Procedure : 2018/2553(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : RC-B8-0085/2018

Ingediende teksten :

RC-B8-0085/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/02/2018 - 12.12

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0042

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE
PDF 271kWORD 46k
7.2.2018
PE614.394v01-00}
PE614.395v01-00}
PE614.397v01-00}
PE614.398v01-00}
PE614.399v01-00}
PE614.402v01-00} RC1
 
B8-0085/2018}
B8-0086/2018}
B8-0088/2018}
B8-0089/2018}
B8-0090/2018}
B8-0093/2018} RC1

ingediend overeenkomstig artikel 123, leden 2 en 4, van het Reglement

ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:

GUE/NGL (B8‑0085/2018)

ECR (B8‑0086/2018)

S&D (B8‑0088/2018)

ALDE (B8‑0089/2018)

Verts/ALE (B8‑0090/2018)

PPE (B8‑0093/2018)


over de situatie van de UNRWA (Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten) (2018/2553(RSP))


Cristian Dan Preda, Tomáš Zdechovský, Lorenzo Cesa, Tokia Saïfi namens de PPE-Fractie
Elena Valenciano, Arne Lietz, Victor Boştinaru, Brando Benifei, Eugen Freund, Linda McAvan, Soraya Post, Marita Ulvskog namens de S&D-Fractie
Charles Tannock, Ruža Tomašić, Karol Karski namens de ECR-Fractie
Hilde Vautmans, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Gérard Deprez, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Patricia Lalonde, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic, Pavel Telička, Ramon Tremosa i Balcells, Ivo Vajgl, Cecilia Wikström namens de ALDE-Fractie
Neoklis Sylikiotis, Patrick Le Hyaric, Martina Anderson, Takis Hadjigeorgiou, Merja Kyllönen, Marie-Pierre Vieu, Martina Michels, Barbara Spinelli, Marisa Matias, Anne-Marie Mineur, Dennis de Jong, Kateřina Konečná, Nikolaos Chountis, Dimitrios Papadimoulis, Stelios Kouloglou, Lola Sánchez Caldentey, Miguel Urbán Crespo, Tania González Peñas, Xabier Benito Ziluaga, Estefanía Torres Martínez, Kostadinka Kuneva, Ángela Vallina, Matt Carthy, Lynn Boylan, Liadh Ní Riada, Younous Omarjee namens de GUE/NGL-Fractie
Davor Škrlec, Heidi Hautala, Judith Sargentini, Margrete Auken, Florent Marcellesi, Klaus Buchner, Bart Staes, Jordi Solé, Keith Taylor, Molly Scott Cato, Alyn Smith, Ernest Urtasun, Jakop Dalunde namens de Verts/ALE-Fractie
Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao, Laura Agea

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van de UNRWA (2018/2553(RSP))  

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over het vredesproces in het Midden-Oosten,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de Europese Unie en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) van 7 juni 2017 betreffende de steun van de Europese Unie voor UNRWA (2017-2020),

–  gezien resoluties 194 en 302 van de Algemene Vergadering van de VN van respectievelijk 11 december 1948 en 8 december 1949, en gezien andere relevante resoluties van de VN,

–  gezien het verslag van de secretaris-generaal van de VN van 30 maart 2017 getiteld "Operaties van de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten",

  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de UNRWA werd opgericht in 1949 door de Algemene Vergadering van de VN en de opdracht heeft bijstand en bescherming te bieden aan circa 5 miljoen geregistreerde Palestijnse vluchtelingen; overwegende dat de UNRWA onder meer diensten verleent op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, hulpverlening en sociale diensten, infrastructuur voor en verbetering van kampen, bescherming en microfinanciering; overwegende dat de Algemene Vergadering van de VN het mandaat van de UNRWA herhaaldelijk heeft verlengd, de laatste keer tot 30 juni 2020, met de instemming van 167 VN-lidstaten;

B.  overwegende dat de EU en de lidstaten samen de grootste donor van de UNRWA vormen, met een bijdrage van 441 miljoen EUR in 2017; overwegende dat de Verenigde Staten, het grootste individuele donorland, hebben meegedeeld 60 miljoen USD van een geplande betaling van 125 miljoen USD aan de UNRWA te zullen uitbetalen maar 65 miljoen USD van dit bedrag te zullen inhouden; overwegende dat dit besluit volgens het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bedoeld is om andere landen ertoe aan te sporen hun steun te vergroten en om hervormingen binnen de organisatie te stimuleren;

C.  overwegende dat de UNRWA al jarenlang met grote structurele financiële tekorten kampt en los van de beslissing van de regering van de VS ook in 2018 financiële problemen zou hebben gehad;

D.  overwegende dat de secretaris-generaal van de VN in zijn verslag van 30 maart 2017 verschillende aanbevelingen heeft gedaan teneinde voldoende, voorspelbare en duurzame financiële middelen voor de UNRWA veilig te stellen;

