Procedure : 2007/2238(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0338/2008

Ingediende teksten :

A6-0338/2008

Debatten :

PV 22/09/2008 - 19
CRE 22/09/2008 - 19

Stemmingen :

PV 23/09/2008 - 5.12
CRE 23/09/2008 - 5.12
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0425

VERSLAG     
PDF 216kDOC 142k
11 september 2008
PE 404.764v02-00 A6-0338/2008

met aanbevelingen aan de Commissie inzake hedgefondsen en private equity

(2007/2238(INI))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Poul Nyrup Rasmussen

(Initiatief overeenkomstig artikel 39 van het Reglement)

Rapporteur(*):

Piia-Noora Kauppi, Commissie juridische zaken

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – artikel 47 van het

Reglement

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN
 ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met aanbevelingen aan de Commissie inzake hedgefondsen en private equity

(2007/2238(INI))

Het Europees Parlement,

–   gelet op de Tweede Richtlijn 77/91/EEG van de Raad van 31 januari 1977 strekkende tot het coördineren van de waarborgen welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van artikel 58, tweede alinea, van het Verdrag om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken(1),

–   gelet op de Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen(2),

–   gelet op de Zevende Richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 betreffende de geconsolideerde jaarrekening(3),

–   gelet op Richtlijn 86/635/EEG van de Raad van 8 december 1986 betreffende de jaarrekening van banken en andere financiële instellingen(4),

–   gelet op Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (5),

–   gelet op Richtlijn 2001/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 met betrekking tot de waarderingsregels voor de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen evenals van banken en andere financiële instellingen(6),

–   gelet op Richtlijn 2001/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) met het oog op de reglementering van beheermaatschappijen en vereenvoudigde prospectussen(7),

–   gelet op Richtlijn 2001/108/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 januari 2002 tot wijziging van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), betreffende beleggingen van icbe's(8),

–   gelet op Richtlijn 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten(9),

–   gelet op Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik)(10),

–   gelet op Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening(11) (Pensioenfondsrichtlijn),

–   gelet op Richtlijn 2003/51/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2003 betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen, banken en andere financiële instellingen, en verzekeringsondernemingen(12),

–   gelet op Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten (13),

–   gelet op Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod(14),

–   gelet op Richtlijn 2004/39/EC van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten (15),

–   gelet op Richtlijn 2006/73/EG van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn (16) (de MiFID-uitvoeringsrichtlijn),

–   gelet op Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten(17),

–   gelet op Richtlijn 2005/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2005 inzake de instelling van een nieuwe comitéstructuur voor financiële diensten(18),

–   gelet op Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme(19),

–   gelet op Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking)(20) (Kapitaalvereistenrichtlijn),

–   gelet op Richtlijn 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (herschikking)(21) (Kapitaaltoereikendheidsrichtlijn),

–   gelet op Richtlijn 2007/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen(22),

–   gezien het voorstel van de Commissie voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (“Solvabiliteit II”) (COM(2008)0119) (voorstel Solvabiliteit II),

–   gezien de Mededeling van de Commissie “Belemmeringen voor grensoverschrijdende investeringen door risicokapitaalfondsen opheffen” (COM (2007)0853),

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 januari 2004 over de toekomst van hedgefondsen en derivaten(23),

–   onder verwijzing naar zijn resoluties van 27 april 2006(24) over vermogensbeheer en van 13 december 2007 over vermogensbeheer II(25),

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 11 juli 2007 over het beleid op het gebied van financiële diensten (2005-2010) - Witboek (26) (2006/2270(INI)), met name paragraaf 19 daarvan,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 20 februari 2008 over de geïntegreerde richtsnoeren voor groei en werkgelegenheid (Deel: globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Gemeenschap): Lancering van de nieuwe cyclus (2008–2010)(27),

–   gezien de "Objectives and Principles of Securities Regulation" van mei 2003 van de IOB, die beginselen bevat voor onder meer de marketing van collectieve beleggingsfondsen, waaronder begrepen hedgefondsen,

–   gezien de studie “Transparency and Conflict of Interest” van de Afdeling economisch en wetenschappelijk beleid inzake hedgefondsen van het Europees Parlement van december 2007,

–   gezien de normen voor ‘goede praktijken’ van de werkgroep “Hedgefondsen” van 22 januari 2008, en de daaropvolgende oprichting van een raad die toeziet op de naleving van deze normen (Hedge Fund Standards Board),

–   gelet op artikel 192, tweede alinea van het EG-Verdrag,

–   gelet op de artikelen 39 en 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de adviezen van de Commissie juridische zaken en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A6-0338/2008),

A. overwegende dat op dit moment al nationale en communautaire regelgeving inzake financiële markten bestaat die direct of indirect, maar niet uitsluitend, van toepassing is op hedgefondsen en private equity,

B.  overwegende dat de lidstaten en de Commissie zorg dienen te dragen voor de consistente implementatie en toepassing van die regelgeving; overwegende dat elke verdere aanpassing van de bestaande wetgeving voorafgegaan moet worden door een grondige kosten-batenanalyse en niet-discriminerend moet zijn,

C. overwegende dat de Commissie niet positief heeft gereageerd op alle onderdelen van de eerdere verzoeken van het Parlement, waaronder die in zijn voornoemde resoluties van 15 januari 2004, 27 april 2006, 11 juli 2007 en 13 december 2007,

