ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 4 van het Reglement door
–
Alexander Stubb, namens de PPE-DE-Fractie
–
Martine Roure en Michael Cashman, namens de PSE-Fractie
–
Sophia in 't Veld, namens de ALDE-Fractie
–
Kathalijne Maria Buitenweg, Jean Lambert, Monica Frassoni, Elisabeth Schroedter en Raül Romeva i Rueda, namens de Verts/ALE-Fractie
–
Giusto Catania, Jonas Sjöstedt, Vittorio Agnoletto, Roberto Musacchio en Willy Meyer Pleite, namens de GUE/NGL-Fractie
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties:
–
PPE-DE (B6‑0025/2006)
–
ALDE (B6‑0040/2006)
–
Verts/ALE (B6‑0039/2006)
–
GUE/NGL (B6‑0043/2006)
over homofobie in Europa
Resolutie van het Europees Parlement over homofobie in Europa
Het Europees Parlement,
–
gezien de internationale en Europese verplichtingen inzake de mensenrechten, zoals vastgelegd in de Verdragen van de VN inzake de mensenrechten en in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,
–
gezien de bepalingen van de Europese Unie inzake de mensenrechten, en met name het Europees Handvest van de grondrechten evenals artikelen 6 en 7 van het EU-Verdrag,
–
gezien artikel 13 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap dat de Europese Unie de bevoegdheid toekent om normen vast te stellen ter bestrijding van discriminatie op grond van onder meer seksuele geaardheid en ter bevordering van het beginsel van gelijkheid,
–
gezien richtlijn 2000/43/EG en richtlijn 2000/78/EG die directe of indirecte discriminatie op grond van ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid verbieden,
–
gelet op artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie dat "elke discriminatie, met name op grond van geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuigingen, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele geaardheid" verbiedt,
–
gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A.
overwegende dat homofobie kan worden omschreven als een irrationele angst voor en afschuw van homoseksualiteit en homo's, lesbo's, biseksuelen en transseksuelen, gebaseerd op vooroordelen die vergelijkbaar zijn met racisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme en seksisme,
B.
overwegende dat homofobie in de particuliere en openbare sfeer op verschillende wijze tot uiting komt, zoals haatdragende taal en opwekken tot discriminatie, belachelijk maken, verbaal, psychologisch en fysiek geweld evenals vervolging en moord, discriminatie onder schending van het gelijkheidsbeginsel, ongerechtvaardigde en onredelijke beperkingen van rechten, vaak gemotiveerd op gronden van openbare orde, godsdienstvrijheid en het recht op gewetensbezwaar,
C.
overwegende dat onlangs in een aantal lidstaten van de EU een reeks onrustbarende gebeurtenissen heeft plaatsgevonden waaraan door de pers en NGO's ruime aandacht is besteed, variërend van het verbieden van gay pride optochten of marsen ten behoeve van een gelijke behandeling, tot het gebruik van opruiende, haatdragende en dreigende taal door vooraanstaande politieke en religieuze leiders, politie die niet voldoende bescherming biedt of zelfs vreedzame betogingen uiteenjaagt, gewelddadige demonstraties door homofobische groepen en de invoering van grondwetswijzigingen om een expliciet verbod op (huwelijks)partnerschappen tussen personen van hetzelfde geslacht op te nemen,
D.
overwegende dat in sommige gevallen tevens een positieve, democratische en tolerante reactie is gekomen uit de bevolking, het maatschappelijk middenveld en lokale en regionale autoriteiten die tegen homofobie demonstreerden, evenals van de justitiële instanties die een einde hebben gemaakt aan de meest flagrante en onwettige discriminaties,
E.
overwegende dat partners van hetzelfde geslacht in sommige lidstaten niet dezelfde rechten en beschermingsconstructies hebben als een uit een man en een vrouw bestaand paar, waardoor eerstgenoemden gediscrimineerd en benadeeld worden,
F.
overwegende dat op hetzelfde moment steeds meer landen in Europa beginnen te zorgen voor gelijke kansen, integratie en respect en bescherming bieden tegen discriminatie op grond van seksuele geaardheid,
G.
gelet op het feit dat de Commissie-Barroso heeft verklaard dat er haar veel aan gelegen is om ervoor te zorgen dat de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in de EU worden geëerbiedigd en een groep Commissarissen heeft gevormd die verantwoordelijk is voor de rechten van de mens,
H.
