over het voorstel voor een kaderbesluit van de Raad betreffende de organisatie en de inhoud van uitwisselingen van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten
(COM(2005)0690 – C6-0052/2006 – 2005/0267(CNS))
Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een kaderbesluit van de Raad betreffende de organisatie en de inhoud van uitwisselingen van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten
– gelet op artikel 31, en artikel 34, lid 2, letter (b) van het EU-Verdrag,
– gelet op artikel 39, lid 1 van het EU-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0052/2006),
– gelet op artikel 93 en 51 van het Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6-0170/2007),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel zoals geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;
3. verzoekt de Raad, wanneer hij voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
4. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel;
5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendementen van het Parlement
Amendement 1
Overweging 8 bis (nieuw)
(8 bis) Het feit dat er op één en dezelfde strafrechtelijke veroordeling uiteenlopende wettelijke regelingen van toepassing kunnen zijn, heeft tot gevolg dat er onbetrouwbare informatie in omloop is tussen de lidstaten en dat er voor de veroordeelde persoon geen rechtszekerheid bestaat. Om dat te voorkomen, is de lidstaat die een persoon strafrechtelijk veroordeelt, als eigenaar van de gegevens over strafrechtelijke veroordelingen te beschouwen die op zijn grondgebied tegen burgers van andere lidstaten uitgesproken zijn. De lidstaat waarvan de veroordeelde persoon de nationaliteit heeft en waar de gegevens aan doorgegeven worden, moet zorgen dat ze actueel gehouden worden door elke verandering of delging van gegevens in de veroordelende lidstaat over te nemen. Enkel inlichtingen waarvan de actualiteit op die manier verzekerd is, kunnen door de lidstaat waarvan de veroordeelde de nationaliteit heeft, intern gebruikt of verder doorgegeven worden aan enig ander land - lidstaat of derde land.
Amendement 2
Overweging 10
(10) De persoonsgegevens die bij de tenuitvoerlegging van dit kaderbesluit worden verwerkt, zijn beschermd overeenkomstig het bepaalde in het kaderbesluit XXX betreffende de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politionele en justitiële samenwerking in strafzaken. In het onderhavige kaderbesluit worden bovendien de bepalingen verwerkt van het besluit van 21 november 2005 betreffende de uitwisseling van gegevens uit het strafregister, waarbij gebruiksbeperkingen ten aanzien van meegedeelde gegevens worden opgelegd aan de lidstaat die om de gegevens heeft verzocht. Ter aanvulling daarvan worden specifieke regels opgenomen inzake de verdere verstrekking, door de lidstaat van nationaliteit, van gegevens over strafrechtelijke veroordelingen die door de lidstaat van veroordeling spontaan aan de lidstaat van nationaliteit zouden zijn verstrekt.
(10) De persoonsgegevens die bij de tenuitvoerlegging van dit kaderbesluit worden verwerkt, zijn beschermd overeenkomstig het bepaalde in het kaderbesluit XXX betreffende de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politionele en justitiële samenwerking in strafzaken, en meer in het bijzonder de elementaire princiepen voor de bescherming van gegevens, zoals neergelegd in artikel 9 van het kaderbesluit. In het onderhavige kaderbesluit worden bovendien de bepalingen verwerkt van het besluit van 21 november 2005 betreffende de uitwisseling van gegevens uit het strafregister, waarbij gebruiksbeperkingen ten aanzien van meegedeelde gegevens worden opgelegd aan de lidstaat die om de gegevens heeft verzocht. Ter aanvulling daarvan worden specifieke regels opgenomen inzake de verdere verstrekking, door de lidstaat van nationaliteit, van gegevens over strafrechtelijke veroordelingen die door de lidstaat van veroordeling spontaan aan de lidstaat van nationaliteit zouden zijn verstrekt.
Motivering
Het kaderbesluit over de bescherming van gegevens bij de politionele en gerechtelijke samenwerking, dat als lex generalis ook op dit besluit van toepassing moet zijn, is nog altijd in behandeling, zodat er klaarblijkelijk een reeks fundamentele princiepen voor de bescherming van gegevens in herinnering gebracht moeten worden, die bij het verzamelen, verwerken en doorgeven van gegevens volgens het voorliggend kaderbesluit in acht te nemen zijn.
Amendement 3
Overweging 12 bis (nieuw)
(12 bis) Betere uitwisseling en omloop van gegevens over veroordelingen kan de politionele en gerechtelijke samenwerking aanzienlijk uitbreiden, maar de samenwerking kan hinder ondervinden als ze niet aangevuld worden met spoedige aanneming van een eenvormige reeks fundamentele procedurele waarborgen voor verdachten en beschuldigden in strafzaken, die in alle lidstaten van toepassing zijn.
Motivering
Het kaderbesluit procedurele waarborgen voor verdachten en beschuldigden in strafzaken wacht sinds 2004 nog altijd op aanneming door de Raad, en de vertraging kan zeer hinderlijk voor de verdere uitbouw van de politionele en gerechtelijke samenwerking zijn, vooral door tegenstrijdigheden met grondwettelijke bepalingen van de lidstaten te veroorzaken.
Amendement 4
Artikel 1, letter a
a) de wijze vast te stellen waarop een lidstaat waar een onderdaan van een andere lidstaat is veroordeeld (hierna "lidstaat van veroordeling" te noemen) de lidstaat waarvan de veroordeelde de nationaliteit heeft (hierna "lidstaat van nationaliteit" te noemen) hiervan in kennis stelt;
Niet van toepassing op de Nederlandse tekst
Motivering
De Engelse tekst stelt dat de lidstaat waar de veroordeling plaatsvindt, de gegevens 'kan doorgeven' ("may transmit"); het gaat niet om een mogelijkheid of keuze, maar om een verplichting.
