Procedure : 2008/2024(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0084/2008

Ingediende teksten :

A6-0084/2008

Debatten :

PV 21/04/2008 - 14
CRE 21/04/2008 - 14

Stemmingen :

PV 24/04/2008 - 7.2
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0175

VERSLAG     
PDF 140kDOC 75k
31 maart 2008
PE 400.676v03-00 A6-0084/2008

over het begrotingskader en de prioriteiten voor 2009

(2008/2024(BUD))

Begrotingsprocedure 2008: Afdeling III – Commissie

Begrotingscommissie

Rapporteur: Jutta Haug

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het begrotingskader en de prioriteiten voor 2009, Afdeling III – Commissie

(2008/2024(BUD))

Het Europees Parlement,

–   gezien de geactualiseerde financiële programmering 2007-2013, als voorgelegd op 31 januari 2008 overeenkomstig punt 46 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(1),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's inzake de jaarlijkse beleidsstrategie voor 2009 (COM(2008)0072) en met name deel II,

–   gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer,

–   gelet op artikel 272 van het EG-Verdrag en artikel 177 van het Euratom-Verdrag,

–   gelet op artikel 112, lid 1, van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A6-0084/2008),

A. overwegende dat het Verdrag van Lissabon in 2008 geratificeerd wordt en dat het volgens de planning in 2009 in werking moet treden, waardoor belangrijke beleidsterreinen uit de intergouvernementele sfeer terechtkomen in het communautaire kader en de Europese Unie nieuwe bevoegdheden krijgt, wat belangrijke gevolgen zal hebben voor de EU-begroting

B.  overwegende dat het Europees Parlement door het Verdrag van Lissabon, als het eenmaal geratificeerd is, op wetgevings- en begrotingsgebied eindelijk op voet van gelijkheid zal staan met de Raad; overwegende dat het onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte uitgaven zal komen te vervallen en dat de jaarlijkse begrotingsprocedure als geheel fundamentele wijzigingen zal moeten ondergaan ten gevolge van de bepalingen in het nieuwe verdrag,

C. overwegende dat in 2009 een nieuw Europees Parlement en nieuwe Europese Commissie zullen aantreden,

1.  benadrukt dat de tenuitvoerlegging van het nieuwe verdrag met zich mee zal brengen dat het Europees Parlement, de Raad en de Commissie overeenstemming moeten bereiken over de wijzigingen van de relevante begrotings- en wetgevingsinstrumenten, alsmede over nieuwe regelgeving om ervoor te zorgen dat de nieuwe begrotingsprocedure soepel functioneert, met volledige inachtneming van het nieuwe inter-institutionele evenwicht tussen de drie instellingen zoals vastgelegd in het Verdrag van Lissabon; is overtuigd van de absolute noodzaak om zo snel mogelijk voorbereidingen te starten, tegelijk met de begrotingsprocedure 2009, om de nieuwe procedure in te kunnen zetten voor de begroting 2010;

2.  merkt op dat in 2008 de voorbereidingen voor een volledige, alomvattende en brede evaluatie met betrekking tot alle aspecten van de uitgaven van de EU, met inbegrip van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en de inkomsten, met inbegrip van de korting voor het Verenigd Koninkrijk en de premies op de door de lidstaten namens de EU geïnde douaneheffingen, zullen moeten worden geïntensiveerd zodat de Commissie er in 2009 verslag over kan uitbrengen; herinnert aan de verplichting die is vastgelegd in het IIA van 17 mei 2006 om het Europees Parlement in alle stadia van de procedure te betrekken bij de evaluatie en dat er ten volle rekening zal worden gehouden met de standpunten van het Europees Parlement;

3.  benadrukt dat het solidariteitsbeginsel een van de leidraden moet blijven van de Europese Unie en dat solidariteit met de regio's van het allerhoogste belang wordt geacht, maar dat het daarnaast onontkoombaar is te zorgen voor financiering om uitdrukking te geven aan zijn solidariteit; herhaalt dat het nauwlettend zal toezien op de vooruitgang die de regio's boeken in hun ontwikkeling; wijst erop dat de nog te verrichten betalingen in dit kader grote zorgen baren omdat dit op zeer korte termijn budgettaire problemen kan opleveren;

