–gezien het werkdocument van de Commissiediensten van 26 oktober 2005 over grensoverschrijdende consolidatie in de financiële sector van de EU (SEC(2005)1398),
–gezien de mededeling van de Commissie van 21 oktober 2005 over intracommunautaire investeringen in de financiële dienstensector(1),
–gezien de mededeling van de Commissie van 11 mei 1999 over de "Tenuitvoerlegging van het kader voor financiële markten: een actieplan" (APFD) (COM(1999)0232),
–gezien het Witboek van 1 december 2005 over het financiële dienstenbeleid 2005-2010 (COM(2005)0629),
–gelet op Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat(2),
–gelet op Richtlijn 2005/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2005 over de instelling van een nieuwe comitéstructuur voor financiële diensten(3),
–gelet op Verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE)(4),
–gelet op de richtlijnen van het Europees Parlement en de Raad tot herschikking van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen en Richtlijn 93/6/EEG van 15 maart 1993 inzake de kapitaaltoereikendheid van investeringsondernemingen en kredietinstellingen (COM(2004)0486),
–onder verwijzing naar zijn resolutie van 28 april 2005 over de huidige stand van zaken bij de integratie van de financiële markten van de Europese Unie(5),
–onder verwijzing naar zijn resolutie van 21 november 2002 over de regels inzake bedrijfseconomisch toezicht in de Europese Unie(6),
–gelet op artikel 45 van zijn Reglement,
–gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A6-0170/2006),
A. overwegende dat de economie van de EU zich geconfronteerd ziet met diverse uitdagingen op mondiaal en nationaal niveau, zoals intensieve concurrentie, trage groei, vergrijzing van de bevolking en zwaardere pensioenverplichtingen,
B. overwegende dat het streven naar stabiliteit en veiligheid op de financiële markten gelijke tred moet houden met de inspanningen tot verlaging van de obstakels die grensoverschrijdende financiële activiteiten in de weg staan,
C. overwegende dat sterke, stabiele en efficiënt opererende financiële markten en instellingen cruciaal zijn om aan de financiële behoeften van de diverse economische actoren in de EU tegemoet te komen en om de groei en de werkgelegenheid een stimulans te geven,
D. overwegende dat een stabiele en concurrentiebestendige financiële dienstensector wel zal varen bij het vertrouwen van consumenten die kunnen rekenen op een hoge mate van bescherming,
E. overwegende dat het consolidatieproces in deze sector mogelijkheden creëert voor het bewerkstelligen van schaal- en diversificatievoordelen, synergie-effecten en kostenbesparingen en - in combinatie met verdere marktintegratie - bevorderlijk kan zijn voor groei en investeringen door verbetering van de liquiditeit en de efficiëntie van de markten,
F. overwegende dat de rol van de nationale en communautaire beleidsmakers erin bestaat een systeem van regelgeving en toezicht op te zetten dat de groei stimuleert, het concurrentievermogen van de EU-economie verbetert, gelijke spelregels garandeert, de marktefficiëntie, de integriteit, de transparantie en de stabiliteit van het financieel bestel vrijwaart en rekeninghouders, beleggers en verzekerden beschermt,
G. overwegende dat het vervullen van consumentenbehoeften en het bieden van een verscheidenheid aan kwaliteitsproducten bij elke vorm van beleid in deze sector als doel voorop dienen te staan,
H. overwegende dat voldoende aandacht moet worden besteed aan de gezichtspunten en het welzijn van werknemers en cliënten, die als belanghebbenden een voorname rol vervullen in financiële instellingen welke betrokken zijn bij fusies en overnames (M&A),
I. overwegende dat niet te verantwoorden nationale praktijken en protectionistische en discriminerende maatregelen moeten worden aangepakt omdat de markt daardoor versnipperd raakt en de voordelen van consolidatie voor de consument verloren gaan,
Algemene perspectieven
