naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement
over Soedan en Zuid-Soedan
Mariya Nedelcheva, Filip Kaczmarek, Gay Mitchell, Cristian Dan Preda, Mario Mauro, Michael Gahler, Nadezhda Neynsky, Joachim Zeller, Michèle Striffler, Giovanni La Via
namens de PPE-Fractie
Resolutie van het Europees Parlement over Soedan en Zuid-Soedan:
B7‑0354/2011
Het Europees Parlement,
– gezien zijn voorgaande resoluties over Soedan,
– gezien het alomvattend vredesakkoord (CPA) dat op 9 januari 2005 tussen de Soedanese partijen werd getekend,
– gezien de conclusies van de Raad van 31 januari 2011 over Soedan,
– gezien de verklaring van 7 februari 2011 van Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, namens de Europese Unie over de definitieve resultaten van het referendum over de zelfbeschikking van Zuid-Soedan,
– gezien Resolutie 1978 (2011) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties,
– gezien de verklaring van Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, van 24 mei 2011 over de situatie in Soedan,
– gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat de definitieve resultaten van het referendum van 9 januari 2011 over de zelfbeschikking van Zuid-Soedan met een overweldigende meerderheid hebben bevestigd dat de kiezers vastberaden zijn een onafhankelijke staat te vestigen; overwegende dat het referendum, waarvan de uitslag door de Commissie voor het referendum over Zuid-Soedan is bekendgemaakt en is aanvaard door de Soedanese regering, op eerlijke en vreedzame wijze is verlopen, zoals gemeld door de EU-waarnemers en andere internationale waarnemers,
B. overwegende dat Zuid-Soedan zijn onafhankelijkheid op 9 juli 2011 zal afkondigen, tevens de dag waarop het CPA verstrijkt,
C. overwegende dat Zuid-Soedan als nieuwe staat en één van de minst ontwikkelde regio's in de wereld te maken zal krijgen met grote uitdagingen op humanitair, socio-economisch en veiligheidsgebied, tegen een achtergrond van extreme armoede, een uiterst laag niveau van menselijke ontwikkeling en een overheid zonder noemenswaardige capaciteit,
D. overwegende dat nog altijd grote inspanningen moeten worden verricht om nog voor de afscheiding de lopende kwesties op te lossen die niet door het CPA zijn geregeld, en tot een akkoord te komen over onderhandelingen na het referendum inzake onderwerpen als de verdeling van de olie-inkomsten, grensafbakening, burgerschap en de verdeling van baten en lasten,
E. overwegende dat na het referendum van januari de spanningen tussen Noord- en Zuid-Soedan zijn opgelopen, waarbij destabiliserende elementen de uitkomst van het referendum en de legitimiteit van de nieuwe machthebbers betwisten, en waarbij melding is gemaakt van mensenrechtenschendingen en willekeurige arrestaties door de politie en het leger,
F. overwegende dat de status van de betwiste gebieden onduidelijk blijft en dat de situatie in Abyei verslechtert, waarbij honderden personen zijn gedood en duizenden zijn weggetrokken, het gebied sinds 21 mei is bezet door Soedanese leger en meer dan 800 ton aan humanitaire hulpgoederen zijn geroofd,
G. overwegende dat sinds 2003 in Darfur 300 000 mensen zijn gedood en 2,7 miljoen mensen zijn gevlucht; overwegende dat de situatie in Darfur uiterst zorgelijk blijft; overwegende dat de VN-missie in Darfur recentelijk melding heeft gemaakt van bombardementen door de regering en dat een aantal hulpverleners in de regio is gegijzeld; overwegende dat de missie geregeld te maken heeft met intimidatie, ontvoeringen en algemene onveiligheid,
1. verklaart opnieuw het resultaat van het referendum ten volle te zullen eerbiedigen als de uiting van de democratische wil van het volk van Zuid-Soedan; roept zowel Noord- als Zuid-Soedan op zich actief in te zetten voor de bevordering van democratisch bestuur en de vestiging van langdurige vrede, veiligheid en welvaart voor beide landen;
2. spreekt zijn lof uit over de inspanningen en toewijding waarvan de partijen bij het CPA in het referendumproces en na bekendmaking van de resultaten blijk hebben gegeven; is evenwel van mening dat de situatie in beide landen een bedreiging voor de stabiliteit van de regio blijft vormen;
3. wijst er nogmaals op dat het referendum onderdeel is van een proces dat moet leiden tot consolidatie van de democratie; wijst in dit verband op het belang van politieke, etnische, culturele en religieuze verscheidenheid en roept op tot grotere participatie van het maatschappelijk middenveld in de staatsopbouw;
4. hecht groot belang aan de verstrekking van externe hulp; is daarom ingenomen met het besluit van de Raad van 23 mei 2011 om 200 miljoen EUR toe te wijzen aan de ontwikkelingssamenwerking met Zuid-Soedan, ten behoeve van lokale gemeenschappen, om tegemoet te komen aan de basisbehoeften van de bevolking en om het gebrek aan menselijke hulpbronnen en infrastructuur te verhelpen;
5. roept alle partijen bij het CPA op deel te nemen aan een continue en constructieve dialoog voor het oplossen van de lopende problemen op gebied van gemeenschappelijke grenzen, burgerschap, burgerrechten en de internationale verplichtingen; wijst erop dat het meningsverschil ten aanzien van de olie-inkomsten moet worden opgelost en dat een Noord-Zuidakkoord van wezenlijk belang is, aangezien Zuid-Soedan volledig afhankelijk zal zijn van de noordelijke infrastructuur op dit gebied; waarschuwt voor het risico van plundering van humanitaire hulpgoederen en roept op tot het treffen van concrete maatregelen om dit te voorkomen;