Amendement 5
Artikel 2, letter a
a) "veroordeling": elke definitieve beslissing van een strafgerecht of van een administratieve autoriteit tegen welker beslissing beroep kan worden ingesteld bij een met name in strafzaken bevoegd gerecht, waarbij wordt vastgesteld dat een persoon schuldig is aan een strafbaar feit of een handeling die volgens de nationale wetgeving strafbaar is als inbreuk op de rechtsvoorschriften;
a) "veroordeling": elke definitieve beslissing van een gerecht in strafzaken, waarbij wordt vastgesteld dat een persoon schuldig is aan een strafbaar feit volgens de nationale wetgeving ;
Amendement 6
Artikel 3, lid 1
1. Voor de toepassing van dit kaderbesluit wijst elke lidstaat een centrale autoriteit aan. Voor de mededeling van gegevens uit hoofde van artikel 4 en voor de antwoorden op de in de artikelen 6 en 7 bedoelde verzoeken kunnen de lidstaten evenwel een of meer centrale autoriteiten aanwijzen.
1. Voor de toepassing van dit kaderbesluit wijst elke lidstaat een centrale autoriteit aan. Voor de mededeling van gegevens uit hoofde van artikel 4 en voor de antwoorden op de verzoeken om informatie volgens artikel 7 kunnen de lidstaten evenwel een of meer centrale autoriteiten aanwijzen.
Motivering
De manier waarop vragen om informatie te beantwoorden zijn, wordt door artikel 7 geregeld.
Amendement 7
Artikel 4, lid 1
1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat bij elke op zijn grondgebied uitgesproken veroordeling die in het nationale strafregister wordt opgenomen, de nationaliteit van de veroordeelde wordt vermeld indien het een onderdaan van een lidstaat betreft.
1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat bij elke op zijn grondgebied uitgesproken veroordeling,zodra ze in het strafregister ingeschreven is en in het nationale strafregister wordt opgenomen, de nationaliteit of nationaliteiten van de veroordeelde wordt vermeld indien het een onderdaan van een andere lidstaat betreft.
Motivering
Het artikel legt de nadruk op de verplichting om veroordelingen mee te delen, maar spreekt niet van de verplichting die eraan voorafgaat, namelijk veroordelingen in het strafregister van de lidstaat van veroordeling inschrijven. Verder is het mogelijk dat een veroordeelde meer dan één nationaliteit bezit.
Amendement 8
Artikel 4, lid 2, alinea 2
Wanneer de betrokkene onderdaan van verschillende lidstaten is, worden de gegevens aan al deze lidstaten toegezonden, ook wanneer de veroordeelde onderdaan is van de lidstaat van veroordeling.
Als het bekend is dat de veroordeelde onderdaan van verschillende lidstaten is, worden de gegevens aan al deze lidstaten toegezonden, ook wanneer de veroordeelde onderdaan is van de lidstaat van veroordeling.
Motivering
Het kan gebeuren dat de dubbele nationaliteit van een veroordeelde niet bekend is.
Amendement 9
Artikel 4, lid 3
3. Bij de toezending van de gegevens over de veroordeling aan de lidstaat van nationaliteit wordt tevens vermeld hoe lang de veroordeling in het strafregister van de lidstaat van veroordeling opgenomen blijft overeenkomstig de nationale wetgeving van de lidstaat van veroordeling ten tijde van de toezending.
schrappen
Motivering
De verplichting kan niet nagekomen worden door lidstaten waarvan de wetgeving naast de uitvoering van de veroordeling bepaalde voorwaarden voor het schrappen van vroegere veroordelingen oplegt, zoals bvb de schadeloosstelling betalen die in de veroordeling vastgesteld is.
Amendement 10
Artikel 4, lid 4
4. Latere overeenkomstig de nationale wetgeving van de lidstaat van veroordeling genomen maatregelen die wijziging of schrapping van de in het strafregister opgenomen gegevens meebrengen,inclusief wijzigingen die gevolgen hebben voor de periode gedurende welke deze gegevens worden bewaard,wordenonverwijld door de centrale autoriteit van de lidstaat van veroordeling aan de centrale autoriteit van de lidstaat van nationaliteit doorgegeven.
4. Elke latere wijziging of schrapping van de in het strafregister opgenomen gegevens wordtonmiddellijk door de centrale autoriteit van de lidstaat van veroordeling aan de centrale autoriteit van de lidstaat van nationaliteit doorgegeven.
Motivering
Elke actualisering en wijziging van de gegevens in het strafregister van de lidstaat van veroordeling moet onmiddellijk aan de lidstaat van nationaliteit doorgegeven worden, zodat die de overeenkomstige gegevens in haar eigen strafregister ook kan actualiseren.
Amendement 11
Artikel 5, lid 1
1. De centrale autoriteit van de lidstaat van nationaliteit bewaart alle overeenkomstig artikel 4 verstrekte gegevens, om ze overeenkomstig artikel 7 te kunnen doorgeven.
1. De centrale autoriteit van de lidstaat van nationaliteit bewaart de overeenkomstig artikel 4, lid 2 en 4 en artikel 11 verstrekte gegevens, om ze overeenkomstig artikel 7 te kunnen doorgeven.
Motivering
De term "alle" geeft aanleiding tot uiteenlopende interpretaties, zodat het beter lijkt om voor de inhoud van de informatie naar artikel 11 te verwijzen. Het amendement wil ook vertekening van gegevens voorkomen, die zich bij de omzetting van de gegevenscategorieën van de lidstaat van veroordeling in die van de lidstaat van nationaliteit zou kunnen voordoen.
