Procedure : 2005/0281(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0466/2006

Ingediende teksten :

A6-0466/2006

Debatten :

PV 12/02/2007 - 14
CRE 12/02/2007 - 14

Stemmingen :

PV 13/02/2007 - 4.6
CRE 13/02/2007 - 4.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0029

VERSLAG     ***I
PDF 649kDOC 661k
15 december 2006
PE 374.384v02-00 A6-0466/2006

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen

(COM(2005)0667 – C6-0009/2006 – 2005/0281(COD))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Caroline Jackson

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen

(COM(2005)0667 – C6-0009/2006 – 2005/0281(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2005)0667)(1),

–   gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 175, lid 1 van het EG­Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0009/2006),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en het advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A6-04662006),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 1 bis t/m 1 quater(nieuw)

 

(1 bis) Elk afvalstoffenbeleid moet in de eerste plaats tot doel hebben de negatieve gevolgen van de productie en het beheer van afvalstoffen voor menselijke gezondheid en milieu tot een minimum te beperken. Afvalwetgeving moet ook gericht zijn op vermindering van het gebruik van hulpbronnen en de praktische toepassing van de afvalstoffenhiërarchie bevorderen.

 

(1 ter) In zijn resolutie van 24 februari 1997 bevestigde de Raad dat afvalpreventie de eerste prioriteit van het afvalstoffenbeheer moet zijn, en dat hergebruik en recycling van materialen de voorkeur moeten krijgen boven terugwinning van energie uit afval, indien en voorzover zij uit milieuoogpunt het beste alternatief zijn.

 

(1 quater) In het Zesde Milieuactieprogramma van de Gemeenschap werden deze doelstellingen bekrachtigd ten einde te komen tot een significante algehele vermindering van de hoeveelheden afval, en op basis daarvan te realiseren streefcijfers vast te stellen.

Motivering

Afvalbeheer moet gericht zijn op het tot een minimum beperken van de gevolgen van de productie en het beheer van afvalstoffen, waardoor weer wordt bijgedragen tot een vermindering van het gebruik van hulpbronnen. Daarom moet een duidelijke hiërarchie in de praktijk worden gebracht en toegepast om de continuïteit van bestaande beleidsdoelstellingen te waarborgen.

Gewezen moet worden op de bestaande grondslag voor de vijf stappen omvattende hiërarchie inzake afvalstoffenbeheer, die begint bij preventie en vervolgens verloopt in volgorde van de meest milieuvriendelijke oplossingen.

In het besluit betreffende het Zesde Milieuactieprogramma zoals dat door het EP en de Raad werd aangenomen, werd de doelstelling van afvalpreventie nog eens vermeld om het belang van een algehele vermindering en de vaststelling van streefcijfers te benadrukken.

Amendement 2

Overweging 6 bis (nieuw)

 

(6 bis) Een transformatie van het huidige systeem van productie en consumptie is dringend noodzakelijk. Belangrijkste doelstelling is de consumptie in een duurzame richting om te buigen en de processen van extractie van grondstoffen, productie en productontwerp zoveel mogelijk met natuurlijke processen en ontwerpen in overeenstemming te brengen.

Amendement 3

Overweging 6 ter (nieuw)

 

(6 ter) De samenleving is primair afhankelijk van producten op basis van een reeks verschillende materialen, namelijk biologische, minerale en synthetische materialen, die vaak worden gecombineerd voor de productie van composietmaterialen. Deze materialen moeten zodanig worden gebruikt en verwerkt dat zij, na afloop van de gebruiksduur van de producten, geen nutteloos afval worden.

Amendement 4

Overweging 10 bis (nieuw)

 

(10 bis) Wetgeving inzake afvalstoffen moet gericht zijn op een beperking van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de toepassing van de afvalhiërarchie begunstigen.

Motivering

De hiërarchie van afvalstoffen moet het fundament vormen van het afvalbeleid, omdat hierbij van milieuoverwegingen wordt uitgegaan. De toepassing van een hiërarchie van afvalstoffen zorgt voor milieuvoordelen, draagt bij aan een efficiënt gebruik van de natuurlijke hulpbronnen en de vermindering van de afhankelijkheid van energie, doordat de productie van afval zo klein mogelijk wordt gehouden en de recycling van afvalstoffen wordt bevorderd.

Amendement 5

Overweging 11

(11) Er moet een definitie van hergebruik worden toegevoegd om het toepassingsgebied van deze handeling binnen het geheel van de afvalverwerking alsook de rol van hergebruik van materialen of producten die onder de definitie van afvalstoffen vallen, te verduidelijken. De definitie van hergebruik dient niet te slaan op het hergebruik van producten die uit de aard der zaak geen afval worden, en dus uitsluitend betrekking te hebben op activiteiten die resulteren in het hergebruik van producten of componenten die afval zijn geworden.

(11) Er moet een definitie van hergebruik worden toegevoegd om het toepassingsgebied van deze handeling in het kader van het EU-beleid inzake afvalbeheer te verduidelijken. Deze definitie moet zodanig worden geformuleerd dat daaronder alle handelingen vallen die in het kader van bestaande EU-wetgeving inzake productspecifieke afvalstoffen als hergebruik zijn gedefinieerd.

Motivering

De nieuwe definities in de Kaderrichtlijn afvalstoffen moeten aansluiten bij bestaande definities in richtlijnen inzake productspecifieke afvalstoffen (definities van 'hergebruik' in Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval (art. 3, lid 5), Richtlijn 2000/53/EG betreffende autowrakken (art. 2, lid 6) en Richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (art. 3, letter d)).

Amendement 6

Overweging 13

(13) De definities van terugwinning en verwijdering moeten worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat tussen beide begrippen een duidelijk onderscheid wordt gemaakt op basis van een reëel verschil qua milieueffect, meer bepaald op basis van de vraag of de handeling leidt tot de vervanging van natuurlijke hulpbronnen in de economie of niet. Bovendien moet in een correctiemechanisme worden voorzien ter verduidelijking van gevallen waarin dit onderscheid in de praktijk moeilijk te maken valt of waarin de indeling van een activiteit als terugwinning niet in overeenstemming is met de reële milieueffecten van de handeling.

(13) De definities van terugwinning en verwijdering moeten worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat tussen beide begrippen een duidelijk onderscheid wordt gemaakt op basis van een reëel verschil qua milieu- en gezondheidseffect, en van de vraag of de handeling leidt tot een te prefereren vervanging van natuurlijke hulpbronnen in de economie of niet. Bovendien moet in een correctiemechanisme worden voorzien ter verduidelijking van gevallen waarin de indeling van een activiteit als terugwinning niet in overeenstemming is met de reële milieueffecten van de handeling.

Motivering

Ook met gezondheidseffecten moet rekening worden gehouden. De vervanging van natuurlijke hulpbronnen door afval is wat betreft het maken van een onderscheid tussen terugwinning en verwijdering te prefereren boven ongeacht welke andere vervanging. Een correctiemechanisme in het kader van de comitologie is alleen acceptabel voor maatregelen gericht tegen zogenaamde terugwinning, maar niet voor de vaststelling van een specifiek onderscheid tussen terugwinning en verwijdering.

Amendement 7

Overweging 14 bis (nieuw)

 

(14 bis) Om bepaalde aspecten van de definitie van afval te verduidelijken zou het ook nuttig zijn om te specificeren wanneer materialen of stoffen die het resultaat zijn van een productie- of extractieproces dat niet in de eerste plaats gericht is op de productie ervan en waarvan de houder niet voornemens is zich te ontdoen maar die hij voornemens is te gebruiken, een nevenproduct worden. De Commissie moet interpretatierichtsnoeren op basis van de bestaande rechtspraak verstrekken. Als dit niet blijkt te volstaan, moet zij indien wenselijk, bijzonder rekening houdend met milieu en gezondheid en de voorwaarden die zijn vastgelegd in de rechtspraak, wetgevingsvoorstellen indienen met duidelijke criteria om per geval te bepalen wanneer de bedoelde materialen en stoffen kunnen worden beschouwd als niet vallende onder de definitie van afval. Bij gebrek aan deze op EU-niveau goedgekeurde maatregelen of Europese rechtspraak die van toepassing is, moeten de materialen of stoffen in kwestie voort als afval worden beschouwd.

Amendement 8

Overweging 15

(15) Het is passend dat de kosten zo worden berekend dat zij de reële kostprijs voor het milieu van de productie en het beheer van het afval weergeven.

(15) Het is passend dat de kosten zo worden berekend dat zij de reële kostprijs voor het milieu van de productie en het beheer van het afval weergeven. Het beginsel "de vervuiler betaalt" en de verantwoordelijkheid van de producent dienen hierbij van toepassing te zijn. Met name de verantwoordelijkheid van individuele producenten, is een instrument dat kan worden ingezet ter bevordering van afvalpreventie, hergebruik en recycling door te waarborgen dat producenten rekening houden met levenscycluseffecten, met inbegrip van de end-of-life-effecten, van hun producten en daar bij hun ontwerpen rekening mee houden.

Motivering

De in het verleden ontwikkelde programma's betreffende afvalpreventie hebben niet aan de verwachtingen beantwoord. De uitdrukkelijke beklemtoning van het beginsel "de vervuiler betaalt" en de verantwoordelijkheid van de producent, moet aansluiten bij de bijzondere betekenis van afvalpreventie. Maatregelen die alleen maar leiden tot grotere administratieve lasten en derhalve tot meer kosten, zonder een dienovereenkomstige ecologische meerwaarde op te leveren, moeten worden afgewezen.

In het Zesde Milieuactieprogramma wordt specifiek aangedrongen op de "nadere uitwerking van de verantwoordelijkheid van de producent", welk beginsel reeds is opgenomen in andere onderdelen van de afvalstoffenwetgeving, met name de AEEA-richtlijn en de richtlijn autowrakken.

Amendement 9

Overweging 16 bis (nieuw)

 

(16 bis) Met behoud van het noodzakelijke niveau van milieubescherming dienen de lidstaten zorg te dragen voor voldoende en kostenefficiënte mogelijkheden voor het beheer van afval afkomstig van recyclingactiviteiten, in het kader waarvan de fundamentele bijdrage van de recyclinginstallaties aan de terugdringing van definitieve verwijdering worden onderkend. Dergelijk restafval vormt een belangrijk knelpunt met betrekking tot verdere uitbreidingen van de recyclingcapaciteit, en de bevoegde autoriteiten dienen de nodige maatregelen te nemen overeenkomstig de doelstelling van het realiseren van een recyclingsamenleving.

Motivering

Meer recycling betekent dat neer restafval ontstaat, waarvoor passende plannen moeten worden ontwikkeld wanneer men een "recyclingsamenleving" tot stand wil brengen.

Amendement 10

Overweging 18

(18) Om de manier waarop afvalpreventieacties in de lidstaten worden ondernomen te verbeteren en de verspreiding van de beste praktijken op dit gebied te vergemakkelijken, is het noodzakelijk de bepalingen inzake afvalpreventie te versterken en van de lidstaten te verlangen dat zij afvalpreventieprogramma's ontwikkelen die zijn toegespitst op de belangrijkste milieueffecten en rekening houden met de hele levenscyclus. Die doelstellingen en maatregelen moeten erop gericht zijn de koppeling tussen economische groei en de milieueffecten die samenhangen met het ontstaan van afval te doorbreken. Overeenkomstig Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad moeten de belanghebbende partijen en het brede publiek inspraak hebben bij het opstellen van de programma's en moeten zij deze na het opstellen ervan kunnen raadplegen.

(18) Om de manier waarop afvalpreventieacties in de lidstaten worden ondernomen te verbeteren en de verspreiding van de beste praktijken op dit gebied te vergemakkelijken, is het noodzakelijk communautaire streefcijfers en maatregelen inzake afvalpreventie vast te stellen en van de lidstaten te verlangen dat zij afvalpreventieprogramma's ontwikkelen die zijn toegespitst op de belangrijkste milieueffecten en rekening houden met de hele levenscyclus. Die doelstellingen en maatregelen moeten erop gericht zijn de koppeling tussen economische groei en de groei van de hoeveelheden afvalstoffen, alsmede de milieu- en gezondheidseffecten die samenhangen met het ontstaan van afval te doorbreken door een nettovermindering tot stand te brengen van de productie van afvalstoffen, alsmede de schadelijkheid en de negatieve gevolgen daarvan. Overeenkomstig Richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad moeten plaatselijke en regionale autoriteiten, alsmede de belanghebbende partijen en het brede publiek inspraak hebben bij het opstellen van de programma's en moeten zij deze na het opstellen ervan kunnen raadplegen.

Motivering

De groei van de hoeveelheden afval heeft nog steeds een niet-duurzaam karakter, en leidt tot een grotere belasting en meer kosten in verband met het afvalbeheer in alle lidstaten van de Europese Unie (en met name in de nieuwe lidstaten).

Preventiestreefcijfers op communautair niveau zijn meer noodzakelijk dan ooit, en zijn op grond van het Zesde Milieuactieprogramma ook vereist. Bovendien is het niet voldoende om de koppeling tussen economische groei en milieueffecten in relatieve zin te doorbreken, omdat dat nog kan neerkomen op een toeneming van de milieueffecten in absolute zin. De maatregelen moeten leiden tot een absolute terugdringing van de productie van afvalstoffen en de daarmee samenhangende negatieve effecten.

Amendement 11

Overweging 18 bis (nieuw)

 

(18 bis) Gevaarlijke afvalstoffen worden gekwalificeerd door criteria op het gebied van gevaren en risico's. Daarom moeten zij onder regelgeving met strikte specificaties vallen om nadelige gevolgen wegens een onjuist beheer die het milieu kunnen beïnvloeden, zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken en risico's voor de menselijke gezondheid en veiligheid te voorkomen. Op grond van hun gevaarlijke eigenschappen vereisen gevaarlijke afvalstoffen een gepast beheer met specifieke en aangepaste inzamelings- en verwerkingstechnieken, speciale controles en speciaal aangepaste modaliteiten voor de traceerbaarheid van afval. Al degenen die omgaan met gevaarlijke afvalstoffen moeten over adequate kwalificaties en opleiding beschikken.

Motivering

Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat het intrekken van de huidige richtlijn inzake gevaarlijke afvalstoffen niet wordt gezien als mogelijkheid om minder hoge eisen aan het beheer van gevaarlijke afvalstoffen te stellen. Daarom is het belangrijk dit in de overwegingen te benadrukken.

Amendement 12

Overweging 19

(19) Sommige bepalingen met betrekking tot de behandeling van afvalstoffen die zijn opgenomen in Richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen1 moeten worden gewijzigd om achterhaalde tekstgedeelten te schrappen en de tekst te verduidelijken. Met het oog op de vereenvoudiging van de Gemeenschapswetgeving dienen zij in deze richtlijn te worden geïntegreerd. Teneinde de toepassing van het verbod op het vermengen van afvalstoffen te verduidelijken en het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen, dienen de afwijkingen van het mengverbod waarin Richtlijn 91/689/EEG voorziet, te worden beperkt tot de gevallen waarin het vermengen van afvalstoffen de beste beschikbare techniek vormt als omschreven in Richtlijn 96/61/EG. Richtlijn 91/689/EEG dient daarom te worden ingetrokken.

_____________

1 PB L 377 van 31.12.1991, blz. 20. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 94/31/EG (PB L 168 van 2.7.1994, blz. 28).

schrappen

Motivering

Sluit aan bij de amendementen op de artikelen 22 t/m 24.

Amendement 13

Overweging 20

(20) Aangezien de prioriteit die Richtlijn 75/439/EEG van de Raad van 16 juni 1975 inzake de verwijdering van afgewerkte olie1 toekent aan regeneratie niet langer een duidelijk milieuvoordeel oplevert, dient die richtlijn te worden ingetrokken. Omdat de gescheiden inzameling van afgewerkte olie evenwel van cruciaal belang blijft voor het correct beheer ervan alsook ter voorkoming van schade aan het milieu als gevolg van ongecontroleerde verwijdering, moet de inzamelplicht voor afgewerkte olie in deze richtlijn worden geïntegreerd. Richtlijn 75/439/EEG dient daarom te worden ingetrokken.

_____________

1 PB L 194 van 25.7.1975, blz. 23. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 332 van 28.12.2000, blz. 91).

schrappen

Motivering

De voorgestelde intrekking van de richtlijn afgewerkte olie staat in scherp contrast met de door de Commissie uitgesproken doelstelling om van de Europese Unie een "recyclingsamenleving" te maken. Regeneratie van afgewerkte olie levert milieuvoordelen op, en daarom moet daaraan wordt ook in de toekomst prioriteit worden toegekend. "Vereenvoudiging" van wetgeving mag niet leiden tot verwarring door kaderwetgeving te mixen met sectorspecifieke wetgeving. Verschillende andere afvalstromen worden gereguleerd door specifieke, op zichzelf staande richtlijnen, en dat zal ook in de toekomst zo blijven. Het zelfde moet ook gelden voor de richtlijn afgewerkte olie.

Amendement 14

Artikel 1

Deze richtlijn stelt maatregelen vast ter vermindering van de met het gebruik van hulpbronnen samenhangende globale milieueffecten van de productie en het beheer van afvalstoffen.

Deze richtlijn stelt maatregelen vast om de globale milieu- en gezondheidseffecten van de productie en het beheer van afvalstoffen zoveel mogelijk te beperken en ook een bijdrage te leveren tot de beperking van het gebruik van hulpbronnen.

Met hetzelfde doel bepaalt zij ook dat de lidstaten prioritair maatregelen dienen te treffen ter voorkoming of ter vermindering van de productie van afvalstoffen en de schadelijkheid daarvan en, op de tweede plaats, met het oog op de terugwinning van afvalstoffen door middel van hergebruik, recycling en andere terugwinningshandelingen.

Met dit doel treffen de lidstaten en de Gemeenschap als algemene regel maatregelen voor, in dalende volgorde van belangrijkheid:

 

(1) de voorkoming en vermindering van afvalstoffen,

 

(2) hergebruik van afvalstoffen,

 

(3) de recyclage van afvalstoffen,

 

(4) andere terugwinningshandelingen,

 

(5) een veilige en in milieuopzicht verantwoorde verwijdering van afvalstoffen.

 

Wanneer levenscyclusbeoordelingen en kosten-batenanalyses duidelijk uitwijzen dat met een andere behandelingsoptie betere resultaten voor een specifieke afvalstoffenstroom worden gehaald, mogen de lidstaten van de in alinea 2 vastgestelde prioriteiten afwijken. De genoemde beoordelingen en analyses worden openbaar gemaakt en door onafhankelijke wetenschappelijke instanties onderzocht. Er vindt raadpleging plaats om een volledig en doorzichtig proces te waarborgen, waartoe ook de inschakeling van belanghebbenden en burgers behoort. De Commissie stelt indien nodig richtsnoeren voor de uitvoering van de beoordelingen en analyses op.

Motivering

In het kader van instrumenten inzake levenscyclusanalyse (LCA) kan geen rekening worden gehouden met niet-kwantificeerbare aspecten zoals educatieve gevolgen van gescheiden inzameling of de biodiversiteitsvoordelen die verbonden zijn aan het feit dat minder hulpbronnen worden gewonnen. Een op voorzorg gebaseerde aanpak bij de toepassing van dergelijk instrumenten is derhalve van belang wanneer de geijkte hiërarchie opzij wordt gezet. Afwijkingen van de hiërarchie moeten van geval tot geval worden beoordeeld, wanneer het overduidelijk is dat daarmee voordelen te behalen zijn, en ter verzekering van volledige transparantie is het van wezenlijk belang dat de beoordelingen openbaar worden gemaakt en worden beoordeeld door een onafhankelijke wetenschappelijke instantie op basis van adequaat overleg als vastgesteld in een nieuw voorgestelde bijlage V bis.

Amendement 15

Artikel 2

Deze richtlijn is niet van toepassing op gasvormige emissies in de atmosfeer.

Deze richtlijn is niet van toepassing op ;

 

- gasvormige emissies in de atmosfeer

 

- uitgegraven natuurlijke materialen die niet vervuild zijn en die in hun natuurlijke staat gebruikt kunnen worden ter plaatse of op een andere plaats.

1. Zij is niet van toepassing op de volgende categorieën afvalstoffen wat betreft bepaalde specifieke aspecten daarvan die reeds vallen onder andere communautaire wetgeving:

(a) radioactieve afvalstoffen;

(b) afvalstoffen die ontstaan bij opsporing, winning, behandeling en opslag van delfstoffen, alsmede bij de exploitatie van steengroeven;

(c) uitwerpselen en andere natuurlijke, ongevaarlijke stoffen die in de landbouw worden gebruikt;

(d) afvalwater , met uitzondering van afvalstoffen in vloeibare toestand;

(e) afgedankte explosieven;

1. Zij is niet van toepassing op de volgende categorieën afvalstoffen wat betreft bepaalde specifieke aspecten daarvan die reeds vallen onder andere communautaire wetgeving:

(a) radioactieve afvalstoffen;

(b) afvalstoffen die ontstaan bij opsporing, winning, behandeling en opslag van delfstoffen, alsmede bij de exploitatie van steengroeven;

(c) uitwerpselen en andere natuurlijke, ongevaarlijke stoffen die in de landbouw worden gebruikt;

(d) afvalwater , met uitzondering van afvalstoffen in vloeibare toestand;

(e) afgedankte explosieven;

 

(e bis) kadavers of dierlijke bijproducten in de zin van Verordening (EG) nr. 1774/2002, onverminderd de toepassing van deze richtlijn op de verwerking van biologische afvalstoffen die dierlijke bijproducten bevatten en die om gezondheidsredenen niet als voedselproduct kunnen worden gebruikt en dus als afval moeten worden behandeld.

(f) niet uitgegraven vervuilde grond.

(f) niet uitgegraven vervuilde grond.

2. Zij is niet van toepassing op kadavers of dierlijke bijproducten die bestemd zijn voor toepassingen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1774/2002, onverminderd de toepassing van deze richtlijn op de verwerking van biologische afvalstoffen die dierlijke bijproducten bevatten.

 

 

2 bis. Om de recycling van specifieke materialen te bevorderen, moet de Commissie hiertoe een voorstel indienen uiterlijk 2 jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige richtlijn.

3. Zij is niet van toepassing op uitwerpselen, stro en andere natuurlijke niet-gevaarlijke afvalstoffen van de agrarische productie die worden gebruikt in de landbouw of voor de productie van energie uit biomassa door middel van processen of methoden die onschadelijk zijn voor het milieu en de menselijke gezondheid niet in gevaar brengen.

3. Deze richtlijn is niet van toepassing op uitwerpselen, stro en andere natuurlijke niet-gevaarlijke afvalstoffen die worden gebruikt in de landbouw of voor de productie van energie uit biomassa door middel van processen of methoden die onschadelijk zijn voor het milieu en de menselijke gezondheid niet in gevaar brengen. Slib van rioolwaterzuiveringsinstallaties valt onder het bereik van deze richtlijn, tenzij het wordt gebruikt in de landbouw overeenkomstig Richtlijn 86/278/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw1..

4. In lid 2 worden onder "kadavers" dieren verstaan die in de context van landbouwpraktijken anders dan door slachting sterven, met inbegrip van dieren die worden gedood om een epizoötie uit te roeien.

