Procedure : 2013/2682(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0342/2013

Ingediende teksten :

B7-0342/2013

Debatten :

PV 03/07/2013 - 14
CRE 03/07/2013 - 14

Stemmingen :

PV 04/07/2013 - 13.3
CRE 04/07/2013 - 13.3

Aangenomen teksten :

P7_TA(2013)0322

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 162kWORD 76k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0336/2013
1.7.2013
PE515.886v01-00
 
B7-0342/2013

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de toezichtprogramma's van de NSA in de VS, medewerking van IT-bedrijven, nationale inlichtingendiensten en de gevolgen voor de privacy van EU-onderdanen (2013/2682(RSP))


Sophia in ‘t Veld, Sarah Ludford, Renate Weber, Cecilia Wikström, Nathalie Griesbeck, Leonidas Donskis, Ramon Tremosa i Balcells, Marielle de Sarnez, Andrea Zanoni, Hannu Takkula, Michael Theurer, Gianni Vattimo namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de toezichtprogramma's van de NSA in de VS, medewerking van IT-bedrijven, nationale inlichtingendiensten en de gevolgen voor de privacy van EU-onderdanen (2013/2682(RSP))  
B7‑0342/2013

Het Europees Parlement,

–   gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, met name de artikelen 2, 3, 6 en 7, en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 16,

–   gezien Verdrag nr. 108 van 28 januari 1981 van de Raad van Europa tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens en het aanvullend protocol daarbij van 8 november 2001, en gezien de aanbevelingen van het ministerscomité van de Raad van Europa aan de lidstaten, met name Aanbeveling R(87) 15 tot regeling van het gebruik van persoonsgegevens op politieel gebied en Aanbeveling CM/Rec (2010) 13 tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens in het kader van "profiling",

–   gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name de artikelen 7 en 8, en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), met name artikel 8 betreffende de eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven en artikel 13 betreffende het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel,

–   gezien de wetgeving van de Europese Unie betreffende het recht op privacy en gegevensbescherming, met name Richtlijn 95/46/EG betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, Kaderbesluit 2008/977/JBZ over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, Richtlijn 2002/58/EG betreffende privacy en elektronische communicatie, en Verordening (EG) nr. 45/2001 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens,

–   gezien de voorstellen van de Commissie voor een verordening en een richtlijn over de herziening van de regelgeving inzake gegevensbescherming in de EU,

–   gezien de overeenkomst tussen de EU en de VS betreffende wederzijdse rechtshulp, die voorziet in de uitwisseling van gegevens voor preventie en onderzoek van criminele activiteiten, gezien het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (CETS nr. 185), gezien de "Veilige haven"-overeenkomst tussen de EU en de VS, met name artikel 3, en de lijst van deelnemers aan de overeenkomst, gezien de lopende onderhandelingen over een overeenkomst tussen de EU en de VS over de bescherming van persoonsgegevens die worden uitgewisseld voor wetshandhavingsdoeleinden, en gezien de lopende herziening van de "Veilige haven"-regeling,

–   gezien zijn vorige resoluties over het recht op privacy en gegevensbescherming, met name zijn resolutie van 5 september 2001 over het bestaan van een mondiaal systeem voor het onderscheppen van particuliere en commerciële communicatie-uitingen (interceptiesysteem Echelon) (1), gezien de overeenkomsten inzake PNR (passagiersnamenregistratie) en TFTP (opsporingsprogramma voor financiering van terrorisme) tussen de EU en de VS,

–   gezien de in 1990 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties uitgevaardigde richtsnoeren voor de reglementering inzake digitale bestanden met persoonsgegevens,

–   gezien de Patriot Act en de Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA) van de VS, met inbegrip van afdeling 702 van de wijzigingswet van 2008 (FISAA),

–   gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

Het PRISM-programma van de VS en het bespioneren van EU-lidstaten en de EU door de National Security Agency