Amendement 12
Artikel 5, lid 3
3. De lidstaat van nationaliteit mag uitsluitend de gegevens gebruiken die overeenkomstig lid 2 zijn bijgewerkt. De verplichting van lid 2 mag er in geen geval toe leiden dat de betrokkene in het kader van een nationale procedure een ongunstiger behandeling krijgt dan wanneer hij door een nationale rechterlijke instantie veroordeeld zou zijn geweest.
3. De lidstaat van nationaliteit mag uitsluitend de gegevens gebruiken die overeenkomstig lid 2 zijn bijgewerkt.
Motivering
De regel die de geschrapte zin vastlegt, gaat tegen de strekking van het voorstel in.
Amendement 13
Artikel 6, lid 1
1. Wanneer om gegevens uit het nationale strafregister van een lidstaat wordt verzocht, kan de centrale autoriteit, overeenkomstig het nationale recht, een verzoek om een uittreksel uit het strafregister en om informatie hierover richten tot de centrale autoriteit van een andere lidstaat.
1. Wanneer naar aanleiding van een strafrechtelijke procedure tegen een persoon of om elke andere reden buiten een strafrechtelijke procedure om gegevens uit het nationale strafregister van een lidstaat wordt verzocht, kan de centrale autoriteit, overeenkomstig het nationale recht, een verzoek om een uittreksel uit het strafregister en om informatie hierover richten tot de centrale autoriteit van een andere lidstaat.
Motivering
De beide mogelijkheden onder artikel 7 moeten ingesloten zijn.
Amendement 14
Artikel 6, lid 1 bis (nieuw)
1 bis. Als er om elke andere reden als een strafrechtelijke procedure gegevens uit het strafregister van de lidstaat van nationaliteit gevraagd worden, moet de aanvragende lidstaat haar aanvraag concreet verantwoorden.
Motivering
In overeenstemming met artikel 9, lid 2 en om concreet de specifieke gevallen te kunnen aangeven waarin de gegevens volgens de wetgeving van de lidstaat van veroordeling of nationaliteit, naargelang van het geval, voor gebruik buiten een strafrechtelijke procedure doorgegeven mogen worden.
Amendement 15
Artikel 6, lid 2
2. Wanneer iemand om gegevens over zijn eigen strafblad verzoekt, kan de centrale autoriteit van de lidstaat waar dit verzoek wordt ingediend, overeenkomstig het nationale recht een verzoek om een uittreksel uit het strafregister en om informatie hierover richten tot de centrale autoriteit van een andere lidstaat indien de betrokkene ingezetene of onderdaan van de verzoekende of aangezochte lidstaat is of is geweest.
2. Wanneer iemand om gegevens over zijn eigen strafblad verzoekt, richt de centrale autoriteit van de lidstaat waar dit verzoek wordt ingediend, overeenkomstig het nationale recht een verzoek om een uittreksel uit het strafregister en om informatie hierover tot de centrale autoriteit van een andere lidstaat indien de betrokkene ingezetene of onderdaan van de verzoekende of aangezochte lidstaat is of is geweest.
Motivering
Als de betreffende persoon ingezetene of staatsburger van een andere lidstaat is of geweest is en als zodanig bekend staat, mag de aanvraag tot informatie van de andere lidstaat niet van de willekeur van de lidstaat afhangen waar de aanvraag ingediend is.
Amendement 16
Artikel 7, lid 1, letter a
a) nationale veroordelingen;
a) nationale veroordelingen die in het strafregister ingeschreven staan;
Motivering
Om duidelijk te maken dat alleen veroordelingen die in het strafregister staan, of m.a.w. niet degene die wegens volledige uitvoering geschrapt zijn, rechtsgevolgen dragen. Ook in verband met het volgende amendement te zien, om geen overdreven ingewikkelde regeling in te voeren die de uitwisseling van informatie afremt.
Amendement 17
Artikel 7, lid 1, letter d
d) in derde landen uitgesproken veroordelingen die haar zijn verstrekt.
d) in derde landen uitgesproken veroordelingen die haar zijn verstrekt en in het strafregister ingeschreven staan.
Motivering
Om duidelijk te maken dat alleen veroordelingen die in het strafregister staan, of m.a.w. niet degene die geschrapt zijn, rechtsgevolgen dragen.
Amendement 18
Artikel 7, lid 2, alinea 1
2. Wanneer voor andere doeleinden dan een strafrechtelijke procedure overeenkomstig artikel 6 een verzoek om gegevens uit het strafregister tot de centrale autoriteit van de lidstaat van nationaliteit wordt gericht, antwoordt zij overeenkomstig het nationale recht voor wat betreft de nationale veroordelingen en de in derde landen uitgesproken veroordelingen waarvan zij in kennis is gesteld.
2. Wanneer voor andere doeleinden dan een strafrechtelijke procedure overeenkomstig artikel 6 een verzoek om gegevens uit het strafregister tot de centrale autoriteit van de lidstaat van nationaliteit wordt gericht, antwoordt zij voor wat betreft de nationale veroordelingen en de in derde landen uitgesproken veroordelingen waarvan zij in kennis is gesteld en die volgens haar nationale wetgeving in haar strafregister ingeschreven staan.
Motivering
Om duidelijk te maken dat alleen veroordelingen die in het strafregister staan, of m.a.w. niet degene die wegens volledige uitvoering geschrapt zijn, rechtsgevolgen dragen, en te bepalen welke informatie doorgegeven mag worden.