4. Onder letter e bis) worden onder "kadavers" dieren verstaan die in de context van landbouwpraktijken anders dan door slachting sterven, met inbegrip van dieren die worden gedood om een epizoötie uit te roeien.

 

_________
1 PB L 181 van 4.7.1986, blz. 6. Richtlijn zoals laatstelijk gewijzigd bij verordening (EG) nr. 807/2003 van de Raad (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 36).

Motivering

Niet minder dan 1.000 miljoen ton materiaal worden elk jaar uitgegraven door bouwondernemingen in de EU. Wanneer deze materialen op de plaats van productie worden hergebruikt, worden ze door de overheid doorgaans niet als afval beschouwd. Maar in het licht van de huidige wetgeving blijft deze interpretatie van "informele" aard, waarbij het Hof van Justitie van de EG een andere opvatting schijnt aan te hangen.

Wanneer hetzelfde uitgegraven materiaal echter van zijn plaats van productie naar een andere plaats wordt getransporteerd om daar op precies dezelfde wijze te worden gebruikt, wordt het materiaal door de huidige wetgeving als afval beschouwd. Deze wijziging van de status van het materiaal is niet zonder gevolgen. Zij leidt, zowel in economisch als in administratief opzicht, tot hoge extra kosten voor de ondernemingen, die verplicht zijn deze in de bouwkosten door te berekenen.

Het lijkt daarom wenselijk .om van het bereik van de richtlijn uit te zonderen: uitgegraven, niet vervuilde natuurlijke materialen die in hun natuurlijke staat ter plaatse of op een andere plaats kunnen worden gebruikt.

- Kadavers en dierlijke bijproducten zijn ook afvalstoffen, maar zij moeten worden uitgesloten van de reikwijdte van deze richtlijn. Verder wordt duidelijk gemaakt dat dierlijke bijproducten moeten worden gedekt door de verordening voor dierlijke bijproducten en niet alleen "bestemd zijn voor gebruik" overeenkomstig deze verordening.

De recycling van zuiveringsslib voor gebruik in de landbouw, na een passende verwerking, moet van deze richtlijn worden uitgezonderd, aangezien dit reeds valt onder Richtlijn 86/278/EEG van de Raad betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw. Die richtlijn bevat zodanige bepalingen omtrent de verwerking van zuiveringsslib dat eventuele schadelijke gevolgen voor de bodem, planten, dieren en mensen worden voorkomen. Het overlappen van de twee richtlijnen moet worden vermeden. Met de langetermijnvisie van een "recyclingssamenleving", die door de Commissie wordt voorgesteld in haar "Thematische strategie inzake afvalpreventie en recyclering" kunnen we het in grote lijnen eens zijn. Het is echter zo dat noch deze richtlijn, noch de "Thematische strategie" enige concrete maatregelen omvat om de recycling te bevorderen. Het is daarom noodzakelijk om in deze richtlijn duidelijk te vermelden dat de Commissie een voorstel ter bevordering van de recycling van specifieke maatregelen binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn zal indienen - in de vorm van ofwel een horizontale recyclingsrichtlijn, ofwel een reeks richtlijnen voor specifieke afvalstromen.

Amendement 16

Artikel 3, letter a)

(a) "afvalstof": elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;

(a) "afvalstof": elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;

 

Alle categorieën afval worden opgesomd in de Europese Catalogus van Afvalstoffen (EWC), op grond van Besluit 2000/532/EG1 van de Commissie.

 

__________
1 PB L 226 van 6.9.2000, blz. 3. Besluit zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit nr. 2001/573/EG van de Raad (PB L 203 van 28.7.2001, blz. 18).

Motivering

Voor alle duidelijkheid is het goed te verwijzen naar de Europese Catalogus van Afvalstoffen.

Amendement 17

Artikel 3, letter d)

(d) "beheer": inzameling, vervoer, terugwinning en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting;

(d) "beheer": inzameling, vervoer, behandeling, terugwinning en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting;

Motivering

De behandeling maakt deel uit van het proces van afvalstoffenbeheer en het kan een andere inhoud hebben dan de terugwinning en verwijdering.

Amendement 18

Artikel 3, letter e bis) (nieuw)

 

(e bis) "gescheiden inzameling": de inzameling waarbij een afvalstroom gescheiden wordt in verschillende materialen, die afzonderlijk worden vervoerd;

Motivering

De lidstaten moeten ervoor zorgen er afzonderlijke inzamelingssystemen worden opgezet, in een vorm die beantwoord aan de kwaliteitsnormen van de verwerkende industrie.

Amendement 19

Artikel 3, letter e ter) (nieuw)

 

(e ter) "preventie" betekent iedere handeling die wordt ondernomen voordat producten of stoffen afval zijn geworden en die gericht is op een vermindering van de productie van afval of van de schadelijkheid ervan; de term doelt ook op de beperking van het schadelijke karakter via beperkingen op het gebruik in producten van stoffen of materialen die gevaarlijk zijn en op elke handeling die wordt ondernomen om de vorming, verplaatsing of verspreiding van gevaarlijke stoffen bij afvalbeheer te voorkomen.

Amendement 20

Artikel 3, letter f)

(f) "hergebruik": elke terugwinningshandeling waarbij producten of componenten die afvalstoffen zijn geworden, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren ontworpen;

(f) "hergebruik": het gebruik van producten of componenten, afvalstoffen of niet, voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren ontworpen zonder andere voorafgaande behandeling dan wassen of repareren;

Motivering

De definitie van de Commissie is onbevredigend, omdat zij alleen betrekking heeft op het hergebruik van producten die afvalstoffen zijn geworden. Hergebruik is evenwel ook mogelijk voor producten die rechtstreeks van de consument naar de hergebruiker gaan en dus nooit afval zijn geworden.

Amendement 21

Artikel 3, letter g)

(g) "recycling": de terugwinning van afvalstoffen in de vorm van producten, materialen of stoffen, hetzij bestemd voor het oorspronkelijke doel, hetzij voor een ander doel, met uitsluiting van de terugwinning van energie;

(g) "recycling": de opwerking van materialen of stoffen in afvalstoffen via een productieproces waarbij zij nieuwe producten, materialen of stoffen produceren of hierin worden opgenomen, hetzij deze nieuwe producten, materialen of stoffen zijn bestemd voor het oorspronkelijke doel, hetzij voor een ander doel. Hierin begrepen is de opwerking van organisch materiaal, maar onder andere niet de terugwinning van energie, omzetting voor gebruik als brandstof, processen die verbranding of gebruik als energiebron, met inbegrip van chemische energie, inhouden of gebruik als vulmateriaal;

Amendement 22

Artikel 3, letter g bis) (nieuw)

 

(g bis) "terugwinning": definitieve afvalverwerkingsoperatie die voldoet aan de volgende criteria:

1) afval vervangt andere grondstoffen die anders voor dat doel gebruikt waren,

2) afval dient een echt nuttig doel door vervanging, hetzij in een bepaalde installatie of in de ruimere economie,

3) er wordt voldaan aan bepaalde doelmatigheidscriteria die worden vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2,

4) de totale milieugevolgen nemen af door het gebruik van afval ter vervanging van andere grondstoffen,

5) gegarandeerd wordt dat vervuilende stoffen niet in het product worden gebracht en de vorming, verplaatsing en verspreiding van gevaarlijke stoffen in het proces worden zo veel mogelijk beperkt,

6) er wordt hoge prioriteit gegeven aan de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu.

Amendement 23

Artikel 3, letter h)

(h) "afgewerkte minerale olie": alle soorten minerale smeer- of industriële olie die ongeschikt is geworden voor het gebruik waarvoor zij oorspronkelijk was bestemd, in het bijzonder afgewerkte olie van verbrandingsmotoren en transmissiesystemen, alsmede minerale olie voor machines, turbines en hydraulische systemen;

(h) "afgewerkte olie": alle soorten minerale, synthetische of biologische smeer- of industriële olie die ongeschikt is geworden voor het gebruik waarvoor zij oorspronkelijk was bestemd, in het bijzonder afgewerkte olie van verbrandingsmotoren en transmissiesystemen, alsmede olie voor machines, turbines en hydraulische systemen;

Motivering

De definitie moet in principe gelden voor alle afgewerkte olie en kan dus beter breder zijn. Smeer- en industriële olie is vaak van synthetische en in enkele gevallen van plantaardige oorsprong. Met deze definitie wordt alle smeer- en industriële olie inbegrepen.

Amendement 24

Artikel 3, letter i)

(i) "verwerking": terugwinning of verwijdering.

(i) "verwerking": terugwinning of verwijdering met inbegrip van tussentijdse verwerkingshandelingen als herverpakking, uitwisseling, vermenging en opslag vóór de terugwinning of verwijdering;

Motivering

Een uitgebreidere en informatievere definitie is nodig.

Amendement 25

Artikel 3, letter i bis) (nieuw)

(i bis) "verwijdering": elke handeling die niet aan de voorwaarden voor terugwinning of hergebruik voldoet, op zijn minst de handelingen opgesomd in bijlage I. Bij alle verwijderingshandelingen wordt hoge prioriteit gegeven aan de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu.

Motivering

De term 'verwijdering' moet worden gedefinieerd gezien het belang ervan in het voorstel voor een richtlijn.

Het is beter alle definities in artikel 3 te zetten dan ze te verdelen over de artikelen 3 en 5, als in het Commissievoorstel. Gezondheid en milieu moeten in de richtlijn continu hoge prioriteit krijgen.

Amendement 26

Artikel 3, letter i ter) (nieuw)

(i ter) 'terugwinning van energie': het gebruik van brandbaar afval als brandstof voor energieopwekking door directe verbranding met of zonder ander afval of brandstof, maar met terugwinning van warmte. Verbranding van afval waarbij meer energie wordt toegevoegd dan in het proces wordt verkregen wordt niet als terugwinning van energie beschouwd;

Motivering

Met het oog op een correcte toepassing van de richtlijn moet in artikel 3 een nauwkeurige definitie van 'terugwinning van energie' worden opgenomen. Volgens de voorgestelde definitie is 'terugwinning van energie' het gebruik van brandbaar afval als brandstof voor energieopwekking. Om onderscheid te maken tussen terugwinning en verwijdering moet duidelijk worden gemaakt dat alleen sprake is van energieopwekking als blijkt dat uit het afval inderdaad energie wordt opgewekt.

Amendement 27

Artikel 3, letter i quater) (nieuw)

i quater) "handelaar": eenieder die als verantwoordelijke optreedt bij het aankopen en vervolgens verkopen van afval, met inbegrip van handelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;

Motivering

Er is sprake van handelaars in artikel 25. De definitie is overgenomen uit de Verordening betreffende de overbrenging van afvalstoffen.

Amendement 28

Artikel 3, letter i quinquies) (nieuw)

i quinquies) "makelaar": eenieder die ten behoeve van anderen de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen organiseert, met inbegrip van makelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;

Motivering

Er is sprake van makelaars in artikel 25. De definitie is overgenomen uit de Verordening betreffende de overbrenging van afvalstoffen

Amendement 29

Artikel 3, letter i sexies) (nieuw)

 

(i sexies) "agent": de persoon die optreedt namens een ander voor de aan- en verkoop van de afvalstof;

Motivering

Met dit amendement wordt beoogd het concept van de agent die namens iemand anders optreedt op te nemen, hij hoeft niet in het bezit van de stof te zijn.

Amendement 30

Artikel 3, letter i septies) (nieuw)

(i septies) 'bioafval': bruikbare afvalstoffen van dierlijke of plantaardige herkomst, die door micro-organismen, bodemorganismen of enzymen afgebroken kunnen worden; bodemmateriaal zonder aanzienlijk aandeel bioafval en plantenresten uit de landbouw die onder het toepassingsgebied van artikel 2, lid 3 vallen, zijn geen bioafval;

Amendement 31

Artikel 3, letter i octies) (nieuw)

(i octies) 'beste beschikbare technieken': de beste technieken die beschikbaar zijn volgens artikel 2, lid 11 van richtlijn 96/61/EG;

Motivering

In aanvulling op de begrippen die worden omschreven in de kaderrichtlijn inzake afvalstoffen moeten strengere milieunormen voor verwerkingsprocédés (beste beschikbare techniek, gescheiden houden van afval) en normen voor de kwaliteit van de teruggewonnen stoffen worden ingevoerd.

Amendement 32

Artikel 3, letter i nonies) (nieuw)

(i nonies) 'beste beschikbare technieken voor afvalverwerking': het meest doeltreffende en geavanceerde ontwikkelingsstadium van activiteiten en exploitatiemethoden, waarbij de praktische bruikbaarheid van speciale technieken om bij de verwerking van afvalstoffen gevaren voor de menselijke gezondheid en milieuschade te vermijden is aangetoond, een en ander overeenkomstig artikel 2, lid 11 en bijlage IV van richtlijn 96/61/EG;

Motivering

In aanvulling op de begrippen die worden omschreven in de kaderrichtlijn inzake afvalstoffen moeten strengere milieunormen voor verwerkingsprocédés (beste beschikbare techniek, gescheiden houden van afval) en normen voor de kwaliteit van de teruggewonnen stoffen worden ingevoerd.

Amendement 33

Artikel 3, letter i decies) (nieuw)

(i decies) 'reiniging': elk proces dat ten doel heeft verontreinigingen uit stoffen en materialen te verwijderen, zodat de oorspronkelijke stoffen of materialen opnieuw gebruikt kunnen worden;

Motivering

Reinigingsprocessen en afvalverwerking zijn natuurlijk twee geheel verschillende zaken. Een jas met vetvlekken is geen afval, maar wordt gereinigd om in gebruik te blijven.
In de chemische industrie heeft een reinigingsproces ten doel verontreinigingen uit stoffen te verwijderen, zodat deze even bruikbaar zijn als nieuwe stof.
In de chemische industrie worden tal van zuiveringsprocessen gebruikt, bijvoorbeeld:

§ destillatie (bijv. oplosmiddelen)

§ filtratie van vloeistoffen

§ opwerking van katalysatoren/actieve kool

§ wassen.

Als een stof alleen een reinigingsproces als de hierboven genoemde ondergaat en opnieuw wordt gebruikt als vers product, dan moeten de bepalingen inzake afvalstoffen voor deze stof niet gelden.

Amendement 34

Artikel 3, letter i undecies) (nieuw)

(i undecies) 'regeneratie': elk proces waarbij basisolie geproduceerd kan worden door het raffineren van afvalolie, met name door verwijdering van verontreinigingen, oxidatieproducten en additieven die deze olie bevat;

Motivering

De intrekking van de richtlijn inzake afvalolie betekent dat de term regeneratie niet langer wordt gedefinieerd in het EU-recht. Indien regeneratie prioriteit houdt in de afvalrichtlijn, dan moet de term gedefinieerd worden om te vermijden dat er uiteenlopende interpretaties van zijn.

Amendement 35

Artikel 3 bis (nieuw)

 

Artikel 3 bis

Aansprakelijkheid van de producent

 

1. Om de aansprakelijkheid van de producent te vergroten nemen de lidstaten en de Gemeenschap maatregelen om producenten of importeurs aansprakelijk te stellen voor het afval dat wordt geproduceerd doordat hun product op de markt wordt gebracht. Dit kan onder andere op de volgende manieren:

 

- door de invoering van terugnameverplichtingen voor producenten/importeurs,

 

- door de invoering van de verplichting openbaar beschikbare informatie te verstrekken over de mate waarin het product recycleerbaar is,

 

- door van producenten te eisen dat zij gebruik maken van materialen en productontwerpen die ertoe bijdragen dat de productie van afval wordt voorkomen of beperkt en dat het geproduceerde afval minder schadelijk is,

 

- door installaties te plaatsen om herstelling en hergebruik mogelijk te maken.

 

- door installaties te plaatsen voor gescheiden inzameling, terugname en verwijdering van producten op verantwoorde wijze, wanneer de levenscyclus ervan afloopt.

 

2. De lidstaten brengen bij de Commissie verslag over de uitvoering van lid 1 uit. De Commissie beoordeelt of het wenselijk is om op EU-niveau verregaande, op de ervaringen van de lidstaten gebaseerde regelingen voor de aansprakelijkheid van de producent voor specifieke afvalstromen in te voeren.

Amendement 36

Artikel 4

Door de Commissie wordt een lijst van afvalstoffen vastgesteld overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure.

De lijst van afvalstoffen vastgesteld met Beschikking van de Commissie 2000/532/EG1 wordt aan deze richtlijn gehecht en onmiddellijk in alle lidstaten toegepast. Zij kan door de Commissie worden gewijzigd overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure.

De lijst omvat de afvalstoffen die overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 15 als gevaarlijk worden aangemerkt, rekening houdend met de oorsprong en samenstelling van de afvalstoffen en, indien nodig, concentratiegrenswaarden.

De lijst wordt door de Commissie bijgehouden en gewijzigd met het oog op de verzameling van gegevens en omvat ook de afvalstoffen die overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 15 als gevaarlijk worden aangemerkt, rekening houdend met de oorsprong en samenstelling van de afvalstoffen en, indien nodig, concentratiegrenswaarden.

De Commissie moet erop toezien dat deze lijst voor KMO's voldoende te begrijpen en gemakkelijk toegankelijk is.

_______

PB L 226 van 6.9.2000, blz. 3. Laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2001/573/EG van de Raad (PB L 203 van 28.7.2001, blz. 18.)

Motivering

Voor meer duidelijkheid. In de praktijk blijkt deze lijst een lang document te zijn, met hetzij zeer technische beschrijvingen hetzij vage beschrijvingen, wat de toepassing ervan door KMO's moeilijk maakt. Daarom moet de lijst gemakkelijker te lezen zijn. De Europese lijst van afvalstoffen wordt in de lidstaten slechts onvolledig en onvoldoende omgezet. Voor een coherente omzetting in geheel de Gemeenschap moet de Europese lijst van afvalstoffen als bindend onderdeel in de richtlijn worden opgenomen.

Amendement 37

Artikel 4 bis (nieuw)

 

 

Artikel 4 bis

Afvalpreventie

 

De lidstaten nemen overeenkomstig artikel 1 alle nodige maatregelen om tegen 2012 hun totale afvalproductie te stabiliseren in vergelijking met hun totale jaarlijkse afvalproductie in 2008.

 

Onder stabilisatie wordt verstaan: geen verdere toename van de productie ten opzichte van de start van de stabilisatieperiode.

 

Na raadpleging van alle betrokkenen dient de Commissie bij het Parlement en de Raad wetgevingsvoorstellen in voor maatregelen die nodig zijn ter ondersteuning van de preventieacties van de lidstaten, met name:

 

(a) tegen 2008, een lijst indicatoren die de lidstaten in staat zal stellen de vooruitgang van hun afvalpreventieprogramma's en -maatregelen te volgen, te beoordelen en er verslag over uit te brengen;

 

(b) tegen 2010, de formulering van een beleid inzake ecologisch ontwerp dat zowel betrekking heeft op de productie van afvalstoffen als op de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in afval, om technologie te bevorderen waarbij wordt gefocust op duurzame, herbruikbare en recycleerbare producten;

 

(c) tegen 2010, de bepaling van verdere kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen voor afvalbeperking tegen 2020, op basis van de best beschikbare praktijk;

 

(d) tegen 2010, de formulering van een actieplan voor verdere ondersteunende maatregelen op Europees niveau, met name om de bestaande consumptiepatronen te wijzigen.

Amendement 38

Artikel 5

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat alle afvalstoffen worden onderworpen aan handelingen waardoor zij een nuttige toepassing kennen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie, andere hulpbronnen te vervangen die voor datzelfde doel zouden zijn gebruikt, of voor een dergelijk gebruik worden klaargemaakt, hierna "terugwinningshandelingen" genoemd. Zij merken ten minste de in bijlage II genoemde handelingen als terugwinningshandelingen aan.

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen die met de in artikel 1 opgenomen bepalingen stroken, om ervoor te zorgen dat, waar mogelijk, alle afvalstoffen worden onderworpen aan terugwinningshandelingen. Deze omvatten ten minste de in bijlage II genoemde handelingen, op voorwaarde dat deze beantwoorden aan de in artikel 3 vastgestelde definitie van terugwinning.

 

Om twijfel te voorkomen vallen handelingen onder bijlage II, ook als er materiaal door ontstaat dat vervolgens wordt onderworpen aan verwijderingshandelingen, indien het hoofddoel van de handelingen in kwestie terugwinning is overeenkomstig bijlage II.

 

Nieuwe terugwinningshandelingen kunnen worden toegevoegd aan de lijst van handelingen in Bijlage II, op grond van een voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad.

2. De Commissie kan overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure uitvoeringsmaatregelen aannemen om efficiëntiecriteria vast te stellen aan de hand waarvan wordt bepaald of de in bijlage II genoemde handelingen geacht kunnen worden tot een nuttige toepassing zoals bedoeld in lid 1 te hebben geleid.

2. De Commissie dient uiterlijk …* overeenkomstig de in artikel 251 van het EG-Verdrag bedoelde procedure een wetgevingsvoorstel in voor de goedkeuring van uitvoeringsmaatregelen om milieu- en efficiëntiecriteria vast te stellen aan de hand waarvan wordt bepaald of de in bijlage II genoemde eindhandelingen als terugwinningshandelingen beschouwd kunnen worden.

 

2 bis. Vóór de wijziging van bijlage II en de goedkeuring van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig lid 2, raadpleegt de Commissie de lidstaten en de betrokken industrie-, milieu-, werknemers- en verbruikersorganisaties.

 

2 ter. De lidstaten nemen maatregelen ter bevordering van het hergebruik van producten, met name via de instelling van en steun aan geaccrediteerde hergebruik- en herstellingnetwerken en door waar nodig de relevante procedure- en productnormen vast te leggen.

De lidstaten kunnen andere maatregelen nemen ter bevordering van hergebruik, zoals het gebruik van economische instrumenten, aanbestedingscriteria, kwantitatieve doelstellingen of verbodsbepalingen inzake het in de handel brengen van bepaalde producten.

 

__________
*
Twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

Motivering

Voordat handelingen worden vastgelegd als terugwinningshandelingen moeten de betrokken partijen geraadpleegd worden.

Er moeten duidelijke maatregelen komen ter bevordering van hergebruik.

De Commissie dient op dit punt een proactieve rol te spelen om de ontwikkeling van de lijst mogelijk te maken, naar gelang de ontwikkeling van de technologie.

Amendement 39

Artikel 6

1. De lidstaten zorgen ervoor dat alle afvalstoffen in gevallen waarin terugwinning overeenkomstig artikel 5, lid 1, niet mogelijk is, aan verwijderingshandelingen worden onderworpen.

1. Onverminderd artikel 1 lid 2 zorgen de lidstaten ervoor dat alle afvalstoffen in gevallen waarin geen preventie, hergebruik, recycling of andere vormen van terugwinning plaatsheeft, aan veilige verwijderingshandelingen die aan de voorwaarden in artikel 7 voldoen, worden onderworpen.

Zij verbieden het achterlaten, dumpen en ongecontroleerd verwijderen van afvalstoffen.

Zij verbieden het achterlaten, dumpen en ongecontroleerd verwijderen van afvalstoffen.

2. De lidstaten merken ten minste de in bijlage I genoemde handelingen als verwijderingshandelingen aan, zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen.

