Procedure : 2011/2881(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0545/2011

Ingediende teksten :

B7-0545/2011

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/10/2011 - 8.6
CRE 27/10/2011 - 8.6

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0471

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 117kDOC 65k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0542/2011
24.10.2011
PE472.742v01-00
 
B7-0545/2011

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Egypte en Syrië, met name die van de christelijke gemeenschappen


Fiorello Provera, Niki Tzavela, Jaroslav Paška, Lorenzo Fontana, Oreste Rossi, Nikolaos Salavrakos, Rolandas Paksas namens de EFD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Egypte en Syrië, met name die van de christelijke gemeenschappen  
B7‑0545/2011

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over het Europees-mediterrane partnerschap,

–   gezien zijn resoluties over de situatie van christelijke gemeenschappen,

–   gezien de verklaring van Barcelona van november 1995,

–   gezien de recente verklaringen van de Europese Raad en de HV/VV over de situatie in Egypte,

–   gezien het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984,

–   gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers,

–   gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van de VN, door Egypte geratificeerd in 1982,

–   gezien de verklaring die Catherine Ashton, de hoge vertegenwoordiger van de EU, heeft afgelegd over het geweld in Egypte,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat op 9 oktober 25 mensen zijn gedood en 320 gewond zijn geraakt nadat Egyptische soldaten Koptisch-christelijke demonstranten aanvielen die demonstreerden bij het gebouw van de staatsmedia in Maspero, Cairo, en daarbij eisten dat het interimbestuursorgaan van Egypte, de Opperste Raad van de Strijdkrachten (SCAF), de Koptische gemeenschappen voldoende bescherming zou bieden na de aanval op een kerk in de provincie Aswan op 30 september;

B.  overwegende dat de christelijke gemeenschap in Egypte het doelwit is geweest van een aantal geruchtmakende aanvallen, onder meer op een kerk in Alexandrië op 1 januari, waarbij 23 mensen zijn gedood, en de brandstichting van drie Koptische kerken in Imbaba op 7 mei, waarbij 15 mensen zijn gedood en meer dan 200 gewond zijn geraakt;

C.  overwegende dat Koptische christenen klagen over een toenemende marginalisering en groeiende sektarische spanningen, verergerd door radicale islamitische groeperingen als de Salafisten en Gama'a al-Islamiyya;

D.  overwegende dat christenen naar schatting tien procent uitmaken van de Egyptische bevolking van 80 miljoen, maar dat sinds maart 93 000 christenen het land zijn ontvlucht en dat dit aantal naar verwachting eind dit jaar zal zijn opgelopen tot 200 000;

E.  overwegende dat de verslechterende veiligheidssituatie in Egypte heeft geleid tot aanvallen op de Israëlische ambassade en de gedwongen uitzetting van de Israëlische ambassadeur;

F.  overwegende dat de instabiliteit in het land zou kunnen leiden tot een stijging van het aantal illegale Egyptische immigranten naar Europa;

1.  uit ernstige bezorgdheid over de verslechterende situatie in Egypte en veroordeelt ten scherpste diegenen die aanzetten tot vijandelijkheden;

2.  benadrukt het belang van Egypte voor de stabiliteit in het Midden-Oosten en blijft uiterst bezorgd over het vooruitzicht van een radicalisering van het Egyptische politieke klimaat en de gevolgen daarvan voor de leefomstandigheden van christenen en andere kwetsbare minderheden; benadrukt het belang van een stabiel Egypte voor de veiligheid van de energievoorziening van Europa en andere regio's in de wereld;

3.  stelt vast dat het leger, de interim-machthebber totdat verkiezingen zijn gehouden, op buitenproportionele wijze heeft gereageerd op de protesten in het district Maspero; roept op tot de onmiddellijke oprichting van een onafhankelijke onderzoekscommissie die de gebeurtenissen van 9 oktober nader moet onderzoeken;

4.  dringt er bij de Egyptische autoriteiten op aan dat zij aan de wensen van het Egyptische volk voldoen door politieke hervormingen door te voeren; roept alle betrokken partijen op zich terughoudend op te stellen en deel te nemen aan een open, eerlijk en democratisch proces in de aanloop naar de verkiezingen van 28 november;

5.  is het eens met het standpunt van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid dat democratie meer inhoudt dan de mogelijkheid te stemmen en verkiezingen te houden, dat de Europese geschiedenis de noodzaak laat zien van werkelijke democratie in plaats van schijndemocratie en dat de eerbiediging van de rechtsstaat, de vrijheid van meningsuiting, een onafhankelijk gerechtelijk apparaat en onpartijdig bestuur hiervoor van wezenlijk belang zijn;

6.  verzoekt de Europese Commissie op te treden ter bescherming van de religieuze minderheden in Egypte, met name de Koptische christenen;

7.  is van mening dat het overgangsproces in gang moet worden gezet in overeenstemming met de verplichtingen van Egypte uit hoofde van het internationale recht en de internationale verbintenissen van het land, met name de vredesovereenkomst met de staat Israël; benadrukt dat de associatieovereenkomst als basis moet dienen voor de huidige en toekomstige betrekkingen tussen de EU en Egypte; wijst erop dat indien Egypte zijn internationale verbintenissen schendt, dit gevolgen zal hebben voor zijn betrekkingen met de Europese Unie;

8.  benadrukt het recht van alle burgers op vrij en vreedzaam betogen, onder bescherming van wetshandhavingsautoriteiten, en veroordeelt elke poging om een vrije informatiestroom te beperken, met inbegrip van aanvallen op en intimidatie van journalisten en mensenrechtenactivisten; benadrukt dat aan de democratische wensen van de burgers moet worden tegemoet gekomen door middel van een dialoog en politieke hervormingen met volledige eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, evenals door middel van vrije en eerlijke verkiezingen; verzoekt alle partijen om met dat doel voor ogen een substantiële dialoog aan te gaan;

9.  is van mening dat de versterking van de regionale stabiliteit in het Middellandse Zeegebied van wezenlijk belang is om migratiestromen naar Europa te voorkomen en verzoekt de hoge vertegenwoordiger maatregelen te ontwikkelen gericht op Europese ondersteuning van het overgangs- en transformatieproces (versterking van de democratische instellingen, bevordering van democratisch bestuur en sociale rechtvaardigheid, en ondersteuning van de voorbereiding van vrije en eerlijke verkiezingen en van het verkiezingsproces zelf) en ervoor te zorgen dat zowel het Europees nabuurschapsbeleid als de Unie voor het Middellandse Zeegebied deze doelen nastreven;

10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en het parlement van Egypte, de regeringen en parlementen van de lidstaten en van de derde landen in het Middellandse Zeegebied die partij zijn bij de Unie voor het Middellandse Zeegebied, alsmede aan de voorzitter van de Euromediterrane Parlementaire Vergadering.

Laatst bijgewerkt op: 30 mei 2012Juridische mededeling