D. overwegende dat hedgefondsen en private equity zeer verschillende kenmerken hebben en er van geen van beide een ondubbelzinnige definitie voorhanden is, maar dat beide investeringsinstrumenten zijn die vaker door professionals dan door retailconsumenten worden gebruikt; overwegende dat zij voor het doel van productspecifieke regelgeving niet goed als één enkele categorie producten kunnen worden behandeld,

E.  overwegende dat hedgefondsen en private equity steeds belangrijker alternatieve beleggingsinstrumenten zijn die niet alleen een belangrijk en groeiend aandeel hebben in de wereldwijd beheerde activa, maar ook de efficiency van de financiële markten verbeteren doordat ze nieuwe beleggingskansen creëren,

F.  overwegende dat verscheidene mondiale, communautaire en nationale instellingen met betrekking tot hedgefondsen en private equity reeds geruime tijd voor de huidige financiële crisis analyses hebben gemaakt aangaande de financiële stabiliteit, normen voor risicobeheer, de overmatige schulden (kredietspeculatie) en de beoordeling van niet-liquide en complexe financiële instrumenten,

G. overwegende dat uit een analyse van het Financial Stability Forum in 2007 is gebleken dat zorgen in verband met de financiële stabiliteit het best kunnen worden aangepakt door verbeterd toezicht van alle betrokken partijen,

H. overwegende dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in zijn Global Financial Stability Report van april 2008 tot de conclusie kwam dat er "over de hele linie niet is onderkend hoeveel 'leverage' een breed scala aan instellingen - banken, 'monoline insurers', door regeringen gesponsorde entiteiten, hedgefondsen - op zich hadden genomen, en evenmin wat de daaraan gerelateerde risico's met betrekking tot een ordentelijke afwikkeling zijn",

I.   overwegende dat de agenda van Lissabon een langetermijninvestering in groei en werkgelegenheid vereist,

J.   overwegende dat dergelijke langetermijninvesteringen goed functionerende, stabiele financiële markten in de EU en op mondiaal niveau vereisen, die een bijdrage leveren aan de reële economie, hetgeen alleen kan worden bewerkstelligd door in de EU voor een concurrerende en innovatieve financiële sector te zorgen,

K. overwegende dat hedgefondsen en private equity in veel gevallen voor liquiditeit zorgen, en marktdiversificatie en -efficiency bevorderen, door de vraag naar innovatieve producten en prijstransparantie aan te zwengelen,

L.  overwegende dat financiële stabiliteit ook een verbeterde samenwerking op het gebied van toezicht vereist, ook op mondiaal niveau, waarvoor logischerwijs ook de huidige toezichtpraktijken van de EU voortdurend moeten worden aangepast, met inbegrip van geregelde informatie-uitwisseling en grotere transparantie bij de institutionele beleggers,

M. overwegende dat de Commissie moet onderzoeken of het mogelijk is mondiaal regelgeving te maken voor de actoren op de off shore-markt,  

N. overwegende dat een gepaste transparantie in de richting van de beleggers en toezichtsinstanties wezenlijk is om zowel zorg te dragen voor dergelijke goed functionerende en stabiele financiële markten, als ook voor de bevordering van mededinging tussen marktdeelnemers en producten,

O. overwegende dat Commissie voor monitoring en analyses zou moeten zorgen van de effecten van de werking van hedgefondsen en private equity, en zou moeten overwegen een richtlijn te ontwikkelen met minimumtransparantieregels voor de financiering van beleggingen in de toekomst, risicobeheer, beoordelingsmethoden, de kwalificaties van beheerders, mogelijke belangenverstrengelingen, alsmede de openbaarmaking van eigendomsstructuren en de registratie van hedgefondsen,

P.  overwegende dat, met het oog op een goede monitoring van de marktactiviteiten voor toezichtdoeleinden, informatie over hedgefondsblootstellingen en leningen zonder al te veel onnodige rompslomp aan de bevoegde toezichthoudende autoriteiten ter beschikking zou moeten worden gesteld,

Q. overwegende dat de fondsensector naar verwachting verder zal opschuiven in de richting van bindende maatregelen voor corporate governance, teneinde tot grotere transparantie te komen, en is van oordeel dat deze maatregelen openbaar moeten worden gemaakt; dringt aan op verbetering van de controlemechanismen,

R.  overwegende dat de lidstaten goede praktijken moeten gebruiken om bedrijfspensioenregelingen tegen faillissement te beschermen,

S.  overwegende dat de Commissie moet overwegen om, wanneer het prudentiebeginsel ooit in de communautaire wetgeving wordt geïntegreerd, daarin de vereiste op te nemen dat beleggers moeten verifiëren dat de alternatieve beleggingsfondsen waarin zij investeren voldoen aan de desbetreffende wetgeving en de goede praktijken van de sector,

T.  overwegende dat de verscheidenheid aan definities van particuliere beleggingen in de lidstaten een obstakel voor de interne markt vormt en ertoe bijdraagt dat hoogrisicoproducten op de retailmarkt terecht komen,

U. overwegende dat er één loket (website) zou moeten komen voor gedragscodes, inclusief een register van degenen die zich er wel en niet aan houden, en uitleg m.b.t. tot niet-naleving; overwegende dat een opsomming van de redenen van niet-naleving een instructief karakter kan hebben; overwegende dat een dergelijke website voor de EU zou moeten gelden en internationaal zou moeten worden bevorderd,