1. acht consolidatie in de financiële markten een belangrijke - zij het niet de enige -markttendens, die gevoelig is voor de toenemende concurrentie op EU- en mondiaal niveau;
2. is van mening dat de consolidatie op de financiële markten zich niet per se hoeft uit te strekken tot een bepaald aantal financiële instellingen en gerelateerd moet zijn aan de concurrentieverhoudingen op de financiële markten;
3. merkt op dat fusies en overnames voor financiële instellingen nog steeds de meest courante groeistrategie zijn; merkt voorts op dat consolidatie in een moderne economie op velerlei manieren kan worden bewerkstelligd, bijvoorbeeld door middel van commerciële allianties tussen instellingen, het in- of outsourcen van backofficediensten, samenwerking tussen backoffices en het samen met concurrenten opzetten van gemeenschappelijke infrastructuren (b.v. verrekenings- en vereveningssystemen);
4. onderkent de positieve effecten die de euro en het APFD hebben gehad op de integratie van financiële markten in het wholesale-segment, op de markttransparantie en de liquiditeit en op de modernisering en voltooiing van het financieel regelgevingskader van de EU, ook al zijn de effecten van de eenheidsmunt in termen van integratie van de financiële markten nog niet helemaal verwezenlijkt;
5. merkt op dat fusies, overnames en herstructureringsoperaties, die wellicht een positieve uitwerking hebben op het concurrentievermogen, vanwege de vrees voor banenverlies vaak met negatieve percepties gepaard gaan die soms vooral in bepaalde regio's tot uiting komen;
6. neemt nota van de krachtige consolidatiegolf die zich de laatste tien jaar via grensoverschrijdende fusies en overnames heeft voltrokken in de nieuwe lidstaten; wijst in dit opzicht ook op het belang van gezonde en stabiele financiële stelsels voor de kleinere economieën;
7. wijst erop dat consolidatie geen politieke doelstelling op zich hoeft te zijn, maar voor de economie duidelijke voordelen moet bieden door de groei te stimuleren, innovatie aan te moedigen, concurrentie te waarborgen, de toegang tot financiering te verbeteren, financiële instellingen in staat te stellen synergie-effecten en kostenbesparingen nuttig te gebruiken en consumenten een ruimere keuze en een betere kwaliteit te bieden, en tegelijkertijd een adequaat niveau van consumentenbescherming te garanderen;
8. vindt dat vooral aandacht moet worden besteed aan de gevolgen van consolidatie in de financiële sector voor de werkgelegenheid op het moment dat vermogen en activiteiten worden geherstructureerd en met name wanneer deze worden uitbesteed; dringt er bij de sector op aan te voorzien in flankerende maatregelen met het oog op de om- en bijscholing van personeel van financiële instellingen in overeenstemming met de doelstellingen van de strategie van Lissabon voor een kennisintensievere economie;
9. is van mening dat het diverse karakter van de financiële instellingen, dat de verscheidenheid aan financiële behoeften bij vennootschappen, midden- en kleinbedrijf en consumenten beter weerspiegelt, moet worden gehandhaafd, en dat de EU-wetgeving derhalve geen enkel type bedrijfsmodel of -structuur dan wel producttype ten opzichte van een ander mag bevoorrechten;
10. is van oordeel dat de structuur van de financiële diensten op EU-niveau zo moet zijn geconcipieerd dat verschillende structuren en dimensies naast elkaar kunnen bestaan, zodat de marktdeelnemers zowel op internationaal vlak als binnen lokale netwerken effectief kunnen opereren en met elkaar kunnen concurreren;
11. is van mening dat de verscheidenheid aan financiële producten moet zijn gewaarborgd ten einde aan de uiteenlopende en wisselende behoeften van consumenten te kunnen voldoen;
Hinderpalen voor grensoverschrijdende consolidatie
12. merkt op dat er tal van obstakels zijn waardoor de grensoverschrijdende consolidatie in de financiële sector - en met name in de banksector - in de EU qua niveau achterblijft bij de consolidatie op nationaal niveau; neemt nota van de hinderpalen die in het document van de Commissie worden gesignaleerd;
