Procedure : 2012/2865(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0161/2013

Ingediende teksten :

B7-0161/2013

Debatten :

PV 22/05/2013 - 14
CRE 22/05/2013 - 14

Stemmingen :

PV 23/05/2013 - 13.9

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0225

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 170kWORD 79k
9.4.2013
PE507.425v01-00
 
B7-0161/2013

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over het voortgangsverslag 2012 over Bosnië en Herzegovina (2012/2865(RSP))


Doris Pack namens de Commissie buitenlandse zaken

Resolutie van het Europees Parlement over het voortgangsverslag 2012 over Bosnië en Herzegovina (2012/2865(RSP))  
B7‑0161/2013

Het Europees Parlement,

–   gezien de conclusies van de Europese Raad van 19 en 20 juni 2003 over de Westelijke Balkan en de bijlage daarbij met als titel "De agenda van Thessaloniki voor de Westelijke Balkan: op weg naar Europese integratie",

–   gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds en Bosnië en Herzegovina anderzijds, die op 16 juni 2008 werd ondertekend, en door alle EU-lidstaten en Bosnië en Herzegovina is geratificeerd,

–   gezien Besluit 2008/211/EG van de Raad van 18 februari 2008 over de principes, prioriteiten en voorwaarden die zijn opgenomen in het Europees Partnerschap met Bosnië en Herzegovina en tot intrekking van Besluit 2006/55/EG(1),

–   gezien Besluit 2011/426/GBVB van de Raad van 18 juli 2011(2) en de conclusies van de Raad betreffende Bosnië en Herzegovina van 21 maart 2011, 10 oktober 2011, 5 december 2011, 25 juni 2012 en 11 december 2012,

–   gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad getiteld "Uitbreidingsstrategie en voornaamste uitdagingen 2012-2013" (COM(2012)0600) en het op 10 oktober 2012 goedgekeurde voortgangsverslag 2012 over Bosnië en Herzegovina (SWD(2012) 335 def.),

–   gezien de gezamenlijke verklaring van de 14e interparlementaire bijeenkomst van het Europees Parlement en de parlementaire vergadering van Bosnië en Herzegovina, gehouden te Sarajevo op 29-30 oktober 2012,

–   gezien zijn vorige resoluties en met name die van 14 maart 2012 over het voortgangsverslag 2011 betreffende Bosnië en Herzegovina(3) en die van 22 november 2012 over uitbreiding: beleid, criteria en strategische belangen van de EU(4),

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de EU bij herhaling haar steun heeft uitgesproken voor het EU-lidmaatschap voor de landen van de Westelijke Balkan, waaronder Bosnië en Herzegovina; dat de EU zeer blijft hechten aan een soeverein en verenigd Bosnië en Herzegovina dat uitzicht heeft op het lidmaatschap van de EU en dat dit een van de meest bindende factoren is voor de bevolking van het land;

B.  overwegende dat er, teneinde de voortgang richting het lidmaatschap van de EU te versnellen en concrete resultaten te boeken ten behoeve van alle burgers, functionele instellingen en duidelijke coördinatiemechanismen op alle niveaus nodig zijn, evenals een standvastige en consistente inzet van de politieke leiders van het land;

C. overwegende dat een grondwetsherziening van essentieel belang is om Bosnië en Herzegovina om te vormen tot een doeltreffende en volledig functionerende democratie; dat er concrete voortgang moet worden geboekt op de belangrijke terreinen van staatsvorming, o.a. bestuur, het gerechtelijk apparaat, de verwezenlijking van de rechtsstaat, alsmede corruptiebestrijding en de aanpassing aan EU-normen;

D. overwegende dat de invoering van effectieve coördinatiemechanismen dringend noodzakelijk is voor betere betrekkingen met de EU;

E.  overwegende dat het gebrek aan arbeidsperspectieven, met name voor jongeren, een ernstige belemmering blijft vormen voor de sociaaleconomische en politieke ontwikkeling van het land;