V. overwegende dat het IMF in zijn Global Financial Stability Report van april 2008 aangaf dat "de 'corporate debt market' kwetsbaar lijkt, aangezien het percentage wanbetalingen waarschijnlijk zal stijgen ten gevolg van zowel macro-economische als structurele factoren",

W. overwegende dat de recentelijke toename van private equity-transacties tot een duidelijke stijging van het aantal werknemers heeft geleid wier banen uiteindelijk onder het bestuur van private equity-fondsen staan, en dat daarom terdege aandacht moet worden besteed aan de bestaande nationale arbeidswetgevingen, alsook aan communautaire arbeidswetgeving (met name richtlijn 2001/23/EG), die werd geformuleerd toen deze situatie nog niet bestond; overwegende dat de nationale en de communautaire arbeidswetgeving niet-discriminatoir moet worden toegepast, met inbegrip van een billijke en passende behandeling van alle economische actoren met vergelijkbare verantwoordelijkheden ten opzichte van werknemers,

X. overwegende dat krachtens een groot aantal wetgevingen hedgefondsen en private equity die bedrijven bezitten of er controle over uitoefenen niet als werkgevers worden beschouwd en derhalve niet gehouden zijn aan de wettelijke verplichtingen van werkgevers,

Y. overwegende dat bedrijven in het geval van buitensporige schuldenlasten een groter risicoprofiel hebben,

Z.  overwegende dat er, net als bij andere entiteiten, sprake kan zijn van belangenverstrengelingen die ofwel voortkomen uit het ondernemingsmodel van private equity of hedgefondsen, of uit de verbindingen tussen deze vehikels en andere deelnemers aan de financiële markten; overwegende dat de inspanningen gericht op het verbeteren van de bestaande EU-wetgeving niet tot uitsluitend hedgefondsen en private equity moeten worden beperkt, en moeten stroken met mondiale normen, zoals de IOB-beginselen voor het beheer van belangenverstrengelingen van instellingen voor collectieve beleggingen en tussenpersonen,

AA.     overwegende dat de beloningstelsels voor managers van hedgefondsen en private equity mogelijkerwijs aanleiding geven tot ongepaste prikkels die er uiteindelijk in resulteren dat ze te grote risico's nemen,

AB.     overwegende dat ook de hedgefondsen hebben geïnvesteerd in de complexe producten die aan de kredietcrisis ten prooi zijn gevallen en dus, net als andere beleggers, verliezen hebben geleden,

AC.     overwegende dat, om het risico van toekomstige financiële crises te kunnen minimaliseren en gezien de sterke wisselwerkingen tussen de markten en tussen marktdeelnemers en gezien het streefdoel van gelijke mededingingsvoorwaarden in alle lidstaten en voor zowel gereguleerde als ongereguleerde marktdeelnemers, in de EU en de rest van de wereld verschillende initiatieven worden ontwikkeld, waaronder herzieningen van de richtlijnen kapitaalvereisten en kapitaaltoereikendheid, en een voorstel voor een richtlijn inzake kredietbeoordelingsbureau's, teneinde over de hele linie een cohentere en sterker geharmoniseerde regelgeving te krijgen,

AD.     overwegende dat een op beginselen stoelende regelgeving geschikt is voor het regelen van de financiële markten, aangezien deze beter in staat is gelijke tred te houden met de ontwikkelingen op de markten,

AE.     overwegende dat er behoefte bestaat aan maatregelen op EU-niveau op basis van de onderstaande zeven beginselen voor financiële instellingen en markten:

           - regelgeving: de bestaande EU-regelgeving moet worden herzien om leemten daarin in kaart te brengen; verschillen tussen de lidstaten moeten worden geïdentificeerd en harmonisatie moet worden bevorderd, bijvoorbeeld door middel van colleges van toezichthouders; er dient naar internationale equivalentie en samenwerking te worden gestreefd;

           - kapitaal: kapitaalvereisten moeten een bindend karakter hebben voor alle financiêle instellingen, en een weerspiegeling zijn van het soort transacties, de blootstelling en het risicobeheer; er moet nagedacht worden over langere liquiditeitshorizons;

           - initiatief en distributie: voor een betere afstemming van de belangen van beleggers en initiatiefnemers zouden initiatiefnemers in de regel een risicoblootstelling moeten houden door in het product een representatief aandeel te houden; dit aandeel dat initiatiefnemers in producten houden, moet worden openbaar gemaakt; alternatieve maatregelen voor het op elkaar afstemmen van de belangen van beleggers en initiatiefnemers moeten worden onderzocht;

           - accounting: er moet nagedacht worden over een speciale techniek voor het opvangen van de pro-cyclische effecten van 'fair value accounting';

           - beoordeling: teneinde de transparantie en het begrip van de beoordelingsmarkt te vergroten, zouden kredietbeoordelingskantoren voor wat betreft de zichtbaarheid van aannames, productcomplexiteit en bedrijfspraktijken gedragscodes moeten vaststellen; belangenverstrengelingen zouden beter moeten worden beheerd; ongevraagde beoordelingen moeten onafhankelijk worden gecategoriseerd en niet worden gebruikt als een drukmiddel om transacties af te dwingen;

           - handel in derivaten: het open en zichtbaar handelen in derivaten moet worden bevorderd, hetzij op de beurs of elders;