13. stelt zich op het standpunt dat de economische synergie-effecten en kostenbesparingen die binnen de interne markt door consolidatie kunnen worden verwezenlijkt, realiseerbaar moeten zijn en niet mogen worden belemmerd door onverantwoorde obstakels zoals fiscale barrières en onderling afwijkende controlesystemen; steunt de Commissie in haar voornemen deze obstakels uit de weg te ruimen; heeft oog voor de problemen die financiële instellingen in hun streven naar kostenbesparingen en schaal- en diversificatievoordelen ondervinden als zij dezelfde of soortgelijke producten in meerdere landen op de markt willen brengen en verzoekt de Commissie deze problemen aan een nader onderzoek te onderwerpen;
14. wijst erop dat marktdeelnemers bij fusies, overnames en herstructureringsoperaties hun maatschappelijke verantwoordelijkheid niet uit het oog mogen verliezen; merkt voorts op dat de enige manier om binnen de context van het mondialiseringsproces het vertrouwen van de EU-burger te winnen erin bestaat de sociale markteconomie te consolideren met behulp van meer en betere banen;
15. onderkent de belangrijke rol die nationale toezichthouders te vervullen hebben vanuit een oogpunt van bedrijfseconomisch toezicht en bij het vrijwaren van de soliditeit van de nationale financiële markten en instellingen;
16. merkt op dat onderling afwijkende nationale toezichtpraktijken en controlenormen ten koste kunnen gaan van de marktefficiëntie, de exploitatiekosten van internationaal opererende financiële instellingen kunnen doen oplopen en zodoende afbreuk kunnen doen aan de gunstige effecten van de interne markt voor financiële diensten en deze uiteindelijk kunnen doen uiteenvallen;
17. acht het zorgwekkend dat financiële instellingen die zich strategisch op EU-niveau willen ontplooien, veelvuldig worden geconfronteerd met kostbare en tijdrovende regelgevings- en toezichtpraktijken en met onderling afwijkende rapportageverplichtingen;
18. is van mening dat de negatieve gevolgen van divergerende toezichtpraktijken voor een deel zouden kunnen worden opgeheven door een betere onderlinge afstemming van toezichtpraktijken en controlenormen en dat dit de efficiëntie van de markt ten goede zou komen; uit zijn voldoening over de door het Comité van Europese bankentoezichthouders bereikte resultaten en spoort het comité ertoe aan op de ingeslagen weg door te gaan;
19. is ingenomen met de door de comités van niveau 3 - het Comité van Europese bankentoezichthouders (CEBT), het Comité van Europese effectenregelgevers (CEER) en het Comité van Europese toezichthouders op verzekeringen en bedrijfspensioenen (CETVB) - bereikte resultaten bij de onderlinge afstemming van toezichtpraktijken en spoort deze comités ertoe aan zich daarop te blijven toeleggen;
20. merkt op dat de integratie van de markten in het wholesale-segment nagenoeg is voltooid, dat met name de integratie op de geldmarkten zich in een vergevorderd stadium bevindt en dat de aangekondigde renteverhogingen en -verlagingen snel het gewenste effect op de marktprijzen hebben gesorteerd;
21. betreurt dat er een aantal fiscale obstakels zijn - in het bijzonder wat betreft BTW-verrekening binnen bedrijfsgroepen, het gebrek aan neutraliteit en het ontbreken van rechtszekerheid bij de BTW-behandeling van financiële diensten - die synergie-effecten en kostenbesparingen in de weg staan en vaak zelfs onmogelijk maken en roept de Commissie op met voorstellen te komen om deze barrières uit de weg te ruimen;
22. merkt op dat de hoge uitgaven aan niet-terugvorderbare BTW, naast de andere kosten die gepaard gaan met transacties tussen bedrijven momenteel een forse rem zetten op de besparingen die eventueel via grensoverschrijdende consolidatie kunnen worden gerealiseerd;
