Procedure : 2012/2129(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0340/2012

Ingediende teksten :

A7-0340/2012

Debatten :

PV 10/12/2012 - 20
CRE 10/12/2012 - 20

Stemmingen :

PV 11/12/2012 - 8.17
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0482

VERSLAG     
PDF 223kWORD 131k
18 oktober 2012
PE 491.089v02-00 A7-0340/2012

over de preventie van leeftijdsgebonden ziekten bij vrouwen

(2012/2129(INI))

Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid

Rapporteur voor advies: Roberta Angelilli

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de preventie van leeftijdsgebonden ziekten bij vrouwen

2012/2129(INI) Het Europees Parlement,

Het Europees Parlement,

–       gezien artikel 168 van het VWEU,

–       gezien het Europees Handvest van de grondrechten,

–       gezien het witboek met als titel "Samen werken aan gezondheid: een EU-strategie voor 2008-2013" (COM(2007)0630),

–       gezien het witboek "Een EU-strategie voor aan voeding, overgewicht en obesitas gerelateerde gezondheidskwesties" (COM(2007)0279),

–       gezien het rapport van de Commissie over de gezondheid van vrouwen in de Europese Unie,

–       gezien de mededeling van de Commissie over telegeneeskunde ten bate van de patiënten, de gezondheidszorgstelsels en de maatschappij (COM(2008)0689),

–       gezien de mededeling van de Commissie "Opvangen van de gevolgen van de vergrijzing in de EU" (COM(2009)0180),

–       gezien de mededeling van de Commissie "Solidariteit in de gezondheidszorg: verkleining van de ongelijkheid op gezondheidsgebied in de EU" (COM(2009)0567),

–       gezien de mededeling van de Commissie " kankerbestrijding: een Europees partnerschap" (COM(2009)0291),

–       gezien het rapport "Empower Women – Combating Tobacco Industry Marketing in the WHO European Region" (Wereldgezondheidsorganisatie, 2010),

–       gezien het Commissierapport "The 2012 Ageing Report: Underlying Assumptions and Projection Methodologies" (European Economy 4/11. Commissie, 2011),

–       gezien Besluit nr. 1350/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 tot vaststelling van een tweede communautaire actieprogramma op het gebied van gezondheid (2008-2013)(1),

–       gezien Besluit nr. 940/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2011 betreffende het Europees Jaar voor actief ouder worden en solidariteit tussen de generaties(2),

–       gezien de conclusies van de Raad van 7 december 2010 over "innovatieve benaderingen van chronische ziekten in de volksgezondheid en de zorgstelsels",

–       gezien het verslag van het Belgische voorzitterschap van 23 november 2010 over de loonkloof tussen mannen en vrouwen,

–       gezien de conclusies van de top van de Verenigde Naties over chronische niet-overdraagbare ziekten van 19-20 september 2011,

–       gezien "Horizon 2020" – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) (COM(2011)0808),

–       gezien het rapport van Eurostat "Een statistisch portret van de EU in 2012: Actief ouder worden en solidariteit tussen de generaties",

–       gezien de speciale Eurobarometer-enquête over actief ouder worden (2012),

–       gezien de mededeling van de Commissie "Verdere ontwikkeling van het strategische uitvoeringsplan van het Europees innovatiepartnerschap voor actief en gezond ouder worden" (COM(2012)0083),

–       gezien het witboek "Een agenda voor adequate, veilige en duurzame pensioenen" (COM(2012)0055),

–       onder verwijzing naar zijn resolutie van 18 oktober 2006 over borstkankerbestrijding in de uitgebreide Europese Unie(3),

–       gezien zijn resolutie van 6 december 2006 over het bevorderen van gezonde voeding en lichaamsbeweging: een Europese dimensie voor de preventie van overgewicht, obesitas en chronische ziekten(4),

–       onder verwijzing naar zijn resolutie van 12 juli 2007 over acties ter bestrijding van hart- en vaatziekten(5),

–       gezien zijn resolutie van 19 februari 2009 over geestelijke gezondheid(6),

–       onder verwijzing naar zijn resolutie van 6 mei 2009 over de actieve inclusie van personen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten(7),

–       gezien zijn resolutie van 12 november 2009 over gezamenlijke programmering van onderzoek ter bestrijding van neurodegeneratieve ziekten, met name de ziekte van Alzheimer(8),

–       gezien zijn resolutie van 19 januari 2011 over een Europees initiatief op het gebied van de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie(9),

–       gezien zijn resolutie van 6 mei 2010 over de mededeling van de Commissie over kankerbestrijding: een Europees partnerschap(10),

–       gezien zijn resolutie van 7 september 2010 over de rol van de vrouw in een vergrijzende samenleving(11),

–       gezien zijn resolutie van 11 november 2010 over demografische vraagstukken en de solidariteit tussen de generaties(12),

–       gezien zijn resolutie van 8 februari 2011 over armoede bij vrouwen in de Europese Unie(13),

–       gezien zijn resolutie van 26 juli 2011 over de situatie van vrouwen die de pensioengerechtigde leeftijd naderen(14),

–       gezien zijn resolutie van 15 september 2011 over het standpunt en het engagement van de Europese Unie in het vooruitzicht van de VN-vergadering op hoog niveau inzake de voorkoming en beheersing van niet-overdraagbare ziekten(15),

–       gezien zijn resolutie van 7 maart 2012 over de aanpak van de diabetesepidemie in de EU(16),

–       gezien zijn resolutie van 24 mei 2012 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers voor gelijke of gelijkwaardige arbeid(17),

–       onder verwijzing naar zijn resolutie van 13 maart 2012 over gelijkheid tussen mannen en vrouwen(18),

–       gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A7-0340/2012),

Algemene context

A.     overwegende dat de Europese Unie de menselijke waardigheid bevordert en het recht erkent van elke persoon op toegang tot preventieve gezondheidszorg en geneeskundige behandeling en dat artikel 168, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie duidelijk bepaalt dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de organisatie, het beheer en de verstrekking van gezondheidsdiensten en geneeskundige verzorging, alsmede de allocatie van de daaraan toegewezen middelen; overwegende dat het essentieel is dat bejaarden recht hebben op een waardig en onafhankelijk leven en op deelname aan het sociale en culturele leven;

B.     overwegende dat de vergrijzing een van de belangrijkste uitdagingen voor Europa is; dat het aantal personen in de EU dat ouder is dan 65, meer dan 87 miljoen bedraagt (17,4%) en volgens de ramingen meer dan 150 miljoen (ongeveer 30%) zal bedragen in 2060;

