Procedure : 2011/2814(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0492/2011

Ingediende teksten :

B7-0492/2011

Debatten :

PV 15/09/2011 - 2
CRE 15/09/2011 - 2

Stemmingen :

PV 15/09/2011 - 6.5
CRE 15/09/2011 - 6.5

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0389

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 121kDOC 70k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0490/2011
12.9.2011
PE472.673v01-00
 
B7-0492/2011

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de hongersnood in Oost-Afrika


Reinhard Bütikofer, Franziska Keller, Michail Tremopoulos, Raül Romeva i Rueda, Judith Sargentini, Jean Lambert namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de hongersnood in Oost-Afrika  
B7‑0492/2011

Het Europees Parlement,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de droogte in de Hoorn van Afrika meer dan 12 miljoen mensen treft; overwegende dat vooral Somalië, Oost-Kenia, Zuid-Oost Ethiopië, Djibouti en delen van Oeganda met de droogte te maken hebben, waarbij Centraal- en Zuid-Somalië het zwaarst worden getroffen;

B.  overwegende dat volgens de UNHCR bijna de helft van de 7,5 miljoen inwoners van Somalië de gevolgen van de droogte ondervindt, en dat een kwart van de bevolking een goed heenkomen heeft gezocht in buurlanden;

C. overwegende dat de hongersnood en de droogte in Somalië met name nog zijn verergerd door gevechten tussen verschillende clans over de controle over hulpbronnen en door banditisme, waarbij al sinds 1991 geen functionerende overheid meer bestaat;

D. overwegende dat de voortdurende onveiligheid in Somalië de mogelijkheden van hulpverleners om humanitaire hulp te bieden beperkt;

E.  overwegende dat de hongersnood in de Hoorn van Afrika niet uitsluitend terug te voeren is op de droogte, omdat een aantal andere onderling verbonden complexe kwesties de honger veroorzaken, zoals klimaatverandering en milieuvervuiling; burgeroorlog en politieke instabiliteit; regionale rivaliteit tussen staten, voortvloeiend uit lokale en nationale politieke conflicten; gebrek aan investeringen in de landbouw voor lokale consumptie en de aankoop van landbouwgrond door buitenlandse investeerders met steun van de overheid; stijging van de basisvoedselprijzen;

F.  overwegende dat volgens een rapport van het milieuprogramma van de VN (UNEP) een zeer groot aantal illegale ladingen giftig afval, waarvan de inhoud naar buiten lekt, aan de Somalische kust is gestort, waarbij de gezondheid van de lokale bevolking en het milieu volkomen zijn genegeerd, en dat het afval de menselijke gezondheid en het milieu in de regio onherstelbare schade toebrengt, wat een flagrante schending van de mensenrechten inhoudt;

1.  verwelkomt de snelle reactie van de EU op de hongersnood in de Hoorn van Afrika; wijst erop dat de Commissie een bedrag van 97,47 miljoen EUR aan humanitaire hulp aan de Hoorn van Afrika heeft toegewezen en voorbereidingen treft om de steun nog te verhogen, met als doel om de humanitaire steun aan de door de droogte getroffen bevolking dit jaar op 158 miljoen EUR te brengen;

2.  verzoekt de regeringen van de EU en de Hoorn van Afrika om de noodhulp te koppelen aan wederopbouw en een omvattend langlopend programma met specifieke aandacht voor de landbouwsector, teneinde de voedselveiligheid te garanderen;

3.  dringt er bij de Commissie op aan samen met nationale regeringen, lokale autoriteiten en organisaties uit het maatschappelijk middenveld programma's op te zetten om te kunnen beschikken over capaciteit voor rampenpreventie en respons bij rampen;

4.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de landroof in Afrika, die de lokale voedselveiligheid bedreigt; verzoekt de regeringen in de Hoorn van Afrika en de EU te analyseren welke gevolgen de verkoop van landbouwgrond heeft voor de armoede en de honger op het platteland; dringt er bij de Commissie op aan de kwestie van landroof op nemen in de beleidsdialoog met de ontwikkelingslanden, teneinde de beleidssamenhang op nationaal en internationaal niveau te vergroten;

5.  wijst erop dat een oplossing voor de droogte en de hongersnoodramp in de Hoorn van Afrika als geheel en in Somalië in het bijzonder alleen mogelijk is indien de onderliggende economische, milieu- en veiligheidsproblemen worden aangepakt door zowel de lokale actoren als de internationale gemeenschap;

6.  roept alle partijen in Somalië op het geweld te staken, de mensenrechten en de individuele vrijheid volledig te eerbiedigen en hun geschillen opzij te zetten; roept alle Somalische leiders van de oppositie op de duidelijke wil te tonen vrede te bereiken en een werkelijk proces van nationale verzoening te bewerkstelligen door constructieve betrekkingen met de Somalische transnationale instellingen aan te gaan;

