Procedure : 2005/0237B(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0098/2009

Ingediende teksten :

A6-0098/2009

Debatten :

PV 10/03/2009 - 12
CRE 10/03/2009 - 12

Stemmingen :

PV 11/03/2009 - 5.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0106

VERSLAG     ***III
PDF 153kDOC 90k
25 februari 2009
PE 418.434v02-00 A6-0098/2009

over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties (herschikking)

(PE-CONS 3720/2008 – C6-0043/2009 – 2005/0237B(COD))

Delegatie van het Europees Parlement in het bemiddelingscomité

Voorzitter van de delegatie: Rodi Kratsa-Tsagaropoulou

Rapporteur: Luis de Grandes Pascual

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties (herschikking)

(PE-CONS 3720/2008 – C6-0043/2009 – 2005/0237B(COD))

(Medebeslissingsprocedure: derde lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst (PE-CONS 3720/2008 – C6-0043/2009),

–   gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2005)0587),

–   gezien zijn in tweede lezing geformuleerde standpunt(2) inzake het gemeenschappelijk standpunt van de Raad(3),

–   gezien het advies van de Commissie over de amendementen van het Parlement op het gemeenschappelijk standpunt (COM(2008)0826)(4),

–   gelet op artikel 251, lid 5, van het EG-Verdrag,

–   gelet op artikel 65 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van zijn delegatie in het bemiddelingscomité (A6-0098/2009),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke ontwerptekst;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 254, lid 1 van het EG-Verdrag te ondertekenen;

3.  verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

4.  verzoekt zijn Voorzitter deze wetgevingsresolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB C 74 E van 20.3.2008, blz. 632.

(2)

Aangenomen teksten van 24.9.2008, P6_TA(2008)0048.

(3)

PB C 190 E van 29.7.2008, blz. 1.

(4)

Nog niet in het PB gepubliceerd.


TOELICHTING

I. Achtergrond

I. Het derde maritieme pakket

Het derde maritieme pakket (ook bekend als het Erika III-pakket) werd eind 2005 door de Commissie voorgesteld. Dit pakket volgde op het Erika I- en Erika II-pakket, die na het ongeluk met de "Erika" in 1999 voor de Franse Atlantische kust werden samengesteld. Een andere aanleiding was de resolutie van het Parlement van 21.4.2004, opgesteld door de tijdelijke commissie voor de verbetering van de veiligheid op zee ("MARE"), die werd ingesteld na het ongeluk met de "Prestige" in 2002.

Het algemene doel van het derde maritieme pakket is een verdere versterking van de bestaande veiligheidswetgeving van de EU en de omzetting in Gemeenschapswetgeving van de voornaamste internationale instrumenten. De zeven voorstellen uit het pakket zijn gericht op de voorkoming van ongelukken (door verbetering van de kwaliteit van Europese vlaggen, herziening van de wetgeving inzake de havenstaatcontrole en het toezicht op het scheepvaartverkeer en door verbetering van de voorschriften betreffende classificatiebedrijven) en het waarborgen van een doeltreffende reactie in geval van een ongeluk (door ontwikkeling van een geharmoniseerd kader voor het onderzoek van ongelukken, de invoering van regels voor de schadeloosstelling van passagiers in geval van een ongeluk en door invoering van voorschriften over de aansprakelijkheid van de reder, gekoppeld aan een verplicht verzekeringsprogramma).

I.2 Dit voorstel

Met het Commissievoorstel werd beoogd de gemeenschappelijke EU-voorschriften en -normen voor de met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en de daarmee samenhangende werkzaamheden van maritieme instanties te versterken. De voornaamste taak was de herziening van de bestaande EU-wetgeving, zoals neergelegd in richtlijn 94/57/EG en de regulering van de als "classificatiebureaus" bekend staande organisaties, die momenteel de verantwoordelijkheid hebben voor de inspectie van schepen en de afgifte van vergunningen.

Met het Commissievoorstel wordt de rol van de door de EU erkende classificatiebureaus versterkt en verduidelijkt, aangezien er ernstige tekortkomingen bij het proces van de inspectie en de certificering van vaartuigen werden geconstateerd. Een nauwkeurig toezicht door de aangewezen autoriteiten moet ervoor zorgen dat deze organisaties, die de taak hebben te garanderen dat de schepen die onze zeeën bevaren voldoen aan de desbetreffende internationale normen op veiligheidsgebied en einde voor de bestrijding van verontreiniging, onafhankelijk en vastberaden optreden.

II. De wetgevingsprocedure voorafgaande aan de bemiddeling

II.1 Het derde maritieme pakket in de eerste en tweede lezing

Het Parlement heeft het maritieme pakket altijd als één geheel beschouwd en om die reden werden de afzonderlijke onderdelen daarvan altijd samen behandeld. De eerste lezing van de zeven voorstellen vond in maart/april 2007 plaats. In de Raad werd op bijeenkomsten in juni en november 2007 politieke overeenstemming bereikt over zes van de acht voorstellen (waarbij één dossier in een richtlijn en een verordening werd gesplitst). Twee dossiers (over de verplichtingen van de vlaggenstaten en wettelijke aansprakelijkheid) bleven echter geblokkeerd omdat de lidstaten zich op het standpunt stelden dat dergelijke wetgeving niet op EU-niveau moet worden vastgesteld. Een in april 2008 ondernomen poging de dossiers te deblokkeren had geen succes.

