Procedure : 2011/2904(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B7-0006/2012

Ingediende teksten :

RC-B7-0006/2012

Debatten :

PV 19/01/2012 - 3
CRE 19/01/2012 - 3

Stemmingen :

PV 19/01/2012 - 10.11
CRE 19/01/2012 - 10.11

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0012

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 143kDOC 85k
18.1.2012
PE479.443v01-00}
PE479.445v01-00}
PE479.446v01-00}
PE479.447v01-00}
PE479.450v01-00} RC1
 
B7-0006/2012}
B7-0008/2012}
B7-0009/2012}
B7-0010/2012}
B7-0013/2012} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

PPE (B7‑0006/2012)

ALDE (B7‑0008/2012)

Verts/ALE (B7‑0009/2012)

S&D (B7‑0010/2012)

GUE/NGL (B7‑0013/2012)


over het verstoorde evenwicht in de voedseldistributieketen


Maria do Céu Patrão Neves, Esther Herranz García, Albert Deß namens de PPE-Fractie
Luis Manuel Capoulas Santos, Paolo De Castro, Luís Paulo Alves namens de S&D-Fractie
George Lyon namens de ALDE-Fractie
José Bové namens de Verts/ALE-Fractie
Alfreds Rubiks, Patrick Le Hyaric namens de GUE/NGL-Fractie
Rolandas Paksas
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over het verstoorde evenwicht in de voedseldistributieketen  

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn resolutie van 8 juli 2010 over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013(1), zijn resolutie van 18 januari 2011 over de erkenning van landbouw als sector die van strategisch belang is voor de voedselzekerheid(2) en zijn resolutie van 23 juni 2011 over het GLB tot 2020: inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten(3), en zijn resolutie van 5 juli 2011 over een efficiëntere en eerlijkere handels- en distributiemarkt(4),

–   gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Een beter werkende voedselvoorzieningsketen in Europa" (COM(2009)0591) en de verschillende bij deze mededeling gevoegde werkdocumenten, alsook zijn resoluties van 7 september 2010 over billijke inkomens voor de boeren: een beter werkende voedselvoorzieningsketen in Europa(5), en van 19 januari 2012 over de toeleveringsketen voor landbouwbedrijven(6),

–   gezien Richtlijn 2011/7/EU over bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties(7),

–   gezien het Besluit van de Commissie van 30 juli 2010 tot oprichting van het Forum op hoog niveau voor een beter werkende voedselvoorzieningsketen (2010/C 210/03),

–   gezien de definitieve aanbevelingen van de Groep op hoog niveau inzake het concurrentievermogen van de voedingsmiddelenindustrie van 17 maart 2009 en de conclusies van 29 maart 2010 over een beter werkende voedselvoorzieningsketen in Europa,

–   gezien de cijfers van Eurostat over de prijsindex van landbouwproductiemiddelen (inputkosten) en de prijsindex van landbouwproducten (outputprijzen) (8),

–   gezien zijn verklaring van 19 februari 2008 over het onderzoek naar en het optreden tegen misbruik van machtsposities door grote, in de Europese Unie gevestigde supermarkten(9) en zijn resolutie van 26 maart 2009 over de voedselprijzen in Europa(10),

–   gezien het verslag van het Gemeenschappelijk Onderzoekscentrum van 2008 over energievriendelijke landbouwsystemen: een kans voor de ontwikkeling van duurzame landbouw(11),

–   gezien het rapport over de levensmiddelenindustrie en het recht op voedsel van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties,

–   gezien artikel 115, lid 5, van zijn Reglement,

A. overwegende dat in de mededeling van de Commissie over een beter werkende voedselvoorzieningsketen in Europa (COM(2009)0591) werd gewezen op onevenwichtigheden in onderhandelingsmacht die leiden tot oneerlijke handelspraktijken zoals te late betalingen, unilaterale wijzigingen in contracten, oneerlijke contractvoorwaarden, beperkte markttoegang, het ontbreken van informatie over de prijsvorming, onevenwichtige verdeling van de winstmarges over de voedselvoorzieningsketen en misbruik van machtspositie door leveranciers of afnemers, zoals kartels, prijsbinding, inkoopallianties enz.;