Amendement 19
Artikel 7, lid 2, alinea 2
De centrale autoriteit van de lidstaat van nationaliteit vraagt onverwijld bij de centrale autoriteit van de lidstaat van veroordeling na of en in hoeverre de aan haar toegezonden gegevens over de in deze lidstaat uitgesproken veroordelingen aan de centrale autoriteit van de verzoekende lidstaat mogen worden doorgegeven.
De centrale autoriteit van de lidstaat van nationaliteit verstrekt de gegevens die haar door de lidstaat van veroordeling doorgegeven zijn. Bij het doorgeven van de gegevens volgens artikel 4 kan de centrale autoriteit van de lidstaat van veroordeling de centrale autoriteit van de lidstaat van nationaliteit laten weten dat de gegevens over vroeger opgelopen veroordelingen die de lidstaat van nationaliteit meegedeeld worden, enkel met toestemming van de centrale autoriteit van de lidstaat van veroordeling aan de centrale autoriteit van een andere verzoekende lidstaat mogen worden doorgegeven.
Motivering
Het doorgeven van gegevens aan een andere lidstaat die een aanvraag doet en verschillend van de lidstaat van nationaliteit of veroordeling is, moet in de regel toegelaten zijn, behoudens aanwijzingen in tegengestelde zin om bijzondere redenen. Een raadplegingsysteem zoals oorspronkelijk in deze alinea voorgesteld, zou hinderlijk zijn voor de uitwisseling van informatie.
Amendement 20
Artikel 7, lid 2, alinea 3
De centrale autoriteit van de lidstaat van veroordeling antwoordt de centrale autoriteit van de lidstaat van nationaliteit binnen een zodanige termijn dat deze laatste de in artikel 8 genoemde antwoordtermijnen in acht kan nemen.
Als de toestemming van de lidstaat van veroordeling gevraagd moet worden, antwoordt haar centrale autoriteit de centrale autoriteit van de lidstaat van nationaliteit binnen een zodanige termijn dat deze laatste de in artikel 8 genoemde antwoordtermijnen in acht kan nemen.
Motivering
In logische samenhang met amendement 18
Amendement 21
Artikel 7, lid 4
4. Wanneer een verzoek om gegevens uit het strafregister wordt gericht tot de centrale autoriteit van een andere lidstaat dan de staat van nationaliteit, zendt deze de gegevens over nationale veroordelingen aan de centrale autoriteit van de verzoekende lidstaat toe. Indien het verzoek voor andere doeleinden dan een strafrechtelijke procedure wordt ingediend, antwoordt zij overeenkomstig het nationale recht.
4. Wanneer een verzoek om gegevens uit het strafregister wordt gericht tot de centrale autoriteit van een andere lidstaat dan de staat van nationaliteit, zendt de aangezochte lidstaat de gegevens over de veroordelingen die in haar strafregister ingeschreven staan, aan de centrale autoriteit van de verzoekende lidstaat toe. Indien het verzoek voor andere doeleinden dan een strafrechtelijke procedure wordt ingediend, antwoordt zij overeenkomstig het nationale recht.
Motivering
Om duidelijk te maken dat alleen veroordelingen die in het strafregister staan, of m.a.w. niet degene die wegens volledige uitvoering geschrapt zijn, rechtsgevolgen dragen, en te bepalen welke informatie doorgegeven mag worden.
Amendement 22
Artikel 9, lid -1 (nieuw)
-1. Het verwerken en doorgeven van persoonsgegevens volgens dit kaderbesluit moet minstens aan de volgende fundamentele princiepen voldoen :
a) gegevensverwerking moet in de wet bekend zijn, nodig, en in een redelijke verhouding tot het verzamelen en/of verder verwerken van gegevens staan
b) de gegevens kunnen enkel voor welbepaalde en rechtmatige doeleinden verzameld en verder verwerkt worden, op een manier die met de doeleinden in overeenstemming te brengen is
c) de gegevens moeten juist zijn en bijgewerkt worden
d) bijzondere categorieën gegevens over raciale of etnische oorsprong, politieke opinies, godsdienstige of filosofische overtuigingen, lidmaatschap van partij of vakbond, seksuele geaardheid of gezondheid mogen enkel verwerkt worden als het in een welbepaald geval absoluut noodzakelijk is, en met inachtneming van duidelijk vastgelegde waarborgen.
Amendement 23
Artikel 9, lid 1
1. Persoonsgegevens die uit hoofde van artikel 7, leden 1 en 4, voor een strafrechtelijke procedure worden verstrekt, mogen door de verzoekende lidstaat slechts worden gebruikt voor de strafrechtelijke procedure waarvoor om deze gegevens is verzocht, overeenkomstig het als bijlage opgenomen formulier.
1. Persoonsgegevens die uit hoofde van artikel 7, leden 1 en 4, voor een strafrechtelijke procedure worden verstrekt, mogen door de verzoekende lidstaat slechts worden gebruikt met inachtneming van lid -1, en meer in het bijzonder alleen voor de strafrechtelijke procedure waarvoor om deze gegevens is verzocht, overeenkomstig het als bijlage opgenomen formulier.
Amendement 24
Artikel 9, lid 2
2. Persoonsgegevens die uit hoofde van artikel 7, leden 2 en 4, voor andere doeleinden dan een strafrechtelijke procedure worden verstrekt, mogen door de verzoekende lidstaat, met inachtneming van zijn nationale recht, slechts worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor om deze gegevens is verzocht, binnen de door de aangezochte lidstaat op het formulier vermelde grenzen.
