Procedure : 2008/2337(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0245/2009

Ingediende teksten :

A6-0245/2009

Debatten :

PV 24/04/2009 - 2
CRE 24/04/2009 - 2

Stemmingen :

PV 24/04/2009 - 7.27
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0335

VERSLAG     
PDF 156kDOC 85k
6 april 2009
PE 421.133v02-00 A6-0245/2009

over het 25e jaarverslag van de Commissie over de controle op de toepassing van het gemeenschapsrecht (2007)

(2008/2337(INI))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Monica Frassoni

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie verzoekschriften
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het 25e jaarverslag van de Commissie over de controle op de toepassing van het gemeenschapsrecht (2007)

(2008/2337(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien het 25e jaarverslag van de Commissie over de controle op de toepassing van het gemeenschapsrecht (2007) (COM(2008)0777),

–   gezien de werkdocumenten van de diensten van de Commissie (SEC(2008)2854 en SEC(2008)2855),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 5 september 2007 "Een Europa van resultaten - Toepassing van het gemeenschapsrecht" (COM(2007)0502),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 20 maart 2002 betreffende betrekkingen met de klager inzake inbreuken op het gemeenschapsrecht (COM(2002)0141),

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 21 februari 2008 over het 23e jaarverslag van de Commissie over de controle op de toepassing van het gemeenschapsrecht (2005)(1),

–   gelet op artikel 45 en artikel 112, lid 2, van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en het advies van de Commissie verzoekschriften (A6-0245/2009),

1.  betreurt dat, in tegenstelling tot vroeger, de Commissie geen antwoord heeft gegeven op de vragen die het Parlement heeft gesteld in zijn vorige resoluties, met name die van 21 februari 2008; stelt geen significante verbeteringen vast op de drie fundamentele gebieden: transparantie, middelen en duur van de procedures;

2.  herinnert de Commissie aan verzoeken die in voorafgaande jaren zijn gedaan, te weten

•    dringend onderzoek te doen naar de mogelijkheid van een systeem dat duidelijk de weg wijst naar de verschillende klachtenmechanismen die beschikbaar zijn voor burgers, dat de vorm zou kunnen aannemen van een gemeenschappelijk EU-webportaal of de oprichting van een online 'one-stop-shop' om burgers bij te staan;

•    een mededeling uit te brengen waarin zij haar interpretatie uiteenzet van het beginsel van aansprakelijkheid van de staat wegens schending van het Gemeenschapsrecht, inclusief schendingen die kunnen worden toegerekend aan de rechtsprekende tak, teneinde burgers in staat te stellen effectiever bij te dragen aan de toepassing van het Gemeenschapsrecht;

3.  verzoekt derhalve de Commissie:

–   de verbintenis na te komen die zij in haar mededeling van 20 maart 2002 is aangegaan om al haar besluiten betreffende inbreuken te publiceren(2) aangezien de publicatie van deze besluiten, vanaf de registratie van een klacht en voor alle volgende handelingen een onontbeerlijk instrument is om politieke willekeur bij het beheer van inbreuken tegen te gaan;

–   het Parlement zoals eerder bij herhaling gevraagd duidelijke en volledige gegevens te verstrekken over de middelen die in de diverse directoraten-generaal worden ingezet voor de behandeling van inbreuken;

–   na te denken over een vereenvoudigde en minder bureaucratische procedure voor de ingebrekestelling van een lidstaat die in overtreding is, een procedure die het mogelijk maakt snel en efficiënt op te treden;

verzoekt de Commissie voorts artikel 228 van het EG-Verdrag strikt toe te passen, om te waarborgen dat de veroordelingen door het Hof van Justitie correct worden uitgevoerd;

