Procedure : 2010/2770(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0419/2010

Ingediende teksten :

RC-B7-0419/2010

Debatten :

PV 07/07/2010 - 17
CRE 07/07/2010 - 17

Stemmingen :

PV 08/07/2010 - 6.5

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0283

GEZAMENIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 138kDOC 77k
6.7.2010
PE442.017v01-00}
PE442.018v01-00}
PE442.020v01-00}
PE442.021v01-00}
PE442.032v01-00} RC1
 
B7-0419/2010}
B7-0420/2010}
B7-0422/2010}
B7-0423/2010}
B7-0434/2010} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 4 van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties

Verts/ALE (B7‑0419/2010)

PPE (B7‑0420/2010)

ALDE (B7‑0422/2010)

S&D (B7‑0423/2010)

ECR (B7‑0434/2010)


over de situatie in Kirgizië


Elmar Brok, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Paolo Bartolozzi, Joachim Zeller, Cristian Dan Preda, Andrzej Grzyb, Elisabeth Jeggle namens de PPE-Fractie
Hannes Swoboda, Adrian Severin, Henri Weber, Katarína Neveďalová, Kristian Vigenin namens de S&D-Fractie
Niccolò Rinaldi, Metin Kazak, Ramon Tremosa i Balcells, Anneli Jäätteenmäki, Marielle De Sarnez, Marietje Schaake namens de ALDE-Fractie
Heidi Hautala, Bart Staes, Nicole Kiil-Nielsen namens de Verts/ALE-Fractie
Charles Tannock, Tomasz Piotr Poręba, Ryszard Antoni Legutko, Konrad Szymański, Jacek Olgierd Kurski, Adam Bielan, Michał Tomasz Kamiński, Jacek Włosowicz namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Kirgizië  

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over Kirgizië en Centraal-Azië, met name die van 12 mei 2005 en 6 mei 2010,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 20 februari 2008 over een EU-strategie voor Centraal-Azië(1),

–   gezien het EU-programma voor de preventie van gewelddadige conflicten dat in 2001 door de Europese Raad in Göteborg werd aangenomen,

–   gezien de verklaringen van vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger Catherine Ashton over de nieuwe confrontaties in Kirgizië van 11 juni 2010 en het grondwettelijk referendum van 28 juni 2010,

–   gezien de conclusies van de Raad (Buitenlandse Zaken) van 14.06.10,

–   gezien de gezamenlijke verklaring over de situatie in Kirgizië van de speciale gezant van de fungerend voorzitter van de OVSE, de speciale vertegenwoordiger van de VN en de speciale vertegenwoordiger van de EU voor Kirgizië van 16 juni 2010,

–   gezien de EU-strategie voor een nieuw partnerschap met Centraal-Azië die door de Europese Raad op zijn zitting van 21 en 22 juni 2007 is aangenomen,

–   gezien het gemeenschappelijke voortgangsverslag over de EU-strategie voor Centraal-Azië van 14 juni 2010 dat de Raad en de Commissie hebben voorgelegd aan de Europese Raad,

–   gelet op de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en Kirgizië, die in 1999 in werking is getreden,

–   gezien het regionale strategiedocument van de Europese Gemeenschap voor bijstand aan Centraal-Azië voor de periode 2007-2013,

–   gelet op artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat op 11 juni 2010 gewelddadige confrontaties hebben plaatsgehad in de Zuid-Kirgizische steden Osh en Jalal-Abad, die verder zijn geëscaleerd tot 14 juni 20101, met naar verluidt honderden gewapende mannen die de straten van de steden hebben bestormd, op burgers hebben geschoten en winkels in brand hebben gestoken, waarbij zij hun doelwitten hebben gekozen op grond van etniciteit,

B.  overwegende dat volgens de Kirgizische autoriteiten bij de confrontaties circa 300 mensen het leven hebben verloren, hoewel de vrees is uitgesproken, onder andere door het hoofd van de interim-regering, Rosa Otunbayeva, dat het werkelijke cijfer nog hoger ligt; overwegende dat meer dan 2.000 personen gewond zijn geraakt of in een ziekenhuis zijn opgenomen en dat talrijke personen nog worden vermist,

C. overwegende dat er als gevolg van het geweld naar schatting 300.000 binnenlandse ontheemden zijn en dat 100.000 mensen hun toevlucht hebben gezocht in het buurland Oezbekistan; overwegende dat de regering in Tashkent met de hulp van internationale organisaties humanitaire hulp aan de vluchtelingen heeft verstrekt, maar dat zij de landsgrens met Kirgizië op 14 juni 2010 heeft gesloten, op grond van een gebrek aan capaciteit om meer mensen op te vangen,

