Procedure : 2012/2619(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0215/2012

Ingediende teksten :

B7-0215/2012

Debatten :

OJ 18/04/2012 - 114

Stemmingen :

PV 20/04/2012 - 10.6
CRE 20/04/2012 - 10.6

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0143

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 123kDOC 70k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0214/2012
18.4.2012
PE486.769v01-00
 
B7-0215/2012

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de juridische zekerheid van Europese investeringen buiten de Europese Unie


(2012/2619(RSP))

Izaskun Bilbao Barandica namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de juridische zekerheid van Europese investeringen buiten de Europese Unie (2012/2619(RSP))  
B7‑0215/2012

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn resolutie van 6 april 2011 over het toekomstig Europees internationaal investeringsbeleid (2010/2203(INI)),

–   gezien zijn resolutie van 21 oktober 2010 over de handelsbetrekkingen tussen de EU en Latijns-Amerika (2010/2026(INI)),

–   gezien zijn resolutie van 13 december 2011 over handels- en investeringsbelemmeringen (2011/2115(INI)),

–   gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening tot vaststelling van overgangsregelingen voor bilaterale investeringsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen (de "grandfathering"-verordening) (COM(2010)0344),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 7 juli 2010 met de titel "Naar een algemeen Europees internationaal investeringsbeleid" (COM(2010)0343),

–   gezien de resolutie van EUROLAT van 19 mei 2011 over de vooruitzichten voor de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika,

–   gezien de gemeenschappelijke verklaring van de WTO van 30 maart 2012 over de invoerbeperkende beleidsmaatregelen en praktijken in Argentinië,

–   gezien de verklaringen van de G20 in Washington (15 november 2008), Londen (2 april 2009), Pittsburgh (25 september 2009), Toronto (26 juni 2010), Seoel (12 november 2010) en Cannes (4 november 2011), waarin wordt toegezegd protectionisme te bestrijden,

–   gezien de bilaterale investeringsovereenkomst tussen Spanje en Argentinië,

–   gezien de onderhandelingen over een interregionale associatieovereenkomst tussen de EU en MERCOSUR, en met name het vrijhandelsaspect daarvan,

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat op basis van het Verdrag van Lissabon de EU exclusief bevoegd is op het gebied van buitenlandse directe investeringen, zoals vastgelegd in artikel 3, lid 1, onder e), en de artikelen 206 en 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU);

B.  overwegende dat de EU van die nieuwe bevoegdheid gebruik heeft gemaakt om (nog steeds lopende) onderhandelingen te voeren over investeringsovereenkomsten met India, Singapore en Canada en om voorstellen in te dienen om onderhandelingen aan te knopen met Marokko, Tunesië, Jordanië en Egypte;

C. overwegende dat er momenteel geen investeringsovereenkomst bestaat tussen de EU en MERCOSUR of Argentinië en dat de Commissie niet heeft voorgesteld om onderhandelingsmandaten voor investeringen vast te stellen in het kader van de vrijhandelsbesprekingen tussen de EU en MERCOSUR;

D. overwegende dat de investeringen van de EU in Argentinië worden beschermd door bilaterale investeringsovereenkomsten tussen de lidstaten en dat land, en dat achttien lidstaten momenteel zo'n overeenkomst hebben lopen;

E.  overwegende dat de Republiek Argentinië als lid van MERCOSUR momenteel deel uitmaakt van het onderhandelingsproces over een associatieovereenkomst met de EU, waarvan een van de belangrijkste doelstellingen de geleidelijke en wederzijdse liberalisering van handel en investeringen is;

F.  overwegende dat de Commissie in haar verslagen over handels- en investeringsbelemmeringen desondanks heeft vastgesteld dat Argentinië een aantal protectionistische maatregelen heeft genomen die voor een verstoring van het ondernemingsklimaat voor EU-investeringen in Argentinië hebben gezorgd;

G. overwegende dat Argentinië als lid van de G20 op iedere top van die groep heeft toegezegd te zullen strijden tegen protectionisme en voor het openhouden van de markten voor handel en investeringen;

H. overwegende dat Repsol YPF de voorbije maanden het doelwit was van een gerichte intimidatiecampagne van de overheid en dat de Argentijnse regering op 16 april 2012 aankondigde 51 procent van het bedrijf te zullen nationaliseren, waarna de aandelenkoers van het bedrijf kelderde, met alle gevolgen van dien voor de stakeholders en de bedrijven die met Repsol verbonden zijn;

I.   overwegende dat andere Europese landen op een soortgelijke manier kunnen worden getroffen door acties van de Argentijnse overheid;

J.   overwegende dat de aankondiging in kwestie gepaard ging met een onmiddellijke overname van de hoofdkantoren van het bedrijf door de autoriteiten van de Argentijnse federale regering, waarbij de rechtmatige bedrijfsleiding en het aangewezen personeel gedwongen werden de gebouwen te verlaten;

