Procedure : 2007/2654(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B6-0144/2008

Ingediende teksten :

RC-B6-0144/2008

Debatten :

PV 24/04/2008 - 3

Stemmingen :

PV 24/04/2008 - 7.1
CRE 24/04/2008 - 7.1
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0174

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 141kDOC 76k
22 april 2008
PE401.440v01-00}
PE401.474v01-00}
PE401.475v01-00} RC1
 
B6‑0144/2008}
B6‑0174/2008}
B6‑0175/2008} RC1
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 4 van het Reglement, door
   Hartmut Nassauer en Joseph Daul, namens de PPE-DE-Fractie
   Diana Wallis en Silvana Koch-Mehrin namens de ALDE-Fractie
   Brian Crowley en Cristiana Muscardini, namens de UEN-Fractie
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties:
   PPE-DE (B6‑0144/2008)
   UEN (B6‑0174/2008)
   ALDE (B6‑0175/2008)
over de jaarlijkse beleidsstrategie van de Commissie voor 2009

Resolutie van het Europees Parlement over de jaarlijkse beleidsstrategie van de Commissie voor 2009 

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie over de jaarlijkse beleidsstrategie voor 2009 (COM(2008)0072),

–  gezien de uitvoering die wordt gegeven aan het lopende wetgevings- en werkprogramma voor 2008 (COM(2007)0640),

–  gelet op artikel 103, lid 4 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de gestructureerde dialoog met de Commissie een belangrijke interinstitutionele stap is bij zowel de implementatie van het wetgevings- en werkprogramma voor 2008 als de opstelling en goedkeuring van het wetgevings- en werkprogramma voor 2009,

B.  overwegende dat het derhalve van cruciaal belang is dat de gestructureerde dialoog tijdig plaatsvindt, zodat men zich kan concentreren op de definitie van de voornaamste strategische doelstellingen van de EU voor 2009;

Groei en werkgelegenheid

1.  onderstreept eens te meer dat er vaart moet worden gezet achter de tenuitvoerlegging van de strategie van Lissabon, en wijst daarbij met name op de interrelatie tussen de ontwikkelingen op economisch, sociaal en milieugebied bij de totstandbrenging van een duurzame economie met een dynamisch en innovatief karakter;

2.  is ingenomen met het feit dat er eindelijk werk wordt gemaakt van de ondersteuning van het MKB, waarbij de binnenkort in te voeren "European Small Business Act" als uitgangsbasis dient; beschouwt de Small Business Act als een zeer belangrijk instrument voor de ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf; merkt voorts op dat er daarnaast tevens behoefte is aan een financierings- en wetgevingskader om het midden- en kleinbedrijf zo adequaat mogelijk te kunnen ondersteunen; waarschuwt echter voor misbruik van deze instrumenten om nationale markten af te grendelen, met alle gevolgen van dien voor het Europese concurrentievermogen en de keuzemogelijkheden voor de consument; dringt er nogmaals bij de Commissie op aan een wetgevingsvorostel in te dienen inzake het statuut van de Europese besloten vennootschap;

3.  verwelkomt een systematischer en beter geïntegreerde monitoring van belangrijke goederen- en dienstenmarkten, om bestaande problemen in kaart te brengen; dit kan sectorale mededingingsonderzoeken omvatten en mag niet ten koste mag gaan van KMO's of de verscheidenheid aan producten en diensten op de interne markt; neemt nota van het voornemen van de Commissie om sectorale wetgeving op het gebied van de interne markt voor goederen op één lijn te brengen met het nieuwe wetgevingskader, maar roept de Commissie nogmaals op toezicht te houden op de tenuitvoerlegging en handhaving door de lidstaten, en vestigt de aandacht op de noodzaak van een algemene herziening, tezamen met een herziening van de richtlijn inzake algemene productveiligheid; pleit ervoor de aandacht voor de omzetting van belangrijke internemarktrichtlijnen niet te laten verslappen, met name voor wat betreft de dienstenrichtlijn, en dringt tevens aan op de verdere ontwikkeling van internemarktinstrumenten;

