Procedure : 2006/2155(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0116/2007

Ingediende teksten :

A6-0116/2007

Debatten :

PV 24/04/2007 - 4
CRE 24/04/2007 - 4

Stemmingen :

PV 24/04/2007 - 7.34
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0136

VERSLAG     
PDF 192kDOC 125k
2 april 2007
PE 384.434v02-00 A6-0116/2007

over het verlenen van kwijting voor de begroting van het Europees Bureau voor wederopbouw voor het begrotingsjaar 2005

(C6-0388/2006 – 2006/2155(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Edit Herczog

PE_DEC_Agencies

ERRATA/ADDENDA
1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 PROCEDURE

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de begroting van het Europees Bureau voor wederopbouw voor het begrotingsjaar 2005

(C6-0388/2006 – 2006/2155(DEC))

Het Europees Parlement,

–    gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Bureau voor wederopbouw voor het begrotingsjaar 2005(1),

–    gezien het verslag van de Rekenkamer over de definitieve jaarrekening van het Europees Bureau voor wederopbouw voor het begrotingsjaar 2005, tezamen met de antwoorden van het Bureau(2),

–    gezien de aanbeveling van de Raad van 27 februari 2007 (5711/2007 - C6-0080/2007),

–    gelet op het EG-Verdrag, en met name artikel 276,

–    gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3), en met name artikel 185,

–    gelet op Verordening (EG) nr. 2667/2000 van de Raad van 5 december 2000 over het Europees Bureau voor wederopbouw(4), en met name artikel 8,

–    gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(5), en met name artikel 94,

–    gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–    gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie buitenlandse zaken (A6-0116/2007),

1.  verleent de directeur van het Europees Bureau voor wederopbouw kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2005;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Europees Bureau voor wederopbouw, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1)

PB C 266 van 31.10.2006, blz. 7.

(2)

PB C 312 van 19.12.2006, blz. 18.

(3)

PB L 248 van 16.9.2002, blz.1. Verordening gewijzigd door Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).

(4)

PB L 306 van 7.12.2000, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1756/2006 (PB L 332 van 30.11.2006, blz. 18).

(5)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.


2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Bureau voor wederopbouw voor het begrotingsjaar 2005

(C6-0388/2006 – 2006/2155(DEC))

Het Europees Parlement,

–    gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Bureau voor wederopbouw voor het begrotingsjaar 2005(1),

–    gezien het verslag van de Rekenkamer over de definitieve jaarrekening van het Europees Bureau voor wederopbouw voor het begrotingsjaar 2005, tezamen met de antwoorden van het Bureau(2),

–    gezien de aanbeveling van de Raad van 27 februari 2007 (5711/2007 - C6-0080/2007),

–    gelet op het EG-Verdrag, en met name artikel 276,

–    gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3), en met name artikel 185,

–    gelet op Verordening (EG) nr. 2667/2000 van de Raad van 5 december 2000 over het Europees Bureau voor wederopbouw(4), en met name artikel 8,

–    gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(5), en met name artikel 94,

–    gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–    gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A6-0116/2007),

1. neemt kennis van de bedragen waarmee de definitieve jaarrekening van het Europees Bureau voor wederopbouw voor de begrotingsjaren 2004 en 2005 wordt afgesloten:

Winst- en verliesrekening over de begrotingsjaren 2004 en 2005

 

2005

2004

Ontvangsten

 

 

Subsidie Commissie

261 009

231 909

Teruggevorderde uitgaven (heraanwending Titel III)

546

1 229

Ontvangsten uit huishoudelijke werkzaamheden (heraanwending Titels I en II)

210

181

Overige ontvangsten

1 076

6 113

Totaal ontvangsten

262 841

239 432

Uitgaven

 

 

Huishoudelijke uitgaven

 

 

- Personeelsuitgaven

15 727

17 575

- Overige huishoudelijke uitgaven

7 212

6 290 

 

 

 

Beleidsuitgaven

 

 

- Gecentraliseerd rechtstreeks beheer

243 442

268 965

Totaal huishoudelijke en beleidsuitgaven

266 381

292 830

Overschot/Tekort uit beleidsactiviteiten

-3 540

-53 398

Uitzonderlijke baten

0

738 

Uitzonderlijke lasten

0

-1.269

Resultaat begrotingsjaar

-3 540

-53 929

Bron Gegevens van het Bureau - Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Bureau in zijn jaarrekening heeft verstrekt.

