Procedure : 2009/2700(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0128/2009

Ingediende teksten :

RC-B7-0128/2009

Debatten :

PV 11/11/2009 - 16
CRE 11/11/2009 - 16

Stemmingen :

PV 12/11/2009 - 8.3
CRE 12/11/2009 - 8.3

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0064

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 154kDOC 88k
9.11.2009
PE428.738v01-00}
PE428.740v01-00}
PE428.742v01-00}
PE428.743v01-00}
PE428.744v01-00} RC1
 
B7-0128/2009}
B7-0129/2009}
B7-0130/2009}
B7-0131/2009}
B7-0132/2009} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

ALDE (B7‑0128/2009)

S&D (B7‑0129/2009)

Verts/ALE (B7‑0130/2009)

PPE (B7‑0131/2009)

ECR (B7‑0132/2009)


over de voorbereidingen van de Top EU-Rusland in Stockholm op 18 november 2009


Elmar Brok, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ioannis Kasoulides namens de PPE-Fractie
Adrian Severin, Hannes Swoboda, Knut Fleckenstein namens de S&D-Fractie
Annemie Neyts-Uyttebroeck namens de ALDE-Fractie
Heidi Hautala, Bart Staes namens de Verts/ALE-Fractie
Ryszard Antoni Legutko, Charles Tannock, Tomasz Piotr Poręba, Michał Tomasz Kamiński, Konrad Szymański, Jacek Olgierd Kurski, Roberts Zīle, Adam Bielan namens de ECR-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de voorbereidingen van de Top EU-Rusland in Stockholm op 18 november 2009  

Het Europees Parlement,

–   gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds, en de Russische Federatie anderzijds, en de onderhandelingen die vorig jaar op gang zijn gebracht over een nieuw verdrag tussen de EU en Rusland,

–   onder verwijzing naar de doelstelling van de EU en Rusland, als omschreven in de gemeenschappelijke verklaring afgelegd na de 11de Top EU-Rusland in Sint Petersburg op 31 mei 2003, betreffende de invoering van een gemeenschappelijke economische ruimte, een gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en gerechtigheid, een gemeenschappelijke ruimte van samenwerking op het gebied van externe veiligheid en een gemeenschappelijke ruimte van onderzoek en onderwijs, met inbegrip van culturele aspecten,

–   onder verwijzing naar zijn voorgaande verslagen en resoluties over Rusland en de betrekkingen tussen de EU en Rusland, met name zijn resolutie van september 2009 over de moord op mensenrechtenactivisten in Rusland, zijn resolutie van september 2009 over externe aspecten van energieveiligheid en zijn resolutie van juni 2008 over de Topontmoeting EU-Rusland in Khanty-Mansiysk,

–   gezien de slotverklaring en de aanbevelingen van de elfde bijeenkomst van het Parlementaire Samenwerkingscomité EU-Rusland in Brussel op 16-17 februari 2009,

–   gezien het resultaat van de Permanente Partnerschapsraad EU-Rusland, die op 19 oktober 2009 in Brussel werd gehouden,

–   gezien het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland,

–   gezien de ontwerpagenda van de aanstaande Top-EU-Rusland van 18 november 2009 in Stockholm,

–   gelet op artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland zich de afgelopen 10 jaar gestaag hebben ontwikkeld, hetgeen heeft geleid tot een ingrijpende, omvattende economische integratie en wederzijdse afhankelijkheid, die in de toekomst zeker nog groter zal worden,

B.  overwegende dat de sluiting van een nieuwe algemene samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland, waarvoor de zesde onderhandelingsronde begin oktober plaats heeft gevonden terwijl de volgende ronde voor medio december op het programma staat, nog steeds van het hoogste belang is voor de verdere ontwikkeling en intensivering van de samenwerking tussen beide partners,

C. overwegende dat de Europese Unie en Rusland, dat lid is van de VN-Veiligheidsraad, een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor de stabiliteit en veiligheid in de wereld en dat nauwere samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen tussen de EU en Rusland van bijzonder belang zijn voor de stabiliteit, de veiligheid en de welvaart van Europa,