4.  neemt er kennis van dat de Commissie, zoals aangekondigd in haar mededeling van 5 september 2007(3), in het onderhavige jaarverslag toelichting geeft bij de prioritaire acties die zij in bepaalde sectoren bij het beheer van de klachten en de inbreuken wil ondernemen; spreekt zijn voldoening uit over de verklaringen volgens welke nog steeds prioriteit zal worden gegeven aan "problemen die een brede impact hebben op de fundamentele rechten en het vrije verkeer"(4); benadrukt het belang van urgent en vastberaden optreden op deze gebieden, aangezien met racisme en vreemdelingenhaat verband houdende gewelddaden in bepaalde lidstaten nu regelmatig voorkomen; juicht eveneens toe dat prioriteit wordt gegeven aan "inbreuken waarbij de burgers in belangrijke mate of herhaaldelijk aan directe schade worden blootgesteld of die hun levenskwaliteit op ernstige wijze inperken"(5); verzoekt de Commissie meer vaart te zetten achter de oplossing en, waar nodig, de afsluiting van inbreukprocedures die de lidstaten ervan weerhouden te investeren in infrastructuur, hetgeen van belang kan zijn voor de implementatie van het Europees economisch herstelplan; verzoekt de Commissie de bevoegde parlementaire commissies een gedetailleerd plan voor te leggen met termijnen en vervaldata voor de specifieke acties die zij op deze gebieden wil ontplooien;

5.  neemt er kennis van dat van alle nieuwe inbreuken in 2007, 1196 gevallen betrekking hebben op het niet meedelen van nationale maatregelen tot omzetting van Europese richtlijnen; acht het onaanvaardbaar indien de Commissie zich 12 maanden de tijd zou gunnen(6) voor eenvoudige gevallen van niet-mededeling van omzetting door een lidstaat en verzoekt de Commissie automatische en onmiddellijke acties te ondernemen voor gevallen die geen enkele analyse en evaluatie vereisen;

6.  is van mening dat er nog steeds geen duidelijke procedures zijn om een lidstaat effectief te vervolgen bij het Hof van Justitie voor een schending van het Gemeenschapsrecht die sindsdien is verholpen en om schadevergoeding te verkrijgen voor eerdere fouten of nalatigheden; dringt er bij de Commissie op aan om (vóór eind 2010) met nieuwe voorstellen te komen om de huidige inbreukprocedure zodanig te voltooien dat met deze onrechtvaardige situatie rekening wordt gehouden;

7.  wijst erop dat, volgens de nieuwe werkmethode die de Commissie in haar mededeling van 2007 heeft voorgesteld, alle verzoeken om informatie en klachten die bij de Commissie worden ingediend direct aan de betrokken lidstaat zullen worden doorgespeeld "wanneer de feiten of de rechtssituatie in de betrokken lidstaat moeten worden verduidelijkt (…). De lidstaten zouden een korte termijn krijgen om de betrokken burgers of ondernemingen rechtstreeks de nodige toelichting, gegevens en oplossingen te verstrekken en om de Commissie daarvan in kennis te stellen"(7);

8.  neemt er kennis van dat de Commissie het proefproject "EU Pilot" heeft opgestart om de nieuwe methode in enkele lidstaten te testen, dat vijftien lidstaten deelnemen aan het project dat in april 2008 op gang wordt gebracht en dat het project, afhankelijk van de evaluatie van het eerste werkingsjaar, kan worden uitgebreid tot de overige lidstaten;

9.  wijst er echter op dat deelneming aan het project, dat al heel wat twijfels en specifieke vragen heeft losgemaakt (zoals blijkt uit de hierboven genoemde resolutie van 21 februari 2008), vrijwillig is;

10. vraagt de Commissie in het bijzonder of het gebrek aan middelen in de lidstaten geen zorgwekkend signaal is voor reële problemen bij de controle op de toepassing van het Gemeenschapsrecht; verzoekt bovendien de Commissie bij haar beoordeling van het project aandacht te besteden aan de volgende vraagstukken, en er aan het Parlement verslag over uit te brengen:

–  heeft de klager duidelijke en volledige uitleg gekregen van de Commissie over de behandeling van zijn klacht, heeft de nieuwe methode effectief bijgedragen aan de oplossing van het probleem en heeft het niet geleid tot de afkalving van de verantwoordelijkheid van de Commissie als "hoedster van de verdragen",

–  heeft de nieuwe werkmethode het inleiden van een inbreukprocedure, waarvan de duur in ieder geval al zeer lang en onzeker was, niet nog meer vertraagd,

–  heeft de Commissie ten aanzien van de lidstaten geen blijk gegeven van een totaal gebrek aan inschikkelijkheid wat de naleving van de termijnen betreft die zij zelf heeft vastgesteld (tien weken) en heeft de Commissie na het verstrijken van deze termijnen de lidstaat nauwkeurige informatie en aanwijzingen verschaft over haar toekomstig optreden om een snelle en definitieve oplossing te vinden voor de burger,

