betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, en houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, en houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG
– gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (10537/3/2007 – C6-0353/2007),
– gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2005)0579),
– gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,
– gelet op artikel 62 van zijn Reglement,
– gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie vervoer en toerisme (A6-0482/2007),
1. hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Gemeenschappelijk standpunt van de Raad
Amendementen van het Parlement
Amendement 1
Overweging 13 bis (nieuw)
(13bis) Krachtens Verordening (EG) nr. 2111/2005* is het Agentschap verplicht alle informatie mee te delen die van belang kan zijn voor het bijwerken van de communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen die om veiligheidsredenen een exploitatieverbod in de Gemeenschap opgelegd hebben gekregen. Indien het Agentschap, in het kader van deze verordening, weigert een luchtvaartmaatschappij een vergunning te verlenen, dient het alle informatie die aan deze weigering ten grondslag ligt mede te delen aan de Commissie, zodat de naam van deze luchtvaartmaatschappij eventueel op die communautaire lijst kan worden opgenomen.
________________
*Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij, en tot intrekking van artikel 9 van Richtlijn 2004/36/EG (PB L 344 van 27.12.2005, blz. 15).
Amendement 2
Overweging 16 bis (nieuw)
(16bis) Om de veiligheidsdoelstellingen van deze richtlijn te helpen bereiken, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om financiële sancties op te leggen aan houders van certificaten en goedkeuringen die zijn afgegeven door het Agentschap. Overeenkomstig de communautaire rechtsorde moeten dergelijke financiële sancties door de Commissie worden opgelegd op aanbeveling van het Agentschap. Benadrukt moet worden dat met de invoering van financiële sancties de Commissie genuanceerder, flexibeler en gegradeerder kan reageren op overtredingen van de regels, vergeleken met intrekking van een certificaat.
Motivering
De nieuwe overwegingen 16 bis en 16 ter zijn nodig met het oog op het nieuwe overeengekomen artikel 24 bis met betrekking tot financiële sancties.
Amendement 3
Overweging 16 ter (nieuw)
(16ter) Daar alle op grond van deze verordening door de Commissie gegeven beschikkingen onder de in het Verdrag vastgestelde voorwaarden aan het toezicht door het Hof van Justitie zijn onderworpen, dient op grond van artikel 229 van het Verdrag te worden bepaald dat het Hof ter zake van beschikkingen waarbij de Commissie geldboetes of dwangsommen oplegt, over volledige rechtsmacht beschikt.
Motivering
De nieuwe overwegingen 16 bis en 16 ter zijn nodig met het oog op het nieuwe overeengekomen artikel 24 bis met betrekking tot financiële sancties.
Amendement 4
Overweging 24
(24) Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van het Agentschap te waarborgen, dient aan het Agentschap een eigen budget te worden toegekend dat hoofdzakelijk wordt betaald uit een bijdrage van de Gemeenschap en uit vergoedingen betaald door de gebruikers van het systeem. Voor de communautaire bijdrage en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Europese Unie is de communautaire begrotingsprocedure van toepassing. De controle van de rekeningen moet worden verricht door de Rekenkamer.
(24) Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van het Agentschap te waarborgen, dient aan het Agentschap een eigen budget te worden toegekend dat hoofdzakelijk wordt betaald uit een bijdrage van de Gemeenschap en uit vergoedingen betaald door de gebruikers van het systeem. Financiële bijdragen die het Agentschap van de lidstaten, derde landen of andere entiteiten ontvangt, mogen zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid niet aantasten. Voor de communautaire bijdrage en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Europese Unie is de communautaire begrotingsprocedure van toepassing. De controle van de rekeningen moet worden verricht door de Rekenkamer.
Motivering
Deze overweging komt overeen met het geherformuleerde amendement 25 van het EP uit eerste lezing, nu opgenomen in artikel 58, lid 1, sub e.
