Procedure : 2010/2775(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0484/2010

Ingediende teksten :

RC-B7-0484/2010

Debatten :

PV 08/09/2010 - 13
CRE 08/09/2010 - 13

Stemmingen :

PV 09/09/2010 - 5.4
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0314

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 129kDOC 70k
6.9.2010
PE446.564v01-00}
PE446.565v01-00}
PE446.566v01-00}
PE446.567v01-00}
PE446.568v01-00} RC1
 
B7-0484/2010}
B7-0485/2010}
B7-0486/2010}
B7-0487/2010}
B7-0488/2010} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

Verts/ALE (B7‑0484/2010)

S&D (B7‑0485/2010)

PPE (B7‑0486/2010)

GUE/NGL (B7‑0487/2010)

ALDE (B7‑0488/2010)


over de situatie van de Jordaan en met name de benedenloop


Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Elmar Brok, Ioannis Kasoulides, Cristian Dan Preda, Hans-Gert Pöttering namens de PPE-Fractie
Paolo De Castro, Véronique De Keyser, Jo Leinen, Adrian Severin, Proinsias De Rossa, Saïd El Khadraoui, Olga Sehnalová, Thijs Berman, Richard Howitt, Maria Eleni Koppa, María Muñiz De Urquiza, Raimon Obiols, Luís Paulo Alves, namens de S&D-Fractie
Annemie Neyts-Uyttebroeck, Ivo Vajgl, Graham Watson namens de ALDE-Fractie
Hélène Flautre, Nicole Kiil-Nielsen, Margrete Auken, Jan Philipp Albrecht, Raül Romeva i Rueda, Malika Benarab-Attou, Frieda Brepoels namens de Verts/ALE-Fractie
Charles Tannock, Michał Tomasz Kamiński, Tomasz Piotr Poręba namens de ECR-Fractie
Kyriacos Triantaphyllides, Patrick Le Hyaric, Willy Meyer, Nikolaos Chountis namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van de Jordaan en met name de benedenloop  

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over het Midden-Oosten,

–   gelet op het vredesverdrag tussen de staat Israël en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië uit 1994,

–   gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Top van Parijs voor de Middellandse Zee van 13 juli 2008,

–   gelet op de Israëlisch-Palestijnse interim-overeenkomst over de westelijke Jordaanoever en de Gazastrook van 1995 (Oslo II-akkoord), met name de artikelen 12 en 40 van bijlage III,

–   gelet op de Vierde Conventie van Genève van 1949,

–   gelet op het UNESCO-Verdrag ter bescherming van cultureel en natuurlijk werelderfgoed dat op 16 november 1972 is aangenomen,

–   gezien de aanbeveling van 14 maart 2010 over de situatie in de Jordaanvallei van de ad-hoccommissie voor energie, milieu en water van de Euro-mediterrane Parlementaire Vergadering die van 12 t7m 14 maart 2010 in Amman werd gehouden,

–   gelet op artikel 115, lid 5, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Jordaan, met name de benedenloop, een cultureel landschap van internationale betekenis is met grote historische, symbolische, religieuze, ecologische, landbouwtechnische en economische waarde in het Midden-Oosten en daarbuiten,

B. overwegende dat de Jordaan grote schade is toegebracht door overmatige exploitatie, verontreiniging en een gebrek aan regionaal beheer; overwegende dat naar schatting 98% van de zoetwatertoevoer door Israël, Jordanië en Syrië is omgeleid, waardoor 50% van de biodiversiteit verloren is gegaan,

C. overwegende dat de nieuwe waterzuiveringsinstallaties die het verontreinigde afvalwater dat momenteel door de benedenloop van de Jordaan stroomt moeten zuiveren volgens de planning eind 2011 operationeel worden; overwegende dat lange delen van de rivier tegen het eind van 2011 waarschijnlijk droog zullen vallen als er geen verantwoorde en duurzame aanpak van het waterbeheer wordt ontwikkeld en er geen zoetwaterreserves voor de benedenloop van de Jordaan worden bestemd wanneer deze installaties operationeel worden,

D. overwegende dat het herstel van de Jordaan en met name de benedenloop van groot belang is voor Israëlische, Jordaanse en Palestijnse plaatselijke gemeenschappen die met dezelfde waterproblemen kampen, en enorme economische voordelen en mogelijkheden voor vertrouwensopbouw biedt; overwegende dat actieve samenwerking tussen regeringen en de betrokken plaatselijke gemeenschappen een belangrijke bijdrage kan leveren aan de regionale inzet voor vrede,