A. overwegende dat de media op 6 juni 2013 met berichten kwamen over PRISM, een clandestien digitaal spionageprogramma dat sinds 2007 door de Amerikaanse National Security Agency (NSA) wordt gebruikt; overwegende dat PRISM een ontwikkeling is van een zonder rechterlijk bevel gehanteerd aftapprogramma dat in 2005 door mediakanalen werd onthuld en in 2007 werd gelegaliseerd door de Protect America Act en door de FISAA (Foreign Intelligence Surveillance Amendments Act), en waardoor massale spionage – ook met betrekking tot EU-onderdanen – via e-mails, chats, video's, foto's, overdracht van files, gegevens van sociale netwerken en andere gegevens toegestaan werd(2); overwegende dat er luidens de Amerikaanse autoriteiten twee programma’s worden ingezet, een voor de metadata van telefooncommunicatie en een tweede voor internet en e-mail, die niet bewust kunnen worden gericht op onderdanen van de VS of buitenlanders die legaal in de VS verblijven(3), en dus ook andere doelwitten hebben, waaronder EU-onderdanen;

B.  overwegende dat onder de jurisdictie van de Amerikaanse regering vallende particuliere bedrijven, zoals Microsoft, Yahoo, Google, Facebook, PalTalk, YouTube, Skype, AOL, Apple en Verizon, in het geheim persoonlijke gegevens uit elektronische communicatie hebben doorgestuurd aan de NSA; overwegende dat voormalige personeel van sommige van deze particuliere bedrijven nu werkzaam is voor de NSA;

C. overwegende dat EU-instellingen door de VS in de gaten zijn gehouden en bespioneerd, onder meer door het plaatsen van afluisterapparatuur in kantoren van de diplomatieke EU-vertegenwoordiging bij de VS in Washington en bij de VN in New York, door het infiltreren van computernetwerken (e-mails en interne documenten), en door het uitvoeren van cyberaanvallen tegen de EU vanuit een door de NSA gebruikt NAVO-complex in Brussel, met name tegen de Raad van de EU en de Europese Raad(4); overwegende dat de Voorzitter van het Parlement om opheldering van deze kwestie heeft gevraagd(5); overwegende dat de Amerikaanse autoriteiten ook de Franse, Italiaanse en Griekse vertegenwoordiging bij de VN in het oog hielden(6);

D. overwegende dat de Commissie op 10 juni 2013 een schrijven aan de Amerikaanse autoriteiten heeft gericht, waarin zij op de bezorgdheid aan Europese zijde wijst en gedetailleerde vragen stelt over de reikwijdte van het programma en van de wetten die dit programma toestaan(7), en overwegende dat de kwestie op de ontmoeting tussen de EU en de VS op 14 juni 2013 in Dublin aan de orde is gesteld, en dat daar is besloten een "trans-Atlantische groep van deskundigen" in het leven te roepen die de kwestie PRISM en bescherming van persoonsgegevens moet behandelen;

E.  overwegende dat het trans-Atlantische partnerschap van essentieel belang is voor zowel de EU als de VS en overwegende dat dergelijke betrekkingen gebaseerd zouden moeten zijn op loyale en trouwe samenwerking op voet van gelijkheid tussen landen die de grondrechten, de democratie en de rechtsstaat eerbiedigen;

F.  overwegende dat de Amerikaanse regering bekrachtigt dat democratisch en justitieel toezicht gegarandeerd is overeenkomstig de grondwet van de VS, daar de bevoegde organen van het Congres in kennis worden gesteld van spionageactiviteiten en er een FISA-rechtbank bevoegd is voor het verlenen van toestemming voor spionage via elektronische communicatie;

G. overwegende dat een groep van uit beide partijen afkomstige VS-senatoren een klacht aan de directeur van de NSA heeft gericht over het feit dat een bepaling uit de Amerikaanse Patriot Act in het geheim in die zin geïnterpreteerd is dat de regering de particuliere gegevens van grote aantallen onderdanen mag verzamelen en dat de regering op "geheime wetgeving" vertrouwt om massaal particuliere gegevens van onderdanen te verzamelen, in plaats van gebruik te maken van een rechterlijk bevel of noodvergunningen(8);

