Procedure : 2011/2870(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0577/2011

Ingediende teksten :

RC-B7-0577/2011

Debatten :

PV 16/11/2011 - 11
CRE 16/11/2011 - 11

Stemmingen :

PV 17/11/2011 - 6.4
CRE 17/11/2011 - 6.4

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0510

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 131kWORD 76k
15.11.2011
PE472.788v01-00}
PE472.791v01-00}
PE472.793v01-00}
PE472.799v01-00} RC1
 
B7-0577/2011}
B7-0580/2011}
B7-0582/2011}
B7-0587/2011} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

ECR (B7‑0577/2011)

ALDE (B7‑0580/2011)

S&D (B7‑0582/2011)

PPE (B7‑0587/2011)


over de EU-VS-top van 28 november 2011


Elmar Brok, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Ioannis Kasoulides, Bernd Posselt, Mário David, Krzysztof Lisek, Ria Oomen-Ruijten, Gabriele Albertini, Elena Băsescu, Cristian Dan Preda, Laima Liucija Andrikienė, Eduard Kukan, Salvatore Iacolino, Marietta Giannakou, Sergio Paolo Francesco Silvestris, Francisco José Millán Mon namens de PPE-Fractie
Hannes Swoboda, Roberto Gualtieri namens de S&D-Fractie
Sarah Ludford, Olle Schmidt, Gesine Meissner, Marietje Schaake, Alexander Graf Lambsdorff, Alexander Alvaro namens de ALDE-Fractie
Jan Zahradil, Charles Tannock, Ryszard Antoni Legutko, Martin Callanan, Geoffrey Van Orden, Tomasz Piotr Poręba, Adam Bielan, Struan Stevenson, Michał Tomasz Kamiński, Konrad Szymański, Ryszard Czarnecki, Hynek Fajmon, Marek Henryk Migalski namens de ECR-Fractie
Niki Tzavela
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de EU-VS-top van 28 november 2011  

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn eerdere resoluties over de trans-Atlantische betrekkingen,

–   gezien artikel 110, lid 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat, hoewel tal van mondiale uitdagingen op het gebied van buitenlands beleid, veiligheid, ontwikkeling en milieu om gezamenlijk optreden en trans-Atlantische samenwerking vragen, de huidige economische crisis naar voren is gekomen als de belangrijkste uitdaging die nu moet worden aangepakt;

B.  overwegende dat de EU en de VS samen de helft van de wereldeconomie uitmaken en dat hun partnerschap van 4,28 biljoen USD de grootste, meest geïntegreerde en langdurigste economische relatie ter wereld is en een drijvende kracht achter de wereldwijde economische welvaart;

C. overwegende dat de aanhoudende financiële en economische crises, zowel in Europa als in de Verenigde Staten, de stabiliteit en voorspoed van onze economieën en de welvaart van onze burgers bedreigt en dat nauwere economische samenwerking tussen Europa en de Verenigde Staten om deze crises te bestrijden nooit zo noodzakelijk is geweest als nu;

D. overwegende dat het gebod om thuis vrijheid en veiligheid te vrijwaren niet mag leiden tot het opofferen van kernbeginselen met betrekking tot burgerlijke vrijheden en de noodzaak vast te houden aan gemeenschappelijke mensenrechtennormen;

E.  overwegende dat het trans-Atlantisch partnerschap berust op gedeelde centrale waarden als vrijheid, democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat, en op gemeenschappelijke doelstellingen als sociale vooruitgang en betrokkenheid, open en geïntegreerde economieën, duurzame ontwikkeling en vreedzame oplossing van conflicten, en dat het de hoeksteen vormt van de veiligheid en stabiliteit in de Euro-Atlantische regio;

Banen en groei

1.  is verheugd over de uitkomst van de G20-top die op 3 en 4 november 2011 is gehouden in Cannes, in het bijzonder over hetgeen besloten is met betrekking tot het actieplan voor groei en banen, de hervormingen ter versterking van het internationaal monetair stelsel, de permanente inspanningen ter verbetering van de financiële regelgeving en de beloften om de multilaterale handel te bevorderen en het protectionisme tegen te gaan; acht het noodzakelijk dat beide partners tijdens de topontmoeting EU-VS beloven het voortouw te nemen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de G20-toezeggingen; neemt kennis van de bespreking in het kader van de G20 van een reeks opties op het gebied van innoverende financiering en van het feit dat de EU voortgaat met de ontwikkeling van de idee van een belasting op financiële transacties;

2.  verzoekt de autoriteiten in de EU en de VS een gezamenlijk trans-Atlantisch initiatief voor banen en groei te ontwikkelen en te starten, inclusief een routekaart voor de bevordering van handel en investeringen;

3.  verzoekt de EU en de VS een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing in te stellen om protectionisme in de onderlinge betrekkingen op te sporen en te beletten; herinnert eraan dat het voor de trans-Atlantische handel belangrijk is dat er open markten zijn voor aanbestedingen, met gelijke toegang voor alle aanbieders, met name kleine en middelgrote ondernemingen, en verzoekt de VS daarom geen "buy American"-bepalingen in te voeren; benadrukt dat de GPA (van de WTO) van belang is om te zorgen voor de hierboven bedoelde open en evenwichtige toegang tot beide markten;