Amendement 5
Artikel 3, letter j), punt i), streepje 2
– met een maximale goedgekeurde configuratie voor passagierszitplaatsen van meer dan 9 personen; of
– gecertificeerd voor een maximale configuratie voor passagierszitplaatsen van meer dan 19 personen; of
Amendement 6
Artikel 3, letter j), punt ii)
ii) een helikopter:
ii) een helikopter die gecertificeerd is:
– met een maximale gecertificeerde startmassa van meer dan 3 175 kg;
– voor een maximale startmassa van meer dan 3 175 kg;
– met een maximale goedgekeurde configuratie voor passagierszitplaatsen van meer dan 5 personen; of
– voor een maximale configuratie voor passagierszitplaatsen van meer dan 9 personen; of
– die gecertificeerd is voor vluchtuitvoering met een minimumbemanning van ten minste 2 piloten; of
- voor vluchtuitvoering met een minimumbemanning van ten minste 2 piloten; of
Motivering
Dit amendement is het resultaat van een compromis met de Raad. Het is een overeengekomen herformulering van amendement 30 van het EP.
Amendement 7
Artikel 7, lid 7, alinea 1
7. Bij de vaststelling van de in lid 6 bedoelde maatregelen draagt de Commissie er in het bijzonder zorg voor dat deze in overeenstemming zijn met de stand van de techniek en met de beste praktijken inzake de opleiding van piloten.
7. Bij de vaststelling van de in lid 6 bedoelde maatregelen draagt de Commissie er in het bijzonder zorg voor dat deze in overeenstemming zijn met de stand van de techniek,met inbegrip van de beste praktijken en wetenschappelijke en technische vooruitgang inzake de opleiding van piloten.
Motivering
Dit amendement weerspiegelt een overeengekomen compromistekst betreffende amendement 8 van het EP.
Amendement 8
Artikel 8, lid 5, letter d) bis (nieuw)
dbis) de voorwaarden voor de afgifte, handhaving, wijziging, beperking, opschorting of intrekking van de vergunning van het in lid 4 bedoelde cabinepersoneel;
Motivering
Dit amendement stemt overeen met het oorspronkelijke voorstel van de Commissie dat in het gemeenschappelijk standpunt van de Raad was geschrapt. Het is het resultaat van overeenstemming tussen het EP en de Raad.
Amendement 9
Artikel 22, lid 2, letter a)
a) geeft het Agentschap de toepasselijke certificeringsspecificaties af, om te garanderen dat essentiële eisen en, voor zover van toepassing, de desbetreffende uitvoeringsvoorschriften worden nageleefd;
a) geeft het Agentschap de toepasselijke certificeringsspecificaties af, om te garanderen dat essentiële eisen en, voor zover van toepassing, de desbetreffende uitvoeringsvoorschriften worden nageleefd. In eerste instantie omvatten de uitvoeringsvoorschriften alle materiële bepalingen van onderdeel Q van Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 3922/1991, rekening houdend met de nieuwste wetenschappelijke en technische ontwikkelingen;
Motivering
De amendementen 9, 10, 11, 12, 13 en 14 vormen een pakket inzake vliegtijdbeperkingen en mogelijke vrijstellingen dat tussen het EP en de Raad is overeengekomen.
Amendement 10
Artikel 22, lid 2, letter b)
b) kan een lidstaat afzonderlijke vliegtijdspecificatieschema's erkennen die afwijken van de onder a) bedoelde certificeringsspecificaties. In dat geval stelt de betrokken lidstaat het Agentschap onverwijld in kennis van het afzonderlijk schema en licht het de andere lidstaten daarover in;
b) kan een lidstaat afzonderlijke vliegtijdspecificatieschema's erkennen die afwijken van de onder a) bedoelde certificeringsspecificaties. In dat geval stelt de lidstaat het Agentschap, de Commissie en de andere lidstaten onverwijld in kennis van zijn voornemen om goedkeuring te verlenen voor een dergelijk afzonderlijk schema;
Motivering
De amendementen 9, 10, 11, 12, 13 en 14 vormen een pakket inzake vliegtijdbeperkingen en mogelijke vrijstellingen dat tussen het EP en de Raad is overeengekomen.