H. overwegende dat het Amerikaanse rechtsstelsel de bescherming van burgers die geen onderdaan van de VS zijn, zoals EU-onderdanen, niet waarborgt; overwegende dat de bescherming die het Vierde Amendement bijvoorbeeld biedt, alleen van toepassing is op onderdanen van de VS en niet op EU-onderdanen of andere personen die geen Amerikaans onderdaan zijn;

Medewerking van de EU-lidstaten aan spionage door de VS

I.   overwegende dat volgens de media lidstaten als Nederland en het Verenigd Koninkrijk al minstens sinds 2010 informatie uitwisselen die via PRISM van particuliere bedrijven is verkregen;

Programma’s van lidstaten en het bespioneren van andere lidstaten, de EU en derde landen

J.   overwegende dat de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk, met name GCHQ (Government Communications Headquarters) en MI6, klaarblijkelijk spionage bedreven naar buitenlandse politici en functionarissen die deelnamen aan twee topontmoetingen van de G20 in 2009, welke ook werden bijgewoond door de voorzitter van de Commissie, het voorzitterschap van de Raad en een aantal premiers van lidstaten(9), door hun computers af te tappen, telefoontjes van afgevaardigden onderling en met hun respectieve regeringen af te luisteren en in kaart te brengen, met het doel een positief resultaat voor de Britse regering en voor de topontmoeting te verzekeren, onder meer met de hulp van NSA-personeel dat gedetacheerd was bij GCHQ in Menwith Hill in het VK;

K. overwegende dat GCHQ naar verluidt het "Tempora"-programma inzet om onderzeese trans-Atlantische kabels voor digitale communicatie rechtstreeks af te tappen; overwegende dat grote hoeveelheden gegevens zonder onderscheid worden verzameld, voor een periode van 30 dagen worden opgeslagen, worden verwerkt en geanalyseerd, en aan de Amerikaanse autoriteiten worden doorgegeven;

L.  overwegende dat commissaris Reding de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk een brief heeft gestuurd om haar verontrusting uit te spreken over de berichten over het Tempora-programma in de media, met het verzoek om opheldering omtrent de reikwijdte en de werking van dit programma(10); overwegende dat de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk de spionageactiviteiten van GCHQ hebben verdedigd en hebben bekrachtigd dat zij volgens strenge wettelijke richtsnoeren opereren; overwegende dat andere lidstaten hun verontrusting en kritiek te kennen hebben gegeven en hebben gevraagd of hun onderdanen ook zijn bespioneerd en of het programma wel onder enig justitieel toezicht valt(11);

M. overwegende dat andere lidstaten kennelijk transnationale digitale communicatie aftappen zonder rechterlijk bevel maar op basis van speciale rechterlijke toestemming, gegevens doorsturen naar andere landen (Zweden), en hun spionagecapaciteit vergroten (Nederland, Duitsland); overwegende dat er in andere lidstaten verontrusting heerst over de aftapcapaciteiten van geheime diensten (Polen)(12);

N. overwegende dat de verslagen van het Parlement en de Raad van Europa over de buitengewone uitleveringen van de CIA en het programma van geheime gevangenissen de aandacht hebben gevestigd op de actieve en passieve medewerking van EU-lidstaten aan de VS door middel van samenwerking van geheime diensten; overwegende dat in een aantal landen onlangs geheime diensten en geheim agenten ervan zijn beschuldigd dat zij door de machthebbers worden gebruikt om de oppositie en journalisten te bespioneren(13) of dat zij subversieve activiteiten uitvoeren(14);

EU-wetgeving versus Amerikaanse wetgeving en EU-wetgeving van toepassing op lidstaten en samenwerking met de VS

O. overwegende dat de Europese Unie en de lidstaten verplicht zijn het grondrecht van hun onderdanen op privacy en gegevensbescherming te beschermen, op basis van het Europees Handvest van de mensenrechten, het Handvest van de grondrechten, internationale verdragen, grondwet, EU- en nationale wetgeving en de soevereiniteit en rechtsbevoegdheid van de EU en de lidstaten;

