over het gewijzigde voorstel voor een besluit van de Raad inzake de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel en van het Protocol betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden, beide aangenomen in Kaapstad op 16 november 2001
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het gewijzigde voorstel voor een besluit van de Raad inzake de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel en van het Protocol betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden, beide aangenomen in Kaapstad op 16 november 2001
– gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2008)0508),
– gelet op artikel 61, punt c) en artikel 300, lid 2, eerste alinea van het EG-Verdrag,
– gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0329/2008 ),
– gelet op de artikelen 51 en 83, lid 7, van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A6-0506/2008),
1. hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;
2. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.
TOELICHTING
1. Achtergrond en doel van het voorstel
Onder de gezamenlijke auspiciën van het Internationaal instituut voor de eenmaking van het privaatrecht (UNIDROIT) en de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) werd van 29 oktober tot 16 november 2001 in Kaapstad (Zuid-Afrika) een diplomatieke conferentie gehouden, tijdens welke het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel (hierna: "Verdrag van Kaapstad" of "verdrag"genoemd) en van het Protocol betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden (hierna: "Protocol voor de luchtvaart" genoemd) werden aangenomen.
Omdat het gaat om gemengde overeenkomsten heeft de Commissie in 2002 twee voorstellen ingediend voor de ondertekening en de sluiting door de Gemeenschap van deze instrumenten. Die voorstellen bevatten door de Gemeenschap af te leggen verklaringen over de toepassing van specifieke bepalingen van beide instrumenten die van invloed zijn op het Gemeenschapsrecht. Na overleg in het Comité burgerlijk recht werd het dossier in oktober 2003 naar het COREPER doorgezonden, maar het werd niet goedgekeurd wegens een geschil tussen Spanje en het VK over de autoriteiten van Gibraltar in de context van de gemengde overeenkomsten. In december 2007 werd het geschil opgelost. Sinds december 2003 is de context echter aanzienlijk veranderd door enerzijds het verstrijken van de termijn voor ondertekening en anderzijds de uitbreiding van de EU. Daarom was het nodig een gewijzigd voorstel in te dienen.
Tegen deze achtergrond werd deze kwestie ter sprake gebracht op de bijeenkomst van het Comité burgerlijk recht van 3 maart 2008 waarop de Commissie zich ertoe verbond een gewijzigd voorstel op te stellen voor een besluit van de Raad. Dat voorstel heeft zij op 11 augustus 2008 ingediend [COM(2008) 508 def].
Dit voorstel herziet en vervangt de voorstellen die in 2002 door de Commissie werden ingediend.
2. Het internationale kader van het verdrag
Het Verdrag van Cape Town en het Protocol voor de luchtvaart vormen tezamen een nieuw grensoverschrijdend kader voor internationale zakelijke zekerheden op mobiele uitrusting en aanverwante rechten, en, met het oog hierop, tevens de invoering van een internationaal registerstelsel voor de bescherming van die rechten.
Het onderhavige verdrag omschrijft de werkingssfeer, bevat definities, bepaalt de formele voorwaarden voor het stellen van internationale zakelijke zekerheid, voorziet in rechtsmiddelen bij ingebreke blijven, regelt kwesties rond het internationale registratiesysteem, verduidelijkt de werking van de internationale zakelijke zekerheid tegenover derden, bevat bepalingen voor de overdracht van de betrokken rechten en internationale zakelijke zekerheden (recht van subrogatie) en regelt tenslotte jurisdictiekwesties.
Beoogd wordt met dit internationale rechtskader de "financiering van luchtvaartmaterieel te vergemakkelijken door de invoering van een bijzonder sterke internationale garantie ten gunste van de schuldeisers (kredietverstrekkers, financiële instellingen die dergelijk materieel financieren), die een "absolute" voorrang op deze goederen in een internationaal register toekent" (Commissie, SEC(2002)1308). Het internationale registersysteem (internationale register) waarborgt de rechten die uit het onderhavige verdragskader voortvloeien tegen vorderingen van derden (beginsel van derdenwerking). Ingeschreven zakelijke zekerheden hebben voorrang boven andere zekerheden die nadien zijn ingeschreven (prior tempore prior jure), en ook tegenover niet-ingeschreven zakelijke zekerheden.
In combinatie werken het verdrag en het protocol voor de luchtvaart kortom als één regelgevingsgeheel: "Het verdrag en het protocol moeten samen als één rechtsinstrument worden gelezen en uitgelegd" (artikel 6 van het verdrag). Algemeen geldt hier het beginsel conventio derogat legi nationali. Wanneer daardoor echter de uniformiteit niet naar behoren is gediend, blijft er een aanvullende rol over voor de interne rechtsregels van het toepasselijke recht, overeenkomstig de regels van het internationaal privaatrecht van het land van de rechter die van de zaak kennis neemt.