C.     overwegende dat, ondanks de aanzienlijk gestegen levensverwachting en de steeds toenemende levensstandaard in de geïndustrialiseerde landen, waardoor bejaarden vandaag de dag veel actiever zijn dan in vorige decennia, negatieve stereotypen en vooroordelen ten aanzien van bejaarden nog steeds belangrijke belemmeringen voor hun integratie in de maatschappij vormen, wat leidt tot sociale uitsluiting met rechtstreekse gevolgen voor hun levenskwaliteit en geestelijke gezondheid;

D.     overwegende dat vrouwen een hogere levensverwachting bij geboorte hebben dan mannen (82,4 jaar voor vrouwen tegenover 76,4 jaar voor mannen); overwegende dat het verschil qua gezonde levensverwachting kleiner is, namelijk 61,7 jaar voor mannen en 62,6 jaar voor vrouwen;

E.     overwegende dat in 2010 de arbeidsparticipatie van vrouwen in de leeftijdsgroep van 55 tot 64 38,6% bedroeg, tegenover 54,5% voor mannen in dezelfde leeftijdsgroep; overwegende dat volgens de EU-streefcijfers 75% van de bevolking in de leeftijdsgroep van 20 tot 64 jaar tegen 2020 aan het werk zou moeten zijn;

F.     overwegende dat de bezoldiging van vrouwen lager is dan die van mannen (in de EU bedraagt het gemiddelde verschil in bezoldiging tussen de geslachten 17,5%); overwegende dat het loonverschil in de leeftijdsgroep van 55 tot 64 in sommige lidstaten ruim 30% bedraagt en bij 65-plussers tot wel 48%; overwegende dat dit verschil in bezoldiging leidt tot een verschil in pensioen, waardoor vrouwen een navenant lager pensioen krijgen en vaak onder de armoedegrens belanden;

G.     overwegende dat vrouwen om gezin en werk met elkaar te combineren vaak voor flexibel werk, thuiswerk en deeltijds, tijdelijk of atypisch werk opteren dat hun carrière geen goed doet en grote gevolgen heeft op het gebied van gestorte pensioenbijdragen, waardoor zij bijzonder kwetsbaar zijn voor bestaansonzekerheid en armoede;

H.     overwegende dat de generatie vrouwen van boven de 50, die vaak als de "sandwichgeneratie" of "werkende dochters en werkende moeders" wordt beschreven, vaak minder mogelijkheden hebben om zich met hun eigen gezondheid bezig te houden omdat zij voor hun ouders en kleinkinderen moeten zorgen;

I.      overwegende dat in Europa 23,9% van de personen in de leeftijdsgroep van 50 tot 64 het risico loopt van armoede, met 25,9% voor vrouwen tegenover 21,7% voor mannen; overwegende dat de cijfers in de Europese Unie variëren van 39 tot 49%, afhankelijk van het land, en dat het cijfer in één EU-lidstaat wel 51% bedraagt;

J.      overwegende dat ook als gevolg van echtscheiding, feitelijke scheiding of weduwschap 75,8% van de vrouwen van ouder dan 65 alleen woont, en overwegende dat gemiddeld 3 op 10 huishoudens in de Europese Unie eenpersoonshuishoudens zijn, waarvan het merendeel bestaat uit alleenstaande vrouwen, in het bijzonder bejaarde vrouwen, en dat dit percentage toeneemt; overwegende dat huishoudens met één inkomen in de meeste lidstaten worden benadeeld, zowel in absoluut als relatief opzicht, op het gebied van belastingen, sociale zekerheid, huisvesting, gezondheidszorg, verzekeringen en pensioenen; overwegende dat overheidsbeleid mensen niet mag straffen voor het feit dat zij – al dan niet vrijwillig – alleen wonen;

K.    overwegende dat in 2009 het percentage van de personen boven 65 dat te lijden had onder ernstige behoeftigheid op materieel gebied, voor vrouwen 7,6% bedroeg, tegenover 5,5% voor de mannen in dezelfde leeftijdsgroep;

L.     overwegende dat bejaarde vrouwen als kansarme groep vaak met meervoudige discriminatie worden geconfronteerd (bv. op grond van hun leeftijd, geslacht en etnische achtergrond); overwegende dat bejaarde vrouwen, die een lage sociaaleconomische status hebben en te maken krijgen met tal van problemen, baat zouden hebben bij socialebeschermingsmaatregelen en toegang tot de nationale stelsels voor gezondheidszorg;

M.    overwegende dat gezondheidszorg in plattelandsgebieden minder beschikbaar is dan in stedelijke gebieden, met name door het tekort aan medisch personeel en ziekenhuisinfrastructuur, met inbegrip van spoeddiensten;

N.     overwegende dat bejaarde vrouwen, met name als zij geïsoleerd leven, vaak in moeilijke sociaaleconomische omstandigheden leven die hun levenskwaliteit en lichamelijke en geestelijke gezondheidstoestand negatief beïnvloeden;

O.     overwegende dat om naar behoren in de behoeften van bejaarde vrouwen te voorzien, een betere kennis nodig is van de ziekten waaraan zij lijden;

P.     overwegende dat bejaarde vrouwen door al deze factoren, inclusief isolatie, minder goed in staat zijn sociale netwerken op te bouwen en/of in stand te houden en zo een actief leven te leiden;

Aandoeningen die verband houden met het verouderingsproces

Q.     overwegende dat vrouwen, door hun hogere levensverwachting en de gendersensitiviteit van sommige ziekten, meer getroffen worden door chronische en invaliderende ziekten en als gevolg hiervan meer te maken krijgen met een verslechtering van de levenskwaliteit;

R.     overwegende dat er verschillen tussen vrouwen en mannen zijn wat het optreden, de ontwikkeling en de gevolgen van veel aandoeningen betreft;

S.     overwegende dat volgens de recentste gegevens die beschikbaar zijn (Internationaal Agentschap voor kankeronderzoek, International Agency for Research on Cancer, IARC) de tumoren die vrouwen het vaakst treffen, borstkanker (29,7%), colorectale kanker (13,5%) en longkanker zijn (7,4%);

T.     overwegende dat hart- en vaatziekten in de lidstaten elk jaar meer dan 2 miljoen overlijdens veroorzaken, hetgeen overeenkomt met 42% van alle overlijdens in de EU, en dat hart- en vaatziekten de oorzaak zijn van 45% van de overlijdens bij vrouwen, tegenover 38% bij mannen;

U.     overwegende dat diabetes een van meest voorkomende niet-overdraagbare ziekten is, die meer dan 33 miljoen burgers in de EU treft, een cijfer dat waarschijnlijk gestegen zal zijn tot 38 miljoen in 2030; dat in 2010 ongeveer 9% van de volwassenen (de leeftijdscategorie van 20 tot 79) binnen de EU-bevolking diabeteslijder was;