4.  betuigt zijn instemming met de vervolgmaatregel op de evaluatie van de interne markt in 2007 met het initiatief inzake gedeelde partnerschappen tussen de Commissie en de lidstaten voor de toepassing en de versterking van de regelgeving inzake de interne markt; neemt kennis van de voorstellen tot wijziging van verschillende richtlijnen van de nieuwe aanpak met het oog op de modernisering van de interne markt voor goederen; vraagt de Commissie om hierop door te gaan om de samenwerking op dit gebied tussen de lidstaten te verbeteren; betreurt evenwel het gemis van concrete harmonisering van wetgevingsvoorstellen in de sfeer van de interne markt; wijst op het belang van wederzijdse erkenning in combinatie met een gerichte harmonisatie op het gebied van de interne markt met het oog op voltooiing van de interne markt voor goederen en diensten;

5.  is van oordeel dat de ambitieuze doelstellingen van de strategie van Lissabon alleen kunnen worden verwezenlijkt met een nieuwe benadering van het ontwikkelen en bevorderen van onderzoek; verzoekt om een eerste evaluatie van de tenuitvoerlegging van het zevende kaderprogramma onderzoek (KP7), voorafgaand aan de tussentijdse herziening en de evaluatie van de activiteiten die de Europese Onderzoeksraad tot dusver heeft ontplooid;

6.  wijst erop dat het van kapitaal belang is de stabiliteit van de financiële markten te vrijwaren en de consumenten gerust te stellen met het oog op de huidige financiële crisis; merkt op dat de nu heersende crisis aantoont dat de Europese Unie toezichtmaatregelen moet ontwikkelen ter vergroting van de transparantie voor investeerders, betere waarderingsnormen moet vaststellen, het bedrijfseconomisch toezicht moet verbeteren en de rol van ratingbureaus moet verduidelijken; verzoekt de Commissie in het kader van een volwaardig partnerschap met het Europees Parlement samen te werken aan de ontwikkeling van de in december 2007 door de ECOFIN-Raad overeengekomen routekaart ter verbetering van het Lamfalussy-proces voor de omzetting en tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake financiële diensten; is van mening dat de aangekondigde gerichte herziening van de richtlijn kapitaalvereisten moet leiden tot een verbetering van het kader voor bedrijfseconomisch toezicht en het risicobeheer van financiële instellingen, waardoor het vertrouwen tussen de marktdeelnemers toeneemt; wijst nogmaals op het cruciale belang van een betere en enkele vertegenwoordiging van de EU bij de internationale financiële instellingen en betreurt het uitblijven van voorstellen hiertoe;

7.  is ingenomen met de vastbeslotenheid van de Commissie om voortgang te boeken met de werkzaamheden inzake financiële diensten voor particuliere consumenten, aangezien de integratie op dit gebied nog niet het maximale potentieel heeft bereikt en de mededinging op sommige gebieden moet worden verbeterd, teneinde concrete voordelen voor de consumenten op te leveren; roept de Commissie op de tenuitvoerlegging van de richtlijn consumentenkrediet nauwgezet te volgen

8.  neemt nota van de inspanningen van de Commissie gericht op verwezenlijking van de arbeidsparticipatiedoelstelling van de Strategie van Lissabon; spoort de Commissie aan door te gaan met het ontwikkelen van een gemeenschappelijke benadering van flexizekerheid, waarbij enerzijds een grotere flexibiliteit op de arbeidsmarkt en anderzijds ook de zekerheid voor werknemers moet worden bevorderd, zonder hetwelk betere economische prestaties niet mogelijk zijn;

9.  wijst erop dat het EP de gevolgen van de recente arresten van het Hof van Justitie in de zaken Viking, Laval en Rüffert zal behandelen, allereerst in een plenair debat en vervolgens in een parlementair verslag over aanvallen op het stelsel van collectieve onderhandelingen;

10.  betreurt het dat de Commissie in jaarlijkse beleidsstrategie 2009 weinig prioriteit toekent aan culturele en onderwijszaken; verzoekt de Commissie om versterking van de Europese onderwijsruimte voor allen, met name door verbetering van de kwaliteit, de effectiviteit en de toegankelijkheid van de onderwijs- en opleidingsstelsels in de EU; daarbij moet ook bijzondere aandacht worden besteed aan permanente educatie, en wel door de mobiliteit van studenten, talenkennis en volwasseneneducatie verder tot ontwikkeling te brengen; onderstreept het belang van culturele verscheidenheid, met name op het gebied van digitale inhoud;