2. Persoonsgegevens die uit hoofde van artikel 7, leden 2 en 4, voor andere doeleinden dan een strafrechtelijke procedure worden verstrekt, mogen door de verzoekende lidstaat, met inachtneming van zijn nationale recht, slechts worden gebruikt met inachtneming van lid -1, en meer in het bijzonder, alleen voor de doeleinden waarvoor om deze gegevens is verzocht, binnen de door de aangezochte lidstaat op het formulier vermelde grenzen.
Amendement 25
Artikel 9, lid 3
3. In afwijking van de leden 1 en 2 mogen uit hoofde van artikel 7, leden 1, 2 en 4, verstrekte persoonsgegevens door de verzoekende lidstaat worden gebruikt voor de voorkoming van een onmiddellijke en ernstige bedreiging van de openbare veiligheid.
3. In afwijking van de leden 1 en 2 mogen uit hoofde van artikel 7, leden 1, 2 en 4, verstrekte persoonsgegevens door de verzoekende lidstaat worden gebruikt voor de voorkoming van een onmiddellijke en ernstige bedreiging van de openbare veiligheid als hun gebruik nodig is en in redelijke verhouding tot het doeleinde staat ; de verzoekende lidstaat voorziet de aangezochte lidstaat in dat geval van een kennisgeving ex post waaruit blijkt dat de voorwaarden van noodzaak, redelijke verhouding, dringend karakter en ernst van de bedreiging vervuld zijn.
Amendement 26
Artikel 9, lid 4
4. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat voor persoonsgegevens die uit hoofde van artikel 7, lid 3, aan een derde land zijn verstrekt, dezelfde gebruiksbeperkingen gelden als die welke krachtens de leden 1, 2 en 3 van dit artikel voor de lidstaten gelden.
4. De lidstaten nemen ook de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat voor persoonsgegevens die uit hoofde van artikel 7, lid 3, aan een derde land zijn verstrekt, dezelfde gebruiksbeperkingen gelden als die welke krachtens de leden 1, 2 en 3 van dit artikel voor de lidstaten gelden.
Amendement 27
Artikel 9, lid 5
5. Dit artikel is niet van toepassing op persoonsgegevens die uit hoofde van dit kaderbesluit door een lidstaat zijn verkregen en die uit dezelfde lidstaat afkomstig zijn.
5. Lid 1 tot 4 is niet van toepassing op persoonsgegevens die uit hoofde van dit kaderbesluit door een lidstaat zijn verkregen en die uit dezelfde lidstaat afkomstig zijn.
Amendement 28
Artikel 9, lid 5 bis (nieuw)
5 bis. Elke lidstaat ziet erop toe dat zijn nationale autoriteiten voor gegevensbescherming systematisch op de hoogte gehouden worden van de uitwisseling van persoonsgegevens volgens dit kaderbesluit, en meer in het bijzonder van het gebruik van persoonsgegevens in de omstandigheden waarvan sprake in artikel 9 lid 3.
De autoriteiten voor gegevensbescherming van de lidstaten houden toezicht op de uitwisseling van gegevens volgens lid 1 en verlenen elkaar daartoe hun onderlinge medewerking.
Amendement 29
Artikel 9 bis (nieuw)
Artikel 9 bis
Rechten van de betrokken persoon
1. De betrokken persoon wordt op de hoogte gebracht van het feit dat gegevens over zijn/haar persoon verwerkt worden; deze verplichting wordt zo nodig uitgesteld om de doeleinden waarvoor de gegevens verwerkt worden, niet te hinderen.
2. De betrokken persoon heeft het recht om zonder onredelijk uitstel te vernemen welke gegevens er verwerkt worden, in een taal die hij/zij begrijpt, en om gegevens recht te zetten of gegevens die in strijd met de princiepen van art. 9 § -1 verwerkt worden, zo nodig te laten wissen.
3. De inlichtingen waarvan sprake in § 1 kunnen geweigerd of uitgesteld worden als het absoluut nodig is
(a) om de veiligheid en openbare orde te beschermen,
(b) een misdaad te verhinderen,
(c) onderzoek en vervolging van strafbare feiten niet te hinderen
(d) en om de rechten en waarborgen van derden te beschermen.
Amendement 30
Artikel 11, lid 2, letter a
a) gegevens over de veroordeelde (naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, eventueel pseudoniemen of aliassen, geslacht, nationaliteit, rechtsvorm en hoofdkantoor voor rechtspersonen);
a) gegevens over de veroordeelde (naam, voornamen, vroegere naam, geboortedatum, geboorteplaats en -land, eventueel pseudoniemen of aliassen, geslacht, nationaliteit, rechtsvorm en hoofdkantoor voor rechtspersonen);
Motivering
Vroegere namen moeten aangegeven worden omdat het dikwijls gebeurt dat iemand van naam of identiteit verandert.
Amendement 31
Artikel 11, lid 2, letter b
b) gegevens over de vorm van de veroordeling (datum en plaats, naam en aard van de autoriteit die de veroordeling heeft uitgesproken);
b) gegevens over de vorm van de veroordeling (datum en plaats, registratienummer voor zover bekend, naam en aard van de autoriteit die de veroordeling heeft uitgesproken);
Motivering
Het nummer van het gerechtelijk besluit, voor zover bekend, maakt het gemakkelijker om de identiteit vast te stellen.
Amendement 32
Artikel 11, lid 2, letter c)
c) gegevens over de aan de veroordeling ten grondslag liggende feiten (datum, plaats, aard, juridische kwalificatie, toepasselijke strafwetgeving);
c) gegevens over de aan de veroordeling ten grondslag liggende feiten (datum, aard, juridische kwalificatie, toepasselijke strafwetgeving);
Motivering
De plaats waar een misdrijf gepleegd is, is niet van belang voor de eventuele rechtsgevolgen van een veroordeling in andere strafrechtelijke procedures. Een aantal lidstaten tekenen onder de gegevens in het strafregister niet de plaats op waar het misdrijf gepleegd is.
