Procedure : 2006/0253(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0472/2007

Ingediende teksten :

A6-0472/2007

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/12/2007 - 3.12

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0611

VERSLAG     *
PDF 164kDOC 102k
27 november 2007
PE 388.476v02-00 A6-0472/2007

over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal (herschikte versie)

(COM(2006)0760 – C6-0043/2007 – 2006/0253(CNS))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Werner Langen

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal (herschikte versie)

(COM(2006)0760 – C6-0043/2007 – 2006/0253(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2006)0760),

–   gelet op de artikelen 93 en 94 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0043/2007),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A6-0472/2007),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 7

(7)       Het maximumtarief van het kapitaalrecht dat mag worden toegepast door de lidstaten die dit recht blijven heffen, dient tegen 2008 te worden verlaagd en het kapitaalrecht dient uiterlijk tegen 2010 te worden afgeschaft.

(7) Het maximumtarief van het kapitaalrecht dat mag worden toegepast door de lidstaten die dit recht blijven heffen, dient tegen 2010 te worden verlaagd en het kapitaalrecht dient uiterlijk tegen 2012 te worden afgeschaft.

Amendement 2

Artikel 7, lid 1

1. Niettegenstaande artikel 5, lid 1, onder a), mag een lidstaat die op 1 januari 2006 een recht op de inbreng van kapitaal in kapitaalvennootschappen hief, hierna “het kapitaalrecht” genoemd, dit recht blijven heffen tot 31 december 2009, mits hij de artikelen 8 tot en met 14 in acht neemt.

1. Niettegenstaande artikel 5, lid 1, onder a), mag een lidstaat die op 1 januari 2006 een recht op de inbreng van kapitaal in kapitaalvennootschappen hief, hierna “het kapitaalrecht” genoemd, dit recht blijven heffen tot 31 december 2011, mits hij de artikelen 8 tot en met 14 in acht neemt.

Amendement 3

Artikel 8, lid 3

3. Het tarief van het kapitaalrecht mag in ieder geval ten hoogste 1% bedragen, en mag na 31 december 2007 ten hoogste nog 0,5% bedragen.

3. Het tarief van het kapitaalrecht mag in ieder geval ten hoogste 1% bedragen en mag na 31 december 2009 ten hoogste nog 0,5% bedragen.

Amendement 4

Artikel 15, lid 1, alinea 1

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2006 aan de artikelen 3, 4, 5, 7, 8, 10, 12, 13 en 14 te voldoen. Zij delen de Commissie die bepalingen onverwijld mede alsmede een transponeringstabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2009 aan de artikelen 3, 4, 5, 7, 8, 10, 12, 13 en 14 te voldoen. Zij delen de Commissie die bepalingen onverwijld mede alsmede een transponeringstabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Motivering

De voorgestelde termijn is al verstreken.

Amendement 5

Artikel 16, alinea 1

Richtlijn 69/355/EG, gewijzigd bij de in deel A van bijlage II vermelde richtlijnen, wordt met ingang van 1 januari 2007 ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in deel B van bijlage II genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen.

Richtlijn 69/355/EG, gewijzigd bij de in deel A van bijlage II vermelde richtlijnen, wordt met ingang van 1 januari 2010 ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in deel B van bijlage II genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen.

Motivering

De voorgestelde termijn was van meet af aan niet haalbaar, omdat de Raad de herschikte versie pas kan goedkeuren nadat het Europees Parlement advies heeft uitgebracht.

Amendement 6

Artikel 17, alinea 2

De artikelen 1, 2, 6, 9 en 11 zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

De artikelen 1, 2, 6, 9 en 11 zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2010.

Motivering

De voorgestelde termijn was van meet af aan niet haalbaar, omdat de Raad de herschikte versie pas kan goedkeuren nadat het Europees Parlement advies heeft uitgebracht.

Amendement 7

Bijlage 1, punt 25 bis (nieuw)

25 bis. Vennootschappen naar Bulgaars recht, geheten:

i) Акционерно дружество

ii) "Командитно дружество с акции"

iii) "Дружество с ограничена отговорност"

Motivering

Op het moment van toezending van het voorstel in december 2006 waren Roemenië en Bulgarije weliswaar nog geen lid van de EU, maar de Commissie had moeten weten dat alle toetredingsbesluiten genomen waren. Omdat de Commissie hiermee kennelijk geen rekening heeft gehouden, moet de tekst volledigheidshalve worden aangevuld.

Amendement 8

Bijlage 1, punt 25 ter (nieuw)

25 ter. Vennootschappen naar Roemeens recht, geheten:

i) societăţi în nume colectiv

ii) societăţi în comandită simplă

iii) societăţi pe acţiuni

iv) societăţi în comandită pe acţiuni

v) societăţi cu răspundere limitată

Motivering

Op het moment van toezending van het voorstel in december 2006 waren Roemenië en Bulgarije weliswaar nog geen lid van de EU, maar de Commissie had moeten weten dat alle toetredingsbesluiten genomen waren. Omdat de Commissie hiermee kennelijk geen rekening heeft gehouden, moet de tekst volledigheidshalve worden aangevuld.


TOELICHTING

1.        ACHTERGROND

Op 4 december 2006 heeft de Commissie een voorstel voor een richtlijn van de Raad ingediend tot herschikking van Richtlijn 69/335/EEG betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal. Met dit voorstel wordt enerzijds beoogd deze communautaire regelgeving te vereenvoudigen en anderzijds het kapitaalrecht geleidelijk af te schaffen, om belemmeringen op de Europese interne markt weg te nemen en bij te dragen aan de economische groei in de EU. Tegelijkertijd is het de bedoeling het verbod op de invoering of heffing van andere soortgelijke belastingen aan te scherpen.

