Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0385/2011

Ingediende teksten :

B7-0385/2011

Debatten :

Stemmingen :

PV 06/07/2011 - 6.7

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 167kDOC 92k
29.6.2011
PE465.711v01-00
 
B7-0385/2011

ingediend overeenkomstig artikel 35, lid 3, van het Reglement


over de voorbereiding van het werkprogramma van de Commissie voor 2012


Rebecca Harms, Daniel Cohn-Bendit namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de voorbereiding van het werkprogramma van de Commissie voor 2012  
B7‑0385/2011

Het Europees Parlement,

–   gezien het werkprogramma van de Commissie voor 2011 (COM(2010)0623),

–   gezien het kaderakkoord tussen het Europees Parlement en de Commissie dat op 20 oktober 2010 is goedgekeurd, met name bijlage IV daarvan,

-    gezien het resultaat van de regelmatige dialoog met de parlementaire commissies,

–   gezien artikel 35, lid 3, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de huidige economische, sociale en milieucrisis meer dan ooit een sterk Europees leiderschap en nauwere samenwerking op EU-niveau vereist,

B.  overwegende dat duurzame oplossingen voor deze crisis niet te vinden zijn in het beleid dat tot de crisis heeft geleid; overwegende dat het tijd is om een ander beleidsmodel uit te werken, met een bredere politieke basis, waarin de burger en de bescherming van het milieu het centrale uitgangspunt vormen voor de beleidsvorming en dat erop gericht is welvaart en optimale kansen te scheppen voor alle burgers,

C. overwegende dat de Commissie moet worden beoordeeld op basis van haar aanpak van deze drieledige crisis, haar werk voor het vormgeven van de rol van de Europese Unie op het wereldtoneel door middel van beleidsmaatregelen op het vlak van mensenrechten, ontwikkeling, handel en buitenlands beleid, en haar succes bij de totstandbrenging van een democratischer Europese Unie, die toegankelijk is voor de inwoners, de burgerrechten garandeert en waarborgen biedt betreffende transparantie en democratisch toezicht, hetgeen alleen mogelijk is door middel van nieuwe ideeën en een krachtdadig optreden,

D. overwegende dat Commissievoorzitter Barroso in zijn eerste toespraak voor het Europees Parlement over de stand van zaken in de Unie vijf prioriteiten heeft aangegeven, namelijk "de economische crisis aanpakken en een hersteldynamiek tot stand brengen", "de groei ten behoeve van de werkgelegenheid herstellen door het hervormingsprogramma Europa 2020 versneld uit te voeren", "een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand brengen", "onderhandelingen aangaan met het oog op een moderne EU-begroting" en " op het wereldtoneel de ons toekomende rol opeisen",

E.  overwegende dat de Europese burgers in de eerste helft van 2011 werden geconfronteerd met de zich ontwikkelende schuldencrisis in de Eurozone en aanhoudend hoge werkloosheidscijfers, met name onder jongeren; overwegende dat de algemene en regionale situatie in Europa tegelijkertijd bijzonder dynamisch en onzeker is, vooral door de ontwikkelingen als gevolg van de Arabische lente en de gevolgen van de gecombineerde natuur- en kernramp in Japan; overwegende dat nieuwe uitdagingen voortvloeien uit elk van de vijf prioriteiten van het werkprogramma van de Commissie qua te ontplooien initiatieven en wat betreft de rol van de Commissie als hoedster van de Verdragen,

