Procedure : 2010/2559(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0222/2010

Ingediende teksten :

RC-B7-0222/2010

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/03/2010 - 6.17
CRE 25/03/2010 - 6.17
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0085

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 155kDOC 84k
22.3.2010
PE439.721v01-00}
PE439.722v01-00}
PE439.723v01-00}
PE439.724v01-00} RC1
 
B7-0222/2010}
B7-0223/2010}
B7-0224/2010}
B7-0225/2010} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

ALDE (B7‑0222/2010)

PPE (B7‑0223/2010)

Verts/ALE (B7‑0224/2010)

GUE/NGL (B7‑0225/2010)


over de tweede Europese Roma-top


Lívia Járóka, Simon Busuttil, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Monica Luisa Macovei, Elena Băsescu, Lambert van Nistelrooij namens de PPE-Fractie
Hannes Swoboda, Monika Flašíková Beňová, Kinga Göncz, Rovana Plumb, María Muñiz De Urquiza namens de S&D­Fractie
Renate Weber, Sophia in 't Veld, Norica Nicolai, Niccolò Rinaldi, Cecilia Wikström, Sarah Ludford, Sonia Alfano namens de ALDE-Fractie
Heidi Hautala, Raül Romeva i Rueda, Hélène Flautre, Franziska Katharina Brantner, Jean Lambert, Barbara Lochbihler, Ulrike Lunacek, Nicole Kiil-Nielsen, Catherine Greze, Marije Cornelissen, Bart Staes, Malika Benarab-Attou namens de Verts/ALE-Fractie
Cornelia Ernst, Eva-Britt Svensson namens de GUE/NGL-Fractie
Niki Tzavela, Nikolaos Salavrakos, Jaroslav Paška
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de tweede Europese Roma-top  

Het Europees Parlement,

–   gelet op de artikelen 8, 9, 10, 18, 19, 20, 21, 151, 153 en 157 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die de lidstaten ertoe verplichten gelijke kansen voor alle burgers te waarborgen en hun woon- en werkomstandigheden te verbeteren,

–   gelet op de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, die de EU in staat stellen gepaste maatregelen te nemen om discriminatie jegens alle burgers te bestrijden en de eerbiediging van de mensenrechten te bevorderen,

–   onder verwijzing naar zijn resoluties van 28 april 2005 over de situatie van de Roma in de Europese Unie(1), van 1 juni 2006 over de situatie van de Roma-vrouwen in de Europese Unie(2), van 15 november 2007 over de toepassing van Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden(3), van 31 januari 2008 over een Europese strategie voor de Roma(4), van 10 juli 2008 over de telling van de Roma op grond van etniciteit in Italië(5), en van 11 maart 2009 naar aanleiding van een verslag over de sociale situatie van de Roma en de verbetering van hun toegang tot de arbeidsmarkt in de EU(6),

–   gelet op Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming(7), Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep(8), Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht(9), dat een harmonisering biedt van de wetten en verordeningen waaraan de lidstaten zich moeten houden in geval van overtredingen op het gebied van racisme en vreemdelingenhaat, en Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden(10), op grond waarvan alle burgers recht hebben op vrij verkeer binnen de EU op voorwaarde dat zij werken of werkzoekende zijn, studeren, in hun eigen behoeften voorzien of met pensioen zijn,

–  gezien de verslagen over Roma, racisme en vreemdelingenhaat in de EU-lidstaten in 2009 dat is gepubliceerd door het Bureau voor de grondrechten(11) en de verslagen van de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa, Thomas Hammarberg,

–   gezien de conclusies van de Europese Raden van december 2007 en juni 2008, de conclusies van de Raad algemene zaken van december 2008 en de conclusies van de Raad werkgelegenheid, sociaal beleid, volksgezondheid en consumentenzaken over de integratie van de Roma, die op 8 juni 2009 in Luxemburg zijn aangenomen,

–   gezien de afkondiging in 2005 van het Decennium van de Roma-integratie en de instelling van een Roma-onderwijsfonds door een aantal EU-lidstaten, kandidaat-lidstaten en andere landen waar de EU-instellingen in aanzienlijke mate aanwezig zijn,