K. overwegende dat de Spaanse regering en Repsol YPF voor de aankondiging in kwestie hadden geprobeerd om tot een onderhandelde oplossing te komen, maar dat de Argentijnse regering hier niet voor openstond;

1.  betreurt het ten zeerste dat veel grote handels- en investeringspartners van de EU, en met name MERCOSUR-landen als Argentinië, kiezen voor protectionisme; benadrukt dat de juiste reactie op de mondiale economische en financiële crisis er volgens hem in bestaat de markten open te houden, en verzoekt de Commissie en de lidstaten met klem om de ontwikkelde economieën op de komende top van de G8 te vragen hun toezeggingen voor het behoud van de vrije markt te herhalen;

2.  verwerpt het besluit van de Argentijnse regering om het merendeel van de aandelen van een Europees bedrijf te onteigenen, aangezien dat een onrechtvaardig en arbitrair besluit is dat neerkomt op een verbeurdverklaring en daarmee op een aantasting van de vrijheid van onderneming en het beginsel van rechtszekerheid, en dat leidt tot een slecht investeringsklimaat voor Europese ondernemingen in het land;

3.  toont zich uiterst bezorgd over deze situatie, aangezien het gaat om de niet-naleving van in het kader van internationale overeenkomsten aangegane verplichtingen; waarschuwt ervoor dat dit soort maatregelen tot gevolg kunnen hebben dat internationale investeerders, die belangrijk zijn voor ontwikkeling en groei, uit Argentinië wegtrekken en dat de positie van het land in de internationale gemeenschap ter discussie komt te staan;

Handels- en investeringsbetrekkingen tussen de EU en Argentinië

4.  wijst op de lopende handelsbesprekingen tussen de EU en MERCOSUR en meent dat dergelijke onderhandelingen slechts kunnen slagen wanneer beide partijen ze benaderen in een sfeer van openheid en wederzijds vertrouwen;

5.  betreurt het dat Argentinië dit beginsel niet heeft geëerbiedigd en dat het land verschillende handels- en investeringsbeperkende maatregelen heeft genomen die EU-ondernemingen schade hebben berokkend;

6.  verzoekt de Commissie op deze beperkende maatregelen te reageren met behulp van alle relevante instrumenten voor geschillenbeslechting waarover de Wereldhandelsorganisatie beschikt, en samen te werken met andere landen die met soortgelijke discriminatoire handels- en investeringsbelemmeringen worden geconfronteerd;

Repsol YPF

7.  betreurt het unilaterale besluit van de Argentijnse regering om een onderhandelde oplossing af te wijzen en 51 procent van Repsol YPF te nationaliseren;

8.  herinnert aan de traditionele vriendschap tussen de EU en de Republiek Argentinië, waarmee de EU waarden en beginselen gemeen heeft, en verzoekt de Argentijnse autoriteiten met klem om terugkeer naar een sfeer van dialoog en onderhandelingen, aangezien dat de beste manier is om dit geschil te beslechten;

9.  is verheugd over de verklaring van hoge vertegenwoordiger Ashton waarin zij de acties van de Argentijnse regering veroordeelt en de vergadering van het gemengd samenwerkingscomité EU-Argentinië afgelast; verzoekt commissaris De Gucht en hoge vertegenwoordiger Ashton om alle mogelijke diplomatieke instrumenten te gebruiken om deze zaak samen met hun Argentijnse tegenhangers op te lossen, onder meer tijdens de onderhandelingen over de associatieovereenkomst en met behulp van de partners van Argentinië in MERCOSUR; verzoekt de Commissie en de lidstaten nauw samen te werken met hun collega's op internationale fora als de G20 en de WTO, zodat ze het eens kunnen worden over een gemeenschappelijke reactie op de praktijken van de Argentijnse regering;

Gevolgen voor het investeringsbeleid van de EU

10. betreurt het dat er geen investeringsovereenkomst tussen de EU en Argentinië bestaat en dat de bilaterale investeringsovereenkomst met Spanje het aangewezen instrument is om de zaak‑Repsol YPF aan te kaarten;

11. is van mening dat deze zaak aantoont dat de sluiting van investeringsovereenkomsten op EU-niveau wenselijk is, aangezien dit de algemene onderhandelingspositie van de EU in dit soort zaken zou versterken; verzoekt de Commissie daarom in versneld tempo werk te maken van de sluiting van dergelijke overeenkomsten met derde landen;

12. verzoekt zijn voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de regering en het Congres van de Republiek Argentinië en de leden van de Raad van MERCOSUR.

Laatst bijgewerkt op: 19 april 2012Juridische mededeling