Procedure : 2006/0807(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0430/2006

Ingediende teksten :

A6-0430/2006

Debatten :

PV 12/12/2006 - 8
CRE 12/12/2006 - 8

Stemmingen :

PV 12/12/2006 - 14.20
CRE 12/12/2006 - 14.20
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0550

VERSLAG     *
PDF 250kDOC 217k
29 november 2006
PE 378.671v03-00 A6-0430/2006

over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de samenwerking met industrielanden en andere landen en gebiedsdelen met een hoog inkomen

(11877/2006 – C6-0265/2006 – 2006/0807(CNS))

Commissie internationale handel

Rapporteur: David Martin

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de ontwerpverordening van de Raad tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de samenwerking met industrielanden en andere landen en gebiedsdelen met een hoog inkomen

(11877/2006 – C6 0265/2006 – 2006/0807(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel voor een verordening van de Raad (11877/2006)(1),

–   gelet op artikel 181a van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0265/2006),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gelet op het rapport van de Commissie internationale handel (A6-0430/2006),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Raad, zoals geamendeerd;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het voorstel te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Tekst voorgesteld door de Commissie  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 3

(3) De Europese Unie en de geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen zijn overeengekomen hun betrekkingen te verdiepen en samen te werken op de gebieden waar zij gemeenschappelijke belangen hebben, middels een scala aan bilaterale instrumenten zoals overeenkomsten, verklaringen, actieplannen en andere, vergelijkbare instrumenten.

(3) De Europese Unie en de geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen zijn overeengekomen hun betrekkingen te verdiepen en samen te werken op de gebieden waar zij gemeenschappelijke belangen hebben, middels een scala aan bilaterale en multilaterale instrumenten zoals overeenkomsten, verklaringen, actieplannen en andere, vergelijkbare instrumenten.

Motivering

Het verdiepen van de betrekkingen tussen de EU en andere industrielanden en landen met een hoog inkomen heeft tot doel bij te dragen tot de bestendiging van doelmatige en op democratie gebaseerde internationale fora in het kader waarvan wereldwijde problemen kunnen worden aangepakt. Instrumenten ter versterking van de betrekkingen en de samenwerking moeten niet alleen op bilaterale, maar ook op multilaterale grondslag gebaseerd zijn.

Amendement 2

Overweging 4

(4) Conform de in deze instrumenten vastgelegde beginselen voert de Gemeenschap een beleid voor samenwerking dat een gunstig klimaat moet scheppen voor het ontwikkelen en het onderhouden van haar betrekkingen met die landen en gebieden. De samenwerking draagt ertoe bij dat met name op economisch, handels-, academisch en cultureel gebied gunstige omstandigheden worden geschapen voor de versterking van de Europese aanwezigheid en zichtbaarheid in die landen en de totstandbrenging van uitwisselingen en interactie tussen een brede waaier van actoren van de beide partijen.

(4) Conform de in deze instrumenten vastgelegde beginselen voert de Gemeenschap een beleid voor samenwerking dat een gunstig klimaat moet scheppen voor het ontwikkelen en het onderhouden van haar betrekkingen met die landen en gebieden. De samenwerking zal ertoe bijdragen bij dat met name op economisch, handels-, academisch en cultureel gebied gunstige omstandigheden worden geschapen voor de versterking van de Europese aanwezigheid en zichtbaarheid in die landen en de totstandbrenging van uitwisselingen, dialogen en interactie tussen de geëigende actoren in de relevante sectoren.

Motivering

Verduidelijking en vereenvoudiging van de bewoording.

Amendement 3

Overweging 4 bis (nieuw)

 

(4 bis) De samenwerking van de Gemeenschap moet bijdragen aan het algemene doel bestaande uit het ontwikkelen en consolideren van de democratie en de rechtsstaat, en het doel de mensenrechten en fundamentele vrijheden te respecteren.

Motivering

Door de uitbreiding van de geografische dekking van het instrument is het, net als bij andere instrumenten, noodzakelijk deze clausule op te nemen die de bewoording van artikel 181a zelf weerspiegelt.

Amendement 4

Overweging 5 bis (nieuw)

 

(5 bis) Om de doelstellingen van deze verordening te behalen, dient een gedifferentieerde aanpak te worden nagestreefd die afhankelijk is van de economische, sociale en politieke context, en daarbij samenwerking na te streven met partnerlanden of regio's met specifieke, op maat gemaakte programma's op basis van hun specifieke situatie en de specifieke belangen, strategieën en prioriteiten van de Gemeenschap.

Motivering

De diversificatie van activiteiten en, in het bijzonder, de uitbreiding van de geografische dekking vormen een kans maar ook een grote uitdaging. De realiteit is dat de nieuwe verordening een zeer heterogene groep landen en activiteiten zal samenbrengen. Vandaar de noodzaak om het "differentiatieprincipe" in te voeren in zowel de overwegingen als in het artikel (3) over algemene principes: een beoordeling van de specifieke situatie van de partnerlanden en de specifieke belangen van de Gemeenschap in een bepaald land moet de eerste stap zijn om te beslissen welk type samenwerking precies ontwikkeld moet worden met een partnerland.

Amendement 5

Overweging 6 bis (nieuw)

 

(6 bis) Bij de invoering van de samenwerking van de Gemeenschap zijn een grotere complementariteit en een betere harmonisatie, afstemming en coördinatie van de procedures, zowel tussen de Gemeenschap en de lidstaten als in relaties met andere actoren, essentieel om de consistentie en de effectiviteit van de samenwerking te garanderen.