2. De verwijderingshandelingen omvatten de in bijlage I genoemde handelingen.

 

De lidstaten merken die verbrandingshandelingen als verwijderingshandelingen aan waarbij het afval niet in de eerste plaats gebruikt wordt als brandstof of als ander middel om energie op te wekken.

De lidstaten kunnen de beginselen van nabijheid en zelfverzorging toepassen en inroepen met betrekking tot alle afvalstoffen die voor verwijdering of voor verbranding of meeverbranding bestemd zijn.

Verwijderingshandelingen die zijn ingedeeld als D 11 (Verbranding op zee) en D 7 (Lozen/storten in zeeën en oceanen, inclusief inbrengen in de zeebodem) zijn verboden.

3. Wanneer, ondanks het feit dat vervanging van hulpbronnen plaatsvindt, uit de resultaten van een handeling blijkt dat zij met het oog op de doelstellingen van artikel 1 slechts een gering effect kan sorteren, kan de Commissie overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure uitvoeringsmaatregelen aannemen waardoor die specifieke handeling aan de lijst van bijlage I wordt toegevoegd.

3. Wanneer, ondanks het feit dat vervanging van hulpbronnen plaatsvindt, uit de resultaten van een handeling blijkt dat de vervanging met het oog op de doelstellingen van artikel 1 slechts beperkt is, kan de Commissie een wetgevingsvoorstel indienen waardoor die specifieke handeling aan de lijst van bijlage I wordt toegevoegd.

 

Vóór de wijziging van bijlage I raadpleegt de Commissie de lidstaten alsook de betrokken industrie-, milieu, werknemers- en verbruikersverenigingen.

Motivering

Het amendement omschrijft nauwkeuriger wat de voorwaarden zijn voor verwijdering en wat de verplichtingen van de lidstaten zijn. Dit is het soort van afval dat het gemakkelijkst illegaal wordt gedumpt of uitgevoerd.

De geschrapte zinsnede in lid 2 is overbodig en verwarrend. Elders in het voorstel is het duidelijk de bedoeling een onderscheid te maken tussen R1 en D10-handelingen door middel van een efficiëntiedrempel en niet door de primaire of secundaire doelstelling van de handeling vast te leggen. Een stortplaats waar energie wordt teruggewonnen uit het door het afval geproduceerde methaan blijft een verwijderingsplaats, ongeacht het feit of deze woorden al dan niet worden gebruikt: ze zal niet binnen de definitie van terugwinning vallen.

Het amendement op lid 3 moet meer duidelijkheid scheppen en de werkingssfeer van de comitologieprocedure beperken.

De beginselen van nabijheid en zelfverzorging moeten worden toegepast op alle vormen van verbranding, meeverbranding en verwijdering.

Verbranding op zee (D11) en lozen/storten in zeeën en oceanen, inclusief inbrengen in de zeebodem, moeten uitdrukkelijk verboden worden.

Voordat handelingen worden vastgelegd als verwijderingshandelingen moeten de betrokken partijen geraadpleegd worden.

Amendement 40

Artikel 7

De lidstaten zorgen ervoor dat de terugwinning of verwijdering van afvalstoffen geschiedt:

De lidstaten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat afvalbeheer, van inzameling tot terugwinning of verwijdering, geschiedt volgens processen of methoden waarmee een hoog niveau van bescherming wordt gewaarborgd van:

(a) zonder de menselijke gezondheid in gevaar te brengen;

(a) de menselijke gezondheid;

(b) zonder gebruikmaking van procédés of methoden die het milieu schade kunnen toebrengen;

(b) het milieu;

(c) zonder risico voor water, lucht, bodem, planten en dieren;

(c) water, lucht, bodem en planten,

(d) zonder geluids- of stankhinder te veroorzaken;

en zonder geluids- of stankhinder te veroorzaken of schadelijke gevolgen voor het platteland of bezienswaardigheden.

(e) zonder schadelijke gevolgen voor het platteland of bezienswaardigheden.

 

Motivering

Strikt genomen betekent "zonder risico" dat er geen risico mag zijn, hetgeen helaas niet mogelijk is. Dit wordt in de communautaire rechtspraak erkend: in de zaak van de Commissie tegen Ierland (2005) was het Hof met betrekking tot artikel 4 van de bestaande richtlijn van mening dat het aan de Gemeenschap en de lidstaten is om vanaf het begin het ontstaan van de bron van vervuiling of overlast te voorkomen, deze bron te beperken en haar voor zover mogelijk te verwijderen, door maatregelen te nemen die van dien aard zijn dat de geïdentificeerde risico's worden geëlimineerd. Deze formulering is veel voorzichtiger dan die van de Commissie in haar voorstel.

Amendement 41

Artikel 7, alinea 1 bis (nieuw)

Wanneer vereisten inzake terugwinning en verwijdering door de lidstaten worden vastgelegd in de vorm van algemeen bindende voorschriften, worden deze gebaseerd op de beste beschikbare technieken voor afvalbeheer. Wanneer dit noodzakelijk is voor de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu dient de Commissie voorstellen in voor aparte richtlijnen waarin voor afval of terugwinningshandelingen die in termen van hoeveelheid van bijzonder ecologisch of economisch belang zijn, vereisten worden vastgelegd inzake terugwinning, inzake substanties of voorwerpen die bij de terugwinningshandelingen worden geproduceerd alsook inzake het verdere gebruik van deze substanties en voorwerpen. Deze vereisten worden gebaseerd op de beste beschikbare technieken voor afvalbeheer. In deze richtlijnen kan ook nader bepaald worden wanneer het teruggewonnen afval zijn status van afval verliest.

Motivering

Er moeten versterkte milieunormen voor terugwinningshandelingen (beste beschikbare technieken, scheidingsvoorschriften) en kwalíteitsnormen voor de verkregen substanties worden ingevoerd.

Amendement 42

Artikel 7 bis (nieuw)

Artikel 7 bis

Verdunning van afval

 

Het is verboden een afvalstof te vermengen met een of meerdere andere materialen met het doel de concentratie van een of meerdere bestanddelen van de afvalstof te verlagen, teneinde:

 

- een methode voor de verwijdering van de verdunde afvalstof toe te passen die niet toegestaan is voor het niet verdunde afval;

- het verdunde afval terug te winnen ingeval het niet verdunde afval moet worden verwijderd;

- het verdunde afval te hergebruiken of om te zetten in een secundair product, indien het niet verdunde afval daartoe niet geschikt is.

Motivering

Zowel de richtlijn inzake stortplaatsen als de richtlijn inzake het vervoer van afval verbieden de "verdunning van afval". De nieuwe richtlijn inzake afval is het ideale kader om deze noodzakelijke verduidelijking te verschaffen, teneinde misverstanden te voorkomen.

Amendement 43

Artikel 8

De lidstaten zorgen ervoor dat alle houders van afvalstoffen zelf de terugwinning of verwijdering daarvan verrichten of dat zij die terugwinning of verwijdering laten uitvoeren door een inrichting of onderneming die afvalverwerkingshandelingen verricht of dat zij daarvoor regelingen laten treffen door een publieke of private inzamelaar van afvalstoffen.

Conform het beginsel "de vervuiler betaalt" zorgen de lidstaten ervoor dat alle houders van afvalstoffen zelf de terugwinning of verwijdering daarvan verrichten of dat zij die terugwinning of verwijdering laten uitvoeren door een inrichting of onderneming die afvalverwerkingshandelingen verricht of dat zij daarvoor regelingen laten treffen door een publieke of private inzamelaar van afvalstoffen.

Motivering

Er dient hier te worden gerefereerd aan het concept "de vervuiler betaalt", dat in het afvalbeheer een sleutelrol speelt.

Amendement 44

Artikel 9

De lidstaten zorgen ervoor dat de kosten die aan de terugwinning of verwijdering van afvalstoffen zijn verbonden, op passende wijze worden omgeslagen over de houder, de eerdere houders en de producent.

Overeenkomstig het beginsel "de vervuiler betaalt" moeten de kosten van het afvalbeheer worden gedragen door:

- de houder van het afval dat ingezameld of beheerd wordt door een ophaler of door een onderneming, en/of

- de eerdere houders, en/of

- de producent van het product waarvan de afvalstoffen afkomstig zijn.

Motivering

De bestaande richtlijn biedt meer duidelijkheid over de kosten. Dit amendement gaat uit van artikel 15 van de bestaande richtlijn en

- voert weer het beginsel "de vervuiler betaalt" in,

- zorgt ervoor dat de kosten worden "gedragen" en niet "omgeslagen" door de lidstaten;

- zorgt ervoor dat de kosten ten laste komen van de producent van de afvalstoffen, en van de eerdere stadia tot aan de producent van het product en niet van de latere stadia na de producent van de afvalstoffen;

- zorgt ervoor dat de kosten ook de terugwinning en de verwijdering omvatten, maar ook de algemene beheerskosten van de afvalstoffen (zoals de inzameling).

Amendement 45

Artikel 11

1. Teneinde te bepalen of het passend is om bepaalde afvalstoffen na het volledig doorlopen van een hergebruik-, recycling- of terugwinningshandeling niet langer als afvalstoffen aan te merken en deze afvalstoffen herin te delen als secundaire producten, materialen of stoffen, beoordeelt de Commissie of aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1. De lidstaten mogen de Commissie verzoeken te bepalen of een bepaalde afvalstof bij wijze van uitzondering niet langer als afvalstof dient te worden aangemerkt, indien:

 

(-a) de stof een hergebruik, recycling- of terugwinningshandeling conform de bepalingen van deze richtlijn volledig heeft doorlopen en bijgevolg dient te worden heringedeeld als secundair product of materiaal of secundaire stof,

(a) herindeling leidt globaal niet tot negatieve milieueffecten;

(a) deze herindeling globaal niet leidt tot negatieve milieu- of gezondheidseffecten;

(b) er een markt bestaat voor dat secundaire product of materiaal of die secundaire stof.

(b) er een markt bestaat of kan bestaan voor dat secundaire product of materiaal of die secundaire stof.

2. Op basis van haar beoordeling overeenkomstig lid 1 stelt de Commissie overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure uitvoeringsmaatregelen vast met betrekking tot specifieke categorieën afvalstoffen (producten, materialen of stoffen) en specificeert zij daarbij de milieu- en kwaliteitscriteria waaraan moet worden voldaan opdat de afvalstoffen in kwestie geacht kunnen worden secundaire producten, materialen stoffen te zijn geworden.

Uiterlijk …* dient de Commissie indien wenselijk op basis van haar beoordeling overeenkomstig lid 1 een wetgevingsvoorstel in om de milieu- en kwaliteitscriteria te specificeren waaraan moet worden voldaan opdat specifieke categorieën afvalstoffen (producten, materialen of stoffen) geacht kunnen worden secundaire producten, materialen stoffen te zijn geworden.

3. De overeenkomstig lid 2 vastgestelde criteria zijn zodanig dat zij garanderen dat de resulterende secundaire producten, materialen of stoffen aan de vereiste voorwaarden voldoen om in de handel te worden gebracht.

3. De overeenkomstig lid 2 vastgestelde criteria zijn zodanig dat zij garanderen dat de resulterende secundaire producten, materialen of stoffen aan de vereiste voorwaarden voldoen om in de handel te worden gebracht.

De criteria houden rekening met eventuele risico's van voor het milieu schadelijk gebruik of vervoer van het secundaire materiaal of de secundaire stof, en worden vastgesteld op een niveau dat een hoog beschermingsniveau voor de menselijke gezondheid en het milieu garandeert.

De criteria houden rekening met eventuele risico's van voor het milieu schadelijk gebruik of vervoer van het secundaire materiaal of de secundaire stof, en worden vastgesteld op een niveau dat een hoog beschermingsniveau voor de menselijke gezondheid en het milieu garandeert.

 

3 bis. Uiterlijk …* dient de Commissie indien wenselijk voorstellen in om te bepalen of de volgende afvalstromen onder de bepalingen van dit artikel vallen en, indien dit het geval is, welke specifieke regelingen erop van toepassing zijn:

 

- compost,

- aggregaten,

- papier,

- glas,

- metaal,

- afgedankte banden,

- tweedehands kleding.

 

__________
*
Twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.
** Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

Motivering

Dit zijn de terreinen waarop het dringendst nieuwe voorstellen nodig zijn.

Amendement 46

Artikel 12, lid 1 bis (nieuw)

 

1 bis. Herindeling van gevaarlijke afvalstoffen als niet gevaarlijke afvalstoffen mag niet plaatsvinden na verdunning of vermenging zodat de oorspronkelijke concentraties van de verontreinigende stoffen onder de drempelwaarde voor kenmerking als gevaarlijk komen te liggen.

Motivering

Het is zaak de veiligheid bij de verwerking van gevaarlijk afval te vergroten.

Amendement 47

Artikel 12, alinea 2

Door huishoudens geproduceerde gevaarlijke afvalstoffen worden niet als gevaarlijke afvalstoffen aangemerkt vóór zij zijn ingezameld door een onderneming die afvalverwerkingshandelingen verricht of door een publieke of private inzamelaar van afvalstoffen.

2. Door huishoudens geproduceerde gevaarlijke afvalstoffen worden niet als gevaarlijke afvalstoffen aangemerkt vóór zij zijn ingezameld door een onderneming die gescheiden ingezamelde gevaarlijke afvalstoffen aan afvalverwerkingshandelingen onderwerpt of door een publieke of private inzamelaar van gevaarlijke afvalstoffen.

Motivering

Artikel 12 stelt gevaarlijk huishoudelijk afval vrij van de verplichtingen die voor gevaarlijk afval gelden totdat het ten behoeve van verwerking is ingezameld. Dit zou ertoe kunnen leiden dat elk inzamelingsproces automatisch aan de vereisten voor inzameling van gevaarlijk afval moet voldoen omdat het te allen tijde denkbaar is dat een klein gedeelte van het gevaarlijk afval terechtkomt in het stedelijk afval of het gescheideninzamelingscircuit. Artikel 12 moet duidelijk maken dat huishoudelijk afval pas als gevaarlijk kan worden aangemerkt als het gescheiden is ingezameld voor verwerking als gevaarlijk afval.

Amendement 48

Artikel 13, alinea 1

De Commissie stelt overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure een lijst van gevaarlijke afvalstoffen vast, hierna "de lijst" genoemd.

De lijst van afvalstoffen vastgesteld met Beschikking 2000/532/EG1 wordt aan de richtlijn gehecht. Zij kan door de Commissie worden gewijzigd overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure.

Motivering

Om de tekst te laten aansluiten op het amendement op artikel 4.

Amendement 49

Artikel 13, alinea 2

In de lijst worden de oorsprong en de samenstelling van de afvalstoffen en indien nodig de concentratiegrenswaarden in aanmerking genomen.

In de lijst worden de samenstelling van de afvalstoffen en indien nodig de concentratiegrenswaarden in aanmerking genomen, alsmede de oorsprong van de afvalstoffen.

Motivering

Oorsprong is geen bepalende factor voor het aanmerken van afvalstoffen als gevaarlijk. Alleen de samenstelling van de afvalstoffen is bepalend. Het kan zijn dat er in sommige gevallen een verband bestaat tussen de oorsprong en de samenstelling, maar over het algemeen is de oorsprong niet bepalend voor de vraag of het gevaarlijke afvalstoffen betreft.

Amendement 50

Artikel 14, lid 1

1. Een lidstaat kan een afvalstof, zelfs als zij niet als zodanig is opgenomen in de in artikel 4 bedoelde lijst van afvalstoffen, hierna “de lijst” genoemd, als een gevaarlijke afvalstof behandelen indien zij een of meer in bijlage III genoemde eigenschappen bezit.

1. Indien een lidstaat van mening is dat een afvalstof behandeld zou moeten worden als gevaarlijke stof, zelfs als zij niet als zodanig is opgenomen in de in artikel 4 bedoelde lijst van afvalstoffen (hierna “de lijst” genoemd) en indien zij een of meer in bijlage III genoemde eigenschappen bezit, brengt de lidstaat alle dergelijke gevallen onverwijld ter kennis van de Commissie en verstrekt de Commissie alle relevante informatie.

De lidstaat brengt alle dergelijke gevallen ter kennis van de Commissie middels het verslag waarin artikel 34, lid 1, voorziet, en verstrekt de Commissie alle relevante informatie.

 

Motivering

Het besluit om een afvalstof al dan niet als gevaarlijke stof te behandelen moet ter kennis van de Commissie worden gebracht alvorens er specifieke maatregelen door de lidstaat worden genomen, in samenhang met het harmonisatiebeleid inzake chemische en gevaarlijke stoffen dat door de Europese Unie is opgesteld.

Amendement 51

Artikel 15

1. Indien een lidstaat over gegevens beschikt waaruit blijkt dat een bepaalde afvalstof die in de lijst als gevaarlijke afvalstof is opgenomen, geen enkele in bijlage III genoemde eigenschap bezit, mag hij die afvalstof als niet-gevaarlijke afvalstof behandelen.

1. Indien een lidstaat over gegevens beschikt waaruit blijkt dat een bepaalde afvalstof die in de lijst als gevaarlijke afvalstof is opgenomen, geen enkele in bijlage III genoemde eigenschap bezit, brengt hij alle dergelijke gevallen onmiddellijk ter kennis van de Commissie en verstrekt hij de Commissie de vereiste gegevens.

De lidstaat brengt alle dergelijke gevallen ter kennis van de Commissie middels het verslag waarin artikel 34, lid 1, voorziet, en verstrekt de Commissie de vereiste gegevens.

 

2. In het licht van de ontvangen kennisgevingen herbeziet de Commissie de lijst met het oog op een besluit over de aanpassing daarvan, overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure.

2. In het licht van de ontvangen kennisgevingen herbeziet de Commissie de lijst met het oog op een besluit over de aanpassing daarvan, overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure.

2 bis. De lidstaten mogen de afvalstof als niet-gevaarlijke afvalstof behandelen nadat de aanpassing van de lijst is goedgekeurd.

Motivering

De bepalingen in het Commissievoorstel zijn onaanvaardbaar en zouden waarschijnlijk leiden tot uiteenlopende toepassingen van de richtlijn, aangezien de lidstaten de opgenomen afvalstoffen als niet-gevaarlijke afvalstoffen zouden mogen behandelen voor een en ander ter kennis van de Commissie is gebracht en, even belangrijk, voor de bevestiging van de Commissie.

Amendement 52

Artikel 15 bis (nieuw)

 

Artikel 15 bis

Traceerbaarheid en controle van gevaarlijke afvalstoffen

 

Overeenkomstig de bepalingen die in deze richtlijn met betrekking tot gevaarlijk afval zijn opgenomen, ondernemen de lidstaten de nodige actie om ervoor te zorgen dat de inzameling, de productie en het vervoer van gevaarlijk afval, alsmede de opslag en verwerking ervan, geschieden in omstandigheden waarbij optimale bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid, almede veiligheid voor betrokkenen, bedrijventerreinen en individuen wordt geboden, op zijn minst met inbegrip van maatregelen om te zorgen voor traceerbaarheid en controle van al het gevaarlijk afval van productie tot eindbestemming en adequate risicobeoordeling bij het beheer ervan.

Amendement 53

Artikel 16, lid 1

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat wanneer gevaarlijke afvalstoffen hetzij met andere gevaarlijke afvalstoffen met verschillende eigenschappen, hetzij met andere afvalstoffen, stoffen of materialen worden vermengd, aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om van bedrijven en vestigingen die werken met gevaarlijke afvalstoffen te eisen dat verschillende categorieën gevaarlijke afvalstoffen niet met elkaar worden vermengd en dat gevaarlijke afvalstoffen niet worden vermengd met ongevaarlijke afvalstoffen.

a) de handeling van het vermengen wordt verricht door een inrichting of onderneming die over een vergunning overeenkomstig artikel 19 beschikt;

 

b) er wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 7;

 

c) de negatieve milieueffecten van het beheer van de afvalstoffen worden daardoor niet vergroot;

 

d) de handeling in kwestie is in overeenstemming met de beste beschikbare technieken.

 

Motivering

Er moet voor gezorgd worden dat gevaarlijke afvalstoffen hoe dan ook gescheiden blijven van ongevaarlijke afvalstoffen.

Amendement 54

Artikel 16, lid 1 bis (nieuw)

 

1 bis. De lidstaten dienen de scheiding van gevaarlijke verbindingen uit alle afvalstromen alvorens deze in de terugwinningsketen terechtkomen aan te moedigen.

Amendement 55

Artikel 16, lid 2

2. Afhankelijk van door de lidstaten vast te stellen technische en economische haalbaarheids­criteria moet, indien gevaarlijke afvalstoffen in strijd met lid 1 vermengd zijn met andere gevaarlijke afvalstoffen met verschillende eigenschappen of met andere afvalstoffen, stoffen of materialen, een scheiding worden uitgevoerd indien zulks nodig is om te voldoen aan artikel 7.

schrappen

Amendement 56

Artikel 18

Onverminderd de voorschriften inzake de behandeling van gevaarlijke afvalstoffen van de artikelen 16 en 17, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat afgewerkte minerale olie wordt ingezameld en behandeld overeenkomstig artikel 7.

Onverminderd de voorschriften inzake het beheer van gevaarlijke afvalstoffen van de artikelen 16 en 17, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat afgewerkte minerale olie waar technisch mogelijk gescheiden van ander afval wordt ingezameld en vervolgens verwerkt overeenkomstig de afvalhiërarchie in artikel 1, lid 2, volgens de voorwaarden in artikel 7; de voorkeur voor regeneratie waarin Richtlijn 75/439/EEG voorziet, moet waar mogelijk behouden blijven.

Amendement 57

Artikel 19

1. De lidstaten bepalen dat alle inrichtingen of ondernemingen die voornemens zijn verwijderings- of terugwinningshandelingen te verrichten, van de bevoegde nationale instanties een vergunning daartoe dienen te verkrijgen.

1. De lidstaten bepalen dat alle inrichtingen of ondernemingen die voornemens zijn verwijderings- of terugwinningshandelingen te verrichten of voornemens zijn dit namens een derde partij te doen, van de bevoegde nationale instanties een vergunning daartoe dienen te verkrijgen, ter waarborging van de in artikel 7 vastgelegde eisen.

In die vergunningen worden de volgende elementen gespecificeerd:

In die vergunningen worden de volgende elementen gespecificeerd:

a) soort en hoeveelheid van de afvalstoffen die kunnen worden behandeld;

a) soort en hoeveelheid van de afvalstoffen die kunnen worden behandeld;

b) voor elk type toegestane handeling, de technische voorschriften die op de betrokken locatie van toepassing zijn;

b) voor elk type toegestane handeling, de technische voorschriften die op de betrokken locatie en op de betrokken afvalverwerkingsinstallaties van toepassing zijn;

c) de te nemen voorzorgsmaatregelen inzake veiligheid;

c) de te nemen voorzorgsmaatregelen inzake veiligheid;

d) de voor elk type handeling toe te passen methode.

d) de voor elk type handeling toe te passen methode;

 

d bis) input/output massastroomrekeningen.

In de vergunningen kunnen bijkomende voorwaarden en verplichtingen worden opgelegd.