Aanpakken van de crisis

1.  betreurt dat de huidige aanpak in het kader van het pakket voorstellen inzake economisch bestuur onevenwichtig blijft; wijst erop dat het pakket voorstellen inzake economisch bestuur het toezicht op het economisch beleid moet versterken, moet zorgen voor daadwerkelijke conformiteit met een duurzame fiscale consolidering en het mogelijk moet maken dat macrofinanciële onevenwichtigheden naar behoren en op symmetrische wijze worden aangepakt; wijst er met klem op dat dit pakket vergezeld dient te gaan van een aanzienlijk grotere mate van coördinatie en harmonisatie van het fiscaal beleid en van aanvullende regels en maatregelen om nieuwe inkomsten te genereren en gerichte openbare investeringen op lange termijn in een strikt regelgevingskader zodanig moet handhaven en aanmoedigen dat de nieuwe regels niet ten koste gaan van toekomstige generaties en de meest kwetsbare personen en een duurzame economie tot stand wordt gebracht; is van mening dat euro-obligaties een noodzakelijk onderdeel zijn van een evenwichtig en versterkt Europees economisch bestuur;

2.  is van mening dat de Commissie bij de aanpak van de sociale crisis geen leiderschap heeft getoond en wenst dat economisch bestuur gepaard gaat met een sociale dimensie, o.a. door het weer in evenwicht brengen van de huidige eenzijdige aanpak van de jaarlijkse groeianalyse en de aanbevelingen voor de nationale hervormingsprogramma's, zodat de horizontale clausules van het Verdrag van Lissabon worden toegepast waarmee wordt gestreefd naar sociale vooruitgang en welzijn van mensen;

3.  is van mening dat van de crisis gebruik moet worden gemaakt om ons ontwikkelingsmodel van de samenleving om te vormen tot een in hoge mate efficiënte, op hernieuwbare energie gebaseerde en klimaatbestendige economie; onderstreept de noodzaak van beleidssamenhang in komende routekaarten, sectorale hervormingen, wetgeving en begrotingen zoals het energie-efficiëntieplan en de routekaart op het gebied van energie tot 2050, de landbouw, cohesie en visserijhervormingen, het Witboek over het vervoer, ontwikkelingsbeleid, handelsregels, enz.;

De groei ten behoeve van de werkgelegenheid herstellen door het hervormingsprogramma Europa 2020 versneld uit te voeren

Financiële regulering

4.  wijst erop dat in het kader van de financiële regulering maatregelen inzake de veerkracht van het financiële stelsel en de capaciteit om verliezen op te vangen gepaard dienen te gaan met maatregelen om risicoconcentratie tegen te gaan en met maatregelen om de kosten van een faillissement te beperken; onderstreept in dit verband de noodzaak van beter toezicht op accumulatie van risico's door banken, de scheiding van bankactiviteiten en openbare voorzieningen en robuuste voorstellen om op een meer geordende wijze met het faillissement van een bank om te gaan; onderstreept in dit verband verder de noodzaak tot regulering van entiteiten die nauw verbonden zijn met banksystemen en soortgelijke functies vervullen, maar niet onderworpen zijn aan dezelfde regulering (schaduwbankenstelsel);

5.  benadrukt dat een alomvattende en vastberaden reactie nodig is op de crisis in de eurozone; is van mening dat een dergelijke reactie passende deelname van particuliere kredietverleners vereist en met name een ordentelijke sanering van de Griekse staatsschuld overeenkomstig een doordacht plan voor de uitwisseling van obligaties in de eurozone; onderstreept dat een dergelijk kader onlosmakelijk verbonden is met een ambitieus Europees afwikkelingskader voor de banksector op basis van een eerlijke verdeling van de kosten en risico's;

Slimme, duurzame en inclusieve groei

6.  onderstreept dat een duidelijke inzet voor de verschillende doelstellingen op de diverse beleidsterreinen en passende begrotingstoewijzingen nodig zijn om de mainstreaming van een efficiënt gebruik van hulpbronnen in de samenleving mogelijk te maken;

7.  dringt aan op de publicatie in 2011 van het langverwachte actieplan voor eco-innovatie; dringt bij de Commissie aan op een ambitieus en alomvattend actieplan, en verzoekt haar zich met name te richten op ondersteuning van KMO's en de uitdaging van het efficiënt gebruik van hulpbronnen aan te gaan;