F.  overwegende dat corruptie de sociaaleconomische en politieke ontwikkeling van het land ernstig blijft belemmeren;

G. overwegende dat regionale samenwerking en goede nabuurbetrekkingen belangrijke elementen zijn van het stabilisatie- en associatieproces en van doorslaggevende betekenis zijn voor het transformatieproces van de westelijke Balkan naar blijvende stabiliteit en duurzame ontwikkeling; dat samenwerking met andere landen in de regio in de geest van goed nabuurschap een absolute voorwaarde is voor vreedzame co-existentie en verzoening in Bosnië en Herzegovina en in de Westelijke Balkan;

H. overwegende dat de EU van de rechtsstaat het kernpunt van het uitbreidingsproces heeft gemaakt;

Algemene overwegingen

1.  beklemtoont andermaal zijn steun voor de Europese integratie van Bosnië en Herzegovina ten bate van alle burgers van het land;

2.  is bezorgd over het voortdurende ontbreken van een gedeelde visie over de globale koers van het land onder de politieke elites, waardoor Bosnië en Herzegovina verder achterop dreigt te raken bij de andere landen in de regio;

3.  prijst het vreedzame, vrije en eerlijke verloop van de gemeenteraadsverkiezingen; is echter bezorgd over het geschil aan de vooravond van de verkiezingen in Srebrenica, een voorval dat in de toekomst vermeden moet worden, en over het feit dat Mostar de enige stad was waar geen gemeenteraadsverkiezingen werden gehouden; verzoekt alle betrokken partijen met klem in te stemmen met de wijzigingen in het gemeentelijk statuut van de stad Mostar overeenkomstig een besluit van het Grondwettelijk Hof van Bosnië en Herzegovina ter zake;

4.  verwelkomt de opschorting van het internationaal toezicht in het district Brčko; spoort de autoriteiten aan om de resterende doelstellingen te verwezenlijken en te voldoen aan de voorwaarden voor de sluiting van het Bureau van de hoge vertegenwoordiger, teneinde meer lokale zeggenschap en verantwoordelijkheid mogelijk te maken;

5.  benadrukt dat het van belang is dat Bosnië en Herzegovina in het Europese integratieproces met één stem spreken; dringt er bij politieke leiders en verkozen functionarissen op aan samen te werken en de aandacht te richten op de tenuitvoerlegging van de routekaart als onderdeel van de dialoog op hoog niveau met de Commissie, zodat eindelijk kan worden voldaan aan de voorwaarden voor de inwerkingtreding van de stabilisatie- en associatieovereenkomst en voor de indiening van een geloofwaardige aanvraag van het EU-lidmaatschap; verzoekt alle politieke leiders en alle autoriteiten om met betrekking tot het toetredingsproces nauw samen te werken met de speciale vertegenwoordiger van de EU;

6.  herinnert de Commissie eraan dat uitbreiding van de EU meer is dan alleen maar overdracht van het EU-acquis en gebaseerd moet zijn op een werkelijke en volledige onderschrijving van de Europese waarden; merkt met enige bezorgdheid op dat de transformerende kracht van de EU via zgn. 'soft power' door de recente economische en financiële crisis wellicht is afgezwakt; moedigt echter de Commissie, de lidstaten en overige landen van de westelijke Balkan aan om nieuwe manieren te vinden om in Bosnië en Herzegovina en in de regio een cultuur en klimaat van verzoening te bevorderen;

7.  wijst op de aanzienlijke bijdrage van de politiemissie van de EU die op 30 juni 2012 is voltooid en is verheugd over de versterkte EU-aanwezigheid op het gebied van de rechtsstaat; is ingenomen met de verlenging van het mandaat van de multinationale stabilisatiemacht van de Europese Unie (EUFOR ALTHEA) en het feit dat de nadruk daarbij is verlegd naar capaciteitsopbouw en opleiding;

Politieke omstandigheden

8.  herinnert aan het belang van functionerende instellingen op alle niveaus voor de voortgang van het Europese integratieproces van het land; verwelkomt de hervatting van de dialoog en de verkiezing van nieuwe ministers in de Raad van Ministers in november 2012, na het uiteenvallen van de coalitie en de vijf maanden durende impasse; is bezorgd over de stagnatie die ontstaat als gevolg van de onzekerheid omtrent de herschikking van de federale regering van Bosnië en Herzegovina; is echter verheugd over de vooruitgang die geboekt is bij de benoeming van kandidaten voor het Grondwettelijk Hof van de Federatie;