–   gezien de eerste Europese Roma-top, die op 16 september 2008 plaatsvond in Brussel, en de aankomende tweede Europese Roma-top, die op 8 april 2010 zal plaatsvinden in Córdoba (Spanje), en een van de voornaamste gebeurtenissen vormt van het Spaanse voorzitterschap van de Raad,

–   gezien het eind 2010 verwachte verslag van zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken over de EU-strategie voor de integratie van de Roma,

–   gezien de tien gemeenschappelijke grondbeginselen voor de integratie van de Roma,

–   gezien de vragen van 12 februari 2010 (O-0017/2010 – B7‑0013/2010, O‑0018/2010 – B7‑0014/2010) en 24 februari 2010 (O-0028/2010 – B7‑0202/2010, O‑0029 – B7-0203/2010) aan de Raad en de Commissie over de tweede Europese Roma-top,

–   gelet op artikel 115, lid 5, en artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de 10 tot 12 miljoen Europese Roma nog altijd het slachtoffer zijn van hevige systematische discriminatie en in veel gevallen van ernstige armoede en sociale uitsluiting; overwegende dat een meerderheid van de Europese Roma sedert de uitbreidingen van 2004 en 2007 EU-burgers zijn geworden, zodat zij en hun familieleden het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten genieten,

B.  overwegende dat de situatie van de Europese Roma, die al lang in tal van Europese landen leven, anders is dan die van de nationale minderheden in Europa, hetgeen specifieke maatregelen op Europees niveau rechtvaardigt,

C. overwegende dat talrijke Roma en Roma-gemeenschappen die hebben besloten zich te vestigen in een andere lidstaat dan die waarvan zij onderdaan zijn, zich in een bijzonder kwetsbare positie bevinden,

D. overwegende dat de EU over diverse instrumenten beschikt die kunnen worden ingezet om de uitsluiting van Roma tegen te gaan, zoals de nieuwe mogelijkheid die wordt geboden in het kader van de structuurfondsen om tot 2% van het totale EFRO-bedrag te bestemmen voor huisvestingsuitgaven voor gemarginaliseerde gemeenschappen, die effectief zal worden in de loop van 2010, of de bestaande mogelijkheden in het kader van het Europees Sociaal Fonds,

E.  overwegende dat Richtlijn 2000/43/EG van de Raad niet adequaat is omgezet of volledig uitgevoerd door alle lidstaten,

F.  overwegende dat de Europese Unie zich meerdere malen heeft verbonden tot een actieve bevordering van de beginselen van gelijke kansen en sociale integratie met betrekking tot de Roma-bevolking in heel Europa,

G. overwegende dat er de laatste jaren een aanzienlijke toename heeft plaatsgevonden van zigeunerhaat in de media en in het politieke debat in bepaalde EU-lidstaten, evenals een groeiend aantal geweldplegingen met een racistische achtergrond jegens de Roma,

H. overwegende dat zowel in de EU-lidstaten als in de kandidaat-lidstaten slechts ongelijkmatig en langzaam vooruitgang werd geboekt inzake de bestrijding van discriminatie ten aanzien van de Roma op het vlak van hun recht op onderwijs, werkgelegenheid, gezondheidszorg en huisvesting,

I.   overwegende dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan wie te maken krijgt met meervoudige discriminatie,

J.   overwegende dat de vertegenwoordiging van de Roma in de overheidsstructuren en het openbaar bestuur in de lidstaten moet worden verhoogd,

1.  veroordeelt de recente toename van zigeunerhaat (Roma-fobie) in verschillende EU-lidstaten, die zich regelmatig manifesteert doordat haat wordt gezaaid tegen en aanslagen worden gepleegd op Roma;

2.  is van oordeel dat de bestrijding van de discriminatie van de Roma, die een pan-Europese gemeenschap vormen, vraagt om een alomvattende aanpak op Europees niveau;