6. veroordeelt met klem de opzettelijke aanval op de VN-missie in Soedan (UNMIS) op 10 mei 2011 in de regio Abyei, waarbij 4 vredeshandhavers van de VN zwaar gewond zijn geraakt; is van mening dat de situatie in Abyei van alle problemen de grootste zorgen baart en spreekt zijn afkeuring uit over de militarisering van dit gebied door zowel Nood- als Zuid-Soedan; betreurt dat de twee partijen geen akkoord hebben bereikt over een ad-hocreferendum over deze regio overeenkomstig de bepalingen van het CPA, en dringt er bij alle relevante partijen op aan deze administratieve kwestie op te lossen op een wijze waarbij rekening wordt gehouden met de rechten en belangen van de bevolking;
7. spreekt zijn krachtige steun uit voor de voortdurende inspanningen van de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN voor Soedan, Haile Menkerios, om de twee partijen aan de onderhandelingstafel te krijgen teneinde een oplossing te vinden voor de situatie in de regio Abyei; verwelkomt de bemiddelingspogingen van Thabo Mbeki, voorzitter van het uitvoeringspanel op hoog niveau voor Soedan van de Afrikaanse Unie (AU); moedigt de EU aan deel te nemen aan het bemiddelingsproces;
8. is ingenomen met de verklaring van de Hoge vertegenwoordiger waarin zij de recente gewelddadige botsingen en bezetting van Abyei veroordeelt en alle partijen oproept hun troepen die ter plaatse aanwezig zijn in strijd met het protocol inzake een permanente wapenstilstand van het CPA terug te trekken, en de nodige maatregelen te nemen ter bescherming van burgers en ter voorkoming van slachtoffers;
9. verwelkomt de conclusies van het door de VN gesteunde overleg over het vredesproces van Darfur dat plaatsvond in Doha, Qatar (27 -31 mei 2011); roept alle partijen op zich te houden aan de wapenstilstand en aan alle reeds getekende akkoorden inzake het stopzetten van vijandelijkheden; dringt er bij alle andere gewapende groeperingen in Darfur op aan een einde te maken aan de vijandelijkheden en een wapenstilstand te sluiten met de regering van Soedan; spreekt zijn krachtige steun uit, op basis van de conclusies van Doha, voor de invoering van een permanente wapenstilstand en een alomvattend vredesakkoord voor Darfur;
10. wijst op het belang van volledige transparantie bij de onderhandelingen over de kwesties Darfur en Abyei, alsmede bij de algemene Noord-Zuid-dialoog; roept ertoe op ervoor te zorgen dat alle partijen in de geschillen, alsmede het maatschappelijk middenveld en politieke leiders op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau, bij de onderhandelingen vertegenwoordigd zijn;
11. spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over meldingen van willekeurige arrestaties en detenties van leden van oppositiepartijen, mensenrechtenactivisten, journalisten en studenten, en wijst er nogmaals op dat de nieuwe staat gegrondvest moet worden op democratische beginselen, met eerbiediging van de rechtsstaat en de fundamentele mensenrechten en vrijheden;
12. staat in dit verband positief tegenover het besluit van de VN-veiligheidsraad het mandaat van de VN-missie naar Soedan (UNMIS) uit te breiden en aanvullende vredeshandhavingstroepen naar Soedan te zenden; acht een voortzetting van de VN-aanwezigheid uiterst waardevol voor de vreedzame ontwikkeling van twee levensvatbare staten;
13. roept de Afrikaanse Unie op zich voor te bereiden op een onmiddellijk optreden indien Noord-Soedan intervenieert in Zuid-Soedan door het bezetten van grondgebieden die het betitelt als "betwist", waarmee het gevaar bestaat op een nieuw bevroren conflict, deze keer in Afrika;
14. verzoekt de twee partijen, met het oog op de komende onafhankelijkheidsdag van 9 juli, concrete plannen te presenteren inzake de oprichting en/of hervorming van hun instellingen om ervoor te zorgen dat de twee staten vanaf die datum op levensvatbare wijze kunnen functioneren;
15. roept de regering van Noord-Soedan ertoe op de herziene verzie van de Overeenkomst van Cotonou van augustus 2009 te ratificeren en het Statuut van Rome te erkennen; dringt echter aan op het geven van uitvoering aan het door het Internationale strafhof (ICC) uitgevaardigde internationale arrestatiebevel tegen Omar Al-Bashir;
16. verbindt zich ertoe een nauw partnerschap met beide partijen bij het CPA ter begeleiding van duurzame Noord-Zuid-betrekkingen te ontwikkelen;
17. vraagt de EU het mandaat van zijn diplomatieke vertegenwoordigingen in zowel Noord- als Zuid-Soedan nader te preciseren en aan te sporen tot nauwe samenwerking tussen de speciale vertegenwoordiger van de EU voor Soedan en de EU-delegatie in Noord- en Zuid-Soedan;
18. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de VN-Veiligheidsraad en de secretaris-generaal van de VN, de instellingen van de Afrikaanse Unie, de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en de regeringen van de EU-lidstaten.