De primaire doelstelling, afschaffing van het kapitaalrecht, komt duidelijk naar voren. Het eerste deel, dat ook geldig blijft wanneer alle lidstaten het kapitaalrecht hebben afgeschaft, bevat de belangrijkste voorschriften die het heffen van een kapitaalrecht of andere soortgelijke belastingen verbieden. Het tweede deel regelt de gang van zaken in de lidstaten die het kapitaalrecht nog kennen en willen blijven heffen totdat het in 2010 in meerdere stappen is afgeschaft. Bij een richtlijn van de Raad, zoals bij belastingaangelegenheden gebruikelijk is, moet het Europees Parlement worden geraadpleegd.

2.        PRESENTATIE VAN DE HERSCHIKTE VERSIE

De motivering bij het voorstel van de Commissie bevat algemene opmerkingen over de herschikte versie van de richtlijn. Het document is op dezelfde wijze gestructureerd als de vorige richtlijn die aan het Parlement is voorgelegd.

Bijlage I bevat een lijst met aanduidingen van vennootschappen in de diverse lidstaten en moet worden aangevuld met de aanduidingen in Roemenië en Bulgarije. Bijlage II bestaat uit deel A (Ingetrokken richtlijn met een lijst van de opeenvolgende wijzigingen ervan) en deel B (Lijst van termijnen voor omzetting in nationaal recht).

3.        OPMERKINGEN VAN DE RAPPORTEUR

Het Europees Parlement juicht de herschikte versie van de richtlijn betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal zonder voorbehoud toe als een vereenvoudiging van de bestaande complexe communautaire voorschriften, die de afgelopen 38 jaar tal van malen zijn aangepast, en is ook ingenomen met de geleidelijke afschaffing van het kapitaalrecht tot 2010 (tot 2008 max. 0,5%) en het verbod op de invoering of heffing van andere soortgelijke belastingen.

Al 25 jaar houdt artikel 16, lid 1 voor de lidstaten de verplichting in de richtlijn in nationaal recht om te zetten. Dit is in 20 lidstaten gebeurd en het kapitaalrecht is daar afgeschaft.

In zeven lidstaten wordt het kapitaalrecht nog steeds geheven. Dit leidt tot een ongelijke behandeling van ondernemingen in de Europese Unie en belemmert de goede werking van de interne markt.

Het is een feit dat al in 1985 een adequate overgangsregeling is ingevoerd die de lidstaten in staat stelde gederfde belastinginkomsten te compenseren: invoering van een uniform maximumtarief van 1% en de mogelijkheid bepaalde handelingen vrij te stellen van het kapitaalrecht. Definitieve afschaffing van het kapitaalrecht in 2010 is daarom passend en redelijk.

Voortzetting van de heffing van het kapitaalrecht kan tot verliezen leiden, doordat investeringen uit andere lidstaten of derde landen uitblijven, en heeft een negatief effect op de Europese interne markt omdat de ondernemingen in de 27 lidstaten op ongelijke wijze worden behandeld.

Aangezien de met de richtlijn nagestreefde doelen op het niveau van de lidstaten kennelijk niet konden worden verwezenlijkt, moet de EU in actie komen. De richtlijn is in overeenstemming met het in artikel 5 van het EG-Verdrag verankerde subsidiariteitsbeginsel en gaat niet verder dan voor het verwezenlijken van deze doelstellingen vereist is, d.w.z. hij strookt met het evenredigheidsbeginsel.

De omzetting van de herschikte versie van de richtlijn betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal dient daarom uiterlijk eind dit jaar haar beslag te krijgen. De nieuwe regeling moet op 1 januari 2008 van kracht worden en ook voor de twee nieuwe lidstaten Roemenië en Bulgarije gelden. Het is onbegrijpelijk waarom de Commissie hiermee nog geen rekening heeft gehouden in haar ontwerp van 4 december 2006 (!). Dat de Commissie is uitgegaan van een inwerkingtreding op 1 januari 2007, precies vier weken na het voorstel, is verwonderlijk omdat zij daarmee volledig voorbij is gegaan aan de tijd die de Raad en het Europees Parlement nodig hebben voor hun beraadslagingen.


PROCEDURE

Titel

Indirecte belasting op het bijeenbrengen van kapitaal (nieuwe versie)

Document- en procedurenummers

COM(2006)0760 - C6-0043/2007 - 2006/0253(CNS)

Datum raadpleging EP

16.1.2007

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

18.1.2007

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

JURI

18.1.2007

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Werner Langen

24.1.2007

 

 

Behandeling in de commissie

8.5.2007

5.6.2007

20.11.2007

 

Datum goedkeuring

21.11.2007

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Mariela Velichkova Baeva, Zsolt László Becsey, Pervenche Berès, Slavi Binev, Sharon Bowles, Udo Bullmann, Manuel António dos Santos, Christian Ehler, Jonathan Evans, Elisa Ferreira, Donata Gottardi, Benoît Hamon, Gunnar Hökmark, Karsten Friedrich Hoppenstedt, Sophia in ‘t Veld, Piia-Noora Kauppi, Wolf Klinz, Kurt Joachim Lauk, Andrea Losco, Cristobal Montoro Romero, Joseph Muscat, John Purvis, Alexander Radwan, Bernhard Rapkay, Dariusz Rosati, Heide Rühle, Eoin Ryan, Antolín Sánchez Presedo, Margarita Starkevičiūtė, Ivo Strejček, Ieke van den Burg, Cornelis Visser, Sahra Wagenknecht

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Harald Ettl, Ján Hudacký, Werner Langen, Thomas Mann, Gianni Pittella

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Holger Krahmer

Laatst bijgewerkt op: 5 december 2007Juridische mededeling