B.  overwegende dat de concentratie van grootwinkelbedrijven in de EU negatieve gevolgen heeft voor producenten en andere leveranciers, omdat deze tot steeds onevenwichtigere machtsverhoudingen tussen contractpartijen leidt; overwegende dat landbouwproducenten en landbouwverwerkende bedrijven gestaag aan onderhandelingsmacht inboeten bij de vaststelling van de prijs in de waardeketen – van primaire productie via verwerking tot de eindverbruiker; overwegende dat een buitensporige concentratie tot een verlies van productverscheidenheid, cultureel erfgoed, detailhandelsbedrijven, banen en bestaansmiddelen leidt;

C. overwegende dat de inkomensproblemen van landbouwers almaar groter worden en dat de prijs die consumenten voor producten betalen, niet wordt weerspiegeld in de prijs die landbouwers voor hun producten ontvangen, hetgeen de capaciteit van landbouwers om te investeren en innoveren ondermijnt en velen onder hen ertoe zou kunnen aanzetten de landbouwsector te verlaten;

D. overwegende dat het verlies van onderhandelingsmacht, de stijging van de productiekosten en de onmogelijkheid om deze kosten in de voedseldistributieketen terug te winnen, het voortbestaan van landbouwbedrijven in gevaar kan brengen, waardoor het productiepotentieel van de lidstaten op lange termijn kan verzwakken en hun afhankelijkheid van externe markten nog kan toenemen;

E.  overwegende dat evenwichtige marktverhoudingen niet enkel de werking van de voedselvoorzieningsketen zouden verbeteren, maar ook het concurrentievermogen van de landbouwers zouden vergroten en uiteindelijk ook de consumenten ten goede zouden komen;

F.  overwegende dat als gevolg van de recente volatiliteit van de voedsel- en grondstoffenprijzen grote bezorgdheid is ontstaan over de werking van de Europese en mondiale voedselvoorzieningsketens en dat deze volatiliteit bij landbouwers tot meer onzekerheid betreffende hun inkomen en langetermijninvesteringen heeft geleid;

G. overwegende dat zelfs de consument geen voordeel haalt uit de lage afzetprijzen, dit als gevolg van de geleidelijke vermindering van de onderhandelingsmacht van landbouwers in de voedselketen, met name aangezien normen betreffende kwaliteit, arbeidsrechten, milieu en dierenwelzijn – die Europese landbouwers verplicht moeten naleven – niet op identieke wijze worden gehanteerd voor ingevoerde landbouwproducten;

H. overwegende dat de mededingingsautoriteiten in een aantal lidstaten hebben vastgesteld dat de onevenwichtigheden in de voedselvoorzieningsketen op vier belangrijke gebieden bijzonder problematisch zijn, namelijk voor wat betreft de eenzijdige oplegging van contractvoorwaarden, kortingpraktijken, sancties en betalingsvoorwaarden;

1.  benadrukt dat het probleem van de onevenwichtigheden in de voedseldistributieketen een duidelijke Europese dimensie heeft, die gezien het strategische belang van de landbouw- en voedingsmiddelenketen voor de EU om een specifieke Europese oplossing vraagt; wijst erop dat de voedselvoorzieningsketen, de landbouw en de voedingsmiddelenindustrie en -distributie goed zijn voor 7% van de totale werkgelegenheid in de EU en voor 1400 miljard euro per jaar – meer dan om het even welke bedrijfssector in de EU – en dat het aandeel van de landbouw in de toegevoegde waarde van de voedselvoorzieningsketen is gedaald van 31% in 1995 tot 24% in 2005 in de EU van de 25;

2.  vestigt de aandacht op de lopende werkzaamheden van het Forum op hoog niveau voor een beter werkende voedselvoorzieningsketen, met name zijn business-to-businessplatform; vraagt om formeel en regelmatig op de hoogte te worden gesteld van de werkzaamheden en genomen besluiten;