D. overwegende dat toetreding van Rusland tot de Wereldhandelsorganisatie een aanzienlijke bijdrage zou leveren tot verdere verbetering van de economische betrekkingen tussen de EU en Rusland, mits er een bindende toezegging wordt gedaan de WTO-toezeggingen en -verplichtingen ten volle na te leven en ten uitvoer te leggen, en dat aldus de weg zou worden geëffend voor een vergaande en alomvattende economische-eenwordingsovereenkomst tussen beide partners op de grondslag van verantwoorde wederkerigheid,

E.  overwegende dat het garanderen van de energievoorziening één van de grootste problemen voor Europa vormt en één van de belangrijkste gebieden van samenwerking met Rusland; overwegende dat er gemeenschappelijke inspanningen nodig zijn om volledig en doeltreffend gebruik te maken van de bestaande en nog uit bouwen energietransmissiesystemen; overwegende dat de recente beslissing van Rusland om zijn handtekening onder het Verdrag inzake het Energiehandvest in te trekken deze betrekkingen verder compliceert en de lopende energiedialoog en potentiële toekomstige ontwikkelingen in gevaar brengt; overwegende dat de grote afhankelijkheid van de EU van uit Rusland ingevoerde fossiele brandstoffen de ontwikkeling van een evenwichtige, coherente en op waarden gebaseerde Europese benadering van Rusland ondergraaft,

F.  overwegende dat het van het grootste belang is dat de EU met één stem spreekt, een sterke interne solidariteit uitstraalt, één standpunt inneemt en niet ingaat op het Russische aanbod om de bilaterale betrekkingen met de meest gewillige lidstaten te intensiveren en deze betrekkingen te baseren op wederzijdse belangen en gemeenschappelijke waarden,

G. overwegende dat er ernstige verontrusting blijft bestaan over de ontwikkelingen in Rusland met betrekking tot democratie, mensenrechten , onafhankelijkheid van de rechtspraak, de toenemende sturing van de media door de overheid, het onvermogen van politie en justitiële instanties uit te vinden wie er verantwoordelijk zijn voor de moord op journalisten en mensenrechtenactivisten, de maatregelen om de oppositie te onderdrukken, de selectieve toepassing van de wet door de overheid en de eerlijkheid van verkiezingen, o.m. van de regionale en gemeenteraadsverkiezingen van 11 oktober 2009; overwegende dat de Russische Federatie volwaardig lid is van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en zich daarmee heeft verplicht tot naleving van de beginselen van democratie en eerbiediging van de mensenrechten, en overwegende dat de Sakharov-prijs voor de vrijheid van meningsuiting van het Europees Parlement voor 2009 is toegekend aan de Russische organisatie voor de bescherming van de burgerrechten Memorial en haar vertegenwoordigers,

H. overwegende dat de EU en Rusland samen een actieve rol kunnen en moeten spelen bij de totstandbrenging van vrede en stabiliteit in Europa, met name in de gezamenlijke regio, en dat zij moeten samenwerken om in het kader van de internationale rechtsorde de geschillen tussen Georgië en de afgescheiden regio's Zuid-Ossetië en Abchazië , alsook in Nagorno Karabach en in Transnistrië op vreedzame wijze bij te leggen; overwegende dat de EU Rusland verzoekt het recht van buurlanden zelf hun politieke en economische lot te bepalen, volledig te eerbiedigen,

I.   overwegende dat Rusland en de VS op 19 oktober 2009 in Genève de gesprekken hebben hervat om een nieuwe overeenkomst op te stellen als opvolger van het verdrag over de vermindering van strategische bewapening (START), de eerste concrete stap in de door de regering Obama aangekondigde dooi in de betrekkingen tussen VS en Rusland; overwegende dat Robert Gates, minister van Defensie van de VS op 23 oktober 2009 op een persconferentie in aansluiting op een ministersbijeenkomst van de NAVO in Bratislava heeft gezegd dat de Russische radarposten Gabala en Armavir, waarvan door Rusland gezamenlijk gebruik werd voorgesteld, een werkelijke bijdrage kunnen blijken voor de algehele raketverdediging van Europa die de VS momenteel verwezenlijken, en dat aldus de mogelijkheid wordt geopend dat de VS, NAVO en Rusland samen een gezamenlijk raketverdedigingssysteem aanleggen, en overwegende dat Rusland en Wit-Rusland van 18 september tot 5 oktober 2009 strategische manoeuvres hebben gehouden die in overeenstemming waren met de procedures die in het OVSE-document van Wenen uit 1999 zijn vastgelegd, maar dat er ernstige verontrusting bestaat over de vraag of zij in overeenstemming waren met de letter en de geest van goede samenwerking en wederzijds respect tussen Rusland en de Europese Unie,