9.  dringt er bij alle bevoegde autoriteiten op aan een strategie/programma te ontwikkelen voor integratie in de EU, dat zou zorgen voor een gecoördineerde omzetting, implementatie en handhaving van EU-wetgeving en -normen in het gehele land, wat blijk zou geven van een gedeelde visie op de richting waarin het land zich beweegt en van zijn bereidheid om de algehele welvaart van zijn burgers veilig te stellen;

10. dringt aan op wijzigingen in het reglement van orde van Huis van de volkeren en de Kamer van volksvertegenwoordigers om een versnelde behandeling in te voeren voor EU-wetgeving;

11. verwelkomt de vooruitgang die in de eerste helft van 2012 en sinds oktober is geboekt, met name de goedkeuring van belangrijke wetten inzake de volkstelling en staatssteun, de overheidsbegrotingen van 2011, 2012 en 2013, het pakket fytosanitaire maatregelen, de voortgang met betrekking tot de raad voor staatssteun en het agentschap voor corruptiebestrijding alsook de politieke overeenstemming die is bereikt over militaire en staatseigendommen; dringt aan op daadwerkelijke tenuitvoerlegging van deze maatregelen en verzoekt de Commissie om samen met de speciale vertegenwoordiger van de EU nauwlettend toe te zien op de tenuitvoerlegging, met volledige inachtneming van de uitspraak van het Grondwettelijk Hof van Bosnië en Herzegovina van 13 juli 2012; dringt er bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan de capaciteit van relevante organen zoals de raad voor staatssteun en het agentschap voor corruptiebestrijding op te bouwen en te versterken, en met name om te zorgen voor voldoende personeel;

12. vindt het zorgwekkend dat de volkstelling zo lang op zich laat wachten; benadrukt het belang van het houden van een volkstelling in oktober 2013 en is ingenomen met de pogingen die ondernomen worden om ervoor te zorgen dat die volkstelling in oktober volgens internationale normen plaatsvindt; verzoekt alle bevoegde autoriteiten met klem om alle obstakels weg te nemen en van een volkstelling die tot doel heeft objectieve sociaaleconomische gegevens te verschaffen geen politieke zaak te maken; dringt in dit verband aan op eerbiediging van de rechten van minderheden;

13. verzoekt de autoriteiten gevolg te geven aan de uitspraak in de zaak Sejdić en Finci, als een eerste stap in de alomvattende grondwetsherziening die nodig is om het land om te vormen tot een moderne en functionele democratie waarin iedere vorm van discriminatie wordt afgeschaft en iedere burger, ongeacht zijn of haar etnische achtergrond, dezelfde rechten en vrijheden geniet; juicht het toe dat de vergadering van het kanton Sarajevo, als eerste in Bosnië en Herzegovina, zijn grondwet unaniem heeft geamendeerd, waardoor niet-erkende en erkende etnische minderheden de mogelijkheid krijgen hun eigen fractie in de vergadering te vormen, overeenkomstig de uitspraak die op grond van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) is gedaan in de zaak Sejdić en Finci;

14. moedigt de speciale vertegenwoordiger van de EU en het hoofd van de delegatie (SVEU/HvdD) aan zich ervoor te blijven inzetten dat er overeenstemming wordt bereikt over de tenuitvoerlegging van de uitspraak in de zaak Sejdić en Finci;

15. constateert dat er dringend behoefte is aan ingrijpende grondwetshervormingen, zowel op staats- en entiteitsniveau; wijst er nogmaals op dat de structuur van de Federatie van Bosnië en Herzegovina vereenvoudigd moet worden; verzoekt de EDEO en de Commissie met alle belanghebbenden in het land brede en open raadplegingen en openbare discussies te starten over grondwetshervormingen; benadrukt dat alle partijen en gemeenschappen volledig moeten worden betrokken bij dit proces, dat concrete resultaten moet opleveren;