Amendement 33
Artikel 11, lid 6
6. De in lid 5 bedoelde technische aanpassingen moeten binnen drie jaar na de goedkeuring van het formaat en de bepalingen inzake geautomatiseerde uitwisseling van gegevens over strafrechtelijke veroordelingen plaatsvinden.
6. De in lid 5 bedoelde technische aanpassingen moeten binnen hetjaar na de goedkeuring van het formaat en de bepalingen inzake geautomatiseerde uitwisseling van gegevens over strafrechtelijke veroordelingen plaatsvinden.
Amendement 34
Artikel 14, lid 5
5. Dit kaderbesluit heeft geen gevolgen voor de toepassing van gunstiger bepalingen van bilaterale of multilaterale overeenkomsten tussen de lidstaten.
5. Dit kaderbesluit heeft geen gevolgen voor de toepassing van gunstiger bepalingen van bilaterale of multilaterale overeenkomsten of verdragen tussen de lidstaten.
Motivering
In logische samenhang met amendement 17.
TOELICHTING
Achtergrond
De gegevens over de verschillende soorten veroordelingen, gevangenisstraffen, bevelen tot opsporing of gevangenneming, persoonsgegevens van gedetineerden en andere belangrijke gegevens over hun crimineel verleden worden volgens de nationale wetgeving van elke lidstaat opgetekend in het strafregister. De uiteindelijke bedoeling van het strafregister is een volledig overzicht van het crimineel verleden van een persoon geven, dat voor verschillende doeleinden gebruikt kan worden, o.a. om verdachten te identificeren, lopend strafrechtelijk onderzoek te ondersteunen, zich een oordeel over de ernst van een veroordeling in strafzaken te vormen, en ook om de integriteit en bekwaamheid van een persoon na te gaan en te beoordelen. Het aanleggen van registers beantwoordt aan de noodzaak om gegevens over veroordelingen van staatsburgers of personen die op het grondgebied van een bepaalde lidstaat wonen, op te schrijven en te bewaren. Het principe dat elke lidstaat de gegevens over veroordelingen centraliseert die zijn eigen staatsburgers oplopen (het nationaliteitsprincipe), blijft onveranderd gehandhaafd.
Maar door het toenemend grensoverschrijdend verkeer in de Europese Unie zijn er alsmaar meer staatsburgers die een veroordeling oplopen buiten het land waar ze de nationaliteit van hebben. De vraag is dan wat er moet gebeuren met de gegevens over veroordelingen van personen die noch staatsburgers noch ingezetenen van een bepaalde lidstaat zijn, maar er wel een veroordeling oplopen: hoe moeten ze geregistreerd worden, hoe en aan wie moeten de overeenkomstige gegevens naderhand meegedeeld worden? Op het ogenblik zijn er in de Europese Unie geen gemeenschappelijke regels voor registratie van veroordelingen in het buitenland (want dat is een uitsluitend nationale bevoegdheid). Van de ene kant zijn er lidstaten die veroordelingen die hun staatsburgers in het buitenland oplopen, niet in hun strafregister opnemen. En van de andere kant gebruiken de lidstaten die dergelijke veroordelingen wel inschrijven, verschillende criteria om de gegevens wel of niet in te schrijven. De gegevens die in het strafregister staan, verschillen dus van de ene tot de andere lidstaat. Naast de uiteenlopende aard van de gegevens is het huidig systeem van uitwisseling tussen de lidstaten niet bevredigend en draagt niet tot doelmatige en correcte aanwending van de gegevens bij die onderling doorgegeven worden.
Bij volledige inachtneming van de verscheidenheid in het rechtsbestel van de lidstaten, de onafhankelijkheid van hun rechtswezen en alle bestaande Europese procedures, bestaat er toch een sterke behoefte aan uitbouw van het Europees rechtsgebied om de fundamentele rechten en vrijheden van alle burgers van de Europese Unie te kunnen waarborgen en het wederzijds vertrouwen en de rechtstaat in heel de Europese Unie te verzekeren. Daarvoor moet de gerechtelijke samenwerking vereenvoudigd worden, waarbij uitwisseling van informatie één van de centraal belangrijke problemen is.
Het doel van het voorstel is betere communicatie en correcte, eerlijke en volledige beantwoording van aanvragen voor gegevens over het strafrechtelijke verleden tussen de lidstaten onderling.
In die zin moeten er verdere stappen vooruit gezet worden om Europese werkwijzen tot stand te brengen die de uitwisseling van informatie met elektronische middelen en op een homogene manier, die gemakkelijk in andere talen om te zetten is, verbeteren aan de hand van geautomatiseerde methoden en volgens een Europees standaardformaat.
Juridisch kader vandaag
Gegevens over veroordelingen worden op het ogenblik tussen de lidstaten onderling doorgegeven volgens de werkwijzen van het Europees verdrag over gerechtelijke bijstand in strafzaken van 1959 (afgesloten bij de Raad van Europa, verder "verdrag van 1959" genoemd), concreet gesproken artikel 13 en 22, en artikel 4 van het aanvullend protocol van 17 maart 1978.
Met die bepalingen worden geregeld:
- op welke voorwaarden uittreksels uit het strafregister tussen de verdragspartijen onderling meegedeeld worden (art. 13), en
- de verplichting om een maal per jaar, verplicht en automatisch, alle veroordelingen kenbaar te maken die uitgesproken zijn tegen staatsburgers van andere lidstaten die het verdrag ondertekend hebben (art. 22).
