Procedure : 2008/2568(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B6-0181/2008

Ingediende teksten :

RC-B6-0181/2008

Debatten :

PV 24/04/2008 - 12.3
CRE 24/04/2008 - 12.3

Stemmingen :

PV 24/04/2008 - 13.3

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0186

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 120kDOC 70k
23 april 2008
PE401.482v01-00}
PE401.491v01-00}
PE401.502v01-00}
PE401.503v01-00}
PE401.506v01-00} RC1
 
B6‑0181/2008}
B6‑0190/2008}
B6‑0201/2008}
B6‑0202/2008}
B6‑0205/2008} RC1
ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5 van het Reglement door
   Colm Burke, Rolf Berend, Michael Gahler, Filip Kaczmarek, Jürgen Schröder, Eija-Riitta Korhola, Urszula Gacek, Bernd Posselt, namens de PPE-DE-Fractie
   Pasqualina Napoletano, Glenys Kinnock, Ana Maria Gomes, Marie-Arlette Carlotti, Alain Hutchinson, namens de PSE-Fractie
   Thierry Cornillet, Johan Van Hecke, Marielle De Sarnez, Marios Matsakis, namens de ALDE-Fractie
   Ryszard Czarnecki, Hanna Foltyn-Kubicka, Konrad Szymański, Adam Bielan, Mieczysław Edmund Janowski, namens de UEN-Fractie
   Marie-Hélène Aubert, namens de Verts/ALE-Fractie
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de volgende fracties:
   PSE (B6‑0181/2008)
   PPE-DE (B6‑0190/2008)
   UEN (B6‑0201/2008)
   ALDE (B6‑0202/2008)
   Verts/ALE (B6‑0205/2008)
over de situatie in Tsjaad

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Tsjaad 

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar zijn resoluties van 26 september 2007 en 13 december 2007 over het optreden in het kader van het Europees veiligheids- en defensiebeleid in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek,

–  gezien het besluit van de Europese Raad van 29 januari 2008 om de militaire overbruggingsoperatie EUFOR TCHAD/RCA in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek te beginnen,

–  gezien resolutie 1778 van 25 september 2007 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, die ontplooiing van multilaterale internationale aanwezigheid in het oosten van Tsjaad en het noordoosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek vraagt, o.a. ook van de EUFOR-krachten in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek in het kader van het Europees veiligheids- en defensiebeleid,

–  gezien resolutie 1769 van 31 juli 2007 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, die voor een aanvankelijke periode van 12 maanden een gezamenlijke operatie van de Afrikaanse Unie en de Verenigde Naties in Darfur vraagt (UNAMID),

–  gezien het politieke akkoord dat de Tsjadische president en de ongewapende oppositie op 13 augustus 2007 in Ndjamena hebben ondertekend met het oog op de versterking van het democratische proces in Tsjaad door alle relevante Tsjadische politieke partijen van de meerderheid en de oppositie en met het oog op de voorbereiding van de parlementsverkiezingen van 2009,

–  gezien het niet-aanvalspact dat de staatshoofden van Tsjaad en Sudan op 13 maart 2008 in Dakar hebben ondertekend in de marge van de Islamitische Top en onder de auspiciën van president Wade en president Bongo,

–  gezien de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst van Cotonou, met name het hoofdstuk over humanitaire en noodhulp,

–  gezien de internationale overeenkomsten en instrumenten inzake mensenrechten,

–  gelet op artikel 115, lid 5, van zijn Reglement,

A.  verontrust over het feit dat er sinds 3 februari 2008 geen enkel nieuws meer is van Oumar Mahamat Saleh, woordvoerder van de Coalitie van partijen ter verdediging van de grondwet, en van andere politieke gevangenen,

B.  verontrust over de arrestatie van gewone aanhangers van oppositiepartijen en van oppositieleiders na de poging van de opstandelingen in februari 2008 om president Déby van de macht te verdrijven,

C.  overwegende dat president Déby het huidige conflict met de gewapende oppositie als dekmantel gebruikt om leiders van de vreedzame burgeroppositie te arresteren,