3.  uit zijn bezorgdheid over de discriminatie jegens de Roma op het gebied van onderwijs (met name segregatie), huisvesting (met name gedwongen uitzettingen en ondermaatse woonomstandigheden, vaak in getto's), werkgelegenheid (hun bijzonder lage arbeidsparticipatie) en gelijke toegang tot gezondheidszorgsystemen en andere openbare diensten, alsook over de schrikbarend lage politieke participatie van de Roma; verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van de operationele programma's de bepalingen inzake gelijke kansen strikt worden nageleefd, zodat de projecten de segregatie en de uitsluiting van de Roma direct noch indirect consolideren; benadrukt het feit dat het op 10 februari 2010 het verslag heeft goedgekeurd over de subsidiabiliteit van huisvestingsprojecten voor gemarginaliseerde gemeenschappen, waarin wordt voorzien in huisvestingsprojecten voor kwetsbare groepen binnen het EFRO-kader en gevraagd wordt om een snelle uitvoering van de herziene verordening, opdat de lidstaten actief gebruik van deze mogelijkheid kunnen maken; is in dit verband van mening dat huisvesting een voorwaarde is om voor effectieve sociale inclusie te zorgen; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de onlangs aangenomen microfinancieringsfaciliteit toegankelijk is voor de Roma, ten einde hun integratie op de arbeidsmarkt te ondersteunen;

4.  erkent dat de voorgeschiedenis van discriminatie en sociale stigmatisering een stempel heeft gedrukt op de kwesties van volledig burgerschap voor en de socio-economische participatie van de Roma; is van mening dat een globale aanpak voor de integratie van de Roma moet worden aangevuld met proactieve maatregelen om discriminatie in het verleden en het heden te overwinnen; verzoekt de Commissie om bij haar aanpak voor de integratie van de Roma voldoende aandacht te schenken aan dit aspect;

5.  is van oordeel dat de Europese Unie en de lidstaten een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor de bevordering van de integratie van de Roma en de waarborging van hun grondrechten als Europese burgers, en dat zij hun inspanningen dringend moeten verhogen om op dit vlak tot tastbare resultaten te komen; verzoekt de lidstaten en de EU-instellingen de nodige maatregelen te ondersteunen om een adequaat sociaal en politiek klimaat voor de uitvoering van de maatregelen inzake de integratie van de Roma te scheppen, bijvoorbeeld door educatieve overheidscampagnes te ondersteunen om de verdraagzaamheid van de niet-Roma-bevolking ten aanzien van de Roma-cultuur en de integratie van de Roma te bevorderen, zowel in het land waarvan zij onderdaan zijn als in het EU-land van verblijf;

6.  is ingenomen met de conclusies van de Raad werkgelegenheid, sociaal beleid, volksgezondheid en consumentenzaken over de integratie van de Roma, die op 8 juni 2009 in Luxemburg zijn aangenomen en waarin de gemeenschappelijke grondbeginselen voor de integratie van de Roma zijn opgenomen, en verzoekt de Commissie en de lidstaten nota te nemen van deze grondbeginselen bij het uitstippelen en uitvoeren van beleidsmaatregelen om de grondrechten te verdedigen, gendergelijkheid te waarborgen, discriminatie, armoede en sociale uitsluiting te bestrijden, en toegang tot onderwijs, huisvesting, gezondheidszorg, werkgelegenheid, sociale diensten, justitie, sport en cultuur te verzekeren – ook in de betrekkingen van de EU met derde landen; is ingenomen met het verzoek aan de Commissie om "concrete stappen te ondernemen om de communautaire instrumenten en beleidsmaatregelen die van belang zijn voor de integratie van de Roma, efficiënter te maken";

7.  is, gezien het spoedeisende karakter van deze kwestie, ernstig bezorgd over het feit dat de Commissie tot dusver niet heeft gereageerd op zijn verzoek van 31 januari 2008 om, in samenwerking met de lidstaten, een Europese strategie voor de Roma te ontwerpen met het oog op een betere coördinatie en een bevordering van de inspanningen om de omstandigheden van de Roma-bevolking te verbeteren;