4.  benadrukt het feit dat het proces van de Trans-Atlantische Economische Raad (Transatlantic Economic Council, TEC) moet worden versterkt voor het halen van deze doelstellingen, met name de ontwikkeling van gemeenschappelijke normen voor nieuwe gebieden waar regelgeving nodig is, zoals nanotechnologie, of opkomende economische sectoren als technologie voor elektrische voertuigen; dringt er bij de EU en de VS op aan dat zij de vertegenwoordigers van de trans-Atlantische wetgeversdialoog (Transatlantic Legislators' Dialogue, TLD) ten volle en rechtstreeks bij de TEC betrekken, aangezien de parlementsleden de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van en de controle op tal van TEC-besluiten delen met de overeenkomstige uitvoerende instanties;

5.  zet de EU en de VS ertoe aan ervaringen en goede praktijken uit te wisselen wat methoden betreft voor de stimulering van ondernemerschap, o.a. met steun voor starters, en bij de afhandeling van faillissementen;

6.  onderstreept het feit dat de samenwerkingsinspanningen moeten worden opgevoerd in het kader van een partnerschap voor onderzoek en innovatie;

7.  benadrukt het feit dat de samenwerking op het gebied van een efficiënt gebruik van de hulpbronnen moet worden bevorderd, dat moet worden gewerkt aan de vaststelling en uitvoering van een gezamenlijke routekaart van de EU en de VS voor grondstoffen voor de periode tot 2050, met de nadruk op zeldzame aardmetalen, en dat het onderzoek naar alternatieven moet worden versterkt en de samenwerking moet worden bevorderd op het gebied van innovatie met betrekking tot de technologie voor de winning en recyclage van grondstoffen;

8.  benadrukt het feit dat samenwerking op het gebied van de bevordering van energie-efficiëntie, hernieuwbare energiebronnen en strenge normen inzake nucleaire veiligheid wereldwijd belangrijk is en is tevreden met de voorgezette coördinatie van de programma's voor de energie-efficiëntie-etikettering van kantoorapparatuur en de samenwerking inzake de ontwikkeling van energietechnologie;

9.  verzoekt de Commissie de onderhandelingen met de VS op het gebied van productveiligheid te laten vorderen en is tevreden met de vaststelling van een rechtsgrond voor onderhandelingen van het Amerikaanse Comité voor de veiligheid van consumentenproducten met de EU over een akkoord voor de verbetering van de uitwisseling van informatie over gevaarlijke producten, verwondingen en corrigerende maatregelen die zowel in de EU-lidstaten als in de VS zijn genomen;

Mondiale governance, buitenlands beleid en ontwikkeling

 

10. herinnert eraan dat vrije en open democratieën vrede en stabiliteit bevorderen en de beste waarborg zijn voor de mondiale veiligheid en verzoekt de EU en de VS voort de samenwerking te intensiveren om vrede te bevorderen, met name in het Midden-Oosten, en de ontluikende democratieën in Noord-Afrika te steunen;

11. verzoekt de EU en de VS met klem aan te dringen op hervatting van de rechtstreekse onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen met volledige eerbiediging van het internationaal recht, om te komen tot een tweestatenoplossing, met als basis de grenzen van 1967 en Jeruzalem als hoofdstad van beide staten, waarbij een veilige staat Israël en een onafhankelijke, democratische en levensvatbare staat Palestina zij aan zij leven in vrede en veiligheid; verzoekt de lidstaten en de VS in te gaan op de legitieme eis van de Palestijnen om een vertegenwoordiging te krijgen als staat bij de Verenigde Naties als resultaat van onderhandelingen in het kader van de VN;

12. veroordeelt krachtig het escalerende gebruik van geweld in Syrië en steunt de inspanningen van de VS en de EU-lidstaten in de VN-Veiligheidsraad om een resolutie goed te keuren waarmee het gebruik van dodelijk geweld door het Syrische regime wordt veroordeeld en wordt opgeroepen om hieraan een einde te maken en waarmee sancties worden vastgesteld, voor het geval aan deze oproep geen gevolg wordt gegeven; is tevreden met de schorsing door de Arabische Liga van Syrië als lid en met de oproepen van koning Abdullah van Jordanië aan president Bashar al-Assad om af te treden;

13. verzoekt zowel de EU als de VS de Libische overgangsautoriteiten te blijven steunen in al hun inspanningen om een inclusieve en democratische maatschappij op te bouwen; benadrukt tegelijk het feit dat deze steun afhankelijk moet zijn van de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat en van politieke participatie voor alle burgers, met name vrouwen;