Motivering

Zoals bij andere instrumenten voor externe hulp, moet het complementariteitsprincipe worden opgenomen in zowel de overwegingen als het artikel over de algemene principes.

Amendement 6

Artikel 1, lid 1

1. De communautaire hulp ondersteunt de economische, financiële en technische samenwerking, en andere onder haar toepassingsgebied vallende vormen van samenwerking met geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen.

1. De communautaire financiering ondersteunt de economische, financiële en technische samenwerking, en andere onder haar toepassingsgebied vallende vormen van samenwerking met de geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen als opgenomen in Bijlage 1.

Motivering

Een verwijzing naar hulp is zeer misleidend in dit instrument. Het begrip financiering verduidelijkt en vereenvoudigt de tekst. Ten einde de geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen precies af te bakenen, is een verwijzing naar de officiële lijst wenselijk.

Amendement 7

Artikel 1, lid 2

2. De samenwerking met deze landen en gebieden wil in de eerste plaats specifiek ingaan op de noodzaak om de banden met deze landen en gebieden aan te halen en met hen nader overleg te plegen op bilaterale, regionale dan wel multilaterale basis. De samenwerking zal een gunstiger klimaat helpen scheppen voor de uitbouw van de betrekkingen tussen de Gemeenschap en deze landen en gebieden, alsook de dialoog en de strategische belangen van de Gemeenschap in die landen en gebieden bevorderen.

2. Samenwerking tussen de Gemeenschap en partnerlanden wordt nagestreefd overeenkomstig titel XXI van het Verdrag. Het hoofddoel van een dergelijke samenwerking met deze landen en gebieden is specifiek ingaan de banden met deze landen en gebieden aan te halen en met hen nader overleg te plegen op de in artikel 4 opgesomde gebieden op bilaterale, regionale dan wel multilaterale basis om een gunstiger klimaat te scheppen voor de uitbouw van de betrekkingen tussen de Gemeenschap en deze landen en gebieden, alsook de doeltreffende dialoog en de belangen van de Gemeenschap in die landen en gebieden te bevorderen.

Motivering

Het voorgestelde ontwerp kent verschillende problemen. Ten eerste is het noodzakelijk de doelstellingen binnen de juiste verdragsbepalingen in te kaderen. Ten tweede is het begrip "strategische belangen" onnodig politiek of zelfs geopolitiek. Ten derde moeten de belangen van de Gemeenschap alle samenwerking onder dit instrument bezielen.

Amendement 8

Artikel 2, lid 2

2. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder geïndustrialiseerde en andere landen en gebieden met een hoog inkomen verstaan, de in bijlage 1 opgenomen landen en gebieden, hierna "partnerlanden" genoemd. In naar behoren gerechtvaardigde gevallen en teneinde de regionale samenwerking te bevorderen, kan de Commissie, wanneer zij actieprogramma's als bedoeld in artikel 6 goedkeurt, evenwel besluiten dat niet in bijlage 1 opgenomen landen in aanmerking kunnen worden genomen, indien het uit te voeren project of programma een regionaal of grens­overschrijdend karakter heeft. In de in artikel 5 bedoelde meerjarenprogramma's voor samen­werking kan in deze mogelijkheid worden voorzien. De Commissie wijzigt deze lijst in overeen­stemming met de herziening waaraan de OESO/DAC de lijst van ontwikkelingslanden regelmatig onderwerpt, en stelt de Raad daarvan in kennis.

2. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder geïndustrialiseerde en andere landen en gebieden met een hoog inkomen verstaan, de in bijlage 1 opgenomen landen en gebieden, hierna "partnerlanden" genoemd. In naar behoren gerechtvaardigde gevallen en teneinde de regionale samenwerking te bevorderen, kan de Commissie, met voorafgaande goedkeuring van het Europees Parlement, wanneer zij actieprogramma's als bedoeld in artikel 6 goedkeurt, evenwel besluiten dat niet in bijlage 1 opgenomen landen in aanmerking kunnen worden genomen, indien het uit te voeren project of programma een regionaal of grens­overschrijdend karakter heeft. In de in artikel 5 bedoelde meerjarenprogramma's voor samen­werking kan in deze mogelijkheid worden voorzien. Elke wijziging van de lijst van Bijlage 1 die voortvloeit uit de herziening waaraan de OESO/DAC de lijst van ontwikkelingslanden regelmatig onderwerpt, wordt door de Commissie ter kennis van het Europees Parlement en de Raad gebracht voordat de Commissie de vereiste wijzigingen aanbrengt.

Motivering

Bij wijzigingen van het toepassingsgebied van de verordening wordt het Europees Parlement betrokken.

Amendement 9

Artikel 3, lid -1 (nieuw)

 

-1. De Gemeenschap is opgericht op basis van de waarden democratie, de rechtsstaat, goed bestuur, eerbiediging van de mensenrechten, duurzame ontwikkeling en fundamentele vrijheden en beoogt door middel van dialoog en samenwerking in partnerlanden het streven naar deze waarden te ontwikkelen en te consolideren.

Motivering

Door de uitbreiding van de geografische dekking van het instrument is het, net als andere instrumenten, noodzakelijk deze clausule in te voeren die is opgenomen door INTA en DCEC1.

