Procedure : 2009/2009(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0075/2009

Ingediende teksten :

A6-0075/2009

Debatten :

PV 11/03/2009 - 3
CRE 11/03/2009 - 3

Stemmingen :

PV 11/03/2009 - 5.24
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0124

VERSLAG     
PDF 126kDOC 61k
23 februari 2009
PE 419.927v03-00 A6-0075/2009

over Cohesiebeleid: investeren in de reële economie

(2009/2009(INI))

Commissie regionale ontwikkeling

Rapporteur: Evgeni Kirilov

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over Cohesiebeleid: investeren in de reële economie

(2009/2009(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien de mededeling van de Commissie van 26 november 2008 "Een Europees economisch herstelplan" (COM(2008)0800),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 16 december 2008 "Cohesiebeleid: investeren in de reële economie" (COM(2008)0876),

–   gezien het werkdocument van de Commissie van 14 november 2008 getiteld "Regions 2020 – an assessment of future challenges for EU regions" (SEC(2008)2868),

–   gezien de conclusies van het Voorzitterschap van de Europese Raad van 11 en 12 december 2008,

–   gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, wat een aantal bepalingen met betrekking tot het financieel beheer betreft (COM(2008)0803),

–   gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1081/2006 betreffende het Europees Sociaal Fonds met het oog op de uitbreiding van de soorten kosten die voor een bijdrage uit het ESF in aanmerking komen (COM(2008)0813),

–   gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1080/2006 betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling met betrekking tot de subsidiabiliteit van investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op het vlak van huisvesting (COM(2008)0838),

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling (A6-0075/2009),

A. overwegende dat de Europese economie te lijden heeft onder de gevolgen van de financiële wereldcrisis en de grootste en meest algemene economische groeivertraging sinds 60 jaar,

B.  overwegende dat het cohesiebeleid van de EU een belangrijke bijdrage levert tot het Europees economisch herstelplan en de grootste bron van communautaire investeringen in de reële economie is, waarbij gerichte steun wordt verleend voor het aanpakken van prioritaire problemen in regio's die zowel in de openbare als in de particuliere sector groeipotentieel hebben,

C. overwegende dat meer dan 65% van de totale EU-toewijzing voor het cohesiebeleid voor de periode 2007-2013 geoormerkt is voor aanzienlijke investeringen in de vier prioritaire gebieden van de vernieuwde Lissabonstrategie voor groei en werkgelegenheid, namelijk mensen, ondernemingen, infrastructuur en energie, onderzoek en innovatie; overwegende dat dergelijke investeringen van essentieel belang zijn om een doeltreffend antwoord te bieden op de huidige financiële crisis;

D. overwegende dat het met succes ombuigen van de stagnerende economische groei afhangt van de bereidheid van de lidstaten en regio's om de doelstellingen van hun programma's snel te realiseren,

1.  is zeer ingenomen met de goedkeuring van het Europees economisch herstelplan en het daarin uitgestippelde gecoördineerde optreden door de lidstaten en de Commissie om de economische crisis het hoofd te bieden; is van mening dat het plan gebaseerd is op het principe van solidariteit en sociale rechtvaardigheid en niet in strijd mag zijn met de Lissabonstrategie; meent dat de voorgestelde maatregelen zullen bijdragen aan grondiger en structurele langetermijnhervormingen;

2.  meent dat het EU-cohesiebeleid, dat erop gericht is de economische groei en sociale ontwikkeling te verzekeren en de economie op korte, middellange en lange termijn daadwerkelijk te stimuleren, een belangrijke bijdrage kan leveren tot het overwinnen van de huidige financiële crisis en tot het herstel van de lidstaten en regio's, met inbegrip van de gebieden met blijvende handicaps;

3.  benadrukt dat de structuurfondsen krachtige instrumenten zijn, ontworpen om regio's te steunen bij hun economische en sociale herstructurering en dus ook bij de uitvoering van de maatregelen genoemd onder de vier prioritaire gebieden van het plan om de economie nieuw leven in te blazen; beaamt dat het gebruik van de structuurfondsen de voorkeur geniet boven het overhaast ontwerpen van nieuwe economische instrumenten; merkt op dat deze maatregelen een goede aanvulling zijn op de op nationaal niveau getroffen maatregelen; is van oordeel dat spoed moet worden gemaakt met de middelen en de maatregelen van het Europese cohesiebeleid om de economie tijdig nieuw leven in te blazen en met name steun te verlenen aan mensen die getroffen worden door de crisis;