3.  steunt de waardevolle werkzaamheden van het Platform van deskundigen inzake contractuele praktijken in B2B-relaties van het Forum op hoog niveau voor een beter functionerende voedselketen, vooral waar het erom gaat om op grond van gegevens en concrete voorbeelden te omschrijven, te registreren en te beoordelen wat ondubbelzinnig als een oneerlijke handelspraktijk moet worden beschouwd; vraagt om de resolute ondersteuning van initiatieven voor een dialoog tussen de partijen over deze kwestie; verheugt zich over het feit dat de belanghebbenden overeenstemming hebben bereikt over beginselen voor goede praktijken, die zijn voorgesteld tijdens het Forum op hoog niveau van 29 november 2011, en spoort hen ertoe aan uitvoerende maatregelen te nemen;

4.  vraagt de Commissie om krachtige EU-wetgeving voor te stellen – waar dat nodig is en zonder de goede werking van de markten te vestoren – om eerlijke en transparante betrekkingen tussen producenten, leveranciers en distributeurs van voedingsproducten te garanderen, en de reeds van kracht zijnde regels naar behoren toe te passen, niet in het minst omdat uit de recentste cijfers van Eurostat blijkt dat de landbouwinkomens op EU-niveau sinds 2009 met 11,6% zijn gedaald terwijl de totale inputkosten voor de EU-landbouwers tussen 2000 en 2010 gemiddeld met bijna 40% zijn gestegen;

5.  doet een beroep op de Commissie en de lidstaten om het probleem van de oneerlijke verdeling van de winsten in de voedselvoorzieningsketen onverwijld verder aan te pakken, met name ten aanzien van toereikende inkomens voor boeren; erkent dat de boeren met het oog op de stimulering van duurzame productiesystemen moeten worden gecompenseerd voor hun investeringen en hun inzet op dit gebied; benadrukt dat krachtverhoudingen moeten worden vervangen door op samenwerking berustende verhoudingen;

6   wijst erop dat het landbouwbeleid kleine en middelgrote landbouwondernemingen, waaronder ook familiebedrijven, in staat moet stellen een redelijk inkomen te verdienen, de productie van voldoende voedsel van gepaste kwaliteit aan betaalbare prijzen moet mogelijk maken, banen moet creëren, de ontwikkeling van het platteland moet bevorderen en de bescherming en duurzaamheid van het milieu moet garanderen;

7.  herhaalt dat de lidstaten een actieve rol moeten spelen bij het ondersteunen van bestaande overlegfora en het oprichten van nieuwe overlegfora waarin de actoren uit de voedselketen naar behoren vertegenwoordigd zijn, met als doel de dialoog te bevorderen en richtsnoeren op te stellen voor eerlijkere en evenwichtigere betrekkingen; wijst erop dat dergelijke officiële raadplegingen de producenten en leveranciers helpen beschermen en vergeldingsmaatregelen van de distributiesector helpen voorkomen;

8.  vraagt de nationale en Europese mededingingsautoriteiten en andere regelgevende instanties die bij productie en handel betrokken zijn, om maatregelen te nemen tegen oneerlijke inkooppraktijken van groot- en kleinhandelaars met een dominante marktpositie die landbouwers systematisch in extreem ongelijke onderhandelingsposities dwingen;

9.  vraagt met aandrang om een duidelijke, niet voor interpretatie vatbare en objectieve definitie van onrechtmatige en oneerlijke praktijken, met inbegrip van strengere omschrijvingen van concepten en duidelijkere afbakeningen, in overeenstemming met het mandaat dat het de Commissie in zijn resolutie over een efficiëntere en eerlijkere handels- en distributiemarkt heeft verleend, zodat dergelijke praktijken onderhevig worden aan specifieke voorschriften, controle en objectieve sancties;

10. wijst op onderstaande, niet-uitputtende lijst met praktijken die gevolgen hebben voor de werking van de voedseldistributieketen en waarover producenten bezorgdheid hebben geuit:

