Procedure : 2013/2884(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0074/2014

Ingediende teksten :

B7-0074/2014

Debatten :

PV 05/02/2014 - 20
CRE 05/02/2014 - 20

Stemmingen :

PV 06/02/2014 - 9.9
CRE 06/02/2014 - 9.9

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0102

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 168kWORD 78k
28.1.2014
PE527.283v01-00
 
B7-0074/2014

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over het voortgangsverslag 2013 over Bosnië en Herzegovina (2013/2884(RSP))


Doris Pack namens de Commissie buitenlandse zaken

Resolutie van het Europees Parlement over het voortgangsverslag 2013 over Bosnië en Herzegovina (2013/2884(RSP))  
B7‑0074/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds en Bosnië en Herzegovina anderzijds, die op 16 juni 2008 werd ondertekend, en door alle EU-lidstaten en Bosnië en Herzegovina is geratificeerd,

–       gezien de conclusies van de Europese Raad van 19 en 20 juni 2003 over de Westelijke Balkan en de bijlage daarbij met als titel "De agenda van Thessaloniki voor de Westelijke Balkan: op weg naar Europese integratie",

–       gezien de conclusies van de Raad van 11 december 2012 en van 21 oktober 2013 over Bosnië en Herzegovina,

–       gezien de mededeling van de Commissie van 16 oktober 2013 getiteld "Uitbreidingsstrategie en voornaamste uitdagingen 2013-2014" (COM(2013)700), vergezeld van het werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld "Bosnië en Herzegovina: Voortgangsverslag 2013" (SWD(2013)415),

–       gezien zijn eerdere resoluties, met name die van 23 mei 2013 over het voortgangsverslag 2012 over Bosnië en Herzegovina(1) en van 22 november 2012 over Uitbreiding: beleid, criteria en de strategische belangen van de EU(2),

–       gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de EU zich nog altijd sterk blijft inzetten voor een soeverein en verenigd Bosnië en Herzegovina en het vooruitzicht op EU-lidmaatschap van het land;

B.     overwegende dat de complexe en inefficiënte institutionele opzet voortvloeiend uit Bijlage 4 van de Overeenkomst van Dayton, alsmede het gebrek aan politieke wil en het onvermogen van de politieke leiders van Bosnië en Herzegovina compromissen te sluiten, een negatieve invloed zijn blijven uitoefenen op het vermogen van het land om verdere vorderingen in de richting van de EU te boeken en de levens van de burgers te verbeteren; overwegende dat dringend constitutionele hervormingen moeten worden doorgevoerd om een goed functionerende en inclusieve democratische staat mogelijk te maken;

C.     overwegende dat het EU-lidmaatschap aan Bosnië en Herzegovina is aangeboden als één land; overwegende dat de Commissie de integratie van Bosnië en Herzegovina in de EU tot absolute prioriteit moet bestempelen en daarin met dezelfde energie en hetzelfde doorzettingsvermogen moet investeren als in de lopende dialoog tussen Belgrado en Pristina;

D.     overwegende dat een nieuwe dynamiek, respect voor de burgers en naleving van internationale verplichtingen onmisbaar zijn om een nieuwe impasse in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van oktober 2014 te vermijden;

E.     overwegende dat wijdverspreide corruptie, een zeer hoge werkloosheid alsook het gebrek aan toekomstperspectieven voor de burgers van Bosnië en Herzegovina grote belemmeringen blijven voor de sociaaleconomische en politieke ontwikkeling van het land;

F.     overwegende dat samenwerking met andere landen in de regio in de geest van goed nabuurschap een absolute voorwaarde is voor vreedzame co-existentie en verzoening in Bosnië en Herzegovina en de Zuidoost-Europese regio;

Algemene overwegingen

1.      is ernstig verontrust over het nog altijd ontbreken van een gemeenschappelijke visie bij de politieke leiders van de drie etnische gemeenschappen in het land; dringt er bij de politieke groeperingen op alle besluitvormingsiveaus in het land op aan om de samenwerking en de dialoog te intensiveren, om de huidige geschillen op te lossen en vooruitgang te kunnen boeken met het doorvoeren van hervormingen en het verbeteren van de levensomstandigheden van de burgers van Bosnië en Herzegovina; roept op tot een grotere betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij inspanningen ter hervorming van het land;