1.  herbevestigt zijn overtuiging dat Rusland een van de belangrijkste partners van Europa is bij de totstandbrenging van duurzame samenwerking, omdat het land niet alleen economische en handelsbelangen deelt, maar eveneens het doel op mondiaal niveau en in de gezamenlijke regio nauwer samen te werken op de grondslag van de internationale wetgeving;

2.  stelt vast dat de nadruk tijdens de Top van Stockholm zal vallen op brede economische samenwerking, met name gelet op de gevolgen van de financiële en economische crisis en de methoden om deze binnen de perken te houden, de voorbereidingen voor de klimaatveranderingsconferentie van Kopenhagen in december, de aspecten energie en gegarandeerde energieleverantie, de gesprekken over uitbreiding van de regeling zonder visumplicht, de vooruitgang in de onderhandelingen over de nieuwe meer uitgebreide bilaterale samenwerkingsovereenkomst, en er zal een aantal internationale problemen worden aangepakt zoals het nucleaire programma van Iran en het vredesproces in het Midden‑Oosten;

3.  steunt het voornemen de toekomstige betrekkingen met Rusland op pragmatischer wijze te ontwikkelen en daarbij in het bijzonder aandacht te blijven besteden aan de vier gemeenschappelijke ruimten, de onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst tussen de EU en Rusland, en de tenuitvoerlegging van tot dusverre gedane toezeggingen en gesloten overeenkomsten; maar geeft nogmaals uiting aan zijn steun voor een nieuwe overeenkomst die niet alleen zuiver economische samenwerking omvat, maar eveneens de sectoren democratie, rechtsstaat, en eerbiediging van mensenrechten en grondrechten;

4.  herhaalt zijn steun voor het streven naar toetreding van Rusland tot de Wereldhandelsorganisatie, waardoor voor de zakenwereld aan beide zijden gelijke concurrentievoorwaarden worden geschapen, en waardoor de Russische inspanningen om een moderne, gediversifieerde, technologisch geavanceerde economie tot stand te brengen in hoge mate zouden worden gesteund; roept Rusland op om de nodige maatregelen te nemen om de resterende hindernissen voor het toetredingsproces weg te nemen, met name Russische uitvoerheffingen en -rechten, de hoogte van de tarieven van het goederenvervoer door Rusland per spoorweg en de beperkingen op de invoer van vlees, melk en plantaardige producten, waarna de EU een begin moet maken met de besprekingen over de sluiting van een vrijhandelsovereenkomst met de Russische Federatie; gaat ervan uit dat er doelmatiger beleid wordt toegepast op een aantal nog niet opgeloste zaken zoals: IPR, radioactief afval, nucleaire veiligheid, werkvergunningen voor EU-staatsburgers, enz.; wijst erop dat de Russische instanties ervoor moeten zorgen dat op alle niveaus niet-discriminerende methoden worden toegepast ten aanzien van partners en investeerders uit de EU, en dat zij maatregelen moeten overwegen om de economische crisis aan te pakken overeenkomstig de toezeggingen die zijn gedaan tijdens de laatste G20-Top; betreurt het dat Rusland zijn toezegging om de betalingen voor vluchten over Siberië geleidelijk af te bouwen niet gestand heeft gedaan en roept Rusland op om de overeenkomst die ter zake is bereikt op de top in Samara te ondertekenen; spreekt in dit verband zijn waardering uit voor het besluit van Rusland, Wit-Rusland en Kazakstan hun poging op te geven als één douane-unie tot de WTO toe te treden, omdat de onderhandelingen daardoor jaren langer zouden hebben geduurd;

5.  maakt met belangstelling opmerkingen over de dialoog over voortgezette liberalisering van het visumbeleid tussen de Europese Unie en Rusland; dringt aan op verdere samenwerking op het gebied van illegale immigratie, een betere controle bij grensposten en een betere informatie-uitwisseling inzake terrorisme en georganiseerde misdaad; beklemtoont dat de Raad en de Commissie ervoor moeten zorgen dat Rusland aan alle voorwaarden voldoet die worden vastgesteld in een eventuele overeenkomst tussen beide zijden over afschaffing van de visumplicht, zodat inbreuken op de veiligheid of de democratie in Europa worden voorkomen; onderstreept in dit verband het belang van menselijke contacten en hun positieve effect op de ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Rusland;

