Procedure : 2012/2505(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0056/2012

Ingediende teksten :

B7-0056/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/02/2012 - 8.6

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0054

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 126kDOC 69k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0052/2012
8.2.2012
PE479.483v01-00
 
B7-0056/2012

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de komende presidentsverkiezingen in Rusland op 4 maart 2012 en de uitslag van de verkiezingen voor de Doema van 4 december 2011 (2012/2505(RSP))


José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ria Oomen-Ruijten, Elmar Brok, Ioannis Kasoulides, Mario Mauro, Tokia Saïfi, Traian Ungureanu, Cristian Dan Preda, Jacek Protasiewicz, Krzysztof Lisek, Inese Vaidere, Francisco José Millán Mon, Elena Băsescu, Laima Liucija Andrikienė, Paweł Zalewski, Alojz Peterle, Filip Kaczmarek, Nadezhda Neynsky, Arnaud Danjean, Lena Kolarska-Bobińska, Jacek Saryusz-Wolski, Joachim Zeller, Vytautas Landsbergis namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de komende presidentsverkiezingen in Rusland op 4 maart 2012 en de uitslag van de verkiezingen voor de Doema van 4 december 2011 (2012/2505(RSP))  
B7‑0056/2012

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere verslagen en resoluties over Rusland, met name de resolutie van 14 december 2011 over de verkiezingen voor de Doema(1) en de resolutie van 7 juli 2011 over de voorbereidingen voor de verkiezingen voor de Doema in december 2011(2),

–   gezien het Final Observation Report van de OVSE/ODIHR van 12 januari over de parlementsverkiezingen van 4 december 2011,

–   gezien het Final Observation Report van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) van 23 januari 2012 over de Russische parlementsverkiezingen en de verklaring van de delegatie die Rusland na de verkiezingen heeft bezocht van 21 januari 2012,

–   gezien de verklaring van 6 december 2011 van Catherine Ashton, hoge vertegenwoordiger van de EU, over de verkiezingen voor de Russische Doema en haar toespraak van 14 december 2011 in Straatsburg over de top EU-Rusland,

–   gezien de verklaring van de voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy van 15 december 2011 na afloop van de top EU-Rusland,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Russische bevolking na de parlementsverkiezingen van 4 december 2011 in een aantal massale demonstraties uiting heeft gegeven aan haar roep om meer democratie, vrije en eerlijke verkiezingen en een alomvattende hervorming van het verkiezingssysteem;

B.  overwegende dat de Russische Federatie een volwaardig lid van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa is en zich heeft verplicht tot naleving van de democratische beginselen en eerbiediging van de grondrechten; overwegende dat er ernstige bezorgdheid blijft bestaan over de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de rechtsstaat, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en over repressieve maatregelen tegen journalisten en de oppositie;

C. overwegende dat het Europees Hof voor de rechten van de mens op 12 april 2011 zijn veroordeling heeft uitgesproken over de omslachtige procedure voor de registratie van politieke partijen in Rusland, die niet voldoet aan de verkiezingsnormen die de Raad van Europa en de OVSE hebben vastgesteld; overwegende dat het hanteren van beperkingen voor de registratie van politieke partijen en kandidaten de politieke concurrentie en diversiteit in Rusland niet ten goede komt;

D. overwegende dat recentelijk geprobeerd is de verkiezingswetgeving te verbeteren, maar dat de regels in het algemeen nog altijd veel te ingewikkeld zijn en dat de inconsistente toepassing van de regels de oppositie discrimineert;

E.  overwegende dat eerste minister Vladimir Putin op 6 februari 2012 heeft verklaard dat het politieke leven in Rusland behoefte heeft aan democratisering, met name door de ontwikkeling van directe democratie en de bestrijding van corruptie;

F.  overwegende dat volgens het Final Observation Report van de OVSE/ODIHR bij de parlementsverkiezingen van 4 december 2011 de normen inzake vrije en eerlijke verkiezingen niet zijn gerespecteerd en dat er sprake was van convergentie tussen de staat en de regerende partij, in combinatie met een in onvoldoende mate onafhankelijke verkiezingsadministratie, partijdige media en staatsinterventies op verschillende niveaus;

G.  overwegende dat de parlementsverkiezingen volgens het verslag van de OVSE/ODIHR zijn gekenmerkt door een groot aantal aantijgingen van vervalsing, waaronder procedurele fouten, kennelijke gevallen van manipulatie en sterke aanwijzingen dat stembussen met valse stembiljetten zijn gevuld;

H. overwegende dat er bij de voorbereidingen van de presidentsverkiezingen voor moet worden gezorgd dat deze vrij en eerlijk verlopen en dat alle kandidaten dezelfde kansen hebben;

