Procedure : 2008/2555(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B6-0111/2008

Ingediende teksten :

RC-B6-0111/2008

Debatten :

PV 13/03/2008 - 9.3
CRE 13/03/2008 - 9.3

Stemmingen :

PV 13/03/2008 - 11.3
CRE 13/03/2008 - 11.3

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0107

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 90kDOC 56k
12 maart 2008
PE401.125v01-00}
PE401.131v01-00}
PE401.136v01-00}
PE401.140v01-00} RC1
 
B6‑0111/2008}
B6‑0117/2008}
B6‑0122/2008}
B6‑0126/2008} RC1
ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5 van het Reglement door
   Pasqualina Napoletano, Michael Cashman, namens de PSE-Fractie
   Marco Cappato, Marco Pannella, Sophia in 't Veld, Marios Matsakis, Jeanine Hennis-Plasschaert, namens de ALDE-Fractie
   Jean Lambert, Raül Romeva i Rueda, namens de Verts/ALE-Fractie
   Vittorio Agnoletto, Giusto Catania, namens de GUE/NGL-Fractie
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties:
   Verts/ALE (B6‑0111)
   PSE (B6‑0117)
   GUE/NGL (B6‑0122/2008)
   ALDE (B6‑0126/2008)
over de zaak Mehdi Kazemi

Resolutie van het Europees Parlement over de zaak Mehdi Kazemi 

Het Europees Parlement,

–  gelet op het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, inzonderheid artikel 3 daarvan, waarin wordt bepaald dat "niemand mag worden verwijderd of uitgezet naar dan wel uitgeleverd aan een staat waarin een ernstig risico bestaat dat hij aan de doodstraf, aan folteringen of aan andere onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen wordt onderworpen",

–  gelet op het Handvest van de grondrechten, inzonderheid de artikelen 18 en 19 daarvan, betreffende asielrecht respectievelijk bescherming bij verwijdering, uitzetting of uitlevering,

–  gelet op het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 en het Protocol van 31 januari 1967 betreffende het statuut van vluchteling,

–  gelet op Richtlijn 2004/83/EG van de Raad inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft en de inhoud van de verleende bescherming (minimumnormenrichtlijn), op Verordening (EG) nr. 343/2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (Dublin-verordening), en op andere Europese rechtsmiddelen betreffende asielrecht,

–  gezien de brief van 10 september 2007 van de Voorzitter van het Europees Parlement aan de Britse premier over de zaak Pegah Emambakhsh, een lesbische Iraanse vrouw die dreigde te worden teruggestuurd naar Iran nadat haar asielaanvraag was geweigerd,

–  gelet op artikel 115, lid 5 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Mehdi Kazemi, een negentienjarige homoseksuele Iraniër, in het Verenigd Koninkrijk om asiel had verzocht en hij, nadat zijn verzoek was afgewezen, uit vrees voor deportatie, naar Nederland was gevlucht en daar asiel had aangevraagd; overwegende dat de Nederlandse autoriteiten na onderzoek van zijn dossier besloten hebben hem terug te sturen naar het VK,

B.  overwegende dat de Britse autoriteiten nu het definitieve besluit moeten nemen over zijn asielaanvraag en zijn mogelijke deportatie naar Iran,

C.  overwegende dat de Iraanse autoriteiten voortdurend mensen gevangen nemen, folteren en terechtstellen, ondermeer homoseksuelen; dat de partner van Mehdi al is terechtgesteld en dat zijn vader hem met de dood heeft bedreigd,

D.  overwegende dat de autoriteiten van het VK in het vergelijkbare geval Pegah Emambakhsh onder internationale druk besloten hebben de vrouw niet naar Iran terug te sturen, maar dat nog geen zekerheid bestaat omtrent haar verder lot,

E.  overwegende dat de woordvoerder van de Britse premier weliswaar heeft geweigerd commentaar te leveren op de zaak Mehdi Kazemi maar toch algemene waarborgen heeft gegeven voor de conformiteit van de Britse asielprocedures met de internationale verplichtingen en over de mogelijkheid om voor een onafhankelijke rechtbank tegen asielbesluiten beroep aan te tekenen, alsook voor het feit dat de autoriteiten niemand zullen verwijderen die bij zijn of haar terugkeer gevaar zou lopen,

F.  overwegende dat meer aandacht moet worden besteed aan de correcte toepassing van de Europese asielwetgeving in de lidstaten met betrekking tot seksuele geaardheid,

1.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over het lot van Mehdi Kazemi;

2.  dringt aan op de correcte en volledige implementatie van de "minimumnormenrichtlijn", waarin vervolging op grond van seksuele geaardheid wordt erkend als reden voor het toekennen van asiel en waarin bepaald dat de lidstaten rekening moeten houden met individuele gevallen en met de situatie in het land van herkomst, met inbegrip van de wetten en voorschriften, en de manier waarop zij worden toegepast;

3.  is van mening dat de EU en haar lidstaten de Europese en nationale wetten en procedures niet op die manier mogen toepassen dat burgers worden uitgezet naar een derde land waar zij dreigen te worden vervolgd, gefolterd of ter dood gebracht, aangezien dit een schending zou inhouden van de Europese en de internationale mensenrechtenverbintenissen;

4.  roept de betrokken lidstaten ertoe op gezamenlijk een oplossing uit te werken die Mehdi Kazemi asielrecht of bescherming op Europees grondgebied waarborgt en verhindert dat hij wordt teruggestuurd naar Iran, waar hij zou worden terechtgesteld, zodat kan worden gegarandeerd dat artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens volstrekt wordt nageleefd door alle Europese autoriteiten en met name in dit geval het Verenigd Koninkrijk; verzoekt de Commissie en de Raad in deze zaak volledig samen te werken met de lidstaten;

5.  verzoekt de Europese instellingen en de lidstaten maatregelen te nemen om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen door middel van onderlinge samenwerking en Europese richtsnoeren om in soortgelijke gevallen oplossingen uit te werken; verzoekt de Commissie de toepassing van de Europese asielwetgeving in de lidstaten te controleren en te evalueren, in het bijzonder met betrekking tot de seksuele geaardheid, en hierover aan het Parlement verslag uit te brengen; onderstreept dat de Commissie voor 2008 wijzigingen op de Dublin-verordening en de Kwalificatierichtlijn heeft aangekondigd die specifiek op de vraagstukken van deze resolutie zullen inspelen;

6.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de lidstaten, de Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen, en Mehdi Kazemi.

Laatst bijgewerkt op: 12 maart 2008Juridische mededeling