           - de lange termijn: beloningenpakketten moeten worden gekoppeld aan langetermijnresultaten, waarbij niet alleen de winsten, maar ook de verliezen mede in overweging worden genomen;

AF.     overwegende dat dergelijke maatregelen een universele en alomvattende rechtsgrondslag zouden vormen voor alle financiële instellingen boven een bepaalde grootte, met inachtneming van zowel de internationale praktijken op het gebied van toezicht, als op het gebied van regelgeving,

1.  verzoekt de Commissie om het Parlement vóór eind 2008, op basis van artikel 44, artikel 47, lid 2, of artikel 95 van het EG-Verdrag, een wetgevingsvoorstel of wetgevingsvoorstellen voor te leggen over alle relevante actoren en deelnemers aan financiële markten, waaronder hedgefondsen en private equity, met inachtneming van de zeven beginselen van overweging AE en overeenkomstig de gedetailleerde aanbeveling hieronder;

2.  wijst er nog eens op dat de aanbevelingen in overeenstemming zijn met het subsidiariteitsbeginsel en met de grondrechten van de burger;

3.  is van oordeel dat op de EU-begroting voldoende middelen beschikbaar moeten zijn voor de financiële gevolgen van het gevraagde voorstel of voorstellen;

4.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie met de bijgaande gedetailleerde aanbevelingen te doen toekomen aan de Commissie, de Raad en de parlementen en regeringen van de lidstaten.

BIJLAGE BIJ DE ONTWERPRESOLUTIE:

GEDETAILLEERDE AANBEVELINGEN OVER DE INHOUD

VAN HET VERLANGDE VOORSTEL

Aanbeveling 1 over financiële stabiliteit en kapitaalvereisten en regelgeving

Het Europees Parlement is van mening dat het goed te keuren wetgevingsbesluit moet voorzien in de regulering van:

Kapitaalvereisten Beleggingsmaatschappijen, met inbegrip van partnerschappen en beperkte partnerschappen, verzekeringsmaatschappijen, kredietinstellingen en conventionele fondsen (zoals icbe’s en pensioenfondsen) moeten worden verplicht te voldoen aan kapitaalvereisten. De Commissie dient ervoor te zorgen dat passende kapitaalvereisten voor alle financiële instellingen op risico stoelen, en niet op entiteit. Toezichthouders kunnen rekening houden met het al dan niet participeren aan een gedragscode. Deze kapitaalvereisten moeten evenwel geen aanvullende vereisten bovenop bestaande regels zijn en mogen in geen geval gezien worden als een waarborg in het geval van een 'faillissement' van een fonds.

Initiatiefnemers en effectisering Het voorstel (de voorstellen) van de Commissie inzake kapitaalvereisten bevat de vereiste dat initiatiefnemers een deel van de geëffectiseerde leningen op hun balans houden of legt aan initiatiefnemers kapitaalvereisten op die uitgaan van de veronderstelling dat zij zo'n deel op hun balans houden, of bevat andere maatregelen om de belangen van beleggers en initiatiefnemers beter met elkaar in overeenstemming te brengen.

EU-toezicht op kredietbeoordelingsbureau's De Commissie dient een mechanisme voor EU-toezicht op kredietbeoordelingsbureau's, -procedures en -naleving te ontwikkelen, en taken in dat verband toe te wijzen aan bestaande instellingen zoals het Comité van Europese Effectenregelgevers (CESR), teneinde de concurrentie aan te zwengelen en de markttoegang op het vlak van kredietbeoordeling te vergroten.

Beoordeling De Commissie dient op beginselen stoelende wetgevingsmaatregelen ter beoordeling van niet-liquide financiële instrumenten vast te stellen, aanleunend bij het werk van bevoegde internationale organen, ten behoeve van een betere bescherming van de beleggers en van de stabiliteit van de financiële markten, met inachtneming van de diverse beoordelingsinitiatieven die momenteel in de EU en mondiaal onderweg zijn, en te bekijken hoe deze beoordeling het best kan worden bevorderd.

Prime brokers De transparantievereisten voor alle instellingen die prime brokerage diensten aanbieden, moeten worden opgetrokken en afgestemd op de complexiteit en ondoorgrondelijkheid van de structuur en aard van de financiële posities waaraan zij door hun transacties met alle producten en actoren, waaronder hedgefondsen en private equity, worden blootgesteld.

Durfkapitaal en het MKB De Commissie dient wetgeving voor te stellen voor een voor de hele EU geldend geharmoniseerd kader voor durfkapitaal en private equity, in het bijzonder om voor het MKB een grensoverschrijdende toegang tot zulk kapitaal te waarborgen, in overeenstemming met de agenda van Lissabon. Daartoe dient de Commissie onverwijld de beleidsvoorstellen ten uitvoer te leggen die zij in haar mededeling over “Belemmeringen voor grensoverschrijdende investeringen door risicokapitaalfondsen opheffen” heeft uitgestippeld. Dit voorstel dient aan te sluiten bij de beginselen van goede regelgeving en mag niet tot extra wettelijke, fiscale en/of administratieve moeilijkheden op EU-niveau leiden

Aanbeveling 2 over maatregelen ten behoeve van transparantie

Het Europees Parlement is van mening dat het goed te keuren wetgevingsbesluit moet voorzien in de regulering van:

Onderhandse plaatsingen De Commissie dient een wetgevingsvoorstel te presenteren voor een EU-regeling voor onderhandse plaatsingen dat de grensoverschrijdende distributie van investeringsproducten, met inbegrip van alternatieve beleggingsvehikels, aan in aanmerking komende professionele beleggers. In dit voorstel dienen, indien van toepassing, de onderstaande beginselen inzake openbaarmaking aan beleggers en relevante overheden te worden opgenomen:

-  de algemene beleggingsstrategie en het kostenbeleid,

-  hefboomeffect/schulden, het stelsel voor risicobeheer en de methodes voor de waardering van beleggingsportefeuilles,

-  de bron en hoogte van de verzamelde fondsen (waaronder intern),

-  de regels inzake volledige transparantie van de vergoedingen van het hogere en het hoogste management, met inbegrip van de stock options,

- de registratie en identificatie van aandeelhouders boven een bepaald aantal.