2.      is ingenomen met het op 1 oktober 2013 in Brussel gesloten zes punten omvattende akkoord, maar betreurt de obstructie van centralistische krachten bij de tenuitvoerlegging daarvan; benadrukt dat Bosnië en Herzegovina de beginselen van federalisme en legitieme vertegenwoordiging moet naleven om verdere vooruitgang te kunnen boeken;

3.      roept de leiders van de drie volkeren in Bosnië en Herzegovina op hun nationalistische en etnocentrische retoriek achter zich te laten; veroordeelt alle vormen van segregatie en discriminatie op religieuze of etnische gronden in welk land dan ook;

4.      verzoekt politieke leiders met klem de aandacht te richten op de uitvoering van de routekaart van de dialoog op hoog niveau, zodat kan worden voldaan aan de vereisten voor de inwerkingtreding van de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO);

5.      verzoekt de regeringen en bevoegde autoriteiten de doelmatigheid en de werking van hun instellingen te verbeteren en een effectief EU-coördinatiemechanisme op te zetten om ervoor te zorgen dat het EU-acquis in het hele land geharmoniseerd wordt omgezet en gehandhaafd met het oog op de algehele welvaart van zijn burgers; roept hen in dit verband op ervoor te zorgen dat zij op nationaal niveau met één stem kunnen spreken; benadrukt dat zonder een dergelijk mechanisme het toetredingsproces tot de EU muurvast zal blijven zitten; roept alle politieke partijen op zich in te zetten voor het verbeteren van de politieke dialoog en de politieke cultuur;

6.      herinnert de Commissie eraan dat uitbreiding van de EU meer is dan alleen maar overdracht van het EU-acquis en gebaseerd moet zijn op een werkelijke en volledige onderschrijving van de Europese waarden; roept op tot blijvend overleg tussen de EU en de leiders van Bosnië en Herzegovina en tot een herziening van de wijze waarop de EU Bosnië en Herzegovina benadert, met het oog op de trage vooruitgang naar het EU-lidmaatschap vergeleken met de vooruitgang die andere landen in de regio maken; dringt er bij de internationale gemeenschap en in het bijzonder de Europese Raad en de lidstaten op aan om zich meer in te spannen voor het bewerkstelligen van een consensus tussen de politieke leiders van Bosnië en Herzegovina over het uitvoeren van constitutionele en met de EU verband houdende hervormingen; roept de volgende vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger en de commissaris voor Uitbreiding op om Bosnië en Herzegovina als topprioriteit aan te wijzen na de benoeming van de volgende Commissie in 2014;

7.      verzoekt de Commissie extra inspanningen te leveren voor het bereiken van een overeenkomst over de tenuitvoerlegging van de uitspraak in de zaak Sejdić en Finci die alle betrokken volkeren en burgers gelijke rechten garandeert, alsook om een actieve rol te spelen bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU-agenda, met inbegrip van een functioneel systeem voor goed bestuur, democratische ontwikkeling en economische welvaart, en eerbiediging van de mensenrechten;

8.      vraagt de staatshoofden en regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken van de EU om hun persoonlijke inzet voor het land te vergroten;

9.      spoort de autoriteiten aan om de resterende doelstellingen te verwezenlijken en te voldoen aan de voorwaarden voor de sluiting van het Bureau van de hoge vertegenwoordiger, teneinde meer lokale zeggenschap en verantwoordelijkheid mogelijk te maken; benadrukt dat sluiting van het Bureau van de hoge vertegenwoordiger alleen kan worden overwogen als aan alle voorwaarden is voldaan;