4.  verwelkomt de wetgevingsvoorstellen van de Commissie - die in lijn zijn met het Europees economisch herstelplan en daarop een aanvulling vormen - om drie van de bestaande structuurfondsverordeningen voor 2007-2013 (verordeningen (EG) nrs. 1083/2006, 1080/2006 en 108172006) te amenderen; ondersteunt de voorgestelde wijzigingen die ten doel hebben de cashflow en de liquiditeit in de lidstaten te bevorderen, het gebruik van financieringsinstrumenten te vergemakkelijken, de mogelijkheden voor ondersteuning van investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie in woningen te vergroten en de flexibiliteit van de structuurfondsen te vergroten om ze af te stemmen op de buitengewone economische omstandigheden in het kader van een langetermijnvisie;

5.  verzoekt de Commissie om nauwgezet toezicht uit te oefenen op de door de lidstaten ten uitvoer gelegde economische maatregelen teneinde te waarborgen dat zij niet in strijd zijn met de vrije mededinging en de sociale voorschriften die sinds het begin essentiële pijlers van de Europese integratie zijn, en op de naleving van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht inzake milieu- en klimaatbescherming;

6.  dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan te waarborgen dat de maatregelen ter bespoediging, vereenvoudiging en flexibilisering van de tenuitvoerlegging van de structuurfondsen en het cohesiefonds geen afbreuk doen aan hun verantwoordelijkheid om op de bedoelde tenuitvoerlegging toezicht te houden;

7.  verwelkomt dat de Commissie een groep van deskundigen ("taskforce vereenvoudiging") heeft opgericht die moet bestuderen of de procedures voor de uitvoering van de structuurfondsen nog verder vereenvoudigd kunnen worden; kijkt vol verwachting uit naar de verdere vereenvoudigingsvoorstellen van de Commissie, die gepland zijn voor begin 2009;

8.  verzoekt de lidstaten en de regio's ervoor te zorgen dat het beginsel van partnerschap dat is neergelegd in artikel 11 van de algemene verordening betreffende de structuurfondsen (verordening (EG) nr. 1083/2006) ten volle wordt toegepast en dat het vereiste van de volledige betrokkenheid van de partners wordt nageleefd;

9.  benadrukt dat de organisaties aan de basis, NGO's en de sociale economie een belangrijke rol spelen bij het bevorderen van de sociale cohesie en de maatschappelijke integratie, met name in tijden van economische crisis; verzoekt de Commissie te waarborgen dat alle voorstellen tot vereenvoudiging van de structuurfondsen de administratieve lasten voor deze organisaties beperken;

10. maakt zich vooral zorgen over de asymmetrische territoriale impact van de crisis op het Europese grondgebied en de zwaardere gevolgen ervan voor de lidstaten waar de levensstandaard al lager ligt dan het EU gemiddelde; moedigt de Commissie en de lidstaten aan om bij de planning en de tenuitvoerlegging van concrete maatregelen voor het bestrijden van de economische crisis de nodige aandacht te besteden aan de territoriale cohesiedoelstelling; roept met name de Commissie op om een passend geografisch evenwicht te waarborgen bij de presentatie van de lijst van specifieke projecten waarop de Europese Raad heeft aangedrongen met het oog op de versterking van de investeringen in infrastructuur en energie-efficiëntie;

11. is van mening dat maatregelen zoals flexibiliteit en versnelde betalingen, het gebruik van forfaitaire betalingen en vaste bedragen een stimulans zullen zijn voor de uitvoering van beleidsmaatregelen en deze zullen bespoedigen, met name ten aanzien van infrastructuur, de energie- en milieusector, en ESF-projecten; meent dat de Commissie de lidstaten in dit verband duidelijke richtsnoeren dient te bezorgen; betreurt desalniettemin dat andere belangrijke maatregelen, zoals voorstellen voor de onmiddellijke en daadwerkelijke verhoging van de liquiditeit door in de komende jaren vaker gebruikt te maken van tussentijdse betalingen, niet in aanmerking zijn genomen;

12. verwelkomt het voorstel van de Commissie om meer voorschotbetalingen te verrichten, zodat de tenuitvoerlegging van projecten kan worden verbeterd door in een vroeg stadium van de uitvoering de nodige financiële middelen te verstrekken en aldus bankleningen overbodig te maken; moedigt banken en financiële instellingen toch aan om de hun toegekende faciliteiten ten volle te benutten teneinde de kredieten aan de economie in stand te houden en te ondersteunen en de grote dalingen van de rentetarieven ten goede te laten komen aan de leners;

13. onderstreept de positieve rol die het cohesiebeleid kan spelen om de solidariteit te versterken en het vertrouwen te herstellen via maatregelen voor overheidsinvesteringen die de interne vraag kunnen aanzwengelen;

14. verzoekt de lidstaten en regionale en plaatselijke overheden om in overeenstemming met de voorschriften inzake medefinanciering hun bijdrage veilig te stellen, zodat de middelen van de structuurfondsen ten volle kunnen worden benut;