Beleggers De Commissie dient samen met de toezichtsautoriteiten regels op te stellen die waarborgen dat de beleggers relevante en inhoudelijk significante informatie krijgen.

Private equity en de bescherming van werknemers De Commissie dient erop toe te zien dat richtlijn 2001/23/EG werknemers dezelfde rechten toekent, inclusief het recht om geïnfrmeerd en geraadpleegd te worden, ook wanneer het bestuur van de onderneming of zaak door beleggers, waaronder private equity of hedgefondsen, wordt overgedragen.

Pensioenstelsels Sinds het midden van de jaren 90 zien we dat steeds meer pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen een aandeel hebben in hedgefondsen en private equity, en weten we dat problemen dáár dus een negatief effect zouden kunnen hebben op de rechten die de deelnemers in die fondsen en maatschappijen hebben opgebouwd. Bij de herziening van richtlijn 2003/41/EG dient de Commissie er zorg voor te dragen dat de werknemers of hun vertegenwoordigers direct of via tussenpersonen worden geïnformeerd over de wijze waarop hun pensioengelden zijn belegd en wat de daaraan verbonden risico's zijn.

Aanbeveling 3 over maatregelen tegen buitensporige schuldenlast

Het Europees Parlement is van mening dat het goed te keuren wetgevingsbesluit moet voorzien in de regulering van:

Het hefboomeffect voor private equity De Commissie dient er bij de herziening van richtlijn 77/91/EEG inzake kapitaal voor te zorgen dat de volgende fundamentele beginselen in acht worden genomen: aanhouding van kapitaal overeenkomstig het risico, redelijke verwachting dat het niveau van 'leverage' zowel voor het private equity-fonds, als voor de overgenomen onderneming te dragen is, en dat er geen sprake is van discriminatie van specifieke particuliere beleggers of tussen verschillende investeringsfondsen of -vehikels die een vergelijkbare strategie hanteren.

De onttrekking van kapitaal De Commissie dient, indien nodig, geharmoniseerde, aanvullende maatregelen op EU-niveau voor te stellen op basis van een herziening van bestaande nationale en communautaire wetgevingsopties, teneinde een onredelijke verkoop van activa in overgenomen ondernemingen te vermijden.

Aanbeveling 4 over maatregelen inzake belangenverstrengelingen

Het Europees Parlement is van mening dat het goed te keuren wetgevingsbesluit moet voorzien in de regulering van:

De Commissie dient regelingen in te voeren die zorgen voor een duidelijke scheiding tussen de diensten die beleggingsmaatschappijen hun klanten aanbieden. Het Parlement herhaalt aanpassingen op alle financiële instellingen van toepassing moeten zijn en derhalve niet-discriminerend mogen zijn. Zoals aanbevolen door IOB, dienen financiële instellingen die een breed scala aan financiële diensten aanbieden op firma- of groepniveau over beleid en procedures te beschikken, onder andere ten aanzien van openbaarmaking, die hen in staat stellen passende mechanismen te identificeren, te beoordelen en te ontwikkelen voor het oplossen van bestaande en toekomstige conflicten.

Kredietbeoordelinginstituten Kredietbeoordelingsinstituten moeten worden verplicht meer informatie ter beschikking te stellen, asymmetrische informatie en onzekerheid te elimineren of te reduceren, en openheid te verschaffen omtrent de belangenverstrengelingen waar zij mee te maken hebben, evenwel zonder het transactiegeoriënteerde financiële systeem kapot te maken. Kredietbeoordelingsinstituten zouden met name moeten worden verplicht hun beoordelingsactiviteiten te scheiden van alle andere activiteiten (zoals advisering over het structureren van transacties) met betrekking tot obligaties of entiteiten die zij beoordelen.

Markttoegang en concentratie: het directoraat-generaal Concurrentie dient een onderzoek in te stellen naar de effecten van marktconcentratie en van dominante actoren in de sector financiële diensten en, in het licht van de internationale situatie, bij hedgefondsen en private equity. Bekeken zou moeten worden of alle spelers op de markt de communautaire concurrentieregels toepassen, of er sprake is van onwettelijke marktconcentratie, of belemmeringen voor nieuwkomers moeten worden weggenomen of juist wetgeving die oudgedienden beschermt, en hoe het zit met bestaande marktstructuren die de concurrentie beperken.

