over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (gecodificeerde versie)
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (gecodificeerde versie)
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2008)0842),
– gelet op de artikelen 26, 37 en 308 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0019/2009),
– gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten(1),
– gelet op de artikelen 80 en 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A6-0129/2009),
A. overwegende dat naar de mening van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie het voorstel in kwestie uitsluitend een codificatie van de bestaande teksten inhoudt, zonder enige inhoudelijke wijziging,
1. gaat akkoord met het voorstel van de Commissie zoals dit is aangepast aan de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;
2. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 over een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten, en met name punt 4 daarvan, is de uit de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie bestaande adviesgroep op 20 januari 2009 bijeengekomen om onder meer bovengenoemd voorstel van de Commissie te onderzoeken.
Tijdens die bijeenkomst(1) heeft de adviesgroep na bestudering van het voorstel voor een besluit van de Raad tot codificatie van Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen in onderlinge overeenstemming het volgende vastgesteld.
1) In artikel 109 moet het tweede streepje van artikel 114 van Verordening (EEG) nr. 918/83 in aangepaste vorm opnieuw worden opgenomen. Door deze wijziging zou de tekst van artikel 109 in het codificatievoorstel als volgt komen te luiden:
"Artikel 109
1. De lidstaten kunnen de hoeveelheid brandstof die voor de vrijstelling in aanmerking komt, beperken:
a) voor bedrijfsvoertuigen die internationaal vervoer verrichten naar hun grensgebied waarvan de breedte, in rechte lijn vanaf de grens gemeten, maximaal 25 km bedraagt, wanneer dit vervoer wordt verricht door personen die in dit gebied wonen;
b) voor personenwagens die toebehoren aan personen die in het grensgebied wonen.
2. Voor de toepassing van de bepalingen van lid 1 wordt onder "grensgebied" verstaan: onverminderd de ter zake bestaande overeenkomsten, een gebied waarvan de breedte maximaal vijftien kilometer in rechte lijn, gemeten vanaf de grens, mag bedragen. Gemeenten die gedeeltelijk binnen het grensgebied vallen, moeten tot dat gebied worden gerekend. De lidstaten mogen hierop uitzonderingen toestaan.".
2) In artikel 111 moet het woord "ook", dat in de bestaande bewoording van artikel 116 van Verordening (EEG) nr. 918/83 staat, opnieuw worden ingevoegd tussen de woorden "geldt" en "voor".
3) In artikel 127 moet de verwijzing naar "artikel 18, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2913/92" worden vervangen door een verwijzing naar "artikel 18, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2913/92".
4) In artikel 130 moet punt c) van artikel 135 van Verordening (EEG) nr. 918/83 in aangepaste vorm opnieuw worden opgenomen. Door deze wijziging zou de tekst van artikel 130 van het codificatievoorstel als volgt komen te luiden:
"Artikel 130
De bepalingen van deze verordening vormen geen beletsel voor de handhaving:
a) door Griekenland, van de aan de berg Athos verleende speciale status zoals die gewaarborgd is bij artikel 105 van de Griekse grondwet;
b) door Spanje en Frankrijk, tot de inwerkingtreding van een regeling van het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Andorra, van de vrijstellingen ingevolge de overeenkomsten van 13 juli 1867, respectievelijk 22 en 23 november 1867 tussen deze landen en Andorra;
c) door de lidstaten, tot een maximum van 210 euro, van de eventuele vrijstelling die zij op 1 januari 1983 hebben verleend aan zeelieden van de koopvaardij die internationaal reizen;
d) door het Verenigd Koninkrijk, van de vrijstellingen op de invoer van goederen ten behoeve van zijn strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of kantines die het gevolg zijn van het Verdrag betreffende de oprichting van de Republiek Cyprus van 16 augustus 1960."
5) Wat de bijlagen I, II, III en IV betreft, werd erkend dat bepaalde GN-codes en beschrijvingen daarin wellicht moeten worden aangepast om rekening te houden met de tekst van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad, als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1031/2008.
Op grond daarvan is de adviesgroep unaniem tot de conclusie gekomen dat het voorstel een loutere codificatie van bestaande documenten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen.
De adviesgroep beschikte over 22 taalversies van het voorstel; bij haar onderzoek is zij uitgegaan van de Engelse versie, de originele versie van de te behandelen tekst.