In de vergunningen kunnen bijkomende voorwaarden en verplichtingen worden opgelegd zoals eisen ten aanzien van de kwaliteit van de behandeling.

2. Vergunningen kunnen worden verleend voor een gespecificeerde periode en zijn eventueel hernieuwbaar.

2. Vergunningen kunnen worden verleend voor een gespecificeerde periode en zijn eventueel hernieuwbaar.

3. Wanneer de bevoegde nationale instantie van mening is dat de voorgenomen verwerkingsmethode vanuit milieubeschermingsoogpunt onaanvaardbaar is, weigert zij een vergunning af te geven.

3. Wanneer de bevoegde nationale instantie van mening is dat de voorgenomen verwerkingsmethode vanuit het oogpunt van milieubescherming of volksgezondheid milieubeschermingsoogpunt onaanvaardbaar is, weigert zij een vergunning af te geven.

4. Elke vergunning die terugwinning van energie betreft, bevat de voorwaarde dat de terugwinning van energie dient plaats te vinden met hoge energie-efficiëntie.

4. Elke vergunning die het gebruik van afval als energiebron betreft, bevat de voorwaarde dat de terugwinning van energie dient plaats te vinden met hoge energie-efficiëntie.

 

Voor verbrandingsinstallaties die specifiek bestemd zijn om vast huishoudelijk afval te verwerken houdt een hoge energie-efficiëntie een gecombineerde terugwinning en gebruik van warmte en energie in.

Voor verbrandings- en medeverbrandingsinstallaties bedraagt de energie-efficiëntie ten minste:

 

- 0,40 in het geval van installaties die vóór 1 januari 2009 in bedrijf zijn en over een vergunning beschikken overeenkomstig het toepasselijke Gemeenschapsrecht,

 

- 0,50 in het geval van installaties waarvoor na 31 december 2008 en vóór 1 januari 2013 een vergunning wordt afgegeven,

 

- 0,60 in het geval van installaties waarvoor na 31 december 2012 een vergunning wordt afgegeven,

 

Energie-efficiëntie = (Ep - (Ef + Ei)) / (0,97 x (Ew + Ef))

waarin:

Ep = de hoeveelheid energie die jaarlijks als warmte of elektriciteit wordt geproduceerd. Bij de berekening wordt energie in de vorm van elektriciteit vermenigvuldigd met een factor 2,6 en warmte die wordt geproduceerd voor commerciële toepassingen met een factor 1,1 (in GJ/jaar)

Ef = de jaarlijkse energie-input in het systeem afkomstig van brandstoffen die voor de productie van stoom worden gebruikt (in GJ/jaar)

Ew = de hoeveelheid energie die is besloten in de jaarlijks verwerkte hoeveelheid afvalstoffen, berekend aan de hand van de netto calorische onderwaarde van de afvalstoffen (in GJ/jaar)

Ei = de hoeveelheid energie die jaarlijks wordt geïmporteerd, Ew en Ef niet meegerekend (in GJ/jaar)

0,97 = correctiefactor om rekening te houden met energieverliezen via bodemas en straling.

Motivering

Ontheffingen van deze vergunningsverplichting kunnen alleen worden toegestaan wanneer regels overeenkomstig artikel 7 zijn vastgesteld. Daarom is het alleen maar logisch dat de vergunningen zelf ook in overeenstemming moeten zijn met artikel 7.

Het gebruik van de term "terugwinning van energie" moet worden vermeden, omdat dit kan inhouden dat een hoge energie-efficiëntie alleen toepasbaar is op R1-installaties. Ook D10-verbrandingsinstallaties moeten streven naar een hoge energie-efficiëntie.

Input/output massastroomrekeningen moeten worden vastgesteld om de transparantie te waarborgen, om vergelijkingen van de efficiëntie van verschillende processen mogelijk te maken en om gevallen van gesimuleerde terugwinning (uiterst lage efficiëntie) eenvoudiger te kunnen identificeren.

De richtlijn betreffende afvalverbranding vereist dat alle verbrandingsinstallaties "voor zover doenlijk" warmte terugwinnen. In de IPPC BREF wordt bepaald dat dit voor de verbranding van huishoudelijk afval de terugwinning van energie moet betekenen door middel van de productie van zowel warmte als elektriciteit. De efficiëntie van de terugwinning van energie wordt op dezelfde wijze gedefinieerd als de Commissie heeft voorgesteld in Bijlage II, maar met een langere implementatieperiode.

Amendement 58

Artikel 19 bis (nieuw)

 

Artikel 19 bis

Vergunningsvereisten

 

Alle installaties voor de behandeling van gevaarlijke afvalstoffen dienen te beschikken over een vergunning overeenkomstig Richtlijn 96/61/EG.

 

Onverminderd de bepalingen van Richtlijn 96/61/EG bevat de aanvraag voor een vergunning bij de bevoegde instanties een beschrijving van de voorgenomen maatregelen die moeten garanderen dat de installatie ontworpen is, uitgerust is en geëxploiteerd wordt op een manier die aangepast is aan de behandelde afvalcategorieën en de risico's die hieraan verbonden zijn.

 

De vergunning die wordt afgegeven door de bevoegde instanties bevat:

 

- de hoeveelheden en de categorieën van gevaarlijke stoffen die worden behandeld,

 

- de technische kenmerken van de afvalverwerkingsoperaties, die optimale milieubescherming bieden en waarmee een hoog veiligheidspeil is gegarandeerd.

 

Wanneer de exploitant van een installatie voor de behandeling van niet-gevaarlijk afval voornemens is over te stappen op andere handelingen waarmee gevaarlijk afval is gemoeid, moet dit beschouwd worden als een belangrijke wijziging in de zin van artikel 2, lid 10, sub b) van Richtlijn 96/61/EG; artikel 12, lid 2 van deze richtlijn is dan van toepassing.

Amendement 59

Artikel 20

Artikel 19, lid 1, van deze richtlijn is niet van toepassing op inrichtingen of ondernemingen waaraan een vergunning uit hoofde van Richtlijn 96/61/EG is verleend.

Artikel 19, lid 1, van deze richtlijn is niet van toepassing op inrichtingen of ondernemingen waaraan een vergunning uit hoofde van Richtlijn 96/61/EG is verleend mits de vergunning alle in artikel 19, lid 1 genoemde elementen bevat.

Motivering

IPPC-vergunningen kunnen alleen worden aanvaard in plaats van specifieke vergunningen als bedoeld in artikel 19 indien alle in dat artikel genoemde elementen worden opgenomen, om lacunes te voorkomen.

Amendement 60

Artikel 21

De Commissie kan overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure minimumnormen voor vergunningen vaststellen die garanderen dat de afvalstoffen op milieuvriendelijke wijze worden verwerkt.

De Commissie dient indien wenselijk voorstellen in voor afzonderlijke richtlijnen tot vaststelling van minimumnormen voor vergunningen die garanderen dat de afvalstoffen worden verwerkt overeenkomstig de voorwaarden van artikel 7.

 

Lidstaten mogen hogere normen vaststellen voor vergunningen op basis van een nationale evaluatie van de behoeften en volgens het proportionaliteitsbeginsel, en in overeenstemming met de Verdragen.

Motivering

Dit is nog een voorbeeld van het feit dat in deze richtlijn kwesties voor comitologie worden gelaten waarvoor een Commissievoorstel aan het Parlement en de Raad zou moeten worden ingediend. Het gaat hier om een kaderrichtlijn. Als deze moet worden aangevuld met bijzondere regels om specifieke activiteiten te dekken, moet dit gebeuren via afzonderlijke richtlijnen. In de thematische strategie voor afval wordt voorgesteld voor geselecteerde terugwinningshandelingen minimumnormen toe te passen. Dit is precies de soort van situatie waar een kaderrichtlijn met een afzonderlijke richtlijn moet worden aangevuld, zoals op dit ogenblik het geval is overeenkomstig artikel 2, lid 2 van de bestaande richtlijn 75/442/EG.

Amendement 61

Artikel 21 bis (nieuw)

Artikel 21 bis

Uiterlijk …* stelt de Commissie een verslag op met het oog op de overweging van maatregelen die ertoe kunnen bijdragen dat de doelstelling van artikel 1 effectiever wordt gehaald. Dit verslag wordt binnen zes maanden na de voltooiing ervan voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad en gaat indien wenselijk vergezeld van voorstellen.

In het verslag wordt met name nagegaan

(a) of bijlage II moet worden gewijzigd, om

(i) de gevallen te schrappen waar opgenomen handelingen er niet toe leiden dat een voldoende groot deel van de afvalstoffen die een nuttig doel dienen, strookt met de doelstelling in artikel 1,

(ii) de gevallen te identificeren waar het deel van de afvalstoffen dat in het kader van een terugwinningshandeling wordt gebruikt, in tegenstelling tot het deel dat wordt verwijderd, moet worden gespecificeerd, om ervoor te zorgen dat de doelstelling in artikel 1 wordt gehaald,

(iii) een ander energie-efficiëntiepeil of -peilen te definiëren in verband met terugwinningshandeling R1,

(iv) verwijzingen aan te passen als gevolg van technische en wetenschappelijke vooruitgang;

(b) of bijlage I moet worden gewijzigd, om

(i) handelingen toe te voegen die zijn geschrapt in bijlage II,

(ii) verwijzingen aan te passen als gevolg van technische en wetenschappelijke vooruitgang; en

(c) de bepaling van minimumnormen voor specifieke verwijderings- of terugwinningshandelingen zou bijdragen tot het verwezenlijken van de doelstellingen in artikel 7.

De verplichting dit verslag op te stellen weerhoudt de Commissie er niet van in tussentijd voorstellen in te dienen. _____________

* Twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

Motivering

Het voorstel omvat talrijke verwijzingen naar de comitologieprocedure, zodat op diverse belangrijke terreinen wijzigingen kunnen worden aangebracht zonder adequate controle. Met dit amendement wordt dit geremedieerd, door te eisen dat de Commissie op diverse belangrijke terreinen verslag uitbrengt, met de bedoeling dat zij daarna goed geplaatst is om nieuwe voorstellen bij het Parlement en de Raad in te dienen. De Commissie moet voor de terreinen waar zij comitologieprocedures voorstelt, al ideeën voor specifieke voorstellen hebben, zodat zij spoedig voorstellen kan indienen. Dit betekent niet dat intussen geen wijzigingen mogelijk zijn, aangezien met het amendement duidelijk wordt gesteld dat de Commissie in tussentijd eigen voorstellen kan indienen.

Amendement 62
Artikel 25, lid 1, alinea 2

De inrichtingen of ondernemingen dienen aan bepaalde minimumnormen te voldoen.

De inrichtingen of ondernemingen dienen aan bepaalde registratie-eisen te voldoen.

Motivering

Het opleggen van minimumnormen impliceert dat het iedere lidstaat vrijstaat aanvullende eisen te stellen. Dit is in het streven naar harmonisatie ongewenst. Met het formuleren van registratie-eisen worden in iedere lidstaat dezelfde kwalitatieve eisen aan instellingen en ondernemingen, bedoeld in lid 1, gesteld.

Amendement 63
Artikel 25, lid 2, alinea 1 bis (nieuw)

 

Voor zover mogelijk wordt er gebruik gemaakt van de gegevens die de bevoegde overheden al bekend zijn om de nodige informatie voor de registratieprocedure te verkrijgen, om de administratieve verplichtingen zo beperkt mogelijk te houden.

Motivering

De noodzakelijke registratie van gewone werkzaamheden die vrijgesteld zijn, moet zo veel mogelijk vereenvoudigd worden om ambtelijke of administratieve lasten zo veel mogelijk te beperken, zowel voor de overheid als voor de ondernemingen en het bedrijfsleven.

Amendement 64
Artikel 25, lid 3

3. De Commissie stelt overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure de in lid 1, tweede alinea, bedoelde minimumnormen vast.

3. De Commissie stelt overeenkomstig de in artikel 36, lid 2 bis bedoelde procedure en in overleg met het bedrijfsleven de in lid 1, tweede alinea bedoelde registratie-eisen vast.

Motivering

Nodig om de tekst gelijk te trekken met het nieuw besluit over de comitéprocedure ("comitologie"), en meer in het bijzonder om de gewone procedure met een "regelgevend comité" te vervangen door het "comité regelgeving met toetsing", aangezien het om maatregelen met algemene draagwijdte gaat die bedoeld zijn om niet essentiële onderdelen van de wetgeving in ontwerp te verbeteren.

De registratie van instellingen en ondernemingen als bedoeld in artikel 25, lid 1, wordt op dit moment op verschillende en afwijkende wijze door de lidstaten ingevuld. Deze verschillen worden veelal als een belemmering gezien om te opereren in meerdere lidstaten. Een eenduidige en uniforme registratie, geformuleerd in overleg met het bedrijfsleven, en vooral ook een wederzijdse acceptatie van de verschillende registers zorgt voor de gewenste harmonisatie.

Amendement 65
Artikel 25, lid 4

4. De lidstaten zorgen ervoor dat het systeem van afvalinzameling en vervoer op hun grondgebied garandeert dat de ingezamelde en vervoerde afvalstoffen worden afgeleverd in passende verwerkingsinstallaties die voldoen aan de voorschriften van artikel 7.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat het systeem van afvalinzameling en vervoer op hun grondgebied, en grensoverschrijdend vervoer garandeert dat de ingezamelde en vervoerde afvalstoffen worden afgeleverd in passende verwerkingsinstallaties die voldoen aan de voorschriften van artikel 7.

 

Verordening (EG) nr. 1013/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 20061 is van toepassing op alle vervoer van afval.

 

__________
1 PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1.

Motivering

De lidstaten moeten erop toezien dat de verplichtingen van art. 7 vervuld worden, niet alleen bij ophaling en vervoer van afval op hun eigen grondgebied, maar ook als ze grensoverschrijdend afvalvervoer goedkeuren of toelaten.

Het is voor de duidelijkheid van belang om naar de wetgeving op het afvalvervoer te verwijzen.

Amendement 66

Artikel 26, lid 3

3. De afvalbeheerplannen bevatten ten minste de volgende elementen:

3. De afvalbeheerplannen bevatten alle informatie die nodig is om de verplichting in lid 2 na te komen en de bevoegde instanties, bedrijven en ondernemingen, in staat te stellen met hun optreden het plan uit te voeren. De Commissie verstrekt indien nodig richtsnoeren voor afvalbeheerplanning.

 

De afvalbeheerplannen bevatten ten minste de volgende elementen:

(a) soort, hoeveelheid en oorsprong van de geproduceerde afvalstoffen en van de afvalstoffen van buiten het nationale grondgebied die naar verwachting zullen worden verwerkt;

(a) soort, hoeveelheid en oorsprong van de geproduceerde afvalstoffen en van de afvalstoffen die ontstaan zijn buiten het nationale grondgebied die naar verwachting zullen worden verwerkt;

(b) algemene technische voorschriften, inclusief inzamelingssystemen en verwerkingsmethoden;

(b) inzamelingssystemen en verwerkingsmethoden;

(c) eventuele bijzondere regelingen met betrekking tot afvalstromen die aanleiding geven tot specifieke beleidsmatige, technische of afvalbeheerproblemen;

(c) eventuele bijzondere regelingen met betrekking tot afvalstromen, met inbegrip van diegene waarop specifieke communautaire wetgeving betrekking heeft;

(d) een inventaris en beoordeling van de bestaande verwijderingsinstallaties en grote terugwinningsinstallaties alsook van historisch verontreinigde afval­verwijderings­locaties en de maatregelen om deze te saneren;

(d) een inventaris en beoordeling van de bestaande verwijderingsinstallaties en grote terugwinningsinstallaties alsook van historisch verontreinigde afval­verwijderings­locaties en de maatregelen om deze te saneren;

(e) voldoende informatie, in de vorm van criteria voor de keuze van locaties, om de bevoegde instanties in staat te stellen te bepalen of al dan niet een vergunning moet worden afgegeven voor toekomstige verwijderingsinstallaties of belangrijke terugwinningsinstallaties;

(e) voldoende informatie, in de vorm van criteria voor de keuze van locaties, om de bevoegde instanties in de lidstaten in staat te stellen te bepalen of al dan niet een vergunning moet worden afgegeven voor toekomstige verwijderingsinstallaties of belangrijke terugwinningsinstallaties;

(f) de natuurlijke of rechtspersonen die gemachtigd zijn afvalstoffen te beheren;

 

(g) financiële en logistieke aspecten in samenhang met het beheer van afvalstoffen;

(g) algemeen beleid op het gebied van afvalbeheer, met inbegrip van technologie en methoden voor gepland afvalbeheer.

(h) een evaluatie van het nut en de geschiktheid van bepaalde economische instrumenten voor het aanpakken van diverse afvalproblemen, rekening houdend met de noodzaak de goede werking van de interne markt te garanderen.

 

Amendement 67
Artikel 26, lid 3 bis (nieuw)

 

3 bis. De lidstaten kunnen de nodige maatregelen treffen om bewegingen van afval te verhinderen die niet met hun plannen voor afvalbeheer overeenstemmen. Ze brengen de Europese Commissie en de andere lidstaten van dergelijke maatregelen op de hoogte.

Motivering

Het is van belang dat de lidstaten in hun plan voor afvalbeheer opnemen onder welke voorwaarden bepaalde grensoverschrijdende bewegingen van afval niet aan de regels voldoen.

Amendement 68

Artikel 28

Artikel 28
Uitvoeringsmaatregelen

De Commissie stelt overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure de vorm vast waarin de kennisgeving krachtens artikel 26, lid 5, plaatsvindt.

schrappen

Motivering

Afvalplanning is een zaak van de lokale gemeenschappen, waarbij het erom draait dat deze efficiënte manieren vinden om hun afval te beheren. De lokale gemeenschappen moeten kunnen beslissen hoe hun plannen eruit zien en welke formule hen het beste vooruit helpt.

Amendement 69
Artikel 29

1. De lidstaten stellen overeenkomstig artikel 1 uiterlijk [drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] afvalpreventieprogramma's vast.

1. De lidstaten stellen overeenkomstig artikel 1 en 4 bis uiterlijk [18 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] afvalpreventieprogramma's vast.

 

De programma's en de daarin vervatte maatregelen moeten ten minste gericht zijn op de stabilisatie van de afvalproductie voor 2012 en daarna significante verminderingen voor 2020.

Ofwel worden die programma's geïntegreerd in de in artikel 26 bedoelde afval­beheerplannen, ofwel betreft het op zichzelf staande programma's. Zij worden opgesteld op het meest geschikte geografische niveau voor de doeltreffende toepassing ervan.

Ofwel worden die programma's geïntegreerd in de in artikel 26 bedoelde afval­beheerplannen, ofwel betreft het op zichzelf staande programma's. Zij worden opgesteld op het meest geschikte geografische niveau voor de doeltreffende toepassing ervan.

2. Overeenkomstig Richtlijn 2003/35/EG zorgen de lidstaten ervoor dat de belanghebbende partijen en het brede publiek inspraak hebben bij het opstellen van de programma's en dat zij deze na het opstellen ervan kunnen raadplegen.

2. Overeenkomstig Richtlijn 2003/35/EG zorgen de lidstaten ervoor dat de plaatselijke en regionale overheden bij de opstelling van de programma's betrokken zijn en dat de belanghebbende partijen en het brede publiek inspraak hebben bij het opstellen van de programma's en dat zij deze na het opstellen ervan kunnen raadplegen.

 

2 bis. De Europese Commissie stelt een systeem voor de uitwisseling van informatie over de beste werkwijzen voor afvalpreventie in.

Motivering

Achttien maanden moeten voldoende zijn om de eerste afvalpreventieprogramma's aan te nemen. Ervan uitgaande dat ze in december 2007 van kracht worden, betekent dat ongeveer juni 2009 (tijd genoeg om rekening te houden met de gemeenschappelijke indicatoren die op Europees niveau opgesteld worden, en de maatregelen om tegen 2012 de tussentijdse doelstellingen te kunnen bereiken).

Ook als ze in de afvalbeheersplannen opgenomen worden, moeten de programma's duidelijk te onderscheiden zijn, zodat ze afzonderlijk geëvalueerd kunnen worden en preventiebeleid naast de algemene plannen voor afvalbeheer de nodige prioritaire aandacht krijgt.

Plaatselijke en regionale overheden zijn bij de uitvoering van preventieve maatregelen om het ontstaan van afval te voorkomen centrale instanties, die bij het opstellen van afvalpreventieprogramma's betrokken moeten zijn.

Met het genoemde systeem kunnen sommige overheden zich op doeltreffende maatregelen van andere lidstaten inspireren.

Amendement 70
Artikel 30

Inhoud

schrappen

1. In hun programma's stellen de lidstaten afvalpreventiedoelstellingen vast en onderzoeken zij de mogelijkheden om de in bijlage IV omschreven maatregelen te nemen.

 

Die doelstellingen en maatregelen moeten erop gericht zijn de koppeling tussen economische groei en de milieueffecten die samenhangen met de productie van afvalstoffen te doorbreken.

 

2. De lidstaten stellen voor elke maatregel of combinatie van maatregelen die zij aannemen, specifieke kwalitatieve en kwantitatieve streefcijfers en indicatoren vast teneinde de voortgang van de afzonderlijke maatregelen te bewaken en te evalueren.

 

Amendement 71

Artikel 31

De lidstaten evalueren de afvalpreventieprogramma's regelmatig, en ten minste telkens vóór zij een verslag overeenkomstig artikel 34, lid 1, indienen.

De lidstaten evalueren de afvalpreventieprogramma's regelmatig en herzien deze ten minste om de vijf jaar. Het Europees Milieuagentschap neemt een controle van de vooruitgang op het gebied van de voltooiing en uitvoering van deze programma's op in zijn jaarverslag.

Motivering

Het Europees Milieuagentschap moet in het spel worden gebracht, om de Commissie en het Parlement te helpen met informatie over wat er voortdurend aan de gang is op het terrein. De lidstaten kunnen controle gemakkelijk omzeilen, eenvoudigweg door de voorlegging van hun verslagen aan de Commissie uit te stellen. Overeenkomstig Richtlijn 91/692/EEG moesten de lidstaten hun periodiek verslag waarin de kaderrichtlijn afval voorziet, uiterlijk indienen op 30 september 2004. Op 31 december 2004 hadden maar negen lidstaten dit gedaan: Duitsland, Denemarken, Griekenland, Finland, Portugal, Zweden, de Tsjechische Republiek , Slovenië en Slowakije.

Amendement 72

Artikel 31, alinea 's 1 bis en 1 ter (nieuw)

 

De Commissie ontwikkelt, na raadpleging van het krachtens artikel 36, lid 1, ingestelde comité, richtsnoeren voor de evaluatie van de afvalpreventieprogramma's, met inbegrip van de krachtens artikel 4, lid 1, te ontwikkelen indicatoren.

 

Aan de hand van deze richtsnoeren voert de Commissie in samenwerking met de bevoegde instanties een evaluatie uit van de programma's. Binnen 18 maanden na afloop van de periode van vijf jaar legt zij een verslag voor met een beoordeling van de bijdrage van de programma's tot het behalen van de in deze richtlijn vastgelegde gestelde doelen en doelstellingen.

Motivering

Evaluatie en standaardisatie van de vergaarde informatie is noodzakelijk voor zowel een beoordeling van de vooruitgang in het algemeen als de vraag of met de maatregelen die in de programma's zijn vastgelegd de gestelde doelen worden gehaald.