8.  dringt aan op de ontwikkeling van een gemeenschappelijk strategisch kader voor onderzoek en innovatie dat zich met name richt op de overgang naar een efficiënt gebruik van hulpbronnen in de samenleving, verbetering van de multidisciplinaire aanpak, grotere deelname van kleinere spelers en meer open innovatiesystemen;

9.  dringt er bij de Commissie op aan elke poging van de hand te wijzen om het idee van defensieonderzoek en een rol voor het Europees Defensieagentschap (EDA) op te nemen in het kader van het toekomstige kaderprogramma voor onderzoek (Horizon 2020);

10. verzoekt de Commissie tenminste één scenario uit te werken voor een bijna voor 100% op hernieuwbare energie gebaseerde energie-efficiënte economie als onderdeel van de routekaart inzake energie tot 2050; is ontevreden over het voorstel van de Commissie inzake de richtlijn betreffende een efficiënt energiegebruik, aangezien hiermee het totale energieverbruik niet kan worden beperkt tot tenminste 20% vergeleken met het huidige verbruik, en herinnert in dit verband aan zijn dringende verzoek om bindende energie-efficiëntiedoelstellingen voor 2020;

11. is er nog steeds vast van overtuigd dat kernenergie geen plaats heeft in een toekomst met duurzame energie en onderstreept de noodzaak om gedurende de periode dat het gebruik van kernenergie geleidelijk wordt afgeschaft de hoogste veiligheidsnormen te waarborgen; verzoekt de Commissie met klem, tegen de achtergrond van de maatregelen van de EU in verband met radioactief besmet voedsel na het ongeluk in Fukushima, een voorstel in te dienen tot herziening van de verordening betreffende maximale stralingsniveaus in geval van kernongevallen en een herziening van de maximaal toegestane niveaus van radioactieve besmetting;

12. betreurt het ontbreken van wetgevingsmaatregelen van de Commissie ter bescherming van de volksgezondheid en het milieu, hoewel er duidelijk bewijs bestaat dat met spoed maatregelen moeten worden genomen tegen vastgestelde problemen op het gebied van luchtkwaliteit, bescherming van de biodiversiteit, klimaatverandering of veiligheid van nanomaterialen; wijst bijvoorbeeld op de vertraagde herzieningen of toezeggingen voor voorstellen inzake nationale emissieplafonds, f-gassen, wetgeving inzake lawaai, de gevolgen voor het klimaat van NOx-emissies in de luchtvaart, consumenteninformatie over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van personenauto's, emissiegrenswaarden voor niet voor de weg bestemde mobiele machines en wetgeving inzake binnenluchtkwaliteit;

13. dringt er bij de Commissie op aan haar wetgevingsactiviteiten op te voeren en volledig gebruik te maken van haar recht om wetsvoorstellen in te dienen, en zich niet door de lidstaten in de uitoefening van dit recht te laten hinderen; verwacht met name van de Commissie dat zij de overgang naar de doelstelling van 30% vermindering van de broeikasgassen in 2020 afrondt om de noodzakelijke aanpassingen op tijd voor de volgende verbintenisperiode voor de emissiehandel (ETS) te voltooien;

14. betreurt de vertragingen bij een aantal voor 2011 of zelfs eerder geplande initiatieven en dringt er derhalve op aan dat deze in het werkprogramma voor 2012 worden opgenomen, met name het initiatief inzake groene banen en vaardigheden en nieuwe arbeidsplaatsen, een Europees kwaliteitshandvest voor stages, de herziening van de arbeidstijdenrichtlijn, de wetgeving inzake de Single Market Act en de sociale effectbeoordeling; verzoekt verder om herziening van de richtlijn inzake de detachering van werknemers, naast de al toegezegde herziening van de richtlijn inzake de uitvoering van de richtlijn inzake de detachering van werknemers;

