Procedure : 2011/2555(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0120/2011

Ingediende teksten :

RC-B7-0120/2011

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/02/2011 - 6.4

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0064

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 150kDOC 82k
15.2.2011
PE459.652v01-00}
PE459.654v01-00}
PE459.655v01-00}
PE459.656v01-00}
PE459.658v01-00} RC1
 
B7-0120/2011}
B7-0122/2011}
B7-0123/2011}
B7-0124/2011}
B7-0126/2011} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

PPE (B7‑0120/2011)

ECR (B7‑0122/2011)

Verts/ALE (B7‑0123/2011)

S&D (B7‑0124/2011)

ALDE (B7‑0126/2011)


over de situatie in Egypte


Ioannis Kasoulides, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Elmar Brok, Cristian Dan Preda, Monica Luisa Macovei, Tokia Saïfi, Mario Mauro, Simon Busuttil, Vito Bonsignore, Gunnar Hökmark, Michael Gahler, Alf Svensson, Elena Băsescu, Inese Vaidere, Filip Kaczmarek, Joanna Katarzyna Skrzydlewska, Hans-Gert Pöttering, Gabriele Albertini namens de PPE-Fractie
Adrian Severin, Hannes Swoboda, Kristian Vigenin, Kader Arif, Pino Arlacchi, Rosario Crocetta, Saïd El Khadraoui, Ana Gomes, Richard Howitt, Maria Eleni Koppa, Wolfgang Kreissl-Dörfler, María Muñiz De Urquiza, Raimon Obiols, Pier Antonio Panzeri, Vincent Peillon, Carmen Romero López, Boris Zala, Harlem Désir namens de S&D-Fractie
Marielle De Sarnez, Marietje Schaake, Luigi de Magistris, Kristiina Ojuland, Louis Michel, Graham Watson, Ramon Tremosa i Balcells, Edward McMillan-Scott, Niccolò Rinaldi, Jelko Kacin, Alexandra Thein, Norica Nicolai, Annemie Neyts-Uyttebroeck namens de ALDE-Fractie
Hélène Flautre, Franziska Katharina Brantner, Ulrike Lunacek, Frieda Brepoels, Raül Romeva i Rueda, Judith Sargentini, Indrek Tarand, Margrete Auken, Malika Benarab-Attou, Bart Staes, Barbara Lochbihler, Emilie Turunen, Catherine Grèze, Jan Philipp Albrecht, François Alfonsi, Karima Delli, Pascal Canfin, Michail Tremopoulos, Keith Taylor, Isabelle Durant, Heidi Hautala, Eva Joly, Rebecca Harms, Daniel Cohn-Bendit namens de Verts/ALE-Fractie
Charles Tannock, Ryszard Antoni Legutko, Peter van Dalen, Adam Bielan, Michał Tomasz Kamiński, Tomasz Piotr Poręba namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Egypte  

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Egypte,

–   gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, dat in 1982 door Egypte is geratificeerd,

–   gezien de verklaring van de Europese Raad van 4 februari 2011 over Egypte en de regio,

–   gezien de conclusies van de Raad van 31 januari 2011 over Egypte,

–   gezien de gezamenlijke verklaring d.d. 11 februari 2011 van Herman Van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad, José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, en Catherine Ashton, hoge vertegenwoordiger van de EU, over de recente ontwikkelingen in Egypte,

–   gezien de verklaring d.d. 11 februari 2011 van Jerzy Buzek, Voorzitter van het Europees Parlement, over het aftreden van president Hosni Mubarak,

–   gezien de verklaring d.d. 29 januari 2011 van Herman Van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad, over de situatie in Egypte,

–   gezien de verklaringen van Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, van 4 februari, 3 februari, 28 januari en 27 januari 2011, alsmede haar verklaring over de verkiezingen voor de Volksvergadering van Egypte van 6 december 2010,

–   gelet op de vijfde verklaring van de Hoge Raad van de Egyptische strijdkrachten van 13 februari 2011,

–   gezien de mededeling van de Commissie "Het Europees nabuurschapsbeleid: een balans - follow-upverslag Egypte" (COM(2010)207- SEC(2010)513),

–   gezien het gezamenlijke besluit van Egypte en de EU van april 2009 om te streven naar nauwere betrekkingen, zoals dat door Egypte in 2008 was voorgesteld,

–   gelet op de Associatieovereenkomst EU‑Egypte van 2004 en het in 2007 overeengekomen Actieplan,

–   gezien de ontwikkeling van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) sinds 2004, en met name de voortgangsverslagen van de Commissie over de tenuitvoerlegging daarvan,

–   gezien de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenactivisten van juni 2004, die in 2008 zijn geactualiseerd,