Aanbeveling 5 over bestaande wetgeving voor financiële diensten

Het Europees Parlement is van mening dat het goed te keuren wetgevingsbesluit moet voorzien in de regulering van:

De Commissie dient alle bestaande communautaire wetgeving voor de financiële markten onder de loep te leggen om te zien of er leemtes zijn in de regelgeving betreffende hedgefondsen en private equity en om, indien nodig, op basis van de resultaten van zo'n onderzoek, aan het Parlement één of meerdere wetgevingsvoorstellen voor te leggen houdende wijziging van bestaande richtlijnen, waarbij het doel is te komen tot betere regelgeving voor hedgefondsen, private equity en andere relevante actoren. Praktische doelgerichtheid moet hierbij het sleutelwoord zijn.

(1)

     PB L 026 van 31.1.1977, blz. 1.

(2)

     PB L 222 van 14.8.1978, blz. 11.

(3)

     PB L 193 van 18.7.1983, blz. 1.

(4)

     PB L 372 van 31.12.1986, blz. 1.

(5)

     PB L 82 van 22.3.2001, blz. 16.

(6)

     PB L 283 van 27.10.2001, blz. 28.

(7)

     PB L 41 van 13.2.2002, blz. 20.

(8)

     PB L 41 van 13.2.2002, blz. 35.

(9)

     PB L 271 van 9.10.2002, blz. 16.

(10)

   PB L 96 van 12.4.2003, blz. 16.

(11)

   PB L 235 van 23.9.2003, blz. 10.

(12)

   PB L 178 van 17.7.2003, blz. 16.

(13)

   PB L 345 van 31.12.2003, blz. 64.

(14)

   PB L 142 van 30.4.2004, blz. 12.

(15)

   PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.

(16)

   PB L 241 van 2.9.2006, blz. 26.

(17)

   PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38.

(18)

   PB L 79 van 24.3.2005, blz. 9.

(19)

  PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.

(20)

   PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1.

(21)

   PB L 177 van 30.6.2006, blz. 201.

(22)

   PB L 184 van 14.7.2007, blz. 17.

(23)

   PB C 92 E van 16.4.2004, blz. 407.

(24)

   PB C 296 E van 6.12.2006, blz. 257.

(25)

   Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0627.

(26)

   Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0338.

(27)

   Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0058.


ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN (29.5.2008)

voor de Commissie economische en monetaire zaken

inzake hedgefondsen en private equity

(2007/2238(INI))

Rapporteur voor advies(*): Piia-Noora Kauppi

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies - Artikel 47 van het Reglement

SUGGESTIES

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken de volgende suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A. overwegende dat met name langetermijnbeleggingen van hedgefondsen en private equity een belangrijke positieve rol in de Europese economie kunnen spelen, omdat ze het concurrentievermogen van Europa vergroten en bijdragen aan werkgelegenheid,

B.  overwegende dat hedgefondsen en private equity heel verschillende kenmerken hebben en van geen van beide een ondubbelzinnige definitie bestaat; voorts overwegende dat het niet dienstig is om ze voor een productspecifieke verordening als een enkele categorie te behandelen,

C. overwegende dat er geen specifieke communautaire wetgeving bestaat inzake hedgefonsen of private equity,

D. overwegende dat een beginselenverordening meer geschikt is voor het reguleren van financiële markten, omdat een beginselenverordening zich beter laat aanpassen aan marktontwikkelingen dan een productspecifieke,

E.  overwegende dat hedgefondsen en private equity noch anders dienen te worden behandeld dan andere particuliere investeringen, noch onderworpen dienen te zijn aan specifieke wetgeving die het concurrentievermogen ervan op onrechtvaardige wijze beïnvloedt,

F.  overwegende dat tijdens de huidige financiële crisis het belang van transparantie naar voren is gekomen en de behoefte aan passende niveaus van transparantie wordt erkend; overwegende dat transparantie weliswaar van essentieel belang is voor het goed functioneren van markten, maar dat die transparantie voor de doelgroep een doel moet dienen; voorts overwegende dat doelloze transparantie via kuddegedrag en roofzuchtige handel een nadelig effect op de marktstabiliteit zal hebben en het risico bestaat dat hierdoor het gehele op innovatieve handelsstrategieën gebaseerde alternatieve beleggingsmodel wordt vernietigd,

G. overwegende dat de huidige diversiteit van definities van "onderhandse plaatsing" die in de lidstaten worden gebruikt, een hinderpaal voor de verwezenlijking van de interne markt vormt en aanzet tot het lekken van risicoproducten in de detailmarkt,

H. overwegende dat de beloningssystemen voor de beheerders van hedgefondsen en private equity aanleiding kunnen geven tot ongepaste stimulansen die kunnen leiden tot het nemen van onverantwoordelijke risico's,

1. merkt op dat er een corpus van Gemeenschapswetgeving betreffende financiële markten bestaat dat direct of indirect van toepassing is op hedgefondsen en private equity; benadrukt dat die wetgeving voor het grootste deel van vrij recente datum is en het effect ervan daarom nog niet volledig kan worden beoordeeld; doet derhalve een oproep aan de lidstaten en de Commissie om te zorgen voor een consistente implementatie en toepassing; benadrukt dat er geen onevenwichtigheid mag worden gecreëerd tussen de eisen die aan handelspublicaties van ondernemingen met een private equity-portefeuille en aan die van andere ondernemingen worden gesteld; stelt zich op het standpunt dat alle verdere aanpassingen aan de bestaande wetgeving aan een adequate kosten-batenanalyse moeten worden onderworpen en niet-discriminerend mogen zijn;