Om nog meer formele verslagleggingsvereisten te vermijden, kan de reguliere taak van informatievergaring worden overgelaten aan het Milieuagentschap of een ander orgaan, bijv. het Gemeenschappelijk centrum voor onderzoek, zodat in samenwerking met de bevoegde nationale instanties en belanghebbenden een goede evaluatie kan worden gemaakt, met toepassing van de indicatoren die vóór 2008 moeten zijn opgesteld. Op basis van deze evaluatie legt het bevoegde agentschap de Commissie een beoordelingsverslag voor.

Amendement 73

Artikel 31 bis (nieuw)

 

Artikel 31 bis

Verslaglegging inzake plannen en programma's

 

De Commissie brengt, rekening houdend met de uitgevoerde evaluaties, niet later dan 2 jaar na elke vijfjaarlijkse herziening van de plannen en programma's krachtens de artikelen 31 en 26 verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de effectiviteit van de daarin opgenomen maatregelen.

 

Op basis van dit verslag komt de Commissie, waar passend, met voorstellen voor andere dan de in artikel 4. lid 1, bedoelde maatregelen.

Motivering

Op basis van de evaluaties dient de Commissie ook tijdig een verslag voor te leggen aan het Parlement en de Raad en, indien nodig, voorstellen te doen voor nadere maatregelen in aanvulling op de maatregelen zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, en het EU-actieplan. Aldus wordt ervoor gezorgd dat het Parlement regelmatig wordt betrokken bij de beoordeling van de vooruitgang en de toereikendheid van de maatregelen die in deze richtlijn zijn vastgelegd.

Amendement 74

Artikel 33

1. De in artikel 19, lid 1, bedoelde inrichtingen of ondernemingen, de producenten van gevaarlijke afvalstoffen en de inrichtingen en ondernemingen die gevaarlijke afvalstoffen inzamelen of vervoeren, houden een register bij van de hoeveelheid, aard, oorsprong en, voor zover van toepassing, bestemming, inzamelingsfrequentie, wijze van vervoer en geplande verwerkingsmethode van de afvalstoffen en stellen die informatie desgevraagd ter beschikking van de bevoegde instanties.

1. De in hoofdstuk V, deel 1, bedoelde inrichtingen of ondernemingen, de producenten en wederverkopers van afvalstoffen en de inrichtingen en ondernemingen die afvalstoffen inzamelen of vervoeren, houden een chronologisch register bij van de inkomende en uitgaande hoeveelheden, aard, sectorale en geografische oorsprong en, voor zover van toepassing, bestemming, inzamelingsfrequentie, wijze van vervoer en geplande verwerkingsmethode van de afvalstoffen en stellen die informatie desgevraagd ter beschikking van de bevoegde instanties.

2. Voor gevaarlijke afvalstoffen worden de registers ten minste drie jaar lang bewaard, behalve in het geval van inrichtingen en ondernemingen die gevaarlijke afvalstoffen vervoeren, die deze registers ten minste 12 maanden lang dienen te bewaren.

2. Voor gevaarlijke afvalstoffen worden de registers ten minste vijf jaar lang bewaard.

De bewijsstukken omtrent het beheer van de afvalstoffen worden op verzoek van de bevoegde instanties of van een voorgaande houder overgelegd.

De bewijsstukken omtrent het beheer van de afvalstoffen worden op verzoek van de bevoegde instanties of van een voorgaande houder overgelegd.

 

De lidstaten zorgen ervoor dat de nationale bevoegde instanties een register bijhouden van alle inrichtingen en ondernemingen in de zin van Hoofdstuk V, Deel 1, en zij kunnen van deze inrichtingen en ondernemingen verslaglegging verlangen.

 

De lidstaten kunnen ook van producenten van niet-gevaarlijk afval verlangen dat zij zich houden aan de bepalingen van dit artikel.

Motivering

Inkomende en uitgaande afvalstromen dienen beide geregistreerd te worden, zodat op doeltreffender wijze controle kan worden uitgeoefend. Een periode van 12 maanden is te kort voor inspectiedoeleinden.

Niet alleen het gevaarlijke afval, maar ook de productie van niet-gevaarlijk afval dient te worden geregistreerd anders kan niet worden voldaan aan de verslagleggingsverplichtingen ten aanzien van de hoeveelheden afval die worden geproduceerd.

Voor wat betreft het register in verband met de diverse behandelingswijzen voor gevaarlijk afval is het van belang de werkingssfeer van de bepalingen van dit artikel uit te breiden tot wederverkopers en de termijn van de bewaarplicht voor registers.

Om toezicht te kunnen uitoefenen op de gevolgen van afvalpreventiemaatregelen is het belangrijk dat de statistieken die over afval worden bijgehouden ook informatie bevatten over de herkomst van het afval, zowel de sectorale als de geografische herkomst.

Met het oog op het volgen van en het toezicht op de afvalstromen, alsook om te voldoen aan de verslagleggingsverplichtingen, dient te worden vastgelegd dat alle actoren expliciet in een register van de nationale instanties worden opgenomen en dat de mogelijkheid bestaat om meldingen of samenvattingen van (input/outputoverzichten) te verlangen.

Registratieverplichtingen voor producenten van niet-gevaarlijk afval zijn reeds geldend recht (zie art. 14 van de kaderrichtlijn) en worden ook door de lidstaten toegepast. Oude elektrische apparatuur bijvoorbeeld bestaat voor een groot deel uit niet-gevaarlijk afval en moet volgens de regels worden behandeld. Om te controleren of dit afval volgens de regels wordt doorgegeven en behandeld is registratie een noodzakelijke voorwaarde.

Amendement 75

Artikel 34

1. Elke drie jaar verstrekken de lidstaten de Commissie informatie over de uitvoering van deze richtlijn in de vorm van een sectoraal verslag.

1. Elke vier jaar verstrekken de lidstaten de Commissie informatie over de uitvoering van deze richtlijn in de vorm van een sectoraal verslag.

Dit verslag wordt opgesteld aan de hand van een vragenlijst of een schema, vastgesteld door de Commissie volgens de procedure bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 91/692/EEG. Het verslag wordt aan de Commissie voorgelegd binnen negen maanden na het verstrijken van de periode van drie jaar waarop het betrekking heeft.

Dit verslag wordt opgesteld aan de hand van een vragenlijst of een schema, vastgesteld door de Commissie volgens de procedure bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 91/692/EEG. Het verslag wordt aan de Commissie voorgelegd binnen negen maanden na het verstrijken van de periode van drie jaar waarop het betrekking heeft.

In deze verslagen nemen de lidstaten informatie op over de vooruitgang die zij boeken bij de uitvoering van hun afvalpreventieprogramma's.

In deze verslagen nemen de lidstaten onder meer specifieke informatie op over uitgebreide aansprakelijkheidsregelingen voor producenten en de vooruitgang die zij boeken bij de uitvoering van hun afvalpreventieprogramma's en het behalen van de afvalpreventiedoelstellingen zoals vastgelegd in artikel 4 bis.

In de context van de verslagleggingsplicht worden gegevens verzameld over cateringafval met het oog op de vaststelling van regels voor de veilige benutting, terugwinning, recycling en verwijdering daarvan.

In de context van de verslagleggingsplicht worden gegevens verzameld over cateringafval met het oog op de vaststelling van regels voor de veilige benutting, terugwinning, recycling en verwijdering daarvan.

2. De vragenlijst of het schema wordt zes maanden vóór de aanvang van de verslagperiode aan de lidstaten toegezonden.

2. De vragenlijst of het schema wordt zes maanden vóór de aanvang van de verslagperiode aan de lidstaten toegezonden.

3. De Commissie publiceert binnen een termijn van negen maanden na de ontvangst van de verslagen van de lidstaten overeenkomstig lid 1, een communautair verslag over de uitvoering van deze richtlijn.

3. De Commissie publiceert binnen een termijn van negen maanden na de ontvangst van de verslagen van de lidstaten overeenkomstig lid 1, een communautair verslag over de uitvoering van deze richtlijn. Zij publiceert voorts een evaluatieverslag over de noodzaak van invoering van uitgebreidere regelingen voor de producentenaansprakelijkheid voor specifieke afvalstromen op EU-niveau.

4. In het eerste verslag dat vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn wordt uitgebracht, evalueert de Commissie de uitvoering van de richtlijn en neemt zij, indien passend, een voorstel tot wijziging op.

4. In het eerste verslag dat vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn wordt uitgebracht, evalueert de Commissie de uitvoering van de richtlijn en neemt zij, indien passend, een voorstel tot wijziging op.

Motivering

De frequentie van de sectorale verslagen dient te worden gesynchroniseerd met die van de herziening van de afvalpreventieprogramma's en die van de herziening van de afvalbeheersplannen.

In artikel 8 wordt verwezen naar EPR-regelingen en dit is de plaats om te waarborgen dat de Commissie alle noodzakelijke informatie ontvangt om de mogelijkheden van de invoering van uitgebreidere aansprakelijkheidsregelingen voor nieuwe afvalstromen, op basis van de ervaringen van de lidstaten, te beoordelen.

Gezien het overkoepelende belang van preventie, is het belangrijk te verduidelijken dat de lidstaten specifiek verslag dienen uit te brengen over het behalen van de afvalpreventiedoelstellingen.

Amendement 76

Artikel 35

De Commissie neemt overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure de wijzigingen aan die noodzakelijk zijn om de bijlagen aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

De Commissie neemt overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure de wijzigingen aan die noodzakelijk zijn om de bijlagen III en IV aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

Motivering

Nodig, als het Parlement het beroep op de comitologieprocedure wil beperken.

Amendement 77

Artikel 35 bis (nieuw)

 

Artikel 35 bis

Sancties bij niet-nakoming

 

De lidstaten stellen de sancties vast die van toepassing zijn op schendingen van deze verordening, in het bijzonder van artikel 16, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de sancties worden toegepast. De aldus vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en ontmoedigend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk …* van de desbetreffende bepalingen op de hoogte en stellen haar onverwijld op de hoogte van eventuele latere wijzigingen.

__________
*
24 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

Motivering

Evenals andere kaderwetgeving (bijv. de kaderrichtlijn Water) of andere wetgeving voor afval (bijv. de richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparatuur) dient de kaderrichtlijn Afval ook straffen voor niet-nakoming te bevatten. De formulering is letterlijk overgenomen uit het gemeenschappelijk standpunt inzake REACH, met als toevoeging een specifieke verwijzing naar artikel 16, omdat straffen in verband met dit artikel van bijzonder belang zijn.

Amendement 78

Artikel 36, lid 2 bis (nieuw)

 

2 bis. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 bis, leden 1 tot en met 4 en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

Motivering

Dit amendement is noodzakelijk om de tekst in overeenstemming te brengen met de bepalingen van het nieuwe "comitologiebesluit" en met name om het "regelgevingscomité met toetsing" op te nemen, daar het bij een aantal van de betrokken maatregelen gaat om maatregelen met een algemene strekking die bedoeld zijn om niet-essentiële elementen van het wetgevingsontwerp te wijzigen.

Amendement 79

Artikel 36, lid 3 bis (nieuw)

 

3 bis. Bij de goedkeuring van maatregelen krachtens dit artikel:

 

(a) raadpleegt de Commissie de betrokken partijen naar behoren;

 

(b) presenteert de Commissie een nauwkeurig tijdschema;

 

(c) zorgt de Commissie voor de harmonisatie van de procedureregels voor alle comitologieprocedures waarin in deze richtlijn wordt voorzien;

 

(d) zorgt de Commissie ervoor dat de procedure uitvoerbaar is;

 

(e) waarborgt de Commissie de toegang tot proceduredocumenten voor het publiek;

 

(f) voert de Commissie indien nodig een onderzoek uit naar de gevolgen van een voorgenomen maatregel voor het milieu en de markt.

Motivering

Heropneming van amendement 35 van de rapporteur, waaraan de bepaling inzake een eventuele effectrapportage is toegevoegd.

Amendement 80

Artikel 36 bis (nieuw)

 

Artikel 36 bis

 

Overlegforum Afvalbeheer

 

1. De Commissie zet een overlegforum inzake afvalbeheer op.

 

2. Het Overlegforum heeft als taak de Commissie, op haar verzoek of op eigen initiatief, te voorzien van adviezen over:

 

(a) het formuleren van beleid voor afvalbeheer, rekening houdend met de noodzaak optimaal gebruik te maken van hulpbronnen, het voorkomen van afval en milieuvriendelijk afvalbeheer;

 

(b) de verschillende technische, economische, administratieve en juridische aspecten van afvalbeheer;

 

(c) de tenuitvoerlegging van de Gemeenschapswetgeving inzake afvalbeheer, met inbegrip van plannen, programma's en voortgangsrapportages, en het formuleren van nieuwe wetgevingsvoorstellen op dit gebied.

 

3. Het Overlegforum dient op evenwichtige wijze te worden samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en alle belanghebbenden op het gebied van afvalbeheer, zoals de industrie, met inbegrip van KMO's en de ambachtssector, vakbonden, handelaren, detailhandelaren, milieubeschermingsgroepen en consumentenorganisaties.

 

4. Het Overlegforum komt ten minste drie maal per jaar bijeen.

De Commissie roept het Overlegforum bijeen. Het Overlegforum wordt voorgezeten door de Commissie.

Waar passend kunnen werkgroepen ad hoc worden ingesteld die vaker vergaderen.

 

5. De Commissie keurt het reglement van het Overlegforum goed.

Motivering

Het is van cruciaal belang een echt forum in te stellen voor de tenuitvoerlegging van de richtlijn, zoals ook is gedaan op andere terreinen van het milieubeleid, zoals Lucht en Water. In dit forum op EU-niveau, in wezen een overlegcomité voor afvalbeheer en tenuitvoerlegging, dienen zowel de bevoegde instanties als belanghebbenden van de lidstaten vertegenwoordigd te zijn en het dient ook te worden gebruikt voor specifieke taken zoals toetsing. Voorts dient het zoveel mogelijk en waar relevant deel te nemen aan de ontwikkeling van uitvoeringsmaatregelen.

Amendement 81

Bijlage I, punt D 7

D 7 Lozen/storten in zeeën en oceanen, inclusief inbrengen in de zeebodem

schrappen

Motivering

Lozen of storten van afval in zee moet worden verboden omdat het op de lange termijn onveilig is.

Amendement 82

Bijlage I, punt D 11

D 11 Verbranding op zee

schrappen

Motivering

Verbranding op zee is overeenkomstig het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (OSPAR-Verdrag) verboden vanaf de ondertekening van het Verdrag door de Europese Gemeenschap – 7 oktober 1997.

Amendement 83

Bijlage II, punt R 1

R1 Hoofdgebruik als brandstof of als ander middel voor energieopwekking

R1 Hoofdgebruik als brandstof of als ander middel voor energieopwekking

Hieronder vallen ook verbrandingsinstallaties die specifiek bestemd zijn om vast huishoudelijk afval te verwerken, mits hun energie-efficiëntie ten minste:

 

– 0,60 bedraagt in het geval van installaties die vóór 1 januari 2009 in bedrijf zijn en over een vergunning beschikken overeenkomstig het toepasselijke Gemeenschapsrecht,

 

– 0,65 bedraagt in het geval van installaties waarvoor na 31 december 2008 een vergunning wordt afgegeven,

 

zoals berekend met de volgende formule1:

 

Energie-efficiëntie = (Ep - (Ef + Ei)) / (0,97 x (Ew + Ef))

 

waarin:

Ep = de hoeveelheid energie die jaarlijks als warmte of elektriciteit wordt geproduceerd. Bij de berekening wordt energie in de vorm van elektriciteit vermenigvuldigd met een factor 2,6 en warmte die wordt geproduceerd voor commerciële toepassingen met een factor 1,1 (in GJ/jaar)

 

Ef = de jaarlijkse energie-input in het systeem afkomstig van brandstoffen die voor de productie van stoom worden gebruikt (in GJ/jaar)

 

Ew = de hoeveelheid energie die is besloten in de jaarlijks verwerkte hoeveelheid afvalstoffen, berekend aan de hand van de netto calorische onderwaarde van de afvalstoffen (in GJ/jaar)

 

Ei = de hoeveelheid energie die jaarlijks wordt geïmporteerd, Ew en Ef niet meegerekend (in GJ/jaar)

 

0,97 = correctiefactor om rekening te houden met energieverliezen via bodemas en straling

______________
1 Deze formule is gebaseerd op informatie die is opgenomen in het referentiedocument over de beste beschikbare technieken voor afvalverbranding.

 

Motivering

In het voorstel van de Commissie om huisvuilverbrandingsinstallaties te reclassificeren op basis van hun energie-efficiëntie wordt niet erkend dat installaties voor de verwerking van gemengd afval met een veranderlijke en onvoorspelbare samenstelling in de eerste plaats toegesneden dienen te zijn op een uit milieuoogpunt juiste behandeling (mineralisatie) van dat afval en op het controleren van de uitstoot. Het terugwinnen van energie (en warmte) dient een secundaire overweging te blijven. De energie-efficiëntieformule als enig criterium om installaties voor de verbranding van vast huisvuil te classificeren terugwinning is niet in overeenstemming met de op meer criteria gebaseerde benadering van de definitie van terugwinning en het primaire milieuvereiste van terugdringing van de uitstoot.

Amendement 84

Bijlage II, punt R 9 bis (nieuw)

 

R 9 bis. Andere terugwinningsactiviteiten voor de productie van secundaire producten, materialen en stoffen.

Motivering

Het amendement is bedoeld ter verduidelijking van de situatie waarin terugwinning bestaat uit verschillende opeenvolgende stappen. Zo'n terugwinningsketen van verschillende industrieën is gebruikelijk in Europa.

Amendement 85

Bijlage II, punt R 11

R 11 Gebruik van afvalstoffen die bij een van de onder R 1 tot en met R 10 genoemde behandelingen vrijkomen

R 11 Terugwinning van energie uit stortgas

Motivering

Moderne vuilstortplaatsen kunnen effectieve biogeneratoren vormen door middel van de omzetting van stortgas in energie. Een optimaal gebruik van deze vorm van terugwinning van energie moet worden aangemoedigd door erkenning in de richtlijn. Hoewel met moderne technologieën de meeste van de doelstellingen van het gasbeheer kunnen worden bereikt, zoals de beheersing van stank, het vernietigen van giftige stoffen en een geringe uitstoot van vervuiling, biedt stortgas voor energiedoeleinden een bijkomend voordeel dat niet-hernieuwbare fossiele brandstof, die anders ergens anders zou worden gebruikt voor de opwekking van dezelfde hoeveelheid energie, wordt vervangen.

Amendement 86

Bijlage II, punt R 11 bis (nieuw)

 

R 11 bis. Gebruik van afval voor constructie-, technische, veiligheids- of milieudoelstellingen, waarvoor ander materiaal gebruikt zou zijn

Motivering

In de zin van een duurzaam gebruik van hulpbronnen moet de lijst van gebruiksprocedures in bijlage II B met inachtneming van de actuele jurisprudentie van het Hof, en van technische ontwikkelingen worden aangevuld.

Amendement 87

Bijlage II, punt R 13 bis (nieuw)

 

R 13 bis. Gebruik van materialen die bij een van de R1 t/m R 10 genoemde behandelingen vrijkomen

Motivering

Dit amendement is bedoeld ter verduidelijking van de situatie wanneer de terugwinning plaatsvindt in diverse opeenvolgende stappen en wanneer de recycling bijvoorbeeld wordt afgerond na (tussentijdse) terugwinning wanneer de rechtsstatus al is veranderd. Een dergelijke terugwinningsketen van diverse industrieën is gebruikelijk in Europa.

Amendement 88

Bijlage II, punt R 13 bis (nieuw)

 

R 13 bis. Hergebruik van producten en componenten van afvalstoffen

Motivering

Zie het amendement van dezelfde indiener op overweging 11.

Het hergebruik van producten of componenten verschilt van het gebruik van bepaalde materialen en moet expliciet worden opgevoerd in de bijlage betreffende terugwinningsoperaties. Een dergelijke toevoeging is ook noodzakelijk in bijlage II.

Amendement 89

Bijlage II bis (nieuw)

 

Bijlage II bis

Toepassingen waarvoor afvalstoffen kunnen worden gebruikt als een secundair product, materiaal of stof

 

- gebruik in of als kunstmest of als bodemverbeteraar

 

- gebruik in of als bouwmateriaal

 

- gebruik als bodemmateriaal

Motivering

Zie amendement op artikel 11 waarin staat dat de secundaire producten, materialen en stoffen gebruikt moeten worden op een van de toepassingswijzen van bijlage II bis.

Amendement 90

Bijlage III, punten H13 en H14

H13 Stoffen en preparaten die na verwijdering op de een of andere wijze een andere stof doen ontstaan (bij voorbeeld een uitlogingsproduct) die een van de hierboven genoemde eigenschappen bezit.

H14 Stoffen en preparaten die na verwijdering op de een of andere wijze een andere stof doen ontstaan (bij voorbeeld een uitlogingsproduct) die een van de andere hierboven genoemde eigenschappen bezit.

H14 "Ecotoxisch": stoffen en preparaten waarvan het gebruik onmiddellijk of na verloop van tijd gevaar voor één of meer sectoren van het milieu oplevert of kan opleveren.

H13 "Ecotoxisch": stoffen en preparaten waarvan het gebruik onmiddellijk of na verloop van tijd gevaar voor één of meer sectoren van het milieu oplevert of kan opleveren.

Motivering

Dit amendement is nodig om de volgorde van de lijst eigenschappen van stoffen die gevaarlijk kunnen zijn in overeenstemming te brengen met de internationale wetgeving, met name met het Verdrag van Bazel. Criterium H13 is zeer belangrijk omdat daaronder gevaarlijke eigenschappen vallen die optreden ná verwijdering. Omdat punt H13 verwijst naar een van de karakteristieken die "hierboven" zijn geschetst, in de huidige volgorde, is de eigenschap "ecotoxisch" uitgesloten van behandeling. Conform het Verdrag van Bazel moet de volgorde worden omgedraaid zodat de eigenschap "ecotoxisch" ook na verwijdering in aanmerking wordt genomen, d.w.z. in een percolaat.

Amendement 91

Bijlage IV, punt 3 bis (nieuw)

3bis. Lidstaten melden bij de Commissie producten die in aanmerking komen voor onderwerping aan EU-brede productvergelijkingen waarbij de preventie van afval centraal staat.

Motivering

Wanneer producenten/importeurs de minst milieubelastende materialen op de markt brengen levert dit een belangrijke bijdrage aan de doelstelling van deze richtlijn. De keuzes van producenten/importeurs dient te worden ingegeven door indicatoren die de milieubelasting van verschillende materialen weergeven.

Amendement 92

Bijlage IV, punt 3 ter (nieuw)

 

3 ter. Omschrijving van criteria zowel voor EU- als voor derde landen om in aanmerking te komen voor financiering via de Structuurfondsen en het Europees Regionaal Fonds van projecten, teneinde prioriteit te geven aan afvalpreventie - met name het gebruik van de best beschikbare technologieën en schonere productiebenchmarks.