–   gelet op artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat bij de recente betogingen in verschillende Arabische landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten wordt geroepen om politieke, economische en sociale hervormingen, en uiting gegeven aan een krachtig verlangen onder de bevolking naar vrijheid, werkelijke democratie en betere levensomstandigheden voor de burgers,

B.  overwegende dat de Egyptische president Hosni Mubarak op 11 februari 2011 is afgetreden; overwegende dat zijn bevoegdheden zijn overgedragen aan de Hoge Raad van de Strijdkrachten; overwegende dat de Hoge Raad de onlangs door president Mubarak benoemde regering heeft verzocht in functie te blijven totdat er een nieuwe regering is gevormd, heeft toegezegd de macht te zullen overdragen aan een gekozen burgerregering, en een aantal belangrijke beslissingen heeft genomen, zoals aangekondigd in zijn vijfde verklaring van 13 februari 2011;

C. overwegende dat de roep van de bevolking om vrijheid, echte democratie en sociale rechtvaardigheid in Egypte noopt tot een onmiddellijke, serieuze en open dialoog, waarbij alle politieke en maatschappelijke krachten die de democratie respecteren, de rechtsstaat hooghouden en de mensenrechten en fundamentele vrijheden eerbiedigen, moeten worden betrokken en die moet resulteren in reële en substantiële hervormingen,

D. overwegende dat op de vreedzame protesten tegen het Egyptische regime werd gereageerd met gewelddadige repressie van de politie onder gebruikmaking van traangas, waterkanonnen, rubberkogels en scherpe munitie, alsmede met aanvallen op demonstranten door gewapende individuen en regeringsgezinde milities, met honderden doden tot gevolg; overwegende dat honderden burgers, onder wie ook mensenrechtenactivisten, journalisten en advocaten zijn gearresteerd en nog worden vastgehouden;

E.  overwegende dat de Egyptische regering is overgegaan tot een nooit eerder geziene maatregel, namelijk het platleggen van het internet om de betogers de mond te snoeren en de vrijheid van meningsuiting van het volk te beknotten; overwegende dat een aantal media en rechtshulpcentra zoals Al-Jazeera en het Hisham Mubarak Law Centre door de militaire politie zijn gesloten,

F.  overwegende dat het bevorderen van de eerbiediging van de democratie, de mensenrechten en de burgerlijke vrijheden een fundamenteel beginsel en doelstelling van de Europese Unie is, en een gemeenschappelijke basis vormt voor de ontwikkeling van de Euromediterrane regio; overwegende dat het Euro-mediterrane partnerschap hoofdzakelijk berustte op economische hervormingen en niet in staat was de noodzakelijke politieke en institutionele hervormingen te bewerkstellingen; overwegende dat de Unie voor het Middellandse-Zeegebied, die bedoeld was om het EU-beleid in de regio te versterken, er niet in geslaagd is een antwoord te bieden op het toenemende wantrouwen en te voorzien in de basisbehoeften van de betrokken bevolking,

G. overwegende dat het streven naar stabiliteit de afgelopen jaren vaak de waarden van democratie, sociale rechtvaardigheid en mensenrechten heeft overschaduwd in de betrekkingen van de EU en haar lidstaten met haar zuidelijke buren; overwegende dat de opneming van mensenrechtenclausules in associatieverdragen stelselmatig moet worden ondersteund door een mechanisme om daaraan invulling te geven; in overweging van de in die context lopende en noodzakelijke herziening van het Europees nabuurschapsbeleid,

H. overwegende dat het Europees Parlement herhaaldelijk heeft opgeroepen tot de opheffing van de noodtoestand, die sinds 1981 van kracht was, tot versterking van de democratie en tot eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden in Egypte,

I.   overwegende dat Egypte voor de Europese Unie een essentiële partner in het Midden-Oosten is; overwegende dat de Europese Unie een bijdrage moet leveren aan de totstandbrenging van een democratisch, welvarend en stabiel Egypte, en wel door de vernieuwing van het land te stimuleren en te ondersteunen,

J.   overwegende dat Egypte een actieve en cruciale rol vervult bij de ondersteuning van het vredesproces in het Midden-Oosten en bij het intra-Palestijnse verzoeningsproces; overwegende dat de Hoge Raad van de Strijdkrachten heeft bevestigd dat Egypte zich wil verbinden tot de naleving van alle internationale verdragen en convenanten waarbij het partij is,

1.  betuigt zijn solidariteit met het Egyptische volk en prijst zijn moed en vastberadenheid, met name van de zijde van de jonge generatie, en steunt hun legitieme democratische aspiraties met volle overtuiging;