     I) Toegang tot de detailhandel:

i) betalingen vooraf om aan onderhandelingen te mogen deelnemen

ii) vergoedingen voor het opnemen van producten in het assortiment

iii) vergoedingen voor toegang tot de markt

iv) schapruimteprijzen

v) opgelegde kortingen

vi) betalingsachterstanden

vii) prijsstelling

          viii) begunstigdeklantclausules

     II) Oneerlijke contractvoorwaarden of eenzijdige wijziging van de bepalingen:

i) eenzijdige wijzigingen en wijzigingen met terugwerkende kracht van contractvoorwaarden

ii) eenzijdige contractbreuk

iii) exclusiviteitsclausules en -vergoedingen

iv) oplegging van een gedwongen bijdrage voor huismerken

v) oplegging van standaardmodelcontracten

vi) vergeldingspraktijken

vii) ongeschreven contractafspraken

viii) terugwinning van marges

ix) aanzienlijke kortingen

x) betalingsachterstanden

xi) oplegging van betalingen voor afvalverwerking of -verwijdering

xii) in groep kopen/gezamenlijk onderhandelen

xiii) inkoopveilingen

xiv) onrealistische levertijden

xv) oplegging van het gebruik van een (specifieke) leverancier voor verpakkingen of verpakkingsmateriaal

xvi) oplegging van het gebruik van een (specifiek) logistiek platform of bedrijf

xvii) betalingen ter dekking van (niet op voorhand overeengekomen) kortingen

xviii) teveel bestellen van een voor verkoop met korting bestemd product

xix) betalingen voor het niet bereiken van bepaalde verkoopniveaus

xx) oplegging aan leveranciers van een bijkomende korting voor verkoop boven een bepaald niveau

xxi) eenzijdige terugroeping van producten uit de winkelschappen

xxii) oplegging van onvoorwaardelijke teruggave van (onverkochte) handelswaar

xxiii) oplegging aan leveranciers van kosten in verband met slinking of diefstal van producten

          xxiv) oplegging aan leveranciers van onredelijke kosten in verband met klachten van consumenten;

11. pleit voor een doeltreffend kader om toezicht te houden op deze praktijken, eerst middels een onderzoek van de volledige sector met administratieve en juridische middelen, en vervolgens middels de invoering van een evaluatie- en toezichtstelsel dat door de lidstaten wordt beheerd en door de Commissie wordt gecoördineerd, inclusief ontradende sancties die effectief en tijdig worden opgelegd;

12. vraagt met betrekking tot contractvoorwaarden en oneerlijke handelspraktijken om de invoering van betere instrumenten om ervoor te zorgen dat betalingstermijnen in acht worden genomen, rekening houdend met de bepalingen van de richtlijn inzake betalingsachterstand, en om de invoering van nieuwe instrumenten om de tijdsduur tussen de levering en het moment waarop de leverancier de betaling daadwerkelijk ontvangt, te beperken en op Europees niveau te harmoniseren; benadrukt in dit verband dat er dringend oplossingen nodig zijn voor de specifieke problemen waarmee producenten van aan bederf onderhevige en beperkt houdbare producten worden geconfronteerd, met name aanzienlijke cashflowproblemen;

13. neemt nota van de maatregelen in de ontwerpvoorstellen van de Commissie voor de hervorming van het GLB, die bedoeld zijn om de positie van de landbouwers in de voedselvoorzieningsketen te versterken door steun te verlenen aan producenten- en koepelorganisaties en door korte ketens tussen producenten en consumenten, zoals markten voor lokale producten, te bevorderen; gelooft dat het versterken van de positie van landbouwers door middel van een betere interne organisatie en een professionelere aanpak ertoe zal bijdragen dat zij een eerlijker deel van de toegevoegde waarde ontvangen;

14. is verheugd over de aanbeveling van de Commissie over samenwerking tussen de lidstaten bij de uitwisseling van best practices voor de melding van contractuele praktijken en over de opstelling van reeksen standaardcontracten;