7.  wijst erop dat de Europese Unie geen politieke strategie heeft geformuleerd voor de Hoorn van Afrika; wijst erop dat een hierop gericht strategisch document was opgesteld door de Europese dienst voor extern optreden, maar dat dit document door een aantal ministers van Buitenlandse Zaken van de EU op hun vergadering van 18 maart 2011 is verworpen; verzoekt om de opstelling van de EU-strategie voor de regio, waarin de politieke doelstellingen en de afzonderlijk te nemen stappen worden geformuleerd, en wordt uiteengezet hoe de afzonderlijke humanitaire, ontwikkelings-, veiligheids- en militaire maatregelen met elkaar samenhangen en hoe de onderlinge prioriteiten hiervoor zijn verdeeld, ook op financieel gebied;

8.  verzoekt de HV/VV het vredesproces van Djibouti kritisch te evalueren, met name tegen de achtergrond van de recente unilaterale uitbreiding van de voorlopige federale instellingen, en te overwegen een team van bemiddelaars op te richten waarvan de leden het vertrouwen genieten van een groot deel van de actoren in Somalië, waaronder vrouwenorganisaties, en die in staat worden gesteld een grote verscheidenheid aan Somalische actoren aan de onderhandelingstafel te krijgen; verzoekt de HV/VV tevens om tegelijkertijd een proces op te starten om actoren van het Somalische maatschappelijk middenveld zowel binnen als buiten het land in de gelegenheid te stellen een reguliere en doorlopende discussie te voeren over mogelijke oplossingen voor de politieke problemen in het land; verzoekt de HV/VV deze twee processen aan elkaar te koppelen, met als voorbeeld het succesvolle vredesproces van 2000 tot 2005 in Soedan;

9.  neemt nota van operatie Atalanta, de missie van de zeemacht van de Europese Unie, voor de kost van Somalië; wijst erop dat EUNAVOR Atalanta en andere zeemissies, zoals Operation Ocean Shield van de NAVO, alleen maar kunnen dienen om piraterij te voorkomen en in te dammen, terwijl de diepere oorzaken van het probleem aan land moeten worden aangepakt; wijst erop dat ondanks aanzienlijke financiële bijdragen van 1,2 tot 2 miljard EUR voor zeemissies rond de Hoorn van Afrika de piraterij de afgelopen jaren en maanden alleen maar is toegenomen; wijst met bezorgdheid op een toenemend gebruik van geweld door de piraten tegen ongewapende civiele vaartuigen, maar ook door de zeemacht van de EU en van derde landen; wijst erop dat piraten behandeld moeten worden als criminelen en dat meer in het werk moet worden gesteld om gevangen genomen piraten voor het gerecht te brengen;

10. verwelkomt het recente rapport van Jack Lang, speciaal adviseur van de secretaris-generaal van de VN, inzake juridische kwesties met betrekking tot de piraterij voor de kust van Somalië en roept de HV/VV op zijn voorstellen te steunen met betrekking tot het versterken van de rechtsstaat in Somalië, gericht op een Somaliseren van de gerechtelijke aanpak van piraterij; verzoekt de HV/VV en de lidstaten van de EU te voorkomen dat particuliere beveiligingsondernemingen worden ingezet op burgervaartuigen en dat contra-piraterij wordt geïndustrialiseerd; verzoekt de HV/VV en de Europese Commissie EU-wetgeving te formuleren gericht op het reguleren van de activiteiten van particuliere beveiligingsondernemingen;

11. wijst op het besluit van de Raad van 28 juli 2011 om de opleidingsmissie van de EU voor de Somalische veiligheidstroepen (EUTM Somalia") in Oeganda te verlengen tot eind 2011; wijst met bezorgdheid op het feit dat de EU door middel van EUTM poogt het militaire evenwicht in het land te veranderen zonder te beschikken over een overkoepelende strategie voor de oplossing van het conflict; wijst met bezorgdheid op het feit dat veel van de reeds getrainde Somalische soldaten na hun inzet in het land zijn gedeserteerd, met medeneming van wapens en ander materieel; is bezorgd over het feit dat het de strijdkrachten van de federale overgangsregering ontbreekt aan bevelvoering en controle, alsmede aan een financieel systeem dat het geregeld uitbetalen van salarissen mogelijk maakt; wijst met bezorgdheid op berichten dat overheidstroepen de voedselhulp plunderen die door internationale donoren wordt geleverd aan vluchtelingenkampen in Mogadishu; verzoekt de HV/VV te zoeken naar manieren om de militaire VN-missie AMISON in Somalië te versterken;

12. roept de VN op een diepgaand onderzoek te doen met het oog op het verzamelen van bewijzen van de illegale dumping van giftig afval in de Somalische wateren door buitenlandse partijen, onder meer door water- en grondmonsters te nemen, om te waarborgen dat de milieuvervuiling grondig wordt aangepakt;

13. roept de VN, de Europese Commissie en de HV/VV op verdere acties te ondernemen om de mogelijke gevaren voor de bevolking en het kustmilieu uit de weg te nemen, door op alle niveaus verantwoordelijkheid toe te wijzen en degenen die verantwoordelijk zijn voor deze milieucriminaliteit voor het gerecht te brengen; roept daarnaast de lidstaten van de EU en de Europese Commissie op meer inspanningen te verrichten om de illegale visserij in Somalische wateren te voorkomen en tegen te gaan;

14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Hoge Vertegenwoordiger van de VN, de regeringen van Oost-Afrika en de instellingen van de Afrikaanse Unie.

Laatst bijgewerkt op: 14 september 2011Juridische mededeling