Amendement 10

Artikel 3, lid 1

1. Op grond van deze verordening gefinancierde maatregelen hebben betrekking op de met name in de instrumenten, overeenkomsten, verklaringen en actieplannen tussen de Gemeenschap en de partnerlanden opgenomen samenwerkingsgebieden, alsook op gebieden die voor de Gemeenschap van strategisch belang zijn.

1. Op grond van deze verordening gefinancierde maatregelen zijn in overeenstemming met de in de instrumenten, overeenkomsten, verklaringen en actieplannen tussen de Gemeenschap en de partnerlanden opgenomen samenwerkingsdoeleinden, alsook met de eigen belangen van de Gemeenschap.

Motivering

Met dit amendement wordt verduidelijkt dat activiteiten die relevant zijn voor de belangen van de Gemeenschap, moeten worden nagestreefd overeenkomstig de in de relevante instrumenten opgenomen doeleinden.

Amendement 11

Artikel 3, lid 2

2. Bij de uitvoering van maatregelen op grond van deze verordening ziet de Commissie erop toe dat de samenwerkingsprojecten juridisch en qua inhoud verenigbaar zijn met andere relevante beleids­maatregelen van de Gemeenschap.

2. Voor alle maatregelen die worden gefinancierd onder, en alle samenwerkingsgebieden die worden gedekt door deze verordening ziet de Commissie erop toe dat de samenwerking juridisch en qua inhoud verenigbaar is met de verschillende gebieden van externe actie en andere relevante beleidsmaatregelen van de Gemeenschap. Een dergelijke coherentie wordt gegarandeerd door het formuleren van beleid, strategische planning en de programmering en implementatie van maatregelen.

Motivering

Het algemene coherentieprincipe moet, zoals in andere instrumenten voor externe hulp, worden opgenomen in de tekst.

Amendement 12

Artikel 3, lid 2 bis (nieuw)

 

2 bis. Voor de implementatie van deze verordening is het noodzakelijk een gedifferentieerde aanpak na te streven die afhankelijk is van de economische, sociale en politieke context, en daarbij samenwerking na te streven met partnerlanden of regio's met specifieke, op maat gemaakte programma's op basis van hun specifieke situatie en de specifieke belangen, strategieën en prioriteiten van de Gemeenschap.

Motivering

De diversificatie van activiteiten en, in het bijzonder, de uitbreiding van de geografische dekking is een kans maar ook een grote uitdaging. De realiteit is dat de nieuwe verordening een zeer heterogene groep landen en activiteiten zal samenbrengen. Zodoende de noodzaak om het "differentiatieprincipe" in te voeren in zowel de overwegingen als in het artikel (3) over algemene principes.

Amendement 13

Artikel 3, lid 2 ter (nieuw)

 

2 ter. De Gemeenschap en de lidstaten verbeteren de coördinatie en de complementariteit van hun beleid, programma's en implementatie van maatregelen met partnerlanden en regio's.

Motivering

Het complementariteitsprincipe moet, zoals in andere instrumenten voor externe hulp, worden opgenomen in zowel de overwegingen als in het artikel over algemene principes.

Amendement 14

Artikel 4, inleidende formule

De communautaire hulp strekt ter ondersteuning van samenwerkingsacties die in overeenstemming zijn met artikel 1 en aan het algemene doel, de werkingssfeer, de doelstellingen en de algemene beginselen van deze verordening beantwoorden. Bijzondere aandacht gaat uit naar acties op de volgende samenwerkingsgebieden:

De communautaire financiering strekt ter ondersteuning van acties die in overeenstemming zijn met artikel 1 en aan het algemene doel, de werkingssfeer, de doelstellingen en de algemene beginselen van deze verordening beantwoorden. De financiering door de Gemeenschap omvat de volgende soorten activiteiten:

Motivering

Verduidelijkt dat de samenwerking in de vorm van financiering geschiedt. De soorten activiteiten die worden gefinancierd, moeten zorgvuldig en duidelijk worden gedefinieerd. Het woord activiteit wordt gebruikt in artikel 10, lid 3 en lijkt geschikter. Het amendement vereenvoudigt ook de tekst en schrapt het "open einde" van de originele tekst.

Amendement 15

Artikel 4, punt 1

(1) de bevordering van samenwerking, partnerschappen en gezamenlijke ondernemingen tussen economische, academische en wetenschappelijke actoren in de Gemeenschap en de partnerlanden;

(1) de bevordering van samenwerking, partnerschappen en gezamenlijke ondernemingen tussen economische, academische en wetenschappelijke actoren, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, in de Gemeenschap en de partnerlanden;

Motivering

Kleine en middelgrote ondernemingen moeten een specifieke rol vervullen in handelsgerelateerde activiteiten, met name economische partnerschappen.

Amendement 16

Artikel 4, punt 3

(3) de bevordering van dialoog tussen politieke, economische en sociale actoren en andere niet-gouvernementele organisaties uit relevante sectoren in de Gemeenschap en de partnerlanden;

(3) de bevordering van dialoog tussen politieke, economische en sociale actoren waaronder kleine en middelgrote bedrijven en andere niet-gouvernementele organisaties uit relevante sectoren in de Gemeenschap en de partnerlanden;

Motivering

Kleine en middelgrote bedrijven moeten een specifieke rol spelen in handelsgerelateerde activiteiten.

Amendement 17

Artikel 5, lid 1

1. Maatregelen ter bevordering van de samenwerking op grond van deze verordening worden uitgevoerd in het kader van de meerjarenprogramma's voor samenwerking op de desbetreffende gebieden met alle of een aantal partnerlanden. De Commissie stelt de meerjarenprogramma's voor samenwerking op en bepaalt het toepassingsgebied ervan.