16. dringt er bij alle bevoegde autoriteiten op aan de totstandbrenging van een onafhankelijk, onpartijdig en doeltreffend gerechtelijk apparaat, dat wordt ondersteund door een onpartijdige en onafhankelijke politiedienst, te waarborgen en de strategie voor de hervorming van het rechtswezen en de nationale strategie inzake oorlogsmisdaden effectief ten uitvoer te leggen; dringt aan op de harmonisatie van de jurisprudentie inzake strafrechtelijke en civiele zaken tussen de verschillende gerechtelijke instanties en openbare aanklagers, alsook op de tenuitvoerlegging van alle aanbevelingen van de gestructureerde dialoog inzake justitie tussen de EU en Bosnië en Herzegovina;

17. spoort de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina aan om voortgang te boeken bij de hervorming van het openbaar bestuur en de versterking van de administratieve capaciteiten op alle overheidsniveaus die zich met EU-zaken bezighouden; is bezorgd over de financiële houdbaarheid van het openbaar bestuur en het gebrek aan politieke steun voor de hervorming ervan; benadrukt dat de nadruk moet worden gelegd op het opbouwen, met steun van de EU, van een efficiënt coördinatiemechanisme en op het verbeteren van de kwalificaties en de bekwaamheid van de ambtenaren, wat van belang is voor het waarborgen van een doeltreffende en productieve samenwerking met de EU;

18. uit zijn zorg over de wijdverbreide corruptie in het land, de betrokkenheid hierbij van de politieke partijen en het feit dat corruptie in alle lagen van het openbare leven voorkomt; verzoekt de bevoegde autoriteiten op alle niveaus corruptiebestrijdingsstrategieën en -plannen voor te stellen; verzoekt de verantwoordelijke autoriteiten blijk te geven van hun politieke wil om dit probleem aan te pakken en het fraudebestrijdingsagentschap van voldoende middelen te voorzien om volledig operationeel te kunnen worden en een staat van dienst te kunnen opbouwen met betrekking tot onderzoeken en veroordelingen, en verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina de desbetreffende wetgeving inzake corruptie af te stemmen op de aanbevelingen van de Groep van Staten tegen Corruptie (GRECO); onderstreept dat mensenhandel effectief moet worden bestreden door daders te vervolgen en slachtoffers te beschermen en schadeloos te stellen;

19. dringt er bij de bevoegde autoriteiten op aan hun inspanningen te verhogen om de routekaart naar een operationele overeenkomst met Europol ten uitvoer te leggen, met name door de relevante wetgeving en procedures op het gebied van de gegevensbescherming in overeenstemming te brengen;

20. verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina de ontwikkeling van onafhankelijke en pluralistische media die vrij zijn van politieke inmenging, etnische verdeling en polarisering, te stimuleren; wijst op de speciale rol van het openbare omroepbestel bij het versterken van de democratie en de sociale cohesie, en dringt er bij de autoriteiten op aan ervoor te zorgen dat dat stelsel financieel gezond en onafhankelijk is en aan Europese normen voldoet; betreurt de voortdurende politieke pressie op journalisten en de bedreigingen die aan hun adres worden geuit; uit zijn zorg over de pogingen om de onafhankelijkheid van de Regelgevende Autoriteit voor communicatie en van de publieke omroepen te ondermijnen; herinnert eraan dat vrije media een essentieel onderdeel van een stabiele democratie zijn;

21. verzoekt alle politieke partijen proactief te ijveren voor een inclusieve en verdraagzame maatschappij; dringt er bij de bevoegde autoriteiten op aan de antidiscriminatiewetten en -beleidsmaatregelen ten uitvoer te leggen en tekortkomingen in de wetgeving en in de praktijk te verhelpen, met inbegrip van de tekortkomingen die betrekking op mensen met een handicap; is bezorgd over de haatzaaiende uitingen, bedreigingen en intimidaties tegen lesbische, homoseksuele, biseksuele en transseksuele personen; verzoekt de autoriteiten het Roma-actieplan volledig uit te voeren, de daadwerkelijke integratie van de Roma-bevolking en alle andere minderheden actief te bevorderen, door haat ingegeven incidenten publiekelijk te veroordelen en te zorgen voor passend politieonderzoek en passende gerechtelijke vervolging; verzoekt de autoriteiten om initiatieven uit het maatschappelijk middenveld op dit terrein actief te ondersteunen, zowel met financiële en praktische steun als met politiek engagement;