overwegende dat niet alle lidstaten van de EU maatregelen ter bescherming van de rechten van homo's, lesbo's, biseksuelen en transseksuelen in hun wetgeving hebben opgenomen, zoals vereist op grond van de richtlijnen 2000/43/EG en 2000/78/EG, en evenmin op seksuele geaardheid gebaseerde discriminatie bestrijden of gelijkheid bevorderen,
I.
overwegende dat zowel op EU-niveau als in de lidstaten verdere actie noodzakelijk is voor de uitbanning van homofobie en de bevordering van vrijheid, verdraagzaamheid en gelijkheid tussen de burgers en in hun rechtsstelsels,
1.
veroordeelt ten zeerste elke vorm van discriminatie op grond van seksuele geaardheid;
2.
verzoekt de lidstaten met klem er voor te zorgen dat homo's, lesbo's, biseksuelen en transseksuelen beschermd worden tegen homofobische haatzaaiende taal en geweld en ervoor te zorgen dat partners van hetzelfde geslacht dezelfde mate van respect, waardigheid en bescherming genieten als de rest van de samenleving;
3.
dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan homofobische haatzaaiende taal of het aanzetten tot haat en geweld met kracht te veroordelen en ervoor te zorgen dat de – door alle verdragen over de mensenrechten – gewaarborgde vrijheid van demonstratie in de praktijk wordt nageleefd;
4.
doet een beroep op de Commissie er middels de afronding van het op artikel 13 gebaseerde anti-discriminatiepakket voor te zorgen dat discriminatie op grond van seksuele geaardheid op alle gebieden wordt verboden door voorstellen voor nieuwe richtlijnen te doen of door een algemeen kader voor te stellen waarmee alle redenen voor discriminatie en alle gebieden worden bestreken;
5.
verzoekt de lidstaten en de Commissie om meer te doen ter bestrijding van homofobie, zowel door middel van opvoeding - zoals campagnes tegen homofobie op scholen, universiteiten, in de media - als langs bestuurlijke, gerechtelijke en legislatieve weg;
6.
herhaalt zijn standpunt tegenover het "Jaar 2007 - Gelijkheid voor allen", namelijk dat de Commissie ervoor dient te zorgen dat alle in artikel 13 van het EG-Verdrag en in artikel 2 van het besluit tot instelling van dit Jaar vermelde vormen van discriminatie even energiek worden aangesproken en aangepakt, zoals vermeld in het verslag van het Europees Parlement over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europese jaar voor gelijke kansen voor allen (2007) - Naar een rechtvaardige samenleving, en herinnert de Commissie aan haar belofte deze zaak op de voet te volgen en aan het Parlement verslag uit te brengen;
7.
verzoekt de Commissie te waarborgen dat alle lidstaten overgaan tot correcte omzetting en uitvoering van richtlijn 2000/78/EG tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, en wenst dat zij procedures wegens schending van het Gemeenschapsrecht aanspant tegen lidstaten die dit nalaten; verzoekt de Commissie tevens ervoor te zorgen dat het jaarverslag inzake de bescherming van de fundamentele rechten in de EU volledige en gedetailleerde informatie behelst over het voorkomen van op homofobie gebaseerde haatmisdrijven en geweld in de lidstaten;
8.
verzoekt de lidstaten om alle eventuele andere maatregelen te treffen die zij het meest geschikt achten ter bestrijding van homofobie en discriminatie op grond van seksuele geaardheid en om het beginsel van gelijkheid in hun maatschappij en rechtsstelsels toe te passen;
9.
is verheugd over de onlangs in enkele lidstaten genomen stappen ter verbetering van de situatie van homo's, lesbo's, biseksuelen en transseksuelen en besluit op 17 mei (Internationale dag tegen homofobie) een studiebijeenkomst te organiseren voor de uitwisseling van optimale praktijken;
10.
herhaalt zijn verzoek dat de Commissie met voorstellen komt ter waarborging van het vrije verkeer van burgers van de Unie en hun gezinsleden en geregistreerde partners van iedere kunne, zoals vermeld in zijn resolutie van 14 oktober 2004 over de toekomst van de Ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid;
11.
doet een beroep op de desbetreffende lidstaten homoseksuelen eindelijk als doelwit en slachtoffer van het naziregime te erkennen;
12.
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de regeringen van de lidstaten en van de landen die een toetredingsaanvraag hebben gedaan.