23. merkt op dat de fiscale behandeling van dividenden in bepaalde lidstaten momenteel gunstiger uitvalt voor binnenlandse dan voor EU-dividenduitkeringen; merkt tevens op dat waar het EU-dividenden betreft de bronheffing op buitenlandse opbrengsten voor particuliere aandeelhouders een al te zware belasting zou kunnen betekenen, waardoor zij een flink deel van het nettorendement op hun investeringen in andere EU-landen mislopen;
24. is van mening dat te verwachten valt dat de verdere integratie van de financiële retailmarkten de consument een ruimere keuze aan kwaliteitsproducten zal opleveren en bedrijven in staat zal stellen hun producten internationaal te verkopen zonder dat de concurrentie op de financiële retailmarkten in de EU daaronder zal lijden; dringt er bij de Commissie op aan met een heldere en overzichtelijke strategie te komen voor de integratie van de financiële retailmarkten;
25. dringt er daarnaast bij de Commissie en de financiële dienstensector op aan zich nader te beraden over de voor- en nadelen van een "26ste regeling" voor de financiële sector, waaraan mobiele EU-burgers bij de uitoefening van hun activiteiten in andere lidstaten wellicht behoefte zullen hebben en waardoor zij hun vertrouwde dienstenleveranciers kunnen blijven gebruiken en slechts met één eenvoudige set standaardregels te maken krijgen; dringt er in het bijzonder bij de Commissie op aan een rechtsgrondslag vast te stellen ten einde een hoogwaardige consumentenbescherming te kunnen waarborgen en de voor harmonisatie en voor een adequaat controlestelsel benodigde elementen te definiëren;
26. is van mening dat de pluralistische structuur van de Europese bankmarkt, waarbinnen financiële instellingen al naargelang hun zakelijke doelstellingen uiteenlopende rechtsvormen kunnen aannemen, een pluspunt is voor de Europese economie en dat daaraan niet mag worden getornd;
Regelgevings- en controlesysteem
Marktstructuur
27. merkt op dat de vergaande marktconcentratie in bepaalde lidstaten tot problemen leidt met betrekking tot de marktstructuur, de houding en het beleid van Europese banken en andere financiële instellingen;
28. verlangt dat de Commissie en de nationale mededingingsinstanties het concentratieniveau in de financiële markten en instellingen conform het EG-Verdrag en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen aan een nauwgezet onderzoek onderwerpen;
29. verzoekt de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende wetgeving door de lidstaten consequent wordt toegepast;
30. verzoekt de Commissie een onderzoek in te stellen naar de gevolgen die de consolidatie in de grote regionale financiële centra heeft voor de financiering van kleine regio’s en KMO’s;
Toezicht
31. is ingenomen met de onlangs door de EU ingevoerde maatregelen inzake bedrijfseconomisch toezicht, en inzonderheid met de kapitaaltoereikendheidsrichtlijn, die uitgaat van het oorsprongslandbeginsel en ingrijpende veranderingen teweegbrengt in het bestaande controlesysteem, dat inmiddels ook voorziet in bepalingen met betrekking tot de samenwerking tussen de bevoegde nationale autoriteiten, toezicht op de naleving van de meldingsplicht en meer bevoegdheden voor de consolidating supervisor ("toezichthouder op geconsolideerde basis") bij de validatie van risicoanalysemodellen; is van mening dat deze maatregel gepaard moet gaan met een duidelijke definitie en een goed uitgebalanceerde verdeling van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de toezichthouders uit de oorsprongslanden en die van de ontvangende landen in de bestaande wetgeving, zonder dat afbreuk mag worden gedaan aan de in de richtlijn vervatte herzieningsclausules;
32. merkt op dat de veranderde bedrijfsstructuur van sommige grote financiële concerns in de EU die bereid zijn zich naar het Europees vennootschapsmodel in te richten, ingrijpende gevolgen kan hebben voor de betrokken toezichthouders; roept de Commissie op de situatie nauwlettend te volgen en na te gaan of het Europees vennootschapsmodel enigerlei consequenties kan hebben uit een oogpunt van bedrijfseconomische stabiliteit en crisisbeheersingsinfrastructuur;