10.    is zeer verontrust over het feit dat de vier jaar lang durende onenigheid tussen politieke leiders ertoe heeft geleid dat de Raad van Europa in eerste instantie overwoog om het recht van het land op vertegenwoordiging in deze organisatie op te schorten als er vóór de verkiezingen geen aanzienlijke vorderingen worden geboekt bij de tenuitvoerlegging van de uitspraak van het Europees Hof voor de rechten van de mens (EHRM); benadrukt dat de legitimiteit van de verkiezingen van 2014 zal worden aangevochten indien de uitspraak van het EHRM niet ten uitvoer wordt gelegd;

11.    herhaalt dat een grondwetsherziening van essentieel belang blijft om Bosnië en Herzegovina tot een doeltreffende en volledig functionele staat om te vormen; dringt er bij de Federatie op aan om concretere voorstellen op dit gebied te overwegen, waaronder de samenvoeging van bepaalde kantons en de herverdeling van bevoegdheden, om de complexe institutionele structuur te vereenvoudigen, een evenwichtiger vertegenwoordiging van alle volkeren en burgers te waarborgen, discriminatie op grond van etnische afkomst uit te bannen en de staat beter te laten functioneren, minder duur te maken en meer verantwoording te laten afleggen tegenover zijn burgers; roept alle politieke partijen op aan dit proces op constructieve en open wijze deel te nemen en gebruik te maken van het advies en de begeleiding die de Commissie van Venetië bij dit proces kan bieden; verwelkomt en ondersteunt de inspanningen van maatschappelijke organisaties om invloed uit te oefenen op het proces van constitutionele hervorming;

12.    juicht toe dat de tellingsfase van de eerste volks- en woningtelling sinds 1991 soepel is verlopen en voltooid; roept de verantwoordelijke autoriteiten op ervoor te zorgen dat de telling een puur statistische exercitie blijft en aan de internationale normen voldoet; roept alle bevoegde autoriteiten op een dergelijke telling niet te politiseren, aangezien deze bedoeld is om objectieve sociaaleconomische gegevens te leveren;

13.    maakt zich ernstige zorgen over het feit dat de geschillen over de verdeling van bevoegdheden de financiële bijstand van de EU in de weg staan; betreurt, maar steunt volledig, het besluit van de Commissie om projecten in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun I (IPA-I) te schrappen; vreest dat het uitblijven van maatregelen gevolgen kan hebben voor de toewijzing van miljoenen euro's aan EU-middelen voor politieke en sociaaleconomische ontwikkeling in het kader van IPA-II;

Politieke criteria

14.    maakt zich zorgen dat wetgevingsactiviteiten nog altijd worden gehinderd door politieke stellingnames; pleit ervoor dat de politieke leiders meer verantwoording afleggen aan het volk van Bosnië en Herzegovina;

15.    roept alle in de parlementaire vergadering van Bosnië en Herzegovina vertegenwoordigde politieke partijen op zo snel mogelijk de nodige wijzigingen van de kieswet door te voeren, zodat de algemene verkiezingen van oktober 2014 daadwerkelijk gehouden kunnen worden; herhaalt dat besluiten van het Grondwettelijk Hof van Bosnië en Herzegovina onherroepelijk en bindend zijn en daarom moeten worden uitgevoerd;

16.    is zeer verontrust over het inefficiënte rechtsbestel en het groeiende onvermogen uitspraken van rechtbanken uit te voeren; dringt erop aan politieke aanvallen op de rechtelijke macht te voorkomen en het probleem van versnippering van de budgettaire verantwoordelijkheid binnen de rechterlijke macht aan te pakken;

17.    prijst de gestructureerde dialoog inzake justitie die concrete resultaten heeft opgeleverd en waarvan reeds een aantal aanbevelingen zijn uitgevoerd; is ingenomen met de vorderingen met het wegwerken van de achterstand bij de afhandeling van rechtszaken; herhaalt, in aansluiting op de aanbevelingen van de gestructureerde dialoog, de oproep tot het uitvoeren van structurele en institutionele hervormingen van het gerechtelijk apparaat, onder meer door de kwestie aan te pakken in verband met de harmonisatie van de vier verschillende rechtsstelsels in Bosnië en Herzegovina, met inbegrip van de oprichting van een nationaal hooggerechtshof, overeenkomstig de aanbevelingen in het desbetreffende advies van de Commissie van Venetië;