2.  gaat akkoord met de afsluiting van de rekeningen van het Europees Bureau voor wederopbouw voor het begrotingsjaar 2005;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Europees Bureau voor wederopbouw, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1)

PB C 266 van 31.10.2006, blz. 7.

(2)

PB C 312 van 19.12.2006, blz. 18.

(3)

PB L 248 van 16.9.2002, blz.1. Verordening zoals gewijzigd door Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).

(4)

PB L 306 van 7.12.2000, blz. 7. Verordening zoals laatstelijk gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1756/2006 (PB L 332 van 30.11.2006, blz. 18).

(5)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.


3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Bureau voor wederopbouw voor het begrotingsjaar 2005

(C6-0388/2006 – 2006/2155(DEC))

Het Europees Parlement,

–    gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Bureau voor wederopbouw voor het begrotingsjaar 2005(1),

–    gezien het verslag van de Rekenkamer over de definitieve jaarrekening van het Europees Bureau voor wederopbouw voor het begrotingsjaar 2005, tezamen met de antwoorden van het Bureau(2),

–    gezien de aanbeveling van de Raad van 27 februari 2007 (5711/2007 - C6-0080/2007),

–    gelet op het EG-Verdrag, en met name artikel 276,

–    gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3), en met name artikel 185,

–    gelet op Verordening (EG) nr. 2667/2000 van de Raad van 5 december 2000 over het Europees Bureau voor wederopbouw(4), in het bijzonder artikel 8,

–    gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(5), en met name artikel 94,

–    gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–    gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A6-0116/2007),

A.  overwegende dat de Rekenkamer heeft verklaard de redelijke verzekering te hebben gekregen dat de jaarrekening voor het begrotingsjaar dat op 31 december 2005 afliep, betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen, met inachtneming van het voorbehoud, over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn,

B.  overwegende dat het Parlement op 27 april 2006 aan de directeur kwijting heeft verleend voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2004(6) en dat het Parlement in de resolutie bij het kwijtingsbesluit onder meer

· het Bureau verzoekt advies te vragen ter verbetering van het beleid inzake het beheer van de kasmiddelen om een zo goed mogelijk gebruik te maken van de vaak aanzienlijke bedragen op de lopende bankrekeningen;

· kennisneemt van het feit dat de transacties met betrekking tot tegenwaardefondsen, machtigingsregelingen en bijzondere gelden volledig zijn geregistreerd omdat doeltreffende interne controle procedures voor ontvangsten op lange termijn ontbreken; dringt erop aan dat alle transacties door de Rekenkamer kunnen worden geverifieerd;

· de Commissie en het Europees Bureau voor wederopbouw oproept, teneinde de ernstige problemen van onbetrouwbaarheid (en beschuldigingen van corrupte praktijken) aan te pakken die momenteel in verband worden gebracht met de voorwaarden waaronder openbare aanbestedingscontracten en concessies worden gegund voor uiterst gevoelige projecten (bijvoorbeeld op het gebied van mobiele telefoniediensten), om in nauwe samenwerking met de Missie van de Verenigde Naties voor interimbestuur in Kosovo (UNMIK) en de Financiële Inlichtingen-eenheid (FIU) duidelijke en transparante regels voor aanbestedingen vast te leggen en interne en hogere controle-instanties op te richten, en het Europees Parlement op de hoogte te houden van de geboekte vooruitgang;

Algemene punten die van toepassing zijn op de meerderheid van EU-agentschappen die individuele kwijting vereisen

1.  meent dat het voortdurend toenemende aantal communautaire agentschappen en de activiteiten van enkele ervan slecht lijken te passen in een algemeen oriëntatiekader en dat de taken van bepaalde agentschappen niet altijd een afspiegeling vormen van de werkelijke behoeften van de Europese Unie noch van de verwachtingen van haar burgers; constateert dat de agentschappen in het algemeen niet altijd een goed imago en een goede pers hebben;