Amendement 11
Artikel 22, lid 2, letter c)
c) na de kennisgeving beoordeelt het Agentschap het afzonderlijke schema op basis van een wetenschappelijke en medische evaluatie. Indien nodig bespreekt het Agentschap dit schema met de betrokken lidstaat en stelt het, waar dienstig, wijzigingen voor;
c) na de kennisgeving beoordeelt het Agentschap het afzonderlijke schema binnen een maand op basis van een wetenschappelijke en medische evaluatie. Daarna kan de betreffende lidstaat de goedkeuring verlenen voor het schema zoals aangemeld, tenzij het Agentschap het schema met die lidstaat heeft besproken en wijzigingen hierop heeft voorgesteld. Indien de lidstaat met deze wijzigingen instemt, mag hij de goedkeuring dienovereenkomstig verlenen;
Motivering
De amendementen 9, 10, 11, 12, 13 en 14 vormen een pakket inzake vliegtijdbeperkingen en mogelijke vrijstellingen dat tussen het EP en de Raad is overeengekomen.
Amendement 12
Artikel 22, lid 2, letter c) bis (nieuw)
cbis) in geval van onvoorziene dringende operationele omstandigheden of operationele behoeften van beperkte duur en niet-herhalende aard, kunnen tijdelijk vrijstellingen voor certificeringsvoorschriften worden verleend totdat het Agentschap advies heeft uitgebracht;
Motivering
De amendementen 9, 10, 11, 12, 13 en 14 vormen een pakket inzake vliegtijdbeperkingen en mogelijke vrijstellingen dat tussen het EP en de Raad is overeengekomen.
Amendement 13
Artikel 22, lid 2, letter d)
d) indien een lidstaat het niet eens is met de conclusies van het Agentschap inzake een afzonderlijk schema, verwijst het Agentschap de zaak naar de Commissie die, overeenkomstig de in artikel 64, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure, besluit of het afzonderlijke schema voldoet aan de veiligheidsdoelstellingen van deze verordening;
d) indien een lidstaat het niet eens is met de conclusies van het Agentschap inzake een afzonderlijk schema, verwijst het de zaak naar de Commissie die besluit of dat schema voldoet aan de veiligheidsdoelstellingen van deze verordening, overeenkomstig de in artikel 64, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure;
Motivering
De amendementen 9, 10, 11, 12, 13 en 14 vormen een pakket inzake vliegtijdbeperkingen en mogelijke vrijstellingen dat tussen het EP en de Raad is overeengekomen.
Amendement 14
Artikel 24 bis (nieuw)
Artikel 24 bis
Boetes en dwangsommen
1. Onverminderd de artikelen 20 en 54 kan de Commissie op verzoek van het Agentschap:
(a) personen en ondernemingen waaraan het Agentschap een certificaat heeft verstrekt, boetes opleggen, wanneer de bepalingen van deze Verordening en de uitvoeringsvoorschriften ervan opzettelijk of uit nalatigheid niet zijn nageleefd;
(b) personen en ondernemingen waaraan het Agentschap een certificaat heeft verstrekt, dwangsommen opleggen, berekend vanaf de in de beschikking gestelde datum, ten einde die personen en ondernemingen ertoe te dwingen de bepalingen van deze Verordening en de uitvoeringsvoorschriften ervan na te leven.
2. De in lid 1 bedoelde boetes en dwangsommen hebben een dissuasief karakter en staan in verhouding tot de ernst van het geval en het economische vermogen van de betrokken certificaathouder, waarbij met name rekening wordt gehouden met de mate waarin de veiligheid in gevaar is gebracht. De hoogte van de boetes bedraagt maximaal 4% van het jaarlijks inkomen of de omzet van de certificaathouder. De hoogte van de dwangsommen bedraagt maximaal 2,5 % van het gemiddelde dagelijkse inkomen of de dagelijkse omzet van de certificaathouder.