18.    is verheugd dat de achterstand ten aanzien van oorlogsmisdaden ook is teruggedrongen en dat de vervolging van oorlogsmisdaden waarbij seksueel geweld is gebruikt is verbeterd; is ingenomen met de benoeming van 13 nieuwe officieren van justitie bij het Openbare Ministerie die zich in hoofdzaak zullen bezighouden met de vervolging van oorlogsmisdaden; roept op tot verhoogde inspanningen in verband met het onderzoek en de vervolging van deze misdaden, met inbegrip van een afdoende bescherming van getuigen, de invoering van een nationaal programma ter verbetering van de status van slachtoffers, waaronder slachtoffers van oorlogsmisdaden in de vorm van seksueel geweld en marteling, en maatregelen voor een grotere beschikbaarheid van middelen op alle niveaus;

19.    neemt nota van de uitspraak "Maktouf en Damjanović tegen Bosnië en Herzegovina" van het EHRM en de consequenties daarvan, leidend tot een wijziging van de jurisprudentie voor bij het Grondwettelijk Hof van Bosnië en Herzegovina aanhangig gemaakte beroepen, waaronder tegen tenlasteleggingen van volkerenmoord, waardoor tien voor langdurige gevangenisstraffen veroordeelde aangeklaagden zijn vrijgelaten; herhaalt dat de berechting van oorlogsmisdaden van cruciaal belang is voor de slachtoffers en hun families, en dat alle aspecten grondig bestudeerd moeten worden alvorens tot vrijlating wordt besloten; benadrukt dat het belangrijk is dat de binnenlandse autoriteiten alle nodige maatregelen nemen om waar mogelijk te zorgen voor de blijvende detentie van eerder veroordeelden die wachten op een nieuwe behandeling van hun zaak, mits hun detentie in overeenstemming is met de uitspraken van het EHRM, of andere veiligheidsmaatregelen;

20.    is bezorgd over de financiële duurzaamheid, de versplintering en politisering van het openbaar bestuur en het gebrek aan politieke wil voor de hervorming ervan; is ingenomen met het feit dat verbeteringen zijn bereikt bij de coördinatie binnen de regering wat betreft de afstemming van de wetgeving op de EU-normen, maar blijft bezorgd over de mogelijke gevolgen van de gecompliceerde verdeling en toewijzing van bevoegdheden wat betreft de openbare dienstverlening; is bezorgd dat de fytosanitaire testinstallaties die nodig zijn voor de uitvoer van landbouwproducten naar de EU nog onvoldoende ontwikkeld zijn; spoort de regering aan de oprichting van een Ministerie van Landbouw op nationaal niveau te steunen;

21.    verwelkomt het feit dat de samenwerking met het maatschappelijk middenveld verbetert, maar roept daarnaast op tot de invoering op nationaal niveau van institutionele kaders voor samenwerking tussen overheidsinstellingen en maatschappelijke organisaties, die zo snel mogelijk op het niveau van de entiteiten en kantons toegepast moeten kunnen worden; roept ertoe op de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij het proces van toetreding tot de EU op reguliere en gestructureerde wijze te vergroten; moedigt NGO's aan te streven naar meer samenwerking en synergieën;

22.    benadrukt dat Bosnië en Herzegovina de belangrijkste verdragen betreffende fundamentele arbeidsrechten van de IAO heeft geratificeerd; betreurt het feit dat de arbeids- en vakbondsrechten beperkt blijven en roept de regering op deze rechten te waarborgen;

23.    geeft uiting aan zijn zorgen over het feit dat alle lagen van het openbare leven sterk doordrongen zijn van corruptie, en dat politici, het bedrijfsleven en de media onderling gecompliceerde banden onderhouden; roept op tot de snellere invoering van een strategie voor corruptiebestrijding en tot het vaststellen van maatregelen om de doeltreffendheid van het onderzoek, de vervolging en de veroordeling van gevallen van corruptie te verbeteren;