4.  herhaalt dat het ervan overtuigd is dat de werkelijke uitdagingen waarvoor de Europese Unie en haar burgers in de toekomst zullen komen te staan een flexibele benadering vereisen en benadrukt dat er transparantie en samenhang moet bestaan tussen de wetgevingsprioriteiten en de begrotingsbesluiten; verzoekt de Commissie derhalve een gedetailleerdere onderverdeling te geven van de voorgestelde wijzigingen van de financiële programmering, zoals samengevat in deel II van het jaarlijkse beleidsstrategiedocument, met een aanduiding van de betrokken begrotingslijnen;

5.  neemt er nota van dat de Commissie in haar mededeling over de Jaarlijkse beleidsstrategie (JBS) voor 2009 haar beleidsprioriteiten heeft gepresenteerd met een duidelijk accent op groei en banen, klimaatverandering en een duurzaam Europa; benadrukt dat deze beleidsprioriteiten ondersteund moeten worden door nieuwe begrotingsprioriteiten, zodat de EU een concrete rol kan spelen; betreurt echter dat de beschikbare marges onder de verschillende maxima van het meerjarig financieel kader (MFK) de speelruimte beperken om nieuwe prioriteiten te financieren zoals de Commissie die voorstelt zonder de bestaande prioriteiten in gevaar te brengen; verzoekt de Commissie uitgebreidere informatie te verstrekken in verband met bovengenoemde financiële problemen;

6.  maakt zich ernstig zorgen over het feit dat, voor 2009, de Commissie al begonnen is met een herprioritiseringsoperatie met name in de rubrieken van het MFK met een uiterst smalle marge; geeft toe dat een herbeoordeling van EU-activiteiten op basis van een relevante evaluatie uiteindelijk onvermijdelijk wordt omdat in tijden waarin de middelen schaars zijn het wellicht niet haalbaar is nieuwe prioriteiten toe te voegen zonder oude prioriteiten af te bouwen; benadrukt echter dat ieder besluit over herprioritisering zal worden genomen door het Parlement en de Raad en dat de Commissie zich dit recht niet mag toe-eigenen;

7.  benadrukt dat het Parlement gebruik zal maken van alle middelen waarin wordt voorzien door het IIA van 17 mei 2006 inclusief, onder andere, het gebruik van de legislatieve flexibiliteit van 5% gedurende de 7-jarige periode 2007-2013 van het MFK om ervoor te zorgen dat zijn beleidsprioriteiten worden uitgevoerd; verzoekt de Commissie bij de voorbereiding van het Voorontwerp van Begroting (VOB) voor 2009 duidelijke, consistente en degelijke activiteitenoverzichten voor ieder beleidsterrein op te stellen om alle relevante commissies van het Europees Parlement in staat te stellen een diepgaand onderzoek in te stellen naar de tenuitvoerlegging van de verschillende EU-programma's en beleidsmaatregelen;

8.  wijst op het belang van het beginsel van "goed begrotingsbeleid" en herinnert eraan dat het verkrijgen van een goede kosteneffectiviteit en een resultaatgerichte begroting doelstellingen blijven; verzoekt de Commissie een VOB voor te bereiden dat een realistisch beeld schetst van alle budgettaire behoeften voor 2009, met name in rubriek 4 van het MFK en de begrotingsautoriteit op de hoogte te stellen van de verwachte financiële behoeften op langere termijn; wenst eraan te herinneren dat het Flexibiliteitsinstrument bedoeld is voor het financieren van onvoorziene beleidsuitdagingen en dat het niet in de loop van de begrotingsprocedure mag worden misbruikt om EU-beleidsmaatregelen en activiteiten te financieren die al voorzien zijn;

9.  is vastbesloten om gebruik te maken van de volledige bedragen die voorzien zijn voor de proefprojecten en voorbereidende acties in Bijlage II, Deel D van het IIA van 17 mei 2006, als het aantal en het volume van de voorgestelde projecten en acties dit rechtvaardigen; is van mening dat de proefprojecten en voorbereidende acties een onontbeerlijk instrument zijn voor het Parlement om de weg te effenen voor nieuwe beleidsmaatregelen en activiteiten die in het belang zijn van de Europese burgers; is van mening dat het van wezenlijk belang is de steun voor deze projecten, die reeds met succes zijn gestart, te benadrukken; onderstreept dat er voldoende marges beschikbaar moeten zijn om het Parlement in staat te stellen volledig gebruik te maken van dit instrument in het kader van het IIA; is van plan de Commissie vóór het zomerreces van het Parlement op de hoogte te stellen van zijn voornemens met betrekking tot proefprojecten en voorbereidende acties;

