Procedure : 2012/2550(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0131/2012

Ingediende teksten :

B7-0131/2012

Debatten :

OJ 14/03/2012 - 75

Stemmingen :

PV 15/03/2012 - 11.5

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0090

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 115kDOC 64k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0131/2012
7.3.2012
PE483.178v01-00
 
B7-0131/2012

naar aanleiding van de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Nigeria (2012/2550(RSP))


Charles Tannock, Peter van Dalen, Tomasz Piotr Poręba, Konrad Szymański, Ryszard Antoni Legutko, Ryszard Czarnecki namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nigeria (2012/2550(RSP))  
B7‑0131/2012

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over Nigeria, en met name die van 6 mei 2010 betreffende de massale gruweldaden in Jos, Nigeria,

–   gezien de verklaringen van hoge vertegenwoordiger Catherine Ashton en haar woordvoerders, in het bijzonder die van 26 december 2011 en 22 januari 2012,

–   gezien de grondwet van de Federale Republiek Nigeria, en met name de bepalingen inzake de bescherming van de godsdienstvrijheid in Hoofdstuk IV – Recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst,

–   gezien de herziene Overeenkomst van Cotonou, en met name artikel 8 daarvan,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat in 1999 een derde van de 36 staten van Nigeria het islamitische strafrecht hebben ingesteld, waardoor de sharia (het islamitische recht) is verheven tot het hoogste wettelijke gezag, en er in feite een staatsgodsdienst is ingesteld, hetgeen strijdig is met de nationale, seculiere grondwet; overwegende dat de sharia-wetgeving bij wijze van sanctie onder meer voorziet in de doodstraf voor "seksuele delicten", amputaties en geseling; overwegende dat de door sharia-rechtbanken gevolgde procedures onverenigbaar zijn met de algemeen aanvaarde internationale normen inzake een eerlijke procesgang en discriminerend zijn voor vrouwen;

B.  overwegende dat uit mensenrechtenrapporten naar voren komt dat het religieus geweld in Noord-Nigeria in 2012 al aan zo'n 1000 mensen het leven heeft gekost;

C. overwegende dat tot de recente gewelddadige gebeurtenissen onder andere een op 26 augustus 2011 gepleegde bomaanslag op een gebouw van de Verenigde Naties in Abuja moet worden gerekend, alsook aanvallen op kerken en religieuze symbolen in heel Nigeria tijdens de kerstperiode van 2011, een golf van aanvallen waarbij ruim 150 burgers zijn omgekomen in Kano, Noord-Nigeria, op 20 januari, en een zelfmoordaanslag op een kerk in Jos op 26 februari 2012;

D. overwegende dat de terroristische organisatie Boko Haram voor een belangrijk deel van het geweld over de afgelopen jaren verantwoordelijk is en dat zij haar aanvallen nog verder opvoert;

E.  overwegende dat militante groepen in het zuiden hebben gedreigd wraak te zullen nemen op islamitische noorderlingen die in het zuiden wonen als de aanvallen op christenen in het noorden niet ophouden;

F.  overwegende dat dit geweld niet alleen wordt veroorzaakt door de etnische en religieuze tegenstellingen, maar ook door de wijdverbreide armoede en ongelijkheid, cliëntelisme en politieke machtsspelletjes; overwegende dat Nigeria weliswaar de op zeven na grootste olieproducent ter wereld is, maar dat de meerderheid van de inwoners van het land onder de armoedegrens leeft,

G. overwegende dat 2012 in Nigeria is ingezet met een aantal landelijke stakingen en massademonstraties tegen overheidscorruptie en de snelle stijging van de brandstofprijzen nadat op de subsidies was gekort;

H. overwegende dat de EU een van de grootste steunverleners van Nigeria is, en dat de Europese Commissie en de federale regering van Nigeria op 12 november 2009 hun handtekening hebben gezet onder het landenstrategiedocument Nigeria-EU en het nationale indicatieve programma voor 2008-2013, in het kader waarvan de EU o.a. projecten zal financieren op het gebied van vrede en veiligheid en de mensenrechten;

1.  veroordeelt met klem de terroristische aanslagen op christelijke gemeenschappen, hun bezittingen en symbolen, alsmede de gewelddadige botsingen en het daaruit voortvloeiende tragische verlies aan mensenlevens; betuigt zijn solidariteit en medeleven met de slachtoffers en hun families;

2.  dringt er bij de federale en nationale overheden op aan meer te doen om kwetsbare gemeenschappen, vooral in de noordelijke en centrale delen van het land – met name de staten Yobe en Bauchi – te beschermen door middel van intensievere regelmatige politiepatrouilles;

3.  is ingenomen met de op federaal en nationaal niveau geleverde inspanningen, die hebben geleid tot de arrestatie van personen waarvan bekend was of is gebleken dat zij bij gewelddadige aanvallen waren betrokken; roept de Nigeriaanse autoriteiten ertoe op een ​​einde te maken aan de straffeloosheid door de daders te vervolgen en ervoor te zorgen dat mensen het recht niet in eigen hand nemen;

4.  roept de Nigeriaanse autoriteiten ertoe op niet alleen te proberen verder geweld te voorkomen, maar zich ook te richten op de onderliggende oorzaken, zoals het almajiri-stelsel, de wijdverbreide armoede, de economische ongelijkheid, de gebrekkige toegang tot vruchtbare landbouwgrond en andere middelen, de corruptie, het politiegeweld en haatpreken;

5.  verzoekt de Nigeriaanse regering op te treden in individuele gevallen van mensen die volgens de sharia zijn berecht en veroordeeld tot de doodstraf, amputatie, geseling of andere onmenselijke en onterende behandelingen die in strijd zijn met de Nigeriaanse grondwet en met de internationale mensenrechtenwetgeving;

6.  spoort de EU ertoe aan haar politieke dialoog met Nigeria in het kader van artikel 8 van de herziene Overeenkomst van Cotonou voort te zetten en in die context met spoed de kwesties te behandelen rond de vrijheden van gedachte, geweten, godsdienst en overtuiging, zoals die zijn vastgelegd in universele, regionale en nationale mensenrechteninstrumenten;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de regering en het parlement van Nigeria.

Laatst bijgewerkt op: 9 maart 2012Juridische mededeling