2.  veroordeelt ten stelligste het geweld en het buitenproportionele machtsvertoon tegen de betogers, en betreurt het zware verlies aan mensenlevens en het hoge aantal gewonden ten zeerste; betuigt zijn deelneming met de nabestaanden van de slachtoffers; dringt aan op een onafhankelijk onderzoek naar de incidenten waarbij doden en gewonden zijn gevallen en mensen zijn gearresteerd, en dringt aan op berechting van degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn;

3.  roept op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle vreedzame demonstranten, gewetensgevangenen, Egyptische en internationale mensenrechtenactivisten, journalisten en advocaten; dringt er in dit verband op aan dat de Egyptische autoriteiten onmiddellijk bekendmaken waar de arrestanten zich bevinden en de verzekering geven dat zij beschermd worden tegen elke vorm van foltering of andere vormen van mishandeling;

4.  is van mening dat het aftreden van president Hosni Mubarak een nieuwe fase heeft ingeluid in het politieke overgangsproces in Egypte; pleit ervoor dat er onmiddellijk een begin wordt gemaakt met een daadwerkelijke en open nationale politieke dialoog, waarbij alle belangrijke politieke en maatschappelijke actoren moeten worden betrokken, teneinde de weg te effenen voor de opheffing van de noodtoestand, de herziening van de grond- en de kieswet, vrije en eerlijke verkiezingen, een democratisch gekozen burgerregering en een echte democratie in Egypte;

5.  roept de Egyptische strijdkrachten ertoe op een constructieve rol te vervullen bij de voorkoming van verder geweld en het politieke proces te vergemakkelijken; neemt kennis van de besluiten van de Hoge Raad van de Strijdkrachten tot opschorting van de grondwet, ontbinding van het parlement, instelling van een tevens uit onafhankelijke leden bestaande commissie, amendering van een aantal grondwetsartikelen, de organisatie van een referendum over deze amendementen en het houden van parlementaire en presidentsverkiezingen; dringt nogmaals aan op de organisatie van een democratisch proces waarbij alle politieke en maatschappelijke actoren moeten worden betrokken om tot een nationale consensus te komen;

6.  dringt met nadruk aan op het herstel van alle communicatienetwerken, met inbegrip van het internet, waartoe onverwijld en onder volledige eerbiediging van de vrijheid van informatie, meningsuiting en vereniging in Egypte moet worden overgegaan;

7.  betuigt zijn krachtige steun voor hervormingen die moeten uitmonden in democratie, eerbiediging van de rechtsstaat en sociale rechtvaardigheid in Egypte; herhaalt zijn oproep tot opheffing van de noodtoestand; benadrukt wederom het belang van een goed bestuur, bestrijding van corruptie en eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden in Egypte, waarbij speciaal de aandacht moet uitgaan naar de vrijheid van geweten, godsdienst en gedachte, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van pers en media, de vrijheid van vereniging, de rechten van de vrouw, gendergelijkheid, de bescherming van minderheden en de bestrijding van discriminatie op grond van seksuele geaardheid;

8.  benadrukt het belang van een aanzienlijke versnelling van de economische en sociale hervormingen in Egypte, aangezien vrijheid, economische ontwikkeling en een hoge levensstandaard van wezenlijk belang zijn voor de politieke en maatschappelijke stabiliteit in het land;

9.  roept de EU en haar lidstaten ertoe op actieve steun te geven aan een snelle overgang naar een vreedzaam, pluralistisch en rechtvaardig Egypte; onderschrijft in een bredere context het standpunt van de Europese Raad dat de EU haar volledige steun moet verlenen aan de transitieprocessen in de regio, met als doel het creëren van democratisch bestuur, pluralisme en betere kansen voor economische welvaart en sociale integratie en versterking van de regionale stabiliteit;

10. verzoekt de EU, de lidstaten, politieke partijen en stichtingen de democratische politieke krachten en de maatschappelijke organisaties in Egypte te helpen zich beter te organiseren, zodat zij volledig kunnen deelnemen aan de overgang naar democratie; dringt er bij de Egyptische autoriteiten op aan ervoor te zorgen dat de Koptische christelijke gemeenschappen niet het slachtoffer worden van de actuele gebeurtenissen en dat alle religieuze gemeenschappen in vrede kunnen leven en in het hele land vrij hun geloof kunnen belijden;

11. dringt er bij de hoge vertegenwoordiger op aan de oprichting te ondersteunen van een taskforce waarbij ook het Europees Parlement moet zijn betrokken en die kan voorzien in de behoefte aan ondersteuning van het democratische overgangsproces, zoals verwoord door degenen die zich inzetten voor democratische veranderingen, en in het bijzonder voor vrije en democratische verkiezingen en institutionele opbouw, inclusief de ontwikkeling van een onafhankelijke rechterlijke macht; verzoekt de hoge vertegenwoordiger de democratische overgang te ondersteunen, o.a. door het sturen van een waarnemingsmissie voor de komende verkiezingen;