P.  overwegende dat het Europees Hof voor de rechten van de mens een strikte jurisprudentie heeft opgesteld, met strenge criteria die moeten worden nageleefd waar het gaat om spionageactiviteiten door de overheid van personen, en waarin wordt bepaald dat alle inmenging in het grondrecht op privacy van onderdanen in een democratische samenleving evenredig en noodzakelijk moet zijn, alleen op grond van de wet mag worden toegestaan en moet zijn onderworpen aan adequaat democratisch en justitieel toezicht, bij ontstentenis waarvan dergelijk activiteiten de democratie mogelijk ondermijnen of zelfs vernietigen, onder het mom van bescherming ervan;

Q. overwegende dat de lidstaten en de Commissie krachtens de "Veilige haven"-overeenkomst de plicht hebben de veiligheid en de integriteit van persoonsgegevens te garanderen; overwegende dat de Commissie krachtens artikel 3 van de overeenkomst de plicht heeft de overeenkomst op te zeggen of op te schorten indien de bepalingen van de overeenkomst niet worden nageleefd; overwegende dat de bedrijven die in de internationale pers worden genoemd, allemaal partij bij de "Veilige haven"-overeenkomst zijn;

R.  overwegende dat de VS het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken hebben ondertekend en geratificeerd en dat het verdrag in 2007 in de VS van kracht werd, en dat de beginselen daarvan dus onderdeel vormen van de binnenlandse wetgeving van de VS; overwegende dat het verdrag bepaalt dat alle maatregelen betreffende de "vergaring van bewijs in elektronische vorm" van strafbare feiten (artikel 14) moeten voorzien in passende bescherming van de rechten van de mens, met name de rechten die in het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (artikel 8, privacy) worden genoemd, dat zij het evenredigheidsbeginsel in acht moeten nemen en waarborgen moeten omvatten, zoals rechterlijk of ander onafhankelijk toezicht, alsmede de gronden die toepassing rechtvaardigen en een beperking van de reikwijdte en van de duur van deze procedures (artikel 15);

S.  overwegende dat de Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken, die door de EU en het Congres is geratificeerd, bepaalt onder welke voorwaarden gegevens kunnen worden verzameld en uitgewisseld en op welke wijze hulp kan worden gevraagd en verleend bij het verkrijgen van bewijs in het ene land om strafrechtelijke onderzoeken of procedures in een ander land vooruit te helpen;

T.  overwegende dat het ontwerp van de gegevensbeschermingsrichtlijn dat voor overleg tussen diensten is voorgelegd, bepaalde dat persoonsgegevens slechts aan overheden van derde landen mogen worden doorgegeven als daar een rechtsgrondslag voor bestaat, zoals een overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp en toestemming van de bevoegde gegevensbeschermingsinstantie(15); overwegende dat deze bepaling in het definitieve Commissievoorstel ontbreekt;

1.  verzoekt om oprichting van een enquêtecommissie van het Europees Parlement inzake spionageprogramma’s, overeenkomstig artikel 185 van het Reglement;

2.  verzoekt dat de president van de Verenigde Staten wordt uitgenodigd om deze kwestie in de plenaire vergadering te bespreken;

Het PRISM-programma van de VS en het bespioneren van EU-lidstaten en de EU door de National Security Agency

3.  uit zich zeer bezorgd over het PRISM-programma dat in het geheim door de Amerikaanse autoriteiten wordt ingezet met medewerking van particuliere bedrijven, aangezien dit, als de momenteel beschikbare informatie wordt bevestigd, een ernstige schending zou betekenen van het grondrecht van de EU-onderdanen op privacy en gegevensbescherming;

4.  verzoekt de Amerikaanse autoriteiten de partners in de EU, zowel op EU- als op lidstaatniveau, volledige informatie te verstrekken over het programma en over het bespioneren van EU-instellingen en lidstaten, en verzoekt de Commissie, de Raad en de lidstaten hetzelfde te doen; verzoekt particuliere bedrijven informatie te verstrekken over hun samenwerking met Amerikaanse veiligheidsdiensten;