22. vraagt dat de emancipatie van vrouwen wordt bevorderd door hun rechten te promoten, te beschermen en te versterken, hun maatschappelijke en economische positie te verbeteren, hun aanwezigheid op de arbeidsmarkt te verhogen, te zorgen voor een billijke vertegenwoordiging van vrouwen in politieke en economische besluitvormingsprocessen en door vrouwelijk ondernemerschap aan te moedigen; merkt op dat vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd zijn in de parlementen, regeringen en het openbaar bestuur en dat hun arbeidsrechten vaak worden genegeerd; dringt er bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan de socialezekerheidsrechten van personen die moederschaps-, vaderschaps- of ouderschapsverlof opnemen te harmoniseren en in het hele land op een gelijk, hoog niveau te brengen, zodat er een gelijke situatie ontstaat voor alle burgers en discriminatie voorkomen wordt;

23. uit zijn bezorgdheid over het hoge aantal gevallen van huiselijk geweld en het feit dat die niet gemeld worden en onvoldoende worden vervolgd; verzoekt de autoriteiten maatregelen vast te stellen en uit te voeren ten behoeve van daadwerkelijke bescherming van vrouwen; benadrukt dat rechtshandhavingsinstanties ook moeten worden versterkt om zaken als gendergerelateerd geweld, huiselijk geweld, gedwongen prostitutie en vrouwenhandel met succes aan te pakken; benadrukt dat kinderen moeten worden beschermd tegen geweld, mensenhandel en alle andere vormen van mishandeling; moedigt de Commissie aan manieren te onderzoeken om de bestrijding van huiselijk geweld te ondersteunen;

24. verwelkomt het ontwerpprogramma voor slachtoffers van verkrachting, seksueel misbruik en marteling gedurende de oorlog in Bosnië en Herzegovina; dringt erop aan dat er voldoende middelen ter beschikking worden gesteld om slachtoffers van conflictgerelateerd seksueel geweld op systematische wijze te rehabiliteren, onder meer door herstelbetalingen, ongeacht hun maatschappelijke status, medische en psychologische zorg en adequate sociale dienstverlening; roept alle bevoegde autoriteiten op het publieke bewustzijn over de situatie van slachtoffers te vergroten;

25. dringt er bij de Federatie op aan wetgeving inzake haatmisdrijven op te nemen in de strafwet zoals dat in 2009 reeds gebeurd is in de Servische Republiek (Srpska) en het district Brčko;

26. wijst erop dat er eind 2011 nog steeds ongeveer 113 000 binnenlandse ontheemden waren in Bosnië en Herzegovina, onder wie 8 000 die in collectieve centra waren ondergebracht en 7 000 vluchtelingen; dringt er bij alle bevoegde autoriteiten op aan de duurzame terugkeer van vluchtelingen en binnenlands ontheemden te faciliteren door ervoor te zorgen dat zij toegang hebben tot huisvesting, onderwijs, sociale bescherming en werkgelegenheid; verzoekt hen tevens dringend dit proces te vereenvoudigen door op een eerlijke en adequate manier financiële bijstand te verlenen aan alle terugkerende vluchtelingen, met inbegrip van Kroatische vluchtelingen die terugkeren naar Posavina;

27. neemt met bezorgdheid kennis van het hoge aantal mensen in Bosnië en Herzegovina dat lijdt aan posttraumatisch stresssyndroom (PTSD) ten gevolge van de oorlog; roept de autoriteiten op iets te doen aan het gebrek aan sociale en psychologische zorg voor personen die lijden aan PTSD;

28. dringt aan op volledige tenuitvoerlegging van het actieplan voor mijnopruiming, alsmede de goedkeuring van de wet inzake anti-mijnacties om verdere slachtoffers van ongevallen met landmijnen te voorkomen;

29. veroordeelt krachtig alle pogingen, in Bosnië en Herzegovina of elders in de wereld, om de genocide die plaatsvond in Srebrenica te bagatelliseren of te ontkennen;