1. Alle maatregelen ter bevordering van de samenwerking op grond van deze verordening worden uitgevoerd in het kader van de meerjarenprogramma's voor samenwerking op de gebieden waarnaar verwezen wordt in artikel 4 met alle of een aantal partnerlanden. De Commissie stelt, na raadpleging van het Europees Parlement, de meerjarenprogramma's voor samenwerking op en bepaalt het toepassingsgebied ervan.

Motivering

Alle maatregelen moeten zonder uitzondering deel uitmaken van een of ander meerjarig samenwerkingsprogramma. In dit artikel moet worden verwezen naar artikel 4 (samenwerkingsgebieden). Voor het Europees Parlement moet een rol zijn weggelegd.

Amendement 18

Artikel 5, lid 2

2. Samenwerkingsprogramma's worden ten hoogste voor de geldigheidsduur van deze verordening opgesteld. Zij leggen de strategische belangen en prioriteiten van de Gemeenschap en de algemene doelstellingen en verwachte resultaten vast. Zij bepalen tevens de gebieden die voor communautaire financiering in aanmerking komen en bevatten een indicatieve financiële toewijzing van de middelen, als totaal genomen, per prioriteitengebied en per partnerland of groep van partnerlanden voor de betrokken periode. Een en ander kan met een zekere marge worden aangegeven. Samenwerkingsprogramma's worden onderworpen aan een herziening halverwege de looptijd of indien nodig aan ad hoc-herzieningen.

2. Meerjarige samenwerkingsprogramma's worden ten hoogste voor de geldigheidsduur van deze verordening opgesteld. Zij leggen de strategische belangen en prioriteiten van de Gemeenschap en de algemene doelstellingen en te behalen resultaten vast. Zij bepalen tevens de gebieden die voor communautaire financiering in aanmerking komen en bevatten een indicatieve financiële toewijzing van de middelen, als totaal genomen, per prioriteitengebied en per partnerland of groep van partnerlanden voor de betrokken periode. Een en ander kan met een zekere marge worden aangegeven. Meerjarige samenwerkingsprogramma's worden onderworpen aan een herziening halverwege de looptijd, op verzoek van het Europees Parlement of, indien nodig, ad hoc.

Motivering

In de hele verordening moet consequent naar "Samenwerkingsprogramma's" worden verwezen als "Meerjarige samenwerkingsprogramma's". Er zijn striktere bewoordingen nodig wat betreft de te behalen resultaten. De rol van het Europees Parlement moet worden versterkt.

Amendement 19

Artikel 5, lid 3

3. Samenwerkingsprogramma's en herzieningen daarvan worden door de Commissie goedgekeurd volgens de beheersprocedure, bedoeld in artikel 14, lid 2.

3. Meerjarige samenwerkingsprogramma's en herzieningen daarvan worden door de Commissie goedgekeurd volgens de beheersprocedure, bedoeld in artikel 14, lid 2.

Motivering

Zie het amendement op artikel 5, paragraaf 2.

Amendement 20

Artikel 6, lid 3

3. De actieprogramma's worden door de Commissie goedgekeurd volgens de beheersprocedure, bedoeld in artikel 14, lid 2. Voor wijzigingen van actieprogramma's, zoals technische aanpassingen, verlenging van de uitvoeringstermijn, herschikking van kredieten tussen geplande maatregelen binnen de begroting, verhoging of vermindering van de begroting met een bedrag van minder dan 20% van de oorspronkelijke begroting, hoeft geen beroep te worden gedaan op deze procedure, voor zover deze wijzigingen in overeenstemming zijn met de oorspronkelijke, in de actie­programma's vastgestelde doelstellingen.

3. De jaarlijkse actieprogramma's worden door de Commissie goedgekeurd volgens de beheersprocedure, bedoeld in artikel 14, lid 2. Voor wijzigingen van actieprogramma's, zoals technische aanpassingen, verlenging van de uitvoeringstermijn, herschikking van kredieten tussen geplande maatregelen binnen de begroting, verhoging of vermindering van de begroting met een bedrag van minder dan 20% van de oorspronkelijke begroting, hoeft geen beroep te worden gedaan op deze procedure, voor zover deze wijzigingen in overeenstemming zijn met de oorspronkelijke, in de actie­programma's vastgestelde doelstellingen.

Motivering

Actieprogramma's waarnaar wordt verwezen in artikel 6 zijn "jaarlijkse" actieprogramma's.

Amendement 21

Artikel 7, punt 2

(2) Partnerlanden en hun instellingen en gedecentraliseerde organen;

(2) Partnerlanden en -regio's en hun instellingen en gedecentraliseerde organen;

Motivering

Net als in andere instrumenten voor externe hulp is er geen reden om "regio's" uit te sluiten.

Amendement 22

Artikel 9, lid 3

3. De Commissie keurt ondersteunende maatregelen die niet in een meerjarenprogramma zijn opgenomen goed en stelt de lidstaten daarvan in kennis.

3. De Commissie keurt ondersteunende maatregelen die niet in een meerjarenprogramma zijn opgenomen goed en stelt de lidstaten en het Europees Parlement daarvan in kennis.

Motivering

Ondersteunende maatregelen die niet onder de meerjarenprogramma's vallen, worden gedetailleerder beschreven en er moet een rol voor het Europees Parlement zijn weggelegd.