33. roept de Commissie op in haar voorstellen rekening te houden met de problemen die sommige nationale regelgevers ondervinden wanneer zij willen optreden op markten die gekenmerkt worden door een zeer sterke presentie van buitenlands kapitaal;
34. merkt op dat een in sterk geïntegreerde financiële markten optredende crisis die zich uitbreidt over de nationale rechtsgrenzen heen, niet door individuele nationale autoriteiten kan worden opgelost; is in dat verband van mening dat de bestaande netwerken van nationale toezichthouders, controleregelingen en niet wettelijk bindende memoranda van overeenstemming onvoldoende zijn om het hoofd te kunnen bieden aan een grote crisis die veroorzaakt wordt doordat markten of belangrijke grensoverschrijdende financiële concerns het laten afweten; is van mening dat in tijden van crisis samenwerking en wederzijds vertrouwen tussen toezichthoudende instanties van cruciaal belang zijn en dringt er bij de Commissie en de verantwoordelijke nationale autoriteiten op aan samen passende voorstellen voor effectief crisisbeheer uit te werken en deze ter nadere beoordeling aan het Parlement voor te leggen;
35. is van mening dat het gezag van de EU bij internationale onderhandelingen, met name waar het gaat om toezicht op het bankwezen, zou worden versterkt wanneer de interne werking van de Europese Unie inzichtelijker zou kunnen worden gemaakt;
36. merkt op dat de kwestie wie in laatste ressort als leninggever optreedt eerst moet worden opgelost alvorens er meer duidelijkheid kan ontstaan in het verdere verloop van de discussie omtrent het financieel toezicht op EU-niveau; onderstreept in dit verband dat er een ondubbelzinnig besluit moet worden genomen over de vraag wie waarvoor verantwoordelijk is;
37. merkt op dat het bestaande controlesysteem tot meervoudige rapportageverplichtingen voor banken leidt en dat het derhalve voor alle toezichthoudende instellingen een belangrijke taak is om de normen nauwer op elkaar af te stemmen;
38. is van mening dat het hoog tijd is dat de EU-instellingen, en meer bepaald het Parlement, een debat op gang brengen over de structuur van het toezicht op de financiële markten in de EU; roept daarom op tot de instelling van een comité van “wijzen” om zich te beraden over de gevolgen van de consolidatie van markten en financiële instellingen, bedrijfseconomisch toezicht, financiële stabiliteit en crisisbeheer, en daarover vóór eind 2006 verslag uit te brengen; verzoekt het op te richten comité in dit verband concrete ideeën te formuleren met betrekking tot de vereenvoudiging van meervoudige meldingsverplichtingen en de verbetering van de bestaande structuren, en daarnaast ook zijn gedachten te laten gaan over de behoeften en structuren van de Europese financiële toezichthouders;
-o0o-
39. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
TOELICHTING
De consolidatie in de financiële sector is geen nieuw fenomeen, maar wél kan worden geconstateerd dat zij de laatste tijd - in aansluiting op de integratie van de financiële markten in de EU - in snel tempo een hoge vlucht heeft genomen. Bovendien is het niet alleen maar een Europese, maar ook een bredere internationale trend, die wordt aangedreven door structurele veranderingen, technologische vooruitgang en een intensievere mondiale concurrentie.
Dit proces kan diverse vormen aannemen, die variëren van organische groei in de vorm van buitenlandse filialen en dochterondernemingen tot fusies en overnames. In de EU is het proces gestroomlijnd via deregulering en consistent ingrijpen door de Europese instellingen op het gebied van concurrentie, en is het krachtig gestimuleerd door de invoering van de euro en van heldere en streng gehandhaafde concurrentieregels en via financiële wetgeving.