In relatie tot het eerdere verdragsrecht geldt de regel conventio specialis derogat conventioni generali.
Het Verdrag van Cape Town en het Protocol voor de luchtvaart stonden open voor ondertekening tot het moment van inwerkingtreding. Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Cape Town op 1 april 2004 en van het Protocol voor de luchtvaart op 1 maart 2006 kon de Gemeenschap deze internationale instrumenten niet meer ondertekenen en werd het voorstel van 2003 voor de ondertekening inhoudsloos. Door overlegging van de daartoe strekkende verklaringen kan de Gemeenschap echter wel tot het verdrag en het Protocol voor de luchtvaart toetreden .
3. Bevoegdheden van de Gemeenschap
Het Verdrag van Cape Town en het Protocol voor de luchtvaart staan ook open voor toetreding door "regionale organisaties voor economische integratie" (respectievelijk artikel 48 en XXVII). Op grond van de definitie van "regionale organisatie voor economische integratie" in het verdrag kan de Gemeenschap partij worden bij deze beide instrumenten, onder voorbehoud van de noodzakelijke goedkeuring door de communautaire instellingen. Elke verwijzing in het verdrag of het protocol naar "Verdragsluitende Staat" of "Verdragsluitende Staten" of "Staat die Partij is" of "Staten die Partij zijn" is, indien de context zulks vereist, eveneens van toepassing op de Gemeenschap (respectievelijk artikel 48, lid 3, en artikel XXVII, lid 3).
Sommige aangelegenheden die in het Verdrag van Kaapstad en in het Protocol voor de luchtvaart worden geregeld, worden reeds bestreken door Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, door Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures en door Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I).
De Gemeenschap heeft exclusieve bevoegdheid voor bepaalde door het Verdrag van Kaapstad en het Protocol voor de luchtvaart geregelde aangelegenheden, terwijl de lidstaten bevoegd zijn voor andere door deze twee instrumenten geregelde aangelegenheden. Daarom moet de Gemeenschap tot het Verdrag van Kaapstad en het Protocol voor de luchtvaart toetreden. Artikel 48 van het Verdrag van Kaapstad en artikel XXVII van het Protocol voor de luchtvaart bepalen dat een regionale organisatie voor economische integratie op het tijdstip van toetreding kennisgeving doet van de door dat verdrag beheerste aangelegenheden ten aanzien waarvan haar lidstaten hun bevoegdheid aan die organisatie hebben overgedragen. Daarom moet de Gemeenschap op het tijdstip van toetreding een dergelijke verklaring afleggen.
De tekst van het Verdrag van Kaapstad en van het Protocol voor de luchtvaart zijn aan dit voorgestelde besluit gehecht.
In het gewijzigde voorstel voor een besluit besluit wordt onder "lidstaat" verstaan, alle lidstaten behalve Denemarken.
Bij de toetreding tot het Verdrag van Kaapstad legt de Gemeenschap de in punt I van bijlage I en de in punt I van bijlage II het gewijzigde voorstel vermelde verklaringen af. Bij de toetreding tot het Protocol voor de luchtvaart legt de Gemeenschap de in punt II van bijlage I en de in punt II van bijlage II van het gewijzigde voorstel vermelde verklaringen af.
De verklaringen inzake aangelegenheden die onder de uitsluitende bevoegdheid van de Gemeenschap vallen hebben betrekking op voorlopige en bewarende maatregelen (artikel 55 Verdrag van Kaapstad en artikel X van het Protocol voor de luchtvaart), insolventie (artikelen XI en XII van het Protocol voor de luchtvaart) en de bevoegdheid van de rechter van de plaats van registratie.
4. Voorstel van de rapporteur
Het (herziene) voorstel voor een besluit is gebaseerd op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name artikel 61, onder c), in combinatie met artikel 300, lid 2, eerste streepje, en artikel 300, lid 3, eerste streepje EG-Verdrag. Gelet op dit voorstel van de Commissie, en gezien de wenselijkheid van een zo snel mogelijke toepassing van die bepalingen van deze beide instrumenten die aangelegenheden betreffen die onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Gemeenschap vallen, stelt uw rapporteur voor dat het Europees parlement zijn goedkeuring hecht aan "het gewijzigde voorstel voor een besluit van de Raad inzake de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag inzake internationale zekerheden op mobiel materieel en van het Protocol betreffende voor luchtvaartuigmaterieel specifieke aangelegenheden, beide aangenomen in Kaapstad op 16 november 2001".
PROCEDURE
Titel
Verdrag over mobiel materieel en protocol betreffende luchtvaartmaterieel