Vraag met verzoek om mondeling antwoord aan de Commissie Artikel 115 van het Reglement Ildikó Gáll-Pelcz, Markus Ferber, Georges Bach, Marian-Jean Marinescu, Dominique Riquet, Hubert Pirker, Ádám Kósa, Georgios Koumoutsakos, Jim Higgins, Andreas Schwab, Jean-Pierre Audy, Alajos Mészáros, Csaba Sógor, Christine De Veyrac, Salvador Sedó i Alabart, László Tőkés, namens de PPE-Fractie Jörg Leichtfried, Zita Gurmai
Betreft: Totstandbrenging van een concurrerender Europese luchtvaartsector
De luchtvaartsector - met zijn ruim 150 luchtvaartmaatschappijen, meer dan 400 luchthavens en 60 aanbieders van luchtverkeersdiensten - levert een essentiële bijdrage aan de Europese economie. Meer dan drie miljoen mensen hebben in de Europese Unie een baan in de luchtvaartsector. Luchtvaartmaatschappijen en luchthavens alleen al dragen meer dan 140 miljard EUR bij aan het Europese bbp. Omdat hij mensen en regio's met elkaar verbindt, speelt het luchttransport een cruciale rol voor de integratie en het concurrentievermogen van Europa, alsmede voor de contacten met de rest van de wereld.
De Europese luchtvaartmaatschappijen die onderdeel van een netwerk uitmaken, hebben het al langer moeilijk en dreigen op de intercontinentale routes meer en meer terrein te moeten toegeven op de snel groeiende luchtvaartmaatschappijen uit het Midden-Oosten. De luchtvaartmaatschappijen uit de Golfregio zetten hun expansie voort, terwijl hun Europese concurrenten in een neerwaarste financiële spiraal terechtkomen. Er zijn talrijke structurele verschillen tussen de luchtvaartmaatschappijen uit het Midden-Oosten en hun mondiale tegenspelers. Al jaren klagen de luchtvaartmaatschappijen in Europa over de omvang van de staatssteun die de luchtvaartmaatschappijen uit de Golfregio van hun regeringen c.q. eigenaren ontvangen, waarbij vaak wordt gesteld dat zij oneerlijke financiële steun krijgen en profiteren van een voor ondernemingen gunstig regelgevingsklimaat, in concreto (bijvoorbeeld) het ontbreken van vennootschapsbelastingen. Daarnaast hebben de luchtvaartmaatschappijen in Europa, anders dan de luchtvaartmaatschappijen uit het Midden-Oosten en andere delen van de wereld, geen toegang tot exportkredietgaranties voor het verkrijgen van gunstige financieringsvoorwaarden. Al deze factoren resulteren in ongelijke randvoorwaarden in de ultra-competitieve mondiale luchtvaartsector.
1. Is de Commissie voornemens een alomvattend onderzoek te houden naar oneerlijke concurrentie door luchtvaartmaatschappijen uit het Midden-Oosten op routes van en naar de EU?
2. De Commissie beschikt over bevoegdheden daar waar het gaat om het tot stand brengen en handhaven van gelijke randvoorwaarden voor de Europese luchtvaartmaatschappijen. Welke maatregelen is zij voornemens in dit kader te gaan nemen?