D.  overwegende dat de Tsjadische veiligheidstroepen zich schuldig maken aan buitenrechtelijke executies, foltering, willekeurige arrestaties in algehele straffeloosheid, en dat mensenrechtenactivisten en journalisten het slachtoffer blijven van arrestaties, oneerlijke procesvoering en opsluiting waarbij het recht op vrijheid van meningsuiting wordt geschonden,

E.  overwegende dat de Tsjadische president de noodtoestand heeft misbruikt om de wet van 1994 inzake de persvrijheid af te schaffen en dat de correspondenten van de internationale pers het enorm moeilijk hebben om hun informatieplicht te vervullen,

F.  overwegende dat het presidentieel besluit tot oprichting van de onderzoekscommissie naar de gebeurtenissen van 2 en 3 februari 2008 de onafhankelijkheid van deze commissie niet waarborgt,

G.  verontrust over de veiligheidssituatie in het oosten van Tsjaad, die sinds 2006 slechter is geworden door botsingen tussen Tsjadische veiligheidstroepen en Tsjadische opstandelingen, door invallen van Janjaweed-milities en gewapende bendes uit Sudan en door banditisme en aanvallen op humanitaire organisaties,

H.  overwegende dat de oplossing voor deze crisis de fundamentele oorzaken moet aanpakken in het kader van een alomvattend politiek verzoeningsproces dat de steun van de bevolking heeft, ten einde te komen tot vrede, veiligheid en ontwikkeling,

I.  overwegende dat de nieuwe Tsjadische premier, Youssouf Saleh Abbas, heeft bevestigd dat zijn prioriteit uitgaat naar de uitvoering van de akkoorden van 13 augustus 2007 die de presidentiële troepen en de ongewapende oppositie hebben gesloten onder de auspiciën van de Europese Unie,

J.  overwegende dat de Coalitie van partijen ter verdediging van de grondwet, de belangrijkste oppositiepartij, gunstig heeft gereageerd op het principe van een zeer brede regering,

K.  overwegende dat het begin april in de regio Adé opnieuw tot botsingen is gekomen tussen het regeringsleger en de gewapende troepen van de opstandelingen,

L.  overwegende dat er in Tripoli onderhandelingen begonnen zijn tussen vertegenwoordigers van de regering en vertegenwoordigers van de opstandelingen,

M.  overwegende dat er zich al meer dan 250.000 Sudanese vluchtelingen in 12 kampen in het oosten van Tsjaad bevinden; dat er in februari van dit jaar op zijn minst nog eens 12.000 nieuwe vluchtelingen zijn bijgekomen toen de spanning in Darfur toenam,

N.  overwegende dat er in Tsjaad ook meer dan 57.000 vluchtelingen uit de Centraal-Afrikaanse Republiek zijn, die zich bijna allemaal in vier kampen in het zuiden van het land bevinden; dat er in het oosten van Tsjaad naast deze vluchtelingen ook nog ongeveer 180.000 binnenlandse ontheemden zijn die hun huizen hebben verlaten en zich blijven verplaatsen om te ontkomen aan interetnisch geweld; dat het inzetten van EUFOR de voorwaarden kan helpen creëren voor de terugkeer van deze binnenlandse ontheemden, maar dat hun terugkeer niet overhaast mag gebeuren,

O.  overwegende dat, gezien de huidige humanitaire en veiligheidssituatie, het inzetten van de EUFOR-troepen waarvoor de VN-Veiligheidsraad zijn toestemming heeft verleend, absoluut noodzakelijk is, niet op zijn minst omdat de VN en de EU verantwoordelijkheid dragen om burgers in deze regio's met alle mogelijke middelen te beschermen, humanitaire hulp te verlenen en de veiligheid van de humanitaire hulpverleners te waarborgen,

P.  overwegende dat een aantal opstandelingen een deel van het Tsjadische grondgebied blijft bezetten en aanwezig is aan beide zijden van de Tsjadisch-Sudanese grens,

Q.  overwegende dat Tsjaad Sudan ervan beschuldigt dat het het niet-aanvalspact schendt en opstandelingen opleidt en bewapent om nieuwe aanvallen tegen de Tsjadische regering te beginnen; dat de Sudanese regering elke betrokkenheid met de opstandelingen ontkent,