D. overwegende dat de interim-regering in de regio de noodtoestand heeft uitgeroepen en dat de veiligheidstroepen niet in staat waren de regio onder hun controle te brengen; overwegende dat de verzoeken van interim-president Roza Otunbayeva aan de Russische president Medvedev en de Organisatie van het Verdrag inzake collectieve veiligheid om militaire ondersteuning voor het herstel van de orde, werden afgewezen; overwegende dat een verzoek om een internationale politiemacht te sturen is ingediend en momenteel wordt onderzocht door de OVSE,

E.  overwegende dat de EU duidelijk belang heeft bij een vreedzaam, democratisch en economisch welvarend Kirgizië; en dat zij zich er met name via haar strategie voor Centraal-Azië toe verbonden heeft als partner voor de landen in de regio op te treden; overwegende dat veel meer internationaal engagement thans dringend nodig is en dat de reactie van de EU een impact zal hebben op haar geloofwaardigheid als partner,

F.  overwegende dat de Commissie 5 miljoen EUR heeft vrijgemaakt voor de verstrekking van spoedeisende medische ondersteuning, humanitaire hulp, niet-voedingsmiddelen (non food items), bescherming en psychologische bijstand aan door de crisis getroffen personen; overwegende dat dit bedrag moet worden vergeleken met de 71 miljoen USD aan noodhulp waar de VN in een dringende oproep om heeft gevraagd,

G. overwegende dat de EU met het in 2001 goedgekeurde programma van Göteborg en daaropvolgende documenten heeft erkend dat conflictpreventie belangrijk is en dat de huidige situatie in Kirgizië erom vraagt dat de theoretische redeneringen worden omgezet in concrete actie,

H. overwegende dat een referendum dat op 27 juni 2010 in redelijk vreedzame omstandigheden en met een hoge participatie is gehouden, heeft uitgewezen dat meer dan 90% van de deelnemers aan het referendum instemt met een nieuwe grondwet waarin de bevoegdheden van de president en het parlement elkaar in evenwicht houden, met de bevestiging van Rosa Otunbayeva als interim-president tot 31 december 2011, en met het ontslaan van het grondwettelijk hof; overwegende dat de parlementsverkiezingen gepland zijn voor 10 oktober 2010,

I.   overwegende dat de landen in Centraal-Azië aankijken tegen een aantal gemeenschappelijke uitdagingen, zoals armoede, ernstig bedreiging van de menselijke veiligheid en de noodzaak democratie, governance en de rechtsstaat te versterken; overwegende dat het noodzakelijk is de regionale samenwerking te herstellen en te intensiveren, teneinde een gemeenschappelijke benadering te ontwikkelen ten aanzien van de problemen en uitdagingen waarvoor de regio zich geplaatst ziet; overwegende dat de regionale en internationale actoren moeten streven naar een gezamenlijker aanpak van de problemen en uitdagingen van de regio,

J.   overwegende dat de EU zich te allen tijde moet houden aan haar doelstelling om mensenrechten, democratie en rechtsstaat een centrale plaats te geven in haar overeenkomsten met derde landen en door een consequent beleid democratische hervormingen te stimuleren zodat haar geloofwaardigheid als regionale macht groter wordt,

1.  geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over de tragische, gewelddadige confrontaties in het zuiden van Kirgizië en betuigt zijn medeleven aan de families van alle slachtoffers;

2.  veroordeelt het recente geweld in het zuiden van Kirgizië; betreurt het verlies van mensenlevens en spreekt de hoop uit dat een vreedzame oplossing voor het conflict in Kirgizië kan worden gevonden, gebaseerd op democratische beginselen, de rechtsstaat en respect voor mensenrechten;

3.  roept de interim-regering op om, eventueel met de hulp van de internationale actoren, een geloofwaardig, onpartijdig en onafhankelijk onderzoek naar het geweld in te stellen, teneinde de daders voor de rechter te brengen;

4.  verzoekt de interim-autoriteiten alles in het werk te stellen om de situatie te normaliseren en de noodzakelijke voorwaarden te creëren om vluchtelingen en binnenlandse ontheemden in staat te stellen vrijwillig, veilig en onder waardige omstandigheden naar huis terug te keren; dringt er bij de lokale autoriteiten op aan om doeltreffende vertrouwenwekkende maatregelen te nemen en een oprechte dialoog te beginnen met alle etnische bevolkingsgroepen in het zuiden van Kirgizië, teneinde een geloofwaardig verzoeningsproces op gang te brengen;

5.  verzoekt de Commissie wat dat betreft in samenwerking met internationale organisaties de humanitaire hulp op te voeren en korte- en middellangetermijnprogramma's voor de wederopbouw van vernielde huizen en de vervanging van verloren middelen, alsmede rehabilitatieprojecten te starten, in samenwerking met de Kirgizische autoriteiten en andere donoren, om gunstige omstandigheden te creëren voor de terugkeer van vluchtelingen en binnenlandse ontheemden; vestigt in verband hiermee de aandacht op het belang van plaatselijke ontwikkelingsprojecten;

