Procedure : 2009/2677(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0060/2009

Ingediende teksten :

RC-B7-0060/2009

Debatten :

PV 17/09/2009 - 9.1
CRE 17/09/2009 - 9.1

Stemmingen :

PV 17/09/2009 - 10.1
CRE 17/09/2009 - 10.1

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0022

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 118kDOC 74k
16.9.2009
PE428.664v01-00}
PE428.667v01-00}
PE428.669v01-00}
PE428.671v01-00} RC1
 
B7-0060/2009}
B7-0063/2009}
B7-0065/2009}
B7-0067/2009} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 122, lid 5 van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

Verts/ALE (B7‑0060/2009)

ALDE (B7‑0063/2009)

PPE (B7‑0065/2009)

ECR (B7‑0067/2009)


over de moord op mensenrechtenactivisten in Rusland


Bernd Posselt, Alojz Peterle, Lena Barbara Kolarska-Bobińska, Tunne Kelam, Jacek Saryusz-Wolski, Vytautas Landsbergis, Laima Liucija Andrikienė, Elmar Brok, Cristian Dan Preda, Filip Kaczmarek namens de PPE-Fractie
Frédérique Ries, Renate Weber, Marielle De Sarnez namens de ALDE-Fractie
Heidi Hautala, Bart Staes namens de Verts/ALE-Fractie
Roberts Zīle, Charles Tannock, Adam Bielan, Michał Tomasz Kamiński, Tomasz Piotr Poręba, Ryszard Antoni Legutko namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de moord op mensenrechtenactivisten in Rusland  

Het Europees Parlement,

–   naar aanleiding van zijn voorgaande resoluties over Rusland en met name die van 25 oktober 2006 over de moord op de Russische journaliste Anna Politkovskaya(1) en van 18 december 2008 over aanvallen op verdedigers van de mensenrechten in Rusland en het proces(2) naar aanleiding van de moord op Anna Politkovskaya,

–   naar aanleiding van de verklaring van het Voorzitterschap van de Raad namens de Europese Unie van 12 augustus 2009 over de moord op de Tsjetsjeense van de mensenrechtenactiviste Zarema Sadulayeva en haar echtgenoot Alik Dzhabrailov,

–   gezien de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Russische Federatie, die in 1997 in werking is getrreden en verlengd is tot ze wordt vervangen door een nieuwe overeenkomst,

–   gezien de lopende onderhandelingen voor een nieuwe overeenkomst met een nieuw, allesomvattend kader voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland,

–   gezien het Verdrag voor de bescherming van de mensenrechten en de VN-verklaring over de verdedigers van de mensenrechten en de VN-verklaring over het recht en de verantwoordelijkheid van het individu, groepen en organen in de samenleving voor de bescherming en verdediging van universeel erkende mensenrechten en fundamentele vrijheden,

–   gelet op artikel 122, lid 5, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Rusland lid is van de Raad van Europa en van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en zich heeft verplicht tot bescherming en bevordering van de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat,

B.  overwegende dat versterkte samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen tussen de EU en Rusland van essentieel belang zijn voor de stabiliteit, veiligheid en welvaart van geheel Europa,

C. overwegende dat EU streeft naar een strategisch partnerschap met Rusland dat gebaseerd is op de waarden van democratie, mensenrechten en de rechtsstaat,

D. overwegende dat er sprake is van een alarmerende verslechtering van de situatie van de verdedigers van de mensenrechten, met name in de noordelijke Kaukasus;

E.  overwegende dat de werkzaamheden van mensenrechtenorganisaties als Memorial en Demos essentieel zijn voor de verwezenlijking van een stabiele en vrije samenleving; overwegende dat de Russische regering dan ook trots zou moeten zijn op de belangrijke rol die dergelijke instellingen spelen;

F.  overwegende dat de mensenrechtenadvocaat Stanislav Markelov, die ook de vermoorde journaliste Anna Politkovskaya had vertegenwoordigd, op 20 januari 2009 werd vermoord, tezamen met de journaliste Anastasia Barburova, die stierf toen zij Markelov probeerde te beschermen;

G. overwegende dat op 10 juli 2009 het lichaam van mensenrechtenactivist Andrei Kulagin werd gevonden in een steengroeve in Petrozavodsk, twee maanden na zijn verdwijning,

H. overwegende dat Natalia Estemirova, hoofd van Memorial in Tsjetsjenië, op 15 juli 2009 in Grozny werd ontvoerd en in het naburige Ingoetsjetië dood werd teruggevonden; overwegende dat het Europees Parlement tijdens zijn vergadering op 16 juli 2009 een minuut stilte in acht heeft genomen ter nagedachtenis aan Natalia Estemirova; overwegende dat na deze moord de werkzaamheden van Memorial in Tsjetsjenië tot stilstand zijn gekomen;

I.   overwegende dat in september 2009 in Moskou een smaadproces zal beginnen op grond van een klacht van de Tsjetsjeense president Ramzan Kadyrov, tegen Oleg Orlov, hoofd van het mensenrechtencentrum van Memorial, in verband met laster in een verklaring van Orlov die op 15 juli 2009 op de website van Memorial werd gepubliceerd en waarin hij president Kadyrov beschuldigde betrokken te zijn geweest bij de moord op Natalia Estemirova;