R.  overwegende dat de contactgroep die is opgericht door het vredesakkoord dat op 13 maart 2008 in Dakar werd ondertekend tijdens de Islamitische Top, reeds is moeten bijeenkomen om de beschuldigingen te onderzoeken van de Tsjadische regering aan het adres van de Sudanese regering over steun aan de Tsjadische opstandelingen,

S.  overwegende dat de EU zich bereid heeft getoond een bemiddelende rol in het conflict te spelen,

T.  overwegende dat meer dan 4,5 miljoen mensen in Darfur en het oosten van Tsjaad dringend humanitaire hulp nodig hebben, en dat de aanhoudende gevechten de werkzaamheden van het Wereldvoedselprogramma in het oosten van Tsjaad hinderen waardoor het sommige kampen niet kan bereiken en de voedselleveringen aan andere kampen vertraging oplopen,

U.  overwegende dat wanneer het conflict in Sudan zich heeft uitgebreid tot Tsjaad, de burgers in Tsjaad hebben geleden onder schendingen van de mensenrechten zoals het in brand steken en plunderen van dorpen in het oosten alsook geweld tegen vrouwen, met inbegrip van verkrachting,

V.  overwegende dat de wankele politieke situatie en het gewapende conflict in Tsjaad de situatie van de vluchtelingen uit Darfur nog verergeren, met name na recente bedreigingen van de Tsjadische regering om nieuwe vluchtelingen die uit Darfur aankomen het land uit te zetten,

W.  overwegende dat momenteel minder dan 20% van de 290 miljoen dollar beschikbaar is waarom in de humanitaire oproep voor Tsjaad 2008 werd verzocht, zoals voorgesteld door acht VN-agentschappen en 14 niet-gouvernementele organisaties,

X.  overwegende dat het Wereldvoedselprogramma nu voor de bijna onmogelijke uitdaging staat een voedselvoorraad van zes maanden aan te leggen in de vluchtelingenkampen en de kampen van binnenlandse ontheemden vooraleer het regenseizoen aanbreekt,

Y.  overwegende dat de sterke stijging van de voedselprijzen een bijkomende uitdaging voor het Wereldvoedselprogramma is, wat betekent dat dit agentschap de komende maanden extra steun nodig zal hebben om in de voedselbehoeften van deze regio te voorzien,

Z.  overwegende dat de bescherming van kinderen een hoge prioriteit moet zijn, en dat Tsjadische kinderen het slachtoffer zijn van ernstige mensenrechtenschendingen: ronseling en uitbuiting door gewapende troepen en groeperingen, ontvoering met verschillende doelen, mensenhandel, verkrachting en ander seksueel geweld, met name tegen meisjes,

Aa.  overwegende dat slechts 20% van de kinderen in Tsjaad naar school gaat, terwijl naar schatting 7 tot 10.000 kinderen (jonger dan 18 jaar) worden beschouwd als kindsoldaat,

1.  verzekert de Tsjadische bevolking, met name de slachtoffers van het lopende conflict, van zijn solidariteit;

2.  spreekt zijn zeer ernstige bezorgdheid uit over het lot van Ibni Oumar Mahamat Saleh, woordvoerder van de coalitie van politieke partijen van de democratische oppositie, van wie sinds zijn arrestatie op 3 februari 2008 niets meer is vernomen; houdt de Tsjadische autoriteiten persoonlijk verantwoordelijk voor zijn gezondheid en roept hen op de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat hij onverwijld weer in vrijheid wordt gesteld;

3.  veroordeelt de vervolging en willekeurige arrestatie van politici en journalisten van de oppositie; roept de Tsjadische regering op inzicht te geven in de situatie van alle politici of journalisten van de oppositie die nog gevangen zitten, deze zaken af te handelen in overeenstemming met de beginselen van de rechtsstaat, willekeurige arrestaties stop te zetten en een einde te maken aan straffeloosheid, en degenen die zich schuldig maken aan schendingen van de mensenrechten te vervolgen;

4.  wijst erop dat de Tsjadische regering een internationale verplichting heeft om de families van politieke gevangenen in te lichten over hun verblijfplaats;

5.  roept de Tsjadische regering op alle internationale instrumenten voor de mensenrechten die het land heeft ondertekend te eerbiedigen;