Amendement 23

Artikel 10, lid 1, letter a)

a) Lidstaten, met name hun overheids- of semi-overheidsinstanties;

a) Lidstaten en hun regionale en lokale autoriteiten, en met name hun overheids- of semi-overheidsinstanties;

Motivering

Net als in andere instrumenten voor externe hulp is er geen reden om "regio's" en "lokale autoriteiten" uit te sluiten.

Amendement 24

Artikel 11 ter (nieuw)

 

Artikel 11 ter

 

De financiële belangen van de Gemeenschap beschermen

 

1. Iedere overeenkomst die resulteert uit deze verordening dient bepalingen te bevatten ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, in het bijzonder met betrekking tot onregelmatigheden, fraude, corruptie en andere illegale activiteiten, overeenkomstig de Verordeningen van de Raad (EG, Euratom) 2988/95 van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschap1 en 2185/96 van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden2, alsmede Verordening (EG) 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende de door het Europees bureau voor fraudebestrijding (OLAF) verrichte onderzoeken3.

 

2. Overeenkomsten moeten de Commissie en de Rekenkamer uitdrukkelijk het recht geven controles uit te voeren, waaronder boekencontroles en controles ter plaatse, van iedere aannemer of onderaannemer die fondsen van de Gemeenschap heeft ontvangen. Zij moeten tevens de Commissie uitdrukkelijk machtigen controles en inspecties ter plaatse uit te voeren zoals bepaald bij Verordening (Euratom, EG) 2185/1996.

 

3. Alle contracten die resulteren uit de implementatie van hulp moeten de rechten van de Commissie en de Rekenkamer onder paragraaf 2 tijdens en na de uitvoering van de contracten zekerstellen.

 

__________

1 PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.

2 PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

3 PB L 136 van 31.5.1999, blz.. 1.

Motivering

Net als in andere instrumenten voor externe hulp, is dit artikel belangrijk genoeg om expliciet te worden opgenomen.

Amendement 25

Artikel 12, lid 1

1. De Commissie evalueert geregeld de uit hoofde van deze Verordening gefinancierde maatregelen en programma’s, om na te gaan of de doelstellingen zijn verwezenlijkt en om aanbevelingen te kunnen opstellen voor de verbetering van toekomstige operaties.

1. De Commissie evalueert geregeld de uit hoofde van deze Verordening gefinancierde maatregelen en programma’s, om na te gaan of de mate van verwezenlijking van de oorspronkelijk vastgelegde doelstellingen, de rentabiliteit van de door de Gemeenschap gefinancierde maatregelen en de weerslag ervan bevredigend zijn geweest. Op deze basis stelt de Commissie aanbevelingen op voor de verbetering van toekomstige operaties.

Motivering

Om toekomstige maatregelen te verbeteren moet de Commissie niet alleen evalueren of de doelstellingen zijn gehaald, maar ook in welke mate dit is gebeurd en of de maatregelen rendabel zijn geweest.

Amendement 26

Artikel 12, punt 1 bis (nieuw)

 

(1 bis) De evaluatierapporten worden indien nodig uitgevoerd door middel van onafhankelijke externe evaluaties of op verzoek van het Europees Parlement of de Raad.

Motivering

Dit belangrijke voorbehoud, dat bijvoorbeeld in DCECI/DCI is opgenomen, moet worden toegevoegd aan de wetstekst.

Amendement 27

Artikel 12, punt 2 bis (nieuw)

 

(2 bis) De Commissie verenigt alle relevante betrokken partijen, waaronder ook niet-overheidsactoren, in de evaluatiefase van de samenwerking van de Gemeenschap waarin wordt voorzien onder de verordening.

Motivering

Dit belangrijke voorbehoud, dat bijvoorbeeld in DCECI/DCI is opgenomen, moet worden toegevoegd aan de wetstekst.

Amendement 28

Artikel 12, punt 2 ter (nieuw)

 

(2 ter) Een beperkt deel van de jaarbegroting wordt gebruikt ter financiering van de evaluatiestudies van de acties en de programma's die zijn uitgevoerd in het kader van deze verordening.

Motivering

Dit belangrijke voorbehoud, dat bijvoorbeeld in DCECI/DCI is opgenomen, moet worden toegevoegd aan de wetstekst.

Amendement 29

Artikel 13

De Commissie onderzoekt de vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van de uit hoofde van deze verordening genomen maatregelen en legt het Europees Parlement en de Raad om de twee jaar een jaarverslag over de tenuitvoerlegging van deze verordening voor. Het verslag bevat de resultaten van de uitvoering van de begroting en beschrijft de acties en programma's die zijn gefinancierd.

De Commissie onderzoekt de vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van de uit hoofde van deze verordening genomen maatregelen en legt het Europees Parlement en de Raad om de twee jaar een gedetailleerd jaarverslag over de tenuitvoerlegging van deze verordening voor. Het verslag bevat de resultaten van de uitvoering van de begroting en beschrijft alle acties en programma's die zijn gefinancierd, en bevat voor zover mogelijk de belangrijkste resultaten en effecten van de samenwerkingsacties en programma's.

Motivering

In de toekomstige verslagen moet meer worden gedetailleerd en deze moeten een verwijzing bevatten naar de belangrijkste resultaten en effecten van de samenwerkingsacties en programma's.