Maar de werkwijze van het verdrag van 1959 schenkt geen voldoening. De automatische mededeling van gegevens over veroordelingen van staatsburgers van een verdragsluitende lidstaat (art. 22) is dikwijls gebrekkig of zelfs volkomen onbestaand.
Om gegevens te verkrijgen aan de hand van een aanvraag tot onderlinge bijstand volgens artikel 13 moet er een procedure gevolgd worden die zo ingewikkeld is dat de gerechtelijke instanties er in de meeste gevallen van afzien om ook maar enige informatie te vragen. Dat betekent dat staatsburgers van andere lidstaten dikwijls veroordeeld worden op grond van de strafrechtelijke gegevens die beschikbaar zijn in het land waar de zaak voorkomt, met veronachtzaming van de veroordelingen die ze in andere lidstaten opgelopen hebben, vooral dan in de lidstaat waarvan de personen in kwestie staatsburger of ingezetene zijn.
Inhoud van het voorstel
De Commissie heeft op 13 oktober 2004 een eerste voorstel voor een kaderbesluit van de Raad op de onderlinge uitwisseling van gegevens uit het strafregister goedgekeurd, dat bedoeld was om de werkwijzen van het verdrag van 1959 op korte termijn te verbeteren. Maar het voorstel brengt geen wezenlijke veranderingen in de werkwijzen aan en biedt niet meer als een eerste antwoord op hun gebreken. Het voorstel dat nu ingediend wordt, wil de werkwijzen ingrijpend hervormen zodat de lidstaat waarvan de veroordeelde de nationaliteit heeft, spoedig, correct, eerlijk en volledig de aanvragen om informatie kan beantwoorden die hij ontvangt.
Verder is er ook het kaderbesluit van de Raad over de manier waarop bij een nieuwe strafrechtelijke procedure veroordelingen in andere lidstaten in aanmerking genomen worden. Op de vergadering van 4 en 5 december 2006 van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken is er een algemene overeenkomst over de uitvoering van het besluit bereikt; maar het kan niet op een doelmatige manier aangewend worden als er geen werkwijzen ingesteld worden om de uitwisseling van informatie over eerdere strafrechtelijke veroordelingen te verbeteren.
Automatische kennisgeving van gegevens over veroordelingen
Het voorstel verplicht de lidstaten om regelmatig informatie uit te wisselen, onmiddellijk of zo spoedig mogelijk (niet maar een keer per jaar), over veroordelingen of verdere wijzigingen, die verandering of schrapping van de gegevens in het strafregister met zich meebrengen. Bovendien moet de lidstaat waarvan de veroordeelde de nationaliteit heeft, de ontvangen gegevens opslaan en actualiseren (alle registers moeten dezelfde gegevens over dezelfde persoon en dezelfde veroordeling bevatten). Maar de regels mogen niet tot gevolg hebben dat de bewuste persoon een ongunstiger behandeling krijgt als wanneer hij door een rechtbank van zijn eigen land veroordeeld zou zijn.
Als bijvoorbeeld de regels van de lidstaat op inschrijving van gegevens over het strafrechtelijk verleden tot gevolg hebben dat een binnenlandse veroordeling geschrapt wordt, dan kan de lidstaat waarvan de veroordeelde de nationaliteit bezit, die gegevens niet meer in procedures in eigen land gebruiken ; maar de gegevens moeten wel altijd doorgegeven kunnen worden aan een andere lidstaat die ernaar vraagt.
Om daadwerkelijke en correcte uitwisseling te verzekeren moeten de gegevens over een veroordeling de nationaliteit van de veroordeelde omvatten, en de periode dat zijn gegevens in het register van de lidstaat blijven staan die hem veroordeeld heeft.
Uitwisseling van gegevens op aanvraag
Gegevens over het strafrechtelijke verleden kunnen opgevraagd worden door de centrale autoriteit van een lidstaat, door een particulier die de gegevens over zijn eigen persoon vraagt (door bemiddeling van de centrale autoriteit van een lidstaat), of door een derde land (op grond van art. 13 van het verdrag van 1959). Om de uitwisseling te vergemakkelijken moet elke aanvraag die door een centrale autoriteit gedaan wordt, gebruikmaken van een Europees standaardformaat (met uitzondering van derde landen).
Om de uitwisseling van informatie te bespoedigen, bepaalt het voorstel van besluit bovendien de antwoordtermijnen voor een aanvraag. Voor aanvragen bij een lidstaat geldt er een termijn van 10 werkdagen. Voor personen die gegevens over hun eigen strafrechtelijk verleden vragen, bedraagt de beantwoordingstermijn maximaal 20 werkdagen. Aanvragen van derde landen volgen het verdrag van 1959, dat geen termijn bepaalt.
Het voorstel maakt een onderscheid tussen drie beantwoordingsprocedures voor aanvragen van gegevens over veroordelingen:
1. Als de aanvraag door een lidstaat aan een andere lidstaat gericht wordt waarvan de veroordeelde de nationaliteit heeft:
- als de gegevens naar aanleiding van een strafrechtelijke procedure gevraagd worden, moet de aangezochte staat de gegevens over alle veroordelingen doorgeven die in zijn gegevensbestanden voorhanden zijn: veroordelingen in eigen land, in andere lidstaten en in derde landen;
- als de gegevens om andere redenen als een strafrechtelijke procedure gevraagd worden, antwoordt de aangezochte lidstaat met inachtneming van zijn eigen wetgeving voor wat betreft veroordelingen in eigen land en in derde landen. Maar voor veroordelingen in andere lidstaten, moet het aangezocht land bij het betreffende land navraag doen of en in hoever de informatie verder doorgegeven mag worden.