Consolidatie vindt plaats op verschillende niveaus. In Europa voltrekt zich een krachtige marktconsolidatie. Wat dat betreft heeft het onlangs in het kader van het Actieplan Financiële Diensten doorgevoerde maatregelenpakket de integratie van de markt in het wholesale-segment duidelijk bevorderd. Banken en financiële en verzekeringsinstellingen, die zich vroeger bewogen binnen strikt nationale grenzen en gebonden waren aan de traditionele scheiding tussen financiële activiteiten (banken, verzekeringswezen, effectenhandel en vermogensbeheer), bieden inmiddels een steeds veelzijdiger producten- en dienstenpakket aan en opereren over de grenzen heen. Door de voortschrijdende Europese integratie zijn fusies en overnames (M&A) van banken en andere financiële instellingen een bijna dagelijks verschijnsel geworden, met als resultaat reusachtige financiële concerns en conglomeraten die onder uiteenlopende Europese jurisdicties opereren.
De meningen over dit fenomeen lopen uiteen: enerzijds wordt consolidatie beschouwd als een belangrijke motor die het concurrentievermogen van de Europese economie versterkt, grote financiële concerns en conglomeraten aaneensmeedt, bedrijven in staat stelt een kritische massa te bereiken en belangrijke synergie-, schaal- en diversificatievoordelen en kostenbesparingen te realiseren, en die bovenal de consumenten een ruimere keuze en een betere prijs voor hun financiële producten biedt.
De keerzijde is dat er ook gevaren aan zijn verbonden, die voortkomen uit een hoog niveau van concentratie, onderlinge afhankelijkheid en systeemrisico, dat te wijten kan zijn aan een nalatigheid bij een of meer grote financiële instellingen of conglomeraten die in verschillende lidstaten opereren.
Bovendien bestaat vaak het gevoel dat de concentratie van marktinvloed in de handen van enkele grote financiële instellingen en financiële centra ten koste kan gaan van de broodnodige toegang tot goedkope financiering voor regio’s en KMO's, dat sterke financiële groepen de kleinere financiële instellingen uit de markt zullen dringen en dat de keuze van de consument beperkt wordt tot gestandaardiseerde producten
Bestaande situatie en perspectieven
Fusies en overnames (M&A) zijn de meest courante strategie voor het verkrijgen van markttoegang en ondernemingsgroei, en hoewel deze tot nu toe vooral op nationaal niveau plaatsvonden, laat het bestaan van grote internationale concerns en financiële conglomeraten zien dat er in heel de EU sprake is van een krachtige tendens naar sector- en grensoverschrijdende expansie.
De laatste tien jaar hebben zich enkele van de meest frappante voorbeelden van consolidatie in de banksector voorgedaan in de nieuwe lidstaten, waar zich een krachtige golf van grensoverschrijdende fusies en overnames voltrok. Het gevolg is dat de financiële sector in die landen qua structuur een hoog concentratieniveau vertoont en voor een groot deel in buitenlandse handen is.
Afgaande op de ontwikkelingen in sommige regio’s(7) kan worden verwacht dat de grensoverschrijdende activiteiten in de sector zich in de toekomst nog sterker zullen ontwikkelen. In de Benelux en in de Scandinavische landen leidde de verzadiging van de markt ertoe dat binnenlandse ondernemingen zich gedwongen zagen hun activiteiten tot over de grenzen uit te breiden, hetgeen resulteerde in de totstandkoming van een aantal grote Europese financiële concerns.