15. onderstreept dat de werkloosheid dringend moet worden aangepakt, met name de werkloosheid onder de jeugd, en verzoekt de Commissie in dit verband er onder meer voor te zorgen dat het initiatief inzake Jeugdgarantie naar behoren door de lidstaten wordt uitgevoerd; verzoekt de Commissie verder een kaderrichtlijn inzake een minimuminkomen te initiëren en gemeenschappelijke normen en indicatoren vast te stellen voor de toereikendheid en de toegankelijkheidvoorwaarden voor minimuminkomensregelingen en gemeenschappelijke indicatoren en benchmarks voor het beoordelen van de effectiviteit van het beleid om armoede te voorkomen en te bestrijden, zodat iedereen het recht heeft op een waardig leven;

16. betreurt het ontbreken van samenhang tussen de beginselen als vervat in het Witboek over vervoer van de Commissie en de hieruit voortvloeiende wetgeving, hetgeen bijvoorbeeld valt te constateren bij de passagiersrechten waar de vele mazen in de wetgeving het passagiers moeilijk maken hun rechten af te dwingen of in de Eurovignetrichtlijn waar het ontbreken van voldoende criteria weinig bijdraagt aan verbetering van de milieuprestatie;

Volgende meerjarig financieel kader en hervormingspakketten

17. herinnert eraan dat de EU-begroting een weerspiegeling moet vormen van de EU-beleidsprioriteiten voor de omvorming van de EU tot een duurzame economie; herhaalt dat er een einde moet komen aan de kortingen en dat nieuwe eigen middelen moeten worden ingevoerd zoals een belasting op financiële transacties, dat de begrotingsdebatten moeten worden bevrijd van de kortzichtige visie op (netto) nationale bijdragen en dat de investeringen op EU-niveau moeten worden opgevoerd om te helpen de energie- en klimaatdoelstellingen van de EU 2020-strategie en de EU 2050-strategie te halen;

18. dringt erop aan dat de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt afgestemd op duurzame landbouw- en voedselsystemen en waarschuwt de Commissie niet zoals te doen gebruikelijk door te gaan met directe betalingen en een geïntegreerd plattelandsontwikkelingsbeleid niet op te geven;

19. kijkt ernaar uit met de Commissie en de Raad samen te werken aan een diepgaande en radicale hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid en spoort de Commissie aan haar doelstelling om de visbestanden op een hoog niveau in stand te houden te handhaven, boven het niveau van de maximale duurzame opbrengst; is bezorgd over de gevolgen voor de visbestanden en de visserijgemeenschappen indien het recht om te vissen wordt geprivatiseerd; herinnert eraan dat herstelplannen een essentieel onderdeel vormen van een duurzaam visserijbeleid en betreurt de terughoudendheid van de Raad om de gewone procedure voor de goedkeuring ervan toe te passen, waardoor dergelijke plannen momenteel worden geblokkeerd;

20. is verheugd over de mededeling over de bijdrage van het cohesiebeleid aan duurzame groei waarin heldere bewoordingen zijn opgenomen over de onverwijlde aanpassing van de financieringsprogramma's in de richting van een efficiënt gebruik van hulpbronnen; dringt erop aan dat het wetgevingspakket voor het cohesiebeleid maatregelen omvat voor de vergroening van het cohesiebeleid in alle stadia, o.a. via voorwaardelijkheid vooraf voor de milieu- en klimaatwetgeving, door afstemming van de uitgavenprioriteiten op duurzame ontwikkeling en een groene economie en door duidelijke definities van uitgaven en klimaatbeschermingsmaatregelen voor de selectie van projecten;

21. verzoekt de Commissie door indiening van een nieuw voorstel een eind te maken aan het blokkeren van het Solidariteitsfonds door de Raad;

22. is van mening dat een follow-up nodig is voor het kwaliteitsproductenpakket met het oog op de identificatie en achtergrond van producten en kwaliteitsproducten te koppelen aan de algemene doelstelling inzake behoud van de biodiversiteit; is verder van mening dat de Commissie meer moet doen met betrekking tot het melkpakket om een volgende crisis te voorkomen en derhalve maatregelen moet voorstellen voor kleine boeren en benadeelde en onbebouwbare regio's;