15. vraagt de Commissie het Europese instrument voor de bewaking van de voedselprijzen te verbeteren en een gebruiksvriendelijke, transparante en meertalige interface te ontwikkelen waarmee consumenten en belanghebbenden de prijzen kunnen vergelijken van basisvoedingsmiddelen binnen een bepaalde lidstaat en tussen verschillende lidstaten in elke schakel van de voedselvoorzieningsketen, en dat ook rekening houdt met de verschillen in levensduurte in de lidstaten;

16. roept de Commissie ertoe op te zorgen voor een verduidelijking van de toepassing van de mededingingsregels in de landbouw, met als doel de boeren en hun brancheorganisaties instrumenten te bieden waarmee ze hun onderhandelingspositie kunnen verbeteren; vraagt om een beoordeling en herziening van het bestaande EU-mededingingsrecht, zodat er meer rekening wordt gehouden met de schadelijke gevolgen van verticale concentratie voor de hele voedselvoorzieningsketen, in plaats van vooral op de onderlinge positie van verschillende bedrijven op de markt te focussen en concurrentieverstoringen louter te bekijken in functie van hun negatieve gevolgen voor de consument;

17. vraagt de Commissie de werkzaamheden van haar verschillende diensten beter te coördineren, zodat zij doeltreffender toezicht kan houden op de voedselprijzen in de hele voedselketen, op de detailhandel en de daaraan verbonden marktaandelen in de EU; vraagt om de aanstelling van een onafhankelijke ombudsman voor de handel in levensmiddelen, die samenwerkt met de relevante handels-–en mededingingsinstanties en met de nationale ombudsmannen voor de handel in levensmiddelen in elke lidstaat met als doel informatie te coördineren en uit te wisselen; is bovendien van mening dat de Europese ombudsman en de nationale ombudsmannen moeten instaan voor de naleving van de relevante wetgeving en tijdig gepaste sancties moeten voorstellen;

18. vraagt de Commissie een diepgaande studie te verrichten naar de verschillen in aanpak van de mededingingsautoriteiten en het mededingingsbeleid van de 27 lidstaten, en oplossingen aan te moedigen waarbij alle partners in de voedselproductieketen worden betrokken en die verhinderen dat er misbruik wordt gemaakt van dominante posities in een of meerdere schakels van de toeleverings- of distributieketen, aangezien dit veelal ten koste gaat van de landbouwproducenten;

19. is van oordeel dat er prioriteit moet worden gegeven aan een voorlichtingscampagne in de hele EU om landbouwers bewust te maken van hun contractuele rechten, van de meest voorkomende onwettige, oneerlijke en onrechtmatige contract- en handelspraktijken en van de middelen waarover ze beschikken om misbruiken aan te geven;

20. is van mening dat de oplossing voor de onevenwichtigheden in de voedselvoorzieningsketen onder meer zelfregulering inhoudt, maar ook regelgeving en wijzigingen aan het mededingingsrecht vereist; onderstreept dat de lidstaten in samenwerking met alle betrokkenen, namelijk producenten, industrie, leveranciers, kleinhandelaars en consumentenorganisaties, de ontwikkeling van goede praktijken en/of gedragscodes moeten bevorderen, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van bestaande synergieën;

21. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

 

(1)

Aangenomen teksten, P7-TA(2010)0286.

(2)

Aangenomen teksten, P7-TA(2011)0006.

(3)

Aangenomen teksten, P7-TA(2011)0297.

(4)

Aangenomen teksten, P7-TA-PROV(2011)0307.

(5)

Aangenomen teksten, P7-TA(2010)0302.

(6)

A7-0421/2011.

(7)

PB L 48 van 23.2.2011, blz. 1.

(8)

http://epp.eurostat.ec.europa.eu/portal/page/portal/statistics/search_database.

(9)

Aangenomen teksten, P6-TA(2008)0054.

(10)

Aangenomen teksten, P6-TA(2009)0191.

(11)

http://agrienv.jrc.ec.europa.eu/publications/pdfs/LIFS_final.pdf

Laatst bijgewerkt op: 18 januari 2012Juridische mededeling