Nog bestaande hinderpalen
Er zijn nog tal van barrières(8) aan te wijzen die grensoverschrijdende transacties in de weg staan, marktdeelnemers ontmoedigen en het behalen van grensoverschrijdende synergie-, schaal- en diversificatievoordelen en kostenbesparingen bemoeilijken, waarbij met name moet worden gedacht aan:
·Verschillen in productenassortiment: onderling afwijkende consumentenbeschermingsregels, specifieke privaatrechtelijke voorschriften en verschillen in consumptiegewoonten in de respectieve EU-landen bemoeilijken het aanbieden van identieke pakketten financiële producten in de lidstaten en brengen met zich mee dat financiële instellingen hun productenassortiment moeten aanpassen aan de regels, wetten en gewoonten van iedere lidstaat afzonderlijk. Dit kan ten koste gaan van de schaal- en diversificatievoordelen, economische synergie-effecten en kostenbesparingen die anders bij relocatie of centralisatie van bepaalde activiteiten van financiële instellingen hadden kunnen worden gerealiseerd. Wat dat betreft kan de voortschrijdende integratie van financiële retailmarkten, waardoor financiële instellingen hun productengamma op een grotere markt kunnen aanbieden, een stimulans betekenen voor de transnationale dienstverlening van banken en financiële instellingen (bij fusies en overnames en door spreiding van het retailaanbod over verscheidene landen).
·De consequenties van het bestaande controlesysteem: volgens de sector maken de onderling afwijkende controlestelsels het aangaan van grensoverschrijdende fusies en overnames minder aantrekkelijk. De veelvuldige, langdurige en kostbare meldingsverplichtingen waaraan moet worden voldaan, de procedure die moet worden gevolgd voor goedkeuring door de toezichthoudende instanties en de contacten over en weer tussen toezichthouders in oorsprongs- en gastland kunnen de vaste kosten voor financiële instellingen danig doen oplopen omdat ze resulteren in meervoudige controles en meldingsverplichtingen in meerdere landen.
·Fiscale hinderpalen: financiële instellingen die grensoverschrijdend opereren, krijgen met verschillende belastingstelsels te maken. De BTW-regeling voor financiële diensten wordt beschouwd als een belangrijk obstakel waardoor potentiële kostenbesparingen als gevolg van relocatie, centralisatie en integratie van bepaalde activiteiten wordt tenietgedaan. Daarnaast wordt ook de BTW-verrekening binnen bedrijfsgroepen beschouwd als een belangrijke barrière die banken en financiële instellingen belet zich internationaal efficiënt te organiseren, aangezien de meeste van hen niet of slechts in beperkte mate aanspraak kunnen maken op terugvordering van BTW (hetgeen dus betekent dat de kosten voor de verwerving van financiële nering toenemen met een niet-terugvorderbaar bedrag van 15 à 25 %).
·Ongunstige omgeving: (politieke onwil, tegenstand van werknemers, protectionistische maatregelen)
Toekomstige uitdagingen
Marktstructuur
De enorme snelheid waarmee het financieel systeem structureel verandert en het toenemende aantal grote internationale concerns die wereldwijd willen concurreren, maakt dat de ontwikkelingen op het stuk van marktstructuur en concentratie nauwlettend in het oog moeten worden gehouden. Een en ander vergroot ook de noodzaak tot strikte en consequente toepassing van de concurrentieregels en tot snelle implementatie van de financiële dienstenwetgeving.
Daarnaast moet ook dringend worden nagedacht over een adequaat systeem voor regelgeving, toezicht en crisisbeheer om financiële concerns en conglomeraten die op pan-Europees niveau willen opereren in staat te stellen economische synergie-effecten te bewerkstelligen zonder dat de stabiliteit of de soliditeit van het financieel bestel in gevaar komt.
Bedrijfseconomische gevolgen van het consolidatieproces
De ontwikkelingen op het stuk van bedrijfseconomisch toezicht tenderen de laatste tijd duidelijk meer in de richting van het beginsel van toezicht door het land van oorsprong. De kapitaaltoereikendheidsrichtlijn heeft het concept van de consolidating supervisor ("toezichthouder op geconsolideerde basis") geïntroduceerd en stipuleert dat het door een dochteronderneming in een ontvangende lidstaat gehanteerde risisoanalysemodel moet worden gevalideerd op basis van een onderlinge afspraak tussen de toezichthouder in het oorsprongsland en die in het ontvangende land. Bij ontstentenis van een dergelijk akkoord wordt het desbetreffende besluit - dat verstrekkende bedrijfseconomische en systemische gevolgen heeft voor het financiële bestel van het ontvangende land - echter na een periode van zes maanden overgelaten aan de toezichthouder van het oorsprongsland (de consolidating supervisor). Deze maatregel, die belangrijke implicaties heeft uit een oogpunt van bedrijfseconomisch toezicht en voor de toezichthoudende instanties in de EU, moet gepaard gaan met een duidelijke en goed uitgebalanceerde verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de toezichthouders uit de oorsprongslanden en die van de ontvangende landen, meer bepaald wanneer een dochteronderneming in een ontvangend land problemen krijgt of met een financiële crisis wordt geconfronteerd. Dit is vooral belangrijk voor kleinere economieën.
Bevordering van financiële integratie moet daarnaast ook gepaard gaan met de nodige aandacht voor de bredere beleidsproblematiek waarvoor de overheid zich gesteld ziet. Vooral het risico voor een potentiële systeemcrisis, de mogelijke oorzaken daarvan en de kwestie wie in laatste ressort als leninggever optreedt spelen daarbij een doorslaggevende rol.
Het concentratieniveau dat markten, financiële actoren en infrastructuren in de EU hebben bereikt is hoog te noemen, en hun onderlinge afhankelijkheid is navenant. Wat dat betreft zou een in dermate sterk geïntegreerde financiële markten optredende crisis, die zich gemakkelijk naar andere nationale rechtsgebieden zou kunnen uitbreiden, in een pan-Europese financiële crisis zou kunnen uitmonden en uiteindelijk de stabiliteit van de euro en de Europese economieën zou aantasten, niet meer effectief kunnen worden bestreden door individueel opererende nationale toezichthouders.
De tussen de nationale overheden van de 25 lidstaten bestaande netwerken omvatten verschillende toezichthoudings- en regelgevingsinstanties met uiteenlopende bevoegdheden en verantwoordelijkheden en met diverse niveaus van betrokkenheid bij het crisisbeheer, en de bestaande controleregelingen en niet wettelijk bindende memoranda van overeenstemming zijn ontoereikend om het hoofd te kunnen bieden aan een pan-Europese crisis die veroorzaakt wordt doordat markten of systemisch belangrijke grensoverschrijdende financiële concerns het laten afweten.
Daarom moeten de Europese wetgevers zich intensief gaan beraden over het opzetten van een adequate structuur voor het houden van toezicht op de financiële markten van de EU, over een duidelijke afbakening van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de toezichthouders in oorsprongs- en ontvangende landen, en over de invoering van passende crisisbeheersingsprocedures, en mogen zij vooral niet wachten tot er daadwerkelijk een grote pan-Europese crisis uitbreekt.
PROCEDURE
Titel
De voortschrijdende consolidatie in de financiële dienstensector
Zsolt László Becsey, Pervenche Berès, Pier Luigi Bersani, Sharon Bowles, Udo Bullmann, Ieke van den Burg, David Casa, Jan Christian Ehler, Elisa Ferreira, Jean-Paul Gauzès, Robert Goebbels, Karsten Friedrich Hoppenstedt, Sophia in 't Veld, Othmar Karas, Wolf Klinz, Christoph Konrad, Guntars Krasts, Kurt Joachim Lauk, Astrid Lulling, Gay Mitchell, Cristobal Montoro Romero, Joseph Muscat, John Purvis, Alexander Radwan, Bernhard Rapkay, Eoin Ryan, Peter Skinner, Margarita Starkevičiūtė, Sahra Wagenknecht, John Whittaker
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
Jorgo Chatzimarkakis, Harald Ettl, Satu Hassi, Ján Hudacký, Werner Langen, Thomas Mann, Corien Wortmann-Kool
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)