23. dringt er bij de Commissie op aan met een wetgevingsvoorstel te komen om het op de markt brengen van voedingsmiddelen afkomstig van gekloonde dieren of hun nakomelingen te verbieden en een nieuw wetgevingsvoorstel inzake nieuwe voedingsmiddelen in te dienen, rekening houdend met de standpunten die het EP heeft verwoord in het kader van de vorige (mislukte) wetgevingsprocedure; dringt er verder bij de Commissie op aan overeenkomstig de conclusies van de Raad (Milieu) van 4 december 2008 te zorgen voor de correcte uitvoering van de bepalingen van de richtlijn inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu, met name de vereisten van de milieurisicobeoordeling;

24. is van mening dat de slechte kwaliteit van veel registratiedossiers in het kader van REACH en de zeer beperkte maatregelen van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) wat betreft de conformiteit van de registratiedossiers REACH als geheel serieus dreigen te ondermijnen; verzoekt de Commissie en ECHA derhalve de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de registratiedossiers van goede kwaliteit zijn, een voorwaarde voor het welslagen van REACH;

25. onderstreept met betrekking tot de interne markt, diensten, vrij verkeer van goederen en consumentenbescherming met name het belang van een herziening van de voorschriften voor overheidsopdrachten om het gebruik van duurzaamheidscriteria te vergemakkelijken, wetgevingsvoorstellen inzake de toegang tot bancaire basisdiensten, de erkenning van beroepskwalificaties en last but not least doeltreffende markttoezichtsystemen die ook direct verband houden met de herziening van de richtlijn algemene productveiligheid en douaneheffingen;

26. is in het algemeen tevreden over het werk van de Commissie met betrekking tot de informatiemaatschappij en signaleert als prioriteiten voor 2012 o.a. de digitale interne markt en roaming;

27. dringt er bij de Commissie op aan onverwijld met een voorstel te komen voor de toegezegde hervorming van de auteursrechtorganisaties voor het beheer van intellectuele-eigendomsrechten en met een wetgevingsvoorstel inzake collectieve schadeloosstelling; verwacht verder van de Commissie dat zij komt met een lijst van voorstellen voor civiel, handels- en procedurerecht en intellectuele en industriële eigendom, zoals vastgesteld in de gestructureerde dialoog;

Verwezenlijking van de agenda voor de burgers

28. is bezorgd over het feit dat de correcte tenuitvoerlegging van het bestaande acquis op het gebied van asiel (Dublin, Eurodac, opvangprocedure en erkenningsrichtlijn inzake de bescherming van asielzoekers) is mislukt, hetgeen betekent dat geen gemeenschappelijke Europese normen zijn gewaarborgd en het gevoel van solidariteit ook wordt aangetast; herinnert eraan dat het gemeenschappelijk Europees asielstelsel in 2012 moet worden ingevoerd;

29. betreurt de huidige pogingen van een aantal lidstaten om het Schengensysteem te ondergraven door een nationalistische agenda te hanteren; verzoekt de Commissie het Schengenacquis en de Schengengrenscode krachtig te verdedigen en te blijven vasthouden aan de procedures van het Verdrag van Lissabon; dringt verder aan op versterking van de beschermingsdimensie van migratie als resultaat van de Arabische lente met lidstaten die blijk geven van solidariteit binnen de EU en jegens Arabische landen;

30. is bezorgd over de aanpak van de Commissie met betrekking tot de effectbeoordelingen op het gebied van de grondrechten die is gebaseerd op een enge interpretatie van artikel 51, lid 1 van het Handvest en erop is gericht de werkingssfeer van het Handvest en de juridische en politieke verantwoordelijkheid van de Commissie bij de tenuitvoerlegging ervan zo veel mogelijk te beperken; benadrukt de universaliteit en ondeelbaarheid van de rechten en beginselen zoals verankerd in het thans juridisch bindend Handvest en dringt derhalve aan op een holistische en verplichte beoordeling van de conformiteit met het Handvest gedurende het gehele wetgevingsproces;