2.  verzoekt de Commissie daarom een algemeen oriëntatiekader voor de oprichting van nieuwe communautaire agentschappen vast te stellen, een kosten-batenanalyse voor te leggen voordat een nieuw agentschap wordt opgericht en erop toe te zien dat duplicatie van activiteiten tussen agentschappen of van taken van andere Europese organen wordt vermeden;

3.  roept de Rekenkamer op haar oordeel over de kosten-batenanalyse uit te spreken voordat het Parlement een besluit neemt;

4.  verzoekt de Commissie elke vijf jaar een studie te overleggen naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap; verzoekt alle verantwoordelijke instellingen om in geval van een negatief oordeel over de toegevoegde waarde van een agentschap de noodzakelijke stappen te zetten om het mandaat van dat agentschap te herzien of het agentschap te sluiten;

5.  betreurt, rekening houdend met het groeiende aantal regelgevende agentschappen, dat de onderhandelingen over het ontwerp van institutioneel akkoord over beperking van deze agentschappen nog niet zijn gestart; verzoekt de bevoegde diensten van OLAF, de Rekenkamer en de Commissie alles in het werk te stellen om een dergelijk akkoord zo snel mogelijk te bereiken;

6.  stelt vast dat de begrotingsverantwoordelijkheid van de Commissie nauwere banden van de agentschappen met de Commissie noodzakelijk maakt; roept de Commissie en de Raad ertoe op alle noodzakelijke stappen te ondernemen om de Commissie vóór 31 december 2007 een blokkerende minderheid te geven in de bestuursraden van de regelgevende agentschappen en daar in het geval van nieuwe agentschappen direct bij oprichting in te voorzien;

7.  verzoekt de Rekenkamer, met het oog op een beter inzicht in het gebruik van EU-fondsen door agentschappen, een aanvullend hoofdstuk in haar jaarverslag op te nemen, dat is gewijd aan alle agentschappen waarvoor kwijting is vereist in de jaarrekening van de Commissie;

8.  herinnert aan het beginsel volgens hetwelk voor alle communautaire agentschappen, gesubsidieerd of niet, kwijting door het Parlement vereist is, ook wanneer in hun oprichtingsstatuten is voorzien in een kwijtingsautoriteit;

9.  verzoekt de Rekenkamer bij alle agentschappen gedegen audits van het financieel beheer uit te voeren en daarover bij de bevoegde commissies van het Parlement, met inbegrip van de Commissie begrotingscontrole, verslag uit te brengen;

10.  merkt op dat het aantal agentschappen voortdurend toeneemt en dat het gezien de politieke verantwoordelijkheid van de Commissie voor het functioneren van de agentschappen, die veel verder gaat dan eenvoudige logistieke ondersteuning, nog noodzakelijker is geworden dat de directoraten-generaal van de Commissie die belast zijn met de oprichting van en het toezicht op agentschappen een gezamenlijke opstelling tegenover agentschappen ontwikkelen; is van mening dat een soortgelijke structuur als die welke door de agentschappen is gevormd voor de coördinatie met de betrokken directoraten-generaal een pragmatische stap voorwaarts zou zijn op weg naar een gezamenlijke opstelling van de Commissie in alle zaken met betrekking tot agentschappen;

11.  verzoekt de Commissie de administratieve en technische steun aan agentschappen uit te breiden in verband met de toenemende complexiteit van communautaire administratieve regels en technische problemen;

12.  stelt vast dat een disciplinair orgaan bij alle communautaire agentschappen ontbreekt; verzoekt de diensten van de Commissie de noodzakelijke maatregelen te nemen om een dergelijk mechanisme zo snel mogelijk in te voeren;

13.  juicht de aanzienlijke verbeteringen in de coördinatie van de agentschappen toe, die hen in staat stellen terugkerende problemen aan te pakken en efficiënter samen te werken met de Commissie en het Parlement;

14.  is van opvatting dat de oprichting door diverse agentschappen van een gezamenlijke ondersteunende dienst met het oog op aanpassing van hun computersystemen voor financieel beheer aan die van de Commissie, een initiatief is dat moet worden voortgezet en uitgebreid;