J.   overwegende dat op 10 augustus 2009 de Tsjetsjeense mensenrechtenactivisten Zarema Sadulayeva en haar echtgenoot, Alik Dzhabrailov, die voor de humanitaire organisatie 'Red de generatie' werkten, uit hun kantoor in Grozny werden ontvoerd en de volgende dag dood werden teruggevonden;

K. overwegende dat op 3 december 2008 gemaskerde mannen uit het kantoor van de Russische openbare aanklager het Petersburgse kantoor van het onderzoeks- en informatiecentrum van Memorial binnendrongen en hard drives en CD's meenamen met de gehele databank over duizenden slachtoffers van de Stalinistische onderdrukking; overwegende dat de databank op bevel van de rechter aan Memorial werd teruggegeven,

L.  overwegende dat op 3 september 2009 de flatgebouwen waar Oleg Orlov, hoofd van het mensenrechtencentrum van Memorial en zijn medewerker Alexander Tcherkassov hun particuliere woningen hebben, zijn doorzocht door overheidsinspecteurs die beweerden voor de belastingdienst te werken;

M. overwegende dat op 3 september 2009, twee maanden nadat het een nieuw proces had bevolen tegen de drie verdachten die in februari van dit jaar waren vrijgesproken, het Russische Opperste Gerechtshof een nieuw onderzoek gelastte naar de moord op Anna Politkovskaya in 2006,

N. overwegende dat talrijke klachten zijn ingediend door Russische burgers bij het Europees Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg,

1.  veroordeelt zonder voorbehoud en betreurt in hoge mate de pesterijen en de aanvallen op het leven van mensenrechtenverdedigers, advocaten en journalisten in Rusland,

2.  dringt er bij de Russische autoriteiten op aan alles in het werk te stellen om de bescherming van de verdedigers van mensenrechten te waarborgen, zoals is opgenomen in de VN-verklaring over het recht en de verantwoordelijkheid van het individu, groepen en organen in de samenleving voor de bescherming en verdediging van universeel erkende mensenrechten en fundamentele vrijheden doet met name een beroep op de verantwoordelijke autoriteiten om de omstandigheden te scheppen waarin Memorial en andere mensenrechtenorganisaties veilig hun werkzaamheden in Tsjetsjenië kunnen verrichten; is ingenomen met de teruggave van het bij de inval van 4 december 2008 in beslag genomen archief van Memorial in St. Petersburg;

3.  doet een beroep op de Russische federale autoriteiten om spoedig, diepgaand en doeltreffend onderzoek te doen naar de eerdergenoemde moorden en de daders en degenen die betrokken waren bij deze gewelddaden voor de rechtbank te brengen;

4.  beklemtoon dat de straffeloosheid in Tsjetsjenië leidt tot destabilisatie in het hele gebied van de noordelijke Kaukasus;

5.  neemt kennis van het telegram dat de Russische president Dmitri Medvedev in juli heeft verzonden aan de mensenrechtenorganisatie Memorial en waarin hij toezegde zich in te zetten voor een diepgaand onderzoek naar de moord op Natalia Est3emirova;

6.  is ingenomen met het initiatief van president Medvedev om de NGO-wetgeving te wijzigen door verlichting van een aantal beperkingen en registratiecomplicaties voor Russische NGO's en verwacht hiervan aanzienlijke verbeteringen;

7.  is ingenomen met het besluit van het Russische Opperste Gerechtshof van 3 september 2009 om een nieuw onderzoek te starten naar de moord op Anna Politkovskaya en de onderzoeken tegen de drie mannen die waren vrijgesproken in het eerste proces als één geval te behandelen met dat van de vermeende moordenaar Ruslan Machmudow en degenen die hem steunden; dringt erop aan dat dit proces zo spoedig mogelijk begint, dat er een jury zal worden gevormd en dat het proces toegankelijk zal zijn voor alle journalisten en media;

8.  dringt erop aan het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland op te voeren en hoopt dat dit proces open zal staan voor een doeltreffende inbreng van het Europees Parlement, de Staatsdoema, de justitiële autoriteiten in Rusland, het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenorganisaties; doet een beroep op Rusland zijn verplichtingen als lid van de OVSE en de Raad van Europa volledig na te komen en het recht van vereniging en van vreedzame demonstratie te eerbiedigen; beklemtoont zijn standpunt dat de bescherming van de mensenrechten hoog op de agenda van de volgende top EU-Rusland dient te staan en een integraal deel moet gaan uitmaken van de nieuwe overeenkomst tussen de EU- Rusland;

9.  dringt er bij de Russische autoriteiten op aan zich te houden aan alle uitspraken van het Europees Hof voor de rechten van de mens en het aanvullend protocol 14 bij de Europese Conventie voor de rechten van de mens inzake de hervorming van dit orgaan, onverwijld te ratificeren;

10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Russische Federatie, de OVSE en de Raad van Europa.

 

(1)

Aangenomen teksten: P6_TA(2006)0448.

(2)

Aangenomen teksten: P6_TA(2008)0642.

Laatst bijgewerkt op: 21 mei 2010Juridische mededeling