Procedure : 2008/2549(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B6-0124/2008

Ingediende teksten :

RC-B6-0124/2008

Debatten :

PV 13/03/2008 - 9.2
PV 13/03/2008 - 9.2
CRE 13/03/2008 - 9.2
CRE 13/03/2008 - 9.2

Stemmingen :

PV 13/03/2008 - 11.2
CRE 13/03/2008 - 11.2

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0105

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 97kDOC 59k
12 maart 2008
PE401.138v01-00}
PE401.141v01-00}
PE401.142v01-00}
PE401.144v01-00} RC1
 
B6‑0124/2008}
B6‑0127/2008}
B6‑0128/2008}
B6‑0130/2008} RC1
ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5 van het Reglement door
   Bernd Posselt, Jana Hybášková, Christopher Beazley, Tunne Kelam en Thomas Mann, namens de PPE-DE-Fractie
   Marios Matsakis, Janusz Onyszkiewicz, namens de ALDE-Fractie
   Ryszard Czarnecki, Adam Bielan, Hanna Foltyn-Kubicka, Ewa Tomaszewska, Konrad Szymański, Wojciech Roszkowski, Mieczysław Edmund Janowski, Marcin Libicki, Ģirts Valdis Kristovskis en Roberts Zīle, namens de UEN-Fractie
   Bart Staes en Milan Horáček, namens de Verts/ALE-Fractie
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties:
   PPE-DE (B6‑0124/2008)
   ALDE (B6‑0127/2008)
   Verts/ALE (B6‑0128/2008)
   UEN (B6‑0130/2008)
over Rusland

Resolutie van het Europees Parlement over Rusland 

Het Europees Parlement,

–  gezien de nagestreefde consolidatie van de democratie en de politieke vrijheden in de Russische Federatie zoals neergelegd in het tussen de Europese Gemeenschappen en de lidstaten gesloten partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst enerzijds en de Russische Federatie anderzijds(1), welke in 1997 in werking is getreden en in 2007 afloopt,

–  gezien het overleg tussen de EU en Rusland over de mensenrechten,

–  gezien de doelstelling van de EU en Rusland zoals uiteengezet in de gezamenlijke verklaring die is uitgegeven na de Top van St. Petersburg op 31 mei 2003 om een gemeenschappelijke economische ruimte, een gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, een gemeenschappelijke ruimte van samenwerking op het gebied van externe veiligheid en een gemeenschappelijke ruimte op het gebied van onderzoek en onderwijs, met inbegrip van culturele aspecten, op te zetten,

–  onder verwijzing naar zijn eerdere resolutie over Rusland, met name zijn resolutie van 25 oktober 2006 over de betrekkingen tussen de EU en Rusland na de moord op de Russische journaliste Anna Politkovskaya, zijn resolutie van 26 april 2007 over Rusland, zijn resolutie van 12 november 2007 over de Top EU/Rusland in Mafra en zijn resolutie van 13 december 2006 over de Top EU/Rusland in Helsinki op 24 november 2006,

–  gelet op artikel 115, lid 5 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat versterkte samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen tussen de EU en Rusland van fundamenteel belang zijn voor de stabiliteit, de veiligheid en de welvaart van geheel Europa; overwegende dat de sluiting van een strategische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de Russische Federatie van uitermate groot belang blijft voor de verdere ontwikkeling en intensivering van de samenwerking tussen de twee partners, met name wat betreft samenwerking op politiek en economisch terrein en op het gebied van veiligheid en energie, maar ook wat betreft de eerbiediging van de rechtsstaat, de democratische beginselen en procedures en de fundamentele mensenrechten,

B.  overwegende dat de Russische Federatie behalve lid van de Verenigde Naties ook volwaardig lid is van de Raad van Europa en de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa en zich derhalve heeft gecommitteerd aan de door deze organisaties vastgestelde beginselen van democratie, democratische verkiezingen en eerbiediging van de vrijheid van meningsuiting en vergadering; overwegende dat deze beginselen en waarden eveneens de basis vormen voor het strategisch partnerschap tussen de EU en Rusland,

C.  overwegende dat de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa, als toezichthouder op de internationale verkiezingsnormen (ODIHR), haar geplande controlemissie voor de verkiezingen in Rusland heeft moeten annuleren wegens de ernstige beperkingen die de Russische regering haar waarnemers heeft opgelegd,

D.  overwegende dat de leider van de waarnemers van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa heeft verklaard dat de gelijke toegang van de kandidaten tot de media niet is verbeterd en betwijfelt of de verkiezingen eerlijk verlopen zijn,