V.     overwegende dat leeftijd een risicofactor is voor de ontwikkeling van neurodegeneratieve ziekten zoals de ziekte van Alzheimer (de meest voorkomende vorm van dementie); overwegende dat neurodegeneratieve ziekten vaker voorkomen bij 65-plussers (zij treffen ongeveer 1 persoon op 20 boven 65, 1 op 5 boven 80 en 1 op 3 boven 90); overwegende dat in Europa 7,3 miljoen mensen aan dementie lijden; overwegende dat uit studies blijkt dat de prevalentie van de ziekte van Alzheimer 81,7% bedraagt bij vrouwen ouder dan 90 jaar (tegen 24% bij mannen);overwegende dat de stigmatisering en de onwetendheid met betrekking tot neurodegeneratieve ziekten zoals dementie leiden tot een late diagnose en slechte behandelingsresultaten;

W.    overwegende dat dementie vaker voorkomt bij 65-plussers, het treft ongeveer 1 persoon op 20 boven 65, 1 op 5 boven 80 en 1 op 3 boven 90; overwegende dat dementie algemeen vaker voorkomt bij bejaarde vrouwen dan bij bejaarde mannen;

X.     overwegende dat vrouwen een groter risico lopen om bot- en gewrichtsaandoeningen (bijvoorbeeld osteoartritis, reumatoïde artritis, osteoporose en broze botten) te ontwikkelen; overwegende dat ongeveer 75% van de enkelbreuken als gevolg van osteoporose vrouwen treft;

Y.     overwegende dat de belangrijkste risicofactoren voor hart- en vaatziekten, tumoren, diabetes, zwaarlijvigheid en chronische longaandoeningen worden gevormd door roken, een gebrek aan lichamelijke activiteit, verkeerde voeding, overdadige alcoholconsumptie en milieuvervuiling;

Z.     overwegende dat depressie en angstaanvallen ernstige vormen van psychische stoornissen zijn die vrouwen meer treffen dan mannen; overwegende dat de incidentie ervan in Europa door de Wereldgezondheidsorganisatie wordt geraamd op 2 tot 15% bij vrouwen in de leeftijdscategorie boven 65;

AA.  overwegende dat ook gehoor- en oogaandoeningen zwaar doorwegen in de last van de levensjaren met een functiebeperking, en dat een tijdige en adequate diagnose, een goede behandeling en toegang tot goede medische apparatuur een verdere achteruitgang kunnen voorkomen of de functies gedeeltelijk kunnen herstellen;

AB.  overwegende dat ongeveer 600 000 Europeanen, voor het merendeel vrouwen, aan multiple sclerose lijden; overwegende dat dit de meest voorkomende vorm van neurodegeneratieve ziekte en een van de voornaamste oorzaken van niet-traumatische invaliditeit bij bejaarde vrouwen is;

Toegang tot gezondheidsvoorzieningen

AC.  overwegende dat moet worden gezorgd voor een gelijke toegang tot gezondheid voor vrouwen en mannen en een betere kwaliteit van de gezondheidszorg, en dat er meer aandacht moet worden besteed aan de bijzondere situatie van vrouwen in plattelandsgebieden, die vaak alleen wonen; overwegende dat artikel 168, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hierbij moet worden nageleefd;

AD.  overwegende dat de economische situatie van bejaarde vrouwen onder de verschillen in bezoldiging, pensioenen en andere inkomsten tussen mannen en vrouwen te lijden heeft en hen bijzonder kwetsbaar maakt voor bestaansonzekerheid en armoede, waardoor zij beschikken over minder financiële middelen voor de gezondheidszorg en medische behandelingen die zij nodig hebben;

AE.   overwegende dat telegeneeskunde de toegang tot medische hulp, die in moeilijk toegankelijke gebieden niet beschikbaar is, kan vergemakkelijken en de kwaliteit en frequentie van de gespecialiseerde medische zorg die sommige bejaarden door hun gezondheidstoestand nodig hebben, kan verbeteren;

Onderzoek en preventie

AF.   overwegende dat investeringen in onderzoek en innovatie essentieel zijn om een hoge levenskwaliteit te behouden en zo de grote uitdaging van de vergrijzing aan te gaan;

AG.  overwegende dat preventie en vroege diagnosticering resulteren in een verbetering van de lichamelijke en geestelijke gezondheid van mannen en vrouwen, waardoor de levensverwachting in goede gezondheid kan worden verlengd en de uitgaven voor gezondheidszorg kunnen worden verminderd, zodat de houdbaarheid op lange termijn kan worden gegarandeerd;

AH.  overwegende dat in de gezondheidszorg prioriteit moet worden gegeven aan preventieve maatregelen, met bijzondere aandacht voor kansarme groepen;

AI.    overwegende dat gezondheidsalfabetisering nodig is om mensen in staat te stellen hun weg te vinden in complexe gezondheidsstelsels en beter te begrijpen wat zij in de loop van hun leven zelf kunnen doen om leeftijdsgebonden ziekten te voorkomen;

AJ.   overwegende dat de gendersensitiviteit van bepaalde ziekten en geneesmiddelen momenteel onvoldoende wordt onderzocht, doordat bij klinische proeven vooral wordt gefocust op jonge mannen;

AK.  overwegende dat volgens het IARC borstscreening die wordt uitgevoerd bij meer dan 70% van de vrouwen, het sterftecijfer door borstkanker bij vrouwen boven 50 met 20 tot 30% kan verminderen;

AL.   overwegende dat vrouwen meer een beroep doen op geneesmiddelen en botanische remedies, waarvan het effect meer moet worden onderzocht om de risico's van interactie te beperken;

AM. overwegende dat vrouwen in de loop van hun leven tal van hormonale veranderingen ondergaan en geneesmiddelen gebruiken die specifiek met hun leeftijd, vruchtbaarheid en de menopauze verband houden;

AN.  overwegende dat 9% van de vrouwen vaak een beroep doet op antidepressiva, tegenover 5% van de mannen;

AO.  overwegende dat volgens de Wereldgezondheidsorganisatie 4 à 6% van de bejaarden thuis met een of andere vorm van mishandeling te maken hebben gehad, gaande van fysiek, seksueel en psychologisch geweld tot financiële uitbuiting, verwaarlozing en verlating;

Algemene context

1.      merkt op dat vrouwen, hoewel zij langer leven dan mannen, niet meer gezonde levensjaren genieten, d.w.z. jaren zonder aanzienlijke activiteits- of functiebeperkingen (62,6 jaar voor vrouwen en 61,7 voor mannen);

2.      merkt op dat bejaarde vrouwen voldoende toegang moeten hebben tot gezondheidszorg en thuishulp, om ervoor te zorgen dat zij gelijke rechten genieten en zelfstandig kunnen leven;

