Procedure : 2011/2828(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0527/2011

Ingediende teksten :

B7-0527/2011

Debatten :

PV 27/09/2011 - 13
CRE 27/09/2011 - 13

Stemmingen :

PV 29/09/2011 - 10.2

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0429

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 119kWORD 63k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0525/2011
27.9.2011
PE472.710v01-00
 
B7-0527/2011

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Palestina


Véronique De Keyser, Hannes Swoboda, Kader Arif, Pino Arlacchi, Emine Bozkurt, Proinsias De Rossa, Roberto Gualtieri, Richard Howitt, Maria Eleni Koppa, Wolfgang Kreissl-Dörfler, María Muñiz De Urquiza, Pier Antonio Panzeri, Kristian Vigenin, Boris Zala, Raimon Obiols namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Palestina  
B7‑0527/2011

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over het Midden-Oosten,

–   gezien de conclusies van de Raad van 8 december 2009 over het vredesproces in het Midden-Oosten,

–   gezien de relevante VN-resoluties, in het bijzonder resolutie 181 (1947) van de Algemene Vergadering van de VN, en resoluties 242 (1967), 338 (1973), 1397 (2002), 1515 (2003) en 1850 (2008) van de VN-Veiligheidsraad,

–   gezien de verklaring van het Midden-Oostenkwartet van 23 september 2011,

–   gezien het IMF-rapport ter voorbereiding van de bijeenkomst op 18 september 2011 van het ad-hocverbindingscomité over de recente ervaringen en de vooruitzichten van de economie van de westelijke Jordaanoever en de Gazastrook,

–   gezien het Economic Monitoring Report van de Wereldbank voor het ad-hocverbindingscomité over het opbouwen van de Palestijnse staat getiteld "Sustaining Growth, Institutions, and Service Delivery" van 13 april 2011,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Algemene Vergadering van de VN in haar resolutie 181 van 29 november 1947 besloot twee staten te creëren op het grondgebied van het voormalige Mandaat voor Palestina;

B.  overwegende dat de EU herhaaldelijk haar steun heeft bevestigd voor de tweestatenoplossing, met de staat Israël en een onafhankelijke, democratische, aangrenzende en levensvatbare staat Palestina die zij aan zij leven in vrede en veiligheid, heeft opgeroepen tot de hervatting van directe vredesgesprekken tussen Israël en de Palestijnen en heeft verklaard dat geen andere wijzigingen van de grenzen van vóór 1967, inclusief met betrekking tot Jeruzalem, zullen worden erkend dan degene die door de partijen zijn overeengekomen;

C. overwegende dat de successen van president Mahmoud Abbas en premier Salam Fayyad bij het opbouwen van staatsstructuren door verschillenden internationale actoren, waaronder het Midden-Oostenkwartet, het ad-hocverbindingscomité, het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank, zijn erkend;

D. overwegende dat president Mahmoud Abbas op 23 september 2011 aan secretaris-generaal Ban Ki-moon van de VN het verzoek van Palestina heeft overhandigd om lid te worden van de Verenigde Naties;

E.  overwegende dat het onvervreemdbare recht van de Palestijnen op zelfbeschikking en een eigen staat onaanvechtbaar is, net als het bestaansrecht van Israël;

1.  herhaalt de tweestatenoplossing krachtig te steunen, met als basis de grenzen van 1967 en Jeruzalem als hoofdstad van beide staten, waarbij de staat Israël en een onafhankelijke, democratische, aangrenzende en levensvatbare staat Palestina zij aan zij leven in vrede en veiligheid;

2.  erkent en is verheugd over het succes van de inspanningen die de Palestijnse president Mahmoud Abbas en de Palestijnse premier Salam Fayyad hebben geleverd met betrekking tot de opbouw van een staat, die zijn aangemoedigd en ondersteund door de EU en goedgekeurd door diverse internationale spelers, en is op grond hiervan van oordeel dat Palestina nu een soevereine staat kan zijn;

3.  steunt de wens van het Palestijnse volk om als een staat in de Verenigde Naties vertegenwoordigd te zijn en verzoekt de lidstaten deze wens eensgezind te steunen; steunt daarom de aanvraag die president Mahmoud Abbas op 23 september 2011 bij secretaris-generaal Ban Ki-moon van de VN heeft ingediend;

4.  verzoekt tegelijkertijd de internationale gemeenschap, met inbegrip van de EU en de EU-lidstaten, zich opnieuw met klem toegewijd te verklaren aan de veiligheid van de staat Israël;

5.  onderstreept eens te meer dat vreedzame en geweldloze middelen de enige manier zijn om tot een duurzame oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict te komen; waarschuwt tegen strafmaatregelen tegen de Palestijnen, zoals reducering van steun of het niet overdragen van belastinginkomsten, in reactie op de aanvraag voor het VN-lidmaatschap;

6.  dringt aan op de onmiddellijke hervatting van rechtstreekse en inhoudelijke vredesgesprekken op basis van de internationaal erkende parameters en volgens een tijdschema dat door beide partijen is overeengekomen, aangezien alleen een via onderhandelingen tot stand gekomen akkoord tussen beide partijen voor blijvende vrede en veiligheid voor Israëli's en Palestijnen kan zorgen; onderstreept eens te meer dat alle stappen die de kansen op een via onderhandelingen tot stand te brengen akkoord kunnen ondermijnen, in het bijzonder de bouw van nederzettingen op de westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem, moeten worden vermeden en dat geen andere wijzigingen van de grenzen van vóór 1967, inclusief met betrekking tot Jeruzalem, zullen worden erkend dan degene die door de partijen zijn overeengekomen; is in dit verband van oordeel dat het nieuwe initiatief van het Midden-Oosten Kwartet van 23 september 2011 een veelbelovende bijdrage aan de vredesinspanningen vormt;

7.  dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan in het kader van de inspanningen om tot een rechtvaardige en duurzame vrede tussen Israëli's en Palestijn te komen een eensgezind standpunt in te nemen en een actieve rol te vervullen, onder meer in het Midden-Oosten Kwartet;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN, de afgezant van het Midden-Oosten Kwartet, de Knesset en de regering van Israël, de president van de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse Wetgevende Raad.

Laatst bijgewerkt op: 28 september 2011Juridische mededeling