De lidstaten trachtten het Parlement onder druk te zetten om door te gaan met de wetgevingsprocedure van de zes voorstellen door de gemeenschappelijke standpunten door te geven. Het Parlement ging uiteindelijk akkoord met deze benadering teneinde vooruitgang te bereiken.

Nadat de gemeenschappelijke standpunten in juni 2008 waren doorgegeven bleef het Parlement niettemin druk op de Raad uitoefenen om vooruitgang bij de twee resterende dossiers (inmiddels bekend als de "missing two") te boeken. Dit gebeurde door de belangrijkste elementen van deze dossiers via amendementen op te nemen in een aantal actieve wetgevingsdossiers van het pakket.

Daarnaast verliepen de onderhandelingen over de zes dossiers in de tweede lezing zonder succes. Het lot van de "missing two" en ook moeilijkheden bij enkele dossiers leidden tot het besluit om voor geen enkel dossier tot overeenkomst in tweede lezing te komen. In de plenaire vergadering greep het Parlement terug op zijn amendementen op alle dossiers uit de eerste lezing, evenals op de amendementen die de voornaamste elementen van de "missing two" bevatten. Vervolgens werden de zes dossiers aan de bemiddeling onderworpen.

II.2 Dit voorstel in de eerste en tweede lezing

Het Parlement was het bij dit dossier eens met de benadering van de Commissie. Bij de eerste lezing streefde het Parlement in grote lijnen naar de verduidelijking en verbetering van het voorstel ( bijvoorbeeld in verband met de rol van erkende organisaties die namens de staat optreden, de instelling van een comité ter evaluatie van de kwaliteitsbeheerssystemen van erkende organisaties).

De Raad stond in zijn gemeenschappelijk standpunt positief tegenover de opvattingen van het Parlement in de eerste lezing, en bij de tweede lezing waren er geen belangrijke punten die de instellingen verdeelden. De voornaamste verandering die de Raad invoerde was het splitsen van het oorspronkelijke voorstel in twee afzonderlijke rechtsinstrumenten (een richtlijn en een verordening), een ingreep die zowel voor het Parlement als voor de Commissie aanvaardbaar was, omdat het voor meer duidelijkheid op rechtsgebied zorgt.

III. Bemiddeling

III.1 Het derde maritieme pakket in de bemiddeling

Naar aanleiding van de tweede lezing op 24 september 2008 en aangezien de politieke wil aanwezig was om de bemiddeling onder het Franse voorzitterschap af te sluiten, werd de bemiddelingsdelegatie van het Parlement zeer snel, op 7 oktober 2008, samengesteld.

Tegelijkertijd begon ook de door het Parlement op de Raad uitgeoefende druk om tot overeenstemming over de "missing two" te komen tot resultaten te leiden. Na een informele Raadsbijeenkomst, waarop het punt in aanwezigheid van voorzitter Paola Costa van de Commissie vervoer en toerisme werd besproken, werd op 9 oktober 2008 over de beide dossiers politieke overeenstemming bereikt.

Het Parlement en de Raad hielden twee trialogen (op 4 november en 2 december) plus een informele bijeenkomst op 18 december over de moeilijkste dossiers die voorgelegd zouden worden aan het bemiddelingscomité, waarmee de onderhandelingen werden afgesloten. De delegatie van het Parlement kwam tweemaal bijeen (op 5 november en 3 december) in aanvulling op de vergaderingen van het onderhandelingsteam waarvan - vanwege de omvang van het pakket - bij wijze van uitzondering de coördinatoren van de Commissie vervoer en toerisme deel uitmaakten.

Op 8 december werd overeenstemming bereikt over de laatste nog te behandelen punten van het moeilijkste dossier (van de heer Costa). Op die avond overhandigde het Parlement het voorzitterschap ook brieven waarin het zich bereid verklaarde tot een akkoord te komen over punten waarover men het al vroeg bij de tweede lezing van de "missing two" eens was geworden, zodat de Raad de gelegenheid zou hebben zijn twee gemeenschappelijke standpunten op zijn zitting van 9 december aan te nemen.

In het bemiddelingscomité werd de Raad vertegenwoordigd door de heer Bussereau, fungerend voorzitter van de Raad en minister van vervoer van Frankrijk. Ondervoorzitter Tajani vertegenwoordigde de Commissie. Hiermee werd eens te meer aangetoond dat verplaatsing van zeer moeilijke onderhandelingen naar het allerhoogste politieke niveau en de dynamiek van een bemiddelingsavond voor het verschil tussen wel of geen akkoord kunnen zorgen.