Amendement 30

Artikel 14, lid 4

4. De Commissie brengt het Europees Parlement regelmatig op de hoogte van de werkzaamheden van het comité en stelt de ter zake doende documenten, inclusief de agenda, de ontwerpen van maatregelen en beknopte verslagen van de vergaderingen, ter beschikking.

4. De Commissie brengt het Europees Parlement regelmatig op de hoogte van de werkzaamheden van het comité en stelt de ter zake doende documenten, inclusief de agenda, de ontwerpen van maatregelen en gedetailleerde verslagen van de vergaderingen, ter beschikking.

Motivering

Het Europees Parlement moet terdege worden geïnformeerd.

Amendement 31

Artikel 15

De communautaire kredieten die nodig worden geacht voor de uitvoering van de in deze verordening vastgestelde acties, worden door de begrotingsautoriteit op jaarbasis goedgekeurd binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten.

Het financiële referentiebedrag voor de implementatie van deze verordening voor de periode 2007-2013 bedraagt 172 miljoen euro. De communautaire kredieten die nodig worden geacht voor de uitvoering van de in deze verordening vastgestelde acties, worden door de begrotingsautoriteit op jaarbasis goedgekeurd binnen de grenzen van het financieel kader.

Motivering

Dit amendement bevat het financiële referentiebedrag voor dit instrument dat is opgenomen in de overeenkomst over het Financieel kader 2007-2013.

Amendement 32

Artikel 15 bis (nieuw)

 

Artikel 15 bis

Herziening

 

Uiterlijk op 31 december 2010 dient de Commissie een rapport in bij het Europees Parlement en de Raad waarin de tenuitvoerlegging van deze verordening in de eerste drie jaar wordt geëvalueerd, met, indien nodig, een wetsvoorstel waarin de vereiste wijzigingen worden gepresenteerd.

Motivering

Er is geen reden de "herzieningsclausule" te vergeten, die is opgenomen in de andere instrumenten voor externe hulp, vooral gezien de substantiële wijzigingen die worden ingevoerd door dit nieuwe voorstel.

(1)

Nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad.


TOELICHTING

I. Institutionele achtergrond: van DCECI tot ICI

Als commissie die verantwoordelijk is voor "financiële, economische en handelsrelaties met derde landen" (dat wil zeggen zowel ontwikkelingslanden als niet-ontwikkelingslanden), is de Commissie internationale handel (INTA) betrokken geweest bij het parlementaire onderzoek naar de vier nieuwe financieringsinstrumenten. INTA had bijzondere belangstelling voor het voorstel voor een verordening ter instelling van een financieringsinstrument voor ontwikkeling en economische samenwerking (DCECI), qua financiering en toepassingsgebied het grootste van de nieuwe instrumenten voor externe hulp, evenals op het gebied van kwesties gerelateerd aan "economische samenwerking" in het algemeen.

Het DCECI werd oorspronkelijk verwezen naar de Commissie ontwikkeling (DEVE) als leidende commissie en naar de INTA voor advies met uitgebreide samenwerking. In maart 2005 werd dit voorstel verworpen door een unanieme stemming in DEVE, gesteund door drie unanieme adviezen, waaronder het eerste advies van INTA(1). In die tijd kon uw rapporteur niet anders dan concluderen dat het voorstel onaanvaardbaar was, hoofdzakelijk vanwege de substantiële uitholling van de bevoegdheden van het Parlement.

Na de eerste verwerping in de commissie werden onderhandelingen en trilaterale bijeenkomsten (Europees Parlement, Raad en Commissie) gehouden om de hervorming van de instrumenten te bespreken. In december 2005 oordeelde DEVE dat er voldoende progressie aan de onderhandelingstafel was geboekt om een verzoek in te dienen het rapport terug te verwijzen naar de commissie voor onderzoek binnen de normale gang van zaken van de medebeslissingsprocedure. Uw rapporteur presenteerde toen het tweede ontwerpadvies dat vervolgens werd aangenomen door INTA(2). In tegenstelling tot het standpunt van de Commissie ontwikkeling voerde uw rapporteur aan dat zowel economische samenwerking als ontwikkelingssamenwerking in een en dezelfde verordening opgenomen moeten blijven, zoals voorgesteld door de Commissie. De stemming in INTA bevestigde deze logica van de "twee hoofdstukken - een instrument". Door economische samenwerking en ontwikkelingssamenwerking onder één, door middel van medebeslissing gekozen instrument onder te brengen, zou het Parlement aan medebeslissing winnen op het gebied van economische samenwerking, zoals was gevraagd door het Parlement en werd bepaald in het Constitutioneel Verdrag.

Ondanks het advies van INTA stemde het Europees Parlement in de loop van de interinstitutionele onderhandelingen in met de Raad over de verdeling van de DCECI in twee onderscheidende en afzonderlijke instrumenten: een voor de samenwerking met ontwikkelingslanden en een voor samenwerking met geïndustrialiseerde (ontwikkelde) landen, wat het onderwerp is van het huidige rapport waarvoor INTA de leidende commissie is.

II. Het nieuwe voorstel: belangrijke veranderingen

Het voorstel van de Raad (gebaseerd op de ontwerptekst van de Commissie) voor een nieuwe verordening vervangt verordening 382/2001 van de Raad die verondersteld wordt af te lopen op 31 december 2007. Dit is grotendeels in overeenstemming met de Mededeling over het thematisch programma voor samenwerking met de industrielanden en andere landen met hoog inkomen in het kader van de toekomstige financiële vooruitzichten (2007-2013) van de Commissie, gedaan in januari.