6.  wijst erop dat parlementsleden niet gevangen mogen worden gezet zonder voorafgaande opheffing van zijn of haar immuniteit;

7.  onderstreept de noodzaak van een Tsjadische politiek die de etnische en geografische verhoudingen in Tsjaad beter weerspiegelt; onderstreept dat de crisis in Darfur niet ten grondslag ligt aan alle problemen in Tsjaad, aangezien de humanitaire situatie pas de afgelopen zes jaar is verslechterd; benadrukt dat Tsjaad reeds meer dan vier decennia te kampen heeft gehad met zijn eigen binnenlandse problemen; keurt alle pogingen door de Tsjadische regering af om Sudan en Darfur te gebruiken als rookgordijn om politiek afwijkende meningen in Tsjaad te verdoezelen, en zo de politieke onrust in het land voort te laten duren;

8.  roept alle partijen, met name de regering, op tot naleving van hun toezeggingen om de basis te leggen voor eerlijke en vrije verkiezingen in 2009, overeenkomstig internationale normen;

9.  wijst erop dat er geen blijvende oplossing kan worden gevonden zonder een werkelijk proces van nationale verzoening en een brede dialoog, waarbij alle partijen betrokken zijn met als doel een omvattende vrede op basis van de rechtsstaat en een echte democratie; neemt kennis van het door de nieuwe premier uitgesproken voornemen om de akkoorden van 13 augustus 2007 uit te voeren;

10.  herbevestigt dat zo spoedig mogelijk een reële en omvattende, binnenlandse dialoog met alle Tsjadische betrokkenen moet worden gestart; onderstreept het belang van het betrekken van de rebellengroeperingen bij het politieke proces en moedigt alle partijen, waaronder de Tsjadische regering en de EU, aan om manieren te vinden om te onderhandelen met de gewapende oppositie, zodra deze instemt met een volledig en onvoorwaardelijk staakt-het-vuren;

11.  roept de Afrikaanse Unie op om een dialoog met alle betrokkenen mogelijk te maken met het oog op een algemeen vredesproces en de voorbereiding van democratische verkiezingen;

12.  roept de EU op om een vervolg te geven aan de tenuitvoerlegging van het akkoord van 13 augustus 2007 met het oog op een spoedige hervatting van een politiek proces van verzoening van alle betrokkenen, met eerbiediging van democratische regels;

13.  herbevestigt zijn fundamentele afwijzing van enige poging om gewapenderhand de macht te grijpen; veroordeelt krachtig de aanhoudende gewapende activiteiten van rebellengroeperingen in Tsjaad;

14.  erkent het nut van de EVDB-operatie EUFOR TCHAD/RCA voor het garanderen, met inachtneming van onpartijdigheid en een zo strikt mogelijke neutraliteit, van de veiligheid van kampen voor vluchtelingen en ontheemden, alsmede van humanitaire organisaties; betreurt dat de samenstelling ervan de verscheidenheid van de Europese Unie onvoldoende weerspiegelt, en roept de lidstaten die dat nog niet gedaan hebben op om bij te dragen aan het leveren van troepen en materieel, teneinde de Europese identiteit te waarborgen; roept de lidstaten en de Raad op rekening te houden met de gender- en mensenrechtendimensie bij de uitvoering van de operatie;

15.  benadrukt dat deze macht alle nodige middelen ter beschikking moeten staan en dat ze er gebruik van moet maken, in volledige overeenstemming met de internationaal erkende rechten van de mens en het humanitair recht, om burgers die in gevaar verkeren te beschermen; dringt er bij alle bij het conflict betrokken partijen op aan de mensenrechten en het humanitair recht na te leven, alle aanvallen op vluchtelingen, ontheemden en burgers in de betrokken gebieden te stoppen en humanitaire agentschappen de gelegenheid te geven de lijdende burgerbevolking te helpen;

16.  herhaalt zijn ernstige verontrusting over de steeds ernstiger wordende humanitaire en veiligheidssituatie in Tsjaad en roept de internationale gemeenschap op zijn steun te verhogen om te voldoen aan de oproep tot humanitaire steun voor Tsjaad in 2008; benadrukt dat bijdragen van donoren hoognodig zijn om te waarborgen dat de komende maanden de nodige aankopen worden gedaan zodat de voedselzendingen naar het oosten van Tsjaad op tijd aankomen; onderstreept het feit dat een dergelijke financiering ten minste een jaar van tevoren moet worden geregeld om dit soort ernstige noden te kunnen lenigen;