10. is van mening dat een duidelijke en transparante presentatie van de begroting van de Europese Unie een absolute noodzaak is, ook in verband met de noodzaak om de Europese burgers duidelijk te maken hoe het EU-geld wordt uitgegeven; is zich ervan bewust dat activity-based budgeting erop gericht is financiële middelen en menselijk potentieel af te stemmen op de beleidsdoelstellingen op de verschillende beleidsterreinen voor Commissie-uitgaven; is echter bezorgd dat er steeds moeilijker een onderscheid gemaakt kan worden tussen beleidsuitgaven en administratieve uitgaven van de Commissie en dat al een substantieel deel van wat in werkelijkheid administratieve uitgaven zijn wordt gefinancierd uit de beleidsuitgaven;

11. merkt met bezorgdheid op dat ook op het gebied van het menselijk potentieel, de uitbestedingsneigingen van de Commissie, samen met de jongste wijzigingen in het Statuut, geleid hebben tot een situatie waarin een toenemend aantal medewerkers dat in dienst is bij de Europese Unie noch zichtbaar is in de organogrammen van de instellingen zoals die worden goedgekeurd door de begrotingsautoriteit noch betaald wordt uit rubriek 5 van het MFK; betreurt dit gebrek aan transparantie ten zeerste; dringt aan op een brede openbare discussie met alle betrokkenen over de toekomst van het Europese bestuur;

12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.

(1)

PB C 139, 14.6.2006, blz. 1. Akkoord gewijzigd bij Besluit 2008/29/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 6 van 10.1.2008, blz. 7).


TOELICHTING

Nieuw Verdrag, nieuw Parlement en nieuwe Commissie

De begrotingsprocedure voor 2009 is van start gegaan in een tijd waarin veel verandert. In 2008 bereiden de Europese Instellingen de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon voor en zij streven er daarbij naar alle nieuwe procedures tijdig gereed te hebben zodat deze kunnen worden toegepast zodra het ratificatieproces is beëindigd. Begin 2009 zullen de leden van het Europees Parlement in beslag worden genomen door de Europese verkiezingscampagnes en zal de Europese Commissie de laatste hand leggen aan haar werkzaamheden van de afgelopen vijf jaar.

Als het Verdrag van Lissabon tijdig wordt geratificeerd, zal een nieuw verkozen Europees Parlement in het najaar van 2009 een volstrekt nieuwe begrotingsprocedure moeten volgen om een EU-begroting op te stellen voor 2010 op basis van een voorstel dat zal worden ingediend door de huidige Europese Commissie maar met een nieuwe Commissie die pas officieel zal aantreden in november 2009.

Het is daarom uiterst belangrijk dat er tegen het einde van 2008 over alle nieuwe procedures duidelijk en in detail overeenstemming wordt bereikt om allen die betrokken zijn bij de opstelling van de begroting van 2010 te voorzien van een transparant, duidelijk en gestructureerd kader.

Parlementaire hervorming

Tegelijkertijd en tegen deze algemene achtergrond heeft het Europees Parlement zich onderworpen aan uitgebreide exercitie van zelfevaluatie en vernieuwing. De werkgroep Parlementaire hervorming heeft al een aantal interessante en verstrekkende voorstellen gedaan waaraan nu de laatste hand wordt gelegd en die voor een deel al worden uitgevoerd. Er zullen nog meer beschouwingen over andere onderwerpen volgen en deze zullen de werkwijze van het Parlement ingrijpend wijzigen.

Een van de eerste onderwerpen van de werkgroep was de vraag hoe de beleidsprioriteiten van het Parlement beter kunnen worden verwezenlijkt. Een van de belangrijkste punten om dit doel te bereiken is zorgvuldige afstemming van enerzijds de wetgevings- en beleidsprioriteiten en anderzijds de begrotingsbesluiten die het Parlement neemt als tak van de begrotingsautoriteit.