Het resultaat van de bemiddeling is voor het Parlement per saldo uiterst positief. Niet alleen werd er over de "missing two" gelijktijdig overeenstemming bereikt, maar ook werd een groot aantal verbeteringen aangebracht in de bij de bemiddeling tot stand gekomen teksten. Dit was voornamelijk te danken aan de solidariteit tussen de leden die er niet in berustten dat één dossier werd afgesloten zonder dat er een akkoord over alle dossiers tot stand was gekomen.

Uit de speciale omstandigheden rondom het maritieme pakket is echter ook gebleken dat het niet ideaal is als hetzelfde voorzitterschap verantwoordelijk is voor de onderhandelingen in tweede en derde lezing. In het Coreper leek het voor het voorzitterschap erg moeilijk de lidstaten ervan te overtuigen dat zij toch nog een poging moesten doen, aangezien de onderhandelingen in psychologische zin al te lang hadden geduurd. Aan de andere kant was voor het Parlement met de bemiddeling een geheel nieuwe fase aangebroken, hoewel deze in de Raad onder hetzelfde voorzitterschap als een voortzetting van de oude werd beschouwd.

III.2 Dit voorstel in de bemiddeling

De onderhandelingen over dit dossier in de bemiddelingsprocedure werden op het niveau van trialoogvergaderingen afgerond vóór de bijeenkomst van het bemiddelingscomité, dat zich vervolgens alleen met het resterende open dossier bezighield. De belangrijkste punten van het akkoord kunnen als volgt worden samengevat:

· Verwijzing naar het Zeerechtverdrag van de VN: Een controversiële overweging waarin naar UNCLOS werd verwezen werd geschrapt, aangezien zowel het Parlement als de Commissie van mening waren dat dit een verzwakking van de verordening zou betekenen.

· Evaluatie en certificatie van kwaliteit via een gemeenschappelijk orgaan: In verwijzingen zal dit orgaan worden aangeduid als "Onafhankelijke entiteit voor kwaliteitsbeoordeling en certificatie", een compromis waarmee tegelijkertijd tegemoetgekomen werd gekomen aan de wens van het Parlement de onafhankelijkheid van deze entiteit te onderstrepen, en het verlangen van de Raad de uiteindelijke vorm aan de organisaties zelf over te laten.

V. Conclusie

Het akkoord dat aan het einde van de bemiddelingsprocedure werd bereikt, bevat de belangrijkste punten uit de amendementen die het Parlement in de tweede lezing had aangenomen. De delegatie beveelt het Parlement dan ook aan in derde lezing zijn goedkeuring te hechten aan de gemeenschappelijke tekst.


PROCEDURE

Titel

Door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties (herschikking)

Document- en procedurenummers

PE-CONS 3720/2008 – C6-0043/2009 – 2005/0237A(COD)

Voorzitter van de delegatie: ondervoorzitter

Rodi Kratsa-Tsagaropoulou

Commissie ten principale:

Voorzitter:

TRANPaolo Costa

Rapporteur(s)

Luis de Grandes Pascual

Voorstel van de Commissie

COM(2005)0587

Datum eerste lezing EP – P-nummer

25.4.2007

P6_TA(2007)0150

Gewijzigd voorstel van de Commissie

 

Gemeenschappelijk standpunt Raad

  Datum bekendmaking

5726/2/2008 – C6-0223/2008

19.6.2008

Standpunt Commissie (art. 251, lid 2, tweede alinea, derde streepje)

COM(2008)0370

Datum tweede lezing EP – P-nummer

24.9.2008

P6-TA(2008)0448

Advies van de Commissie(art. 251, lid 2, derde alinea, punt c))

COM(2008)0826

Datum ontvangst tweede lezing door de Raad

10.10.2008

Datum brief van de Raad inzake niet-goedkeuring amendementen van het EP

27.11.2008

Vergaderingen bemiddelingscomité

8.12.2008

 

 

Datum stemming delegatie EP

8.12.2008

Uitslag stemming

+:

–:

0:

140

0

Aanwezige leden

Paolo Costa, Emanuel Jardim Fernandes, Luis de Grandes Pascual, Georg Jarzembowski, Anne E. Jensen, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Rosa Miguélez Ramos, Gilles Savary, Brian Simpson, Dirk Sterckx, Silvia-Adriana Ţicău, Dominique Vlasto, Corien Wortmann-Kool

Aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Inés Ayala Sender, Renate Sommer

Aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 

Datum overeenstemming bemiddelingscomité

8.12.2008

Overeenstemming bij briefwisseling

 

 

Datum constatering goedkeuring gemeenschappelijke ontwerptekst en toezending aan EP en Raad

3.2.2009

Datum indiening

25.2.2009

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

VERLENGING VAN TERMIJNEN

Termijn tweede lezing Raad

0.0.0000

Termijn bijeenroeping bemiddelingscomité

        Instelling – datum

0.0.0000

 

[Raad] – 0.0.0000

Termijn werkzaamheden bemiddelingscomité

        Instelling – datum

3.2.2009

 

[EP] – 19.1.2009

Termijn aanneming besluit

        Instelling – datum

0.0.0000

[Raad] – 0.0.0000

Laatst bijgewerkt op: 26 februari 2009Juridische mededeling