1.  neemt nota van de verslagen van de OVSE/ODIHR en de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa over de parlementsverkiezingen in Rusland, waarin staat dat de verkiezingen niet aan de door de OVSE vastgestelde normen hebben voldaan en dat ze zijn gekenmerkt door convergentie van de staat en de regerende partij, procedurele fouten, gevallen van manipulatie en een in onvoldoende mate onafhankelijke verkiezingsadministratie;

2.  neemt er nota van dat er 500 internationale waarnemers waren uitgenodigd voor de parlementsverkiezingen; wijst er evenwel op dat de internationale en nationale verkiezingswaarnemers door inmenging en obstructie niet overal hun werk konden doen;

3.  vreest dat de verkiezingsuitslag (de samenstelling van de Doema) geen verbeteringen mogelijk zal maken wat de rol en het gewicht van de Doema in het Russische politieke systeem betreft;

4.  neemt kennis van het onderzoek dat is verricht naar de vermeende gevallen van fraude en het grote aantal fraude-incidenten en onregelmatigheden dat tot nu toe is gemeld; benadrukt dat de Russische verkiezingswetgeving een klachten- en rectificatieprocedure kent; wijst er evenwel op dat de behandeling van klachten door de centrale verkiezingscommissie niet altijd doorzichtig was en dat niet altijd alle klachten serieus en binnen redelijke termijnen werden afgewikkeld; vraagt de Russische autoriteiten door te gaan met het diepgaand en op transparante wijze onderzoeken van alle meldingen van fraude en intimidatie, en de verantwoordelijken te straffen en de stemming daar waar onregelmatigheden zijn aangetoond over te doen;

5.  neemt nota van de mededeling van president Medvedev dat het politieke systeem grondig zal worden hervormd, waarbij onder andere voor de absoluut noodzakelijke vereenvoudiging van de regels voor de registratie van politieke partijen zal worden gezorgd; dringt erop aan echt werk te maken van de problemen op het gebied van de persvrijheid en de vrijheid van vergadering en van meningsuiting, en een constructieve dialoog met de samenleving aan te gaan zodat de fundamentele mensenrechten als vermeld in de Universele Verklaring van de rechten van de mens de facto worden toegepast; herhaalt dat de EU bereid is op allerlei manieren met Rusland samen te werken teneinde te komen tot een verbetering van de mensenrechten en de grondrechten en tot een doeltreffender en onafhankelijker opererende rechtsstaat in Rusland;

6.  benadrukt dat de vreedzame demonstraties in Rusland aantonen dat de Russische bevolking vrije en eerlijke verkiezingen wil, die Rusland als lid van de OVSE en de Raad van Europa verplicht is te organiseren; roept de EU, en met name de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, op haar steun te betuigen voor de roep van de Russische bevolking om meer transparantie bij de verkiezingen; verzoekt de Russische autoriteiten de recente demonstraties aan te grijpen om de nodige hervormingen door te voeren ten behoeve van meer democratie, politieke inspraak en de rechtsstaat, waaronder een hervorming van de verkiezingswetgeving overeenkomstig de normen van de Raad van Europa en de OVSE; vraagt de Russische autoriteiten in de praktijk aan deze normen te voldoen om in maart vrije en democratische presidentsverkiezingen met gelijke kansen voor alle kandidaten te garanderen;

7.  brengt in herinnering dat de parlementsverkiezingen vooral hebben geleden onder een gebrek aan politiek pluralisme; maakt zich zorgen over het feit dat oppositiekandidaten, onder wie de heer Yavlinsky van Yabloko, niet in de gelegenheid worden gesteld aan de presidentsverkiezingen op 4 maart 2012 deel te nemen, hetgeen neerkomt op een zoveelste ondermijning van de politieke concurrentie en diversiteit; verzoekt de Russische regering een pakket wetgevingsvoorstellen in te dienen om een echt democratisch politiek systeem te ontwikkelen, met hervormingen om de registratieregels voor politieke partijen en presidentskandidaten eenvoudiger te maken en iets te doen aan de prohibitieve toepassing ervan, om vanaf het begin van het registratieproces echte vrije en eerlijke verkiezingen mogelijk te maken;

8.  verzoekt de OVSE, de Raad van Europa en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid voor een follow-up van de onderzoeken naar onregelmatigheden te zorgen en de voorbereiding van de presidentsverkiezingen en de handhaving van de verkiezingsregels nauwkeurig te volgen;

9.  vraagt de Russische autoriteiten een toereikende en effectieve waarneming van de presidentsverkiezingen overeenkomstig de normen van de OVSE/ODIHR en de Raad van Europa mogelijk te maken en internationale, nationale en lokale waarnemers vóór en na de stemming niets in de weg te leggen;

10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Russische Federatie, de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0575.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0335.

Laatst bijgewerkt op: 10 februari 2012Juridische mededeling