6.  vraagt de Raad en de Commissie hun inspanningen te verdubbelen om de problemen bij het oversteken van de grens tussen de EU en Rusland op te lossen, en concrete projecten aan te vatten en volledig gebruik te maken van het nieuwe nabuurschaps- en partnerschapsinstrument en de INTERREG-fondsen voor grensoverschrijdende samenwerking ;

7.  kijkt uit naar de ondertekening van een akkoord over de instelling van een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing op het gebied van de continuïteit van de energievoorziening tussen de Europese Unie en Rusland dat betrekking heeft op kennisgeving, raadpleging en uitvoering en verzoekt het Zweedse voorzitterschap en de Commissie om er met de Russische autoriteiten, Gazprom, de Oekraïense autoriteiten en Naftohaz Ukrainy aan te werken dat een herhaling van de onderbrekingen van de toevoer die de laatste jaren hebben plaatsgehad, wordt voorkomen;

8.  beklemtoont het wederzijdse belang voor Rusland en de EU van samenwerking op energiegebied, daar hierdoor namelijk de mogelijkheid wordt geboden van nauwere samenwerking tussen de EU en Rusland op handels- en economisch gebied; wijst erop dat de beginselen van onderlinge afhankelijkheid en transparantie het fundament moeten zijn van een dergelijke samenwerking, evenals non-discriminatoire toegang tot markten, infrastructuur en investeringen; verzoekt het Zweedse voorzitterschap, de Raad en de Commissie de Top te gebruiken om de Russische partners er duidelijk op te wijzen dat de Unie steeds verdergaande maatregelen op het gebied van interne energiesolidariteit neemt en dat de leveringsproblemen voor beide partijen tot negatieve gevolgen op lange termijn kunnen leiden; verzoekt Rusland de internationaal gezien optimale werkmethoden inzake transparantie en verantwoordingsplicht spoedig in zijn nationale wetgeving over te nemen en het Verdrag van Espoo (Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband) te ondertekenen;

9.  dringt er bij de Raad en de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de beginselen van het Energiehandvest en het daaraan gehechte Transitprotocol worden opgenomen in een nieuwe partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Rusland;

10. beseft dat om een 50%-kans te hebben om de klimaatverandering te beperken tot +2°C, de emissies in de geïndustrialiseerde landen uiterlijk in 2050 met ten minste 50% verminderd moeten zijn ten opzichte van het niveau van 1990; wijst in dit verband op de specifieke verantwoordelijkheid van de ontwikkelde landen om de leiding te nemen bij de beperking van de emissies en is van mening dat de totale vermindering van de uitstoot door de industrielanden met een percentage bij de hogere waarden van het traject van 25-40%, dat is aanbevolen door het Internationale panel inzake klimaatverandering, tegen 2020 noodzakelijk is; is in dit verband van mening dat alle industrielanden doelen moeten bepalen voor ten opzichte van het huidige emissieniveau ingrijpende beperkingen, en verzoekt Rusland in dit verband zijn aanvraag voor een ruimer emissiedoel te heroverwegen en verzoekt het land zijn verzoek te herzien zodat daarin doorklinken zijn omvangrijke opvangmogelijkheden en de aanbevelingen van de IPCC om in Kopenhagen een snelle overeenkomst mogelijk te maken;

11. wijst erop dat Rusland volledige steun moet verlenen aan bindender klimaatveranderingsdoelen voor de periode na Kyoto; verzoekt het voorzitterschap, de Raad en de Commissie intensief met de Russische zijde samen te werken om tijdens de klimaatveranderingsconferentie van Kopenhagen in december te zorgen voor een alomvattende mondiale overeenkomst met hoog gestelde doelen, waardoor wordt voorkomen dat de opwarming van de aarde een gevaarlijk peil bereikt;