24.    is ingenomen met het unanieme besluit van de regering van de Federatie het pakket wetten ter bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad ter behandeling voor te leggen aan het parlement; betreurt het feit dat het wetgevingspakket geen meerderheid heeft verworven in het parlement van de Federatie; benadrukt dat het belangrijk is de bestrijding van corruptie de hoogste prioriteit toe te kennen, en roept op tot het voeren van breed overleg met alle belanghebbenden en betrokken instellingen, met het oog op het actualiseren van het wetgevingsvoorstel; verwelkomt in dit verband de technische ondersteuning van de delegatie van de EU in Bosnië en Herzegovina;

25.    stelt met bezorgdheid vast dat georganiseerde misdaad, witwaspraktijken en smokkel van mensen, drugs en goederen bij gebrek aan doeltreffende instellingen blijven voortbestaan; prijst de samenwerking met buurlanden; roept op tot het waarborgen van structurele verbeteringen bij de samenwerking op het gebied van grenscontroles, politietaken en vervolging, en van een doeltreffender gerechtelijk vervolg; roept op tot verbetering van de systematische verzameling, analyse en toepassing van informatie door wetshandhavingsinstanties;

26.    is bezorgd over het feit dat Bosnië en Herzegovina nog altijd een land van oorsprong, doorvoer en bestemming is van vrouwenhandel; verwelkomt de goedkeuring van een nieuwe strategie en een nieuw actieplan ter bestrijding van mensenhandel voor de periode 2013-2015; benadrukt dat de mensenhandel op een alomvattende, multidisciplinaire en op slachtoffers gerichte wijze moet worden aangepakt en de identificatie van slachtoffers moet worden verbeterd;

27.    is bezorgd over het feit dat er ondanks de bestaande wetgeving ter zake slechts beperkte vooruitgang geboekt is op het vlak van vrouwenrechten en gendergelijkheid; roept op tot de volledige implementatie van de relevante wetgeving en beleidsmaatregelen, mede in het kader van de kieswet voor de volgende algemene verkiezingen in 2014, en tot het nemen van concrete stappen ter verhoging van de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt en in het politieke leven;

28.    roept de bevoegde autoriteiten op de rechten van minderheden en kwetsbare groepen actief te beschermen en te bevorderen, antidiscriminatiewetten en -beleid te implementeren, en een nationale strategie tegen discriminatie te ontwikkelen; dringt er bij politieke partijen en maatschappelijke organisaties op aan zich te distantiëren van discriminatie en zich in te zetten voor een inclusieve en tolerante samenleving; is bezorgd over de haat zaaiende uitlatingen, bedreigingen, intimidatie en discriminatie waar vooral de lesbische, homoseksuele, transgender/transseksuele en interseksuele (LGBTI) gemeenschap mee wordt geconfronteerd;

29.    roept op tot maatregelen om het pluralisme van de media te waarborgen en te bevorderen; is verontrust over de toenemende politieke en financiële druk op de media en de bedreigingen aan het adres van journalisten; benadrukt dat transparante en vrije media essentieel zijn voor de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting; pleit voor maatregelen ten behoeve van een veilige werkomgeving voor journalisten; verzoekt de autoriteiten met klem om overeenkomstig de desbetreffende wetgeving de politieke, institutionele en financiële onafhankelijkheid van de publieke omroepen te waarborgen en de digitale omschakeling te voltooien; roept op tot verdere inspanningen om een gelijke toegang tot informatie in alle officiële talen te waarborgen en gelijke rechten voor alle volkeren in het land op het gebied van de publieke omroep te garanderen;

30.    verzoekt de autoriteiten voldoende middelen toe te wijzen voor onderwijs voor jonge kinderen, in diensten te voorzien voor families van kinderen met een handicap en maatregelen te nemen ter voorkoming van geweld tegen kinderen;