Amendement 93

Bijlage IV, punt 3 quater (nieuw)

 

3 quater. Aanmoediging door lidstaten van selectieve inzamelingssystemen, ten einde ervoor te zorgen dat huishoudelijk afval wordt verzameld overeenkomstig de kwaliteitsnormen van de relevante sectoren.

Amendement 94

Bijlage IV, subtitel 2

Maatregelen die consequenties kunnen hebben voor de ontwerp- en productiefase

Maatregelen die consequenties kunnen hebben voor de ontwerp-, productie- en distributiefase

Motivering

Distributeurs mogen niet als een belangrijke actor worden vergeten. Consumentengedrag is een belangrijk punt in preventieprogramma's.

Amendement 95

Bijlage IV, punt 7

7. Invoering van afvalpreventiemaatregelen in installaties waarop Richtlijn 96/61/EG niet van toepassing is. Waar passend kan dit afvalpreventie-evaluaties of -plannen omvatten.

7. Invoering van afvalpreventiemaatregelen in installaties waarop Richtlijn 96/61/EG niet van toepassing is. Dit kan afvalpreventie-evaluaties of -plannen omvatten.

Motivering

Zie motivering bij bijlage IV, subtitel 2.

Amendement 96

Bijlage IV, punt 9

9. Gebruik van convenanten, consumenten-/producentenpanels of sectoraal overleg om ervoor te zorgen dat de betrokken bedrijven of industriële sectoren eigen afvalpreventieplannen of -doelstellingen vaststellen, c.q. maatregelen nemen om door producten of verpakkingen veroorzaakte verspilling een halt toe te roepen.

9. Gebruik van wetgeving, convenanten, consumenten-/producentenpanels of sectoraal overleg om ervoor te zorgen dat de betrokken bedrijven of industriële sectoren eigen afvalpreventieplannen of -doelstellingen vaststellen, c.q. maatregelen nemen om door producten of verpakkingen veroorzaakte verspilling een halt toe te roepen.

Motivering

Zie motivering bij bijlage IV, subtitel 2.

Amendement 97

Bijlage IV, punt 11

11. Economische instrumenten zoals de beloning van "schoon" aankoopgedrag of de instelling van een door de consument betaalde vergoeding voor bepaalde componenten of vormen van verpakking die anders gratis ter beschikking zouden worden gesteld.

11. Economische instrumenten zoals de beloning van "schoon" aankoopgedrag of de instelling van een door de consument betaalde vergoeding voor bepaalde componenten of vormen van verpakking die anders gratis of tegen een lagere prijs ter beschikking zouden worden gesteld.

Motivering

Zie motivering bij bijlage IV, subtitel 2.

(1)

PB C .../Nog niet in het PB gepubliceerd.


TOELICHTING

Deze richtlijn vormt een bijkomende stap in het debat dat is begonnen met de eerste Europese richtlijnen over afval in de jaren '70 en dat meer gefocust werd met de richtlijn betreffende het storten van afvalstoffen uit 1999. De vragen die nu moeten worden beantwoord, zijn hoe we de hoeveelheid afval kunnen beperken die we door onze toenemende welvaart worden aangezet te produceren en hoe ons beleid moet worden aangepast, opdat afval in de eerste plaats wordt beschouwd als een hulpbron die waarde kan opleveren, in plaats van als residu dat alleen kan worden opgeslagen op een stort.

Gelet op het aantal zaken die tot nu toe bij het Hof van Justitie aanhangig is gemaakt over de interpretatie van de EU-regelgeving op het gebied van afval, is het eerste waarvoor we moeten zorgen, dat de regels die uiteindelijk worden goedgekeurd, welke zij ook zijn, duidelijkheid scheppen – op het gebied van definities en beleidsintenties. Om deze reden stelt de commissie een aantal toevoegingen voor aan artikel 3 en een consolidatie in dit artikel van definities elders in de richtlijn.

De rapporteur is er van vele kanten op gewezen dat de richtlijn een verwijzing moet bevatten naar de afvalhiërarchie in zijn volledigste vorm, met vijf trappen. Het is belangrijk te beseffen dat deze hiërarchie geen rechtskracht heeft. Door haar op te nemen wordt evenwel een signaal afgegeven over de prioriteiten en wordt in deze richtlijn een verwarrend geformuleerd artikel verduidelijkt (artikel 1). Het is evenwel onmiddellijk duidelijk dat ruimte moet worden gelaten voor afwijkingen van de hiërarchie, als de omstandigheden dit vereisen. De vraag is: welke omstandigheden? De suggesties van de commissie staan in het laatste deel van het amendement op artikel 1. Er lijkt een consensus over te bestaan dat afwijkingen moeten zijn gebaseerd op het concept van de levenscyclus en de analyse en beoordeling hiervan, en ook kosten-batenanalyses moeten ergens een plaats krijgen. De vraag is hoe strikt op grond hiervan goedkeuring moet worden verleend: moet een lidstaat geval per geval goedkeuring verlenen? Wordt de zaak telkens naar de Commissie verwezen? Misschien is de beste manier – op zijn minst een suggestie – te vinden in de idee van de commissie dat de Commissie richtsnoeren opstelt over de manier waarop de levenscyclusanalyse kan werken.

Dan is de vraag wat daarna komt. Bijkomend optreden is nodig om te bepalen welke afvalstromen onder de bepalingen van artikel 11 vallen en worden overgeheveld van de categorie afval naar de categorie product. Met het amendement van de commissie op artikel 11, lid 3 bis (nieuw), wordt een agenda voor het toekomstige optreden van de Commissie vastgesteld.

Wat de procedure betreft, concludeert de rapporteur dat in de richtlijn al te veel wordt gesteund op de comitologieprocedure overeenkomstig Besluit 1999/468/EG. In de richtlijn worden in diverse artikelen elf besluiten genoemd die volgens de comitologieprocedure moeten worden genomen. Er moet evenwel een onderscheid worden gemaakt tussen het gebruik van comitologie voor technische aanpassingen en misbruik van comitologie voor het nemen van besluiten van algemenere, hoogst politiek aard, die het beste worden genomen volgens de medebeslissingsprocedure. Om deze reden wordt voorgesteld dat wordt gekozen voor de medebeslissingsprocedure in artikel 5 (voor de vaststelling van de efficiëntiecriteria), in artikel 11 (voor de vaststelling van de criteria om te bepalen wanneer afval een product wordt) en in artikel 21 (minimumnormen voor vergunningen).

Over wijzigingen in de comitologieprocedure wordt wel een discussie gevoerd, maar de rapporteur verwacht niet dat deze zal leiden tot meer bevoegdheden voor de EP-leden, zodat zij hun veto tegen een besluit kunnen stellen, of dat meer rekening zal worden gehouden met externe belangen. Het schikt de lidstaten en de Commissie de procedure zo gesloten mogelijk te houden. Om deze reden moeten we absoluut tegenstand bieden aan de ongewenste greep ervan op de democratische besluitvorming.

De richtlijn overkoepelt de bestaande richtlijnen over gevaarlijk afval en afvalolie. Zij doet dit volgens de rapporteur op adequate en veilige wijze: de rapporteur wil niet graag het vereenvoudigingsproces omkeren en de richtlijnen in kwestie volledig heropvoeren. Toch is één amendement op artikel 18 omgenomen, om de regeneratie van afvalolie te bevorderen.

De vraag wat overeenkomstig de richtlijn wordt beschouwd als terugwinningshandeling en wat als verwijderingsproces, is van vitaal belang. Met de richtlijn wordt een kwalificatie ingevoerd op basis van de efficiëntiecriteria in artikel 5. De criteria staan in bijlage II, afdeling R1. Noch de richtlijn, noch de thematische strategie, noch de impactbeoordeling die eraan is gehecht, bevat details over de waarschijnlijke economische en sociale impact van de toepassing van deze criteria. Deze zijn evenwel van vitaal belang: verbranding die beschouwd wordt als terugwinning, is voor geïmporteerd afval toegestaan en kan deel uitmaken van een strategie voor het halen van de terugwinningsdoelstellingen in EU-regelgeving als de verpakkingsrichtlijn. Verbranding die beschouwd wordt als verwijdering, komt hiervoor niet in aanmerking. Gelet op de korte duur van de periode vóór de nieuwe normen van toepassing moeten worden, komt het onwaarschijnlijk voor dat bestaande operatoren hun processen tijdig kunnen aanpassen. De nieuwe criteria zullen zeer waarschijnlijk bestaande contracten doorkruisen en kunnen schade veroorzaken op het gebied van banen en voor de afvalplannen van lokale instanties.

Uit Frans onderzoek is gebleken dat op een totaal van 85 installaties er maar 14 aan de gekozen terugwinningscriteria voldoen. Het kan niet dat op een moment dat steeds maar wordt herhaald dat de impactbeoordeling efficiënter moet worden gemaakt, een dergelijke beoordeling volledig ontbreekt voor dit cruciale aspect van de richtlijn.

Tot slot bevat de richtlijn twee series van voorstellen voor afvalplannen en -programma's. Met de amendementen van de commissie wordt de algemene doelstelling behouden om planning op het gebied van afvalplannen en preventieprogramma's aan te moedigen. Met de voorgestelde wijzigingen worden de gedetailleerde vereisten evenwel minder bureaucratisch gemaakt en beter op elkaar afgestemd, stroken zij beter met het subsidiariteitsbeginsel en sluiten zij beter aan bij de variërende lokale omstandigheden. Daarnaast rees de vraag wat de Commissie precies van plan is met de massa plannen en programma's die zij zal moeten controleren. Deze permanente controle wordt beter overgelaten aan het Europees Milieuagentschap. Dit werd in de richtlijn niet genoemd, maar moet een sleutelrol spelen, om ervoor te zorgen dat de lidstaten min of meer gelijke tred met elkaar houden wat de strijd tegen afval en voor een beter gebruik van hulpbronnen betreft.

(COD)


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (15.9.2006)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen

(COM(2005)0667 – C6-0009/2006 – 2005/0281(COD))

Rapporteur voor advies: Cristina Gutiérrez-Cortines

BEKNOPTE MOTIVERING

De herziening van Richtlijn 75/442/EEG die aan het Parlement is voorgelegd, is ongetwijfeld gericht op actualisering van enkele aspecten, zoals de invoering van de milieudoelstellingen en de opvulling van leemtes in de definities en andere concepten die, volgens vele sectoren en deskundigen, de zwakke plekken van de vorige richtlijn vormden.

Naast deze expliciete doelstellingen worden nog een paar doelstellingen nagestreefd: 1. vereenvoudiging van het huidige juridisch kader; 2. intrekking van Richtlijn 75/439/EEG inzake de verwijdering van afgewerkte olie en Richtlijn 91/689/EEG betreffende gevaarlijke afvalstoffen. Nog afgezien van de in de gehele tekst duidelijk zichtbare intentie om een hiërarchie van prioriteiten te vermijden waar het EU-beleid inzake afvalstoffen in de afgelopen jaren nu juist om heeft gedraaid.

Deze drang tot vereenvoudiging is met name verontrustend voor de Richtlijn betreffende gevaarlijke afvalstoffen, een richtlijn die relatief succesvol is ingevoerd en toegepast. De intrekking ervan kan een leemte achterlaten zonder voldoende waarborgen voor een sector die zeer grote risico's loopt. Aan deze sector zou volgens ons de hoogste prioriteit moeten worden toegekend. Ons voorstel houdt rekening met het nut van afgewerkte olie en met de noodzaak om geen negatieve gevolgen voor de industrie en de huidige markt te veroorzaken.

De belangrijkste reden voor de herziening van de wetgeving zijn de talrijke arresten van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg dat verschillende lidstaten heeft veroordeeld wegens niet-naleving of trage omzetting van de Europese richtlijn waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de basisconcepten in de voorgaande richtlijnen onvoldoende duidelijk zijn gedefinieerd. Een van de vernieuwingen is namelijk dat er nieuwe definities zijn vastgesteld die zijn afgestemd op goede praktijken. Ook enkele lidstaten en sectoren die zeer bezorgd zijn over de definities in de artikelen 3 en 5 hadden uiting gegeven aan hun ongerustheid hierover. Zij vrezen dat de nieuwe richtlijn opnieuw zal leiden tot juridische onzekerheid. Om die reden zijn enkele definities geperfectioneerd en andere toegevoegd. In alle gevallen is uitgegaan van de definities die zijn vastgesteld door het Europees Hof van Justitie in de motivering van de arresten.

Een ander vernieuwing behelst de milieueffecten van de gevaarlijke stoffen en wel in twee opzichten: de gevaren voor de gezondheid en voor het milieu en de energiekosten van de recyclage en de terugwinning. Hiermee wordt een nieuw concept ingevoerd ("de levenscyclus") waarmee rekening dient te worden gehouden alvorens besluiten te nemen over bestaande alternatieven om afvalstoffen te laten verdwijnen. In de levenscyclus moet uitdrukkelijk worden beoordeeld hoe hoog de energie-uitgaven zijn. Hoewel de beoordeling van de levenscyclus op papier heel "goed" kan zijn en het logisch lijkt om de energiekosten in het besluitvormingsproces mee te nemen, is de werkelijkheid veel complexer waardoor het een uiterst gevaarlijk criterium kan worden. Om die reden vragen we in een overweging en in een artikel dat de definitie van de levenscyclus wetenschappelijk moet worden onderzocht, waarbij gediversifieerde en open voorstellen moeten worden uitgewerkt, naar gelang het soort gevaarlijke stoffen, het grondgebied en het vervoer, de calorische waarde, economische maatregelen, enz. enz., en omdat de lidstaten, die op de hoogte zijn van de bestaande gevaarlijke stoffen, verantwoordelijk zijn voor de uitvoering, de kosten en de technische capaciteit.

In deze richtlijn draait het om de vraag of er prioriteit moet worden verleend aan terugwinning en recycling in plaats van aan verwijdering. In de afgelopen dertig jaar is er in Europa een belangrijke industrie en markt ontwikkeld voor recycling en terugwinning en het lijkt logisch dat de nieuwe richtlijn hier geen einde aan maakt door de voorkeur aan verwijdering te geven. Daarentegen wordt in een andere visie de noodzaak verdedigd om de energie-uitgaven te beperken. De mogelijkheid om energie op te wekken uit de gevaarlijke stoffen brengt met zich mee dat verwijdering moet worden beschouwd als alternatief dat in de toekomst enkele recyclingsprocessen kan vervangen. We mogen echter niet vergeten dat we te maken hebben met een richtlijn die als hoofddoelstelling heeft: maximale beperking van de gevaren die door de afvalstoffen veroorzaakt worden, voorkomen van het ontstaan ervan, en maximaal gebruik maken van de hulpbronnen en stoffen, wat erop neerkomt dat de verdwijning van de vroegere en huidige vuilstortplaatsen, alsmede de terugwinning en recyclage ervan een hoofddoelstelling wordt. Derhalve moet er rekening worden gehouden met de energieterugwinningscijfers, die moeten worden berekend in wetenschappelijke studies waarin de verschillende categorieën stoffen worden geanalyseerd.

AMENDEMENTEN

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Door de Commissie voorgestelde tekst(1)  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 2

(2) In Besluit nr. 1600/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2002 tot vaststelling van het Zesde Milieuactieprogramma van de Europese Gemeenschap wordt aangedrongen op een uitwerking of herziening van de wetgeving inzake afvalstoffen, onder meer met inbegrip van een verduidelijking van het onderscheid tussen wat afval en wat géén afval is en de ontwikkeling van passende criteria voor de verdere uitwerking van de bijlagen IIA en IIB van Richtlijn 75/442/EEG.

(2) In Besluit nr. 1600/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2002 tot vaststelling van het Zesde Milieuactieprogramma van de Europese Gemeenschap wordt aangedrongen op de ontwikkeling en toepassing van maatregelen inzake afvalpreventie en -beheer, onder andere door middel van de opstelling van een reeks kwantitatieve en kwalitatieve reductiedoelstellingen voor al het afval dat van belang is, die op Gemeenschapsniveau uiterlijk 2010 moeten worden bereikt; het bevorderen van het ontwikkelen van ecologisch verantwoorde en duurzame producten; het formuleren van operationele maatregelen om de afvalpreventie te stimuleren, b.v. door stimulering van hergebruik en nuttige toepassing, de geleidelijke afschaffing van bepaalde stoffen en materialen door productgebonden maatregelen; de uitwerking of herziening van de wetgeving inzake afvalstoffen, waaronder bouw- en sloopafval, biologisch afbreekbaar afval en onder meer met inbegrip van een verduidelijking van het onderscheid tussen wat afval en wat géén afval is en de ontwikkeling van passende criteria voor de verdere uitwerking van de bijlagen IIA en IIB van Richtlijn 75/442/EEG.

Motivering

De Commissie vermeldt in haar tekst slechts enkele prioritaire acties voor het bereiken van de doelstellingen die zijn opgesomd in artikel 8 van het Zesde Milieuactieprogramma over het duurzaam gebruik en beheer van natuurlijke hulpbronnen en afvalstoffen. Het is belangrijk een volledig overzicht te geven van de prioritaire acties van het Zesde Milieuactieprogramma die hier van toepassing zijn.

Amendement 2

Overweging 6 bis (nieuw)

 

(6 bis) Bij de analyse van de levenscyclus van de categorieën stoffen en materialen moet rekening worden gehouden met het nieuwe en complexe karakter van dit concept. Er moeten economische en milieu-criteria worden gehanteerd, o.a. de invloed van elementen als vervoer, energiekosten, de technologieën die toegepast kunnen worden en de kosten ervan. Hierbij moet steeds een wetenschappelijke benadering worden gevolgd. Voor de opstelling van de criteria is een actieve deelname van de betrokkenen vereist, zowel van de industrie, de overheid als de consument.

Amendement 3

Overweging 10 bis (nieuw)

 

(10 bis) Wetgeving inzake afvalstoffen moet gericht zijn op een beperking van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de toepassing van de afvalhiërarchie begunstigen.

Motivering

De hiërarchie van afvalstoffen moet het fundament vormen van het afvalbeleid, omdat hierbij van milieuoverwegingen wordt uitgegaan. De toepassing van een hiërarchie van afvalstoffen zorgt voor milieuvoordelen, draagt bij aan een efficiënt gebruik van de natuurlijke hulpbronnen en de vermindering van de afhankelijkheid van energie, doordat de productie van afval zo klein mogelijk wordt gehouden en de recycling van afvalstoffen wordt bevorderd.

Amendement 4

Overweging 17 bis (nieuw)

(17 bis) Het moet lidstaten vrij staan de beginselen van nabijheid en zelfvoorziening in te roepen en toe te passen op afvalstoffen die bestemd zijn voor verbranding met terugwinning van energie om de mogelijkheden te scheppen voor een juiste planning van de behandelingscapaciteit en om ervoor te zorgen dat brandbare afvalstoffen die op hun grondgebied worden geproduceerd toegang krijgen tot nationale verbrandingsfaciliteiten.

Amendement 5

Overweging 18 bis (nieuw)

(18 bis) Gevaarlijke afvalstoffen worden gekwalificeerd door criteria op het gebied van gevaren en risico's. Daarom moeten zij onder regelgeving met strikte specificaties vallen om nadelige gevolgen wegens een onjuist beheer die het milieu kunnen beïnvloeden en risico's voor de menselijke gezondheid en veiligheid kunnen opleveren zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Op grond van hun gevaarlijke eigenschappen vereisen gevaarlijke afvalstoffen een gepast beheer met specifieke en aangepaste verzamel- en behandelingstechnieken, speciale controles en speciaal aangepaste modaliteiten voor de traceerbaarheid van afval. Al degenen die omgaan met gevaarlijke afvalstoffen moeten over adequate kwalificaties, opleiding en vergunningen beschikken.

Motivering

Gevaarlijke afvalstoffen zijn geen gewone afvalstoffen. Zij hebben specifieke eigenschappen die hier gepreciseerd moeten worden om op juridisch gebied en het gebied van de veiligheid duidelijkheid te scheppen.

Amendement 6

Overweging 20

(20) Aangezien de prioriteit die Richtlijn 75/439/EEG van de Raad van 16 juni 1975 inzake de verwijdering van afgewerkte olie toekent aan regeneratie niet langer een duidelijk milieuvoordeel oplevert, dient die richtlijn te worden ingetrokken. Omdat de gescheiden inzameling van afgewerkte olie evenwel van cruciaal belang blijft voor het correct beheer ervan alsook ter voorkoming van schade aan het milieu als gevolg van ongecontroleerde verwijdering, moet de inzamelplicht voor afgewerkte olie in deze richtlijn worden geïntegreerd. Richtlijn 75/439/EEG dient daarom te worden ingetrokken.

(20) Er wordt vastgehouden aan de prioriteit die in Richtlijn 75/439/EEG van de Raad van 16 juni 1975 is toegekend aan regeneratie, ondanks het feit dat deze richtlijn wordt ingetrokken. Omdat de gescheiden inzameling van afgewerkte olie evenwel van cruciaal belang blijft voor het correct beheer ervan alsook ter voorkoming van schade aan het milieu als gevolg van ongecontroleerde verwijdering, moet de inzamelplicht voor afgewerkte olie in deze richtlijn worden geïntegreerd. Richtlijn 75/439/EEG moet daarom worden ingetrokken.

Motivering

De intrekking van de Richtlijn in het kader van het beleid van "Beter wetgeven" impliceert niet dat niet moet worden vastgehouden aan de doelstellingen die erin bepleit werden.

Amendement 7

Artikel 1

Deze richtlijn stelt maatregelen vast ter vermindering van de met het gebruik van hulpbronnen samenhangende globale milieueffecten van de productie en het beheer van afvalstoffen.

1. Deze richtlijn stelt maatregelen vast ter verbetering van het duurzaam gebruik van de hulpbronnen en om de milieueffecten van de productie en het beheer van afvalstoffen te verzachten.

Met hetzelfde doel bepaalt zij ook dat de lidstaten prioritair maatregelen dienen te treffen ter voorkoming of ter vermindering van de productie van afvalstoffen en de schadelijkheid daarvan en, op de tweede plaats, met het oog op de terugwinning van afvalstoffen door middel van hergebruik, recycling en andere terugwinningshandelingen.

2. Zij bepaalt dat de lidstaten maatregelen dienen te treffen, in dalende volgorde van prioriteit, voor:

 

(a) de voorkoming of vermindering van de productie van afvalstoffen;

 

(b) het hergebruik van afvalstoffen;

 

(c) de recycling van afvalstoffen;

 

(d) andere terugwinningshandelingen;

 

(e) verwijdering van afvalstoffen.

 

3. Lidstaten mogen op basis van op communautair niveau vastgestelde milieucriteria, na een levenscyclusanalyse en een economische effectbeoordeling te hebben verricht voor een specifieke categorie afvalstoffen, maatregelen nemen die afwijken van de in lid 2 vastgestelde volgorde.

 

4. Lidstaten mogen eveneens, totdat dergelijke criteria zijn goedgekeurd en indien effectbeoordelingen duidelijk aantonen dat een van de in lid 2 genoemde behandelingen een beter resultaat oplevert voor een specifieke categorie afvalstoffen, maatregelen nemen die afwijken van de in lid 2 vastgestelde volgorde.