12. wijst op het belang van de aanhoudende gedachtewisseling over de mensenrechten in Rusland als onderdeel van het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland met de nadruk op de maatregelen van de Russische instanties tot waarborging van de veiligheid van mensenrechtenactivisten, en dringt aan op een betere opzet van deze bijeenkomsten met het oog op grotere efficiëntie, waarbij bijzondere aandacht dient te worden besteed aan gemeenschappelijke actie tegen racisme en vreemdelingenhaat en openstelling van dit proces voor doelmatige inbreng van het Europees Parlement, de Russische Doema en mensenrechten -NGO's, ongeacht of de dialoog in Rusland of in een lidstaat van de EU plaatsvindt; beklemtoont zijn standpunt dat de bescherming van de mensenrechten hoog op de agenda van de volgende top EU-Rusland dient te staan en een integraal onderdeel moet gaan uitmaken van de nieuwe overeenkomst tussen de EU en Rusland;

13. dringt er bij de Russische autoriteiten op aan alle jurisprudentie van het Europese Hof voor de rechten van de mens na te leven en het protocol over de hervorming van deze instantie onverwijld te ratificeren; verzoekt de Doema met klem het aanvullend protocol 14 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens te ratificeren;

14. verzoekt het Zweedse voorzitterschap, de Raad en de Commissie de top te gebruiken om duidelijk de bezorgdheid van de EU uit te spreken over een reeks internationale kwesties waar constructieve samenwerking van Rusland van cruciaal belang is; door de positie van Rusland in de internationale politiek moet de samenwerking bij het aanpakken van Iran, Afghanistan, het Midden-Oosten en andere levensbelangrijke punten op de internationale agenda worden opgevoerd;

15. verzoekt de Raad en de Commissie met de Russische regering gezamenlijke initiatieven uit te voeren om veiligheid en stabiliteit in de wereld te vergroten, met name in de gezamenlijke regio, en in het kader van de internationale wetgeving de geschillen in Nagorno Karabach, Transnistrië en bovenal tussen Georgië en de afgescheiden regio's Zuid-Ossetië en Abchazië op vreedzame wijze bij te leggen;

16. spreekt in dit verband zijn waardering uit voor hetgeen de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië (EUWM Georgië) tot stand heeft gebracht, omdat hieruit bleek dat de EU bereid en in staat is ferm op te treden om vrede en stabiliteit te bevorderen en omdat hierdoor een bijdrage werd geleverd tot het scheppen van de voorwaarden die nodig waren om de overeenkomsten van 12 augustus en 8 september 2008 ten uitvoer te leggen; herhaalt dat het zich gebonden acht aan de territoriale onschendbaarheid van Georgië en verzoekt alle partijen hun verplichtingen ten volle na te komen; wijst er andermaal op dat de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië een taakomschrijving heeft waaronder het hele land valt en dringt erop aan dat deze waarnemingsmissie onbelemmerde toegang krijgt tot Abchazië en Zuid-Ossetië, wat tot dusverre is geweigerd; bevestigt nogmaals dat het zich volledig inzet voor de onderhandelingen van Genève en de voortzetting van het medevoorzitterschap van dit forum door de EU, de VN en de OVSE;

17. verzoekt de EU en Rusland te blijven streven naar vooruitgang in het vredesproces in het Midden-Oosten en een oplossing te zoeken voor Iran als kernmacht, met name in aansluiting op de project-overeenkomst over het brandstofprogramma en de VN-controle op de opwerkingsfaciliteit waarvan de bouw onlangs is bekend gemaakt, [en waarover] op 1 oktober 2009 in Genève overeenstemming is bereikt tussen Iran en de VS, Rusland, China, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië;

18. verzoekt het voorzitterschap de steun van de EU over te brengen voor de onderhandelingen die Rusland en de VS voeren over een nieuwe overeenkomst ter vervanging van het verdrag over de vermindering van strategische bewapening (START), en voor de initiatieven voor het aanleggen van een gezamenlijk raketverdedigingssysteem van de VS, Rusland en de NAVO; heeft goede hoop dat er tegen het eind van volgend jaar overeenkomst is bereikt;

19. verzoekt de regering van de VS en Rusland de Europese Unie en haar lidstaten volledig te betrekken in de gesprekken over de ontwikkelingen op het gebied van het raketverdedigingsschild, o.m. de beoordeling van het gevaar door raketten, en aldus bij te dragen tot vrede en stabiliteit in de wereld en met name Europa;

20. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Russische Federatie, de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

Laatst bijgewerkt op: 20 mei 2010Juridische mededeling