11.  is ingenomen met de aankondiging van een toekomstige mededeling over de dialoog tussen universiteiten en het bedrijfsleven, teneinde ertoe bij te dragen dat Europese universiteiten in staat zijn zich te meten met de beste universiteiten ter wereld; steunt het initiatief om een groenboek te publiceren over de culturele en creatieve sectoren en benadrukt de noodzaak om verdere activiteiten van de EU te ontwikkelen in deze sectoren, die een aanzienlijke bijdrage leveren aan het creëren van nieuwe banen en aan de groei; is van mening dat acties van de EU ook gericht moeten zijn op het versterken van de culturele identiteit en diversiteit;

12.  beklemtoont dat het thema rechten van passagiers meer aandacht dient te krijgen, met name de bescherming van passagiers in het geval van lange bus- en touringcarreizen, en trein- en bootreizigers; benadrukt het belang van de succesvolle ontwikkeling van verkeersbeheerssystemen en dringt bij de Commissie aan op voortzetting van het ontwikkelingswerk op het gebied van SESAR (Single European Sky Air Traffic Management Research) en ERTMS (European Rail Traffic Management System);

Klimaatverandering en een duurzaam Europa

13.  spreekt de Commissie zijn krachtige steun uit bij de verdere ontwikkeling van het energiebeleid voor Europa, dat gericht is op een onafhankelijke energievoorziening en de versterking van de solidariteit tussen de lidstaten; verbindt zich ertoe om binnen een zo een kort mogelijke tijdspanne nauw met de Raad en de Commissie te gaan samenwerken aan een effectief en werkbaar akkoord voor het beleidspakket klimaatverandering en energie; vraagt de Commissie om zo snel mogelijk een zo goed en objectief mogelijke analyse te geven van deze veranderingen om het wetgevende besluitvormingsproces bij de Raad en het Parlement optimaal te begeleiden; merkt tevens op dat de EU moet blijven aantonen dat economische groei en ontwikkeling gecombineerd kunnen worden in een economie met een gering verbruik van fossiele brandstoffen; herinnert er verder aan dat de milieu- en klimaatveranderingsdoelstellingen in alle beleidsterreinen en financiële programma's van de EU moeten zijn opgenomen;

14.  beseft dat het succes van deze strategie ook afhangt van het vermogen van de Europese Unie om de mondiale partners, en met name de belangrijkste spelers, ervan te overtuigen dat zij zich bij een dergelijke strategie moeten aansluiten; onderstreept dat de EU op dit vlak met één stem moet spreken en solidariteit aan de dag moet leggen; neemt nota van het recente document van de Hoge vertegenwoordiger van de Commissie ("Klimaatverandering en internationale veiligheid") en benadrukt de noodzaak van een gezamenlijke aanpak van kwesties op het gebied van energie, klimaatverandering en buitenlandse zaken; betreurt het ontbreken van een- en meerjarige actieplannen voor een externe Europese energiepolitiek;

15.  is ingenomen met de wens van de Commissie om de emissies die worden uitgestoten door het vervoer van goederen te verminderen en roept de Commissie op een wetgevingsvoorstel in te dienen inzake de opname van het vervoer over zee en over binnenwateren in de regeling voor de handel in emissierechten; verwelkomt de uitwerking van een nieuw maritiem beleid en het voornemen om voorstellen in te dienen voor de hervorming van de gemeenschappelijke marktordening voor visserij en aquacultuurproducten, maar vraagt de Commissie tevens uit te leggen hoe zij denkt een herschikking van 6 miljoen euro in het kader van het visserijbeleid te realiseren;. verzoekt de Commissie de voornaamste ten behoeve van een 'duurzaam Europa' voor 2009 geplande activiteiten uit te breiden met een nieuw hoofdstuk over de hervorming van de gemeenschappelijk marktordening voor visserij- en aquacultuurproducten;

16.  is van mening dat het cohesiebeleid een communautair beleidsterrein moet blijven, overeenkomstig het Verdrag en het solidariteitsbeginsel, en verwerpt derhalve alle pogingen om dit beleid te renationaliseren; is van mening dat in de toekomst meer financiële middelen moeten worden gegarandeerd voor het cohesiebeleid om de verwachte nieuwe uitdagingen aan te gaan, die grote gevolgen hebben op regionale schaal; wijst erop dat er, naast de economische en sociale samenhang, moet worden omgegaan met problemen als demografische veranderingen, concentratie in steden, segregatie, migratiebewegingen, de noodzakelijke aanpassing aan de globalisering, klimaatverandering, de noodzaak om de energievoorziening te waarborgen en de trage inhaalslag van stedelijke gebieden;