2.  merkt op dat als aanvulling op de bestaande wetgeving, het deel van de industrie dat actief is in hedgefondsen en private equity uit eigen beweging bepaalde "best practices" als norm heeft aangenomen; ondersteunt deze initiatieven en is van mening dat een dergelijke op zachte wetgeving gebaseerde aanpak een geschikte manier is om de twee sectoren te reguleren, omdat normen die door de industrie zelf zijn vastgesteld, gemakkelijker up-to-date met marktontwikkelingen kunnen worden gehouden dan logge regelgeving en ook meer geschikt zijn dan Gemeenschapswetgeving om een zekere mate van mondiale controle uit te oefenen, met name op buitengaats gevestigde marktspelers; is van oordeel dat iedere vorm van buitensporige regelgeving nadelige gevolgen zal hebben die ertoe zullen leiden dat meer beheerders van hedgefondsen en meer private equity naar elders zullen verdwijnen, hetgeen weer minder transparantie en overzicht tot resultaat zal hebben;

3.  verzoekt de Commissie om na te gaan of het mogelijk is om de elders gevestigde marktspelers wereldwijd te reguleren;

4.  erkent de positieve rol van private equity, omdat het steun biedt aan nieuw opgerichte ondernemingen, en financieel en op het gebied van management en ervaring van waarde is voor ondernemingen die in moeilijkheden verkeren; merkt op dat "asset-stripping" (verkoop van waardevolle activa) weliswaar voorkomt, maar niet de norm is; merkt op dat de lidstaten maatregelen kunnen treffen of al hebben getroffen om gevallen van asset-stripping tegen te gaan, en dat directeuren van een portefeuillemaatschappij ook fiduciaire verplichtingen jegens hun eigen onderneming hebben en ook de verplichting hebben om, zoals in het geval van andere ondernemingen, met de werknemers te overleggen;

5.  verzoekt de Commissie om in de definitie van het "prudent person"-principe op te nemen, in die gevallen waarin dit beginsel in de bestaande communautaire wetgeving is opgenomen, dat beleggers moeten verifiëren of de alternatieve beleggingsfondsen waarin ze geld steken, voldoen aan de toepasselijke wetgeving en de normen inzake "best practice" die de industrie heeft vastgesteld;

6.  verzoekt de Commissie te onderzoeken of het deel van de industrie dat actief is in hedgefondsen en private equity kan worden voorgeschreven het Comité van Europese effectenregelgevers ervan in kennis te stellen wanneer normen inzake "best practice" worden vastgesteld of zulke normen wezenlijk worden veranderd; is van mening dat een aldus opgerichte openbare en geharmoniseerde databank zou kunnen fungeren als referentiepunt voor beleggers; heeft er kennis van genomen dat er momenteel op mondiaal niveau wordt gewerkt aan vrijwillige gedragscodes en beginselen, zoals de "International Organization of Securities Commissions' Principles for the Valuation of Hedge Fund Portfolios", en is van mening dat hierop uiteindelijk, voor zover mogelijk, op mondiaal niveau dient te worden gereageerd;

7.  is van mening dat de bevoegde toezichthoudende instanties, bijvoorbeeld door prime brokers, adequaat moeten worden geïnformeerd over deelnemingen en leningen van hedgefondsen, zodat deze de activiteiten op de markten kunnen monitoren en zo hun toezichthoudende taak kunnen uitvoeren; benadrukt dat deze informatievereisten niet te zwaar mogen zijn en dat de nationale toezichthoudende instanties er, indien nodig en/of gepast, naar moeten streven om hun verplichtingen te harmoniseren om "gold-plating" (het toevoegen van nationale voorschriften aan de regels die op Europees niveau zijn overeengekomen) en toezichtarbitrage te vermijden en een volledig geïntegreerde financiële markt te bevorderen;

8.  is zich ervan bewust dat een te groot hefboomeffect een risico voor de financiële stabiliteit van ondernemingen en de financiële markten kan vormen; is echter van mening dat aan bedoelde markten altijd een zeker risico is verbonden en dat de marktdeelnemers zelf dienen te bepalen welk risico ze bereid zijn te lopen; is er derhalve geen voorstander van om de hefboomwerking aan een wettelijk maximum te binden;

9.  verzoekt de Commissie met klem een Europees regime voor onderhandse plaatsing vast te stellen om de belemmeringen voor grensoverschrijdende verspreiding van alternatieve investeringen weg te nemen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

29.5.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Carlo Casini, Bert Doorn, Monica Frassoni, Giuseppe Gargani, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Neena Gill, Piia-Noora Kauppi, Katalin Lévai, Antonio Masip Hidalgo, Hans-Peter Mayer, Manuel Medina Ortega, Aloyzas Sakalas, Francesco Enrico Speroni, Diana Wallis, Jaroslav Zvěřina, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Sharon Bowles, Luis de Grandes Pascual, Sajjad Karim, Georgios Papastamkos, Jacques Toubon


ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (29.5.2008)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake "hedgefondsen" en "private equity"

(2007/2238(INI))

Rapporteur voor advies: Harald Ettl

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  wijst erop dat hedgefondsen (HF) en private equity (PF) uit macro-economisch oogpunt, met economische structuren die zich alsmaar sterker en sneller veranderen, welkome nieuwe investeerders zijn, maar dat dergelijke alternatieve investeringen maar tot op geringe hoogte gereglementeerd zijn; wijst er bovendien op dat gebrek aan controle op bedrijfsfinanciering die op de eerste plaats op opbrengst op korte termijn gericht is, ten koste van derden, en meer in het bijzonder de werknemers kan gaan;

