Procedure : 2010/2557(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0136/2010

Ingediende teksten :

RC-B7-0136/2010

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/03/2010 - 7.3
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0054

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 126kDOC 70k
8.3.2010
PE432.995v01-00}
PE432.997v01-00}
PE433.006v01-00}
PE433.007v01-00} RC1
 
B7-0136/2010}
B7-0138/2010}
B7-0145/2010}
B7-0146/2010} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

ALDE (B7‑0136/2010)

S&D (B7‑0138/2010)

Verts/ALE (B7‑0145(2010)

GUE/NGL (B7‑0146/2010)


over de uitvoering van de aanbevelingen in het rapport-Goldstone over Israël/Palestina


Véronique De Keyser, Adrian Severin, Hannes Swoboda, Richard Howitt, Proinsias De Rossa, María Muñiz De Urquiza, Robert Goebbels namens de S&D-Fractie
Annemie Neyts-Uyttebroeck namens de ALDE-Fractie
Hélène Flautre, Frieda Brepoels, Franziska Katharina Brantner, Nicole Kiil-Nielsen, Heidi Hautala, Caroline Lucas, Margrete Auken, Jan Philipp Albrecht, Malika Benarab-Attou, Eva Joly, Isabelle Durant, Daniel Cohn-Bendit namens de Verts/ALE-Fractie
Kyriacos Triantaphyllides, Patrick Le Hyaric, Helmut Scholz, Jürgen Klute namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de uitvoering van de aanbevelingen in het rapport-Goldstone over Israël/Palestina  

Het Europees Parlement,

–   gezien de waarden met betrekking tot respect voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtstaat en eerbiediging van mensenrechten, waarop de Unie is gebaseerd, zoals verklaard in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–   gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,

–   gezien de Conventies van Genève,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over het Midden-Oosten,

–   gezien de conclusies van de Raad van 8 december 2009 over het vredesproces in het Midden-Oosten,

–   gezien het rapport van de onderzoeksmissie van de VN over het Gaza-conflict,

–   gezien resolutie 64/10 van de Algemene vergadering van de VN,

–   gezien het rapport van de secretaris-generaal van de VN van 5 februari 2010 aan de Algemene Vergadering van de VN,

–   gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 26 februari 2010,

–   gelet op artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Hamas op de EU-lijst van terroristische organisaties is opgenomen,

B.  overwegende dat het gewapende conflict in Gaza, dat op 27 december 2008 is begonnen en op 18 januari 2009 geëindigd, aan meer dan 1.400 Palestijnen en 13 Israëli's het leven heeft gekost, en tot grootschalige vernietiging van de civiele infrastructuur heeft geleid,

C. overwegende dat de Algemene Vergadering van de VN in haar resolutie 64/10 van 5 november 2009 beide partijen heeft opgeroepen onderzoeken in te stellen die onafhankelijk en geloofwaardig zijn, en in overeenstemming met internationale normen,

D. overwegende dat de secretaris-generaal van de VN op 3 december 2009 de aandacht van alle partijen heeft gevestigd op resolutie 64/10 van de Algemene Vergadering van de VN en heeft verzocht om schriftelijke informatie binnen drie maanden over de maatregelen die zij hebben genomen of bezig waren te nemen,

E.  overwegende dat de secretaris-generaal van de Verenigde Naties de partijen in zijn verklaring van 5 februari 2010 heeft opgeroepen geloofwaardige interne onderzoeken naar het Gaza-conflict in te stellen,

F.  overwegende dat de Algemene Vergadering van de VN in haar resolutie van 26 februari 2010 haar oproep aan zowel Israël als de Palestijnse zijde om geloofwaardig onderzoeken in te stellen heeft herhaald, en heeft gevraagd om uiterlijk vijf maanden later opnieuw verslag uit te brengen,

G. overwegende dat het optreden van de Unie op het internationale toneel geleid moet worden door strikte naleving van de beginselen en doelstellingen van het VN-Handvest en het internationaal recht, eraan herinnerend dat het internationaal recht staten verplicht het internationaal humanitair recht na te leven en te beschermen alsook de eerbiediging ervan te waarborgen,

H. overwegende dat de Israëlische regering heeft gemeld dat zij 150 gevallen onderzoekt die zich gedurende de operaties in Gaza hebben voorgedaan,

I.   overwegende dat de Palestijnse autoriteiten op 25 januari 2010 een onafhankelijke onderzoekcommissie hebben ingesteld,