17.  is ernstig verontrust over de negatieve gevolgen van deze humanitaire crisis op de stabiliteit in de regio; stelt voor om zo spoedig mogelijk een internationale regionale conferentie bijeen te roepen om de gecompliceerde betrekkingen tussen Tsjaad en zijn buurlanden te ontrafelen;

18.  roept in dit verband de regeringen van Tsjaad en Soedan op hun niet-aanvalspact van 13 maart 2008 na te leven en te handhaven;

19.  roept de regeringen van Tsjaad en Soedan ertoe op alle steun aan gewapende groeperingen in Darfur en het oosten van Tsjaad onverwijld te stoppen, hun toezeggingen om gewapende groeperingen te beletten de gezamenlijke grens over te steken waar te maken, hun meningsverschillen door middel van een politieke dialoog op te lossen en alle nodige maatregelen te treffen om de huidige situatie te stabiliseren;

20.  roept ertoe op om schendingen van de mensenrechten, misdaden tegen de menselijkheid, seksueel geweld tegen vrouwen en kinderen en gedwongen ronseling van mannen en kinderen in kampen voor vluchtelingen en ontheemden te identificeren, rapporteren, vervolgen en bestraffen, overeenkomstig internationale regelgeving betreffende de mensenrechten;

21.  ondersteunt de MINURCAT-missie, die tot taak heeft het Tsjadische rechts- en gevangeniswezen te ondersteunen en de "Tsjadische politiemacht voor humanitaire bescherming" te trainen, die verantwoordelijk is voor het handhaven van de openbare orde in de kampen voor vluchtelingen en ontheemden;

22.  benadrukt het belang van een voorlichtingscampagne met een duidelijke boodschap, waarmee EUFOR niet alleen de plaatselijke bevolking, maar ook NGO's kan overtuigen van het doel van zijn aanwezigheid in de regio;

23.  uit zijn teleurstelling over het feit dat EUFOR-troepen nog niet zijn ingezet in de regio Guereda, één van de moeilijker regio's voor wat betreft etnische spanningen en instroom van vluchtelingen; is bezorgd dat deze regio enigszins aan zijn lot is overgelaten en dringt erop aan dat EUFOR-troepen zo snel mogelijk worden ingezet om de veiligheid in dit gevaarlijke gebied te waarborgen;

24.  benadrukt dat bij oplossingen voor het ontheemdenprobleem in Tsjaad rekening moet worden gehouden met de plaatselijke bevolking zelf, alsmede met de regering; stelt voor om bij verzoeningsprojecten ontheemden, maar ook de lokale bevolking te betrekken;

25.  is ingenomen met het feit dat in het 10de EOF aandacht wordt besteed aan de wederopbouw en het herstel van gebieden die opvang bieden voor ontheemden en vluchtelingen;

26.  benadrukt het feit dat de mensenrechten moeten zijn verankerd in de Tsjadische onderwijsstelsels en dat actieplannen inzake mensenrechteneducatie voor lagere en middelbare scholen zo snel mogelijk moeten worden uitgevoerd; wijst erop dat EUFOR een rol kan spelen bij het voorkomen van het ronselen van kinderen door rebellengroeperingen door de leiders van plaatselijke gemeenschappen te doordringen van het gevaar dat hun kinderen lopen;

27.  verzoekt om alle kinderen jonger dan 18 jaar te demobiliseren uit alle troepen van het Tsjadisch Nationaal Leger (ANT), met inbegrip van zelfverdedigingsmilities en alle andere paramilitaire groepen die steun ontvangen van de Tsjadische overheid, en hen over te brengen naar hun families of bevoegde instanties voor kinderbescherming;

28.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Europese Commissie, de Afrikaanse Unie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de beide voorzitters van de paritaire parlementaire vergadering ACS-EU, en aan de presidenten, regeringen en parlementen van Tsjaad, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Sudan.

Laatst bijgewerkt op: 23 april 2008Juridische mededeling