5.  verzoekt de Amerikaanse autoriteiten om opschorting en herziening van alle wetten en spionageprogramma's die in strijd zijn met het grondrecht van EU-onderdanen op privacy en gegevensbescherming, de soevereiniteit en rechtsbevoegdheid van de EU en de lidstaten en het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken; verzoekt de Amerikaanse autoriteiten om invoering van wetten die waarborgen dat EU-onderdanen ten minste dezelfde rechten genieten als VS-onderdanen wat betreft privacy, gegevensbescherming en doeltreffende rechtsmiddelen;

6.  verzoekt de Commissie, de Raad en de lidstaten om alle instrumenten waarover zij beschikken in te zetten in gesprekken en onderhandelingen met de VS, zowel op politiek niveau als op dat van deskundigen, teneinde bovengenoemde doelstellingen te bereiken, tot en met weigering om de handelsovereenkomst EU-VS te ondertekenen totdat de spionagekwestie is opgelost, alsmede opschorting van de PNR- en de TFTP-overeenkomsten;

Medewerking van de EU-lidstaten aan spionage door de VS

7.  spreekt zijn verontrusting uit over de informatie met betrekking tot de veronderstelde medewerking van lidstaten aan de Amerikaanse autoriteiten in het kader van PRISM en andere spionageactiviteiten;

8.  verzoekt de lidstaten om in dit opzicht informatie te verstrekken aan andere lidstaten en aan de EU-instellingen, en om dergelijke samenwerking met de Amerikaanse autoriteiten met betrekking tot het massaal bespioneren van burgers te staken, aangezien iedere andere stap zou neerkomen op verbreking van de loyale samenwerking tussen de lidstaten en tussen de lidstaten en de EU-instellingen, alsook op een schending van het grondrecht van de onderdanen op privacy en gegevensbescherming;

Programma’s van lidstaten en het bespioneren van andere lidstaten, de EU en derde landen

9.  spreekt zijn ernstige verontrusting uit over de onthullingen met betrekking tot veronderstelde spionageactiviteiten van de Britse autoriteiten naar de leiders van andere lidstaten en naar EU-instellingen, met name om redenen die geen enkel verband houden met de binnenlandse veiligheid, zoals bij de topontmoetingen van de G20; spreekt zijn ernstige verontrusting uit over het Tempora-programma en de schending van het grondrecht op privacy van Britse en EU-onderdanen;

10. verzoekt de Britse autoriteiten hun eigen onderdanen, de EU-onderdanen, de overige lidstaten en de EU-instellingen van informatie te voorzien over bovengenoemde activiteiten en programma's en deze onmiddellijk te staken;

11. verzoekt alle lidstaten na te gaan of hun wetten, activiteiten en programma's op het gebied van spionage verenigbaar zijn met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de mens en de internationale en Europese normen op dit vlak, teneinde adequaat democratisch en justitieel toezicht te garanderen en te waarborgen dat de grondrechten van de burgers en de in artikel 2 neergelegde Europese waarden worden geëerbiedigd;

12. verzoekt de Commissie en de Raad om de in deze resolutie aan de orde gestelde kwesties tijdens de volgende vergadering van de Raad JBZ te behandelen; verzoekt hen een onderzoek uit te voeren naar de beleidsmaatregelen van de EU op het gebied van terrorismebestrijding en binnenlandse-veiligheidsstrategieën, zoals het Parlement in zijn verslagen heeft gevraagd, en in het licht van de recente onthullingen;

13. verzoekt de afdeling internetcriminaliteit van Europol om onderzoek te doen naar op de EU gerichte spionage door de VS en andere buitenlandse mogendheden;

14. verzoekt dat het EU Intelligence Analysis Centre (INTCEN) wordt opgenomen in het juiste institutionele kader, en onderworpen wordt aan waarborgen en toetsing;

15. acht het betreurenswaardig dat de Commissie het voormalige artikel 42 (de anti-FISA-clausule) geschrapt heeft uit de ontwerpverordening over gegevensbescherming, en verzoekt om een openbare, gedetailleerde toelichting op de redenen voor deze beslissing; verzoekt de Raad een vergelijkbare bepaling in het ontwerp op te nemen en zegt toe hetzelfde te zullen doen; verzoekt de Raad zijn werkzaamheden met betrekking tot de richtlijn inzake gegevensbescherming te bespoedigen;

