Procedure : 2011/2828(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0526/2011

Ingediende teksten :

B7-0526/2011

Debatten :

PV 27/09/2011 - 13
CRE 27/09/2011 - 13

Stemmingen :

PV 29/09/2011 - 10.2

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0429

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 114kWORD 61k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0525/2011
27.9.2011
PE472.709v01-00
 
B7-0526/2011

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Palestina


José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Elmar Brok, Ioannis Kasoulides, Gabriele Albertini, Tokia Saïfi, Hans-Gert Pöttering, Mario Mauro, Othmar Karas, Roberta Angelilli, Arnaud Danjean, Laima Liucija Andrikienė, Salvatore Iacolino, Dominique Vlasto namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Palestina  
B7‑0526/2011

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over het Midden-Oosten,

–   gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 18 juli 2011,

–   gezien de verklaringen van het Midden-Oosten Kwartet,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Mahmoud Abbas, president van de Palestijnse Autoriteit tijdens de 66ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft gevraagd om erkenning van de staat Palestina en lidmaatschap van de Verenigde Naties;

B.  overwegende dat ministers van Buitenlandse Zaken op een niet-officiële bijeenkomst op 2 en 3 september 2011 uiteenlopende standpunten hebben ingenomen tijdens de bespreking van het vredesproces in het Midden-Oosten en desbetreffende diplomatieke initiatieven die werden overwogen tijdens de septemberzitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties;

1.  verzoekt de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter van de Commissie en de regeringen van de lidstaten van de EU te doen wat zij kunnen om een gezamenlijk EU-standpunt te bepalen over het verzoek van de Palestijnse Autoriteit om lidmaatschaap van de VN, en onenigheid tussen lidstaten te voorkomen;

2.  wijst erop dat de rechtstreekse onderhandelingen over een tweestatenoplossing tussen Israëliërs en Palestijnen onverwijld en aan de hand van vooraf gemaakte afspraken over termijnen moeten worden hervat met het oog op een oplossing voor de onaanvaardbare status quo;

3.  wijst erop dat eventueel hieruit voortvloeiende resoluties de waardigheid van beide partijen niet mogen aantasten;

4.  benadrukt opnieuw dat het van belang is een rechtvaardige en duurzame vrede tot stand te brengen in het Midden-Oosten en in het bijzonder tussen Israëliërs en Palestijnen; verzoekt beide partijen onverwijld rechtstreekse onderhandelingen te hervatten in het kader van overeengekomen stappenplannen voor vrede, om te komen tot een omvattende overeenkomst op de grondslag van het bestaan van twee democratische, soevereine en levensvatbare staten wier bevolking overeenkomstig de desbetreffende resoluties van de VN-veiligheidsraad woont binnen veilige en internationaal erkende grenzen; verzoekt beide partijen geen verdere belemmeringen of excuses aan te voeren om de onderhandelingen niet te hervatten; verzoekt beide partijen te voorkomen dat er maatregelen worden genomen die het vooruitzicht op een tweestatenoplossing kunnen ondergraven; vraagt de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse leiders hun uiterste best te doen om een eind te maken aan de veelvuldige aanvallen met Qassam-raketten die vanuit de Gazastrook zonder specifiek doel worden afgevuurd op Israëlisch grondgebied; verzoekt de Israëlische regering een eind te maken aan de uitbreiding van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jerusalem;

5.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Knesset en de Israëlische regering, de president van de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse Wetgevende Raad.

Laatst bijgewerkt op: 28 september 2011Juridische mededeling