2. Als een derde land informatie van de lidstaat vraagt waarvan de veroordeelde de nationaliteit heeft (op grond van art. 13 van het verdrag van 1959), dan worden de gegevens over veroordelingen in eigen land volgens de nationale wetgeving van de aangezochte lidstaat verstrekt, juist zoals in geval van veroordelingen die door derde landen uitgesproken zijn. Maar als de gevraagde informatie gegevens over veroordelingen in andere lidstaten omvat, moet de aangezochte lidstaat nagaan of en in hoever hij de informatie kan doorgeven.
3. Als een andere lidstaat als degene waarvan de veroordeelde de nationaliteit heeft, een aanvraag tot informatie van een verdere lidstaat ontvangt, geeft de aangezochte lidstaat de gegevens over veroordelingen in eigen land door. Als de aanvraag niet in verband met een strafrechtelijke procedure staat, antwoordt de aangezochte lidstaat volgens zijn nationaal recht.
Opmerkingen en aanbevelingen van de rapporteur
Als rapporteur verheugt me het voorstel van de Commissie en ik hoop dat de voorgestelde werkwijze, wanneer ze op gang gebracht wordt, de besluitvorming in gerechtszaken wel degelijk vooruithelpt.
Als rapporteur stel ik ook verschillende amendementen voor om het voorstel aan te vullen en duidelijker te formuleren. Een paar van de amendementen zijn bedoeld om het in overeenstemming te brengen met het kaderbesluit dat bepaalt hoe bij nieuwe strafrechtelijke procedures veroordelingen in andere lidstaten van de Europese Unie mee in aanmerking te nemen zijn.
Het voorstel moet klaar en duidelijk zijn, en voorwaardelijke uitdrukkingen zijn dus te vermijden, omdat ze de indruk kunnen wekken dat het doorgeven van informatie van de goede wil van de lidstaten kan afhangen. Zo moet het voorstel in zijn versies in elke taal ook volledig in overeenstemming met de juridische terminologie zijn die in elk van de lidstaten in gebruik is.
Om de gerechtelijke samenwerking in strafzaken in de praktijk doelmatiger te maken, is het van belang om zich aan de werkwijze te houden die de Europese Commissie voorstelt. Dat betekent
1. dat de lidstaat waarvan de veroordeelde de nationaliteit heeft, verantwoordelijk is voor het bewaren van de gegevens over veroordelingen die zijn eigen staatsburgers opgelopen hebben;
2. dat elke verandering of schrapping van gegevens over het strafrechtelijk verleden in de lidstaat waar de veroordeling uitgesproken is, dezelfde verandering of schrapping met zich meebrengt in de lidstaat waarvan de veroordeelde de nationaliteit heeft.
De regeling voor verandering of schrapping van gegevens over het gerechtelijke verleden is van groot belang. Het is duidelijk dat er twee mogelijkheden bestaan: ofwel gebeurt de verandering of schrapping van gegevens volgens de wetgeving van de lidstaat waarvan de veroordeelde de nationaliteit heeft, ofwel volgens die van de lidstaat waar de veroordeling uitgesproken is.
De eerste mogelijkheid heeft tot gevolg dat het strafrechtelijke verleden volgens de veroordelingen die door rechtbanken in de eigen lidstaat van de veroordeelde uitgesproken zijn, de andere lidstaten al dan niet bekend zijn, naar gelang van de nationaliteit van de veroordeelde. Als een lidstaat inlichtingen over het strafregister in de lidstaat vraagt waarvan de beklaagde de nationaliteit heeft, krijgt hij niet noodzakelijkerwijze kennis van alle gegevens die over de bewuste persoon voorhanden zijn, maar enkel van degene die zijn eigen lidstaat (volgens nationaliteit) volgens zijn eigen wetgeving meent te moeten bewaren.
Het lijkt het beste om de wet van de lidstaat die de veroordeling uitspreekt, toe te passen, aangezien dat ongelijkheden volgens nationaliteit voorkomt en de waarborg biedt dat de gegevens van het strafregister volledig zijn - ook al bestaat er geen gelijke regeling voor de periode dat de gegevens over het strafrechtelijke verleden bewaard moeten worden.
En ten laatste is het van belang dat het besluit geen voorwaarden oplegt die voor de lidstaten moeilijk te vervullen zijn, zodat ze de uitwisseling van informatie eventueel afremmen. Een aantal voorstellen van het ontwerpbesluit maken zeer gedetailleerde (sub-)indexen of subregisters nodig, die de ingebruikname van de voorgestelde regeling ongetwijfeld zullen vertragen.
Alexander Alvaro, Mario Borghezio, Philip Bradbourn, Mihael Brejc, Kathalijne Maria Buitenweg, Michael Cashman, Carlos Coelho, Fausto Correia, Elly de Groen-Kouwenhoven, Panayiotis Demetriou, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Bárbara Dührkop Dührkop, Kinga Gál, Roland Gewalt, Lilli Gruber, Jeanine Hennis-Plasschaert, Lívia Járóka, Ewa Klamt, Wolfgang Kreissl-Dörfler, Barbara Kudrycka, Stavros Lambrinidis, Henrik Lax, Kartika Tamara Liotard, Sarah Ludford, Dan Mihalache, Claude Moraes, Javier Moreno Sánchez, Martine Roure, Inger Segelström, Károly Ferenc Szabó, Adina-Ioana Vălean, Ioannis Varvitsiotis, Manfred Weber
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
Edit Bauer, Simon Busuttil, Ignasi Guardans Cambó, Jean Lambert, Katalin Lévai, Antonio Masip Hidalgo, Marianne Mikko, Hubert Pirker, Eva-Britt Svensson
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)