratie, sociale rechtvaardigheid en mensenrechten heeft overschaduwd in de betrekkingen van de EU met haar zuidelijke buren; overwegende dat mensenrechtenclausules in associatieovereenkomsten moeten worden ondersteund door een mechanisme voor het controleren van de tenuitvoerlegging,

H. overwegende dat het Europees Parlement herhaaldelijk heeft opgeroepen tot de opheffing van de noodtoestand, die sinds 1981 van kracht is, tot versterking van de democratie en eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in Egypte,

I.   overwegende dat de Raad in zijn conclusies van 31 januari 2011 de toezegging van de EU heeft bevestigd om, via een partnerschap, het Egyptische hervormingsproces te begeleiden door het activeren, vernieuwen en aanpassen van de bestaande instrumenten ter ondersteuning van politieke, economische en sociale hervormingen, evenals de bereidheid van de EU om het Egyptische volk te helpen bij dit overgangsproces, rekening houdende met de verdere ontwikkelingen,

J.   overwegende dat de Raad in zijn verklaring over Egypte en de regio van 4 januari 2011 heeft bevestigd dat de EU vastbesloten is haar volle steun te bieden aan het overgangsproces in de regio, gericht op het invoeren van democratisch bestuur, pluralisme, betere mogelijkheden voor economische groei en sociale integratie, alsmede op het versterken van de regionale stabiliteit,

1.  betuigt nadrukkelijk zijn steun aan de legitieme democratische aspiraties en de roep om betere sociale omstandigheden van het volk in Egypte en andere Arabische landen, spreekt zijn solidariteit uit met de vreedzame demonstranten en looft hun moed en vastberadenheid, spreekt zijn steun uit voor de oproep aan president Hosni Mubarak om af te treden en is van mening dat zijn spoedige aftreden de politieke overgang zou vereenvoudigen; roept de Egyptische autoriteiten op toe te zien op een vreedzame overgang naar werkelijke democratie;

2.  roept op tot een versnelde politieke overgang, waarbij alle democratische politieke en maatschappelijke krachten en het maatschappelijk middenveld betrokken worden, met als doel de weg vrij te maken voor een wijziging van de grondwet en de kieswet, vrije en eerlijke verkiezingen, en een echte democratie in Egypte te vestigen;

3.  betreurt ten zeerste het zware verlies aan mensenlevens en het grote aantal gewonden bij de demonstraties; betuigt zijn medeleven aan en spreekt zijn solidariteit uit met de families van de slachtoffers; veroordeelt het gebruik van geweld door politietroepen en gewapende individuen;

4.  herinnert de Egyptische autoriteiten en veiligheidskrachten aan hun verplichting om de veiligheid van alle burgers en hun bezittingen te waarborgen, en het culturele erfgoed te beschermen en roept hen op hun uiterste best te doen om verder geweld tegen vreedzame demonstranten te voorkomen; wijst erop dat het Egyptische leger heeft nagelaten geweld te gebruiken tegen de demonstranten en niet heeft ingegrepen in de huidige politieke ontwikkelingen;

5.  roept de Egyptische autoriteiten op om alle vreedzame demonstranten die momenteel vastzitten onverwijld vrij te laten en alle communicatienetwerken, waaronder internet, ogenblikkelijk volledig vrij te geven; veroordeelt de censuur door de Egyptische autoriteiten van de communicatienetwerken en de sociale media, alsmede de agressie jegens en intimidatie van journalisten en mensenrechtenactivisten;

6.  betreurt de reactie van sommige Europese aanbieders van mobiele communicatie en internet op de recente gebeurtenissen in Egypte en roept hen op hieruit lering te trekken;

7.  benadrukt wederom het belang van een versterking van de rechtsstaat, goed bestuur, corruptiebestrijding en de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in Egypte, met speciale aandacht voor de vrijheid van geweten, godsdienst, gedachte, meningsuiting, pers en media en vereniging, de rechten van de vrouw, gendergelijkheid, de bescherming van minderheden en de bestrijding van discriminatie op grond van seksuele geaardheid; herhaalt zijn oproep voor de opheffing van de noodtoestand in Egypte;

8.  benadrukt het belang van een aanzienlijke versnelling van de economische en sociale hervormingen in Egypte, aangezien vrijheid, economische ontwikkeling en een hoge levensstandaard van wezenlijk belang zijn voor de politieke en maatschappelijke stabiliteit in het land;

9.  dringt aan op een substantiële en doeltreffende EU-steun bij de democratische hervormingen en bij de economische en sociale ontwikkeling in Egypte en in andere betrokken zuidelijke buurlanden, door de bestaande EU-instrumenten voor bijstand bij politieke, economische en sociale hervormingen zo snel mogelijk te activeren, te herzien en aan te passen, alsmede door de samenwerking met organisaties uit het maatschappelijk middenveld verder te versterken;

10. onderstreept dat de aan de gang zijnde strategische herziening van het Europees nabuurschapsbeleid en de verdere vormgeving van de betrekkingen van de EU met haar zuidelijke buren ten volle rekening moet houden met de ontwikkelingen in de regio, en er een weerspiegeling van moet zijn; dringt er eveneens op aan om bij de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid met name aandacht te besteden aan criteria op het gebied van politiek pluralisme, corruptiebestrijding, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, mensenrechten en fundamentele vrijheden en de vrijheid van pers en media; is van mening dat de Unie voor het Middellandse Zeegebied in dezelfde geest nieuw leven moet worden ingeblazen;

11. verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie zich in te zetten voor de oprichting van een task force waaraan ook het Europees Parlement deelneemt, voor toezicht op het proces van overgang naar democratie, naar aanleiding van oproepen door voorstanders van democratische hervorming, met name wat betreft vrije en democratische verkiezingen en de opbouw van instellingen, waaronder een onafhankelijke rechterlijke macht; verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie de democratische overgang te ondersteunen, met name door een missie te sturen voor het waarnemen van de komende verkiezingen;

12. benadrukt dat de gebeurtenissen in Egypte en in andere landen in de regio opnieuw de dringende noodzaak benadrukken van het ontwikkelen van ambitieuzere en doeltreffender beleidsdoelen en -instrumenten, alsmede van het versterken van de begrotingscomponent daarvan, met als doel het stimuleren en ondersteunen van politieke, economische en sociale hervormingen in de zuidelijke buurlanden van de EU;

13. dringt er bij Egypte op aan zich te blijven inzetten voor en een actieve en constructieve rol te blijven spelen bij inspanningen voor het vinden van duurzame vrede in het Midden-Oosten, in het bijzonder wat betreft het Israëlisch-Palestijnse conflict en Palestijnse verzoening;

14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het parlement van Egypte.

Laatst bijgewerkt op: 14 februari 2011Juridische mededeling