Eerste resolutie van de COBU

Met het oog hierop concentreert uw rapporteur zich in haar ontwerpresolutie over het begrotingskader en de prioriteiten voor 2009 - waarover tezamen met de resolutie over de Jaarlijkse Beleidsstrategie (JBS-resolutie) van de fracties zal worden gedebatteerd en gestemd in de plenaire vergadering - eerst op het algemene kader voor de begroting van 2009, waarbij ze de financiële programmering van de Commissie en de in het JBS-document van de Commissie al gedeeltelijk zichtbare herprogrammering tegen het licht houdt. Gezien de situatie met betrekking tot de marges, met name in rubriek 1a en 4 maar ook in rubriek 3 van het MFK, is ieder besluit over een eventueel noodzakelijke herprogrammering van cruciaal belang en uitsluitend voorbehouden aan de begrotingsautoriteit.

Deze exercitie, in combinatie met de conclusies van de JBS-resolutie van de fracties, zou de COBU in staat moeten stellen het VOB van de Commissie al nauwkeurig te beoordelen om te garanderen dat de beleidsprioriteiten van het Parlement voldoende worden gehonoreerd.

Tweede resolutie van de COBU

Bij de volgende stap, de resolutie over het VOB 2009, die gepland staat op de plenaire vergadering van juli 2008, zal de COBU dan concrete opmerkingen kunnen maken over de afzonderlijke beleidsterreinen.

Voor deze VOB-resolutie hoopt uw rapporteur substantiële input te ontvangen van de gespecialiseerde commissies van het EP, hetzij direct in de vorm van adviezen hetzij indirect via bilaterale contacten of bijeenkomsten van rapporteurs.

Samenwerking met de gespecialiseerde commissies

Met het oog op een werkelijke gedachtewisseling met de gespecialiseerde commissies van het EP met enige periodes van reflectie tussen de afzonderlijke besprekingsrondes heeft uw rapporteur de andere begrotingsrapporteurs uitgenodigd voor vier multilaterale bijeenkomsten in resp. maart, mei, juli en september 2008.

Deze bijeenkomsten van de begrotingsrapporteurs voor 2009 zullen een aanvulling vormen op de "traditionele" bezoeken aan andere commissies waarvoor de COBU-rapporteur in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure gewoonlijk wordt uitgenodigd in de eerste helft van het jaar.

Proefprojecten en voorbereidende acties

Drie multilaterale bijeenkomsten met de andere commissies vóór het parlementaire zomerreces zouden ervoor kunnen zorgen dat aan een belangrijke vereiste van het IIA inzake begrotingsdiscipline en goed financieel beheer wordt voldaan, nl. de Commissie voor het najaar een beknopte lijst voor te leggen van proefprojecten en voorbereidende acties zodat er voor de Commissie voldoende tijd overblijft om feedback te geven met betrekking tot de wensen van het Parlement.

Dit zou het Parlement op zijn beurt weer meer tijd geven om een degelijk, allesomvattend en evenwichtig pakket van proefprojecten en voorbereidende acties samen te stellen waarvan het wenst dat zij in het begrotingsjaar 2009 ten uitvoer worden gelegd.


PROCEDURE

Titel

Begrotingskader en de prioriteiten voor 2009. Begrotingsprocedure 20079: Afdeling III - Commissie

Procedurenummer

2008/2024(BUD)

Commissie ten principale 

BUDG

Medeadviserende commissie(s)

  Datum bekendmaking

 

 

Rapporteur(s)

  Datum benoeming

Jutta Haug24.1.2008

Vervangen rapporteur(s)

Datum besluit opstelling verslag

0.0.0000

Behandeling in de commissie

27.2.2008

10.3.2008

27.3.2008

 

 

Datum goedkeuring

27.3.2008

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

26

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laima Liucija Andrikienė, Richard James Ashworth, Reimer Böge, Salvador Garriga Polledo, James Elles, Ingeborg Gräßle, Ville Itälä, Janusz Lewandowski, Theodor Dumitru Stolojan, László Surján, Brigitte Douay, Göran Färm, Szabolcs Fazakas, Louis Grech, Catherine Guy-Quint, Jutta Haug, Vladimír Maňka, Gianni Pittella, Gary Titley, Ralf Walter, Daniel Dăianu, Jan Mulder, Kyösti Virrankoski, Wiesław Stefan Kuc, Helga Trüpel

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Paul Rübig

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 178, lid 2)

Datum indiening 

0.0.0000

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

...

Laatst bijgewerkt op: 10 april 2008Juridische mededeling