8.  kijkt uit naar de mededeling van de Commissie die na de volgende Europese Roma-top zal worden gepresenteerd, en waarin het huidige beleid en de bestaande instrumenten ter verbetering van de integratie van de Roma zullen worden bestudeerd, evenals de oorzaken van de onbevredigende voortgang tot dusver; dringt erop aan dat in de mededeling ook duidelijke doelstellingen en mechanismen worden opgenomen voor de toekomstige beleidsvorming met betrekking tot de Roma;

9.  dringt er bij de nieuwe commissarissen op aan prioriteit toe te kennen aan Roma-kwesties die onder hun ressort vallen, en tegelijkertijd een doeltreffend systeem van coördinatie tussen commissarissen en tussen directoraten-generaal in te voeren om Roma-kwesties op EU-niveau aan te pakken; verzoekt de Commissie een van haar leden verantwoordelijk te maken voor de coördinatie van het Roma-beleid;

10. moedigt de EU-instellingen aan Roma-gemeenschappen, van de gewone burgers tot internationale ngo's, te betrekken bij het ontwikkelingsproces van een allesomvattend EU-beleid met betrekking tot de Roma, en wel bij alle aspecten van de planning, uitvoering en controle, en om daarbij ook nota te nemen van de opgedane ervaring in het kader van het Decennium van de Roma-integratie 2005-2015, het actieplan van de OVSE en de aanbevelingen van de Raad van Europa, de Verenigde Naties en het Parlement zelf; vraagt de mobilisatie van de Roma-gemeenschap, opdat de integratiemaatregelen gezamenlijk kunnen worden uitgevoerd, aangezien deze alleen met succes bekroond worden als alle betrokken partijen hierin volledig participeren;

11. verzoekt de Commissie een horizontale aanpak te bezigen ten aanzien van de Roma-kwesties, aanvullende voorstellen te ontwikkelen voor een samenhangend beleid op EU-niveau voor de sociale integratie van de Roma, de lidstaten aan te sporen tot verhoogde inspanningen met het oog op tastbare resultaten, een kritische analyse van falend beleid te bevorderen, de uitwisseling van optimale werkmethoden tussen lidstaten te vergemakkelijken, en alle lessen die kunnen worden getrokken uit het Roma-proefproject in het globale beleid te verwerken;

12. moedigt de organisator van de top en de EU aan een duidelijk politiek vervolg te geven aan de conclusies van de top, om te voorkomen dat zich opnieuw de situatie voordoet dat er geen politieke conclusies noch concrete voorstellen worden aangenomen; gelooft dat de top geen declaratoir karakter moet hebben, maar eerder gericht moet zijn op strategische beleidstoezeggingen die blijk geven van politieke wil om de kloof tussen de Roma-gemeenschappen en de bevolkingsmeerderheid te dichten;

13. dringt er bij de Commissie en de Raad op aan gebruik te maken van bestaande initiatieven zoals het Decennium van de Roma-integratie om de doeltreffendheid van hun inspanningen op dit gebied te vergroten;

14. beschouwt het van essentieel belang dat er een complex ontwikkelingsprogramma wordt uitgewerkt dat op alle gerelateerde beleidsterreinen tezamen is gericht, en dat onmiddellijke interventie mogelijk maakt in gettogebieden met ernstige structurele handicaps;

15. benadrukt dat antidiscriminatiemaatregelen alleen onvoldoende zijn om de sociale integratie van de Roma te vergemakkelijken, maar dat een gezamenlijke inspanning op EU-niveau op basis van een solide rechtsgrondslag vereist is om de maatregelen van institutionele actoren en het maatschappelijk middenveld te coördineren en om de betrokken partijen te dwingen hun eigen toezeggingen na te komen; aanvaardt bijgevolg ook dat er duidelijke wettelijke verbintenissen en voldoende begrotingsmiddelen nodig zijn;