 

5. De bevoegde nationale autoriteiten zijn verantwoordelijk voor de validering van de resultaten van de in lid 4 genoemde beoordeling. De gevalideerde resultaten worden bekendgemaakt aan de Commissie en onderworpen aan een toetsing overeenkomstig de procedure waarnaar wordt verwezen in artikel 36, lid 2.

Amendement 8

Artikel 1, alinea 2 bis (nieuw)

 

Bovendien bepaalt zij dat de lidstaten de noodzakelijke maatregelen nemen die ervoor moeten zorgen dat de productie, de inzameling en/of het vervoer, de opslag en behandeling van gevaarlijke afvalstoffen plaatsvinden onder omstandigheden die een optimale milieubescherming en veiligheid voor operatoren, industriële installaties en het publiek bieden.

Motivering

Omdat er speciale aandacht aan gevaarlijke afvalstoffen moet worden gegeven, moet dit in een afzonderlijke doelstelling die aan artikel 1 wordt toegevoegd, duidelijk worden gemaakt. De voorgestelde doelstelling heeft niet alleen met de bescherming van het milieu te maken, maar ook met gezondheid en veiligheid.

Amendement 9

Artikel 2, inleidende formule

Deze richtlijn is niet van toepassing op gasvormige emissies in de atmosfeer.

Deze richtlijn is niet van toepassing op

 

(a) gasvormige emissies in de atmosfeer,

 

(b) de bodem,

 

(c) nevenproducten in de zin van artikel 3,

 

(d) secundaire grondstoffen (producten, materialen, stoffen) en

 

(e) het procesgerelateerde, binnen een industriële installatie plaatsvindende gebruik van productieresiduen.

Motivering

Industriële nevenproducten zijn geen afvalstoffen en moeten derhalve van de toepassingssfeer van deze richtlijn worden uitgezonderd. Een nieuwe indeling van dit artikel is ook op grond van systematische overwegingen vereist. In complexe productieprocessen is het met het oog op de hulpbronnen zowel om economische als ecologische redenen voordelig om productieresiduen die ter plaatse ontstaan in daarvoor geschikte productieprocessen weer te gebruiken. Deze stoffen of materialen die in een gesloten circuit binnen een industriële installatie worden gebruikt, ontwikkelen zich nooit tot afvalstoffen.

Amendement 10

Artikel 2, lid 4 bis (nieuw)

 

4 bis. Specifieke voorschriften betreffende bijzondere gevallen of ter aanvulling van de voorschriften die zijn vastgesteld in deze richtlijn, inzake het beheer van speciale categorieën afvalstoffen kunnen door middel van afzonderlijke richtlijnen worden vastgesteld.

Amendement 11

Artikel 2, lid 4 ter (nieuw)

 

4 ter. Zij is niet van toepassing op het gebruik van zuiveringsslib overeenkomstig Richtlijn 86/278/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw1.

____________

1 PB L 181 van 4.7.1986, blz. 6.

Motivering

De recycling van zuiveringsslib voor gebruik in de landbouw, na een passende verwerking, moet van deze richtlijn worden uitgezonderd, aangezien dit reeds valt onder Richtlijn 86/278/EEG van de Raad betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw. Die richtlijn bevat zodanige bepalingen omtrent de verwerking van zuiveringsslib dat eventuele schadelijke gevolgen voor de bodem, planten, dieren en mensen worden voorkomen. Het overlappen van de twee richtlijnen moet worden vermeden.

Amendement 12

Artikel 3, letter c)

(c) "houder": de producent of de natuurlijke of rechtspersoon die in het bezit van de afvalstoffen is;

(c) "houder": de natuurlijke of rechtspersoon die in het bezit van de afvalstoffen is;

Motivering

De houder moet degene zijn die tijdelijk in het bezit is van de afvalstoffen, niet de producent ervan.

Amendement 13

Artikel 3, letter c bis) (nieuw)

(c bis) "handelaar": elke persoon die in de rol van opdrachtgever optreedt om afvalstoffen aan te kopen en vervolgens te verkopen, met inbegrip van handelaren die de afvalstoffen niet in fysieke zin in bezit nemen;

Amendement 14

Artikel 3, letter c ter) (nieuw)

(c ter) "makelaar": elke persoon die voorzieningen voor de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen namens anderen treft, met inbegrip van makelaars die de afvalstoffen niet in fysieke zin in bezit nemen;

Amendement 15

Artikel 3, letter d)

(d) "beheer": inzameling, vervoer, terugwinning en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting;

(d) "beheer": inzameling, vervoer, behandeling, terugwinning en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting;

Motivering

De behandeling maakt deel uit van het proces van afvalstoffenbeheer en het kan een andere inhoud hebben dan de terugwinning en verwijdering.

Amendement 16

Artikel 3, letter e bis) (nieuw)

(e bis) "preventie": elke actie die wordt ondernomen voordat producten of stoffen afvalstoffen zijn geworden en welke actie gericht is op de vermindering van de productie van afvalstoffen of de schadelijkheid daarvan, dan wel het milieueffect van het gebruik van hulpbronnen in het algemeen;

Amendement 17

Artikel 3, letter g)

(g) "recycling": de terugwinning van afvalstoffen in de vorm van producten, materialen of stoffen, hetzij bestemd voor het oorspronkelijke doel, hetzij voor een ander doel, met uitsluiting van de terugwinning van energie;

(g) "recycling": een proces dat na het productieproces plaatsvindt en dat betrekking heeft op de terugwinning van afvalstoffen door middel van demontage, scheiding of andere productieprocessen in producten, materialen of stoffen welke dienst doen als secundaire grondstoffen, hetzij bestemd voor het oorspronkelijke doel, hetzij voor een ander doel, met uitsluiting van de terugwinning van energie;

Amendement 18

Artikel 3, letter g bis) (nieuw)

(g bis) "terugwinning": iedere behandeling die:

 

- ertoe leidt dat de afvalstoffen voor een nuttig doel worden gebruikt doordat zij binnen een bedrijf of in de economie in bredere zin andere hulpstoffen vervangen die voor dat doel zouden zijn gebruikt, of ertoe leidt dat de afvalstoffen voor een dergelijke toepassing worden voorbereid;

 

- voldoet aan efficiency-criteria op basis waarvan de behandeling geacht mag worden een nuttig doel te hebben gediend;

 

- waarborgt dat de algemene effecten voor het milieu niet worden verslechterd door het gebruik van afvalstoffen als vervanging voor andere hulpbronnen;

 

- waarborgt dat verontreinigende stoffen gedurende het proces niet naar het eindproduct worden overgebracht;

Amendement 19

Artikel 3, letter h)

(h) "afgewerkte minerale olie": alle soorten minerale smeer- of industriële olie die ongeschikt is geworden voor het gebruik waarvoor zij oorspronkelijk was bestemd, in het bijzonder afgewerkte olie van verbrandingsmotoren en transmissiesystemen, alsmede minerale olie voor machines, turbines en hydraulische systemen;

(h) "afgewerkte olie": alle soorten smeer- of industriële olie die ongeschikt is geworden voor het gebruik waarvoor zij oorspronkelijk was bestemd, in het bijzonder afgewerkte olie van verbrandingsmotoren en transmissiesystemen, alsmede olie voor machines, turbines en hydraulische systemen;

Motivering

Tegenwoordig bestaat afgewerkte olie uit een mengsel van minerale en synthetische oliën. De definitie moet dienovereenkomstig worden aangepast.

Amendement 20

Artikel 3, letter h bis) (nieuw)

(h bis) "secundaire grondstoffen": producten, materialen en stoffen die uit afval worden gewonnen en marktwaarde hebben;

Amendement 21

Artikel 3, letter i)

(i) "verwerking": terugwinning of verwijdering.

(i) "verwerking": terugwinning of verwijdering en voorbereiding voor terugwinning of verwijdering die leidt tot een wijziging in de aard of de samenstelling van de afvalstoffen.

Motivering

Het prepareren van afvalstoffen voor terugwinning of verwijdering waardoor de aard of de samenstelling van die afvalstoffen wordt veranderd is ook verwerking en maakt derhalve deel uit van het afvalbeheer. Daarom moet dit ook in de definitie worden opgenomen. De formulering is consistent met artikel 3(b), de definitie van producent.

Amendement 22

Artikel 3, letter i bis) (nieuw)

 

(i bis) "agent": de persoon die optreedt namens een ander voor de aan- en verkoop van de afvalstof;

Motivering

Met dit amendement wordt beoogd het concept van de agent die namens iemand anders optreedt op te nemen, hij hoeft niet in het bezit van de stof te zijn.

Amendement 23

Artikel 4, lid 1

Door de Commissie wordt een lijst van afvalstoffen vastgesteld overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure.

De bestaande lijst van afvalstoffen in Beschikking 2000/532/EG van de Commissie van 3 mei 20001 wordt zonodig door de Commissie herzien overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure.

______

1 PB L 226 van 6.9.2000. Laatst gewijzigd bij Beschikking van de Raad 2001/573/EG (PB L 203 van 28.7.2001, blz. 18).

Motivering

De voor deze richtlijn noodzakelijke lijst bestaat al. Deze doeltreffend gebleken lijst moet misschien worden bijgewerkt, maar hoeft niet helemaal te worden vervangen.

Amendement 24

Artikel 5, titel

Terugwinning

Terugwinning en reductie van restafval

Motivering

Het is van belang de reductie van restafval dat niet in het proces kan worden hergebruikt op te nemen, zodat gehandeld kan worden in overeenstemming met de procesfasen.

Amendement 25

Artikel 5, lid 1

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat alle afvalstoffen worden onderworpen aan handelingen waardoor zij een nuttige toepassing kennen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie, andere hulpbronnen te vervangen die voor datzelfde doel zouden zijn gebruikt, of voor een dergelijk gebruik worden klaargemaakt, hierna “terugwinningshandelingen” genoemd. Zij merken ten minste de in bijlage II genoemde handelingen als terugwinningshandelingen aan.

1. Onverminderd artikel 1, lid 2 en artikel 6, lid 1 nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat alle afvalstoffen worden onderworpen aan handelingen waardoor zij een nuttige toepassing kennen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie, andere hulpbronnen te vervangen die voor datzelfde doel zouden zijn gebruikt, of voor een dergelijk gebruik worden klaargemaakt, hierna “terugwinningshandelingen” genoemd. Zij merken ten minste de in bijlage II genoemde handelingen als terugwinningshandelingen aan.

Motivering

Terugwinning moet geschieden overeenkomstig de afvalhiërarchie. Er bestaan diverse afvalstromen die om verschillende redenen niet teruggewonnen kunnen worden. Zonder verwijzing naar artikel 6, lid 1 zouden de lidstaten verplicht worden alle afvalstoffen terug te winnen.

Amendement 26

Artikel 5, lid 1 bis (nieuw)

 

1 bis. Nieuwe terugwinningshandelingen kunnen worden toegevoegd aan de lijst van handelingen in Bijlage II, op grond van een voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad.

Motivering

De Commissie dient op dit punt een pro-actieve rol te spelen om de ontwikkeling van de lijst mogelijk te maken, naar gelang de ontwikkeling van de technologie.

Amendement 27

Artikel 6, lid 1, alinea 1

1. De lidstaten zorgen ervoor dat alle afvalstoffen in gevallen waarin terugwinning overeenkomstig artikel 5, lid 1, niet mogelijk is, aan verwijderingshandelingen worden onderworpen.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de afvalstoffen, die niet kunnen worden teruggewonnen overeenkomstig artikel 5, lid 1, aan verwijderingshandelingen worden onderworpen.

Motivering

Er bestaat geen enkele procedure waarmee kan worden aangetoond dat terugwinning onmogelijk is. Het is zelfs mogelijk tot meer terugwinning te komen, als geen rekening wordt gehouden met de economische toekomst van de teruggewonnen stoffen. Derhalve dient de verplichting tot verwijdering te worden ingesteld voor elke afvalstof die niet teruggewonnen kan worden.

Amendement 28

Artikel 6, lid 3

3. Wanneer, ondanks het feit dat vervanging van hulpbronnen plaatsvindt, uit de resultaten van een handeling blijkt dat zij met het oog op de doelstellingen van artikel 1 slechts een gering effect kan sorteren, kan de Commissie overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure uitvoeringsmaatregelen aannemen waardoor die specifieke handeling aan de lijst van bijlage I wordt toegevoegd.

3. Wanneer, ondanks het feit dat vervanging van hulpbronnen plaatsvindt, uit de resultaten van een handeling blijkt dat zij met het oog op de doelstellingen van artikel 1 slechts een gering effect kan sorteren, wordt die specifieke handeling aan de lijst van bijlage 1 toegevoegd, op voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad, in overeenstemming met de in artikel 21 bedoelde procedure.

Motivering

Dit amendement beoogt de toepassing van de medebeslissingsprocedure op een beleidskwestie en daarmee samenhang te scheppen binnen de tekst, met name door de door de rapporteur voorgestelde wijziging van artikel 5. De toepassing van het medebeslissingsrecht op artikel 5 en van de comitologie op artikel 6 zou besluiten tot gevolg hebben die met elkaar in tegenspraak zijn; een specifieke handeling zou in het kader van de medebeslissing tot herwinning kunnen leiden, in het kader van de comitologie tot verwijdering.

Amendement 29

Artikel 7

De lidstaten zorgen ervoor dat de terugwinning of verwijdering van afvalstoffen geschiedt:

De lidstaten trachten ervoor te zorgen dat de processen voor de terugwinning of verwijdering van afvalstoffen worden uitgevoerd met de grootst mogelijke aandacht voor:

(a) zonder de menselijke gezondheid in gevaar te brengen;

(a) de bescherming van de volksgezondheid;

(b) zonder gebruikmaking van procédés of methoden die het milieu schade kunnen toebrengen;

(b) de bescherming van het milieu (met inbegrip van water, lucht, bodem, planten en dieren, het platteland en bezienswaardigheden);

(c) zonder risico voor water, lucht, bodem, planten en dieren;

(c) de voorkoming van geluids- of stankhinder.

(d) zonder geluids- of stankhinder te veroorzaken;

 

(e) zonder schadelijke gevolgen voor het platteland of bezienswaardigheden.

 

Motivering

Doelstellingen voor de tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake afvalstoffen moeten realistisch zijn met het oog op de beschikbare middelen; het volledige teniet doen van de onwenselijke effecten van een activiteit is niet haalbaar.

Amendement 30

Artikel 8

De lidstaten zorgen ervoor dat alle houders van afvalstoffen zelf de terugwinning of verwijdering daarvan verrichten of dat zij die terugwinning of verwijdering laten uitvoeren door een inrichting of onderneming die afvalverwerkingshandelingen verricht of dat zij daarvoor regelingen laten treffen door een publieke of private inzamelaar van afvalstoffen.

Overeenkomstig het beginsel "de vervuiler betaalt" zorgen de lidstaten ervoor dat alle houders van afvalstoffen zelf de terugwinning of verwijdering daarvan verrichten of dat zij die terugwinning of verwijdering laten uitvoeren door een inrichting of onderneming die afvalverwerkingshandelingen verricht of dat zij daarvoor regelingen laten treffen door een publieke of private inzamelaar van afvalstoffen.

Motivering

Het is van vitaal belang te verwijzen naar het beginsel "de vervuiler betaalt" dat altijd een grote rol heeft gespeeld bij het afvalbeheer. Dit is ook opgenomen in Richtlijn nr. 75/442/EG en de gewijzigde versies daarvan en moet derhalve in dit stadium worden genoemd.

Amendement 31

Artikel 9

De lidstaten zorgen ervoor dat de kosten die aan de terugwinning of verwijdering van afvalstoffen zijn verbonden, op passende wijze worden omgeslagen over de houder, de eerdere houders en de producent.

Overeenkomstig het beginsel "de vervuiler betaalt" moeten de kosten van het afvalbeheer worden gedragen door:

- de houder van het afval dat ingezameld of beheerd wordt door een ophaler of door een onderneming, en/of

- de eerdere houders, en/of

- de producent van het product waarvan de afvalstoffen afkomstig zijn.

Motivering

De bestaande richtlijn biedt meer duidelijkheid over de kosten. Dit amendement gaat uit van artikel 15 van de bestaande richtlijn en

- voert weer het beginsel "de vervuiler betaalt" in,

- zorgt ervoor dat de kosten worden "gedragen" en niet "omgeslagen" door de lidstaten;

- zorgt ervoor dat de kosten ten laste komen van de producent van de afvalstoffen, en van de eerdere stadia tot aan de producent van het product en niet van de latere stadia na de producent van de afvalstoffen;

- zorgt ervoor dat de kosten ook de terugwinning en de verwijdering omvatten, maar ook de algemene beheerskosten van de afvalstoffen (zoals de inzameling).

Amendement 32

Artikel 10, alinea 1

Elke lidstaat neemt passende maatregelen, in samenwerking met andere lidstaten wanneer zulks noodzakelijk of wenselijk is, om een adequaat geïntegreerd netwerk van verwijderingsinstallaties tot stand te brengen, rekening houdend met de beste beschikbare technieken als bedoeld in artikel 2, punt 11, van Richtlijn 96/61/EG, hierna “de beste beschikbare technieken” genoemd.

Elke lidstaat neemt passende maatregelen, in samenwerking met andere lidstaten wanneer zulks noodzakelijk of wenselijk is, om een adequaat geïntegreerd netwerk van verwijderingsinstallaties tot stand te brengen, rekening houdend met de meest efficiënte en haalbare technieken.

Motivering

De juiste technieken voor de verwerking van afval, met inbegrip van verwijdering, moeten worden aangepast aan de plaats en moeten worden gekozen aan de hand van economische, milieu- en gezondheidscriteria.

Amendement 33

Artikel 11, lid 1

1. Teneinde te bepalen of het passend is om bepaalde afvalstoffen na het volledig doorlopen van een hergebruik-, recycling- of terugwinningshandeling niet langer als afvalstoffen aan te merken en deze afvalstoffen herin te delen als secundaire producten, materialen of stoffen, beoordeelt de Commissie of aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1. De Commissie stelt vast of verzoekt de lidstaten vast te stellen of een bepaalde afvalstof niet langer als afvalstof behoeft te worden aangemerkt, ervan uitgaande dat:

 

(-a) na het volledig doorlopen van een hergebruik-, recycling-, terugwinnings- of aanpassingshandeling de stof kan worden heringedeeld als secundair product of materiaal of secundaire stof; en

(a) herindeling leidt globaal niet tot negatieve milieueffecten;

(a) een dergelijke herindeling globaal niet leidt tot negatieve milieueffecten; en

(b) er bestaat een markt voor dat secundaire product of materiaal of die secundaire stof.

(b) er eventueel een markt bestaat voor dat secundaire product of materiaal of die secundaire stof.

Motivering

De herformulering biedt meer helderheid. Sommige afvalstoffen (zoals houtafval) vormen de grondstof voor milieuvriendelijke energieproductie. Aanpassing van dergelijke materialen moet in de opsomming van handelingen worden opgenomen In het bijzonder moet aandacht worden geschonken aan snelle herindeling van dergelijk afvalmateriaal. De Commissie heeft het laatste woord over de vaststelling van de indeling van "afvalstoffen".

Amendement 34

Artikel 11, lid 1, letter b bis) (nieuw)

(b bis) het secundaire product en materiaal of de secundaire stof hebben een behandeling ondergaan en beginnen aan een nieuwe kringloop als secundaire grondstof met eigenschappen die lijken op die van nieuwe producten, materialen of stoffen.

Amendement 35

Artikel 11, lid 2

2. Op basis van haar beoordeling overeenkomstig lid 1 stelt de Commissie overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure uitvoeringsmaatregelen vast met betrekking tot specifieke categorieën afvalstoffen (producten, materialen of stoffen) en specificeert zij daarbij de milieu- en kwaliteitscriteria waaraan moet worden voldaan opdat de afvalstoffen in kwestie geacht kunnen worden secundaire producten, materialen of stoffen te zijn geworden.

2. Op ...* presenteert de Commissie, indien nodig, op basis van haar beoordeling overeenkomstig lid 1, een wetgevingsvoorstel met de milieucriteria waaraan moet worden voldaan opdat de afvalproducten, -materialen of -stoffen geacht kunnen worden secundaire producten, materialen of stoffen te zijn geworden.

 

De betreffende criteria worden vastgelegd na raadpleging van de betrokken bedrijfssectoren. De procedure voorziet in een democratische besluitvorming en een beroepsprocedure. Bij de beoordeling worden alle relevante aspecten betrokken, met inbegrip van de volledige toeleveringsketen van de herkomst van de producten, materialen of stoffen tot de uiteindelijke toepassing, hergebruik of verwijdering.

 

______________

*Twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige richtlijn

Motivering

De vraag welke verwante richtlijnen uit de onderhavige richtlijn moeten voortvloeien en in welke vorm is van politieke aard. Derhalve moeten deze voorstellen onder de medebeslissingsprocedure vallen. De eisen die gesteld worden aan secundaire producten mogen niet strenger zijn als voor gelijksoortige primaire producten die zij vervangen.

Amendement 36

Artikel 11, lid 3 bis (nieuw)

3 bis. Op ...**presenteert de Commissie, indien gewenst, voorstellen ten einde te bepalen of de volgende afvalstromen onder de bepalingen van dit artikel vallen, en zo ja, welke specificaties van toepassing zijn:

- compost,

- bouw- en sloopmaterialen,

- teruggewonnen papier

- teruggewonnen glas

- secundaire brandstoffen (Solid Recovered Fuels - SRF)

______________

** Vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige richtlijn

Motivering

Dit zijn de stoffen die het meest urgent in aanmerking komen voor nieuwe voorstellen. Met name voor SRF is het de hoogste tijd dat er nieuwe voorstellen worden opgesteld omdat een aantal lidstaten reeds een milieuvriendelijk industrieel gebruik van kwaliteits-SRF heeft ontwikkeld en geconsolideerd voor steenkoolcentrales en cementovens. Kwaliteits-SRF vervangen gedeeltelijk de fossiele brandstoffen (steenkool) die in deze centrales worden gebruikt.

Amendement 37

Artikel 11 bis (nieuw)

Artikel 11 bis

Informatie over en traceerbaarheid van gevaarlijke afvalstoffen

 

1. Voordat gevaarlijke afvalstoffen worden toegelaten tot een verwerkingsinstallatie moet via een specifieke procedure worden vastgesteld welke risico's aan de stof verbonden zijn en hoe de stof moet worden verwerkt.

2. De ontvangst van gevaarlijke afvalstoffen op een locatie moet volgens een specifieke procedure worden beheerd om te waarborgen dat de betreffende afvalstoffen dezelfde kenmerken hebben als de afvalstoffen die zijn goedgekeurd bij de toelatingsprocedure.

3. Producenten, inzamelaars of houders van gevaarlijke afvalstoffen die deze naar een verwerkingsinstallatie overbrengen leggen een specifiek informatie- en transportdocument over dat de afvalstoffen van de plaats van productie naar de plaats van bestemming vergezelt.

4. De rapportageverplichtingen van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen1 zijn van toepassing op alle producenten van gevaarlijke afvalstoffen en exploitanten van bedrijven voor verwerking van deze afvalstoffen.

___________________

1PB L 33 van 4.2.2006, blz. 1.