31.    dringt er bij de autoriteiten op alle niveaus in heel Bosnië en Herzegovina op aan de onderwijshervorming een beslissende stap vooruit te brengen door te streven naar verbetering van de onderwijsnormen, bevordering van een inclusief en niet-discriminerend onderwijsstelsel en opheffing van etnische segregatie in het onderwijs (twee scholen onder één dak); verzoekt hen de opleiding van onderwijzers te steunen, zodat deze de vaardigheden kunnen opdoen om contacten tussen leerlingen van verschillende etnische afkomst te stimuleren en bij te dragen aan programma's voor capaciteitsopbouw op lange termijn; spoort de media van Bosnië en Herzegovina ertoe aan geïntegreerd onderwijs te bevorderen; dringt er bij de Conferentie van ministers van Onderwijs op aan een samenhangender wetgevingskader te scheppen op het gebied van onderwijs in heel Bosnië en Herzegovina, met inbegrip van grotere onderlinge afstemming van leerstof en onderwijsnormen, als noodzakelijke stap voor het nader tot elkaar brengen van de etnische gemeenschappen; betreurt het feit dat er geen nationaal agentschap in Bosnië en Herzegovina bestond dat deel kon nemen aan enig onderdeel van het EU-programma "Een leven lang leren"; dringt er bij de bevoegde autoriteiten op aan een dergelijk agentschap op te richten, zodat het land deel kan nemen aan het vervolgprogramma Erasmus+;

32.    verzoekt de autoriteiten Roma-kinderen gelijke toegang te geven tot onderwijsdiensten, met de desbetreffende ngo's samen te werken om Roma-families aan te moedigen hun kinderen naar school te laten gaan alsook de daadwerkelijke schoolgang van Roma-kinderen te bevorderen met onder meer voorschoolse voorbereidingsprogramma's;

33.    verwelkomt het besluit van het bevoegde federale ministerie om tijdelijk de verantwoordelijkheid over te nemen voor het financieren van culturele instellingen als het Nationaal Museum, de Nationale Bibliotheek en het Historisch Museum, zodat een aantal daarvan weer open kan gaan en al deze instellingen weer naar behoren kunnen functioneren; roept op tot snelle opheldering van de status van de zeven nationale culturele instellingen, te weten het Nationaal Museum, de Galerij der Kunsten, het Historisch Museum, het Museum voor Literatuur en Toneel, het Filmarchief, de Nationale Bibliotheek en de Bibliotheek voor Blinden, zodat zij een degelijke juridische en financiële status genieten; pleit voor een langetermijnoplossing voor de financiering van deze instellingen;

34.    roept op tot betere coördinatie op lokaal niveau, meer communicatie tussen donoren, belanghebbenden en lokale overheden en meer nadruk op duurzame maatregelen voor repatrianten; roept op tot het nemen van stappen om de terugkeer van vluchtelingen en binnenlandse ontheemden naar alle getroffen gebieden te waarborgen; roept het land op zich in te zetten voor de oplossing van de humanitaire kwestie van de 7 886 personen die sinds de oorlog nog altijd vermist zijn, en de arbeidsomstandigheden van het instituut voor vermiste personen te verbeteren;

35.    betuigt zijn eerbied voor de meer dan 430 mannen, vrouwen en kinderen die tijdens de oorlog zijn omgekomen en waarvan in september 2013 de stoffelijke overschotten zijn gevonden in een massagraf in Tomasica, bij Prijedor in Republika Srpska, en spreekt zijn medeleven uit met hun families; roept op tot een volledig en allesomvattend onderzoek naar de gruwelijkheden; roept eenieder die over informatie over nog niet ontdekte massagraven beschikt op om de autoriteiten op dezelfde wijze te informeren als is gedaan in het geval van het graf in Tomasica;

