Procedure : 2014/2567(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0201/2014

Ingediende teksten :

B7-0201/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/02/2014 - 10.9
CRE 27/02/2014 - 10.9

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0172

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 114kWORD 51k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0201/2014
24.2.2014
PE529.560v01-00
 
B7-0201/2014

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de inzet van gewapende drones (2014/2567(RSP))


José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Michael Gahler, Arnaud Danjean, Tunne Kelam, Krzysztof Lisek, Elena Băsescu, Roberta Angelilli, Anne Delvaux namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de inzet van gewapende drones (2014/2567(RSP))  
B7‑0201/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien de verslagen over de inzet van gewapende drones van de speciale rapporteur van de VN inzake buitengerechtelijke, standrechtelijke en willekeurige executies van 28 mei 2010 en 13 september 2013 en van de speciale rapporteur van de VN inzake de bevordering en bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij de bestrijding van terrorisme van 18 september 2013,

–       gezien de verklaring van de secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon van 13 augustus 2013 over de inzet van gewapende drones,

–       gezien de hoorzitting van 25 april 2013 over de gevolgen van het gebruik van drones voor de mensenrechten, gezamenlijk georganiseerd door de Subcommissie mensenrechten van het Parlement en de Subcommissie veiligheid en defensie,

–       gezien zijn studie van 3 mei 2013 over de gevolgen voor de mensenrechten van het gebruik van drones en onbemande robots bij oorlogvoering,

–       gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat het gebruik van op afstand bestuurbare vliegtuigen (hierna "drones") bij dodelijke extraterritoriale acties het afgelopen decennium sterk is toegenomen;

B.     overwegende dat er gevallen zijn gemeld van burgers die om het leven zijn gekomen of zwaargewond zijn geraakt door aanvallen met drones; overwegende dat het moeilijk is om te schatten om hoeveel slachtoffers het hierbij gaat;

C.     overwegende dat het internationale recht inzake mensenrechten een verbod omvat op het willekeurig/onwettig doden van personen, en dat dit verbod ook van kracht is in gewapende conflicten;

D.     overwegende dat de internationale mensenrechtenwetgeving het doelgericht doden van personen die geen strijder zijn, ongeacht de plaats waar zij zich bevinden, verbiedt;

E.     overwegende dat als er in een gewapend conflict burgers zijn omgekomen door aanvallen met drones, de landen verplicht zijn onmiddellijk een onafhankelijk en onpartijdig onderzoek in te stellen en een gedetailleerde openbare verklaring te geven en toegang tot rechtsmiddelen te verschaffen;

F.     overwegende dat zeven lidstaten (Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Italië, Nederland, Polen en Spanje) een intentieverklaring hebben getekend met het Europees Defensieagentschap (EDA), waarin het EDA de opdracht krijgt een studie te verrichten naar de mogelijkheden voor gezamenlijke productie van MALE-drones (Medium Altitude Long Endurance), waarmee militaire doelen kunnen worden aangevallen en die ingezet kunnen worden voor de bewaking van schepen met migranten op de Middellandse Zee, waarmee een eerste aanzet wordt gegeven voor een Europese drone;

1.      is tegenstander van elk onwettig gebruik van gewapende drones, en met name van de inzet van drones voor het buitengerechtelijk doelgericht doden van personen; dringt er bij de lidstaten, de Raad en de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid op aan zich te verzetten tegen dergelijke praktijken en deze te verbieden;

2.      verzoekt de lidstaten gewapende drones op te nemen in de relevante internationale ontwapeningsprogramma's en wapenbeheersingsregelingen;

3.      dringt bij de Raad aan op vaststelling van een gemeenschappelijk standpunt van de EU inzake gewapende drones;

4.      is de stellige mening toegedaan dat vastgelegd moet worden dat door drones autonoom genomen beslissingen om dodelijk geweld te gebruiken onrechtmatig zijn;

5.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden, de Raad, de parlementen van de lidstaten en de Commissie.

 

Laatst bijgewerkt op: 26 februari 2014Juridische mededeling