3.      verzoekt de Commissie een nieuw rapport over de gezondheid van vrouwen te publiceren, met bijzondere aandacht voor de leeftijdscategorie van 65 en ouder en voor de indicatoren met betrekking tot actief ouder worden;

4.      stelt dat het beleid dat erop is gericht om gezins- en beroepsleven met elkaar te combineren en maatschappelijk participatie te bevorderen, vrouwen in staat stelt beter actief en gezond oud te worden en verzoekt de lidstaten daarom de inspanningen op dit gebied te intensiveren;

5.      vraagt de lidstaten de volledige integratie, meer betrokkenheid en actieve participatie van bejaarde vrouwen in het maatschappelijke leven te bevorderen;

6.      benadrukt het belang van een cultuur- en opleidingsaanbod voor bejaarden;

7.      vraagt om concrete en doeltreffende maatregelen, zoals de vaststelling van de richtlijn inzake gelijke behandeling, tegen de meervoudige discriminatie waarmee bejaarde vrouwen vaak worden geconfronteerd;

8.      steunt initiatieven om ziekten doeltreffender te voorkomen, de gezondheid van bejaarden te verbeteren en hen te helpen zelfstandig te blijven;

9.      verzoekt de Commissie en de Raad een rapport te publiceren over de acties die de lidstaten hebben ondernomen om actief ouder worden te ondersteunen en over de impact hiervan, om goede praktijken te identificeren en acties te selecteren die in de toekomst op Europees niveau kunnen worden ondernomen;

10.    vraagt de Commissie en de lidstaten een positievere attitude ten aanzien van ouder worden te creëren en EU-burgers meer bewust te maken van de vergrijzingsproblematiek en de reële gevolgen daarvan, hetgeen een van de voornaamste boodschappen was van 2012 als Jaar voor actief ouder worden en solidariteit tussen de generaties;

11.    stelt dat het beleid inzake ouder worden erbij gebaat zou zijn als de levensloopbenadering wordt gevolgd, met aandacht voor de onderlinge samenhang tussen ouder worden en de genderproblematiek;

12.    merkt op dat de overheidsuitgaven op het gebied van gezondheid goed zijn voor 7,8% van het BIP van de EU en dat de uitgaven voor gezondheidszorg op korte en lange termijn volgens ramingen tegen 2060 zal stijgen met 3%, als gevolg van de vergrijzing;

13.    vraagt de lidstaten aandacht te besteden aan bejaarde vrouwelijke immigranten, die onder moeilijke economische en sociale omstandigheden te lijden hebben en het vaak moeilijk hebben om toegang te krijgen tot socialebeschermingsmaatregelen en gezondheidszorg; is van mening dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan individuele vrouwen, weduwen en gescheiden vrouwen wier levenskwaliteit en gezondheid daaronder heeft geleden;

14.    vraagt de Commissie en de lidstaten de genderdimensie van gezondheid ten volle te erkennen als essentieel onderdeel van het gezondheidsbeleid van de EU en van de lidstaten;

15.    vraagt de lidstaten een goed evenwicht tot stand te brengen tussen drastische maatregelen om de financiële en economische crisis te bestrijden enerzijds en voldoende en adequate financiële middelen voor gezondheidszorg en sociale zorg om de vergrijzing te helpen opvangen anderzijds;

16.    vraagt de Commissie een studie te publiceren over het effect van de economische en financiële crisis op bejaarde vrouwen, met bijzondere aandacht voor de toegang tot preventieve en curatieve gezondheidszorg;

17.    merkt op dat allesomvattende en grondige strategieën in de gezondheidssector samenwerking vergen tussen overheden, gezondheidswerkers, niet-gouvernementele organisaties, volksgezondheidsinstanties, patiëntenorganisaties, de massamedia en andere partijen die bij gezond ouder worden betrokken zijn;

18.    herhaalt dat er een Europese Unie tot stand moet worden gebracht en moet worden bevorderd die gevoeliger is voor de behoeften en belangen van bejaarde vrouwen en mannen, met gender mainstreaming in alle voorlichtings- en bewustmakingsmaatregelen en -beleid, om te zorgen voor actief en gezond ouder worden voor iedereen;

Aandoeningen die verband houden met het verouderingsproces

19.    onderstreept het feit dat veel aandoeningen bij vrouwen vaak onvoldoende aandacht krijgen, bijvoorbeeld hartaandoeningen, die worden beschouwd als een probleem van mannen; herinnert eraan dat vele gevallen van een infarct bij vrouwen niet worden gediagnosticeerd, omdat de symptomen gewoonlijk verschillen van die bij mannen; benadrukt dat ook bij d behandeling rekening moet worden gehouden met de biologische verschillen tussen vrouwen en mannen;

20.    verzoekt de lidstaten op vrouwen gerichte voorlichtingsprogramma's uit te voeren om de bevolking bewust te maken van de risicofactoren voor hart- en vaatziekten, alsmede specifieke programma's voor bijscholing van gezondheidswerkers;

21.    betreurt het feit dat te weinig aandacht wordt besteed aan het probleem van toegenomen alcoholconsumptie door bejaarde vrouwen in Europa en verzoekt de Commissie en de lidstaten studies te laten uitvoeren om dit probleem en de impact ervan op de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de betrokkenen aan te pakken;

22.    merkt bezorgd op dat het aantal rokende vrouwen toeneemt, met als gevolg een verhoging van het risico van longkanker en stoornissen aan hart en bloedsomloop; verzoekt de lidstaten en de Commissie programma's in te voeren ter bestrijding van roken, met bijzondere aandacht voor jonge vrouwen (volgens ramingen van de Wereldgezondheidsorganisatie zal het aantal rokende vrouwen in Europa tegen 2025 toenemen van de huidige 12% tot ongeveer 20%);

23     verzoekt de Commissie initiatieven aan te moedigen om de verbetering van de gezondheid te bevorderen, met onder andere passende informatie over de risico's in verband met tabak- en alcoholconsumptie en over de baten van juiste voedingsgewoonten en passende lichamelijke activiteit als middelen om zwaarlijvigheid en hoge bloeddruk en de hiermee verband houdende complicaties te voorkomen;

24.    vraagt de Commissie en de lidstaten voorlichtingscampagnes op te zetten voor vrouwen vóór of in de menopauze;

25.    vraagt de lidstaten het publiek beter bewust te maken van bot- en gewrichtsaandoeningen door voorlichtings- en educatiecampagnes over de verzorging en behandeling daarvan te organiseren;

26.    vraagt de Commissie een EU-actieplan inzake niet-overdraagbare ziekten op te zetten als follow-up van de resultaten van de VN-top over niet-overdraagbare ziekten en de openbare raadpleging die de Commissie in maart en april 2012 heeft gehouden;