J.   overwegende dat de humanitaire crisis in Gazastrook is verergerd als gevolg van de blokkade, die in strijd is met het internationaal humanitair recht,

1.  benadrukt opnieuw hoe belangrijk het is een rechtvaardige en duurzame vrede tot stand te brengen in het Midden-Oosten en in het bijzonder tussen Israëliërs en Palestijnen; onderstreept dat eerbiediging van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten door alle partijen en onder alle omstandigheden, evenals de opbouw van wederzijds vertrouwen essentiële onderdelen zijn van een vredesproces dat resulteert in twee staten die in vrede en veiligheid naast elkaar bestaan;

2.  herhaalt zijn verzoek aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid en aan de lidstaten te werken aan een krachtig gemeenschappelijk standpunt over de follow-up van het rapport van de onderzoeksmissie - onder leiding van rechter Goldstone - betreffende het conflict in Gaza en zuidelijk Israël, waarin publiekelijk wordt aangedrongen op de uitvoering van de aanbevelingen in dit rapport en verantwoordingsplicht voor alle schendingen van het internationaal recht, waaronder beschuldigingen van oorlogsmisdaden;

3.  dringt er bij beide partijen op aan binnen vijf maanden onderzoeken in te stellen die voldoen aan de internationale normen van onafhankelijkheid, onpartijdigheid, transparantie, snelheid en doeltreffendheid, in overeenstemming met de resoluties die de Algemene Vergadering van de VN op 5 november 2009 en 26 februari 2010 heeft aangenomen; beklemtoont dat eerbiediging van het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door alle partijen en onder alle omstandigheden een conditio sine qua non is voor het tot stand brengen van een eerlijke en duurzame vrede in het Midden-Oosten;

4.  verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid en de lidstaten nogmaals actief toezicht uit te oefenen op de uitvoering van de aanbevelingen in het rapport-Goldstone door middel van raadpleging van de externe missies van de EU en NGO's ter plaatse; dringt erop aan de aanbevelingen en gerelateerde opmerkingen op te nemen in de dialoog die de EU met beide partijen voert, en in multilaterale fora;

5.  verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid de resultaten van de onderzoeken door alle partijen te evalueren en over deze evaluaties verslag uit te brengen aan het Europees Parlement

6.  is ingenomen met de inspanningen van de Algemene Vergadering van de VN om ervoor te zorgen dat rekenschap wordt afgelegd over alle schendingen van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten die gedurende het conflict in Gaza hebben plaatsgevonden, en spoort haar aan deze inspanningen voort te zetten;

7.  benadrukt dat eerbiediging van de rechtstaat een fundamentele waarde is zowel binnen de Europese Unie als in haar betrekkingen met derde landen en partijen; onderstreept dat de verantwoordelijkheid en geloofwaardigheid van de Europese Unie en haar lidstaten dicteren dat zij de onderzoeken op de voet moeten volgen;

8.  dringt er bij de Europese Unie en haar lidstaten op aan om ten aanzien van alle in het rapport-Goldstone genoemde partijen de resultaten van de vervolgonderzoeken en van de uitvoering van de aanbevelingen van dit rapport in aanmerking te nemen;

9.  wijst op het belang van samenwerking tussen de officiële autoriteiten en non-gouvernementele organisaties in het kader van de vervolgonderzoeken en de uitvoering van de aanbevelingen van het rapport-Goldstone door alle partijen; spreekt zijn bezorgdheid uit over de pressie die wordt uitgeoefend op NGO´s die betrokken waren bij de opstelling van het rapport-Goldstone en betrokken zijn bij de vervolgonderzoeken, en roept de autoriteiten aan alle zijden op zich te onthouden van restrictieve maatregelen ten aanzien van de activiteiten van deze organisaties;

10. onderkent dat de bevolking van Gaza onverminderd onder erbarmelijke omstandigheden leeft als gevolg van de blokkade, en juicht de oproep toe van de Raad van 8 december 2009 tot een onmiddellijke, permanente en onvoorwaardelijke openstelling van de grensposten;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, de lidstaten, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, het Kwartet, de gezant van het Kwartet voor het Midden-Oosten, de Euro-mediterrane Parlementaire Vergadering, de Israëlische regering en het Israëlische parlement, de president van de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse Wetgevende Raad.

 

 

Laatst bijgewerkt op: 19 mei 2010Juridische mededeling