15.  roept de agentschappen ertoe op de samenwerking en benchmarking met andere spelers in het veld te verbeteren; moedigt de Commissie ertoe aan de maatregelen te nemen die zij dienstig acht om de agentschappen te helpen hun imago te verbeteren en de zichtbaarheid van hun activiteiten te verhogen;

16.  roept de Commissie op een voorstel te doen voor harmonisering van de indeling van de jaarverslagen van de agentschappen en prestatie-indicatoren te ontwikkelen waarmee de doelmatigheid van de agentschappen kan worden vergeleken;

17.  verzoekt de agentschappen aan het begin van elk jaar indicatoren te overleggen waarmee hun prestaties kunnen worden gemeten;

18.  verzoekt alle agentschappen in toenemende mate SMART-doelstellingen te hanteren die moeten leiden tot een realistische planning en resultaatgericht werken;

19.  onderschrijft de opvatting van de Rekenkamer dat de Commissie ook verantwoordelijk is voor het (financiële) beheer van de agentschappen; dringt er derhalve bij de Commissie op aan toezicht te houden op de leiding van de verschillende agentschappen en deze waar nodig bij te sturen en te helpen, in het bijzonder in verband met de juiste toepassing van aanbestedingsprocedures, de transparantie van de procedures voor de aanwerving van personeel, goed financieel beheer (onderbesteding en overbudgettering) en, als belangrijkste punt, de juiste toepassing van de regels met betrekking tot het kader voor interne controle;

20.  meent dat de bijdragen van agentschappen in hun werkprogramma’s in operationele en meetbare termen dienen te worden uitgedrukt en dat daarbij de nodige aandacht moet worden besteed aan de Commissienormen voor interne controle;

Specifieke punten

21.  onderstreept zijn grote waardering voor de resultaten die het Bureau heeft geboekt, en de aanzienlijke verbeteringen die de agentschappen konden aanbrengen zodat positief op de aanbevelingen van de Rekenkamer en het Parlement kon worden gereageerd;

22.  feliciteert de directeur en zijn personeel met het werk dat zij in een zeer moeilijke omgeving verrichten waardoor het imago van de EU en haar zichtbaarheid sterk worden verbeterd;

23.  dringt erop aan dat de Commissie het mandaat van het Bureau, dat in 2008 afloopt, verlengt; is van mening dat het Bureau dient te worden omgevormd tot een agentschap voor de uitvoering van bepaalde externe EU-acties, met het oog op het beheren van post-crisissituaties - waarbij erop dient te worden toegezien dat duplicatie van activiteiten van andere Europese organisaties wordt vermeden -, om te voorkomen dat de opgebouwde expertise verloren gaat;

24.  verzoekt de Commissie het Parlement mede te delen om welke redenen, behalve haar voornemen het Bureau in 2008 te sluiten, het Bureau niet is belast met de uitvoering van het speciale programma van de Unie voor het noordelijke deel van Cyprus en de verlening van bijstand aan het Palestijnse volk;

25.  meent dat het Bureau niet slechts beschikt over de systemen (logistiek, IT-systemen en andere) om snel een grote mate van steun in postconflictgebieden te implementeren, maar vooral ook over bewezen hoge niveaus van expertise en knowhow in naoorlogse wederopbouw;

26.  is ervan overtuigd dat nu de Commissie het beheer van het nieuwe instrument voor pretoetredingssteun wil overnemen met het oog op aan het acquis gerelateerde taken in de Balkanlanden, het Bureau de taken dient over te nemen waarvan de uitvoering wordt verlangd door een “agentschap voor externe acties van DG RELEX”;

27.  meent dat een nieuw mandaat van dit succesvolle Bureau de doeltreffendste manier zou zijn om de nieuwe taken in verband met externe acties te verrichten, die niet door de diensten van de Commissie in Brussel of door de delegaties van de Commissie kunnen worden uitgevoerd;

28.  meent dat het Bureau zeer efficiënt kan werken in gebieden waar traditionele ontwikkelingshulp niet mogelijk is; meent tevens dat de zichtbaarheid van de EU daardoor aanzienlijk zou toenemen;

