Procedure : 2011/2958(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0730/2011

Ingediende teksten :

B7-0730/2011

Debatten :

PV 14/12/2011 - 20
CRE 14/12/2011 - 20

Stemmingen :

PV 15/12/2011 - 9.9
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0587

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 121kDOC 69k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0727/2011
13.12.2011
PE479.429v01-00
 
B7-0730/2011

naar aanleiding van vragen voor mondeling antwoord B7‑0673/2011 en B7‑0674/2011

ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement


over het vrije verkeer van werknemers binnen de Europese Unie (2011/2958(RSP))


Marian Harkin, Renate Weber, Filiz Hakaeva Hyusmenova namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het vrije verkeer van werknemers binnen de Europese Unie (2011/2958(RSP))  
B7‑0730/2011

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn resolutie van 25 oktober 2011 over bevordering van de mobiliteit van werknemers in de Europese Unie(1),

–   gezien de artikelen 21, 45 en 47 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de artikelen 15, 21, 29, 34 en 45 van het Handvest van de grondrechten,

–   gezien artikel 151 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap, gecodificeerd in Verordening (EU) nr. 492/2011(2),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 6 december 2007, getiteld "Mobiliteit, een instrument voor meer en betere banen: het Europees actieplan voor arbeidsmobiliteit (2007-2010)" (COM(2007)0773),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 18 november 2008 over het effect van het vrije verkeer van werknemers in de context van de uitbreiding van de EU (COM(2008)0765),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 13 juli 2010 getiteld "Het vrije verkeer van werknemers opnieuw garanderen: rechten en belangrijkste ontwikkelingen" (COM(2010)0373),

–   gezien zijn resolutie over de overgangsregeling die het vrij verkeer van werknemers op de arbeidsmarkten van de Europese Unie beperkt,

–  gezien het verslag van de Commissie aan de Raad over het functioneren van de overgangsregelingen inzake vrij verkeer van werknemers uit Bulgarije en Roemenië (COM(2011)729 def.),

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité getiteld "De resterende obstakels voor de mobiliteit op de interne arbeidsmarkt in kaart gebracht",

–   gelet op de artikelen 115, lid 5, en 100, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het recht om in een ander land van de Unie te wonen en werken een van de fundamentele vrijheden van de EU is en een fundamenteel bestanddeel vormt van het Europees burgerschap zoals door de Verdragen erkend, terwijl twee lidstaten nog steeds worden geconfronteerd met belemmeringen wat betreft het verrichten van arbeid in een andere lidstaat;

B.  overwegende dat, volgens recente statistieken, mobiele werknemers uit Roemenië en Bulgarije die op het grondgebied van een andere lidstaat verblijven, 0,6% van de totale EU-bevolking vertegenwoordigen;

C. overwegende dat Roemeense en Bulgaarse werknemers eind 2010 hebben gezorgd voor een groei van het BNP met 3% voor de EU in haar geheel, en meer specifiek met 1,7% in Spanje en 1,3% in Italië;

D. overwegende dat de instroom van Roemeense en Bulgaarse werknemers in de gastlanden positief heeft uitgewerkt doordat zij in beroepen en sectoren werkzaam zijn waar tekorten bestonden;

E.  overwegende dat de Commissie in haar jongste mededeling stelt dat de kans dat mobiele werknemers uit Roemenië en Bulgarije zich in de economisch productieve periode van hun leven bevinden veel groter is dan hetgeen voor de autochtone bevolking geldt, aangezien 65 % van de mobiele werknemers in de werkende leeftijd uit de EU-2 jonger is dan 35 jaar, tegen slechts 34 % voor de beroepsbevolking in de EU-15;

F.  overwegende dat recente cijfers van Eurostat uitwijzen dat migrerende werknemers uit Roemenië en Bulgarije geen significant effect op de lonen en werkloosheidscijfers van de gastlanden hebben;

G. overwegende dat mobiliteitsstromen voornamelijk door de vraag naar arbeid worden gestuurd en dat tijdelijke beperkingen bij mismatches in vraag en aanbod op de arbeidsmarkt de economische ontwikkeling van Europese bedrijven kunnen belemmeren en het recht om op het grondgebied van een andere lidstaat te werken en verblijven uithollen;

H. overwegende dat het vrij verkeer van werknemers een positief sociaal-economisch voorbeeld voor de EU en de lidstaten vormt en een mijlpaal betekent voor integratie, economische ontwikkeling, sociale cohesie en individuele verbetering in het arbeidsleven in de EU, en tevens een tegenwicht biedt voor de ongunstige effecten van de economische crisis en tot versterking van de economische kracht leidt waarmee de mondiale veranderingen opgevangen kunnen worden;