–  heeft het feit dat het proefproject slechts in 15 lidstaten werd uitgevoerd er niet toe geleid dat minder aandacht is uitgegaan naar de behandeling van de inbreuken voor lidstaten die niet aan het project hebben deelgenomen;

11. vraagt zich af of de Commissie, dank zij het project "EU Pilot" en de daarop volgende vermindering van de werklast in het kader van de behandeling van de inbreuken, een meer systematische en omvattende controle aan het uitvoeren is op de omzetting van de richtlijnen in de nationale wetgevingen;

12. vraagt de Commissie of het project "EU Pilot" een weerslag heeft gehad op het verloop van de pakketvergaderingen die de Commissie heeft gehouden voor de bij het project betrokken lidstaten en voor de andere, niet deelnemende lidstaten, daar deze vergaderingen worden beschouwd als van doorslaggevend belang voor de aanpak en de oplossing van inbreukprocedures;

13. is van mening dat EU-burgers dezelfde mate van transparantie zouden mogen verwachten van de Commissie, ongeacht of zij een formele klacht indienen of gebruik maken van hun recht om een verzoekschrift in te dienen krachtens het Verdrag; verlangt bijgevolg dat de Commissie verzoekschriften regelmatige en duidelijke informatie ontvangt over de stadia die zijn bereikt in inbreukprocedures die ook onder een open verzoekschrift vallen of, indien dit niet mogelijk is, toegang krijgt tot de relevante database van de Commissie, op voet van gelijkheid met de Raad;

14. herinnert de Commissie eraan dat alle briefwisseling waarin melding wordt gemaakt van een reële schending van het gemeenschapsrecht moet worden geregistreerd als klacht tenzij zij valt onder de buitengewone omstandigheden als bedoeld in punt 3 van de mededeling van 20 maart 2002;

15. neemt er kennis van dat de Commissie heeft verklaard dat een fundamentele richtlijn als Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden(8) praktisch in geen enkele lidstaat correct is omgezet; wijst erop dat de Commissie meer dan 1 800 individuele klachten met betrekking tot deze richtlijn heeft ontvangen, 115 ervan als klachten heeft geregistreerd en in 5 gevallen een inbreukprocedure heeft ingeleid wegens onjuiste omzetting van de richtlijn(9); erkent dat de Commissie, wat Richtlijn 2004/38/EG betreft, blijk heeft gegeven van transparantie en efficiënte medewerking met het Parlement en stemt in met de door de Commissie voorgestelde aanpak waarmee wordt voorzien in continue en uitgebreide controle op de Commissie zelf, in ondersteuning van de lidstaten bij het waarborgen van een volledige en correcte omzetting, waarvoor in de tweede helft van 2009 specifieke aanknopingspunten moeten worden gepubliceerd, en in inbreukprocedures tegen de lidstaten waarvan de nationale wetgeving in strijd is met de richtlijn; maakt zich ernstig zorgen over het vermogen van de Commissie om haar rol als "hoedster van de Verdragen" uit te leggen en over de mogelijkheid die het Parlement wordt geboden om controle uit te oefenen op het beleid van het registeren van de klachten door de diverse diensten van de Commissie;

16. roept alle diensten van de Commissie op om indieners van een klacht volledig van de voortgang van de behandeling van hun klacht op de hoogte te stellen bij het verstrijken van alle vastgestelde termijnen (aanmaningen, met redenen omklede adviezen, aanhangigmaking bij het Hof of afsluiting van een zaak), waar nodig aanbevelingen te doen voor de behandeling van de zaak via alternatieve geschillenbeslechting, hun beslissingen met redenen te omkleden en deze redenen uitgebreid aan de indiener van een klacht mede te delen in overeenstemming met de uitgangspunten van haar hierboven genoemde mededeling van 2002;

17. verwelkomt de geleidelijke invoering door de Commissie van samenvattingen voor de burgers, die tegelijkertijd worden gepubliceerd met de belangrijkste voorstellen van de Commissie; adviseert om dergelijke samenvattingen toegankelijk te maken via één centraal toegangspunt en acht het onaanvaardbaar dat dergelijke samenvattingen verdwijnen zodra de wetgevingsprocedure is voltooid: juist op dat moment zouden ze het relevantst zijn voor burgers en bedrijven;

18. herinnert aan de toezegging van de Raad om lidstaten te stimuleren tabellen op te stellen en te publiceren die de onderlinge relatie illustreren tussen richtlijnen en binnenlandse omzettingsmaatregelen; benadrukt dat dergelijke tabellen essentieel zijn om de Commissie in staat te stellen de tenuitvoerlegging van maatregelen in alle lidstaten effectief te toetsen;

19. neemt er tot zijn teleurstelling kennis van dat in de loop van de huidige zittingsperiode geen significante vooruitgang is geboekt inzake de rol die het Parlement zou moeten spelen bij de controle op de toepassing van het gemeenschapsrecht; is van mening dat bij de prioritering van inbreukprocedures de Commissie niet enkel technische maar ook politieke besluiten neemt die momenteel aan geen enkele vorm van externe toetsing, controle of transparantie onderworpen zijn; dringt erop aan dat de desbetreffende hervormingen die zijn voorgesteld door de werkgroep voor de hervorming van het Europees Parlement en die het vermogen van het Parlement om zelf toezicht uit te oefenen op de toepassing van de communautaire wetgeving moeten versterken, prompt worden geïmplementeerd; steunt in dat verband het besluit van de Conferentie van Commissievoorzitters van 25 maart 2009;

20. dringt aan op nauwere samenwerking tussen de nationale parlementen en het Europees Parlement, en tussen hun respectieve leden, om doeltreffende controle op Europese zaken op nationaal niveau te bevorderen en te vergroten en om de informatiestroom met name gedurende de uitvaardiging van Europese wetgeving te vergemakkelijken; is van mening dat de leden van de nationale parlementen een waardevolle rol kunnen vervullen in de controle op de toepassing van het gemeenschapsrecht, en aldus de democratische legitimiteit van de Europese Unie helpen versterken en de Unie dichter bij de burger brengen;

21. wijst op de toezegging van de Raad dat hij de lidstaten zal stimuleren om concordantietabellen op te stellen waaruit het verband blijkt tussen richtlijnen en binnenlandse omzettingsmaatregelen; benadrukt dat dergelijke tabellen van wezenlijk belang zijn voor een effectief toezicht door de Commissie op uitvoeringsmaatregelen in alle lidstaten; neemt zich als medewetgever voor al het nodige te doen om te waarborgen dat bepalingen met betrekking tot deze tabellen in de loop van het wetgevingsproces niet uit de tekst van voorstellen van de Commissie worden geschrapt;

22. stelt vast dat nationale rechtbanken een essentiële rol vervullen bij de toepassing van het gemeenschapsrecht en verleent zijn volle steun aan de inspanningen van de Commissie om aanvullen de opleidingen voor nationale rechters, juristen en ambtenaren binnen de nationale autoriteiten vast te stellen; onderstreept dat deze steun van essentieel belang is in de nieuwe lidstaten, met name als het gaat om toegang tot juridische informatie en juridische vakliteratuur in alle officiële talen; onderstreept dat het noodzakelijk is steun te geven aan een betere beschikbaarheid van databanken met betrekking tot nationale gerechtelijke beslissingen over communautaire wetgeving;

23. moedigt de Commissie aan om verder onderzoek te doen naar collectief-verhaalsmechanismen in de gehele EU, met het oog op voltooiing van de initiatieven die op dit moment worden ontplooid op de terreinen van consumenten- en mededingingswetgeving; is van mening dat dergelijke mechanismen kunnen worden gebruikt door burgers, inclusief indieners van verzoekschriften, om de doelmatige toepassing van het Gemeenschapsrecht te verbeteren;

24. roept de Commissie op om ervoor te zorgen dat de toepassing van het Gemeenschapsrecht in relatie tot het milieu meer prioriteit krijgt, gezien de verontrustende trends die in dit verslag naar voren zijn gekomen en de vele verzoekschriften die op dit gebied zijn ontvangen, en adviseert in deze context om de handhavingscontroles te versterken en de relevante diensten van voldoende middelen te voorzien; verwelkomt de mededeling van de Commissie over de tenuitvoerlegging van de milieuwetgeving van de Europese Gemeenschap (COM(2008)0773) als een eerste stap in deze richting;

25. stemt in met het oordeel van de Commissie dat meer preventieve maatregelen moeten worden genomen om inbreuken op de communautaire wetgeving door lidstaten te voorkomen, moedigt de Commissie aan om specifieke verzoeken van de Commissie verzoekschriften om onomkeerbare schade aan het milieu te voorkomen in te willigen; betreurt het dat de reactie van de Commissie te vaak luidt dat zij moet wachten op een definitief besluit van de verantwoordelijke nationale overheden voordat zij handelend kan optreden;

26. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan het Hof van Justitie, de Europese Ombudsman en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)

P6-TA(2008)0060.

(2)

Punt 12: "Besluiten van de Commissie inzake inbreuken worden binnen een week nadat zij zijn genomen op de website van het secretariaat-generaal van de Commissie gepubliceerd op het volgende adres: http://europa.eu.int/comm/secretariat_general/sgb/droit_com/index_en.htm#infractions. Besluiten om aan de lidstaat een met redenen omkleed advies uit te brengen en besluiten om de zaak aanhangig te maken bij het Hof van Justitie worden bovendien in een perscommuniqué bekendgemaakt, tenzij de Commissie anders beslist."

(3)

Punt 3: "De Commissie zal vanaf 2008 in haar jaarverslagen haar maatregelen betreffende deze prioriteiten beschrijven en toelichten".

(4)

COM(2008)0777, blz. 10.

(5)

Ibid.

(6)

"Wat de niet mededeling van omzettingsmaatregelen betreft, zou er niet meer dan 12 maanden mogen verstrijken tussen de toezending van de aanmaningsbrief en de oplossing van de zaak of de aanhangigmaking ervan bij het Hof van Justitie." (COM(2007)0502).

(7)

COM(2007)0502, blz. 8.

(8)

"In de dertig maanden sinds de richtlijn van toepassing is geworden, heeft de Commissie ruim 1800 individuele klachten, 40 parlementaire vragen en 33 petities ontvangen over de toepassing. Zij heeft 115 klachten geregistreerd en vijf inbreukprocedures ingeleid wegens onjuiste toepassing van de richtlijn." - Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (COM(2008)0840, blz. 11.

(9)

PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77.


TOELICHTING

Dit verslag gaat in op de controle van de Commissie op de toepassing van het gemeenschapsrecht in 2007 en bevat tegelijk een analyse van de Mededeling "Een Europa van resultaten - Toepassing van het gemeenschapsrecht" (COM(2007)0502), en in het bijzonder het Project EU Pilot van de Commissie, dat erop gericht is de nieuwe werkmethode die in deze mededeling is voorgesteld te toetsen op het vlak van de behandeling van de klachten en de inbreuken. Het verslag herinnert ook aan de sleutelrol die het Europees Parlement, de nationale parlementen en de nationale rechtbanken moeten spelen bij de toepassing van het gemeenschapsrecht.


ADVIES van de Commissie verzoekschriften (31.3.2009)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het 25e jaarverslag van de Commissie over de controle op de toepassing van het Gemeenschapsrecht (2007)

(2008/2337(INI))

Rapporteur: Diana Wallis

SUGGESTIES

De Commissie verzoekschriften verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  herinnert de Commissie aan verzoeken die in voorafgaande jaren zijn gedaan, te weten

· dringend onderzoek te doen naar de mogelijkheid van een systeem dat duidelijk de weg wijst naar de verschillende klachtenmechanismen die beschikbaar zijn voor burgers, dat de vorm zou kunnen aannemen van een gemeenschappelijk EU-webportaal of de oprichting van een online 'one-stop-shop' om burgers bij te staan;

· een mededeling uit te brengen waarin zij haar interpretatie uiteenzet van het beginsel van aansprakelijkheid van de staat wegens schending van het Gemeenschapsrecht, inclusief schendingen die kunnen worden toegerekend aan de rechtsprekende tak, teneinde burgers in staat te stellen effectiever bij te dragen aan de toepassing van het Gemeenschapsrecht;

2.  is van mening dat er nog steeds geen duidelijke procedures zijn om een lidstaat effectief te vervolgen bij het Hof van Justitie voor een schending van het Gemeenschapsrecht die sindsdien is verholpen en om schadevergoeding te verkrijgen voor eerdere fouten of nalatigheden; dringt er bij de Commissie op aan om (vóór eind 2010) met nieuwe voorstellen te komen om de huidige inbreukprocedure zodanig te voltooien dat met deze onrechtvaardige situatie rekening wordt gehouden;

3.  is van mening dat EU-burgers dezelfde mate van transparantie zouden mogen verwachten van de Commissie, ongeacht of zij een formele klacht indienen of gebruik maken van hun recht om een verzoekschrift in te dienen krachtens het Verdrag; verlangt daarom dat de Commissie verzoekschriften regelmatige en duidelijke informatie ontvangt over de stadia die zijn bereikt in inbreukprocedures die ook onder een open verzoekschrift vallen of, indien dit niet mogelijk is, toegang krijgt tot de relevante database van de Commissie, op voet van gelijkheid met de Raad;

4.  verwelkomt de geleidelijke invoering door de Commissie van samenvattingen voor de burgers, die tegelijkertijd worden gepubliceerd met de belangrijkste voorstellen van de Commissie; adviseert om dergelijke samenvattingen toegankelijk te maken via één centraal toegangspunt en acht het onaanvaardbaar dat dergelijke samenvattingen verdwijnen zodra de wetgevingsprocedure is voltooid: juist op dat moment zouden ze het relevantst zijn voor burgers en bedrijven;

5.  herinnert aan de toezegging van de Raad om lidstaten te stimuleren tabellen op te stellen en te publiceren die de onderlinge relatie illustreren tussen richtlijnen en binnenlandse omzettingsmaatregelen; benadrukt dat dergelijke tabellen essentieel zijn om de Commissie in staat te stellen de tenuitvoerlegging van maatregelen in alle lidstaten effectief te toetsen;

6.  moedigt de Commissie aan om verder onderzoek te doen naar collectief-verhaalsmechanismen in de gehele EU, met het oog op voltooiing van de initiatieven die op dit moment worden ontplooid op de terreinen van consumenten- en mededingingswetgeving; is van mening dat dergelijke mechanismen kunnen worden gebruikt door burgers, inclusief indieners van verzoekschriften, om de doelmatige toepassing van het Gemeenschapsrecht te verbeteren;

7.  roept de Commissie op om ervoor te zorgen dat de toepassing van het Gemeenschapsrecht in relatie tot het milieu meer prioriteit krijgt, gezien de verontrustende trends die in dit verslag naar voren zijn gekomen en de vele verzoekschriften die op dit gebied zijn ontvangen, en adviseert in deze context om de handhavingscontroles te versterken en de relevante diensten van voldoende middelen te voorzien; verwelkomt de mededeling van de Commissie over de tenuitvoerlegging van de milieuwetgeving van de Europese Gemeenschap (COM(2008)0773) als een eerste stap in deze richting;

8.  stemt in met het oordeel van de Commissie dat meer preventieve maatregelen moeten worden genomen om inbreuken op de communautaire wetgeving door lidstaten te voorkomen, moedigt de Commissie aan om specifieke verzoeken van de Commissie verzoekschriften om onomkeerbare schade aan het milieu te voorkomen in te willigen en betreurt het dat de reactie van de Commissie te vaak luidt dat zij moet wachten op een definitief besluit van de verantwoordelijke nationale overheden voordat zij handelend kan optreden.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

31.3.2009

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Sir Robert Atkins, Victor Boştinaru, Michael Cashman, Proinsias De Rossa, Carlos José Iturgaiz Angulo, Marcin Libicki, Miguel Angel Martínez Martínez, Manolis Mavrommatis, Mairead McGuinness, Willy Meyer Pleite, Diana Wallis, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Margie Sudre, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Elspeth Attwooll, Ian Hudghton


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

31.3.2009

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Carlo Casini, Bert Doorn, Monica Frassoni, Giuseppe Gargani, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Neena Gill, Klaus-Heiner Lehne, Hans-Peter Mayer, Manuel Medina Ortega, Hartmut Nassauer, Aloyzas Sakalas, Eva-Riitta Siitonen, Francesco Enrico Speroni, Diana Wallis, Rainer Wieland, Jaroslav Zvěřina, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Nicole Fontaine, Georgios Papastamkos, Jacques Toubon, Renate Weber

Laatst bijgewerkt op: 14 april 2009Juridische mededeling