Sociaaleconomische kwesties

30. verzoekt de overheden op alle niveaus een solide begrotingsbeleid te voeren; is bezorgd over de omvang van de informele economie en de hoge werkloosheid, met name onder vrouwen en jongeren; is bezorgd over de gevolgen van de politieke instabiliteit en de zwakke rechtsstaat voor de groei en de investeringen, alsook voor het ondernemingsklimaat in het algemeen; dringt er bij de regering op aan één economische ruimte in het land tot stand te brengen, om gunstige voorwaarden te scheppen voor het aantrekken van de bedrijvigheid, met name kmo's, om het binnenlandse groeipotentieel te vergroten en de dominante rol van de overheid in de economie terug te dringen en de omvang van de monopolies te verkleinen, om op de groei gerichte uitgaven te bevorderen en het concurrentievermogen te versterken;

31. is verheugd over het besluit van de EU om macrofinanciële steun ten bedrage van 100 miljoen EUR aan Bosnië en Herzegovina te verlenen, als duidelijke blijk dat de EU zich committeert aan het Europese vooruitzicht van het land en aan het welzijn van de bevolking;

32. dringt er bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan, en met name bij de autoriteiten van de entiteiten waarin de meeste bedrijven van het land gevestigd zijn, om de bestaande arbeidswetgeving te herzien en te moderniseren, en om de sociale dialoog en de arbeidsinspectie te versterken;

33. is verheugd over de ondertekening van een overeenkomst tussen Bosnië en Herzegovina en de EU over de toetreding van Bosnië en Herzegovina tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO); moedigt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina aan de onderhandelingen met overige partners te intensiveren om in de nabije toekomst toe te treden tot de WTO;

34. erkent dat er enige vooruitgang is geboekt is bij de verbetering van het algemeen onderwijskader, maar dringt er nogmaals bij de Raad van Ministers op aan om onder andere de coördinatie tussen de 13 ministeries van Onderwijs en het departement van onderwijs van het district Brčko te verbeteren, en de versnippering van het onderwijssysteem te verminderen;

35. benadrukt dat de kwaliteit van het onderwijs in het algemeen moet worden verbeterd om te kunnen voldoen aan de eisen van de binnenlandse en buitenlandse arbeidsmarkt; dringt er bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan de tekortkomingen in de beroepsopleidingen aan te pakken, en er onder andere om economische redenen voor te zorgen dat er een begin gemaakt wordt met de accreditatie van onderwijsinstellingen en dat de bureaus die belast zijn met de erkenning van titels en diploma's volledig operationeel zijn; is ingenomen met de maatregelen die genomen zijn voor de ontwikkeling en bevordering van opleidingscursussen en -programma's voor jongeren, opdat hun deelname aan de arbeidsmarkt wordt gefaciliteerd, en verzoekt om meer initiatieven in deze context;

36. verzoekt alle bevoegde autoriteiten een eind te maken aan de etnische segregatie van kinderen ("twee scholen onder één dak"), die in sommige kantons van de Federatie nog steeds bestaat; verzoekt voorts om effectieve integratie van Roma-kinderen, met name in het onderwijs, onder meer door middel van schoolrijpheidsprogramma's; dringt er bij de autoriteiten op aan samen te werken met de relevante ngo's om Roma-gezinnen aan te moedigen hun kinderen te steunen bij de toegang tot onderwijs; dringt er bij de autoriteiten op aan de regelgeving in Bosnië en Herzegovina te harmoniseren om ervoor te zorgen dat alle kinderen gelijk worden behandeld; dringt in het algemeen aan op meer inspanningen om gezinsscheiding te voorkomen en meer ondersteuning voor risicogezinnen; verzoekt de Commissie te onderzoeken of gerichte EU-steun kan helpen om een einde te maken aan de segregatie in het onderwijssysteem;

37. is ingenomen met de plannen van de Commissie om een vergadering op hoog niveau over onderwijs te beleggen om de dialoog over diverse onderwerpen, zoals de etnische segregatie van kinderen op scholen, te bevorderen en vertegenwoordigers van relevante internationale organisaties en de voor onderwijs verantwoordelijke autoriteiten van Bosnië en Herzegovina samen rond de tafel te brengen;