17.  merkt op dat 2009 het jaar wordt waarin de in het kader van GLB-toetsing overeengekomen wetswijzigingen hun beslag krijgen, en spreekt de verwachting uit dat ten volle recht zal worden gedaan aan het standpunt van het Parlement; is ingenomen met de toezegging van de Commissie er in 2009 een aantal voorstellen zullen worden gedaan ter vermindering van de bureaucratische rompslomp, en vertrouwt erop dat dit ook het geval zal zijn voor landbouwers, met name waar het gaat om de inachtneming van de zogenaamde "randvoorwaarden"; verheugt zich over het voornemen van de Commissie om kwaliteitsproductie in de landbouwsector te bevorderen, en verwacht een actieve rol te zullen vervullen bij de formulering van concrete voorstellen op dit gebied; betreurt het dat de steeds ernstiger wordende problematiek van de voedselveiligheid in de jaarlijkse beleidsstrategie voor 2009 niet aan bod komt;

De verwezenlijking van het gemeenschappelijk immigratiebeleid

18.  verwelkomt de inzet van de Commissie voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijk immigratiebeleid, en benadrukt dat een "Europees pact inzake het immigratiebeleid" kwesties moet behandelen in verband met zowel de aanpak van illegale immigratie, het beheer van legale immigratie en een ambitieuzer integratiebeleid binnen de bevoegdheid van de EU, als het uitvoeren van een Europees asielbeleid op basis van voorstellen die de Commissie vóór het einde van het jaar moet presenteren; acht het een prioriteit dat het Verdrag van Dublin II opnieuw tegen het licht wordt gehouden;

19.  benadrukt dat bescherming van de grenzen eveneens een prioriteit is en zal in dit verband de recente voorstellen (EU-PNR, Eurosur, inreis/uitreis en evaluatie van Frontex) diepgaand bestuderen en tegelijkertijd aandringen op de eerbiediging van strenge regels inzake gegevensbescherming;

20.  onderstreept dat het van het grootste belang is de volledige ingebruikname van SIS II en VIS te versnellen; onderstreept eveneens de noodzaak van een versterking van Frontex, dat afhankelijk is van bijdragen van de lidstaten in de vorm van personeel en apparatuur;

De burger op de eerste plaats

21.  herhaalt zijn verzoek om een herziening van de acht sectorale richtlijnen die zouden worden geanalyseerd in de kader van de herziening van de regels inzake consumentenbescherming en de werkzaamheden aan de horizontale instrumenten voor de vaststelling van de internemarktbeginselen met het oog op de voltooiing van de interne markt; benadrukt de blijvende behoefte aan concrete wetgeving inzake EG- en veiligheidskeurmerken; spoort de Commissie aan te werken aan het waarborgen en handhaven van de veiligheidsvoorschriften voor consumentenproducten;

22.  roept op tot meer stimulansen op het gebied van civiel recht om het juiste rechtskader te scheppen om rechtszekerheid en toegang tot de rechter mogelijk maken; dringt erop aan dat er meer werk wordt gemaakt van het gemeenschappelijk referentiekader (CFR), dat zou moeten uitgroeien tot een van de belangrijkste prelegislatieve instrumenten, en onderstreept de noodzaak van nauwe samenwerking tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie bij dit project;

23.  is van mening dat het geen zin heeft discriminatie in het ene beleidsgebied te verbieden en in het andere toe te staan; verwacht van de Commissie een voorstel voor een omvattende richtlijn ter bestrijding van discriminatie op grond van artikel 13 van het EG-Verdrag, zoals vermeld in haar werkprogramma 2008, en benadrukt tegelijkertijd dat de bevoegdheden van de lidstaten op dit gebied moeten worden geëerbiedigd;

24.  verwacht van de Commissie een voorstel inzake grensoverschrijdende gezondheidszorg en benadrukt tegelijkertijd dat de bevoegdheden van de lidstaten op dit gebied moeten worden geëerbiedigd; ziet uit naar de overeenkomst inzake geestelijke gezondheidszorg en herhaalt ook toegewijd te zijn aan het verbeteren van de gezondheidszorg in Europa, onder meer door de ondersteuning van een strategie van de EU voor de bestrijding van kanker, hart- en vaatziekten en andere veel voorkomende ernstige aandoeningen, met inbegrip van zeldzame ziekten;