E.  overwegende dat de Palestijnse bevolking op de westelijke Jordaanoever te kampen heeft met ernstige watertekorten; overwegende dat Palestijnse landbouwers ernstig te lijden hebben onder het gebrek aan water voor irrigatie, als gevolg van het feit dat Israel en de Israëlische kolonisten op de Westelijke Jordaanoever het leeuwendeel van het water gebruiken; overwegende dat de beschikbaarheid van voldoende water van essentieel belang is voor de levensvatbaarheid van een toekomstige Palestijnse staat,

F. overwegende dat de inspanningen om de milieuproblemen aan de benedenloop van de Jordaan aan te pakken worden ondersteund met EU-geld,

1.  vestigt de aandacht op en spreekt zijn bezorgdheid uit over de verwoesting van met name de benedenloop van de Jordaan;

2.  roept de autoriteiten van de aan de oevers van de Jordaan gelegen landen op om samen te werken en de Jordaan te saneren door het vaststellen en uitvoeren van maatregelen met het oog op tastbare resultaten op het gebied van het beheer van de vraag naar water voor huishoudelijk en agrarisch gebruik, de instandhouding van watervoorraden en de behandeling van afvalwater van huishoudens, landbouw en industrie, en vraagt hen ervoor te zorgen dat voldoende zoet water de benedenloop van de Jordaan instroomt;

3.  is ingenomen met de samenwerking tussen Israëlische, Jordaanse en Palestijnse plaatselijke gemeenschappen die aan de benedenloop van de Jordaan dezelfde waterproblemen hebben; verzoekt de regeringen van Israël en Jordanië de toezeggingen die zij in hun vredesakkoord hebben gedaan over het herstel van de Jordaan ten volle na te leven;

4.  spreekt zijn waardering uit voor het initiatief van het Israëlische ministerie van Milieu om een overkoepelend programma op te stellen voor landschapsontwikkeling in het gebied van de benedenloop van de Jordaan; dringt er bij de Jordaanse regering en de Palestijnse autoriteit op aan om ook dergelijke initiatieven te nemen voor algemene plannen voor het herstel van de delen van de rivier die door hun grondgebied lopen; benadrukt dat het van groot belang is dat alle betrokken partijen toegang hebben tot de rivier en dat deze masterplannen de basis zouden kunnen vormen voor een alomvattend regionaal plan voor het herstel en de bescherming van het gebied van de benedenloop van de Jordaan;

5.  is ingenomen met de toepassing van geavanceerde methoden en technologieën voor het waterbeheer in Israel en dringt aan op een eerlijk gebruik van deze methoden en de overdracht van de daarmee samenhangende technologieën aan alle landen in de regio; verzoekt de internationale gemeenschap, met inbegrip van de Europese Unie, zich meer in te spannen om projecten op dit gebied van aanvullende financiële een technische steun te voorzien;

6.  verzoekt de regeringen van Israël en Jordanië en de Palestijnse Autoriteit samen te werken om de benedenloop van de Jordaan te redden en dringt er bij hen op aan met steun van de Europese Unie een commissie voor het Jordaanbekken in te stellen, die als driepartijenforum voor samenwerking openstaat voor andere oeverstaten;

7.  verzoekt de Raad, de Commissie en de lidstaten van de EU een allesomvattend plan voor het schadeherstel van de Jordaan te bevorderen en te ondersteunen, en om de sanering van de rivier en met name de benedenloop ervan financieel en technisch te blijven steunen, mede in het kader van de Unie van het Middellandse Zeegebied;

8.  Onderstreept nogmaals dat de kwestie van het waterbeheer, en in het bijzonder de eerlijke verdeling van het water in relatie tot de behoeften van alle volkeren in de regio, van het allergrootste belang is voor duurzame vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten;

9.  is tegelijkertijd van mening dat een heldere en concrete verwijzing naar het herstelproces voor het gebied deel dient te vormen van de actieplannen in het kader van het Europese Nabuurschapsbeleid voor Israël, Jordanië en de Palestijnse Autoriteit ; beveelt de Commissie met klem aan de aanzet te geven tot een gezamenlijke studie over de Jordaan;

10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de gezant van het Kwartet voor het Midden-Oosten, de Knesset en de Israëlische regering, het parlement en de regering van Jordanië, het parlement en de regering van Libanon, de president van de Palestijnse Autoriteit, de Palestijnse Wetgevende Raad en het parlement en de regering van Syrië.

 

Laatst bijgewerkt op: 7 september 2010Juridische mededeling