31. dringt aan op een snelle aanpassing aan het Verdrag van Lissabon waar het gaat om Europol en Eurojust om de democratische controle te waarborgen; wijst op de noodzaak van onverwijlde goedkeuring van alle maatregelen die verband houden met de rechten van verdachten in strafrechtelijke procedures om de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in evenwicht te brengen; dringt verder aan op een uniform kader voor gegevensbescherming om waarborgen te bieden voor politiële en justitiële samenwerking en ervoor te zorgen dat de grondrechten ook worden geëerbiedigd in het intelligente grenssysteem en bij de bestrijding van terrorisme;

32. betreurt dat de Commissie niet heeft gereageerd op het verzoek van het Parlement inzake een alomvattende strategie voor geweld tegen vrouwen; dringt er bij de Commissie op aan niet toe te geven aan de druk van lidstaten als het gaat om zwangerschapsverlof; verzoekt de Commissie verder om een follow-up van de in de gestructureerde dialoog vastgestelde initiatieven inzake het combineren van werk, gezins- en privéleven, vrouwen in besluitvormingsorganen en het opnemen van migrantenvrouwen met kinderen in gezondheidsregelingen, en om vooruitgang te boeken bij de herziening van de wetgeving betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke beloning en een nieuw wetgevingsvoorstel inzake ouderschaps-, adoptie- en zorgverlof;

33. geeft prioriteit aan de werkzaamheden in verband met de komende generatie aparte programma's voor een levenlang leren, jeugd, cultuur en media die alle hun toegevoegde waarde hebben bewezen; verwacht van de Commissie dat zij zich houdt aan haar toezegging om de culturele en taalkundige diversiteit te waarborgen; verzoekt de Commissie de ontwikkeling van Europeana verder te steunen, zowel wat het regelgevingskader als de financiering betreft, en te blijven zoeken naar goede en duurzame oplossingen voor kunstenaars en degenen die online-inhoud creëren bij alle auteursrechtelijke vraagstukken;

34. herinnert aan een verzoek van lang geleden, namelijk om de Europese politieke partijen en stichtingen een wettelijk statuut te verlenen, zodat zij rechtspersoonlijkheid kunnen verkrijgen krachtens het EU-recht in plaats van het recht van de staat waar zij gevestigd of erkend zijn; is van mening dat in een dergelijk statuut tegelijkertijd minimumvereisten vastgelegd kunnen worden voor het functioneren en de structuur van de partijen en stichtingen; verklaart voornemens te zijn hiertoe overeenkomstig artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie een wetgevingsvoorstel bij de Commissie in te dienen;

Europa in de wereld

35. dringt erop aan dat de hoge vertegenwoordiger/ondervoorzitter van de Commissie in het kader van de toekomstige generatie externe financiële instrumenten een waarachtig instrument voor buitenlandse zaken creëert dat rekening houdt met de oprichting van de EDEO en de veranderde situatie in de wereld, met name met het oog op de opkomende economieën; is verder van mening dat een oplossing moet worden gevonden voor het dichten van de bestaande financiële kloof bij de overgang van noodhulp naar ontwikkelingshulp middels de invoering van een faciliteit voor een beperkte, maar snelle uitbetaling van fondsen;

36. onderstreept dat de veranderde benadering van de Europese nabuurschapslanden als gevolg van de ontwikkelingen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten moet worden gevolgd door onderhandelingen over een nieuwe generatie ENB-actieplannen inzake democratische transformatie en hervorming ter beoordeling waarvan een duidelijkere benchmarkingmethode vereist is; herinnert er in dit verband aan dat juridisch bindende mensenrechtenclausules in internationale overeenkomsten doeltreffender gestalte dienen te krijgen door de invoering van een handhavingsmechanisme en dat het maatschappelijk middenveld rechtstreeks moet bijdragen aan het proces van goed bestuur en moet deelnemen aan de uitwerking en evaluatie van de uitvoering van de overeenkomsten via het creëren van een monitoring mechanisme van het maatschappelijk middenveld;