Het nieuwe voorstel introduceert een aantal substantiële wijzigingen die het onderscheiden van de bestaande verordening.

1. Wijziging van juridische grondslag

In de eerste plaats is daar de wijziging van de juridische grondslag: van artikel 133 in de oude verordening naar het nieuwe artikel 181a (geïntroduceerd door het Verdrag van Nice) dat specifiek betrekking heeft op economische, financiële en technische samenwerking met derde landen.

2. Bredere geografische dekking

Een van de opvallendste wijzigingen in de voorgestelde verordening is de uitbreiding van de geografische dekking van de huidige 6 OECD-landen US, CAN, AUS, JAP, NZ, KOREA naar een meer heterogene groep van 17 landen, waaronder de pas geïndustrialiseerde landen uit Azië - Singapore, Brunei, Hong Kong, Taipei, Macao en de landen van de Raad voor samenwerking van de Golfstaten - Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Oman en Bahrein. Bij wijze van uitzondering wordt ook overwogen samenwerking met de tweede resterende landen van de Raad voor samenwerking van de Golfstaten (Saoedi-Arabië en Katar), die door de OECD DAG nog steeds te boek staan als ontwikkelingslanden ("hogere-middeninkomenslanden") ook uit te voeren onder dit instrument.

3. Diversificatie van activiteiten en doelstellingen

De grondreden van het instrument verschuift ook van een tweevoudige logica (gebaseerd op (a) de ontwikkeling van projecten gericht op de versterking van de bilaterale samenwerking met alle partnerlanden over een brede waaier van gebieden en, b) de bevordering van de handelsrelaties uitsluitend gericht op Japan en Korea) naar een enkel kader voor het verbreden en verdiepen van de samenwerking en betrokkenheid met alle partnes. In overeenstemming met de prioriteiten voor samenwerking met geïndustrialiseerde landen die worden genoemd in de Mededeling over de thematische programma's, zal de voorgestelde verordening programma's en projecten financieren die voldoen aan de volgende operationele hoofddoelen:

1. Openbare diplomatie en reikwijdte

2. Bevordering van economisch partnerschap en business

3. Relaties tussen mensen/onderwijssamenwerking

4. Dialogen

5. Evaluatie en kleinschalige samenwerkingsprojecten

Als resultaat van de nieuwe logica zouden programma's die worden gefinancierd onder de bestaande verordening zoals inter alia, het zeer succesvolle Executive Training Programme voor Japan en Korea en het EU Gateway to Japan-programma kunnen worden uitgebreid naar andere landen.

Tegelijkertijd wil uw rapporteur de mogelijkheid benadrukken om het bestaande netwerk van EU-centra uit te breiden naar een bredere waaier van landen als centra van uitmuntendheid waardoor de zichtbaarheid en het profiel van de Unie verhoogd kunnen worden.

De diversificatie van activiteiten en, in het bijzonder, de uitbreiding van de geografische dekking vormen een kans maar ook een grote uitdaging. In tegenstelling tot de huidige verordening zal de nieuwe verordening een zeer heterogene groep landen en activiteiten samenbrengen. De Commissie zal daarom moeten aantonen dat de bevordering van de gediversifieerde bilaterale samenwerking met zeer diverse geïndustrialiseerde landen en andere landen met een hoog inkomen binnen een enkel instrument inderdaad, zoals vermeld in overweging 5 van het voorstel, schaaleconomieën, synergie-effecten, grotere effectiviteit en zichtbaarheid voor de actie van de Gemeenschap mogelijk zal maken.

4. Financiële envelop

Om de toegenomen geografische dekking en de uitbreiding van het toepassingsgebied te verwezenlijken, is een aanzienlijke stijging (van 16 miljoen euro naar 22,2 euro per jaar) in de begrotingsmiddelen aan dit instrument toegekend, zoals bepaald in de VOB en OB 2007. Deze stijging is redelijk en welkom. Volgens de huidige en vroegere geraamde uitgaven werd ongeveer 2/3 van de fondsen bestemd voor de EU-centra, het ETP en het Gateway Programme. Het is te verwachten dat de grotere meerderheid van de nieuwe fondsen aan de nieuwe partnerlanden wordt toegewezen.

5. Programma's en de noodzaak van een studie ter beoordeling van de urgente behoeften

Met de komst van het nieuwe instrument zal de Commissie voor het eerst quasi-standaard programmeringspraktijken introduceren op dit gebied van activiteiten van economische samenwerking die onder het vorige instrument op een meer ad hoc-basis werden beheerd. Uw rapporteur verwelkomt deze ontwikkeling aangezien programmering vertaald zou moeten worden in meer transparante, effectieve en efficiënte projecten en programma's.

De Commissie moet het Parlement zo snel mogelijk informeren over het aantal en de aard van de meerjarige samenwerkingsprogramma('s) die zij kiest. Echter, voor de programmering dient, gezien de diversificatie en uitbreiding van de samenwerking (in het bijzonder economische samenwerking) voor een aantal van de nieuwe landen een uitgebreide studie ter beoordeling van de urgente behoeften te worden uitgevoerd om de programmeringsfase te vormen en te begeleiden, vooral met betrekking tot de activiteiten in de nieuwe landen.