Sociaaleconomische kwesties

36.    dringt er bij de bevoegde autoriteiten op aan de coördinatie van het binnenlands economisch beleid te versterken om economische groei mogelijk te maken, verdere structurele hervormingen te starten, de begrotingsdiscipline te ondersteunen en de overheidsinkomsten te verbeteren; roept hen verder op om de samenstelling en doeltreffendheid van de overheidsuitgaven en van de grote ondoelmatige overheidssector, met zijn meerdere overlappende bevoegdheden, te verbeteren en de stabiliteit van de financiële sector te waarborgen door het wet- en regelgevend kader te versterken; is bezorgd over de krachteloze wetshandhaving en corruptiebestrijdingsmaatregelen, die het ondernemersklimaat verslechteren, buitenlandse investeringen ontmoedigen en bijdragen aan een grote informele sector; herhaalt dat er één enkele economische ruimte moet worden ingevoerd en dat het vastzittende privatiseringsproces opnieuw in gang moet worden gebracht en versneld teneinde de begrotingssituatie te verbeteren en de mededinging te vergroten; dringt er bij de autoriteiten op aan de milieubescherming te verbeteren, overeenkomstig de EU-normen;

37.    is bezorgd over het feit dat de socialebeschermingsregelingen zeer ondoelmatig zijn, ondanks het hoge niveau van overheidsuitgaven; acht het van groot belang dat de gefragmenteerde socialezekerheidsstelsels worden geharmoniseerd en hervormd opdat alle burgers, personen met een handicap inbegrepen, gelijk behandeld worden; dringt er bij de overheden op aan het ondernemersklimaat te verbeteren en hervormingen van de arbeidsmarkt door te voeren teneinde met behulp van concrete economische maatregelen het zeer hoge werkloosheidsniveau, dat de macro-economische stabiliteit aantast, aan te pakken; roept op tot verdere maatregelen ter stimulering van de participatie op de arbeidsmarkt van de vele werkloze jongeren in het land;

Regionale samenwerking

38.    prijst Bosnië en Herzegovina voor zijn constructieve rol in de regionale samenwerking en spoort het land aan verder te werken aan de oplossing van de huidige grens- en eigendomsgeschillen met de buurlanden; spoort aan tot verdere ontwikkeling van de betrekkingen met andere bij het Europese integratieproces betrokken landen;

39.    is bijzonder verheugd over de toezeggingen van Bosnië en Herzegovina om de bilaterale betrekkingen te verbeteren, onder meer door de uitleverings- en overnameovereenkomsten te ondertekenen, evenals een protocol voor de samenwerking bij de vervolging van personen die zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdrijven, misdaden tegen de menselijkheid en genocide; is ingenomen met de bilaterale grensovereenkomsten met Kroatië; roept Bosnië en Herzegovina op verder met de Commissie samen te werken aan de aanpassing van de interimovereenkomst/stabilisatie- en associatieovereenkomst, vooral op het gebied van grensoverschrijdende handel, teneinde de traditionele handelsstromen tussen EU-lidstaten en partners van de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst in stand te houden; dringt er bij Bosnië en Herzegovina op aan dat de reisdocumenten van burgers van Kosovo worden geaccepteerd zodat zij het land binnen kunnen reizen;

40.    herhaalt zijn steun voor versoepeling van de visumplicht voor de landen van de Westelijke Balkan als een belangrijke pijler van hun Europees integratieproces; verzoekt de EU-lidstaten de asielprocedures voor burgers van landen van de Westelijke Balkan die zonder visum binnen de Schengenruimte kunnen reizen, te bekorten, als doeltreffend middel om het aantal ongegronde asielaanvragen te verminderen en tegelijkertijd asielzoekers nog altijd het recht te geven hun zaak in een volwaardig onderhoud uiteen te zetten; is bovendien ingenomen met het voornemen van de nieuwe coalitieregering in Duitsland, vastgelegd in het deel van hun coalitieovereenkomst over de nationale asielwetgeving, om Bosnië en Herzegovina aan te merken als "veilig land van oorsprong" om de procedures voor deze aanvragen te kunnen versnellen;

°

°       °

41.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, het presidentschap van Bosnië en Herzegovina, de raad van ministers van Bosnië en Herzegovina, de parlementaire vergadering van Bosnië en Herzegovina, alsmede aan de regeringen en parlementen van de Federatie van Bosnië en Herzegovina en de Servische Republiek.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0225.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0453.

Laatst bijgewerkt op: 2 februari 2014Juridische mededeling