3. De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 64, lid 3, nadere bepalingen voor de uitvoering van dit artikel vast. Daarbij specificeert zij in het bijzonder:
a) gedetailleerde criteria voor de vaststelling van de hoogte van de boete of de dwangsom; en
b) procedures voor onderzoeken, bijbehorende maatregelen en meldingen, alsmede procedurevoorschriften voor besluitvorming, waaronder bepalingen inzake recht van verdediging, toegang tot dossiers, juridische vertegenwoordiging, vertrouwelijkheid en termijnbepalingen en de vaststelling van de hoogte en de invordering van boetes en dwangsommen.
4. Het Hof van Justitie heeft volledige rechtsmacht ter zake van beroep tegen beschikkingen van de Commissie waarin een geldboete of dwangsom wordt vastgesteld Het kan de opgelegde geldboete of dwangsom intrekken, verlagen of verhogen.
5. Besluiten die krachtens lid 1 worden genomen, zijn niet van strafrechtelijke aard.
Motivering
Dit amendement is het resultaat van een compromis tussen het EP en de Raad.
Amendement 15
Artikel 33, lid 1
1. De raad van beheer bestaat uit één vertegenwoordiger van elke lidstaat en één vertegenwoordiger van de Commissie. Iedere lidstaat en de Commissie benoemen een lid van de raad van beheer, alsook een plaatsvervanger die het lid bij afwezigheid vertegenwoordigt. De duur van de ambtstermijn bedraagt vijf jaar. De ambtstermijn kan worden verlengd.
1. De raad van beheer bestaat uit één vertegenwoordiger van elke lidstaat en één vertegenwoordiger van de Commissie. De leden worden geselecteerd aan de hand van hun erkende ervaring en toegewijdheid op het gebied van de burgerluchtvaart, hun managerscapaciteiten en hun kennis, in te zetten ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening. De bevoegde commissie van het Europees Parlement wordt van één en ander volledig op de hoogte gehouden.
Iedere lidstaat benoemt een lid van de raad van beheer, alsook een plaatsvervanger die het lid bij afwezigheid vertegenwoordigt. Ook de Commissie benoemt een vertegenwoordiger en een plaatsvervanger. De duur van de ambtstermijn bedraagt vijf jaar. De ambtstermijn kan worden verlengd.
Motivering
Dit amendement is het resultaat van een compromis tussen het EP en de Raad.
Amendement 16
Artikel 36, lid 2
2. Elk lid beschikt over één stem. Bij afwezigheid van een lid kan zijn stemrecht door zijn plaatsvervanger worden uitgeoefend. De waarnemers noch de uitvoerend directeur nemen aan de stemming deel.
2. Elk overeenkomstig artikel 33, lid 1 benoemd lid heeft één stem. Bij afwezigheid van een lid kan zijn stemrecht door zijn plaatsvervanger worden uitgeoefend. De waarnemers noch de uitvoerend directeur nemen aan de stemming deel.
Motivering
Stemt overeen met amendement 21 van het EP in eerste lezing (eerste deel).
Amendement 17
Artikel 58, lid 3 bis (nieuw)
3bis. Regelgevingsbudgetten en de tarieven die voor certificatie-activiteiten worden vastgesteld en geïnd, worden afzonderlijk in de begroting van het Agentschap vermeld.
Motivering
Het resultaat van een compromis tussen het EP en de Raad over amendement 26 van het EP in eerste lezing.
Amendement 18
Artikel 63, lid 3
3. De in lid 1 bedoelde maatregelen bepalen in het bijzonder waarvoor de in artikel 58, lid 1, bedoelde tarieven en vergoedingen verschuldigd zijn, de hoogte van de tarieven en vergoedingen en de wijze waarop zij moeten worden betaald.
3. De in lid 1 bedoelde maatregelen bepalen in het bijzonder waarvoor de in artikel 58, lid 1, onder c) en d) bedoelde tarieven en vergoedingen verschuldigd zijn, de hoogte van de tarieven en vergoedingen en de wijze waarop zij moeten worden betaald.
Motivering
Het resultaat van een compromis tussen het EP en de Raad over amendement 27 (eerste deel) van het EP in eerste lezing.