 III. Amendementen

De amendementen die zijn ingediend door de rapporteur kunnen worden samengevat in 3 hoofdregels:

Ten eerste het ontwerp van het voorstel verduidelijken en vereenvoudigen; ten tweede het voorstel in overeenstemming brengen met andere externe instrumenten voor financiële bijstand; en ten derde het onderzoek van het Parlement over dit instrument en de betrokkenheid bij de programmering verbeteren.

1. Het voorstel verscherpen en verduidelijken

Een aantal amendementen wordt ingevoerd ten behoeve van de duidelijkheid en de consistentie van sommige aspecten van de bewoording van het voorstel. Uw rapporteur vindt voornamelijk het begrip "strategische belangen" van de EU problematisch in een wetstekst. Uw rapporteur stemt in principe in met de opvattingen van de Commissie over de aard van dit instrument dat, in tegenstelling tot andere "hulp" instrumenten, ook de behoeften en belangen van de EU moet weerspiegelen. Toch is het begrip "strategische belangen" onnodig politiek of zelfs geopolitiek.

2. ICI in overeenstemming brengen met andere externe instrumenten

Uw rapporteur heeft een aantal zeer relevante artikelen/clausules/overwegingen ingevoegd die zijn opgenomen in andere instrumenten voor externe hulp:

Herzieningsclausule

Gezien de substantiële wijzigingen die zijn ingevoerd in het nieuwe voorstel, met de uitbreiding van 6 tot 17 landen, is er geen reden om de "herzieningsclausule" te vergeten die is opgenomen in de andere instrumenten voor externe hulp. Dit voorstel is een nieuw begin, dat gepaard gaat met nieuwe landen en activiteiten. Het kan zijn dat de Commissie zelf aanpassingen wil voorstellen voor de tussentijdse herziening.

Mensenrechten/democratie clausule

Met de uitbreiding van de geografische dekking van het instrument is het, net als in andere instrumenten, noodzakelijk een Mensenrechten/democratie clausule op te nemen. De bewoording in de voorgestelde nieuwe overweging weerspiegelt de bewoording van artikel 181a zelf.

Uw rapporteur ziet geen reden om deze hier niet op te nemen, vooral gezien de heterogene groep landen waarmee de EU van plan is de samenwerking te ontwikkelen: pas geïndustrialiseerde landen uit Azië zoals Singapore, Brunei, Hong Kong, Taipei, Macao of de landen van de Raad voor samenwerking van de Golfstaten - de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Oman en Bahrein of Saoedi-Arabië.

Algemene principes

De sectie over algemene principes is incompleet: complementariteit en coherentie van samenwerking zijn twee belangrijke principes die opgenomen moeten worden.

De nieuwe verordening zal een zeer heterogene groep landen en activiteiten samenbrengen. Vandaar de noodzaak om het "differentiatieprincipe" in te voeren in zowel de overwegingen als in het artikel (3) over algemene principes: een beoordeling van de specifieke situatie van de partnerlanden en de specifieke belangen van de Gemeenschap in een bepaald land moet de eerste stap zijn om te beslissen welk type samenwerking precies ontwikkeld moet worden met een partnerland.

De financiële belangen van de Gemeenschap beschermen

Het specifieke artikel over de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap moet worden opgenomen zoals in andere instrumenten voor externe hulp.

3. De rol van het Parlement

Uw rapporteur is van mening dat de rol van het Europees Parlement versterkt moet worden wat betreft de evaluatie, de rapporteringsmechanismen en de betrokkenheid bij een gestructureerde dialoog over meerjarige samenwerkingsprogramma's.

(1)

PE 355.337v02-00 van 13.3.2006.

(2)

PE 360.000v03-00 van 21.3.2006.


PROCEDURE

Titel

Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de samenwerking met industrielanden en andere landen en gebiedsdelen met een hoog inkomen

Document- en procedurenummers

118773/2006 - C6-0265/2006 - 2006/0807(CNS)

Datum raadpleging EP

1.8.2006

Commissie ten principale
  Datum bekendmaking

INTA
5.9.2006

Medeadviserende commissie(s)
  Datum bekendmaking

AFET
5.9.2006

DEVE
5.9.2006

BUDG
5.9.2006

 

 

Geen advies
  Datum besluit

AFET
10.10.2006

DEVE
6.11.2006

BUDG
27.9.2006

 

 

Nauwere samenwerking
Datum bekendmaking

 

 

 

 

Rapporteur(s)
  Datum benoeming

David Martin
11.7.2006

 

Vervangen rapporteur(s)

 

Vereenvoudigde procedure – datum besluit

Betwisting rechtsgrondslag
  Datum JURI-advies

 

 

 

Wijziging financiële voorzieningen
  Datum BUDG-advies

 

 

Raadpleging Europees Economisch en Sociaal Comité – datum EP-besluit

Raadpleging Comité van de regio's – datum EP-besluit

Behandeling in de commissie

11.9.2006

3.10.2006

 

 

Datum goedkeuring

22.11.2006

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

22
0
0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Kader Arif, Jean-Pierre Audy, Enrique Barón Crespo, Jean-Louis Bourlanges, Daniel Caspary, Françoise Castex, Christofer Fjellner, Béla Glattfelder, Jacky Henin, Syed Kamall, Caroline Lucas, Erika Mann, Helmuth Markov, David Martin, Georgios Papastamkos, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Tokia Saïfi, Gianluca Susta

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Panagiotis Beglitis, Harlem Désir, István Szent-Iványi, Mauro Zani

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid  2)

Datum indiening

29.11.2006

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

...

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2006Juridische mededeling