27.    vraagt de Commissie bij de herziening van Richtlijn 2001/37/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten bijzondere aandacht te besteden aan jongeren;

28.    verzoekt de Commissie een gerichte EU-strategie in de vorm van een aanbeveling van de Raad uit te werken en uit te voeren voor preventie, diagnose en beheer van diabetes, alsmede voor informatie hierover en onderzoek op het gebied hiervan, met inbegrip van een genderbenadering en gelijkheid tussen mannen en vrouwen; overwegende dat artikel 168, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hierbij moet worden nageleefd;

29.    vraagt de Commissie en de lidstaten een holistische en gendersensitieve aanpak van de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie te volgen om de levenskwaliteit en de waardigheid van de patiënten en hun familie te verbeteren;

30.    verzoekt de Commissie en de lidstaten in samenwerking met nationale en Europese Alzheimerverenigingen voorlichtingscampagnes voor het grote publiek over de ziekte van Alzheimer (over de ziekte zelf, behandelingsmogelijkheden en zorg) op te zetten;

31.    vraagt de lidstaten dringend nationale plannen en strategieën voor de ziekte van Alzheimer op te stellen, voor zover zij dat nog niet hebben gedaan;

32.    merkt bezorgd op dat het hoogste zelfmoordcijfer in de EU betrekking heeft op personen boven 65, dat er meer gevallen van poging tot zelfmoord zijn bij vrouwen dan bij mannen, en dat het aantal gevallen toeneemt doordat de economische crisis bejaarde vrouwen erger treft; verzoekt de Commissie een studie te publiceren over het verband tussen deze statistieken en de onevenredig grote impact van de economische crisis op bejaarde vrouwen;

33.    verzoekt de lidstaten in samenwerking met de Commissie en Eurostat de verzameling te verbeteren van gegevens, uitgesplitst per sekse en leeftijd, en informatie over geestelijke gezondheid en over het verband tussen geestelijke gezondheid en gezonde levensjaren;

34.    verzoekt de lidstaten specifieke opleiding te organiseren voor eerstelijnsartsen en voor medewerkers van psychiatrische diensten, zoals artsen, psychologen en verplegers, op het gebied van preventie en behandeling van neurodegeneratieve ziekten en depressiestoornissen, met bijzondere aandacht voor de extra problemen waarmee bejaarde vrouwen worden geconfronteerd;

35.    vraagt de lidstaten prioriteit te geven aan acties op het gebied van geheugenziekten zoals dementie en hun inspanningen op het gebied van medisch en sociaal onderzoek op te voeren, om de levenskwaliteit van mensen met de ziekte en hun verzorgers te verbeteren, de duurzaamheid van de gezondheids- en zorgdiensten te garanderen en groei op Europees niveau te bevorderen;

36.    vraagt de lidstaten ervoor te zorgen dat bejaardenverzorgers in de openbare en particuliere sector aan bijscholingsprogramma's deelnemen en regelmatig worden beoordeeld;

37.    vraagt de lidstaten gespecialiseerde medische opleidingen gerontologie aan openbare universiteiten aan te moedigen;

Toegang tot gezondheidsvoorzieningen

38.    verzoekt de lidstaten de nodige initiatieven te ondersteunen om ervoor te zorgen dat bejaarde vrouwen, inclusief vrouwen die wonen ver van grote centra en in moeilijk toegankelijke gebieden, toegang hebben tot medische diensten en gezondheidszorg, ongeacht hun persoonlijke, economische en sociale situatie, met nadruk op geïndividualiseerde zorg, inclusief een zo lang mogelijke periode van zorgverstrekking bij de betrokkene thuis, op specifieke vormen van hulp en steun voor verzorgers en op telegeneeskunde, voor zover dit de levenskwaliteit van mensen met chronische ziekten kan verbeteren en de wachtlijsten kan helpen verkorten;

39.    vraagt de lidstaten bij de planning van hun gezondheidszorgbegroting ook de genderdimensie te analyseren, te monitoren en te garanderen;

40     vraagt de lidstaten door te gaan met de ontwikkeling van e-gezondheidsdiensten en gendersensitieve "ambient assisted living"-oplossingen om zelfstandig wonen aan te moedigen en gezondheidsdiensten efficiënter en toegankelijker te maken voor bejaarde vrouwen die om mobiliteitsredenen geïsoleerd zijn en minder vaak toegang hebben tot deze faciliteiten, en vraagt de lidstaten een dag en nacht bereikbare telefonische adviesdienst te ontwikkelen;

41.    dringt aan op een benadering op basis van rechten, zodat bejaarden een inbreng kunnen hebben als er beslist wordt welke zorg en sociale diensten hun worden geboden en hoe die eruit moeten zien;

42.    vraagt de lidstaten in hun socialebeschermingsstelsels, en met name in de ziekteverzekering, rekening te houden met de werkloosheid en de sociale problemen waarmee vrouwen te kampen hebben, zodat zij niet van bescherming verstoken blijven;

43.    acht het belangrijk de toegang tot medische zorg, gezondheidszorg en andere vormen van bijstand te steunen en te faciliteren voor vrouwen die, ondanks hun eigen gezondheidsproblemen, andere afhankelijke personen moeten verzorgen;

44     vraagt dat ziekenhuisachtige openbare en particuliere verzorgingstehuizen voor bejaarden meer op de bewoners worden afgestemd en hen niet alleen medische zorg verstrekken, maar ook prioriteit geven aan allerlei vormen van onafhankelijke of creatieve activiteit, zodat de bewoners niet achter de geraniums blijven zitten;

45.    is vast van mening dat bejaarde bewoners van openbare of particuliere verzorgingstehuizen moeten worden geraadpleegd over de wijze waarop instellingen worden beheerd;

46.    benadrukt het feit dat steeds meer medisch en paramedisch personeel hoog opgeleid moet zijn en voorbereid op een aanpak waarbij, door de specifieke sekse en de specifieke leeftijd van de patiënt, rekening moet worden gehouden met de specifieke psychologische, relationele en informatiebehoeften van bejaarde vrouwen;

47.    vraagt dat in medische studies meer opleidingen in luistervaardigheid en psychologie worden opgenomen; vraagt ook dat maatschappelijk werkers nauwer bij dit preventiebeleid worden betrokken;

48     steunt verenigingen en hulplijnen zie zorg, bescherming en psychologische bijstand voor bejaarden verlenen;