16. onderstreept dat burgers in democratische en open staten, die gebaseerd zijn op de rechtsstaat, het recht hebben over ernstige schendingen van hun grondrechten te worden geïnformeerd, en het recht hebben deze aan de kaak te stellen, ook tegenover hun eigen regering; onderstreept de behoefte aan procedures die klokkenluiders in staat stellen ernstige schendingen van grondrechten te onthullen en de noodzaak om dergelijke personen de nodig bescherming te verlenen, ook op internationaal niveau; spreekt zijn voortdurende steun uit aan onderzoeksjournalisme en vrijheid van de media;

17. verzoekt de EU-instellingen hun praktijk nog eens tegen het licht te houden om burgers het recht op inzage van documenten als gewaarborgd door de Verdragen, het Handvest van de grondrechten en Verordening 1049/2001, te ontzeggen met als reden dat dit de internationale betrekkingen zou kunnen schaden, waardoor derde landen een "de facto veto" krijgen op EU-documenten, zoals is gebeurd met de VS bij het tweede verslag van het gemeenschappelijk controleorgaan van Europol (JSB) over de uitvoering van de TFTP-overeenkomst tussen de EU en de VS;

18. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Raad van Europa, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de autoriteiten van de Verenigde Staten en de Verenigde Naties.

 

(1)

PB C 72 E van 21.3.2002, blz. 221.

(2)

Zie CEPS-publicatie ‘Open Season for Data Fishing on the Web: The Challenges of the US PRISM Programme for the EU’, http://www.ceps.eu/book/open-season-data-fishing-web-challenges-us-prism-programme-eu

(3)

Zie de verklaringen van president Obama van 7 juni 2013, http://www.whitehouse.gov/the-press-office/2013/06/07/statement-president

en van James Clapper, directeur van de nationale inlichtingendienst; een NSA-programma voor het verzamelen van gegevens, genaamd “Boundless Informant”, stelt de NSA in staat de gegevens te verwerken en per land van herkomst te sorteren.

(4)

http://www.spiegel.de/international/europe/nsa-spied-on-european-union-offices-a-908590.html

(5)

http://www.europarl.europa.eu/the-president/en/press/press_release_speeches/press_release/2013/2013-june/html/schulz-on-alleged-bugging-of-eu-office-by-the-us-authorities

(6)

http://www.guardian.co.uk/world/2013/jun/30/nsa-leaks-us-bugging-european-allies

(7)

Of EU-onderdanen ook als doelwit gelden, of het programma bulkgegevens gebruikt of beperkt blijft tot specifieke en individuele gevallen, en welke criteria er worden gehanteerd, wat de precieze reikwijdte ervan is, welke definities er worden gebruikt en of beroep mogelijk is. De tekst van de brief is beschikbaar onder: http://www.europarl.europa.eu/meetdocs/2009_2014/documents/libe/dv/p6_ltr_holder_/p6_ltr_Holder_en.pdf

(8)

Brief van 26 VS-senatoren aan James R. Clapper van 27 juni 2013; zie http://www.guardian.co.uk/world/interactive/2013/jun/28/senators-letter-james-clapper

 

(9)

De vertegenwoordigers van zes EU-lidstaten namen deel aan de G20 in Londen.

(10)

De commissaris heeft gevraagd of Tempora beperkt blijft tot de nationale veiligheid, of het snuffelen in gegevens beperkt blijft tot individuele gevallen of op grote schaal plaatsvindt, of de gegevens worden doorgegeven aan derde landen zoals de VS, en of onderdanen van het VK en van de EU rechtsmiddelen ter beschikking hebben als het om hun gegevens gaat.

(11)

Zie bijvoorbeeld de verklaringen van de Duitse minister van Justitie.

(12)

Zie http://euobserver.com/justice/120656

(13)

Bijvoorbeeld in Bulgarije.

(14)

Zie het lopende onderzoek in Luxemburg.

(15)

Zie artikel 42 van het uitgelekte Commissievoorstel: http://statewatch.org/news/2011/dec/eu-com-draft-dp-reg-inter-service-consultation.pdf

Laatst bijgewerkt op: 3 juli 2013Juridische mededeling