Procedure : 2014/2567(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0206/2014

Ingediende teksten :

B7-0206/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/02/2014 - 10.9
CRE 27/02/2014 - 10.9

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0172

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 116kWORD 53k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0201/2014
24.2.2014
PE529.565v01-00
 
B7-0206/2014

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over het rechtskader voor de inzet van gewapende drones (2014/2567(RSP))


Annemie Neyts-Uyttebroeck, Sarah Ludford, Phil Bennion, Marietje Schaake, Ramon Tremosa i Balcells, Louis Michel, Jelko Kacin, Nathalie Griesbeck namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het rechtskader voor de inzet van gewapende drones (2014/2567(RSP))  
B7‑0206/2014

Het Europees Parlement,

–       gezien de verslagen over de inzet van gewapende drones van de speciale rapporteur van de VN inzake buitengerechtelijke, standrechtelijke en willekeurige executies van 28 mei 2010 en 13 september 2013 en van de speciale rapporteur van de VN inzake de bevordering en bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij de bestrijding van terrorisme van 18 september 2013,

–       gezien de verklaring van de secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon van 13 augustus 2013 over de inzet van gewapende drones,

–       gezien de hoorzitting van 25 april 2013 over de gevolgen van het gebruik van drones voor de mensenrechten, gezamenlijk georganiseerd door de Subcommissie mensenrechten en de Subcommissie veiligheid en defensie van het Parlement,

–       gezien zijn studie van 3 mei 2013 over de gevolgen voor de mensenrechten van het gebruik van drones en onbemande robots bij oorlogvoering,

–       gezien de conclusies van de Europese Raad van 20 december 2013,

–       gezien artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat het geautomatiseerde gebruik van op afstand bestuurbare vliegtuigen (hierna "drones") bij dodelijke extraterritoriale acties het afgelopen decennium sterk is toegenomen;

B.     overwegende dat naar verluidt duizenden burgers bij aanvallen met drones zijn omgekomen of ernstig gewond zijn geraakt; overwegende dat dergelijke cijfers moeilijk te schatten zijn vanwege het gebrek aan transparantie over het gebruik van gewapende drones, hetgeen een ernstige belemmering vormt voor de beoordeling van de algehele gevolgen voor burgers van aanvallen met drones, en bijdraagt aan de gebrekkige verantwoordingsplicht;

C.     overwegende dat de proliferatie van de technologie van gewapende drones het internationaal recht voor ongekende uitdagingen stelt;

D.     overwegende dat de internationale wetgeving op het gebied van de mensenrechten een verbod omvat op willekeurig doden, inclusief in een situatie van gewapend conflict; overwegende dat de internationale mensenrechtenwetgeving het doelgericht doden van personen die zich bevinden in niet-oorlogvoerende landen, niet toestaat;

E.     overwegende dat als er in een gewapend conflict burgers zijn omgekomen door aanvallen met drones, de landen verplicht zijn onmiddellijk een onafhankelijk en onpartijdig onderzoek in te stellen en een gedetailleerde openbare verklaring te geven en toegang tot rechtsmiddelen te verschaffen;

F.     overwegende dat vele onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten in verband met de bouw van drones voor militair en civiel gebruik met EU-middelen zijn ondersteund, en overwegende dat dit naar verwachting in de toekomst zo zal blijven gaan;

1.      verzoekt de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de lidstaten en de Raad:

(a)         zich te verzetten tegen en een verbod uit te vaardigen op de praktijk van                        buitengerechtelijk doelgericht doden;

(b)         ervoor te zorgen dat de lidstaten, overeenkomstig hun wettelijke verplichtingen, zich niet bezondigen aan onwettig doelgericht doden of het andere landen gemakkelijk maken dit te doen;

(c)         gewapende drones op te nemen in alle relevante Europese en internationale regelingen inzake ontwapening en controle op wapens;

(d)         een verbod uit te vaardigen op de ontwikkeling, de productie en het gebruik van volledig autonome wapens;

(e)         onderzoeken naar het doelgericht doden van personen te ondersteunen en gevolg te geven aan de aanbevelingen van de speciale rapporteur van de VN inzake buitengerechtelijke, standrechtelijke en willekeurige executies en de speciale rapporteur van de VN inzake de bevordering en bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden bij de bestrijding van terrorisme;

2.      verzoekt de Commissie om een uitgebreid overzicht van alle onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten in verband met de bouw van drones voor zowel civiel als militair gebruik die met EU-middelen zijn ondersteund; verzoekt de Commissie verder om het Parlement naar behoren op de hoogte te houden van het gebruik van EU-middelen voor dergelijke projecten in de toekomst;

3.      wenst dat effectbeoordelingen inzake de mensenrechten tot een vast onderdeel worden gemaakt van onderzoek en ontwikkeling op technologisch gebied, ook bij de verdere ontwikkeling van drones;

4.      waarschuwt voor de proliferatie van technologie op het gebied van drones, en roept op tot de ontwikkeling van internationale normen;

5.      verzoekt de Raad met klem in te stemmen met het voorstel om een gemeenschappelijk EU-standpunt inzake een rechtskader voor de inzet van gewapende drones, vast te stellen met als doel te voorkomen dat geweld en capaciteiten op het gebeid van toezicht en inlichtingenvergaring worden misbruikt zonder toereikend democratisch toezicht, rechtskader en controlemechanisme; is van mening dat dit standpunt moet worden vastgesteld voordat verdere besluiten worden genomen over de ontwikkeling van programma's op het gebied van drones op nationaal en op EU-niveau; verzoekt om een gecoördineerd initiatief van de EU en de lidstaten in het kader van de VN met het oog op de sluiting van een bindende internationale overeenkomst inzake het gebruik van drones voor doelgericht doden;

6.      benadrukt dat een dergelijk kader eveneens moet voorzien in democratisch toezicht op de inzet van gewapende drones, zoals bij de inzet van elke andere militaire capaciteit, en richtsnoeren moet bevatten voor een duidelijke en transparante bevelslijn om te waarborgen dat verantwoording wordt afgelegd;

7.      verzoekt om sterkere transparantie bij de inzet van gewapende drones zodat de gevolgen voor burgers beter kunnen worden ingeschat, en als eerste stap ter bestrijding van het "verantwoordingsvacuüm" rond het gebruik ervan;

8.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden, de Raad, de parlementen van de lidstaten en de Commissie.

 

Laatst bijgewerkt op: 26 februari 2014Juridische mededeling