49.    verzoekt de lidstaten en de Commissie om, ervoor zorgend dat rekening wordt gehouden met gendergerelateerde elementen, gegevens te verzamelen en goede praktijken uit te wisselen om te komen tot de identificering van een goede praktijk op het gebied van de toegang tot gezondheidszorg, met name om omslachtige administratieve procedures te voorkomen en specifieke maatregelen en specifiek beleid te ontwerpen om de levenskwaliteit van bejaarde vrouwen te verbeteren en ook om de regeringen te adviseren met betrekking tot de schepping van een omgeving die bevorderlijk is voor een verbetering van het bewustzijn van leeftijdsgerelateerde ziekten in de lidstaten;

50.    moedigt de lidstaten aan om de preventieve gezondheidszorg voor bejaarde vrouwen uit te breiden door bijvoorbeeld te zorgen voor toegankelijke en regelmatige mammografieën en Pap-tests, om leeftijdsgrenzen voor de toegang tot gezondheidszorg - zoals bijvoorbeeld borstkankerscreening - af te schaffen, en om mensen bewust te maken van het belang van bevolkingsonderzoek;

51.    verzoekt de Commissie haar inspanningen op te voeren om in de hele Europese Unie een cultuur te verspreiden van preventie, en verzoekt de lidstaten meer informatie- en sensibiliseringscampagnes op te zetten in de scholen en universiteiten, op de werkplekken en in bejaardencentra, met de medewerking van de beroepsbeoefenaars uit de sector, de lokale autoriteiten en de ngo's;

Onderzoek en preventie

52.    merkt met bezorgdheid op dat uit in april 2011 gepubliceerde resultaten van EU-onderzoek blijkt dat ongeveer 28% van de vrouwen van 60 jaar of ouder de afgelopen twaalf maanden waren mishandeld; is van mening dat prioriteit moet worden gegeven aan het beschermen van bejaarden tegen misbruik, mishandeling, verwaarlozing en uitbuiting, ongeacht of het om kwaad opzet of nalatigheid gaat; raagt de lidstaten meer te doen om bejaardenmishandeling thuis en in instellingen te voorkomen;

53.    het is belangrijk een aanpak van medisch onderzoek te volgen die rekening houdt met de specifieke problemen van respectievelijk mannen en vrouwen;

54     benadrukt dat in de strategie voor de gelijkheid van mannen en vrouwen (2010-2015) moet worden erkend dat vrouwen en mannen vatbaar zijn voor specifieke ziekten en gezondheidsproblemen, waarmee naar behoren rekening moet worden gehouden bij medisch onderzoek en in de gezondheidszorg;

55.    vraagt dat de komende tien jaar in het kader van Horizon 2020 een strategisch plan voor onderzoek naar gezondheidszorg voor vrouwen wordt opgesteld en een instelling voor onderzoek naar de gezondheid van vrouwen wordt opgericht om dit plan uit te voeren;

56.    het is belangrijk ervoor te zorgen dat er vrouwelijke deskundigen aanwezig zijn in de nationale technologisch-wetenschappelijke raadgevende comités voor geneesmiddelenbeoordeling;

57.    vraagt de Raad, de Commissie en de lidstaten bejaardenmishandeling als onderzoeksthema in het gemeenschappelijk programma inzake neurodegeneratieve ziekten op te nemen om de prevalentie bij en de gevolgen voor mensen met dementie te meten;

58     steunt het Europees innovatiepartnerschap inzake actief en gezond ouder worden als proefinitiatief dat beoogt de levensverwachting in goede gezondheid van de EU-burgers tegen 2020 met twee jaar te verlengen en voor Europa drie doelen stelt op het punt van de verbetering van de gezondheid en levenskwaliteit van bejaarden en de duurzaamheid en doeltreffendheid van de zorgstelsels;

59.    is verheugd over de projecten en initiatieven voor gezondere eetgewoonten en een gezondere levenswijze (EATWELL-project, EU-Platform voor voeding, lichaamsbeweging en gezondheid, Salt Reduction Framework) en het Europees partnerschap voor kankerbestrijding;

60.    benadrukt dat alle doelstellingen en acties van het EU-actieprogramma op het gebied van de volksgezondheid moeten bijdragen tot meer begrip en erkenning van de verschillende behoeften van mannen en vrouwen en de respectieve benaderingen van gezondheidskwesties;

61.    is verheugd over het voorstel van de Commissie voor het pakket cohesiebeleid (2014-2020), waarin actief en gezond ouder worden en innovatie als investeringsprioriteiten worden aangemerkt;

62.    betreurt het feit dat 97% van de gezondheidsbudgetten bestemd is voor de behandeling van niet-overdraagbare ziekten en slechts 3% voor een investering in preventie, terwijl de kosten van de behandeling en aanpak van niet-overdraagbare ziekten dramatisch stijgen door de ruimere beschikbaarheid van diagnoses en behandelingen; vraagt de lidstaten in verband hiermee om een verhoging van hun gezondheidsbegroting, zodat hieruit ook preventieactiviteiten kunnen worden gefinancierd;

63.    vraagt de Commissie meer nadruk te leggen op het aanpakken van de oorzaken van ziekten en daartoe preventie te bevorderen in alle sectoren en op alle niveaus van de samenleving; vraagt de Commissie gezondheid te bevorderen door een tijdige diagnose van ziekten, een gezonde levenswijze en adequate gezondheidszorg, en toe te zien op geschikte arbeidsomstandigheden voor bejaarde werknemers;

64.    verzoekt de lidstaten meer de nadruk te leggen op bewustmakingscampagnes over osteoporose en duidelijkere informatie te verstrekken over de vroege diagnosticering van osteoporose, om breuken te voorkomen, mede via een betere toegang tot botdichtheidsonderzoeken;

65.    schaart zich achter de "gender challenge" van de Wereldgezondheidsorganisatie, die van mening is dat de risicofactoren met betrekking tot de gezondheid van vrouwen beter moeten worden onderkend; is in dit verband verheugd over de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie om "bejaardenvriendelijke" omgevingen in te richten en bejaarde vrouwen meer kansen te geven om op productieve wijze bij te dragen aan de samenleving, onder meer door samenwerking tussen sectoren bij het vaststellen en bevorderen van acties buiten de gezondheidssector die de gezondheidsresultaten van vrouwen kunnen verbeteren;

66.    verzoekt de lidstaten om bij de opleiding van het medisch en paramedisch personeel te wijzen op de klinische kenmerken en de symptomen van hart- en vaatziekten die verschillend zijn bij vrouwen, alsook op de voordelen van een snel ingrijpen;

67.    vraagt de Commissie en de Raad in het kader van Horizon 2020 nauwere wetenschappelijke samenwerking en vergelijkend onderzoek rond multiple sclerose in de Europese Unie aan te moedigen om het makkelijker te maken een geschikte behandeling te bieden ter voorkoming van deze ziekte, die de motorische functies ernstig beperkt, met name bij bejaarde vrouwen;