Motivering

Informatie over en traceerbaarheid van gevaarlijke afvalstoffen zijn van essentieel belang om een optimale behandeling voor milieu en veiligheid te garanderen,

(1) Informatie over afvalstoffen voordat deze worden geaccepteerd, en controle van elke levering om te controleren of de afvalstoffen overeenkomen met de stoffen die zijn geaccepteerd.

(2a) Een informatie- en transportdocument vormt een belangrijk instrument om stoffen te traceren.

(2b) De rapportageverplichting maakt deel uit van de E-PRTR verordening, maar de bijlage dekt niet alle producenten van gevaarlijke afvalstoffen of de verwerkingsinstallaties.

Amendement 38

Artikel 14, lid 1

1. Een lidstaat kan een afvalstof, zelfs als zij niet als zodanig is opgenomen in de in artikel 4 bedoelde lijst van afvalstoffen, hierna “de lijst” genoemd, als een gevaarlijke afvalstof behandelen indien zij een of meer in bijlage III genoemde eigenschappen bezit.

1. Indien een lidstaat van mening is dat een afvalstof behandeld zou moeten worden als gevaarlijke stof, zelfs als zij niet als zodanig is opgenomen in de in artikel 4 bedoelde lijst van afvalstoffen (hierna “de lijst” genoemd) en indien zij een of meer in bijlage III genoemde eigenschappen bezit, brengt de lidstaat alle dergelijke gevallen onverwijld ter kennis van de Commissie en verstrekt de Commissie alle relevante informatie.

De lidstaat brengt alle dergelijke gevallen ter kennis van de Commissie middels het verslag waarin artikel 34, lid 1, voorziet, en verstrekt de Commissie alle relevante informatie.

 

Motivering

Het besluit om een afvalstof al dan niet als gevaarlijke stof te behandelen moet ter kennis van de Commissie worden gebracht alvorens er specifieke maatregelen door de lidstaat worden genomen, in samenhang met het harmonisatiebeleid inzake chemische en gevaarlijke stoffen dat door de Europese Unie is opgesteld.

Amendement 39

Artikel 15, lid 1

1. Indien een lidstaat over gegevens beschikt waaruit blijkt dat een bepaalde afvalstof die in de lijst als gevaarlijke afvalstof is opgenomen, geen enkele in bijlage III genoemde eigenschap bezit, mag hij die afvalstof als niet-gevaarlijke afvalstof behandelen.

1. Indien een lidstaat over gegevens beschikt waaruit blijkt dat een bepaalde afvalstof die in de lijst als gevaarlijke afvalstof is opgenomen, geen enkele in bijlage III genoemde eigenschap bezit, brengt hij deze onverwijld ter kennis van de Commissie en verstrekt hij de Commissie de vereiste gegevens.

De lidstaat brengt alle dergelijke gevallen ter kennis van de Commissie middels het verslag waarin artikel 34, lid 1, voorziet, en verstrekt de Commissie de vereiste gegevens.

 

Motivering

Het besluit om een afvalstof al dan niet als gevaarlijke stof te behandelen moet ter kennis van de Commissie worden gebracht alvorens er specifieke maatregelen door de lidstaat worden genomen, in samenhang met het EU-beleid inzake de harmonisatie van chemische en gevaarlijke stoffen.

Amendement 40

Artikel 16, lid 1

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat wanneer gevaarlijke afvalstoffen hetzij met andere gevaarlijke afvalstoffen met verschillende eigenschappen, hetzij met andere afvalstoffen, stoffen of materialen worden vermengd, aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om van bedrijven en vestigingen die werken met gevaarlijke afvalstoffen te eisen dat verschillende categorieën gevaarlijke afvalstoffen niet met elkaar worden vermengd en dat gevaarlijke afvalstoffen niet worden vermengd met ongevaarlijke afvalstoffen.

(a) de handeling van het vermengen wordt verricht door een inrichting of onderneming die over een vergunning overeenkomstig artikel 19 beschikt;

 

(b) er wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 7;

 

(c) de negatieve milieueffecten van het beheer van de afvalstoffen worden daardoor niet vergroot;

 

(d) de handeling in kwestie is in overeenstemming met de beste beschikbare technieken.

 

Motivering

Er moet voor gezorgd worden dat gevaarlijke afvalstoffen hoe dan ook gescheiden blijven van ongevaarlijke afvalstoffen.

Amendement 41

Artikel 16, lid 1 bis (nieuw)

1 bis. Een vermengingsprocédé zonder chemische reactie mag in geen geval leiden tot een herindeling van een gevaarlijke afvalstof als niet-gevaarlijke afvalstof en/of tot een herindeling van een afvalstof die persistente organische verontreinigende stoffen (POP) bevat als stof die geen POP bevat.

Motivering

Voorstellen inzake artikel 16 met betrekking tot vermenging moeten aangescherpt worden: op deze procédés moeten IPPC-vergunningen en -veiligheidsvoorschriften worden toegepast om herindeling van gevaarlijke afvalstoffen te vermijden.

Amendement 42

Artikel 16, lid 2

2. Afhankelijk van door de lidstaten vast te stellen technische en economische haalbaarheidscriteria moet, indien gevaarlijke afvalstoffen in strijd met lid 1 vermengd zijn met andere gevaarlijke afvalstoffen met verschillende eigenschappen of met andere afvalstoffen, stoffen of materialen, een scheiding worden uitgevoerd indien zulks nodig is om te voldoen aan artikel 7.

2. Indien gevaarlijke afvalstoffen in strijd met lid 1 vermengd zijn met andere gevaarlijke afvalstoffen met verschillende eigenschappen of met andere afvalstoffen, stoffen of materialen, moet een scheiding worden uitgevoerd indien zulks nodig is om te voldoen aan artikel 7, rekening houdend met de vereiste traceerbaarheid van de verschillende stoffen en materialen.

Motivering

Van gevaarlijke afvalstoffen die vermengd zijn, moet de traceerbaarheid worden vastgesteld zodat ze gecontroleerd gehouden kunnen worden.

Amendement 43

Artikel 18

Afgewerkte minerale olie

Specificaties met betrekking tot afgewerkte olie

Onverminderd de voorschriften inzake de behandeling van gevaarlijke afvalstoffen van de artikelen 16 en 17, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat afgewerkte minerale olie wordt ingezameld en behandeld overeenkomstig artikel 7.

Onverminderd de voorschriften inzake de behandeling van gevaarlijke afvalstoffen van de artikelen 16 en 17, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat afgewerkte olie gescheiden wordt ingezameld, behandeld en verwerkt overeenkomstig artikel 7, 19 en 20 van deze richtlijn en van de bepalingen van Richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval1. Inzamelaars van afgewerkte olie moeten een aanvraag voor een specifieke vergunning volgens een aangepaste procedure indienen.

______________

1PB L 332 van 28.12.2000, blz. 91.

Motivering

Afgewerkte olie blijft een belangrijke bron van vervuiling.

De uiterst grote versnippering van de markt maakt controles zeer ingewikkeld. De belangrijke vooruitgang die is geboekt dankzij de richtlijn van 1975 mag niet onder druk komen te staan door de afschaffing van de richtlijn over afgewerkte olie. De nieuwe kaderrichtlijn moet dus expliciete bepalingen hierover bevatten: inzameling en behandelingsinstallaties met een IPPC vergunning of een specifieke vergunning en verplichting voor installaties voor verbranding van afgewerkte olie om te voldoen aan de richtlijn betreffende de verbranding van afval.

Amendement 44

Artikel 18, alinea 2 (nieuw)

Mits er geen obstakels zijn van technische, financiële of organisatorische aard, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om prioriteit te geven aan de verwerking van afgewerkte minerale olie via regeneratie.

Motivering

Intrekking van Richtlijn 75/439/EEG ten behoeve van een vereenvoudiging van de wetgeving mag niet automatisch impliceren dat de prioriteit die hierin werd gegeven aan regeneratie wordt verlaten. Het amendement herintroduceert de betreffende bepaling van Richtlijn 75/439/EEG. De recycling van afval is een algemeen uitgangspunt van het Europese milieubeleid en moet derhalve ook gelden voor minerale olie (kwaliteitsproducten die kunnen bijdragen aan een oplossing van ons energieprobleem), waarbij aan regeneratie als prioriteit wordt vastgehouden. Tenzij er duidelijke prioriteit wordt gegeven aan regeneratie zal verbranding naar voren worden geschoven als een eenvoudiger oplossing.

Amendement 45

Artikel 19, lid 1, laatste alinea

In de vergunningen kunnen bijkomende voorwaarden en verplichtingen worden opgelegd.

In de vergunningen kunnen bijkomende voorwaarden en verplichtingen worden opgelegd zoals eisen ten aanzien van de kwaliteit van de behandeling.

Amendement 46

Artikel 21

De Commissie kan overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde procedure minimumnormen voor vergunningen vaststellen die garanderen dat de afvalstoffen op milieuvriendelijke wijze worden verwerkt.

De Commissie kan overeenkomstig een procedure waarbij de relevante actoren zijn betrokken en na uitvoering van een effectbeoordeling van de voorgestelde maatregelen minimumnormen voor vergunningen vaststellen die garanderen dat de afvalstoffen op milieuvriendelijke wijze worden verwerkt.

 

Lidstaten mogen hogere normen vaststellen voor vergunningen op basis van een nationale evaluatie van de behoeften en volgens het proportionaliteitsbeginsel, en in overeenstemming met de Verdragen.

Amendement 47

Artikel 24

Gevaarlijke afvalstoffen

 

Vergunningvoorwaarden voor installaties voor behandeling van gevaarlijke afvalstoffen

In het geval van gevaarlijke afvalstoffen staan de lidstaten een vrijstelling krachtens artikel 22 alleen toe voor inrichtingen of ondernemingen die terugwinningshandelingen verrichten.

Alle installaties voor behandeling van gevaarlijke afvalstoffen dienen te beschikken over een vergunning die is afgegeven overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 96/61/EG.

Naast de algemene voorschriften waarin artikel 23, lid 1, voorziet, stellen de lidstaten specifieke voorwaarden vast voor vrijstellingen met betrekking tot gevaarlijke afvalstoffen, inclusief grenswaarden voor het gehalte aan gevaarlijke stoffen in de afvalstoffen, emissiegrenswaarden, types activiteiten, alsook alle andere noodzakelijke eisen met betrekking tot de uitvoering van verschillende vormen van terugwinning.

Onverminderd de bepalingen van Richtlijn 96/61/EG bevat de aanvraag voor een vergunning bij de bevoegde instanties een beschrijving van de voorgenomen maatregelen die moeten garanderen dat de installatie is ontworpen en uitgerust voor, en zal worden geëxploiteerd in aansluiting op de te behandelen afvalcategorieën en de risico's die hiermee verbonden zijn.

 

De vergunning die wordt afgegeven door de bevoegde instanties bevat:

- een lijst van de hoeveelheden en de categorieën van gevaarlijke stoffen die worden behandeld,

- een lijst van de technische specificaties die een optimale afvalbehandeling voor het milieu en een hoge veiligheid moeten waarborgen.

Wanneer de exploitant van een installatie voor de behandeling van niet-gevaarlijk afval voornemens is over te stappen op andere handelingen waarmee gevaarlijk afval is gemoeid, moet dit beschouwd worden als een belangrijke wijziging in de zin van artikel 2, lid 10, sub b) van Richtlijn 96/61/EG; artikel 12, lid 2 van deze richtlijn is dan van toepassing.

Motivering

Volgens de IPPC richtlijn is voor alle soorten behandeling van gevaarlijk afval een vergunning nodig. Deze regel moet strikt worden toegepast op iedereen die handelingen met gevaarlijk afval verricht.

Het eerste deel van het amendement betreft de verkrijging van een IPPC vergunning. Het tweede beschrijft een aantal elementen die de vergunning moet bevatten. Het laatste deel moet waarborgen dat een exploitant die normaal niet-gevaarlijk afval verwerkt verplicht is een nieuwe vergunning aan te vragen om gevaarlijk afval te accepteren.

Amendement 48

Artikel 26, lid 1, alinea 1

1. De lidstaten zorgen ervoor dat hun bevoegde instanties overeenkomstig artikel 1 een of meer afvalbeheerplannen vaststellen, die ten minste om de vijf jaar worden herzien.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat hun bevoegde instanties overeenkomstig artikel 1 een of meer afvalbeheerplannen vaststellen, die ten minste om de vier jaar worden herzien.

Amendement 49

Artikel 26, lid 4

4. De afvalbeheerplannen dienen in overeenstemming te zijn met de eisen inzake afvalbeheerplanning van artikel 14 van Richtlijn 94/62/EG en de in artikel 5 van Richtlijn 1999/31/EG bedoelde strategie voor de vermindering van de naar stortplaatsen overgebrachte biologisch afbreekbare afvalstoffen, inclusief ernstige bewustmakingscampagnes en het gebruik van economische instrumenten.

4. De afvalbeheerplannen dienen in overeenstemming te zijn met de eisen inzake afvalbeheerplanning van artikel 14 van Richtlijn 94/62/EG en de in artikel 5 van Richtlijn 1999/31/EG bedoelde strategie voor de vermindering van de naar stortplaatsen overgebrachte biologisch afbreekbare afvalstoffen, inclusief ernstige bewustmakingscampagnes.

Motivering

Het "gebruik van economische instrumenten" is noch gedefinieerd, noch tot dusver nader onderzocht. Een dergelijke bepaling kan ongewenste effecten hebben of tot een niet-milieuvriendelijke prijsstijging van 'groene' alternatieven leiden.

Amendement 50

Artikel 29, lid 1, alinea 1

1. De lidstaten stellen overeenkomstig artikel 1 uiterlijk [drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] afvalpreventieprogramma's vast.

1. De lidstaten stellen overeenkomstig artikel 1 uiterlijk [drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] programma's met technische en organisatorische afvalpreventiemaatregelen vast. De programma's worden uiterlijk na vier jaar herzien.

 

De programma's en de daarin vervatte maatregelen moeten ten minste gericht zijn op de stabilisatie van de afvalproductie voor 2010 en daarna significante verminderingen voor 2020.

Amendement 51

Artikel 30, lid 2

2. De lidstaten stellen voor elke maatregel of combinatie van maatregelen die zij aannemen, specifieke kwalitatieve en kwantitatieve streefcijfers en indicatoren vast teneinde de voortgang van de afzonderlijke maatregelen te bewaken en te evalueren.

2. De lidstaten stellen specifieke kwalitatieve en kwantitatieve streefcijfers en indicatoren vast. De Commissie kan in overeenstemming met de procedure van artikel 36, lid 2 kwantitatieve en kwalitatieve indicatieve streefcijfers en algemene indicatoren vaststellen aan de hand waarvan de lidstaten de voortgang die is geboekt via afzonderlijke maatregelen bewaken en evalueren.

Amendement 52

Artikel 30, lid 2 bis (nieuw)

2 bis. De lidstaten nemen ten minste de volgende maatregelen:

(a) bevordering van verpakkingsmateriaal dat opnieuw gebruikt kan worden door invoering van adequate distributie- en inneemsystemen, zo nodig met inbegrip van de toepassing van heffingen en statiegeld;

(b) bevordering van herstel van producten als alternatief voor weggooien, via de invoering van herstelfaciliteiten;

(c) het geven van voorlichting over technieken voor afvalpreventie via de oprichting van nationale centra voor vaststelling en bevordering van informatie over producten, technologieën en distributiesystemen die schoner zijn en minder afval voortbrengen, ter vergemakkelijking van de uitvoering van standaard goede praktijken per sector (zoals de UNEP Centra voor schonere productie), die met name bruikbaar zijn voor KMO's;

(d) de invoering van vereisten per sector zodat de betreffende bedrijven en industriële sectoren hun eigen afvalpreventieplannen of -doelstellingen opstellen of verbetering brengen in producten en verpakkingen die veel afval produceren.

Motivering

Het is niet voldoende dat de lidstaten mogelijkheden voor preventie inventariseren. Verschillende maatregelen moeten een verplichting voor alle lidstaten worden.

Amendement 53

Artikel 33, lid 2, alinea 1

2. Voor gevaarlijke afvalstoffen worden de registers ten minste drie jaar lang bewaard, behalve in het geval van inrichtingen en ondernemingen die gevaarlijke afvalstoffen vervoeren, die deze registers ten minste 12 maanden lang dienen te bewaren.

2. Voor gevaarlijke afvalstoffen worden de registers ten minste vijf jaar lang bewaard, behalve in het geval van inrichtingen en ondernemingen die gevaarlijke afvalstoffen vervoeren, die deze registers ten minste twee jaar lang dienen te bewaren.

Motivering

De specifieke kenmerken van gevaarlijke afvalstoffen brengen met zich mee dat de gegevens gedurende langere periode worden bewaard dan voor andere stoffen.

Amendement 54

Bijlage I, punt D 7

D 7 Lozen/storten in zeeën en oceanen, inclusief inbrengen in de zeebodem

schrappen

Amendement 55

Bijlage I, punt D 11

D 11 Verbranding op zee

schrappen

Amendement 56

Bijlage II, punt R1, alinea 2, streepjes 1 en 2

0,60 bedraagt in het geval van installaties die vóór 1 januari 2009 in bedrijf zijn en over een vergunning beschikken overeenkomstig het toepasselijke Gemeenschapsrecht,

0,45 bedraagt in het geval van installaties die vóór 1 januari 2009 in bedrijf zijn en over een vergunning beschikken overeenkomstig het toepasselijke Gemeenschapsrecht,

0,65 bedraagt in het geval van installaties waarvoor na 31 december 2008 een vergunning wordt afgegeven,

0,50 bedraagt in het geval van installaties waarvoor na 31 december 2008 een vergunning wordt afgegeven,

Motivering

De indeling van de verbrandingsinstallaties in energetisch efficiënt en niet-efficiënt zal grote gevolgen hebben voor deze installaties en de wetgeving die direct van toepassing is op deze installaties, evenals voor overige wetgeving zoals de Richtlijn inzake vuilstortplaatsen. Om die reden moet de Commissie een onderzoek instellen naar het energetisch rendement van afvalstoffen en de vaststelling van drempelwaarden.

Amendement 57

Bijlage IV, punt 1

1. Toepassing van planningsmaatregelen of andere economische instrumenten die medebepalend zijn voor de beschikbaarheid en de prijs van primaire grondstoffen.

schrappen

Motivering

Economische instrumenten zijn niet bevorderlijk voor de productie van staal uit staalschroot in plaats van uit ijzererts, maar zouden eerder een negatief effect hebben op een goedfunctionerende markt en een reeds bestaande terugwinningsketen. Zie ook amendement op artikel 26, lid 4.

Amendement 58

Bijlage IV, punt 11

11. Economische instrumenten zoals de beloning van “schoon” aankoopgedrag of de instelling van een door de consument betaalde vergoeding voor bepaalde componenten of vormen van verpakking die anders gratis ter beschikking zouden worden gesteld.

schrappen

Motivering

Zie amendement op artikel 26, lid 4.

PROCEDURE

Titel

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen

Document- en procedurenummers

COM(2005)0667 – C6-0009/2006 – 2005/0281(COD)

Commissie ten principale

ENVI

Advies uitgebracht door
  Datum bekendmaking

ITRE
19.1.2006

Nauwere samenwerking – datum bekendmaking

 

Rapporteur voor advies
  Datum benoeming

Cristina Gutiérrez-Cortines

26.1.2006

Vervangen rapporteur voor advies

 

Behandeling in de commissie

19.4.2006

3.5.2006

13.7.2006

12.9.2006

 

Datum goedkeuring

12.9.2006

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

37

6

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Attard-Montalto, Šarūnas Birutis, Jan Březina, Philippe Busquin, Jerzy Buzek, Pilar del Castillo Vera, Jorgo Chatzimarkakis, Giles Chichester, Den Dover, Lena Ek, Nicole Fontaine, Adam Gierek, Norbert Glante, Umberto Guidoni, András Gyürk, Fiona Hall, David Hammerstein Mintz, Rebecca Harms, Erna Hennicot-Schoepges, Ján Hudacký, Romana Jordan Cizelj, Anne Laperrouze, Eugenijus Maldeikis, Eluned Morgan, Reino Paasilinna, Aldo Patriciello, Miloslav Ransdorf, Vladimír Remek, Herbert Reul, Mechtild Rothe, Paul Rübig, Andres Tarand, Britta Thomsen, Patrizia Toia, Catherine Trautmann, Claude Turmes, Dominique Vlasto

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

María del Pilar Ayuso González, Daniel Caspary, Neena Gill, Cristina Gutiérrez-Cortines, Edit Herczog, Lambert van Nistelrooij

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

...

(1)

Nog niet in het PB gepubliceerd.


PROCEDURE

Titel

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen

Document- en procedurenummers

COM(2005)0667 – C6-0009/2006 – 2005/0281(COD))

Datum indiening bij EP

21.12.2005

Commissie ten principale
  Datum bekendmaking

ENVI
19.1.2006

Medeadviserende commissie(s)
  Datum bekendmaking

ITRE
19.1.2006

 

 

 

 

 

Geen advies
  Datum besluit

 

 

 

 

 

Nauwere samenwerking
Datum bekendmaking

 

 

 

 

 

Rapporteur(s)
  Datum benoeming

Caroline F. Jackson
21.2.2006

 

Vervangen rapporteur(s)

 

 

Vereenvoudigde procedure – datum besluit

 

Betwisting rechtsgrondslag
  Datum JURI-advies

 

 

 

 

 

Wijziging financiële voorzieningen
  Datum BUDG-advies

 

 

 

 

 

Raadpleging Europees Economisch en Sociaal Comité – datum EP-besluit

 

Raadpleging Comité van de regio's – datum EP-besluit

 

Behandeling in de commissie

10.10.2006

 

 

 

 

Datum goedkeuring

28.11.2006

Uitslag eindstemming

+:

-:

0:

48

6

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Adamos Adamou, Georgs Andrejevs, Irena Belohorská, Johannes Blokland, John Bowis, Frieda Brepoels, Dorette Corbey, Chris Davies, Avril Doyle, Mojca Drčar Murko, Edite Estrela, Jill Evans, Anne Ferreira, Karl-Heinz Florenz, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Cristina Gutiérrez-Cortines, Satu Hassi, Gyula Hegyi, Jens Holm, Marie Anne Isler Béguin, Caroline Jackson, Christa Klaß, Eija-Riitta Korhola, Holger Krahmer, Marie-Noëlle Lienemann, Linda McAvan, Roberto Musacchio, Riitta Myller, Péter Olajos, Miroslav Ouzký, Vittorio Prodi, Frédérique Ries, Dagmar Roth-Behrendt, Guido Sacconi, Karin Scheele, Carl Schlyter, Horst Schnellhardt, Richard Seeber, Kathy Sinnott, Bogusław Sonik, Antonios Trakatellis, Evangelia Tzampazi, Thomas Ulmer, Marcello Vernola, Anja Weisgerber, Åsa Westlund

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Pilar Ayuso, Giovanni Berlinguer, Niels Busk, Bairbre de Brún, Hélène Goudin, Ambroise Guellec, Jutta Haug, Karsten Friedrich Hoppenstedt, Miroslav Mikolášik, Ria Oomen-Ruijten

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid  2)

 

Datum indiening

15.12.2006

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

...

Laatst bijgewerkt op: 9 januari 2007Juridische mededeling