12. is ingenomen met Uitvoeringsbesluit 2011/79/GBVB van de Raad en Raadsverordening (EU) nr. 101/2011 van 4 februari 2011 om tegoeden die eigendom zijn van of gecontroleerd worden door personen die verantwoordelijk worden geacht voor het verduisteren van overheidsgelden in Tunesië en personen die daar banden mee hebben(1) te bevriezen, en verzoekt de Raad dezelfde maatregelen te nemen ten aanzien van degenen die zich daaraan in Egypte schuldig hebben gemaakt;

13. benadrukt dat de gebeurtenissen in Egypte en in andere landen in de regio opnieuw de dringende noodzaak onderstrepen van het ontwikkelen van ambitieuzere en doeltreffender beleidsmaatregelen en -instrumenten, alsmede van het versterken van de begrotingscomponent daarvan, met als doel het stimuleren en ondersteunen van politieke, economische en sociale hervormingen in de zuidelijke buurlanden van de EU; onderstreept dat de aan de gang zijnde strategische herziening van het Europese nabuurschapsbeleid moet beantwoorden aan de ontwikkelingen in de regio, en nieuwe en betere manieren moet opleveren om aan de behoeften en aspiraties van de betrokken bevolkingen tegemoet te komen; dringt aan op betere coördinatie met het overige beleid van de Unie jegens deze landen;

14. herhaalt zijn eis dat de Europese Unie haar beleid van ondersteuning van democratie en mensenrechten in dier voege herziet dat er in alle met derde landen te sluiten overeenkomsten een implementatiemechanisme voor de mensenrechten wordt opgenomen; beklemtoont dat bij de herziening van het nabuurschapsbeleid voorrang moet worden gegeven aan de criteria in verband met onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, eerbiediging van de fundamentele vrijheden, pluralisme en persvrijheid en corruptiebestrijding; wijst er in dat verband op dat de bestaande actieplannen radicaal hervormd moeten worden en dat er duidelijke prioriteiten, vergezeld van stimuleringsmaatregelen, inzake politieke hervormingen in moeten worden opgenomen; verzoekt de Raad in dat opzicht een geheel van politieke criteria vast te stellen waar ENB-landen aan moeten beantwoorden om een bevoorrechte status toegekend te krijgen;

15. is van mening dat het financiële instrumentarium van de EU voor externe actie ten behoeve van de regio, met name het ENPI, het EIDHR en het Stabiliteitsinstrument, in dat verband een belangrijke rol kan vervullen en dringt aan op versterking van deze instrumenten zodat ze in dergelijke buitengewone omstandigheden doeltreffend en consequent kunnen worden ingezet; verzoekt de hoge vertegenwoordiger ten volle gebruik te maken van alle relevante externe financieringsinstrumenten van de EU, met inbegrip van het EIDHR; onderstreept dat het democratische toezicht op deze financiële instrumenten door het Europees Parlement moet worden gewaarborgd; acht het eveneens belangrijk dat dringend aandacht wordt besteed aan het probleem van de stijgende voedselprijzen, en meer in het algemeen aan voedselzekerheid en plattelandsontwikkeling;

16. dringt er bij de Unie voor het Middellandse-Zeegebied op aan de recente gebeurtenissen goed op zich te laten inwerken en daarop te reageren, en met voorstellen te komen voor de wijze waarop democratie en mensenrechten zich in de aangesloten staten en in de regio het beste laten bevorderen, alsmede voor mogelijke hervormingen, waardoor zij ook haar eigen rol kan versterken en efficiënter maken; dringt er bij de Euro-mediterrane Stichting Anna Lindh op aan ter bevordering van burgerschap en participatie met spoed een actieve rol te gaan vervullen bij de mobilisatie van het maatschappelijk middenveld in de Euro-Medregio;

17. onderkent de cruciale rol van Egypte in de Arabische wereld and in het vredesproces in het Midden-Oosten, alsook het belang van de vredesovereenkomst met Israël; dringt erop aan dat Egypte zijn belofte gestand blijft om een actieve en constructieve rol te spelen in het zoeken naar duurzame vrede in het Midden-Oosten, met bijzondere klemtoon op het Israëlisch-Palestijnse conflict en de interne Palestijnse verzoening, en dringt erop aan dat het vredesverdrag tussen Israël en Egypte in stand worden gehouden; is ingenomen met de verklaring van de Hoge Raad van de Strijdkrachten dat Egypte zich verbindt tot naleving van alle internationale verdragen en convenanten waarbij het partij is;

18. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vicevoorzitter van de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten en de Egyptische autoriteiten.

(1)

PB L 31 van 5.2.2011, blz. 40 en 1.

Laatst bijgewerkt op: 16 februari 2011Juridische mededeling