Na de goedkeuring door het Europees Parlement in eerste lezing op 1 februari 2007 volgde er een periode van intensieve onderhandelingen in een gezamenlijk streven om te komen tot ofwel een "spoedig een akkoord in tweede lezing" (d.w.z. vóór het gemeenschappelijk standpunt van de Raad) ofwel een "normaal akkoord in tweede lezing" (na het gemeenschappelijk standpunt van de Raad).
De informele trialoog ving reeds in een vroeg stadium aan en voor veel problemen waren reeds oplossingen gevonden, waarvan de meeste zijn opgenomen in de tekst van het gemeenschappelijk standpunt.
Gezien de complexiteit van het onderwerp en de belangen die speelden was een normaal akkoord in tweede lezing echter voor beide instellingen het meest passende kader voor het vinden van een oplossing voor de hoofdpunten, zodra het Portugees voorzitterschap een onderhandelingsmandaat was gegeven.
Op 13 november werden de onderhandelingen voortgezet met het officiële onderhandelingsmandaat voor het voorzitterschap. Er werd een definitief akkoord bereikt en de rapporteur beveelt de commissie TRAN en de plenaire vergadering aan dit akkoord zonder wijzigingen goed te keuren.
HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT
In het gemeenschappelijk standpunt van de Raad, aangekondigd in de plenaire vergadering van oktober van het Europees Parlement, zijn verschillende van de in eerste lezing door het Parlement aangenomen amendementen ofwel opgenomen zoals aangenomen door het EP, ofwel lichtelijk geherformuleerd, ter weerspiegeling van het akkoord met het Europees Parlement, of ter naleving van de regels voor een goede redactionele kwaliteit van de wetgeving. De amendementen uit eerste lezing zijn 4, 8, 10, 14, 15, 16, 22, 23, 24, 25, 26 en 29.
De amendementen 9 en 11 zijn ingetrokken.
DE AMENDEMENTEN IN DEZE AANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING
De amendementen in deze aanbeveling zijn allemaal het resultaat van onderhandelingen met de Raad, met ondersteuning van de Commissie.
De belangrijke amendementen hebben betrekking op:
-de mogelijkheid voor de Commissie om boetes op te leggen als alternatief voor intrekking zonder meer van een certificaat (am. 14).
-de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het Agentschap, dat bijdragen ontvangt van organisaties, landen, enz.
-de definities van complexe luchtvaartuigen (am. 5 en 6). Het EP en de Raad hebben besloten tot verhoging van het aantal passagiers waaronder een vliegtuig als complex wordt beschouwd. Een afzonderlijke verklaring van de Commissie zal worden toegevoegd aan de tekst van de verordening, meer precies inzake het nut van het vierde criterium in de tekst van het gemeenschappelijk standpunt.
-vliegtijdbeperkingen en vrijstellingen daarvan, behandeld in de amendementen 9-14 (met name am. 12). Het belangrijke element hierbij is het creëren van een niet-bureaucratisch systeem met voldoende flexibiliteit om onvoorziene situaties af te handelen.
-de kwestie inzake de raad van beheer, die wordt opgelost in am. 15.
-de kwestie inzake cabinepersoneel: Het EP accepteerde de herinvoering met am. 8 van de tekst van het commissievoorstel, in combinatie met artikel 11, lid 1 (erkenning van certificaten) en artikel 8, lid 4 van het gemeenschappelijk standpunt.
-het EP hechtte zijn goedkeuring in eerste lezing aan een mondeling amendement om het gewicht van de categorie luchtvaartuigen die buiten het bereik van deze verordening vallen te verhogen van de huidige 472 kg. tot 600 kg. EASA zal worden verzocht een studie uit te voeren naar het nut van deze maatregel. Ook hier zal een afzonderlijke verklaring van de Commissie worden gevoegd bij de tekst van de verordening.
-tot slot zal met betrekking tot tarieven en vergoedingen eveneens een verklaring van de Commissie worden toegevoegd waarin wordt gesteld dat rekening zal worden gehouden met de belangen van KMO's.
PROCEDURE
Titel
Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart