betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators
tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(3),
Gezien het advies van het Comité van de Regio's(4),
Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag(5),
Overwegende hetgeen volgt:
(1) In de mededeling van de Commissie van 10 januari 2007 met als titel "Een energiebeleid voor Europa" is benadrukt hoe belangrijk het is de interne markt voor elektriciteit en aardgas te voltooien. Daarbij is een verbetering van het regelgevingskader op Gemeenschapsniveau als een van de belangrijkste voorwaarden aangemerkt.
(2) Bij Besluit 2003/796/EG van de Commissie(6) is een onafhankelijke adviesgroep op het gebied van elektriciteit en gas, de "Europese Groep van regulerende instanties voor elektriciteit en gas" ("ERGEG") opgericht om de raadpleging, coördinatie en samenwerking tussen de regulerende organen in de lidstaten en tussen deze organen en de Commissie te vergemakkelijken, met het oog op consolidering van de interne markt voor elektriciteit en aardgas. Deze groep bestaat uit vertegenwoordigers van de nationale regulerende instanties die zijn ingesteld krachtens Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit(7) en krachtens Richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas(8).
(3) De werkzaamheden die de ERGEG sinds haar oprichting heeft verricht, hebben een positieve bijdrage geleverd tot de interne markt voor elektriciteit en gas. Binnen de sector wordt echter algemeen onderkend dat de vrijwillige samenwerking tussen de nationale regulerende instanties thans zou moeten plaatsvinden binnen een communautaire structuur met duidelijke bevoegdheden, waaronder de bevoegdheid om in een aantal specifieke gevallen zelf een individuele reguleringsbeslissing te nemen. Dit is ook voorgesteld door de ERGEG.
(4) De Europese Raad van maart 2007 heeft de Commissie verzocht een voorstel in te dienen voor maatregelen om een onafhankelijk samenwerkingsmechanisme voor de nationale regulerende instanties op te zetten.
(5) De lidstaten moeten nauw samenwerken en de obstakels uit de weg ruimen voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en gas, ten einde de doelstellingen van het communautaire energiebeleid te bereiken.Uit de effectbeoordeling van de voor een centraal orgaan benodigde middelen is gebleken dat een onafhankelijk centraal orgaan op termijn een aantal voordelen biedt ten opzichte van andere opties. ▌Een agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators ("het agentschap") moet worden opgericht om de regelgevingskloof op communautair niveau te dichten en bij te dragen tot een adequate werking van de binnenmarkt voor elektriciteit en aardgas. Het agentschap moet tevens nationale regelgevende overheden in staat stellen intensiever op communautair niveau samen te werken en op wederzijdse basis aan de uitvoering van communautaire taken deel te nemen.
(6) Het agentschap moet ervoor zorgen dat de reguleringstaken die de nationale regulerende instanties overeenkomstig de Richtlijn .../.../EG van het Europees Parlement en de Raad van ... betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit(9)(10)* en Richtlijn .../.../EG van het Europees Parlement en de Raad van … betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas(11)(12)** op nationaal niveau verrichten, op Gemeenschapsniveau naar behoren worden gecoördineerd en zo nodig aangevuld.
Daartoe moet zijn onafhankelijkheid tegenover elektriciteits- en gasproducenten, beheerders van publieke of particuliere transmissie- en distributiesystemen en consumenten gewaarborgd worden, moet verzekerd worden dat zijn optreden met de Gemeenschapswetgeving strookt en moeten zijn technische en regulerende capaciteiten, transparantie, ontvankelijkheid voor democratische controle en efficiëntie gewaarborgd zijn.
(7) Het agentschap moet toezicht uitoefenen op de regionale samenwerking tussen transmissiesysteembeheerders in de elektriciteit- en de gassector en op de uitvoering van de taken van het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit ("ENTSB voor elektriciteit") en het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor gas ("ENTSB voor gas"). De betrokkenheid van het agentschap is van essentieel belang om te zorgen voor een efficiënte en transparante samenwerking tussen transmissiesysteembeheerders in het belang van de interne markten voor elektriciteit en aardgas.
(7 bis) Het agentschap moet in samenwerking met de Commissie, de lidstaten en de betreffende nationale instanties toezien op de interne markten voor elektriciteit en aardgas, en het Europees Parlement, de Commissie en de nationale instanties zo nodig van zijn bevindingen op de hoogte stellen. Deze toezichtstaken van het agentschap moeten niet het toezicht door nationale instanties, in het bijzonder de mededingingsautoriteiten, of door de Commissie overlappen of hinderen.
(8) Het agentschap speelt een belangrijke rol bij de uitwerking van ▌kaderrichtsnoeren die niet-bindend van aard zijn (hierna "kaderrichtsnoeren")en waarmee de netcodes moeten overeenstemmen. Het wordt tevens passend geacht dat het agentschap, in overeenstemming met het doel ervan, een rol speelt bij de beoordeling van de netcodes (zowel bij de opstelling als bij de wijziging ervan), teneinde te garanderen dat deze overeenstemmen met de ▌kaderrichtsnoeren, voordat het de aanneming ervan aan de Commissie aanbeveelt.
(9) Er moet een geïntegreerd kader worden geboden waarbinnen nationale regelgevende instanties kunnen deelnemen en samenwerken. Dit kader moet de uniforme toepassing van de internemarktwetgeving voor elektriciteit en gas in de gehele Gemeenschap bevorderen. In bepaalde zaken waarbij meer dan een lidstaat is betrokken, moet het agentschap de bevoegdheid krijgen zelf een individuele beslissing te nemen. Deze bevoegdheid moet onder bepaalde voorwaarden gelden voor technische kwesties, de regulering van de infrastructuur voor elektriciteit en gas die ten minste twee lidstaten verbindt of kan verbinden, en ten slotte voor vrijstellingen van de internemarktregelgeving voor nieuwe elektriciteitsinterconnectoren en voor nieuwe gasinfrastructuur die ligt in meer dan een lidstaat.
(10) Aangezien het agentschap overzicht heeft over de nationale regulerende instanties, moet het de taak krijgen om de Commissie, andere Gemeenschapsinstellingen en nationale regulerende instanties advies uit te brengen over alle kwesties die in verband staan met het doel waarvoor het is opgericht. Ook moet het de Commissie informeren wanneer het van oordeel is dat de samenwerking tussen transmissiesysteembeheerders niet het gewenste resultaat oplevert of wanneer een nationale regulerende instantie een beslissing heeft genomen die niet in overeenstemming is met de richtsnoeren, en het advies, de aanbeveling of de beslissing van het agentschap niet adequaat opvolgt.
(11) Het agentschap moet ook aanbevelingen kunnen doen om de uitwisseling van deugdelijke werkmethoden tussen de regulerende autoriteiten en de marktpartijen te bevorderen.
(11 bis) Het agentschap moet zo nodig overleg plegen met belanghebbende partijen en hun in redelijke mate de mogelijkheid bieden commentaar te leveren op de voorgestelde maatregelen, zoals netcodes en voorschriften.
(11 ter) Het agentschap moet bijdragen aan de tenuitvoerlegging van de richtsnoeren inzake trans-Europese energienetwerken, zoals vermeld in Beschikking nr. 1364/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 tot opstelling van richtsnoeren voor trans-Europese netwerken in de energiesector(13), met name wanneer het in overeenstemming met artikel 6, lid 3, advies uitbrengt over detienjarige netontwikkelingsplannen.
(11 quater) Het agentschap moet bijdragen aan de inspanningen om de zekerheid van de energievoorziening te vergroten.
(12) De structuur van het agentschap moet zijn afgestemd op de specifieke vereisten van de regulering op energiegebied. Met name moet ten volle rekening worden gehouden met de specifieke rol van de nationale regelgevende instanties en moet hun onafhankelijkheid worden gegarandeerd.
(13) De raad van bestuur moet de nodige bevoegdheden krijgen om de begroting vast te stellen, op de uitvoering daarvan toe te zien, een huishoudelijk reglement op te stellen, een financiële regeling vast te stellen en de directeur te benoemen. Er dient te worden voorzien in een regeling betreffende de rotatie van door de Raad benoemde leden van de raad van bestuur, om over langere tijd gezien een evenwichtige deelname door de lidstaten mogelijk te maken. De raad van bestuur moet onafhankelijk en op objectieve wijze optreden, in het algemeen belang, en mag geen politieke instructies verlangenof aanvaarden.
(14) Het agentschap moet de benodigde bevoegdheden krijgen om de regelgevingstaken efficiënt, transparant, onderbouwd en vooral onafhankelijk te vervullen. De onafhankelijkheid tegenover energieproducenten en transmissie- en distributiesysteembeheerders niet alleen een basisbeginsel van goed bestuur, maar ook van essentieel belang voor het marktvertrouwen. Onverminderd het feit dat zijn leden namens hun respectieve nationale autoriteiten optreden, moet de raad van regulators daarom onafhankelijk van de belangen van de markt opereren, moet belangenverstrengeling vermijden en mag geen instructies verlangen of aanvaardennoch aanbevelingen accepteren van een regering van een lidstaat, de Commissie of een andere publieke of particuliere entiteit. De beslissingen van de raad van regulators moeten tegelijkertijd in overeenstemming zijn metde Gemeenschapswetgeving inzake energie, het milieu, de interne energiemarkt en mededinging. De raad van regulators moetverslag uitbrengen aan de Gemeenschapsinstellingen over zijn adviezen, aanbevelingen en besluiten ▌.
(15) In gevallen waarin het agentschap beslissingsbevoegdheden heeft, moeten de betrokken partijen om redenen van proceseconomie het recht krijgen om in beroep te gaan bij een raad van beroep, die deel moet uitmaken van het agentschap, maar wel onafhankelijk moet zijn van zijn bestuurlijke en reguleringsstructuur. Met het oog op de continuïteit zou de raad van beroep bij de benoeming of verlenging van de ambtstermijn van de leden, gedeeltelijk moeten kunnen worden vervangen.
Tegen de beslissingen van de raad van beroep moet bij het Gerecht van eerste aanleg of hetHof van Justitie van de Europese Gemeenschappen beroep kunnen worden aangetekend.
(16) Het agentschap moet voornamelijk worden gefinancierd uit de algemene begroting van de Europese Unie, uit vergoedingen en uit vrijwillige bijdragen. Met name moeten de middelen die de regulerende instanties momenteel beschikbaar stellen voor hun samenwerking op communautair niveau, beschikbaar blijven voor het agentschap. Voor subsidies ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie moet de communautaire begrotingsprocedure blijven gelden. Bovendien moet de Rekenkamer de rekeningen controleren overeenkomstig artikel 91 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(14).
(16 bis) Na het opzetten van het agentschap dient de begroting ervan doorlopend geëvalueerd te worden door de begrotingsautoriteit op basis van de werklast en resultaten van het agentschap. De begrotingsautoriteit moet waarborgen dat wordt voldaan aan de beste normen op het gebied van doeltreffendheid.
(17) Het agentschap moet over hooggekwalificeerd personeel beschikken. Met name moet het kunnen profiteren van de bekwaamheid en ervaring van het door de nationale regulerende instanties, de Commissie en de lidstaten gedetacheerde personeel. Het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling van toepassing op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen (respectievelijk het "statuut" en de "regeling"), neergelegd in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68(15) en de regels die de instellingen van de Europese Gemeenschap gezamenlijk hebben vastgesteld met het oog op de toepassing van dit statuut en deze regeling, moeten van toepassing zijn op het personeel van het agentschap. De raad van bestuur moet in overleg met de Commissie de nodige uitvoeringsmaatregelen vaststellen.
(18) Het agentschap moet de algemene voorschriften voor de toegang van het publiek tot documenten van communautaire organen toepassen. De raad van bestuur moet de praktische maatregelen tot bescherming van commercieel gevoelige en persoonsgegevens vaststellen.
(19) Overeenkomstig door de Gemeenschap te sluiten relevante overeenkomsten moet deelname van derde landen die geen lid zijn van de Gemeenschap aan de werkzaamheden van het agentschap mogelijk zijn.
(20) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(16).
(21) In het bijzonder moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om de richtsnoeren aan te nemen die nodig zijn in situaties waarin het agentschap bevoegd wordt om te beslissen over de voorwaarden voor toegang tot en de operationele veiligheid van grensoverschrijdende infrastructuur. Aangezien het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing.
(21 bis) De Commissie moet bij het Europees Parlement en de Raad uiterlijk drie jaar nadat de eerste directeur van het agentschap in functie is getreden, en daarna om de vier jaar, een verslag indienen over de specifieke taken en bereikte resultaten van het agentschap, vergezeld van passende voorstellen. In dat verslag moet de Commissie voorstellen doen over aanvullende taken voor het agentschap.
(22) Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk de deelname van en samenwerking tussen de nationale regulerende instanties op Gemeenschapsniveau, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Gemeenschap kan worden bereikt, kan de Gemeenschap overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, dat ook in dat artikel is neergelegd, gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.
(22 bis) Het agentschap moet zo nodig verantwoording afleggen aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
OPRICHTING EN WETTELIJKE STATUS
Artikel 1
Oprichting
1. Er wordt een agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators, hierna "het agentschap" te noemen, opgericht.
2. Het agentschap heeft ten doel de in artikel 34 van Richtlijn 2009/…/EG van het Europees Parlement en de Raad van … betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit(17)(18)+ en artikel 38 van Richtlijn 2009/…/EG van het Europees Parlement en de Raadvan … betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas(19)+bedoelde regulerende instanties bij te staan bij het op Gemeenschapsniveau uitoefenen van de in de lidstaten vervulde reguleringstaken, en hun activiteiten zo nodig te coördineren.
3. Totdat de huisvesting van het agentschap gereed is, biedt de Commissie het agentschap een onderkomen in haar gebouwen.
Artikel 2
Rechtsvorm
1. Het agentschap is een communautair orgaan met rechtspersoonlijkheid.
2. In elke lidstaat heeft het de ruimste handelingsbevoegdheid welke door de nationale wetgeving aan rechtspersonen wordt toegekend. Het kan met name roerende en onroerende goederen verwerven en vervreemden, en in rechte optreden.
3. Het wordt vertegenwoordigd door zijn directeur.
Artikel 3
Samenstelling
Het agentschap bestaat uit:
(a) een raad van bestuur, die de in artikel 12 vermelde taken vervult;
(b) een raad van regulators, die de in artikel 14 vermelde taken vervult;
(c) een directeur, die de in artikel 16 vermelde taken vervult;
(d) een raad van beroep, die de in artikel 18 vermelde taken vervult.
Artikel 4
Handelingen van het agentschap
Het agentschap ▌:
(a) brengt advies uit en doet aanbevelingen aan transmissiesysteembeheerders;
(b) brengt advies uit aan regulerende instanties;
(c) brengt advies uit en doet aanbevelingen aanhetEuropees Parlement, de Raad of de Commissie;
(d) neemt in de in de artikelen 7, 8 en 9 genoemde specifieke gevallen zelf een individuele beslissing ║.
(d bis) legt niet-bindende kaderrichtsnoeren voor (hierna "kaderrichtsnoeren" te noemen) in overeenstemming met artikel 6 van Verordening (EG) nr. …/2009 van het Europees Parlement en de Raad van … [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit](20)(21)* en artikel 6 van Verordening (EG) nr. …/2009 van het Europees Parlement en de Raad van …[betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten](22)(23)**.
HOOFDSTUK II
TAKEN
Artikel 5
Algemene taken
Het agentschap mag op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie of op eigen initiatief aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie advies uitbrengen of aanbevelingen doen over alle aangelegenheden die verband houden met het doel waarvoor het is opgericht.
Artikel 6
Taken in verband met de samenwerking van transmissiesysteembeheerders
1. Het agentschap brengt de Commissie advies uit over de ontwerpstatuten, de ledenlijst en het ontwerpreglement van orde van het ENTSB voor elektriciteit, en van het ENTSB voor gas, overeenkomstig respectievelijk artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. .../2009[betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit](24)+ en artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. …2009[betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten]+.
2. Het agentschap oefent toezicht uit op de uitvoering van de taken van het ENTSB voor elektriciteit, en van het ENTSB voor gas, die respectievelijk bepaald zijn in artikel 9 van Verordening (EG) nr. ..../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ en artikel 9 van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+.
3. Het agentschap brengt advies uit aan:
a) het ENTSB voor elektriciteit en aan het ENTSB voor gas overeenkomstig respectievelijk artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. ..../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ en artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+over de netcodes; en
b) het ENTSB voor elektriciteit en aan het ENTSB voor gas overeenkomstig respectievelijk artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ en artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+ over de ontwerpversie van het jaarlijkse werkprogramma en van het niet-bindende tienjarige netontwikkelingsplan, en andere relevante documenten als genoemd in artikel 8, lid 3, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit](25)++ en artikel 8, lid 3, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]++, daarbij rekening houdend met de doelstellingen van afwezigheid van discriminatie, de daadwerkelijke mededinging en de efficiënte en veilige werking van de interne markt voor elektriciteit en aardgas.
4. Het agentschap brengt een naar behoren gemotiveerd advies, gebaseerd op feitelijke gegevens, alsmede aanbevelingen uit aan het ENTSB voor elektriciteit, het ENTSB voor gas, het Europees Parlement, de Raad en de Commissie als het van oordeel is dat de ontwerpversie van het jaarlijkse werkprogramma of van het niet-bindende tienjarige netontwikkelingsplan die overeenkomstig artikel 9, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+, respectievelijk artikel 9, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. ..../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+ bij hem is ingediend, niet bijdraagt tot de afwezigheid van discriminatie, de daadwerkelijke mededinging en de efficiënte werking van de markt of een voldoende niveau van voor derde partijen toegankelijke grensoverschrijdende interconnectie, of niet voldoen aan de desbetreffende bepalingen van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]++ en Verordening (EG) nr. ..../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]++, of Richtlijn 2009/.../EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit]++ en Richtlijn .../.../EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas]++.
Het agentschap neemt deel aan de ontwikkeling van netcodes in overeenstemming met artikel 6 van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]++ en artikel 6 van Verordening (EG) nr. ..../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]++.
Het agentschap dient een ontwerp van ▌kaderrichtsnoer bij de Commissie in wanneer het hierom wordt verzocht uit hoofde van artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ en artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. ..../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+ . Het agentschap beziet het ontwerp van ▌ kaderrichtsnoer en dient het opnieuw bij de Commissie in wanneer het hierom wordt verzocht uit hoofde van artikel 6, lid 4, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ en artikel 6, lid 4, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+ .
Het agentschap dient een naar behoren met redenen omkleed advies over de ontwerpnetcode in bij het ENTSB voor elektriciteit en het ENTSB voor gas overeenkomstig artikel 6, lid 7, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ en artikel 6, lid 7, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+ .
Het agentschap dient de netcode bij de Commissie in en kan aanbevelen deze aan te nemen overeenkomstig artikel 6, lid 9, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ en artikel 6, lid 9, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+. Het agentschap stelt een ontwerpnetcode op en dient deze bij de Commissie in wanneer het hiertoe wordt verzocht uit hoofde van artikel 6, lid 10, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ en artikel 6, lid 10, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+.
5. Het agentschap brengt overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit](26)+ en artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+ een naar behoren met redenen omkleed advies uit aan de Commissie wanneer het ENTSB voor elektriciteit en het ENTSB voor gas geen uitvoering geeft aan een van de netcodes die zijn opgesteld uit hoofde van artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ en artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+ of aan een netcode die is vastgesteld overeenkomstig artikel 6, leden 1 tot en met 10, van die verordeningen maar die door de Commissie niet is aangenomen uit hoofde van artikel 6, lid 11, van die verordeningen.
6. Het agentschap oefent toezicht uit op en analyseert de implementatie van de netcodes en de door de Commissie aangenomen richtsnoeren als vastgelegd in artikel 6, lid 11 van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ en in artikel 6, lid 11 van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+, alsmede de weerslag ervan op de harmonisatie van de toepasselijke voorschriften die gericht zijn op het vergemakkelijken van de marktintegratie, alsmede niet-discriminatie, daadwerkelijke mededinging en het efficiënt functioneren van de markt; het brengt verslag uit aan de Commissie.
6 bis. Het agentschap houdt toezicht op de vorderingen bij de uitvoering van projecten om nieuwe interconnectiecapaciteit te scheppen.
6 ter. Het agentschap houdt toezicht op de uitvoering van de tienjarige netwerkontwikkelingsplannen. Indien het constateert dat de uitvoering niet strookt met het plan, onderzoekt het de redenen van deze inconsistenties en doet aanbevelingen aan de betrokken transportnetbeheerders en de nationale regulerende instanties of andere bevoegde organen met het oog op de uitvoering van de investeringen volgens de tienjarige netontwikkelingsplannen.
7. Het agentschap oefent toezicht uit op de regionale samenwerking tussen transmissiesysteembeheerders, zulks overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ en artikel 12 van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+, en houdt, wanneer het adviezen, aanbevelingen en besluiten opstelt, terdege rekening met het resultaat van deze samenwerking.
Artikel 7
Taken in verband met de nationale regulerende instanties
1. Het agentschap neemt de individuele beslissingen over technische aangelegenheden die vereist zijn krachtens Richtlijn 2009/.../EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit](27)+, Richtlijn 2009/…/EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas]+, Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ of Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+.
2. Het agentschap mag op basis van zijn werkprogramma of op verzoek van de Commissie aanbevelingen doen om de uitwisseling van deugdelijke werkmethoden onder regulerende instanties en marktpartijen te bevorderen.
3. Het agentschap zorgt voor een kader waarbinnen nationale regelgevende instanties kunnen samenwerken. Het bevordert de samenwerking tussen de nationale regelgevende instanties en tussen de regelgevende instanties op regionaal en communautair niveau en houdt, wanneer het adviezen, aanbevelingen en besluiten opstelt, terdege rekening met het resultaat van deze samenwerking. Wanneer het agentschap bindende voorschriften voor een dergelijke samenwerking nodig acht, richt het tot de Commissie aanbevelingen ter zake.
4. Het agentschap brengt op verzoek van een regulerende instantie of de Commissie advies uit, gebaseerd op feitelijke gegevens, over de vraag of een besluit van een regulerende instantie in overeenstemming is met de richtsnoeren als bedoeld in Richtlijn 2009/...EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit]+, Richtlijn 2009/…/EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas]+, Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ of Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+ of met andere relevante bepalingen van deze richtlijnen of verordeningen.
5. Wanneer een nationale regulerende instantie niet binnen vier maanden na de ontvangst van het in lid 4 bedoelde advies van het agentschap hieraan een passend gevolg geeft, stelt het agentschap de Commissie en de betreffende lidstaat daarvan in kennis.
6. Wanneer een nationale regulerende instantie in een concrete situatie niet goed weet hoe zij de richtsnoeren van de Commissie als bedoeld in Richtlijn 2009/...EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit]+, Richtlijn 2009/…/EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas]+, Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ of Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten] moet toepassen, kan zij het agentschap om advies vragen. Na advies van de Commissie brengt het agentschap binnen drie maanden na ontvangst van dergelijke vraag advies uit.
7. Het agentschap neemt overeenkomstig artikel 8 een besluit inzake de voorwaarden voor toegang tot en de operationele veiligheid van infrastructuur voor elektriciteit en gas die ten minste twee lidstaten verbindt of kan verbinden, hierna "grensoverschrijdende infrastructuur" genoemd.
Artikel 8
Voorwaarden inzake de toegang tot en de operationele veiligheid van grensoverschrijdende infrastructuur
1. Voor grensoverschrijdende infrastructuur neemt het agentschap uitsluitend besluiten over reguleringskwesties die vallen onder de bevoegdheid van de nationale regulerende instanties, waartoe de voorwaarden voor toegang en operationele veiligheid kunnen behoren:
a) indien de bevoegde nationale regulerende instanties niet in staat zijn gebleken binnen een periode van zes maanden na de datum waarop het geval naar de laatste van deze regulerende instanties is verwezen, overeenstemming te bereiken, of
b) in reactie op een gezamenlijk verzoek van de bevoegde nationale regulerende instanties.
De bevoegde nationale regulerende instanties kunnen gezamenlijk verzoeken dat de onder a) bedoelde periode met maximaal zes maanden wordt verlengd.
Bij de voorbereiding van zijn beslissing raadpleegt het agentschap de betrokken nationale regulerende instanties en transmissiesysteembeheerders en wordt het ingelicht over de voorstellen en opmerkingen van alle betrokken transmissiesysteembeheerders.
2. De toegangsvoorwaarden voor de grensoverschrijdende infrastructuur omvatten:
a) de procedure voor de toewijzing van capaciteit;
b) tijdschema's voor de toewijzing;
c) het delen van ontvangsten uit congestie;
d) de tarieven die in rekening gebracht worden bij de gebruikers van de infrastructuur, bedoeld in artikel 17, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit](28)+ en artikel 35, lid 1, onder d), van Richtlijn 2009/…/EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas]+.
3.Indien een geval krachtens lid 1 naar het agentschap is verwezen, neemt het agentschap:
a)binnen zes maanden vanaf de datum van de verwijzing een besluit;
b)indien noodzakelijk een voorlopig besluit om de voorzieningszekerheid of de operationele veiligheid van de desbetreffende infrastructuurvoorziening te waarborgen.
4. De Commissie kan richtsnoeren vaststellen ten aanzien van die situaties waarin het agentschap de bevoegdheid krijgt om te besluiten over de voorwaarden inzake toegang tot en operationele veiligheid van de grensoverschrijdende infrastructuur. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 31, lid 2, van deze verordening bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
4 bis. Indien de in lid 1 bedoelde reguleringskwesties tevens betrekking hebben op uitzonderingen in de zin van artikel 17 van Verordening (EG) nr. …/2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ en van artikel 35 van Richtlijn 2009/…/EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas]+ , is geen cumulatie mogelijk van de termijn van de onderhavige verordening en de termijnen van artikel 17 van Verordening (EG) nr. …/2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+ en van artikel 35 van Richtlijn 2009/…/EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas]+ .
Artikel 9
Overige taken
1. Het agentschap mag ▌de vrijstellingen verlenen als bedoeld in artikel 17, lid 5, van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit](29)+. Het mag ook vrijstellingen verlenen als bedoeld in artikel 35, lid 4, van Richtlijn 2009/…/EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas]+ wanneer de infrastructuur in kwestie op het grondgebied van meer dan een lidstaat gelegen is.
2. Het agentschap brengt, op verzoek van de Commissie overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit]+of artikel 3, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten]+, advies uit over besluiten van de nationale regulerende instanties betreffende certificering.
Het agentschap kan onder duidelijk omschreven voorwaarden, die door de Commissie zijn vastgesteld volgens richtsnoeren krachtens artikel 18 van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit](30)+ of artikel 23 van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten](31)+, over kwesties in verband met het doel waarvoor het is opgericht, belast worden met aanvullende taken die geen beslisbevoegdheden inhouden.
Artikel 10
Raadplegingen en transparantie
1.Bij de uitvoering van zijn taken, in het bijzonder bij de ontwikkeling van de kaderrichtsnoeren als omschreven in artikel 6 van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit] en artikel 6 van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten], alsmede bij het voorstellen van wijzigingen van codes als omschreven in artikel 7 van deze verordeningen, raadpleegt het agentschap uitvoerig en in een vroeg stadium, marktspelers, transmissiesysteembeheerders, consumenten, eindgebruikers, en in voorkomend geval mededingingsautoriteiten ongeacht hun respectieve bevoegdheden, waarbij het, in het bijzonder bij de uitvoering van taken betreffende de transmissiesysteembeheerders, op een open en doorzichtige wijze opereert.
2. Het agentschap zorgt ervoor dat het publiek en alle belanghebbenden zo nodig van objectieve, betrouwbare en gemakkelijk toegankelijke informatie worden voorzien, in het bijzonder met betrekking tot de resultaten van zijn werkzaamheden.
Alle documenten en notulen van raadplegingsvergaderingen die zijn gehoudens gedurende de ontwikkeling van kaderrichtsnoeren als omschreven in artikel 6 van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit] +en artikel 6 van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten] +, alsmede gedurende de wijziging van codes als omschreven in artikel 7 van deze verordeningen, worden openbaar gemaakt.
3. Vóór de goedkeuring van kaderrichtsnoeren als omschreven in artikel 6 van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit] +en artikel 6 van Verordening (EG) nr. .../2009 [betreffende de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten] +, alsmede de indiening van voorstellen voor codes als omschreven in artikel 7 van deze verordeningen, geeft het agentschap aan hoe de opmerkingen die het heeft ontvangen tijdens de raadpleging heeft verwerkt. Waar geen rekening is gehouden met opmerkingen, wordt dit gemotiveerd.
4. Het agentschap publiceert op zijn website ten minste de agenda, de achtergrondinformatie en, indien van toepassing, de notulen van alle vergaderingen van de raad van bestuur, de raad van regulators en de raad van beroep.
Artikel 10 bis
Toezicht op en verslaglegging inzake de elektriciteits- en aardgassector
1. Het agentschap ziet, in nauwe samenwerking met de Commissie, de lidstaten en relevante nationale instanties, met inbegrip van de nationale reguleringsinstanties, en onverminderd de bevoegdheden van de mededingingsautoriteiten, toe op de interne markt voor elektriciteit en aardgas, met name de consumptieprijzen van gas en elektriciteit, de toegang tot het net, met inbegrip van de toegang van energie uit hernieuwbare bronnen, en naleving van de rechten van de consument, zoals vastgelegd in Richtlijn 2009/...EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit]+ en Richtlijn 2009/…/EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas]+.
2. Het agentschap publiceert een jaarlijks verslag over de resultaten van zijn toezichtsactiviteiten als bedoeld in lid 1. In dat verslag geeft het aan welke obstakels eventueel de voltooiing van deze interne markten in de weg staan.
3. Bij het publiceren van zijn jaarverslag kan het agentschap aan het Europees Parlement en de Commissie een advies indienen over de maatregelen die genomen kunnen worden om eventuele obstakels als bedoeld in lid 2 op te heffen.
HOOFDSTUK III
ORGANISATIE
Artikel 11
Raad van bestuur
1. De raad van bestuur bestaat uit negen leden. Elk lid heeft een plaatsvervanger. Twee leden en hunplaatsvervangers worden benoemd door de Commissie, tweeleden en hun plaatsvervangers worden benoemd door het Europees Parlement en vijf leden en hun plaatsvervangers worden benoemd door de Raad. Een lid van de raad van bestuur kan geen lid zijn van het Europees Parlement. De ambtstermijn bedraagt vier jaar en kan eenmaal worden verlengd. De eerste ambtstermijn bedraagt voor de helft van de leden en hun vervangers evenwel zes jaar.
2. De raad van bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter. De vicevoorzitter vervangt automatisch de voorzitter als deze zijn of haar taken niet kan uitoefenen. De ambtstermijn van de voorzitter en de vicevoorzitter bedraagt twee jaar en kan eenmaal worden verlengd. De ambtstermijn van de voorzitter en dat van de vicevoorzitter loopt echter in ieder geval af wanneer zij geen lid meer zijn van de raad van bestuur.
3. De voorzitter roept de raad van bestuur in vergadering bijeen. Tenzij de raad van bestuur ten aanzien van de directeur anders beslist, nemen de voorzitter van de raad van regulators, of de door die raad uit zijn midden benoemde persoon, en de directeur van het agentschap zonder stemrecht deel aan de vergadering. De raad van bestuur komt ten minste tweemaal per jaar in gewone zitting bijeen. Hij komt ook bijeen op initiatief van zijn voorzitter, op verzoek van de Commissie of op verzoek van ten minste een derde van zijn leden. De raad van bestuur kan iedereen wiens advies van belang kan zijn uitnodigen om als waarnemer aan de vergaderingen deel te nemen. De leden van de raad van bestuur kunnen zich op de door het reglement van orde van de raad bepaalde wijze laten bijstaan door adviseurs of deskundigen. Het agentschap verzorgt het secretariaat van de raad van bestuur.
4. De besluiten van de raad van bestuur worden met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden genomen, tenzij in deze verordening anders is bepaald.
5. Elk lid heeft één stem. In het reglement van orde worden nader bepaald:
a) de regeling voor de stemming, met name de voorwaarden waaronder een lid namens een ander lid kan handelen, alsmede de eventuele voorschriften inzake quorum;
b) de regeling betreffende de rotatie die van toepassing is op de door de Raad benoemde leden van de raad van bestuur en die ten doel heeft over langere tijd gezien een evenwichtige deelname door de lidstaten mogelijk te maken.
6. Een lid van de raad van bestuur is geen lid van de raad van regulators.
7. De leden van de raad van bestuur verbinden zich ertoe in het openbaar belang onafhankelijk en op objectieve wijze op te treden, en verlangenof aanvaarden daarbij geen politieke instructies. Daartoe leggen zij ieder een verbintenisverklaring af alsmede een verklaring omtrent hun belangen, waarin zij hetzij verklaren dat zij geen belangen hebben die geacht zouden kunnen worden afbreuk te doen aan hun onafhankelijkheid, hetzij al hun directe en indirecte belangen vermelden die geacht zouden kunnen worden afbreuk te doen aan hun onafhankelijkheid. Deze verklaringen worden jaarlijks schriftelijk openbaar gemaakt.
Artikel 12
Taken van de raad van bestuur
1. Na de raad van regulators te hebben geraadpleegd en zijn gunstig advies te hebben verkregen overeenkomstig artikel 14, lid 2, benoemt de raad van bestuur de directeur overeenkomstig artikel 15, lid 2.
2. De raad van bestuur benoemt formeel de leden van de raad van regulators overeenkomstig artikel 13, lid 1.
3. De raad van bestuur benoemt formeel de leden van de raad van beroep overeenkomstig artikel 17, lid 1.
4. De raad van bestuur ziet erop toe dat de Autoriteit haar opdracht vervult en de haar opgedragen werkzaamheden verricht overeenkomstig de in deze verordening vastgelegde voorwaarden.
5. De raad van bestuur stelt vóór 30 september van elk jaar na advies van de Commissie, na goedkeuring overeenkomstig artikel 14, lid 3, van de raad van regulators het werkprogramma van het agentschap voor het volgende jaar vast en zendt het toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Het werkprogramma wordt vastgesteld onverminderd de jaarlijkse begrotingsprocedure en wordt openbaar gemaakt.
6. De raad van bestuur keurt een meerjarenprogramma goed en herziet dit indien nodig. Deze herziening geschiedt aan de hand van een evaluatieverslag dat op verzoek van de raad van bestuur door een onafhankelijke externe deskundige wordt opgesteld. Deze documenten worden openbaar gemaakt.
7. De raad van bestuur oefent zijn begrotingsbevoegdheden uit volgens de artikelen 20 tot en met 23.
8. De raad van bestuur beslist, na akkoord van de Commissie, over de aanvaarding van alle legaten, schenkingen en subsidies die afkomstig zijn uit andere bronnen van de Gemeenschap of een vrijwillige bijdrage van de lidstaten of hun regulerende instanties. In het overeenkomstig artikel 23, lid 5, door de raad van bestuur uit te brengen advies wordt uitdrukkelijk ingegaan op de in de lijst in dit lid genoemde financieringsbronnen.
9. De raad van bestuur oefent in overleg met de raad van regulators, tuchtrechtelijke gezag uit over de directeur.
10. De raad van bestuur bepaalt waar nodig het personeelsbeleid van het agentschap overeenkomstig artikel 27, lid 2.
11. De raad van bestuur stelt de bijzondere bepalingen vast inzake het recht van toegang tot de documenten van het agentschap, zulks overeenkomstig artikel 29.
12. De raad van bestuur keurt het bedoelde jaarverslag over de activiteiten van het agentschap goed op basis van het in artikel 16, lid 8, genoemde ontwerpjaarverslag en maakt dit bekend, en doet het verslag uiterlijk op 15 juni toekomen aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de Rekenkamer, ▌het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio’s. Het jaarverslag over de activiteiten van het agentschap bevat een door de raad van regulators goedgekeurd afzonderlijk hoofdstuk over de reguleringswerkzaamheden van het agentschap in het verslagjaar.
13. De raad van bestuur stelt zijn reglement van orde vast en maakt dit bekend.
Artikel 13
Raad van regulators
1. De raad van regulators bestaat uit:
(a) hooggeplaatste vertegenwoordigers van de regulerende instanties als bedoeld in artikel 34, lid 1, van Richtlijn 2009/...EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit]+en artikel 38, lid 1, van Richtlijn 2009/…/EG [betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas]+, alsmede per lidstaat een plaatsvervanger die thans een hoge functie bij deze instanties vervult, en
(b) een vertegenwoordiger, zonder stemrecht, van de Commissie.
Slechts één vertegenwoordiger per lidstaat van de nationale regulerende instantie mag worden toegelaten tot de raad van regulators.
Elke nationale regulerende instantie is verantwoordelijk voor de benoeming van de plaatsvervanger uit het huidige personeel van de nationale regulerende instantie.
2. De raad van regulators kiest uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter. De vicevoorzitter vervangt de voorzitter als deze zijn taken niet kan uitoefenen. De ambtstermijn van de voorzitter en de vicevoorzitter bedraagt tweeënhalf jaar en kan worden verlengd. De ambtstermijn van de voorzitter en dat van de vicevoorzitter loopt echter in ieder geval af wanneer zij geen lid meer zijn van de raad van regulators.
3. De raad van regulators beslist met een meerderheid van twee derde van zijn aanwezige leden. Elk lid of diens plaatsvervanger heeft één stem.
4. De raad van regulators stelt zijn reglement van orde vast en maakt dit bekend. Het reglement van orde bepaalt de nadere bijzonderheden van de stemming, met name de voorwaarden waaronder een lid namens een ander lid kan handelen, alsmede de eventuele quorumvoorschriften. Het reglement van orde kan specifieke werkmethoden omvatten voor de bespreking van punten die zich voordoen in het kader van regionale samenwerkingsinitiatieven.
5. Bij de uitoefening van de taken die hem bij deze verordening worden toebedeeld en onverminderd het feit dat zijn leden namens hun respectieve regulerende instantie optreden, is de raad van regulators onafhankelijk en verlangt of aanvaardt hij geen instructies van enige regering van een lidstaat, de Commissie of van enige publieke of particuliere entiteit.
6. Het agentschap verzorgt het secretariaat van de raad van regulators.
Artikel 14
Taken van de raad van regulators
1. De raad van regulators brengt aan de directeur advies uit over de in de artikelen 5 tot en met 9 bedoelde adviezen, aanbevelingen en besluiten waarvan de aanneming wordt overwogen. Voorts geeft de raad van regulators de directeur bij de uitoefening van zijn taken richtsnoeren op de gebieden die binnen zijn bevoegdheid vallen.
2. Overeenkomstig artikel 12, lid 1, en artikel 15, lid 2, brengt de raad van regulators advies uit bij de raad van bestuur over de kandidaat die voorgedragen wordt als directeur. Hij neemt dit besluit met een meerderheid van drie vierde van zijn leden.
3. De raad van regulators keurt overeenkomstig artikel 12, lid 5, en artikel 16, lid 6, en in overeenstemming met de overeenkomstig artikel 22, lid 1, opgestelde voorlopige ontwerpbegroting het werkprogramma van het agentschap voor het volgende jaar goed en dient het vóór 1 september ter goedkeuring in bij de raad van bestuur.
4. De raad van regulators keurt het afzonderlijke hoofdstuk over de reguleringswerkzaamheden in het jaarverslag als bedoeld in artikel 12, lid 12, en artikel 16, lid 8, goed.
4 bis. Het Europees Parlement kan, met volledige inachtneming van diens onafhankelijkheid, de voorzitter van de raad van regulators, of de vicevoorzitter, verzoeken om voor zijn bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen van leden van die commissie te beantwoorden.
Artikel 15
De directeur
1. Het agentschap wordt geleid door een directeur, die optreedt overeenkomstig de in artikel 14, lid 1, tweede zin, bedoelde richtsnoeren alsmede, waar in deze richtlijn vermeld, overeenkomstig het advies van de raad van regulators. Onverminderd de respectieve rollen van de raad van bestuur en de raad van regulators met betrekking tot de taken van de directeur, verlangt of aanvaardt de directeur geen instructies van enige regering, noch van de Commissie of van enige andere publieke of private entiteit.
2. De directeur wordt, na een openbare oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, op grond van zijn verdiensten, bekwaamheden en ervaring die relevant zijn voor de energiesector, door de raad van bestuur benoemd uit ten minste drie door de Commissie voorgedragen kandidaten, na gunstig advies van de raad van regulators. Vóór de benoeming kan de door de raad van bestuur gekozen kandidaat worden verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.
3. De ambtstermijn van de directeur bedraagt vijf jaar. In de loop van de negen maanden voordat deze periode afloopt, verricht de Commissie een beoordeling. Daarin kijkt de Commissie met name naar:
a) de prestaties van de directeur;
b) de taken en verplichtingen van het agentschap in de volgende jaren.
De onder b) bedoelde beoordeling wordt uitgevoerd met bijstand van een onafhankelijke, externe deskundige.
4. De raad van bestuur kan op voorstel van de Commissie, na raadpleging van en met grondige aandacht voor het beoordelingsverslag en het advies van de raad van regulators over deze beoordeling de ambtstermijn van de directeur eenmaal met ten hoogste drie jaar verlengen, maar alleen indien zulks op grond van de taken en verplichtingen van het agentschap kan worden verantwoord.
5. De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de directeur te verlengen. In de maand die voorafgaat aan de verlenging van zijn of haar ambtstermijn kan de directeur worden gevraagd een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.
6. Indien de ambtstermijn van de directeur niet wordt verlengd, blijft hij zijn ambt uitoefenen totdat zijn vervanger is aangewezen.
7. De directeur kan alleen uit zijn ambt worden ontzet nadat de raad van bestuur na gunstig advies van de raad van regulators daartoe heeft besloten. De raad van bestuur neemt dit besluit met een meerderheid van drie vierde van zijn leden.
8. Het Europees Parlement en de Raad kunnen de directeur verzoeken verslag uit te brengen over de uitvoering van zijn taken. Het Europees Parlement kan de directeur tevens verzoeken om voor zijn bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen van leden van die commissie te beantwoorden.
Artikel 16
Taken van de directeur
1. De directeur treedt op als vertegenwoordiger van het agentschap en is met de leiding ervan belast.
2. De directeur bereidt de werkzaamheden van de raad van bestuur voor. Hij neemt, zonder stemrecht, deel aan de werkzaamheden van de raad van bestuur.
3. De directeur stelt de in de artikelen 5 tot en met 9 bedoelde adviezen, aanbevelingen en besluiten vast, die een gunstig advies van de raad van regulators hebben gekregen, en hij maakt deze bekend.
4. De directeur zorgt voor de tenuitvoerlegging van het jaarlijkse werkprogramma van het agentschap, zulks volgens de aanwijzingen van de raad van regulators en onder het administratief toezicht van de raad van bestuur.
5. De directeur neemt de nodige maatregelen, met name de vaststelling van interne administratieve instructies en de publicatie van nota's, om ervoor te zorgen dat het agentschap werkt overeenkomstig deze verordening.
6. De directeur stelt jaarlijks een ontwerpwerkprogramma van het agentschap voor het volgende jaar op en dient het uiterlijk op 30 juni van dat jaar in bij de raad van regulators, het Europees Parlement en de Commissie.
7. De directeur stelt een voorlopige ontwerpbegroting van het agentschap op ingevolge artikel 22, lid 1, en voert de begroting van het agentschap uit ingevolge artikel 23.
8. De directeur stelt jaarlijks een ontwerpjaarverslag met een apart hoofdstuk over de reguleringswerkzaamheden van het agentschap en een hoofdstuk over financiële en administratieve aangelegenheden op.
9. De directeur oefent jegens het personeel van het agentschap de bevoegdheden als bedoeld in artikel 27, lid 3, uit.
Artikel 17
Raad van beroep
1. De raad van beroep bestaat uit zes leden en zes plaatsvervangers die gekozen worden uit het huidige of voormalige hogere personeel van de nationale regulerende instanties, mededingingsautoriteiten of andere nationale of communautaire instellingen met relevante ervaring in de energiesector. De raad van beroep wijst zelf zijn voorzitter aan. De besluiten van de raad van beroep worden genomen met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen van ten minste vier van de zes leden ervan. De raad van beroep komt bijeen wanneer dit noodzakelijk is.
2. Na een openbare oproep tot het indienen van blijken van belangstelling benoemt de raad van bestuur de leden van de raad van beroep op voorstel van de Commissie en na raadpleging van de raad van regulators.
3. De ambtstermijn van de leden van de raad van beroep bedraagt vijf jaar. Deze termijn kan worden verlengd. De leden van de raad van beroep zijn onafhankelijk bij het nemen van hun besluiten. Zij zijn niet gebonden aan enige instructie. Zij mogen geen enkele andere taak verrichten in het agentschap zelf of in de raad van bestuur of de raad van regulators van het agentschap. Ook mag een lid van de raad van beroep niet uit zijn ambt worden ontzet, tenzij het op ernstige wijze tekort is geschoten en de raad van bestuur na raadpleging van de raad van regulators daartoe besluit.
4. De leden van de raad van beroep mogen niet deelnemen aan de behandeling van een beroepsprocedure als zij daarbij een persoonlijk belang hebben, als zij eerder als vertegenwoordiger van een van de partijen bij de behandeling betrokken zijn geweest of als zij een rol hebben gespeeld bij het besluit waartegen het beroep is ingesteld.
5. Indien een lid van de raad van beroep om een van de in lid 4 genoemde redenen of om enige andere reden meent dat een medelid niet aan een beroepsprocedure zou mogen deelnemen, stelt het de raad van beroep daarvan in kennis. Een lid van de raad van beroep kan om een van de in lid 4 genoemde redenen of als aan zijn onpartijdigheid wordt getwijfeld, door een partij in de beroepsprocedure worden gewraakt. Wraking kan niet zijn gegrond op de nationaliteit van leden en is niet ontvankelijk als de partij in de beroepsprocedure, terwijl zij op de hoogte was van een reden tot het maken van het bezwaar, toch reeds een andere procedurehandeling heeft verricht dan het maken van bezwaar tegen de samenstelling van de raad van beroep.
6. De raad van beroep beslist in de in de leden 4 en 5 bedoelde gevallen zonder deelname van het betrokken lid over de te nemen maatregelen. Voor het nemen van deze beslissing wordt het betrokken lid in de raad van beroep vervangen door zijn plaatsvervanger, tenzij deze in een vergelijkbare situatie verkeert. In dat geval wijst de voorzitter een van de andere beschikbare plaatsvervangers aan.
7. De leden van de raad van beroep verbinden zich ertoe in het openbaar belang onafhankelijk op te treden. Daartoe leggen zij een verbintenisverklaring af alsmede een verklaring omtrent hun belangen, waarin zij hetzij verklaren dat zij geen belangen hebben die geacht zouden kunnen worden afbreuk te doen aan hun onafhankelijkheid, hetzij al hun directe en indirecte belangen vermelden die geacht zouden kunnen worden afbreuk te doen aan hun onafhankelijkheid. Deze verklaringen worden jaarlijks schriftelijk openbaar gemaakt.
Artikel 18
Rechtsmiddelen
1. Een natuurlijke of rechtspersoon, met inbegrip van de nationale regulerende instanties, kan beroep instellen tegen een tot hem gericht besluit als bedoeld in de artikelen 7, 8 en/of 9, of tegen een besluit dat, ofschoon in de vorm van een besluit gericht tot een andere persoon, hem rechtstreeks en individueel raakt.
2. Het beroep wordt tezamen met de uiteenzetting van de gronden voor het beroep binnen twee maanden na de kennisgeving van het besluit aan de betrokken persoon, dan wel bij gebreke daarvan, binnen twee maanden na de dag van publicatie van het besluit door het agentschap, schriftelijk bij het agentschap ingediend. De raad van beroep neemt binnen twee maanden na instelling van het beroep een besluit ter zake.
3. Een ingevolge lid 1 van dit artikel ingesteld beroep heeft geen schorsende werking. De raad van beroep kan echter, indien hij van oordeel is dat de omstandigheden dit vereisen, de toepassing van het bestreden besluit opschorten.
4. Indien het beroep ontvankelijk is, onderzoekt de raad van beroep of het gegrond is. Hij nodigt de partijen in de beroepsprocedure zo vaak als noodzakelijk is uit om binnen een bepaalde termijn opmerkingen te maken naar aanleiding van de kennisgevingen van de raad zelf of de mededelingen van de andere partijen in de beroepsprocedure. Het is partijen in de beroepsprocedure toegestaan een mondelinge uiteenzetting te geven.
5. De raad van beroep kan binnen de voorwaarden van dit artikel elke bevoegdheid uitoefenen die binnen de bevoegdheid van het agentschap valt, dan wel de zaak terugverwijzen naar het bevoegde orgaan van het agentschap. Dit orgaan is gebonden aan de beslissing van de kamer van beroep.
6. De raad van beroep stelt zijn reglement van orde vast en maakt dit bekend.
7. De door de raad van beroep genomen besluiten worden door het agentschap bekendgemaakt.
Artikel 19
Beroep bij het Gerecht van eerste aanleg en het Hof van Justitie
1. Overeenkomstig artikel 230 van het Verdrag kan bij het Gerecht van eerste aanleg of bij het Hof van Justitie beroep worden ingesteld tegen besluiten van de raad van beroep of, bij ontbreken van recht op beroep bij de raad van beroep, tegen besluiten van het agentschap.
2. Indien het agentschap nalaat een besluit te nemen, kan overeenkomstig artikel 232 van het Verdrag bij het Gerecht van eerste aanleg of bij het Hof van Justitie beroep wegens nalaten worden ingesteld.
3. Het agentschap moet de noodzakelijke maatregelen treffen ter uitvoering van het arrest van het Gerecht van eerste aanleg of het Hof van Justitie.
HOOFDSTUK IV
FINANCIELE BEPALINGEN
Artikel 20
Begroting van het agentschap
1. De ontvangsten van het agentschap bestaan met name uit:
a) een subsidie van de Gemeenschap, die in de algemene begroting van de Europese Unie (afdeling Commissie) wordt opgenomen;
b) de vergoedingen die overeenkomstig artikel 21 aan het agentschap betaald worden;
c) een vrijwillige bijdrage van de lidstaten of hun regulerende instanties als genoemd in artikel 12, lid 8;
d) legaten, schenkingen of subsidies als genoemd in artikel 12, lid 8.
2. De uitgaven van het agentschap bestaan uit administratieve, infrastructurele, werkings- en personeelskosten.
3. De ontvangsten en uitgaven moeten in evenwicht zijn.
4. Van alle ontvangsten en uitgaven van het agentschap wordt een raming gemaakt voor elk boekjaar, dat samenvalt met een kalenderjaar. Deze ontvangsten en uitgaven worden in de begroting van het agentschap opgenomen.
Artikel 21
Vergoedingen
1. Voor de behandeling van een aanvraag voor een vrijstellingsbesluit ingevolge artikel 9, lid 1, is een vergoeding verschuldigd aan het agentschap.
2. De uitgaven bestaan uit administratieve, infrastructurele, werkings- en personeelskosten.
Artikel 22
Opstelling van de begroting
1. De directeur stelt jaarlijks uiterlijk op 15 februari een voorontwerp van begroting op voor de operationele uitgaven en het werkprogramma voor het volgende boekjaar en zendt dit voorontwerp aan de raad van bestuur, tezamen met een voorlopige personeelsformatie. De raad van bestuur maakt jaarlijks op basis van het ontwerp van de directeur een raming van de ontvangsten en uitgaven van het agentschap voor het volgende boekjaar. De raad van bestuur dient deze raming, die tevens een ontwerppersoneelsformatie bevat, uiterlijk op 31 maart bij de Commissie in. Vóór de definitieve vaststelling van de raming wordt het ontwerp van de directeur eerst ingediend bij de raad van regelgevers, die daarover een met redenen omkleed advies mag uitbrengen.
2. De Commissie dient de raming tezamen met het voorontwerp van de algemene begroting van de Europese Unie in bij het Europees Parlement en de Raad (hierna "de begrotingsautoriteit" genoemd).
3. Op basis van de ramingen voert de Commissie in het voorontwerp van de algemene begroting van de Europese Unie de vooruitzichten in die zij noodzakelijk acht met betrekking tot de personeelsformatie en het bedrag van de subsidie ten laste van de algemene begroting overeenkomstig artikel 272 van het Verdrag.
4. De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie voor het agentschap vast.
5. De raad van bestuur stelt de begroting van het agentschap op. Deze wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Europese Unie. Indien nodig wordt de begroting dienovereenkomstig aangepast.
6. De raad van bestuur stelt de begrotingsautoriteit onverwijld in kennis van de projecten die hij voornemens is te realiseren en die aanzienlijke financiële gevolgen voor de financiering van zijn begroting kunnen hebben, met name vastgoedprojecten zoals de huur of aankoop van gebouwen. Hij licht de Commissie hierover in. Als een van de takken van de begrotingsautoriteit voornemens is advies uit te brengen, stelt deze het agentschap binnen twee weken na ontvangst van de informatie over het bouwproject in kennis van zijn voornemen om een dergelijk advies uit te brengen. Indien het agentschap geen antwoord ontvangt, kan het doorgaan met zijn plannen.
Artikel 23
Uitvoering van en toezicht op de begroting
1. De directeur treedt op als ordonnateur en voert de begroting van het agentschap uit.
2. Uiterlijk op 1 maart na afloop van het boekjaar deelt de rekenplichtige van het agentschap de voorlopige rekeningen, vergezeld van het verslag over het financieel en begrotingsbeheer in het boekjaar, mede aan de rekenplichtige van de Commissie en aan de Rekenkamer. De rekenplichtige van het agentschap zendt het verslag over het financieel en begrotingsbeheer uiterlijk 31 maart van het volgende jaar ook toe aan het Europees Parlement en de Raad. De rekenplichtige van de Commissie consolideert dan de voorlopige rekeningen van de instellingen en gedecentraliseerde organen overeenkomstig artikel 128 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(32) (het "Financieel Reglement").
3. Uiterlijk op 31 maart na afloop van het boekjaar zendt de rekenplichtige van de Commissie de voorlopige rekeningen van het agentschap, vergezeld van het verslag over het financieel en begrotingsbeheer in het boekjaar, toe aan de Rekenkamer. Het verslag over het financieel en begrotingsbeheer tijdens het boekjaar wordt ook toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.
4. Na ontvangst van de door de Rekenkamer geformuleerde opmerkingen over de voorlopige rekeningen van het agentschap overeenkomstig artikel 129 van het Financieel Reglement stelt de directeur op eigen verantwoordelijkheid de definitieve rekeningen van het agentschap op en zendt hij zij voor advies toe aan de raad van bestuur.
5. De raad van bestuur brengt advies uit over de definitieve rekeningen van het agentschap.
6. De directeur zendt deze definitieve rekeningen, vergezeld van het advies van de raad van bestuur, uiterlijk op 1 juli na afloop van het boekjaar toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en het Hof van Justitie.
7. De definitieve rekeningen worden gepubliceerd.
8. De directeur zendt de Rekenkamer uiterlijk op 15 oktober een antwoord op haar opmerkingen. Hij of zij zendt dit antwoord ook toe aan de raad van bestuur en de Commissie.
9. Overeenkomstig artikel 146, lid 3, van het Financieel Reglement verstrekt de directeur het Europees Parlement op verzoek alle inlichtingen die nodig zijn voor een goed verloop van de kwijtingsprocedure voor het betrokken boekjaar.
10. Het Europees Parlement verleent op aanbeveling van de Raad, die bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, vóór 15 mei van het jaar N + 2, kwijting aan de directeur voor de uitvoering van de begroting van het boekjaar N.
Artikel 24
Financiële voorschriften
Na raadpleging van de Commissie stelt de raad van bestuur de financiële voorschriften op die van toepassing zijn op het agentschap. Deze voorschriften mogen afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 indien de specifieke eisen van de werking van het agentschap dit noodzakelijk maken en de Commissie vooraf toestemming heeft verleend.
Artikel 25
Fraudebestrijdingsmaatregelen
1. Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige handelingen is Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)(33) zonder enige beperking van toepassing op het agentschap.
2. Het agentschap treedt toe tot het Interinstitutioneel akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)(34) en treft onverwijld passende voorzieningen die op alle werknemers van het agentschap van toepassing zijn.
3. De financieringsbesluiten, akkoorden en toepassingsinstrumenten die daaruit voortvloeien, bepalen uitdrukkelijk dat de Rekenkamer en OLAF voor zover nodig een controle ter plekke kunnen uitvoeren bij de begunstigden van de kredieten van het agentschap en bij de personeelsleden die bevoegd zijn voor de toekenning van deze kredieten.
HOOFDSTUK V
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 26
Voorrechten en immuniteiten
Het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen is van toepassing op het agentschap.
Artikel 27
Personeel
1. Het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen en de regels die de instellingen van de Europese Gemeenschap gezamenlijk hebben vastgesteld met het oog op de toepassing van dit statuut en deze regeling, zijn van toepassing op het personeel van het agentschap, met inbegrip van de directeur.
2. De raad van bestuur stelt in overleg met de Commissie de nodige uitvoeringsmaatregelen vast volgens de regelingen van artikel 110 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen.
3. Het agentschap oefent ten aanzien van zijn personeel de bevoegdheden uit die krachtens het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen zijn verleend aan het tot aanstelling bevoegde gezag, alsook die welke krachtens de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen zijn verleend aan het tot het aangaan van overeenkomsten bevoegde gezag.
4. De raad van bestuur kan bepalingen vaststellen waardoor uit de lidstaten gedetacheerde nationale deskundigen voor het agentschap kunnen werken.
Artikel 28
Aansprakelijkheid van het agentschap
1. In geval van niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt het agentschap overeenkomstig de algemene beginselen die de wetgevingen van de lidstaten gemeen hebben, alle schade die het agentschap zelf of het personeel ervan bij de uitoefening van hun taken hebben veroorzaakt. Het Hof van Justitie heeft rechtsbevoegdheid in geschillen over de vergoeding van dergelijke schade.
2. De persoonlijke geldelijke en tuchtrechtelijke aansprakelijkheid van de personeelsleden van het agentschap ten aanzien van het agentschap valt onder de desbetreffende voor het personeel van het agentschap geldende voorschriften.
Artikel 29
Toegang tot documenten
1. Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie is van toepassing op de documenten(35) van het agentschap.
2. De raad van bestuur stelt de praktische maatregelen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001 uiterlijk op ...(36)* vast.
3. Tegen de besluiten van het agentschap ingevolge artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 kan een klacht worden ingediend bij de Ombudsman of beroep worden ingesteld bij het Hof van Justitie onder de voorwaarden als bedoeld in respectievelijk artikel 195 en artikel 230 van het Verdrag.
Artikel 30
Deelneming van derde landen
1. Het agentschap staat open voor deelname van derde landen die met de Gemeenschap overeenkomsten hebben gesloten op grond waarvan zij Gemeenschapswetgeving op het gebied van energie en, voor zover van toepassing, milieu en concurrentievermogen, hebben aangenomen en toepassen.
2. Op basis van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomsten worden afspraken gemaakt over met name de aard, omvang en procedurele aspecten van de betrokkenheid van deze landen bij de werkzaamheden van het agentschap, waaronder afspraken over de financiële en personele bijdrage.
Artikel 31
Comité
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
Artikel 32
Talenregeling
1. Verordening nr. 1 van 15 april 1958 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap(37) is op het agentschap van toepassing.
2. De raad van bestuur beslist over de interne talenregeling van het agentschap.
3. De voor het functioneren van het agentschap vereiste vertaaldiensten worden geleverd door het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie.
HOOFDSTUK VI
SLOTBEPALINGEN
Artikel 33
Beoordeling
1. De Commissie verricht, bijgestaan door een externe, onafhankelijke deskundige, een evaluatie uit van de activiteiten van het agentschap. Daarbij worden de resultaten van het agentschap en zijn aanpak getoetst aan zijn doelstelling, mandaat en taken zoals vastgelegd in deze verordening en in zijn jaarlijkse werkprogramma's. De evaluatie vindt plaats op basis van een uitvoerige raadpleging in overeenstemming met artikel 10.
2. De raad van regulators ontvangt de conclusies van de evaluatie en doet aanbevelingen betreffende wijzigingen van deze verordening, het agentschap en zijn werkmethoden aan de Commissie, die deze, vergezeld van haar advies en passende voorstellen, aan het Europees Parlement en de Raad kan doorgeven.
3. Binnen drie jaar nadat de eerste directeur in functie is getreden, dient de Commissie het eerste evaluatieverslag in bij het Europees Parlement en de Raad. Daarna komt zij ten minste om de vier jaar met een nieuw evaluatieverslag.
Artikel 34
Inwerkingtreding en overgangsmaatregelen
1. Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
2. De artikelen 5 tot en met 10 zijn van toepassing met ingang van … (38)*
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
* Politieke amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven. Technische correcties en aanpassingen door de diensten: nieuwe of vervangende tekst staat in cursief, schrappingen zijn met het symbool ║ aangegeven.
Standpunt van het Europees Parlement van 18 juni 2008 (nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 9 januari 2009 (nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad) en standpunt van het Europees Parlement van xx april 2009.
Datum bekendmaking ontvangst gemeenschappelijk standpunt
15.1.2009
Commissie ten principale
Datum bekendmaking
ITRE
15.1.2009
Rapporteur(s)
Datum benoeming
Giles Chichester
9.10.2007
Behandeling in de commissie
20.1.2009
12.2.2009
19.3.2009
30.3.2009
Datum goedkeuring
31.3.2009
Uitslag eindstemming
+:
–:
0:
41
0
2
Bij de eindstemming aanwezige leden
Šarūnas Birutis, Jan Březina, Jerzy Buzek, Jorgo Chatzimarkakis, Giles Chichester, Pilar del Castillo Vera, Den Dover, Rebecca Harms, Mary Honeyball, Ján Hudacký, Romana Jordan Cizelj, Werner Langen, Pia Elda Locatelli, Eluned Morgan, Antonio Mussa, Angelika Niebler, Reino Paasilinna, Atanas Paparizov, Francisca Pleguezuelos Aguilar, Anni Podimata, Miloslav Ransdorf, Herbert Reul, Teresa Riera Madurell, Mechtild Rothe, Paul Rübig, Amalia Sartori, Andres Tarand, Catherine Trautmann, Claude Turmes, Nikolaos Vakalis, Adina-Ioana Vălean, Alejo Vidal-Quadras
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
Ivo Belet, Danutė Budreikaitė, Avril Doyle, Juan Fraile Cantón, Edit Herczog, Gunnar Hökmark, Vittorio Prodi, Bernhard Rapkay, Esko Seppänen, Vladimir Urutchev
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)