1.  blijft zich overtuigd verbinden tot steun voor de UNRWA met het oog op
de verlening van essentiële diensten voor het welzijn, de bescherming en de menselijke ontwikkeling van Palestijnse vluchtelingen in de Gazastrook, op de Westelijke Jordaanoever en in Jordanië, Libanon en Syrië; looft de UNRWA voor haar buitengewone inspanningen, onder meer op het vlak van de bescherming en ondersteuning van ruim 400 000 Palestijnse vluchtelingen en vele anderen in het door oorlog verscheurde Syrië; herinnert eraan dat de UNRWA werd opgericht uit solidariteit met Palestijnse vluchtelingen, met als doel hun lijden te verzachten;

2.  spreekt zijn bezorgdheid uit over de financieringscrisis waarmee de UNRWA kampt; dringt er bij alle donoren op aan hun beloften aan de organisatie na te komen;

3.  wijst erop dat elke onvoorziene vertraging in geplande uitbetalingen door donors negatieve gevolgen kan hebben voor de toegang tot noodvoedselhulp voor 1,7 miljoen en tot basisgezondheidsdiensten voor 3 miljoen Palestijnse vluchtelingen, de toegang tot onderwijs voor meer dan 500 000 Palestijnse kinderen in 702 scholen van de UNRWA - onder wie bijna 50 000 kinderen in Syrië - en voor de stabiliteit in de regio;

4.  stelt vast dat de EU zich ertoe verbindt de UNRWA te blijven helpen bij de veiligstelling van financiële middelen, zodat zij in staat is het haar door de Algemene Vergadering van de VN toegekende mandaat uit te voeren, op duurzame en kosteneffectieve wijze te functioneren en de kwaliteit en het niveau van de aan Palestijnse vluchtelingen verleende diensten te garanderen;

5.  is verheugd over het besluit van de EU en verscheidene van haar lidstaten om hun betalingen aan de UNRWA te bespoedigen, en roept andere donoren ertoe op dit voorbeeld te volgen; verzoekt de Verenigde Staten met klem om op hun beslissing terug te komen en hun geplande bijdrage aan de organisatie volledig uit te keren; verheugt zich over de donaties van de leden van de Arabische Liga aan de UNRWA maar vraagt hen zich te verbinden tot een verhoging van hun bijdragen, zodat de financieringskloof kan worden gedicht;

6.  spoort de Europese Unie en haar lidstaten ertoe aan aanvullende financiële middelen voor de UNRWA beschikbaar te stellen om in haar financiële behoeften op korte termijn te voorzien; benadrukt echter dat langetermijnoplossingen voor de terugkerende financiële tekorten van de organisatie alleen kunnen worden bereikt door middel van een duurzaam financieringsprogramma binnen een mondiaal multilateraal kader; dringt er bij de EU op aan binnen de internationale gemeenschap het voortouw te nemen om een dergelijk mechanisme tot stand te brengen; onderstreept in dit verband het belang van de aanbevelingen van de secretaris-generaal van de VN in zijn verslag van 30 maart 2017;

7.  is ingenomen met het feit dat de UNRWA overweegt interne maatregelen voor kostenbeperkingen en meer efficiëntiewinst te handhaven, en ook zal onderzoeken of er op andere gebieden meer efficiëntie kan worden bereikt; dringt er bij de Organisatie op aan haar managementstructuur en strategische planning te blijven verbeteren en naar meer transparantie, verantwoordingsplicht en intern toezicht te streven, tijdige en accurate programmering en financiële verslaglegging aan de EU te waarborgen, ervoor te zorgen dat de faciliteiten van de UNRWA niet worden misbruikt, aantijgingen inzake schending van de neutraliteit door haar medewerkers te onderzoeken en eventueel passende tuchtmaatregelen te nemen; onderstreept dat het belangrijk is de neutraliteit van de UNRWA-faciliteiten te eerbiedigen, overeenkomstig het internationaal humanitair recht en de diplomatieke status van de UNRWA als VN-organisatie;

8.  herhaalt eens te meer dat de overkoepelende doelstelling van de EU erin bestaat tot een tweestatenoplossing te komen voor het Israëlisch-Palestijnse conflict op basis van de grenzen van 1967, met Jeruzalem als de hoofdstad van beide staten, waarbij een veilige staat Israël en een onafhankelijke, democratische, aaneengesloten en levensvatbare staat Palestina zij aan zij leven in vrede en veiligheid op basis van het recht op zelfbeschikking en met volledige inachtneming van het internationaal recht;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de commissaris-generaal van de UNRWA, de afgezant van het Midden-Oostenkwartet alsook het Congres en het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten.

 

Laatst bijgewerkt op: 8 februari 2018Juridische mededeling