15. onderstreept het belang van maatregelen ter ondersteuning van mensen en bedrijven, maar bovenal van de werkgelegenheid, voor een succesvol economisch herstel; dringt aan op krachtdadige actie om de vraagzijde van de economie te ondersteunen, alsmede op maatregelen om kleine en middelgrote ondernemingen, sociaaleconomische ondernemingen en lokale en regionale overheden te helpen teneinde de cohesie in stand te houden en belangrijke investeringen en infrastructuurprojecten te beschermen; roept de lidstaten op om de structuurfondsen op grote schaal in te zetten voor de instandhouding van de werkgelegenheid en de bevordering van KMO's, ondernemerschap en beroepsopleiding;

16. verwelkomt het voorstel dat investeringen in ernergie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in woningen in de Unie in aanmerking komen voor steun uit het EFRO; roept de lidstaten en de regio's op om massaal van deze nieuwe mogelijkheid gebruik te maken en hun operationele programma's dienovereenkomstig aan te passen, teneinde verder te gaan op de weg van duurzame ontwikkeling en te investeren in klimaatvriendelijke infrastructuur en vernieuwingsprojecten; onderstreept in het algemeen de noodzaak van investeringen in energie-infrastructuur, die bijvoorbeeld tijdens de recente gascrisis is gebleken;

17. moedigt de lidstaten aan mogelijke synergieën te zoeken tussen het cohesiebeleid en andere communautaire financieringsinstrumenten (TEN-T, TEN-E, het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie), alsook de financiering van de Europese Investeringsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling; dringt bij de lidstaten aan op vereenvoudiging van en betere toegang tot de mogelijkheden van de financiële instrumenten JESSICA, JASMINE en JEREMIE om het gebruik ervan door het MKB en belangstellende begunstigden aan te moedigen;

18. moedigt de Commissie aan maatregelen te nemen om de doorstroming van de financiële middelen naar de bevoegde autoriteiten te verbeteren en de technische bijstand aan de lidstaten en de uitwisseling van beste praktijken tussen de regio's te bevorderen met het oog op de verbetering van de kwaliteit van de projecten en van de efficiëntie van de projectuitvoering; onderstreept het belang van JASPERS voor projectvoorbereiding; verzoekt de Commissie om de lidstaten indien nodig te ondersteunen bij de aanpassing van de operationele programma's; onderstreept dat de lokale en regionale overheden onverwijld van deze aanpassingen in kennis moeten worden gesteld;

19. meent dat de goedkeuring van de nationale beheers- en controlesystemen door de Commissie van cruciaal belang is om de uitvoering van de programma's te bespoedigen en verzoekt de lidstaten de kennisgevingsprocedure aan de Commissie zo snel mogelijk af te ronden;

20. onderstreept de rol van onderwijs en opleiding om het economische herstel op lange termijn te verzekeren en wenst dat de in het kader van het ESF beschikbare maatregelen worden aangepast om zowel de beschikbaarheid van de middelen als het niveau van flexibiliteit te verbeteren;

21. verzoekt de Commissie adequate en uitvoerige criteria en normen uit te werken om een nauwgezette controle op en een permanente beoordeling van de doeltreffendheid van de nationale en regionale herstelplannen mogelijk te maken, met name wat de naleving van de vereisten inzake transparantie betreft; wenst dat in 2010 een evaluatie wordt verricht van de hervormingen na de goedkeuring van de herziene verordeningen inzake de structuurfondsen, om de doeltreffendheid van de maatregelen verder te verbeteren, en om de oorzaken van problemen en vertragingen bij de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid te analyseren; verzoekt de Commissie hiermee in haar voorstellen voor de volgende generatie structuurfondsprogramma’s rekening te houden;

22. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de lidstaten.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

12.2.2009

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

43

0

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Emmanouil Angelakas, Stavros Arnaoutakis, Elspeth Attwooll, Rolf Berend, Victor Boştinaru, Wolfgang Bulfon, Giorgio Carollo, Bairbre de Brún, Gerardo Galeote, Iratxe García Pérez, Monica Giuntini, Ambroise Guellec, Pedro Guerreiro, Gábor Harangozó, Filiz Hakaeva Hyusmenova, Mieczysław Edmund Janowski, Gisela Kallenbach, Evgeni Kirilov, Miloš Koterec, Constanze Angela Krehl, Florencio Luque Aguilar, Jamila Madeira, Iosif Matula, Miroslav Mikolášik, Jan Olbrycht, Maria Petre, Markus Pieper, Giovanni Robusti, Wojciech Roszkowski, Bernard Soulage, Catherine Stihler, Margie Sudre, Lambert van Nistelrooij, Oldřich Vlasák

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Emanuel Jardim Fernandes, Stanisław Jałowiecki, Zita Pleštinská, Samuli Pohjamo, Christa Prets, Flaviu Călin Rus, Richard Seeber, László Surján, Iuliu Winkler

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Wolf Klinz, Sepp Kusstatscher, Toine Manders

Laatst bijgewerkt op: 26 februari 2009Juridische mededeling