16. beveelt aan dat de Raad een gemeenschappelijk standpunt over de structuur- en pretoetredingssteun vaststelt, als uiting van het Europese politieke voornemen om volledig gebruik te maken van de mogelijkheden die deze middelen bieden om de integratie van de Roma te stimuleren en erop toe te zien dat de gemeenschappelijke grondbeginselen voor de integratie van de Roma volledig worden aangehouden bij een herziening van de operationele programma's in kwestie, ook met het oog op de volgende programmeringsperiode; verzoekt de Commissie dringend de maatschappelijke gevolgen van de investeringen uit de pretoetredings- en structuurfondsen in kwetsbare groepen tot dusver te bestuderen en te beoordelen, daar conclusies uit te trekken en nieuwe strategieën en regelgeving te ontwikkelen als dat op dit vlak noodzakelijk wordt geacht;

17. benadrukt dat de kandidaat-lidstaten zo spoedig mogelijk moeten worden betrokken bij het streven op Europees niveau naar de integratie van de Roma, aangezien toetredingsonderhandelingen een unieke kans bieden om een aanzienlijke verandering teweeg te brengen in de houding van overheden ten aanzien van de Roma;

18. wenst dat de lidstaten erop toezien dat alle maatregelen met directe of indirecte gevolgen voor EU-burgers van Roma-afkomst in overeenstemming zijn met de beginselen in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de richtlijn rassengelijkheid, die directe en indirecte discriminatie uitdrukkelijk verbiedt; spreekt zijn bezorgdheid uit over de gedwongen repatriëring van Roma naar landen in de westelijke Balkan en verzoekt de Commissie, de Raad en de lidstaten ervoor te zorgen dat de grondrechten worden geëerbiedigd, met name door te zorgen voor adequate ondersteuning en monitoring;

19. onderstreept de precaire situatie van veel Roma die gebruik hebben gemaakt van hun recht op vrij verkeer binnen de Unie en die binnen de EU zijn gemigreerd; benadrukt dat alle maatregelen die ten aanzien van deze groepen worden genomen aan Europese normen en wetgeving moeten voldoen, en verzoekt de Commissie en de lidstaten te onderzoeken of er behoefte is aan een gecoördineerde Europese aanpak;

20. onderstreept dat het van belang is de lagere overheden bij een en ander te betrekken met het oog op een doeltreffende tenuitvoerlegging van de inspanningen ter bevordering van de integratie van de Roma en ter bestrijding van discriminatie; verzoekt de Commissie aanbevelingen te formuleren voor de lidstaten om lokale overheden aan te moedigen beter gebruik te maken van de kansen die de structuurfondsen bieden om de integratie van de Roma te bevorderen, met inbegrip van het objectieve toezicht op de projectuitvoering;

21. benadrukt het belang van Roma-organisaties op EU-niveau als het voornaamste middel om het succes van het sociale-integratiebeleid te verzekeren, evenals de noodzaak Roma-vertegenwoordigers actief te betrekken bij alle initiatieven ter bevordering van hun rechten en de integratie van hun gemeenschap; is van oordeel dat er behoefte is aan langetermijnstrategieën om de professionele en organisatorische bekwaamheden van de Roma te bevorderen, en dat de ontwikkeling van het menselijk potentieel van de Roma als horizontale prioriteit moet worden gesteld; benadrukt dat de politieke onafhankelijkheid en de bevordering van het eigen organisatievermogen van de Roma op financieel en academisch gebied en op het vlak van de personele middelen van cruciaal belang zijn om hun sociale integratie te versnellen;

22. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de kandidaatlanden, de Raad van Europa en de OVSE.

(1)

Aangenomen teksten, P6_TA(2005)0151.

(2)

Aangenomen teksten, P6_TA(2006)0244.

(3)

Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0534.

(4)

Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0035.

(5)

Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0361.

(6)

Aangenomen teksten, P6_TA(2009)0117.

(7)

PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22.

(8)

PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16.

(9)

PB L 328 van 6.12.2008, blz. 55.

(10)

PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77.

(11)

Report on Racism and Xenophobia in the Member States of the EU in 2009; European Union Minorities and Discrimination Survey, Data in Focus Report: The Roma in 2009; The Situation of Roma EU Citizens Moving to and Settling in Other EU Member States; and Housing Conditions of Roma and Travellers in the European Union: Comparative Report.

Laatst bijgewerkt op: 17 mei 2010Juridische mededeling