38. verzoekt de autoriteiten hun wetgeving in overeenstemming te brengen met het acquis inzake de erkenning van EU-beroepskwalificaties;

39. verzoekt de autoriteiten alle nodige maatregelen te nemen om het nationaal erfgoed te beschermen en het desbetreffende rechtskader aan te pakken; verzoekt alle bevoegde autoriteiten op alle niveaus tevens te zorgen voor duidelijke procedures voor de financiering van culturele instellingen, teneinde sluitingen te voorkomen;

40. dringt er bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan adequate maatregelen te treffen om verder misbruik van de regeling inzake visumvrij verkeer te voorkomen en doeltreffend op te treden tegen georganiseerd misbruik van de asielprocedures in EU-lidstaten;

Regionale samenwerking en bilaterale kwesties

41. prijst Bosnië en Herzegovina voor zijn constructieve rol in de regionale samenwerking en spoort het land aan de grensafbakening in samenwerking met alle buurlanden te voltooien;

42. verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina de voorbereidingen voor de toetreding tot de EU van Kroatië te intensiveren, door de wetgeving van Bosnië en Herzegovina inzake voedselveiligheid in overeenstemming te brengen met het EU-acquis; is bezorgd over de passiviteit van de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina, die ten koste zou kunnen gaan van de exportmarkten van Bosnië en Herzegovina; is ingenomen met de tot nu toe geboekte vooruitgang, en spoort de bevoegde autoriteiten aan om met spoed de noodzakelijke infrastructuur aan de toekomstige EU-grensinspectieposten tot stand te brengen; is ingenomen met het initiatief van de Commissie om met het oog op de toetreding van Kroatië tot de EU in haar trilaterale vergaderingen met Kroatië en Bosnië en Herzegovina naar oplossingen te zoeken voor de laatste openstaande grensbeheerskwesties, waaronder de Neum/Ploče-overeenkomst; verzoekt om verdere constructieve inspanningen op dit gebied, zodat er zo nodig meer EU-grensinspectieposten kunnen komen; prijst Bosnië en Herzegovina voor zijn bijdrage aan de vooruitgang die geboekt is bij de oplossing van de resterende kwesties, waaronder de afronding van de overeenkomst inzake plaatselijk grensverkeer, die het verkeer van burgers in de grensregio's moet vergemakkelijken; acht het noodzakelijk dat er een oplossing wordt gevonden om na juli 2013 dezelfde regeling voor identiteitskaarten tussen de landen te handhaven zodat burgers van Bosnië en Herzegovina naar Kroatië kunnen blijven reizen;

43. herhaalt zijn verzoek om burgers uit Kosovo toe te laten tot Bosnië en Herzegovina, het enige land van de regio dat hen niet binnenlaat; dringt er daarom bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan om in navolging van Servië en andere landen de basisreisdocumenten van burgers uit Kosovo te accepteren, zodat zij het land binnen kunnen;

44. wijst andermaal op de noodzaak van continue strikte toepassing van alle noodzakelijke criteria en maatregelen in verband met visumvrij reizen naar Schengen-landen, tenuitvoerlegging van langetermijnstrategieën en regulering van het beleid inzake minderheden; acht het noodzakelijk dat de burgers worden geïnformeerd over de beperkingen in de regeling inzake visumvrij verkeer om elke vorm van misbruik van de vrijheid om te reizen en van het visumliberalisingsbeleid te voorkomen; neemt kennis van de aanhoudend lage cijfers van asielzoekers uit Bosnië en Herzegovina in de EU-lidstaten; wijst op het belang van visumvrij verkeer voor de burgers van Bosnië en Herzegovina;

°

°         °

45. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, het presidentschap van Bosnië en Herzegovina, de raad van ministers van Bosnië en Herzegovina, de parlementaire vergadering van Bosnië en Herzegovina, alsmede aan de regeringen en parlementen van de Federatie van Bosnië en Herzegovina en de Servische Republiek.

 

(1)

PB L 80 van 19.3.2008, blz. 18.

(2)

PB L 188 van 19.7.11, blz. 30.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0085.

(4)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0453.

Laatst bijgewerkt op: 12 april 2013Juridische mededeling