29.  verwelkomt de maatregelen die het Bureau heeft getroffen om de gunning van opdrachten te verbeteren naar aanleiding van de opmerkingen van de Rekenkamer in haar jaarverslagen over 2003 en 2004, wat leidde tot een grotere doorzichtigheid op verschillende gebieden: zo zijn de belangrijke beslissingen die worden genomen tijdens de evaluatie en die invloed hebben op de gunning van opdrachten, beter gedocumenteerd en voorts droeg dit ook bij tot een grotere algemene discipline bij de beoordelings- en gunningsprocedures in verband met de opdrachten;

30.  verzoekt het Bureau de selectiecriteria realistischer te maken, omdat zij soms slecht zijn afgestemd op de omstandigheden waarin het Bureau opereert;

31.  verwelkomt de geboekte vooruitgang op het gebied van aanbestedingen en moedigt het Bureau aan zich te blijven inspannen om te bewerkstelligen dat de gegunde opdrachten volledig voldoen aan de voorschriften ter zake;

32.  merkt op dat de Rekenkamer in haar verslag over 2004 op basis van een onderzoek naar de acties die waren toevertrouwd aan UNMIK, heeft vastgesteld dat het Bureau betalingen verrichtte zonder een behoorlijke financiële controle uit te oefenen en dat het grote moeite had om de acties af te sluiten, vooral door het ontbreken van deugdelijke rekeningen met betrekking tot de projecten en voldoende motivering van de uitgaven; verwelkomt de serieuze moeite die het Bureau in 2005 heeft gedaan om deze situatie te verhelpen, merkt evenwel op dat enkele problemen bij de afsluiting van de acties bleven bestaan.

(1)

PB C 266 van 31.10.2006, blz. 7.

(2)

PB C 312 van 19.12.2006, blz. 18.

(3)

PB L 248 van 16.9.2002, blz.1. Verordening gewijzigd door Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).

(4)

PB L 306 van 7.12.2000, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1756/2006 (PB L 332 van 30.11.2006, blz. 18).

(5)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(6)

PB L 340 van 6.12.2006, blz. 74.


PROCEDURE

Titel

Kwijting voor de begroting van het Europees Bureau voor wederopbouw voor het begrotingsjaar 2005

Document- en procedurenummers

C6-03882006 – 2006/2155DEC)

Rechtsgrondslag

Artikel 276 EG

Reglementsartikel(en)

Artikel 71 en Bijlage V

Publicatie in PB van jaarrekening agentschap

PB C 266 van 31.10.2006

Publicatie in PB van jaarverslag Rekenkamer

PB C 312 van 19.12.2006

Aanbeveling van de Raad
  Datum toezending

5711/2007 – C6-0080/2007
27.2.2007

Commissie ten principale
  Datum bekendmaking

CONT
29.11.2006

Verzoek om advies
  Datum bekendmaking

AFET
29.11.2006

 

 

 

 

Geen advies uitgebracht
  Datum besluit

 

 

 

 

 

Rapporteur(s)
  Datum benoeming

Edit Herczog
20.4.2006

Vervangen rapporteur(s)

 

Behandeling in de commissie

28.2.2007

26.3.2007

 

 

 

Datum goedkeuring

26.3.2007

Uitslag eindstemming:
Ontwerpbesluit kwijting

Ontwerpbesluit sluiting rekeningen

Ontwerpresolutie


voor:  22  tegen:  onthoudingen:  2
voor:  22  tegen:  onthoudingen:  2
voor:  21  tegen:  onthoudingen:  2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean-Pierre Audy, Herbert Bösch, Paulo Casaca, Szabolcs Fazakas, Christofer Fjellner, Ingeborg Gräßle, Dan Jørgensen, Bogusław Liberadzki, Nils Lundgren, Marusya Ivanova Lyubcheva, Hans-Peter Martin, Edith Mastenbroek, Jan Mulder, Francesco Musotto, Ovidiu Ioan Silaghi, Bart Staes

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Salvador Garriga Polledo, Edit Herczog, Véronique Mathieu, Bill Newton Dunn, Petre Popeangă, Paul Rübig, Margarita Starkevičiūtė, Ralf Walter

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 

Datum indiening

2.4.2007

 

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

...

 

Laatst bijgewerkt op: 2 mei 2007Juridische mededeling