14. is zeer bezorgd door de aantijgingen in het recentste rapport van het Internationaal Atoomagentschap (International Atomic Energy Agency, IAEA) met betrekking tot de vooruitgang die is geboekt door Iran in de richting van het verwerven van de nodige know-how voor het ontwerp en de bouw van een kernwapen;betreurt het feit dat Iran, ondanks het feit dat het voortdurend benadrukt dat zijn kernprogramma uitsluitend bedoeld is voor vreedzame doeleinden inzake energieopwekking voor civiel gebruik, niet volledig met het IAEA samenwerkt;is van mening dat de EU en de VS nauw moeten blijven samenwerken, ook binnen de P5+1, om de druk op Iran hoog te houden, en dat zij alle politieke, diplomatieke en economische middelen moeten inzetten, inclusief sancties, om Iran te overtuigen om zijn internationale verplichtingen op het gebied van non-proliferatie na te komen en om de bedreiging die het land voor de internationale veiligheid vormt, in te perken;

15. benadrukt het feit dat de EU en de VS samen 90% van de mondiale ontwikkelingshulp op het gebied van gezondheid en 80% van de hulp tout court beheren; is tevreden met de herstart van de ontwikkelingsdialoog tussen de EU en de VS in september 2011, omdat er nog maar vijf jaar overblijven om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te halen;

16. verzoekt de EU en de VS aan te dringen op actie in het kader van de G20 om meer mondiale samenwerking tot stand te brengen met betrekking tot de aanpak van ongeoorloofde speculatie op voedselprijzen en buitensporige schommelingen van de mondiale voedselprijzen; benadrukt dat de G20 ook landen die niet tot de G20 behoren daarbij moet betrekken om wereldwijde convergentie te waarborgen;

17. onderstreept dat de top ook moet dienen voor het uitwisselen van standpunten en het verbeteren van de coördinatie van het beleid ten aanzien van derde landen, in het bijzonder de BRIC's;

18. benadrukt het feit dat de klimaatverandering een mondiaal probleem is en verzoekt de Commissie te proberen om van de VS een ambitieus engagement te verkrijgen voor de komende conferentie van Durban, om ervoor te zorgen dat een gedetailleerd mandaat wordt overeengekomen om de onderhandelingen voor een algemene mondiale klimaatovereenkomst tegen 2015 te kunnen afronden; maakt zich in verband hiermee zorgen over wet nr. 2594, die onlangs door het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden is goedgekeurd en waarin een verbod wordt vastgesteld voor Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen om deel te nemen aan het emissieverhandelingsstelsel van de EU; verzoekt de Amerikaanse Senaat deze wet niet goed te keuren en roept op tot een constructieve dialoog over dit thema;

19. verzoekt de top EU-VS in de gesprekken over economie oog te hebben voor kwesties als klimaatbescherming, hulpbronnenschaarste en -efficiëntie, zekerheid van de energiebevoorrading, innovatie en concurrentievermogen; herhaalt dat internationaal gecoördineerde actie helpt koolstofweglekeffecten in de betrokken sectoren, en met name in de energie-intensieve sectoren, tegen te gaan;

Vrijheid en veiligheid

 

20. erkent dat alle passagiers- en goederenstromen in de trans-Atlantische zone moeten worden onderworpen aan behoorlijke en proportionele veiligheidsmaatregelen;

21. verzoekt de VS in verband hiermee zich af te wenden van ruime, algemene beperkingen als het scannen van alle containers of een verbod op vloeistoffen aan boord van vliegtuigen en te kiezen voor gerichtere benaderingen op basis van het risico, bijvoorbeeld regelingen met veilige exploitanten en het scannen van vloeistoffen;

22. is in verband hiermee tevreden met de start in maart 2011 van onderhandelingen over de overeenkomst tussen de EU en de VS over de bescherming van persoonsgegevens en onderstreept dat de geplande PNR-overeenkomst tussen de EU en de VS moet voldoen aan de eisen die het Europees Parlement heeft vastgesteld in zijn resolutie van 5 mei 2010 over de opening van onderhandelingen over overeenkomsten inzake persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) met de Verenigde Staten, Australië en Canada(1);

23. onderstreept het belang van een degelijke uitvoering van de tussen de EU en de VS gesloten overeenkomsten over uitlevering en wederzijdse rechtsbijstand en de bilaterale instrumenten op dit gebied;

24. herhaalt dat de EU de VS er op politiek en technisch niveau op moet blijven wijzen hoe belangrijk zij het vindt dat de vier resterende EU-lidstaten zo spoedig mogelijk tot het visumvrijstellingsprogramma worden toegelaten;

25. benadrukt het feit dat de integriteit van het mondiale internet en de vrijheid van communicatie moeten worden beschermd, door geen unilaterale maatregelen te nemen tot intrekking van Internet Protocol (IP)-adressen of domeinnamen;

26. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, het Congres van de Verenigde Staten, de covoorzitters van de trans-Atlantische wetgeversdialoog en de covoorzitters en het secretariaat van de Trans-Atlantische Economische Raad.

 

(1)

PB C 81 E van 15.3.2011, blz. 70.

Laatst bijgewerkt op: 16 november 2011Juridische mededeling