I.   overwegende dat de recente maatschappelijke ontwikkelingen, met name als gevolg van industriële veranderingen, globalisering, nieuwe arbeidspatronen, demografische veranderingen en ontwikkelingen op vervoersgebied, een grotere mate van mobiliteit van werknemers vergen;

J.   overwegende dat volgens de mededeling van de Commissie van 11 november 2011 mobiele werknemers uit Roemenië en Bulgarije een positief effect hebben gehad op de economieën van de lidstaten die deze mobiele werknemers hebben opgenomen;

K. overwegende dat migratie in de EU politiek heel gevoelig ligt en dat het essentieel is ervoor te zorgen dat alle Europese burgers dezelfde rechten en verantwoordelijkheden krijgen;

L.  overwegende dat de Commissie in haar jongste mededeling stelt dat de arbeidsmarktverstoringen waarmee een aantal lidstaten momenteel te maken hebben, te wijten zijn een breed scala aan factoren, met name de financiële en economische crisis en structurele problemen op de arbeidsmarkt, en niet zozeer aan de instroom van Roemeense en Bulgaarse werknemers;

M. overwegende dat de Roemeense en Bulgaarse werknemers slechts 1% van alle werklozen (leeftijdsgroep 15-64) in de EU uitmaken, terwijl het percentage werknemers uit derde landen 4,1% bedraagt;

N. overwegende dat in de huidige economische malaise de overmakingen van mobiele werknemers naar hun thuisland netto positief kunnen uitwerken op de betalingsbalans van die landen;

1.  is van oordeel dat de mobiliteit van werknemers in de EU nooit beschouwd mag worden als een bedreiging voor de interne arbeidsmarkten;

2. verzoekt de lidstaten de bestaande overgangsregelingen in te trekken, aangezien er geen echte economische redenen zijn om het recht van Roemenen en Bulgaren om het grondgebied van een andere lidstaat te werken of te verblijven, te beperken;

3.  verzoekt de Raad zich terdege te bezinnen op de jongste mededeling van de Europese Commissie wanneer hij oordeelt of tijdelijke beperkingen een nuttige en noodzakelijke maatregel zijn;

4.  verzoekt de Commissie om een duidelijke definitie van "ernstige verstoring van arbeidsmarkten";

5.  verzoekt de Commissie te verduidelijken met welke op economische en sociale indicatoren gebaseerde indicatoren en methoden kan worden aangetoond dat er duidelijk behoefte is aan verlenging van tijdelijke beperkingen die de lidstaten opleggen, omdat de negatieve gevolgen voor hun nationale arbeidsmarkten veroorzaakt worden door Roemeense en Bulgaarse werkers;

6.  verzoekt de Commissie om de criteria op grond waarvan een lidstaat tijdelijke nationale beperkingen mag blijven hanteren, op de meest transparante wijze bekend te maken, rekening houdend met de gevolgen van een dergelijke beslissing voor de economie van de Europese Unie en de interpretaties die door het Europese Hof van Justitie worden aanvaard wanneer verwezen wordt naar afwijkingen van de fundamentele vrijheden;

7.  verzoekt de lidstaten de definitie, de methoden, de indicatoren en de criteria toe te passen bij het opstellen van kennisgevingen aan de Commissie waarin gevraagd wordt om invoering of verlenging van tijdelijke beperkingen;

8.  verzoekt de Commissie en de lidstaten erop toe te zien dat het arbeidsrecht strikt wordt nageleefd, opdat gelijke behandeling van alle EU-werknemers en een eerlijke concurrentie tussen bedrijven gewaarborgd wordt en economische en sociale dumping wordt vermeden;

9.  verzoekt de EU-25 het nodige overleg te plegen met de werkgevers- en werknemersorganisaties alvorens te besluiten om overgangsregelingen betreffende de vrijheid van verkeer van werknemers uit Roemenië en Bulgarije te beëindigen of te verlengen;

10. verzoekt de lidstaten die voornemens zijn de beperkingen op de arbeidsmarkt voor Roemeense en Bulgaarse werknemers te handhaven, op duidelijke en transparante wijze alle sociaal-economische indicatoren aan te geven op basis waarvan zij geconcludeerd hebben dat geografische mobiliteit tot ernstige verstoring van hun nationale arbeidsmarkt leidt;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA-PROV(2011)0455.

(2)

PB L 141, 27.5.2011, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 14 december 2011Juridische mededeling