Procedure : 2005/2546(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B6-0250/2005

Ingediende teksten :

RC-B6-0250/2005

Debatten :

PV 14/04/2005 - 16.2

Stemmingen :

PV 14/04/2005 - 17.2

Aangenomen teksten :

P6_TA(2005)0137

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 105kDOC 76k
13 april 2005
PE 357.278v01-00}
PE 357.281v01-00}
PE 357.285v01-00}
PE 357.290v01-00}
PE 357.293v01-00} RC1
 
B6‑0250/2005}
B6‑0253/2005}
B6‑0257/2005}
B6‑0261/2005}
B6‑0264/2005} RC1
ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5 van het Reglement door
   José Javier Pomés Ruiz, Bernd Posselt en Thomas Mann, namens de PPE-DE-Fractie
   Pasqualina Napoletano, Karin Scheele en Carlos Carnero González, namens de PSE-Fractie
   Philippe Morillon, namens de ALDE-Fractie
   Raül Romeva i Rueda, namens de Verts/ALE-Fractie
   Willy Meyer Pleite, Jonas Sjöstedt, Feleknas Uca, Vittorio Emanuele Agnoletto en Marco Rizzo, namens de GUE/NGL-Fractie
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties:
   PPE-DE (B6‑0250/2005)
   ALDE (B6‑0253/2005)
   Verts/ALE (B6‑0257/2005)
   GUE/NGL (B6‑0261/2005)
   PSE (B6‑0264/2005)
over de humanitaire hulp aan de Sahrawi-vluchtelingen

Resolutie van het Europees Parlement over de humanitaire hulp aan de Sahrawi-vluchtelingen 

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie over de Westelijke Sahara van 16 maart 2000(1) waarin het de Commissie vraagt de humanitaire hulp aan de Saharaanse vluchtelingen uit te breiden en met name meer humanitaire hulp aan het Saharaanse volk te geven op het gebied van voedsel, gezondheidszorg en onderwijs,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 23 oktober 2003 over het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2004(2), waarin gevraagd wordt om garanties inzake omvangrijke, ononderbroken humanitaire hulp aan de Saharaanse vluchtelingen,

–  gelet op de verslechtering van de humanitaire situatie die is geconstateerd door een groep EP-leden tijdens hun bezoek van 3-6 maart 2005 aan de vluchtelingenkampen bij Tindouf in Zuidwest-Algerije,

–  gelet op artikel 115, lid 5 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Sahrawi-volk zich in vluchtelingenkampen in Algerije bevindt vanwege een onvoltooid dekolonisatieproces, en dat het overleven van dit volk volledig afhangt van de oplossing van het conflict over de Westelijke Sahara,

B.  gezien de verslagen S/2004/827 en S/2005/49 van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, waarin de internationale gemeenschap wordt opgeroepen haar humanitaire hulp aan de Sahrawi-vluchtelingen voort te zetten totdat het conflict over de Westelijke Sahara is opgelost,

C.  overwegende dat het rapport van het Wereldvoedselprogramma (WFP/EB.2/2004/4-B/4) gewag maakt van een verslechtering van de leefomstandigheden van de Sahrawi-vluchtelingen (groeiachterstand bij kinderen, ondervoeding, bloedarmoede) ten gevolge van de vermindering van de hulp,

D.  overwegende dat het Wereldvoedselprogramma op 26 februari 2005 een oproep heeft gericht aan de donorlanden, waarin wordt gezegd dat het WFP vanaf mei 2005 niet meer in staat is een volledig voedselrantsoen van 2100 kcal aan de 158.000 Sahrawi-vluchtelingen te bieden, door gebrek aan ruime bijdragen en externe hulp, hetgeen ernstige gevolgen op voedings- en gezondheidsgebied kan hebben voor de vluchtelingen, en in de eerste plaats de kinderen en vrouwen,

E.  zijn verontrusting uitsprekend over het opraken van voedselvoorraden in mei 2005, waardoor de vluchtelingen die al in een precaire situatie leven, worden blootgesteld aan een ernstige humanitaire crisis indien dan nog geen noodmaatregelen zijn getroffen om een omvangrijke en snelle hulp te bieden om deze ernstige situatie het hoofd te bieden,

F.  overwegende dat de gestage vermindering van de hulp die de Commissie via ECHO aan de Sahrawi-vluchtelingen biedt dramatische gevolgen zal hebben (verarming van het voedselpakket, verslechtering op het gebied van de gezondheidszorg en het onderwijs),

G.  overwegende dat de Commissie tot in 2002 specifieke hulp heeft geboden (voedsel, medische zorg, onderwijs, huisvesting, sanitaire voorzieningen) aan de Sahrawi-vluchtelingen, als aanvulling op de hulp in de vorm van basisproducten die de VN-organen in het kader van hun mandaat gaven,

H.  overwegende dat de humanitaire crisis met name veroorzaakt wordt door het uitblijven van werkelijke vorderingen in het zoeken naar een rechtvaardige en duurzame politieke oplossing voor de Westelijke Sahara die aanvaardbaar is voor de verschillende partijen,

1.  verzoekt de Commissie onmiddellijk noodhulp te verlenen, waarmee de moeilijke situatie waarin de Sahrawi-vluchtelingen momenteel leven kan worden aangepakt;

2.  verzoekt de Commissie de hulp uit te breiden en te diversifiëren, en tenminste op het peil van 2002 te brengen, zodat de Sahrawi-vluchtelingen een correct voedselminimum wordt gegarandeerd, waarbij tegelijk belang wordt gehecht aan de gezondheidszorg, het onderwijs, de huisvesting en het vervoer;

3.  herhaalt zijn verzoek aan de Commissie, zoals geformuleerd in paragraaf 66 van zijn resolutie over het ontwerp van algemene begroting van de EU voor het begrotingsjaar 2004, om passende maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de hulp die verleend wordt aan opvangkampen voor Saharaanse vluchtelingen gewaarborgd blijft en dat deze hulp in geen geval, zelfs niet tijdelijk, om louter administratieve redenen wordt opgeschort;

4.  verzoekt de Commissie de Europese NGO's die al praktische ervaring in het veld hebben opgedaan te betrekken bij de uitvoering van de ECHO-programma's voor de Sahrawi-vluchtelingen, ten einde te zorgen voor een doeltreffende en snelle uitvoering van de hulp die door de Europese Unie wordt geboden;

5.  verzoekt de Commissie bij te dragen tot de uitbreiding van de capaciteit voor de uitvoering van de humanitaire hulp in de vluchtelingenkampen, in samenwerking met de instellingen van de Sahrawi die uitsluitend voor dit doel zijn opgezet;

6.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Marokkaanse regering, het Polisario-Front en de voorzitter van de Afrikaanse Unie.

(1) PB C 377 van 29.12.2000, blz. 354.
(2) PB C 82 van 1.4.2004, blz. 457.

Laatst bijgewerkt op: 13 april 2005Juridische mededeling