E.  overwegende dat Mikhail Kasyanov, voormalig premier en huidig leider van de Democratische Volksunie, zich op 14 december 2007 als kandidaat heeft geregistreerd, maar later door de centrale kiescommissie werd gediskwalificeerd met als argument dat te veel van de 2 miljoen handtekeningen ter ondersteuning van zijn kandidatuur waren vervalst; overwegende dat Kasyanov tegen dit besluit beroep heeft ingesteld bij het Hooggerechtshof dat het beroep op 6 februari 2008 heeft verworpen,

F.  overwegende dat de Russische autoriteiten volgens berichten van vooraanstaande oppositieleden in de aanloop naar de parlements- en presidentsverkiezingen de druk op oppositiegroeperingen en niet-gouvernementele organisaties hebben opgevoerd om zich te onthouden van tegen de president en de regering gerichte activiteiten en om de media te beletten over dergelijke activiteiten verslag uit te brengen,

G.  overwegende dat de democratie in Rusland is verzwakt, vooral omdat alle belangrijke tv-stations en de meeste radiozenders onder controle van de regering zijn geplaatst, de zelfcensuur bij de gedrukte media is toegenomen, nieuwe beperkingen van het recht om openbare demonstraties te organiseren zijn opgelegd en het klimaat voor NGO's is verslechterd,

H.  overwegende dat het "Andere Rusland", een coalitie van oppositiepartijen, op 3 maart 2008 een protestmars heeft georganiseerd om te protesteren tegen de presidentsverkiezingen van afgelopen zondag in Rusland; overwegende dat de stedelijke autoriteiten geen toestemming hebben gegeven voor het protest, met als argument dat de pro-Kremlin groep "Jong Rusland" al bijeenkomsten had gepland op alle grote ontmoetingspunten in de hoofdstad; overwegende dat het "Andere Rusland" heeft besloten door te gaan met de mars en heeft verklaard dat het in beroep zal gaan tegen het besluit van de hoofdstad,

I.  overwegende dat verschillende demonstranten van de oppositie zijn gearresteerd toen de oproerpolitie en milities met helmen en schilden de bijeenkomst op het Turgenevskaya Plein in centraal Moskou uiteen hebben gejaagd; overwegende dat Nikita Belykh, leider van de Unie van rechtse krachten, tot de gearresteerden behoorde; overwegende dat Maksim Reznik, leider van de Vabloko Partij in St. Petersburg, ook op 3 maart werd gearresteerd,

1.  veroordeelt het onevenredig gebruik van geweld door de politie, de oproerpolitie en milities tegen de demonstranten op 3 maart 2008 in Moskou en roept de autoriteiten op een onderzoek naar deze incidenten in te stellen en de verantwoordelijken te berechten;

2.  verzoekt de Russische autoriteiten alle gearresteerde activisten van de oppositie vrij te laten en zich te onthouden van tegen de oppositie gerichte politiek geïnstigeerde rechterlijke procedures;

3.  betreurt dat met name de aanloop naar de presidentsverkiezingen werd gekenmerkt door oneerlijke behandeling van de kandidaten van de oppositie; betreurt dat van de recente verkiezingen geen gebruik is gemaakt om de democratie en de rechtsstaat in Rusland te versterken;

4.  betreurt dat de Russische autoriteiten de voorgenomen controlemissie van de OVSE/ODIR als inmenging in binnenlandse aangelegenheden beschouwt; spreekt zijn krachtige steun uit voor de belangrijke werkzaamheden van deze missies en herinnert Rusland aan zijn verplichtingen en verantwoordelijkheden als lid van de OVSE en van de Raad van Europa, met inbegrip van de vrijheid van vereniging en het recht op vreedzame demonstratie;

5.  is verheugd over de toezegging van de nieuwgekozen president van Rusland om de rechtsstaat en de democratie te eerbiedigen en spreekt de hoop uit dat de heer Medvedev prioriteit zal geven aan verdieping van de betrekkingen met de Europese Unie;

6.  doet een beroep op de nieuwgekozen Russische president om de behandeling te herzien van vooraanstaande gevangenen (waaronder Mihail Khodorkovsky en Platon Lebedev) wier gevangenneming door de meeste waarnemers als politiek gemotiveerd wordt beoordeeld; onderstreept dat dit de geloofwaardigheid van de Russische autoriteiten zal versterken en een nauwer partnerschap tussen de Russische Federatie en de Europese Unie zal bevorderen;

7.  doet een beroep op de nieuwe Russische president en de regering om samen met de Europese Unie de nodige voorwaarden te scheppen voor een spoedig begin van de onderhandelingen over een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland; onderstreept in dit verband andermaal dat de rechtsstaat, de democratie en de mensenrechten een belangrijk onderdeel dienen uit te maken van een toekomstige overeenkomst met de Russische Federatie;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Russische Federatie, de president van de Russische Federatie, de Raad van Europa en de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa.

(1) PB L 327, 28.11.1997, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 12 maart 2008Juridische mededeling