68.    verzoekt de Commissie voort te gaan met het ondersteunen van sensibiliseringscampagnes die specifieker gericht zijn op bejaarde vrouwen en waarbij gefocust wordt op gender- en leeftijdssensitieve aanbevelingen op het gebied van juiste voeding en het feit dat lichamelijke activiteit belangrijk is, omdat het hierbij gaat om factoren die een rol kunnen spelen in valpreventie en het ontstaan van stoornissen aan hart en bloedsomloop, van osteoporose en van bepaalde soorten kanker kunnen tegengaan;

69.    vraagt dat daartoe maatregelen worden genomen in de vorm van voorlichting en educatie op school en gezondheidsboodschappen over het belang van goede voeding en de gezondheidsrisico's van slechte voeding;

70.    verzoekt de Commissie overleg te plegen met de Raad met het oog op het herstarten en een doeltreffende uitvoering van de aanbeveling over kankerscreening; met bijzondere nadruk op sociaaleconomisch achtergestelde bevolkingsgroepen, teneinde de ongelijkheid op gezondheidsgebied te verminderen; verzoekt de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan, bovengenoemde aanbeveling ten uitvoer te leggen, overeenkomstig de Europese richtsnoeren inzake kwaliteitsgarantie;

71     verzoekt de Commissie en de Raad de leeftijdsdrempel voor de toegang tot de screeningprogramma's aan te passen, althans in de landen waar de incidentie van de ziekte hoger is gebleken en in de gevallen met een bijzonder risico gelet op de familiale anamnese, en verzoekt haar in de bedoelde programma's ook oudere vrouwen op te nemen, wegens de langere levensverwachting;

72.    vraagt de Commissie en de lidstaten vrouwenrechten te bevorderen teneinde alle vormen van geweld en discriminatie op grond van leeftijd en geslacht te bestrijden, bijvoorbeeld door bewustmakings- en voorlichtingscampagnes die op de hele Europese bevolking, van jongs af aan, gericht zijn;

73.    verzoekt de lidstaten het klinisch onderzoek met betrekking tot vrouwen te intensiveren en is van mening dat het recente voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot intrekking van Richtlijn 2001/20/EG in deze zin kan worden herzien;

74.    vraagt de lidstaten in rechtstreekse samenwerking met patiënten innovatieve oplossingen te ontwikkelen om doeltreffender in de behoeften van bejaarden te voorzien;

75.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 301 van 20.11.2007, blz. 3.

(2)

PB L 246 van 23.9.2011, blz. 5.

(3)

Aangenomen teksten, P6_TA(2006)0449.

(4)

PB C 250 E van 25.10.2007, blz. 93.

(5)

Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0346.

(6)

Aangenomen teksten, P6_TA(2009)0063.

(7)

Aangenomen teksten, P6_TA(2009)0371.

(8)

Aangenomen teksten, P6_TA(2009)0065.

(9)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0016.

(10)

Aangenomen teksten, P6_TA(2010)0152.

(11)

Aangenomen teksten, P6_TA(2010)0306.

(12)

Aangenomen teksten, P6_TA(2010)0400.

(13)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0086.

(14)

Aangenomen teksten, P6_TA(2011)0360.

(15)

Aangenomen teksten, P6_TA(2011)0390.

(16)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0082.

(17)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0225.

(18)

Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0069.


TOELICHTING

De bevolking van de Europese Unie gaat een geleidelijke vergrijzing tegemoet, door het lage geboortecijfer en de toenemende levensverwachting. Dit verschijnsel is steeds meer geïntegreerd in het Europese beleid, zoals blijkt uit het Europees Jaar 2012 voor actief ouder worden en solidariteit tussen de generaties. Doelstelling is veroudering in goede gezondheid voor iedereen te bevorderen via toegang tot een kwalitatief hoogstaande gezondheidszorg en via preventiemaatregelen om bejaarden in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven.

Dit verslag is bedoeld om een algemeen overzicht te geven van de situatie en op programmatische wijze een reeks acties voor te stellen die op nationaal en Europees niveau moeten worden ondernomen.

Er bestaat geen eenduidige definitie van "bejaarde". In sommige gevallen wordt verwezen naar de leeftijd (voor de Wereldgezondheidsorganisatie ligt de grens bij 65) of naar de levensfasen (derde en vierde leeftijd), op andere momenten wordt uitgegaan van de sociale rol, het activiteitsniveau (stopzetting van de beroepsactiviteit), de gezondheid en de mate van afhankelijkheid.

Uit de Eurobarometer-enquête over actief ouder worden (2012) blijkt dat de definitie van "jongeren" en "ouderen" in de lidstaten erg verschilt. Gemiddeld kan voor Europeanen een persoon als "oud" worden beschouwd vanaf 64 en als "niet jong meer" vanaf 41,8.

Het deel van de bevolking dat ouder is dan 65, vertoont een wanverhouding wat gender betreft: van de in totaal meer dan 87 miljoen personen in de EU 27 die zich in deze leeftijdscategorie bevinden, zijn er 50,6 miljoen vrouw.

Het onevenwicht is nog groter voor personen die ouder zijn dan 80: 3,1% vrouwen en 1,6% mannen, als percentage van de totale bevolking.

In de perceptie van vrouwen begint ouderdom enigszins later dan in de perceptie van mannen (65 tegenover 62,7). Interessant is de autoperceptie van gezondheid: op hun 65e verwachten mannen nog 8,2 jaar in goede gezondheid te zullen leven; vrouwen 8,4 jaar.

Volgens Eurostat is slechts 48,9% van de personen in de leeftijdscategorie van 50 tot 64 optimistisch over zijn toekomst; dit percentage daalt vervolgens tot 44,9% in de leeftijdscategorie boven 65.

Ondanks de hogere levensverwachting is er bij bejaarde vrouwen een significant hogere incidentie van ziekten die hulpbehoevend maken – breuken door osteoporose, reumatoïde artritis en osteoartritis, beroertes, incontinentie, kanker – dan bij mannen van dezelfde leeftijd. Hetzelfde geldt voor het geleidelijke ontstaan van functiebeperkingen als gevolg van psychomotorische vertraging, fasen van mentale verwarring en dementie (bijvoorbeeld Alzheimer), waarvan de incidentie met de jaren exponentieel toeneemt.

Ziekten die in het bijzonder bejaarde vrouwen treffen, zijn hart- en vaatziekten, aandoeningen aan de luchtwegen, kanker (die de belangrijkste doodsoorzaak van bejaarde vrouwen in de EU blijft), diabetes, spier- en skeletaandoeningen, degeneratieve ziekten en depressie.