37. benadrukt dat de unieke kenmerken van het EIDHR bij de herziening van dit instrument behouden moeten blijven, met name het feit dat het zonder toestemming van het gastland kan opereren en zijn vermogen om projecten op het gebied van mensenrechten en democratie te steunen in landen waar het met de mensenrechtensituatie droevig gesteld is, met inbegrip van speciale maatregelen voor voorvechters van de mensenrechten; is van mening dat het toekomstige Europees Fonds voor democratie en een mogelijke faciliteit van het maatschappelijk middenveld de werkzaamheden van het EIDHR niet mogen vervangen of overlappen;

38. verzoekt om een follow-up van de verslagen van het Parlement over innovatieve financieringsinstrumenten en over belastingen en ontwikkeling; verzoekt verder om wetgevingsvoorstellen om belastingparadijzen, illegale kapitaalstromen en misbruik van prijsoverdracht verder aan te pakken als follow-up van de mededeling over bevordering van goed bestuur in belastingaangelegenheden alsook om voorstellen inzake stabilisering van de inkomsten uit grondstoffen; verzoekt voorts om een wetgevingsinitiatief om transparantie in de mijnbouwsector te bevorderen via wettelijk bindende maatregelen;

39. verzoekt de Commissie een gevolg te geven aan de verzoeken van het Parlement in het kader van de gestructureerde dialoog met betrekking tot humanitaire hulp, beperking van het risico op rampen, samenhang van noodhulp, rehabilitatie en ontwikkeling en voedselhulp;

40. verzoekt de hoge vertegenwoordiger/ondervoorzitter van de Commissie om een diepgaande analyse van de bestaande opzet van de vertegenwoordigingen van de EU en de lidstaten in derde landen en voorstellen te doen voor rationalisatie en samenvoeging van de Europese diplomatieke en consulaire diensten met het oog op een beter afgestemde politieke agenda, besparingen op de begroting en een uniformere visie op de EU bij EU-burgers en onderdanen van derde landen;

41. betreurt de vertragingen bij de aanpassing aan het Verdrag van Lissabon op het gebied van de handel; wijst erop dat bij de herziening van het algemeen preferentiestelsel het beginsel van beleidssamenhang voor ontwikkeling in acht moet worden genomen en rekening moet worden gehouden met de belangen en problemen van de ontwikkelingslanden; onderstreept dat consequenties moeten worden getrokken uit de financiële, economische, klimaat-, voedsel- en energiecrisis in de vorm van een hervorming van de mondiale handelsregels, met inbegrip van een hervorming van de handelsbeschermingsinstrumenten om sociale en milieudumping aan te pakken;

Resultaat

42. dringt er bij de Commissie op aan haar rechten en plichten uit te oefenen om inbreukprocedures aan te spannen tegen lidstaten die een verplichting op grond van het EU-recht niet zijn nagekomen; herinnert eraan dat de uit hoofde van de Verdragen aan de Commissie toevertrouwde discretionaire bevoegdheid om inbreukprocedures te leiden moet worden uitgeoefend met inachtneming van de rechtsstaat, de verplichting van transparantie en openheid en het beginsel van proportionaliteit, en nooit het hoofddoel van deze bevoegdheid, namelijk de tijdige en juiste toepassing van het EU-recht, in gevaar mag brengen; dringt er bij de Commissie op aan te waarborgen dat burgers/klagers niet worden uitgesloten als het gaat om de naleving van het EU-recht en verzoekt de Commissie een voorstel in te dienen voor een procedurecode in de vorm van een verordening overeenkomstig de nieuwe rechtsgrondslag van artikel 298 VWEU waarin wordt gevraagd om een "open, doeltreffend en onafhankelijk Europees ambtenarenapparaat";

43. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie.

Laatst bijgewerkt op: 1 juli 2011Juridische mededeling