25.  betreurt dat de beleidsstrategie vaag blijft op het punt van volksgezondheid; spoort de Commissie aan tot grotere inspanningen om ongelijkheden in de gezondheidszorg als gevolg van sociale, economische en ecologische factoren aan te pakken, gezonde leefgewoonten te stimuleren en gezondheidsvoorlichting te verbeteren, en om haar coördinatie en snelle reactievermogen op mondiale bedreigingen van de gezondheid te versterken; herinnert de Commissie wat REACH betreft eraan, dat een behoorlijke tenuitvoerlegging van de wetgeving een doorslaggevende factor is voor succes; vraagt de Commissie om de nodige voorbereidende voorzieningen te treffen voor haar toekomstige taken uit hoofde van REACH;

26.  verlangt dat er meer werk wordt gemaakt van de aanpak van de misdaad, in het bijzonder cyber-criminaliteit, en vraagt de Commissie dringend meer vaart te zetten achter de bestrijding van het euvel van mensensmokkel; dringt aan op een alomvattende definitie van anti-terreurbeleid, en vraagt de Commissie dringend een voorstel in te dienen dat de belangen van terreurslachtoffers waarborgt en behartigt, en voorstellen uit te werken om een grotere mate van bioparaatheid;

27.  verzoekt de Commissie te overdenken welke overgangsmaatregelen er nodig zijn voor invoering van wetgeving in verband met Justitie en Binnenlandse Zaken, in afwachting van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon; onderstreept dat het nieuwe Verdrag in 2009 een nieuwe rol toekent aan het Europees Parlement op het punt van het beleid inzake de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid en het sluiten van internationale verdragen in verband met dat beleid; dit impliceert herziening van wetgeving die verband houdt met de huidige pijlerstructuur, alsmede herziening van de status van Europol en Eurojust;

28.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie inzake de rechten en de bescherming van kinderen; merkt op dat de uitgezette strategie voor het gendermainstreamingbeleid zeer algemeen blijft; verwacht van de Commissie met spoed alsnog een gedetailleerd overzicht van de initiatieven die zij in 2009 denkt te ontplooiien; vraagt de Commissie erop toe te zien dat Daphne III tijdig in werking treedt;

Europa als mondiale partner

29.  is ingenomen met het belang dat in de JBS aan voorbereiding van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon wordt gehecht; merkt op dat deze voorbereidingen zowel intern als in de betrekkingen van de Commissie met Parlement en Raad moeten worden getroffen; onderstreept het belang van voldoende voorbereiding van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, met name wat betreft de oprichting, in samenwerking met het Europees Parlement, van de Europese Dienst externe acties ;

30.  hecht nadrukkelijk belang aan de verdediging en bevordering van mensenrechten en eerbiediging van de rechtsstaat over de gehele wereld, met name in de talloze landen waar de mensenrechten niet worden geëerbiedigd;

31.  acht het zeer belangrijk dat de toetredingsonderhandelingen met kroatië zo snel mogelijk worden afgerond, ook als signaal naar de ruimere regio van de Westelijke Balkanlanden dat hun toekomst in de EU ligt, mits zij aan de nodige vereisten voldoen;

32.  vraagt de Commissie dringend om volledig mee te werken aan de Europese Veiligheidsstrategie en aan de formulering van een coherent en intelligent EU-beleid ten aanzien van de NAVO;

33.  vraagt de Commissie om nauwlettend teozicht te houden op de volledige uitvoering van de voorwaarden zoals die zijn vervat in het plan van Martti Ahtisaari voor een algehele regeling voor Kosovo en vast te houden aan de grondslagen voor een multi-etnisch Kosovo; vraagt de Commissie om met de Raad de nodige coördinatiemaatregelen te treffen om te zorgen dat de verschillende in Kosovo aanwezige EU-actoren met één stem spreken; vraagt de Commissie om met gebruikmaking van het Stabilisatie- en Associatieinstrument de koers van de westelijke Balkanlanden naar het EU-lidmaatschap te steunen en vast te houden;

34.  onderstreept de behoefte aan een EU-strategie voor de landen rond de Baltische Zee met het oog op verhoogde samenwerking en de integratie van die landen, en roept de Commissie op een plan voor de invulling van de Zwarte Zee-synergie voor te leggen;

35.  dringt aan op aanvullende maatregelen ter versterking van het Europese nabuurschapbeleid zodat dit voor de betrokken landen meer betekenis krijgt; wijst erop dat de EU tegenover die landen moet blijven vasthouden aan democratische waarden en aan het rechtstaatsbeginsel; roept de Commissie ertoe op de integratie van de parlementaire dimensie in het oostelijke nabuurschapsbeleid te bevorderen door de oprichting van een EURO-NEST-Assemblee, waar leden van het Europees Parlement en parlementsleden uit de oostelijke nabuurschapslanden deel van zouden moeten uitmaken;