De belangrijkste risicofactoren, die elkaar beïnvloeden, zijn arteriële hypertensie, hyperglykemie, een gebrek aan beweging, roken, overgewicht en zwaarlijvigheid, een hoog cholesterolgehalte en, voor vrouwen, de hormonale veranderingen van de menopauze.

Met name roken veroorzaakt jaarlijks het overlijden van ongeveer 6 miljoen personen, waarvan 21% in Europa; overdadige alcoholconsumptie is na roken en hoge bloeddruk de derde risicofactor voor overlijden en ongeschiktheid in de Europese Unie, met 195 000 overlijdens per jaar en 12% van de vroegtijdige overlijdens bij mannen en 2% bij vrouwen; in meer dan de helft van de OESO-landen geldt dat minstens één persoon op twee overgewicht heeft of zwaarlijvig is en volgens ramingen zullen binnen tien jaar in sommige landen twee personen op drie zwaarlijvig zijn. Lichamelijke activiteit kan een zeer belangrijke rol spelen om de levenskwaliteit van bejaarden te verbeteren, omdat zij de lichamelijke en geestelijke omstandigheden verbetert. Volgens een Eurobarometer-enquête over sport en lichamelijke activiteit verklaart meer dan de helft (61%) van de ondervraagden in de leeftijdscategorie van 15 tot 24 minstens een keer per week sport te bedrijven; dit percentage daalt tot 44% in de leeftijdscategorie van 25 tot 39, 40% in de leeftijdscategorie van 40 tot 54, 33% in de leeftijdscategorie van 55 tot 69 en 22% bij personen boven 70.

Het is belangrijk dat gezondheid wordt bevorderd een heel leven lang.

Preventie en informatie zijn essentiële elementen voor een strategie waarbij alle beleidsmakers moeten worden betrokken, met name de verenigingen uit de sector, de nationale en Europese instellingen, de voorlichtingsorganen en de overheidsdiensten op lokaal niveau.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie moeten een juiste voeding, lichamelijke activiteit en bestrijding van roken en overdadige alcoholconsumptie constanten zijn een heel leven lang.

Met in het kader van het Europees Jaar voor actief ouder worden moeten de communautaire instellingen samenwerken met de nationale en lokale partners om onder de bevolking de preventiestrategieën te verspreiden die bedoeld zijn om juiste gedragingen te bevorderen, teneinde de bevolking te helpen gezond en actief ouder te worden.

Naast de screeningprogramma's moet namelijk aandacht worden besteed aan de moeilijkheden (die vaak onoverkomelijk worden) op het gebied van toegang tot gezondheidsdiensten: de complexiteit van de systemen, het ontbreken van richtsnoeren, moeilijke methoden om een afspraak te maken voor een onderzoek door specialisten en voor diagnostische tests en lange wachtlijsten ontmoedigen vooral oude patiënten, met name bejaarde vrouwen, die vaak in eenzaamheid leven.

Ook als het gezondheidsaanbod volstaat om op adequate wijze in de behoeften van bejaarde vrouwen te voorzien, heeft het gebrek aan informatie als gevolg dat geen gebruik van de bestaande mogelijkheden kan worden gemaakt. Er zij opgemerkt dat de kwaliteit van de gezondheidszorg, vooral voor bejaarde vrouwen, ook afhangt van een arts-patiëntrelatie waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de bevolkingscategorie in kwestie.

Bij klinisch onderzoek moet meer rekening worden gehouden met gender, door ook en vooral aandacht te besteden, naast de prevalentie van sommige specifieke aandoeningen bij vrouwen, aan de oorzaken en predispositie (niet het minst de hormonale veranderingen).

Voor vrouwen is ouder worden (en de start van de menopauze) een moment van ernstige crisis. Bij de veroudering maakt een vrouw grondige veranderingen door: haar sociale en arbeidsrol verandert; de lichamelijke veranderingen zijn vaak moeilijk te aanvaarden.

De psychologische gevolgen van veroudering kunnen leiden tot een gevoel van eenzaamheid (verergerd door het feit dat bejaarde vrouwen vaak alleen wonen), een sterk gevoel van isolering en een verlies van gevoel van eigenwaarde. Dit alles kan leiden tot depressie. Meer dan de helft (50,6%) van de vrouwen in de EU in de leeftijdscategorie van 50 tot 64 was in 2010 zonder activiteit.

Volgens de Eurobarometer-gegevens verklaart een derde van de EU-burgers te willen blijven werken na het bereiken van de pensioenleeftijd.

Twee derde van de Europese burgers is voorstander van een combinatie van deeltijds werk met een partieel pensioen, om te voorkomen bij de pensionering plots uitgesloten te zijn van het maatschappelijke en het beroepsleven.

De activiteit en de bijdrage die bejaarden kunnen leveren aan de maatschappij na hun pensionering, kunnen diverse vormen aannemen, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, ondersteuning van familieleden, hulp aan personen in de omgeving die ziek of kwetsbaar zijn (mantelzorgers) en deelname aan politieke, culturele, ecologische of religieuze activiteiten. Op lokaal niveau kunnen inspanningen worden geleverd om de lokale realiteit aan te passen aan bejaarden. De sportieve infrastructuur en het openbaar vervoer kunnen worden verbeterd; het aantal gelegenheden voor contact en uitwisseling (sociale en recreatieve activiteiten) kan worden verhoogd, met de medewerking van de lokale overheden en vrijwilligersorganisaties. Ook aanmoediging van het gebruik van internet (eventueel zelfs via een gratis opleiding) kan bejaarden helpen om een sociaal leven te leiden of eenzaamheid te bestrijden, maar ook om autonoom en onafhankelijk te blijven (volgens Eurostat gebruikte in 2010 46% van de personen in de leeftijdscategorie van 55 tot 64 minstens eenmaal per week internet, terwijl dit voor de leeftijdscategorie van 65 tot 74 25% was).


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

10.10.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Regina Bastos, Edit Bauer, Andrea Češková, Edite Estrela, Iratxe García Pérez, Mikael Gustafsson, Mary Honeyball, Lívia Járóka, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Constance Le Grip, Astrid Lulling, Barbara Matera, Elisabeth Morin-Chartier, Krisztina Morvai, Norica Nicolai, Angelika Niebler, Siiri Oviir, Antonyia Parvanova, Raül Romeva i Rueda, Joanna Katarzyna Skrzydlewska, Britta Thomsen, Anna Záborská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Roberta Angelilli, Izaskun Bilbao Barandica, Minodora Cliveti, Mariya Gabriel, Sylvie Guillaume, Ulrike Lunacek, Ana Miranda, Chrysoula Paliadeli, Antigoni Papadopoulou, Angelika Werthmann

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Jacek Włosowicz,

Laatst bijgewerkt op: 8 november 2012Juridische mededeling