6.  vestigt de aandacht op het feit dat een grote internationale inspanning om te helpen met de wederopbouw, stabilisering en verzoening in zuidelijk Kirgizië nodig is en op de kans om de basis voor deze inspanning te leggen die door de geplande bijeenkomst van donoren in Bishkek op 27 juli 2010 wordt geboden;

7.  onderstreept het feit dat de humanitaire respons, die bedoeld is om de onmiddellijke nood te lenigen, gepaard moet gaan met inspanningen om de situatie te stabiliseren en het aanzienlijke risico van nieuw geweld te beperken en te voorkomen, ook omdat dit een gevaar vormt voor de vrede en de veiligheid in andere delen van de Ferghanavallei, die deels op Oezbeeks, deels op Kirgizisch en deels op Tadzjieks grondgebied gelegen is;

8.  vraagt een substantiële verhoging van de humanitaire hulp van de EU voor de mensen die door het recente geweld in zuidelijk Kirgizië zijn getroffen, alsmede grootschalige inzet van het Stabiliteitsinstrument;

9.  is van mening dat een nieuw niveau van het EU-engagement in zuidelijk Kirgizië ook op langere termijn nodig zal zijn; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om voorstellen uit te werken voor de hertoewijzing van middelen van het Instrument voor ontwikkelingssamenwerking (Development Cooperation Instrument, DCI), teneinde de EU in een betere positie te plaatsen om op duurzame wijze op de nieuwe situatie in Kirgizië te reageren; blijft erbij dat een centrale plaats voor de veiligheid van mensen essentieel in het Centraal-Aziëbeleid van de EU is;

10. verzoekt de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger en de lidstaten ondersteuning te bieden en een actieve bijdrage te leveren aan de spoedige totstandbrenging van een politiemissie van de OVSE, teneinde een nieuwe uitbarsting van geweld te voorkomen, de situatie in de door de confrontaties getroffen steden te stabiliseren, de slachtoffers en de meest kwetsbaren te beschermen en de terugkeer van vluchtelingen en binnenlandse ontheemden te vergemakkelijken;

11. neemt kennis van het redelijk vreedzame verloop van het grondwettelijk referendum in Kirgizië op 27 mei 2010; benadrukt het feit dat de terugkeer naar een grondwettelijke orde en de rechtsstaat van cruciaal belang is voor de stabilisering van de situatie in het land op lange termijn; onderstreept het feit dat de volgende parlementverkiezingen (voorlopig gepland voor oktober 2010) moeten zorgen voor de grondwettelijke basis voor een regering die zowel grote legitimiteit als ruime steun van de bevolking geniet; verzoekt daarom de autoriteiten van Kirgizië onmiddellijk krachtige maatregelen te nemen om de aanzienlijke tekortkomingen die het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de OVSE heeft vastgesteld op tijd voor de komende parlementsverkiezingen te remediëren; ziet ernaar uit hechte interparlementaire banden met het toekomstige parlement van Kirgizië aan te knopen;

12. uit zijn bezorgdheid over berichten over de arrestatie van sommige mensenrechtenactivisten in Kirgizië en vraagt hun onmiddellijke vrijlating; dringt er bij de Kirgizische autoriteiten op aan alle noodzakelijke maatregelen te nemen om te waarborgen dat verdedigers van mensenrechten hun werkzaamheden ter bevordering en bescherming van mensenrechten zonder belemmeringen kunnen uitvoeren;

13. benadrukt het feit dat Kirgizië, zijn buren, Rusland, China, de EU, de VS, de OVSE en de rest van de internationale gemeenschap een gezamenlijk belang en een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben wanneer het erom gaat destabilisatie te voorkomen en roept alle betrokken actoren op te zoeken naar synergie;

14. spreekt zijn bezorgdheid uit over de moeilijkheden bij het democratiseringsproces in Kirgizië, die het gevolg lijken te zijn van de zwakke positie van de Kirgizische interim-regering en de macht van criminele netwerken in het land, onder andere van drugssmokkelaars in het zuiden van Kirgizië;

15. is van mening dat de instelling van een pluralistisch politiek systeem, dat vertegenwoordiging van de diverse belangen en arbitrage mogelijk maakt, van fundamenteel belang is om de spanningen te verminderen en nieuwe uitbarstingen van geweld te voorkomen en dat de EU en haar lidstaten actief de democratisering moeten ondersteunen en ernaar moeten streven om de verschillen tussen de houdingen van de internationale actoren te verminderen, teneinde de vooruitzichten voor het hervormingsproces in Kirgizië te verbeteren;

16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de interim-regering van Kirgizië, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de OVSE en de secretaris-generaal van de Raad van Europa.

 

 

(1)

PB C 184 E van 6.8.2009, blz. 49.

Laatst bijgewerkt op: 7 juli 2010Juridische mededeling