36.  betreurt het gemis van specifieke voorstellen van de Commissie voor nieuwe wegen naar realisering van de Millenniumontwikkelingsdoelstellingen waardoor de voornemens tegen 2015 kunnen worden bereikt; vraagt de Commissie dringend erop toe te zien dat de door de EU geboden humanitaire hulp, met name de voedselhulp in ontwikkelingslanden, in 2009 gehandhaafd blijft en zo mogelijk wordt uitgebreid; beschouwt een succesvolle afwikkeling van de Ontwikkelingsagenda van Doha (DDA) als prioriteit voor het handelsbeleid van de EU, maar betreurt het dat in de beleidsstrategie niet reeds wordt nagedacht over de WHO-agenda voor na Doha; is van mening dat een ambitieus hoofdstuk over duurzame ontwikkeling een essentieel onderdeel moet vormen van elke overeenkomst (waaronder ook de ratificatie van de belangrijkste IAO-overeenkomsten en de toepassingsbepalingen daarvoor, alsmede essentiële milieunormen);

Implementatie, beheer en betere regelgeving

37.  stelt dat in verhouding tot betere regelgeving, de toepassing van het gemeenschapsrecht een prioriteit moet blijven; meent evenwel dat de Commissie tot centrale taak heeft de lidstaten te helpen deze doelstelling te bereiken; benadrukt dat het Europees Parlement nauwer zou moeten worden betrokken bij de controle op de toepassing van de communautaire wetgeving, en onderstreept de noodzaak van een nauwere interinstitutionele samenwerking met betrekking tot de comitéprocedures;

38.  steunt de voorstellen van de Commissie tot vermindering van administratieve lasten; geeft eens te meer uiting aan zijn vaste voornemen de nagestreefde vermindering met 25% van de administratieve lasten voor ondernemingen op EU- en nationaal niveau tegen 2012 te realiseren, en dringt aan op snelle resultaten; beschouwt dit als een topprioriteit, vooral voor het midden- en kleinbedrijf, en als een essentiële bijdrage om de Lissabon-doelstellingen te halen; herinnert eraan dat alle wetgeving aan dit doel dienstbaar moet zijn; wijst er evenwel op dat de vereenvoudiging, codificering en herschikking van het bestaande acquis echter niet ten koste mogen gaan van de nagestreefde beleidsdoelstellingen;

39.  benadrukt dat politieke prioriteiten moeten zijn onderbouwd met nieuwe budgettaire prioriteiten , wil de EU een concrete rol kunnen spelen;

40.  verwacht van de Commissie dat zij werk zal maken van de verbetering van de kwaliteit van de nationale verklaringen (inmiddels hebben 26 lidstaten een overzicht van de EU-uitgaven verstrekt, zoals is voorgeschreven in paragraaf 44 van het Interinstitutioneel Akkoord en in artikel 53 ter van het Financieel Reglement), zodat deze voor de Europese Rekenkamer bruikbaar zijn, en verwacht tevens zeer binnenkort een rapport te ontvangen over de kwaliteit van deze samenvattingen en voorstellen ter verbetering van de kwaliteit van de bewuste verklaringen; acht het tevens belangrijk dat de besluiten bij de kwijting voor de algemene begroting van 2006 worden uitgevoerd, met name het actieplan voor de structuurfondsen en het toezicht op het gebruik van EU-middelen voor externe acties;

Europa aan de man brengen

41.  roept de Commissie op de burger centraal te stellen in het Europese project; dringt er bij de Commissie op aan intensiever te streven naar de ontwikkeling van een doeltreffender communicatiebeleid om bij de burgers een beter begrip te kweken voor de EU, met name in het jaar van de Europese verkiezingen; onderstreept het belang van een snelle tenuitvoerlegging van het initiatiefrecht voor burgers, zoals voorzien in het Verdrag van Lissabon; herinnert de Commissie aan haar toezegging, in het licht van de voorgestelde verordening tot wijziging van verordening (EG) nr. 1049/2001 over de toegang tot documenten, om te zorgen voor meer transparantie en een betere toegang tot documenten;

42.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de parlementen van de lidstaten.

Laatst bijgewerkt op: 22 april 2008Juridische mededeling