2.  wijst erop dat HF en PE die bedrijven bezitten en beheersen, in een groot aantal rechtsstelsels niet als werkgever beschouwd worden en daarom van de wettelijke verplichtingen van werkgevers vrijgesteld zijn; verzoekt de Commissie om een voorstel voor te leggen om de juridische status van HF & PE als werkgever te bepalen;

3.  verzoekt de Commissie om een voorstel voor te leggen, hoe Richtlijn 2001/23/EG(1) van de Raad inzake het behoud van de rechten van de werknemers bij overname van ondernemingen aangevuld kan worden om de rechten van de werknemers bij overname door HF en PE te waarborgen en te voorkomen dat er door onttrekking van liquiditeiten aan de overgenomen ondernemingen arbeidsplaatsen in gevaar komen;

4.  verzoekt de Commissie om de Europese regelgeving te verbeteren zodat ze aan de situatie beantwoordt die door HF & PE ontstaan is, met name Richtlijn 94/45/EG van de Raad inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad(2), en Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap(3);

5.  wijst erop dat er sinds het midden van de jaren '90 steeds meer pensioenfondsen en verzekeraars belangen in HF & PE hebben, en dat ongelukkige ontwikkelingen de pensioenaanspraken van de leden van het fonds in gevaar zouden brengen; verzoekt de Commissie om bij de herziening van richtlijn 2003/41/EG te waarborgen dat werknemers of de personeelsvertegenwoordigers rechtstreeks of door gevolmachtigden geïnformeerd worden over de wijze waarop hun pensioenrechten worden belegd en de overeenkomstige risico's, en er medezeggenschap in hebben, en verzoekt de lidstaten om er met de beste methoden voor te zorgen dat de verworven bedrijfspensioenen van werknemers tegen faillissementen beschermd zijn;

6.  verwacht meer transparantie van de beleggingsector door verdere ontwikkeling van bindende maatregelen van goed beheer, die ook openbaar gemaakt moeten worden; meent dat fondsen die als ondernemer optreden, zich niet mogen kunnen onttrekken aan de verplichting om het menselijk potentieel te ontwikkelen, voor medezeggenschap van de werknemers te zorgen, en sociale en milieudoelstellingen na te streven; vraagt betere controlemechanismen voor het wettelijk raamwerk, met een krachtiger rol voor nationale autoriteiten als de centrale banken;

7.  verzoekt de Commissie om de gevolgen van activiteiten van HF- en PE-ondernemingen nauwlettend te volgen, te analyseren, en te overwegen om een richtlijn op minimum transparantieregels voor de financiering van investeringen in de toekomst in te dienen, voor risicobeheersings- en -beoordelingsmethoden, de kwalificaties van managers en mogelijke belangenconflicten, naast openbaarmaking van eigendomstructuren en registratie van HF.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

29.5.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jan Andersson, Edit Bauer, Philip Bushill-Matthews, Alejandro Cercas, Derek Roland Clark, Luigi Cocilovo, Jean Louis Cottigny, Jan Cremers, Harald Ettl, Richard Falbr, Roger Helmer, Stephen Hughes, Jan Jerzy Kułakowski, Jean Lambert, Bernard Lehideux, Elizabeth Lynne, Thomas Mann, Maria Matsouka, Elisabeth Morin, Juan Andrés Naranjo Escobar, Csaba Őry, Marie Panayotopoulos-Cassiotou, Pier Antonio Panzeri, Rovana Plumb, Jacek Protasiewicz, Bilyana Ilieva Raeva, José Albino Silva Peneda, Jean Spautz, Gabriele Stauner, Ewa Tomaszewska, Anne Van Lancker, Gabriele Zimmer

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Françoise Castex, Gabriela Creţu, Sepp Kusstatscher, Ria Oomen-Ruijten, Csaba Sógor, Tatjana Ždanoka

(1)

PB L 80 van 23.3.2003, blz. 29.

(2)

PB L 254 van 30.9.1994, blz. 64.

(3)

PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

10.9.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Mariela Velichkova Baeva, Pervenche Berès, Sebastian Valentin Bodu, Sharon Bowles, Udo Bullmann, David Casa, Elisa Ferreira, José Manuel García-Margallo y Marfil, Jean-Paul Gauzès, Benoît Hamon, Karsten Friedrich Hoppenstedt, Sophia in ‘t Veld, Othmar Karas, Christoph Konrad, Guntars Krasts, Kurt Joachim Lauk, Andrea Losco, Astrid Lulling, Gay Mitchell, Joseph Muscat, John Purvis, Bernhard Rapkay, Dariusz Rosati, Eoin Ryan, Antolín Sánchez Presedo, Margarita Starkevičiūtė, Ieke van den Burg, Cornelis Visser, Sahra Wagenknecht

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Daniel Dăianu, Harald Ettl, Ján Hudacký, Piia-Noora Kauppi, Baroness Sarah Ludford, Thomas Mann, Poul Nyrup Rasmussen, Kristian Vigenin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Evelyne Gebhardt, Vincenzo Lavarra, Florencio Luque Aguilar, Toine Manders, Pierre Pribetich

Laatst bijgewerkt op: 16 september 2008Juridische mededeling